5-1098/2

5-1098/2

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

21 JUNI 2011


Ontwerp van programmawet (I)


Evocatieprocedure


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN MEVROUW TEMMERMAN C.S.

Hoofdstuk 1/1 (nieuw)

In Titel II een Hoofdstuk 1/1 (nieuw) invoegen, met als opschrift : « Hoofdstuk 1/1 : Toewijzing van de reserves van de PWA's aan lokale tewerkstellingsinitiatieven »

Verantwoording

Zie amendement nr. 2.

Nr. 2 VAN MEVROUW TEMMERMAN C.S.

Art. 4/2 (nieuw)

In het Hoofdstuk 1/1 (nieuw) een artikel 4/2 invoegen, luidende :

« Art. 4/2 : « Met het oog op de naleving, door de Plaatselijke Werkgelegenheidsagentschappen, opgericht overeenkomstig artikel 8 van de besluitwet van 28 december 1944, van de bepaling inzake de aanwending van de eigen middelen, zoals vermeld in het artikel 79, § 9 van het koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering van 25 november 1991, zal ieder Agentschap tijdens het derde kwartaal van 2011 met het kantoor van de Gewestelijke Dienst voor arbeidsbemiddeling van het Arrondissement waaronder het Agentschap ressorteert bepalen welke werkzoekenden prioritair kunnen ingeschakeld worden in een lokaal tewerkstellingsinitiatief. Tijdens het vierde kwartaal van 2011 sluiten de Agentschappen een akkoord af met voormelde kantoren over de ter beschikkingstelling vanwege elk agentschap van maximaal 60 % van de financiële reserves die per 1 juli 2011 ter beschikking waren in het betrokken agentschap en over de besteding van deze middelen ten behoeve van lokale tewerkstellingsinitiatieven. Het betreft zowel de reserves verworven uit de traditionele activiteiten als deze opgebouwd door de oprichting van een sui-generis-afdeling overeenkomstig artikel 8bis van dezelfde besluitwet en artikel 2, § 2, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen. Deze akkoorden dienen uiterlijk op 31 december 2011 voor akkoord te worden voorgelegd aan het Hoofdbestuur van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening en het Hoofdbestuur van de betrokken Gewestelijke Dienst voor arbeidsbemiddeling. »

Verantwoording

De regering Leterme heeft in het kader van de begroting 2010 beslist om € 52,6 miljoen te besparen door middel van een éénmalige aanslag op de financiële reserves van de PWA's.

Tot op vandaag werd hiervan geen Euro geïnd.

Deze éénmalige aanslag wordt door de lokale besturen en PWA's als zeer onrechtvaardig ervaren. De door de regering ingeroepen motivering voor de maatregel druist ook in tegen de politieke consensus die er bestaat om de regio's meer inspraak en bevoegdheden te verlenen inzake het toekomstig doelgroepenbeleid.

Met dit amendement willen we de opbrengst van de maatregel direct toewijzen aan lokale tewerkstellingsinitiatieven mits akkoord van de regionale werkgelegenheidsinstanties. Op deze manier kan er op een efficiënte manier gïnvesteerd worden in de versterking van de lokale buurtdiensten, de sociale economie of de sociale en beschutte werkplaatsen.

Marleen TEMMERMAN
Frank VANDENBROUCKE
Cécile THIBAUT.

Nr. 3 VAN MEVROUW THIBAUT

Art. 8

Artikel 8 vervangen als volgt :

« Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2012. ».

Verantwoording

In zijn artikelen 5 tot 8 voorziet dit wetsontwerp in het exclusieve gebruik van elektronische middelen (via socialezekerheid.be) om een werkgever in de gelegenheid te stellen zijn voorafgaande kennisgeving/mededeling van tijdelijke werkloosheid te verrichten, dat wil zeggen zijn verplichting na te komen om het bevoegde RVA-bureau te informeren dat hij de uitvoering van het contract van al zijn werknemers of van een gedeelte ervan schorst of wenst te schorsen.

Tot dusver was het gebruik van de aangetekende brief de norm. Tevens werd de fax in hoge mate geaccepteerd en getolereerd in de meeste regionale bureaus van de Rijksdienst. Het gebruik van de elektronische aangifte is recenter. Men stelt vast dat het gebruik van de elektronische aangifte gestaag toeneemt, maar die vaststelling moet worden genuanceerd. Die manier van kennisgeving wordt prioritair gebruikt door grote ondernemingen en sociale secretariaten. Maar bij KMO’s en voor bepaalde soorten van tijdelijke werkloosheid is het gebruik ervan heel wat minder gebruikelijk. (Te) weinig KMO’s bijvoorbeeld hebben momenteel toegang gevraagd tot de portaalsite van de sociale zekerheid. Veel van die ondernemingen steunen nog op de traditionele communicatiemiddelen, niet omdat ze dat verkiezen, maar omdat ze geen keuze hebben door hun werkomgeving, het spoedeisende karakter van de situatie waardoor een beroep moet worden gedaan op tijdelijke werkloosheid, of nog hun opleiding inzake nieuwe technologieën. Het komt ons dus voor dat de keuze van dat middel voor de hand ligt, maar voorzichtigheid is geboden en er is momenteel geen sprake van enige spoedeisende behoefte. Het wetsontwerp evenwel heeft het over een exclusieve overstap naar de elektronische aangifte vanaf 1 oktober eerstkomend.

We verwerpen deze efficiënte werkwijze niet, maar we zien niet in waarom zij zo snel moet worden toegepast. Indien er reden bestaat om de werkgevers van die verandering op de hoogte te brengen en hen te overtuigen om dat mechanisme te gebruiken, dan is daarvoor een redelijke termijn nodig. Er blijven echter slechts 15 weken voor de aanvang van die maatregel. Bovendien begint binnen twee weken de zomervakantie, een periode waarin de werkgevers gedeeltelijk met vakantie zullen zijn en dus nog minder ontvankelijk zullen zijn voor dergelijke informatie.

Overigens moeten de andere partners van de sociale zekerheid, zoals de sociale secretariaten, eveneens de tijd vinden om zich te organiseren om hun cliënten te informeren en de mogelijkheid krijgen in voorkomend geval de aangifte in plaats van die cliënten te doen. Improvisatie is hier uit den boze.

Dat alles doet ons denken dat uitsluitend gebruik maken van de elektronische aangifte voor tijdelijke werkloosheid problematisch wordt voor veel KMO’s. Wij wensen dus :

1. dat de datum van inwerkingtreding van titel II, hoofdstuk II van het ontwerp van programmawet I, zoals aangenomen op donderdag 16 juni 2011, verschoven wordt naar 1 januari 2012;

2. dat de mogelijkheid welke de Koning wordt geboden, overeenkomstig artikel 8, tweede lid van dit ontwerp, om een datum van inwerkingtreding vast te stellen voorafgaand aan 1 oktober, wordt opgeheven.

Cécile THIBAUT.

Nr. 4 VAN DE HEER DE BRUYN C.S.

Het artikel 14 wordt geschrapt.

Verantwoording

In een eerdere Programmawet werd de mogelijkheid voorzien voor de regering om de reserves van de PWA's en de PWA-DCO's af te romen om de begroting te spijzen. Deze stortingen zouden moeten gebeuren tijdens het eerste kwartaal van 2011. Tot nu toe werden de nodige uitvoeringsbesluiten echter nog niet genomen, waardoor de regering in tijdsnood komt. De Programmawet wil dan ook de bepaling dat dit in het eerste kwartaal van 2011 moet gebeuren schrappen, om deze operatie alsnog te kunnen laten doorgaan.

Door deze maatregel worden de goede beheerders van PWA's en PWA-DCO's gestraft : hun zuinig opgespaarde middelen worden door de federale overheid ingepalmd. Enkele voorstanders van de maatregel vragen daarbij wel de garantie dat de financiële opbrengsten ervan gebruikt zouden worden voor lokale tewerkstelling. De beste garantie daarvoor is echter om de middelen gewoon bij de PWA's te laten.

Dit amendement strekt ertoe de betreffende bepalingen uit de Programmawet te schrappen, waardoor het doorvoeren van de afroomoperatie door de regering onmogelijk wordt.

Nr. 5 VAN DE HEER DE BRUYN C.S.

Het artikel 15 wordt geschrapt.

Verantwoording

Zie amendement nr. 4.

Piet DE BRUYN.
Louis IDE
Elke SLEURS.