5-1563/1

5-1563/1

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

4 APRIL 2012


Wetsvoorstel tot wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973

(Ingediend door de heren Philippe Moureaux, Dirk Claes, mevrouw Christine Defraigne, de heren Bert Anciaux, Marcel Cheron, Bart Tommelein, Francis Delpérée en mevrouw Freya Piryns)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel strekt ertoe om erin te voorzien dat alle administratieve geschillen met betrekking tot de zes randgemeenten en de natuurlijke personen of rechtspersonen die er gevestigd zijn, voortaan onder de bevoegdheid van de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vallen.

De specifieke procedure waarin dit voorstel voorziet, heeft uitsluitend tot doel dat zowel de rechtspersonen als de natuurlijke personen, en zowel publieke personen als private personen, die op het grondgebied van de randgemeenten zijn gevestigd, rekening houdend met het gevoelige taalkarakter van de administratieve geschillen die in deze gemeenten kunnen ontstaan, kunnen verzoeken dat hun zaken worden behandeld door een rechtscollege dat taalkundig paritair is samengesteld.

Vandaag worden de procedures inzake de herziening of vernietiging wegens machtsafwending en inzake de eenheid van de rechtspraak overeenkomstig de artikelen 91 en 92 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State verwezen naar de algemene vergadering. Door de invoeging van een nieuw artikel 93 zullen voortaan ook de procedures die onder het toepassingsgebied van onderhavig voorstel vallen, naar de algemene vergadering verwezen worden.

De bevoegdheid van de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft betrekking op de administratieve geschillen met betrekking tot de zes randgemeenten die vandaag door de Raad van State worden behandeld en die de natuurlijke personen en rechtspersonen die daar gevestigd zijn betreffen (rechtstreekse aanhangigmaking, schorsing/vernietiging, administratieve cassatie, schadeloosstelling en volle rechtsmacht). Het betreft de administratieve regelgevingen en handelingen van zowel deze gemeenten als de andere beleidsniveaus en voogdijoverheden, beroepen tegen tuchtrechtelijke beslissingen, enz. Dit recht betreft de rechtspersonen (van privaat of publiek recht, zoals de gemeenten) en de natuurlijke personen die in de zes gemeenten gevestigd zijn, en waarvan de toestand in deze zes gemeenten in het geding is.

De eerste voorzitter en de voorzitter van de Raad van State oefenen het voorzitterschap van de algemene vergadering alternerend uit, per zaak volgens de inschrijving op de rol. Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter van de zitting de doorslag. Wat het auditoraat betreft, zal het onderzoek geschieden door twee auditeurs die tot een verschillende taalrol behoren.

Door de inleiding van het verzoekschrift bij de Raad van State kan de verzoekende partij de zaak onmiddellijk bij de algemene vergadering aanhangig maken. In het verzoekschrift verwijst de eisende partij (eenvoudige formele vermelding) naar de waarborgen, rechtsstelsels en taalrechten die in de randgemeenten gelden. In het geval van een dergelijk verzoek, wordt het beroep van rechtswege door de algemene vergadering behandeld, zonder appreciatiemogelijkheid.

Een tegenpartij of een tussenkomende partij die in de zes gemeenten gevestigd is, kan, indien de taalwetgeving in het geding is, verkrijgen dat de zaak van rechtswege naar de algemene vergadering wordt verwezen, zonder appreciatiemogelijkheid.

De « filter »-procedure waarin de gecoördineerde wetten momenteel voorzien voor de cassatieberoepen zal gezamenlijk door de eerste voorzitter en de voorzitter worden uitgeoefend. Het is uitsluitend in de veronderstelling dat ze beide menen dat het beroep niet toelaatbaar is dat de zaak niet aan de algemene vergadering toekomt.

Onderhavig voorstel stelt de materiële en territoriale bevoegdheid van de bestaande administratieve rechtscolleges, zoals bijvoorbeeld de « Raad voor Vergunningsbetwistingen » opgericht door het Vlaamse Gewest, niet in vraag. De administratieve cassatieberoepen tegen de beslissingen van deze administratieve rechtscolleges zullen voor de algemene vergadering van de Raad van State kunnen worden ingeleid, wanneer de voorwaarden voorzien in dit voorstel vervuld zijn.

Er wordt ook in bijzondere regels voorzien voor de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, aangezien die noodzakelijkheid soms van zodanige aard is dat de algemene vergadering niet kan worden samengeroepen voordat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zich voordoet.

Samen met de wijzigingen voorzien in dit wetsvoorstel wordt artikel 160 van de Grondwet gewijzigd om erin te voorzien dat de nieuwe bevoegdheden en beraadslagingswijzen van de algemene vergadering van de Raad van State slechts door een wet aangenomen met een bijzondere meerderheid kunnen worden gewijzigd. Deze nieuwe grondwetsbepaling zal tegelijkertijd met het onderhavige wetsvoorstel in werking treden (stuk Senaat, nr. 5-1564/1 - 2011/2012).

Eveneens wordt de inhoud van de « stand still » bedoeld in artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen aangepast aan de waarborgen die op de datum van de hervorming van kracht zijn, inzonderheid de specifieke oplossing voor de administratieve geschillen in de zes randgemeenten (Voorstel van bijzondere wet houdende wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van de bijzondere wet van 12 januari 1989 tot de Brusselse Instellingen (stuk Senaat, nr. 5-1566/1 - 2011/2012)).

Behoudens wanneer onderhavige voorstel hiervan afwijkt zijn alle procedureregels en -termijnen integraal van toepassing.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1

Deze bepaling behoeft geen bijzondere toelichting.

Artikel 2

1. Dit artikel verleent het recht aan personen die aan de in het artikel gestelde voorwaarden voldoen, om hun zaak voor de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te laten behandelen. Deze personen beschikken dus over de keuze : ofwel maken zij gebruik van hun recht en wordt hun zaak door de algemene vergadering behandeld overeenkomstig dit artikel; ofwel maken zij geen gebruik van hun recht en wordt hun zaak overeenkomstig het gemeen recht behandeld, onder voorbehoud van het recht van de andere partijen om eveneens de verwijzing naar de algemene vergadering te vragen wanneer de voorwaarden daartoe vervuld zijn.

Het artikel heeft betrekking op alle procedures die onder de bevoegdheid van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vallen. Het betreft dus de eisen tot herstelvergoeding voor buitengewone schade veroorzaakt door een administratieve overheid (artikel 11), de moeilijkheden betreffende de respectievelijke bevoegdheid van de provinciale en gemeentelijke overheden of van de openbare instellingen (artikel 12), de beroepen ter voorkoming of opheffing van strijdigheid tussen beslissingen van onder haar bevoegdheid ressorterende administratieve rechtscolleges (artikel 13), de beroepen tot nietigverklaring ingesteld tegen de akten, de reglementen en de impliciet afwijzende beslissingen (artikel 14, §§ 1 en 3), de cassatieberoepen ingesteld tegen de door de administratieve rechtscolleges gewezen beslissingen (artikel 14, § 2), de verschillende beroepen inzake de lokale besturen bedoeld in artikel 16, 1º tot 6º, het administratieve kort geding (artikelen 17 en 18) en de vorderingen tot het opleggen van een dwangsom (artikel 36). De algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak zal ook bevoegd zijn voor het verzet, het derdenverzet en de beroepen tot herziening wanneer ze worden ingediend door de personen bedoeld in het onderhavige voorstel.

2. In de bepaling wordt voorzien dat deze van toepassing is in afwijking van een aantal bepalingen die gemeen hebben dat sommige zaken door kamers met een tot drie rechters of door tweetalige kamers moeten worden behandeld. Deze bepalingen kunnen immers niet worden toegepast wanneer de persoon die aan de voorwaarden van dat artikel voldoet, gebruik maakt van de mogelijkheid om zijn zaak door de algemene vergadering behandeld te zien

3. Wat de bevoegdheid van de algemene vergadering betreft, worden twee voorwaarden gesteld. De natuurlijke en de rechtspersonen moeten in de randgemeenten gevestigd zijn en het voorwerp van de aanvraag moet in een van deze zes gemeenten gelegen zijn. Het adiëren van de algemene vergadering is een relatief zware procedure vanuit organisatorisch oogpunt voor de Raad van State. Het rechtvaardigt dus dat zij enkel geadieerd wordt voor geschillen die een dubbel territoriaal verband met de randgemeenten vertonen : rationae personae en rationae materiae. Beide voorwaarden moeten cumulatief vervuld worden.

De eerste voorwaarde van het voorstel heeft betrekking op de personen die gevestigd zijn in een randgemeente.

Wat de administratieve autoriteiten betreft waartegen de beroepen worden ingesteld, maakt het wetsvoorstel geen onderscheid : het voorstel heeft immers betrekking op zowel de gemeenten als de andere beleidsniveaus en voogdijoverheden.

De tweede voorwaarde is dat het voorwerp van de vordering gelokaliseerd is in één van de zes randgemeenten. Algemeen gesproken is het wenselijk om ongewenste gevolgen te vermijden, zoals de situatie waarin een inwoner van een van de zes randgemeenten een milieuvergunning voor een gebouw dat buiten de zes gemeenten ligt, betwist.

De bedoeling is dat een geschil betreffende een persoon die weliswaar in een van deze gemeenten is gevestigd, maar die bij de Raad van State een zaak aanhangig wil maken die territoriaal geen verband houdt met een van deze zes gemeenten, niet anders wordt behandeld dan de zaken van de andere verzoekers.

Aldus zou bijvoorbeeld onder de bevoegdheid van de algemene vergadering kunnen vallen : het beroep van een ambtenaar van een randgemeente tegen de beslissing van de gemeente om hem een tuchtsanctie op te leggen of tegen de voogdijoverheid die een beslissing van de gemeente om hem te bevorderen, heeft vernietigd, op voorwaarde dat hij gevestigd is in een van deze gemeenten. De ambtenaar die daarentegen in een van deze gemeenten gevestigd is, maar die zijn administratieve standplaats elders dan in deze gemeente heeft, kan niet vragen dat zijn geschil met de administratieve autoriteit waar hij is aangeworven, door de algemene vergadering wordt behandeld, aangezien het voorwerp van zijn verzoek geen territoriaal verband met deze gemeente vertoont.

Ander voorbeeld : een persoon gevestigd in een van de zes randgemeenten aan wie een administratieve vergunning om een vestiging te bouwen of uit te baten is geweigerd, kan slechts vragen dat zijn zaak door de algemene vergadering wordt behandeld indien de plaats waar hij wenst te bouwen of zich te vestigen, in een van de zes randgemeenten is gelegen. Daarentegen kan een persoon die niet gevestigd is in deze gemeenten, geen beroep instellen bij de algemene vergadering tegen een beslissing van een administratieve overheid of een administratieve rechtbank waarbij een vergunning om een vestiging te bouwen of uit te baten wordt geweigerd of een dergelijke weigering wordt bevestigd, ongeacht of de plaats waar hij wenst te bouwen of zich te vestigen al dan niet in deze gemeente is gelegen.

Een vennootschap kan slechts vragen dat een rechtszaak tussen haar en een administratieve overheid betreffende een overheidsopdracht of een administratieve vergunning door de algemene vergadering wordt behandeld indien hij effectief in die gemeente gevestigd is en de zaak betrekking heeft op de uitoefening van deze activiteit in een van de zes randgemeenten. Dat is niet het geval indien het gaat om een opdracht voor de levering van goederen of diensten aan een administratieve overheid die niet in een randgemeente is gevestigd of indien het gaat om een opdracht voor werken die elders dan in een randgemeente moeten worden uitgevoerd. Zij kan de algemene vergadering vatten als het gaat om een administratieve rechtshandeling met betrekking tot zijn activiteiten in deze gemeente.

4. De inleidende akte moet een formele referentie bevatten naar de garanties, rechtsstelsels en taalrechten die in deze gemeenten van toepassing zijn. Het betreft een pure formele eis, die niet veronderstelt dat een middel in die zin ontwikkeld wordt : de zaak blijft aanhangig bij de algemene vergadering, zelfs indien zij, als alle overige voorwaarden vervuld zijn, vaststelt dat die garanties, rechtsstelsels en taalrechten niet in het geding zijn.

5. De algemene vergadering moet onderzoeken of de verzoeker die gevraagd heeft dat zijn zaak naar de algemene vergadering wordt verwezen, effectief voldoet aan de voorwaarden om dat te doen, met name de voorwaarde van de localisering rationae personae en ratione materiae en de voorwaarde van de formele referentie in de inleidende akte naar de garanties, rechtsstelsels en taalrechten die in deze gemeenten van toepassing zijn. Indien de algemene vergadering vaststelt dat dat niet het geval is, verwijst zij de zaak naar een kamer. De zaak wordt vervolgens behandeld door een kamer met één of drie rechters, overeenkomstig het gemeen recht. Nog volgens het gemeen recht kan de eerste voorzitter, de voorzitter of de auditeur-generaal beslissen dat de zaak niettemin door de algemene vergadering zal worden behandeld om de eenheid van rechtspraak te verzekeren. Een kamer waarnaar de zaak door de algemene vergadering is verwezen wegens niet-naleving van de in § 1 bedoelde voorwaarden kan ook de verwijzing naar de algemene vergadering vragen, zoals toegestaan door het huidige artikel 92, § 1, derde lid.

6. De gecoördineerde wetten voorzien in een « filterprocedure » in geval van cassatieberoep tegen een beslissing van de administratieve rechtbanken. Het voorstel stelt de door deze procedure beoogde personen niet vrij. Niettemin wordt voorzien, in de geest van het institutioneel akkoord, dat deze « filter », bij wijze van afwijking, gezamenlijk zal worden toegepast door de eerste voorzitter en de voorzitter en voor de verzoeker slechts ongunstig zal zijn indien deze hoge magistraten beiden van oordeel zijn dat het beroep niet toelaatbaar moet worden verklaard. In geen geval kunnen de verenigde kamers van de afdeling bestuursrechtspraak als bepaald in artikel 92, § 2, kennis nemen van cassatieberoepen die zijn ingediend door de in het voorstel van artikel 93, § 1, bedoelde personen.

7. Het artikel heeft niet tot doel af te wijken van artikel 17, § 1, derde lid, met betrekking tot het kort geding bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Voor de personen die voldoen aan de voorwaarden van onderhavige artikel en gebruik maken van de mogelijkheid dat hun zaak voor de algemene vergadering wordt behandeld, wordt evenwel in een specifieke regeling voorzien. Praktisch is het immers niet steeds mogelijk om de algemene vergadering op zeer korte termijn samen te roepen, zodat het risico bestaat dat zich een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel zou voordoen. Op grond van § 2 van het voorgestelde artikel 93 is het aldus toegestaan dat een alleenzetelende magistraat de schorsing voorlopig beveelt, ongeacht of alle partijen of sommigen van hen zijn gehoord. Deze magistraat behoort tot dezelfde taalrol als de taal waarin de zaak moet behandeld worden overeenkomstig het gemeen recht.

Het arrest over het verzoek bij uiterst dringende noodzakelijkheid dat door een alleenzetelende magistraat geveld wordt, betreft een uitspraak bij voorraad, ongeacht of alle partijen zijn gehoord of niet. In de voorgestelde § 2 wordt bepaald dat een schorsing die bij uiterst dringende noodzakelijkheid werd bevolen door een alleenzetelende magistraat, binnen de vijftien werkdagen door de algemene vergadering moet worden bevestigd.

8. Het voorstel voorziet er ook in dat een tegenpartij of een tussenkomende partij die voldoet aan bepaalde voorwaarden, kan verzoeken om de zaak naar de algemene vergadering te verwijzen. Deze vraag tot verwijzing moet worden gedaan in de eerste procedureakte neergelegd door deze partij. In vergelijking met de verzoekende partij wordt een bijkomende voorwaarde opgelegd : de taalwetgeving moet in het geding zijn.

Het komt de desbetreffende kamer waarbij de zaak aanhangig is niet toe te oordelen of aan deze laatste voorwaarde is voldaan. Enkel de algemene vergadering zal kunnen oordelen of de taalwetgeving in het geding is. Om louter dilatoire aanvragen tot verwijzing te vermijden, kunnen de aanvragen door partijen die duidelijk niet voldoen aan de voorwaarden van lokalisatie ratione personae en rationae materiae in een van de randgemeenten worden verworpen op bevelschrift van de kamer of van een alleenzetelend staatsraad. In een dergelijk geval kan de eerste voorzitter of de voorzitter niettemin beslissen de zaak naar de algemene vergadering te verwijzen, indien zij het niet eens zijn met het bevelschrift.

Als de algemene vergadering oordeelt dat niet voldaan is aan de voorwaarden, wijst ze de zaak terug naar een kamer.

9. Er zullen twee auditeurs van een verschillende taalrol worden aangewezen om verslag uit te brengen. Ze geven elk hun advies na afloop van de debatten van de hoorzitting, overeenkomstig het gemeen recht.

De gecoördineerde wetten voorzien in de verplichting voor de partijen hun wens kenbaar te maken om de procedure voort te zetten als het verslag van de auditeur ongunstig is. Deze verplichting zal ook van toepassing zijn, maar logischerwijze uitsluitend in het geval dat de conclusies van de aangewezen auditeurs eensluidend zijn.

10. Het gemeen recht bepaalt dat wanneer meerdere zaken hangende zijn, zij kunnen gevoegd worden om tot één enkel arrest te komen (artikel 60 van het besluit van de regent van 23 augustus 1948 houdende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State). Het voorstel voorziet erin dat deze voeging ook kan plaatsvinden wanneer een van de betreffende zaken hangende is voor de algemene vergadering op grond van het voorgestelde artikel 93. Het moet ook door de eerste voorzitter en de voorzitter gezamenlijk bevolen worden. Wanneer de voeging betrekking heeft op meerdere zaken die voor de algemene vergadering behandeld worden op grond van artikel 93, zal het voorzitterschap van de algemene vergadering die ook kennis zal nemen van de gevoegde zaken, waargenomen worden door de eerste voorzitter of de voorzitter die, voor de voeging, belast was om de zaak voor te zitten die het eerst op de rol werd ingeschreven.

11. Dezelfde gecoördineerde wetten voorzien in bijzondere procedureregels ingeval de auditeur van mening is dat de zaak slechts korte debatten met zich brengt. Aangezien ze in dit geval voorzien dat de zaak behandeld wordt door één enkele rechter, kunnen deze procedures niet van toepassing zijn op de door dit voorstel beoogde geschillen.

Artikel 3

Deze bepaling voorziet dat voor zaken die worden ingediend bij de algemene vergadering uit hoofde van onderhavig voorstel, de eerste voorzitter en de voorzitter afwisselend het voorzitterschap van de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak waarnemen, in functie van de inschrijving op de rol.

Deze hoge magistraten dienen zich ervan te vergewissen dat deze inschrijving wel degelijk gebeurt volgens de indiening bij de Raad van State.

Wanneer de verwerende partij of de tussenkomende partij vraagt dat een zaak die via de procedure van gemeen recht werd ingeleid, verwezen wordt naar de algemene vergadering in toepassing van onderhavig voorstel, wordt de zaak geacht te zijn ingeschreven op de rol op datum van de verwijzing. Het is immers mogelijk dat tussen twee zaken die voor de algemene vergadering hangende zijn, een zaak werd aanhangig gemaakt volgens het gemeen recht en de verwerende of tussenkomende partij naderhand vraagt dat deze zaak in toepassing van onderhavig voorstel naar de algemene vergadering wordt verwezen. Om de regel van het alternerend voorzitterschap optimaal te eerbiedigen, wordt in het voorstel voorzien dat deze zaak wordt geacht te zijn ingeschreven op het ogenblik dat de zaak naar de algemene vergadering wordt verwezen.

Wanneer meerdere zaken die voor de algemene vergadering behandeld worden op grond van artikel 93 gevoegd worden, zal het voorzitterschap van de algemene vergadering die ook kennis zal nemen van de gevoegde zaken, waargenomen worden door de eerste voorzitter of de voorzitter die, voor de voeging, belast was om de zaak voor te zitten die het eerst op de rol werd ingeschreven.

Artikel 4

Deze bepaling behoeft geen bijzondere opmerkingen.

Artikel 5

Deze wet is enkel van toepassing op de zaken die na de inwerkingtreding van deze wet ingeleid worden voor de Raad van State. Een verwerende of tussenkomende partij zou dus de verwijzing naar de algemene vergadering overeenkomstig artikel 93 niet kunnen vragen als de zaak voor de inwerkingtreding van deze wet door de verzoekende partij ingeleid werd voor de Raad van State.

Artikel 6

Het voorstel treedt in werking op hetzelfde moment als de wijziging van artikel 160 van de Grondwet. Op die manier kunnen de bepalingen waarin het voorstel voorziet, slechts bij bijzondere wet worden gewijzigd.

Philippe MOUREAUX.
Dirk CLAES.
Christine DEFRAIGNE.
Bert ANCIAUX.
Marcel CHERON.
Bart TOMMELEIN.
Francis DELPÉRÉE.
Freya PIRYNS.

WETSVOORSTEL


HOOFDSTUK I

Algemene bepaling

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

HOOFDSTUK II

Wijzigingen van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973

Art. 2

Artikel 93 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, opgeheven door de wet van15 september 2006, wordt hersteld in de volgende lezing :

« Art. 93. § 1. In afwijking van de artikelen 17, § 1, tweede lid, § 3, vijfde lid, §§ 4 en 7, 18, tweede tot vierde lid, 52, tweede lid, en 61 worden de aanvragen, moeilijkheden, beroepen tot nietigverklaring of cassatieberoepen bedoeld in de artikelen 11, 12, 13, 14, 16, 1º tot 6º, 17, 18 en 36 alsmede het verzet, derdenverzet en de beroepen tot herziening, die ingesteld worden door een persoon die gevestigd is in één van de gemeenten bedoeld in artikel 7 van de wetten van 18 juli 1966 op het taalgebruik in bestuurszaken, op vraag van deze persoon door de algemene vergadering van de afdeling bestuurrechtspraak behandeld wanneer de volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn :

1º het voorwerp van de aanvraag, de moeilijkheid of het beroep is gelegen in deze gemeenten;

2º de persoon vraagt, in zijn schrijven waarmee hij de zaak voor de afdeling bestuursrechtspraak brengt overeenkomstig artikel 19, dat zijn zaak door de algemene vergadering wordt behandeld;

3º dit schrijven bevat een formele verwijzing naar de garanties, rechtsstelsels en taalrechten die in die gemeenten van toepassing zijn.

Indien de algemene vergadering van oordeel is dat niet voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, verwijst zij de zaak naar een kamer, overeenkomstig de bepalingen van titel VI, hoofdstuk II, afdeling 1, onverminderd de terugverwijzing naar de algemene vergadering in toepassing van artikel 92, § 1.

§ 2. In geval van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, ingediend overeenkomstig artikel 17 en onder de in § 1 bedoelde voorwaarden, kan de schorsing voorlopig worden bevolen door de eerste voorzitter of de voorzitter, die de afdeling bestuursrechtspraak tot zijn bevoegdheid heeft, of door de voorzitter van de kamer of de staatsraad die hij daartoe aanduidt. Indien de hoogdringendheid dat rechtvaardigt, kan deze voorlopige schorsing worden bevolen zonder dat de partijen of een deel van de partijen werden gehoord. Het arrest dat de voorlopige schorsing beveelt, roept de partijen binnen de vijftien werkdagen op om te verschijnen voor de algemene vergadering die uitspraak doet over de bevestiging van de schorsing.

De eerste voorzitter, voorzitter, kamervoorzitter of staatsraad mag de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts behandelen overeenkomstig het eerste lid na bewijs aan de hand van zijn diploma dat hij het examen van doctor, licentiaat of master in de rechten heeft afgelegd in de taal waarin de zaak moet behandeld worden overeenkomstig titel VI, hoofdstuk II, afdeling 1.

§ 3. In afwijking van de artikelen 20 en 90, § 2, wordt het onderzoek naar de toelaatbaarheid van een cassatieberoep dat onder de algemene vergadering valt uit hoofde van § 1 gezamenlijk uitgevoerd door de eerste voorzitter en de voorzitter. In geval van onenigheid tussen deze laatsten wordt het cassatieberoep naar de algemene vergadering verwezen.

§ 4. Elke verweerder of tussenkomende partij die gevestigd is in één van de gemeenten bedoeld in artikel 7 van de gecoördineerde wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken kan vragen dat de zaak wordt verwezen naar de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak wanneer de volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn :

1º het voorwerp van de aanvraag, de moeilijkheid of het beroep is gelegen in deze gemeenten;

2º hij verzoekt erom in het eerste procedurestuk dat hij indient;

3º de taalwetgeving is in het geding.

Bij een dergelijk verzoek wordt de zaak van rechtswege naar de algemene vergadering verwezen, tenzij de kamer bij wie de zaak aanhangig werd gemaakt, bij bevelschrift vaststelt dat duidelijk niet voldaan is aan de voorwaarde van het gevestigd zijn bedoeld in het eerste lid of de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, 1º of 2º. Dit bevelschrift wordt onmiddellijk, voordat de procedure wordt voortgezet, meegedeeld aan de eerste voorzitter en aan de voorzitter, die elk kunnen beslissen de zaak naar de algemene vergadering te verwijzen.

Indien de algemene vergadering van oordeel is dat de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet vervuld zijn, verwijst zij de zaak naar een kamer, overeenkomstig de bepalingen van titel VI, hoofdstuk II, afdeling 1, onverminderd de eventuele terugverwijzing naar de algemene vergadering in toepassing van artikel 92, § 1.

§ 5. De auditeur-generaal en de adjunct-auditeur-generaal wijzen, ieder binnen zijn taalrol, een lid van het auditoraat aan dat zal deelnemen aan het onderzoek van de zaak die door de algemene vergadering wordt behandeld overeenkomstig dit artikel. De twee aldus aangewezen leden van het auditoraat stellen samen een verslag op en kunnen elk hun advies geven tijdens de openbare zitting op het einde van de debatten.

De artikelen 21, zesde lid, en 30, § 3 zijn slechts van toepassing als beide leden van het auditoraat besluiten dat hetzij het beroep onontvankelijk is of moet worden verworpen, hetzij de akte of het reglement moet worden vernietigd.

§ 6. Zo er grond toe bestaat door eenzelfde arrest uitspraak te doen over meerdere zaken, waarvan minstens één hangende is voor de algemene vergadering overeenkomstig §§ 1 tot 4, kan de samenvoeging ervan bevolen worden door de eerste voorzitter en de voorzitter gezamenlijk, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de auditeur-generaal of de adjunct-auditeur-generaal, hetzij op verzoek van de partijen.

§ 7. De artikelen 21bis, § 2, en 30, § 2 en § 2bis, derde lid, zijn niet van toepassing op de zaken die, uit hoofde van § 1, behandeld worden door de algemene vergadering. »

Art. 3

Artikel 95 van dezelfde wetten, vervangen bij de wet van 16 juni 1989, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een tweede paragraaf, luidend als volgt :

« § 2. Echter, wanneer een zaak bij de algemene vergadering aanhangig wordt gemaakt met toepassing van artikel 93, wordt ze afwisselend voorgezeten door de eerste voorzitter en door de voorzitter in functie van de inschrijving op de rol.

Een zaak die overeenkomstig artikel 93, § 4, naar de algemene vergadering wordt verwezen, wordt voor de toepassing van het eerste lid geacht te zijn ingeschreven op de rol op datum van de verwijzing, volgend op de zaken die op deze datum werden ingeschreven.

§ 3. Indien meerdere zaken die voor de algemene vergadering aanhangig zijn op grond van artikel 93 gevoegd worden overeenkomstig artikel 93, § 6, wordt het voorzitterschap waargenomen door de eerste voorzitter of de voorzitter die, voor de voeging, belast was om de zaak voor te zitten die het eerst op de rol werd ingeschreven.

§ 4. In geval van afwezigheid of verhindering van de eerste voorzitter of van de voorzitter die de algemene vergadering moet voorzitten met toepassing van §§ 2 en 3, wordt hij vervangen als voorzitter door de oudste van de voorzitters van de kamers, waarvan aan de hand van hun diploma bewezen is dat zij geslaagd zijn voor het examen van doctor, licentiaat of master in de rechten in dezelfde taal, of, bij gebrek daaraan, door de oudste van de staatsraden, waarvan aan de hand van hun diploma bewezen is dat zij geslaagd zijn voor het examen van doctor, licentiaat of master in de rechten in dezelfde taal. »

Art. 4

Artikel 97 van dezelfde wetten, hersteld bij de wet van 16 juni 1989 en gewijzigd bij de wetten van 17 februari 2005 en 15 september 2006, wordt aangevuld met een lid, luidende :

« Wanneer een zaak bij de algemene vergadering aanhangig wordt gemaakt met toepassing van artikel 93 is bij staking van stemmen de stem van degene die de algemene vergadering voorzit overeenkomstig artikel 95, §§ 2 en 3, beslissend. »

HOOFDSTUK III

Slotbepalingen

Art. 5

Deze wet is uitsluitend van toepassing op de aanvragen, moeilijkheden en beroepen die na de inwerkingtreding ervan ingeleid worden voor de Raad van State.

Art. 6

Deze wet treedt in werking op 14 oktober 2012.

2 april 2012.

Philippe MOUREAUX.
Dirk CLAES.
Christine DEFRAIGNE.
Bert ANCIAUX.
Marcel CHERON.
Bart TOMMELEIN.
Francis DELPÉRÉE.
Freya PIRYNS.