2-1270/1

2-1270/1

Belgische Senaat

ZITTING 2001-2002

10 SEPTEMBER 2002


Voorstel van resolutie betreffende de onderhandelingen over de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS) binnen de Wereldhandelsorganisatie

(Ingediend door mevrouw Marie Nagy en de heren Michiel Maertens, Jean Cornil en Paul Galand)


De Senaat,

A. Gelet op resolutie 50-112 van de Kamer van volksvertegenwoordigers van 25 november 1999 betreffende het opstarten van onderhandelingen binnen de Wereldhandelsorganisatie;

B. Gelet op het standpunt van de Belgische regering van 7 oktober 1999 met betrekking tot de derde ministeriŽle conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Seattle;

C. Gelet op de beslissing van de Raad van ministers van de Europese Unie, waarbij het EU-onderhandelingsmandaat voor die conferentie wordt afgebakend;

D. Gelet op resolutie nr. 50-1412 van de Kamer van volksvertegenwoordigers van 31 oktober 2001 betreffende de ministeriŽle conferentie van de Wereldhandelsorganisatie in Doha;

E. Gelet op de verklaring van de vierde ministeriŽle conferentie van de WTO in Doha;

F. Gelet op de beslissingen van de Raad voor de handel in diensten van maart 2002, tot invoering van de richtsnoeren en de onderhandelingsprocedures voor de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS);

G. Overwegende dat de inzet en de doelstellingen van een liberalisering van de handel in diensten duidelijk moeten worden omschreven, begrepen en afgewogen, en dat iedereen zich erin moet kunnen vinden;

H. Wijzend op het belang van de openbare diensten ter bevordering van de samenhang op economisch, sociaal, territoriaal en milieuvlak en als instrument ter bevordering van de democratie;

I. Overwegende dat het van fundamenteel belang is dat de overheid in staat is een beleid te voeren dat de culturele diversiteit ontwikkelt;

J. Gelet op de bedreiging van de sociale samenhang, het milieu en de werkgelegenheid die een liberalisering van de openbare diensten meebrengt, alsmede op de onrust die een dergelijke dreiging teweegbrengt in zowel politieke kringen, bij de vakbonden als in het vereingingsleven;

K. Overwegende dat elke lidstaat van de WTO zijn verzoeken tot liberalisering vůůr 30 juni 2003 kenbaar moet maken en als antwoord daarop een aanbod moet doen vůůr 30 maart 2003;

L. Overwegende dat het incoherent en de Europese Unie onwaardig zou zijn indien zij de liberalisering eist van de openbare diensten van de landen uit het Zuiden terwijl in haar midden, met name onder impuls van het Belgische voorzitterschap, pogingen worden ondernomen om het evenwicht te herstellen en, bijvoorbeeld in afwijking van de mededingingsregels, een beleid te ontwikkelen ter bevordering van dergelijke diensten met behulp van openbare financiering zodat de opdrachten van openbare dienst kunnen worden vervuld;

M. Overwegende dat de WTO een instelling blijft die onvoldoende transparant en democratisch is;

N. Overwegende dat die kritiek ook de multilaterale onderhandelingen over de handel in diensten geldt;

O. Gelet op de aanzienlijke toename van het democratisch deficit met betrekking tot de parlementaire controle op de aangelegenheden waarvoor de bevoegdheid is overgedragen aan internationale instellingen met een normatieve bevoegdheid die rechtstreeks van toepassing is op de lidstaten, zowel op hun nationale als op hun lokale instellingen;

P. Wijzend op het belang van de universaliteit en het behoud van de evolutieve openbare diensten en van het begrip kwaliteit als essentieel instrument ter bevordering van de democratie en de modernisering en ter bestrijding van de armoede;

Q. Overwegende dat iedere vorm van liberalisering van de openbare diensten, door invoering van een koopmanslogica, bij gebrek aan een bindende regeling tot een duale dienstverrichting zal leiden, wat ten koste gaat van de armste landen van het Noorden en het Zuiden;

Vraagt de regering :

1. Zich te verzetten tegen de verzoeken en nieuwe aanbiedingen, die namens de Europese Unie worden gedaan met het oog op een liberalisering op het vlak van waterhuishouding, huisvesting, gezondheid, onderwijs, beroepsopleiding of cultuur, welke gebieden grondrechten concretiseren waarvan de emancipatie van de mens afhangt;

2. Erop toe te zien dat een eventueel liberaliseringsproces op het vlak van transport, postdiensten, telecommunicatie en energie voor de Staten samengaat met gegarandeerde krachtige overheidsreglementeringen en met de mogelijkheid dergelijke diensten met overheidsgeld te financieren;

3. De onderhandelingen van de WTO over de diensten af te stemmen op de toekomstige onderhandelingen met betrekking tot de investeringen zodat de regels ter bevordering van de openbare diensten niet opnieuw ter discussie kunnen komen via regels die uitsluitend het belang van de buitenlandse investeerders vooropstellen;

4. De Senaat maandelijks in te lichten over het verloop van de onderhandelingen in de WTO zodat de politieke controle en de follow-up in optimale omstandigheden kunnen worden uitgevoerd.

28 juni 2002

Marie NAGY
Michiel MAERTENS
Jean CORNIL
Paul Galand