Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-6262

van Fatiha SaÔdi (PS) d.d. 15 mei 2012

aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee

Europees systeem voor snelle waarschuwing voor consumptieproducten die geen levensmiddelen zijn (RAPEX) - Verslag 2012 - BelgiŽ - Aantal waarschuwingen - Laag aantal - Uitleg - Controles - Aantal personeelsleden

veiligheid van het product
gebrekkig product
gevaarlijke stof
bescherming van de consument
consumptiegoederen

Chronologie

15/5/2012 Verzending vraag
11/6/2012 Antwoord

Vraag nr. 5-6262 d.d. 15 mei 2012 : (Vraag gesteld in het Frans)

Volgens het laatste jaarrapport van het Europees systeem voor snelle waarschuwing voor consumptieproducten die geen levensmiddelen zijn (RAPEX) dat in mei 2012 is gepubliceerd, zou het aantal gevaarlijke producten, zoals geÔdentificeerd in de Europese Unie (EU), gedaald zijn van 2244 in 2010 tot 1803 in 2011, een daling van 20%. Bij de oprichting in 2004 werden 388 gevaarlijke producten gedefinieerd.

Uit de analyse van dat verslag blijkt dat de verdeling van de meldingen tussen de lidstaten erg onevenwichtig is : terwijl de vijf meest actieve landen - Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Bulgarije en Hongarije - 47% vertegenwoordigen, is BelgiŽ, dat tot de minder actieve landen behoort, goed voor slechts 8 waarschuwingen (1%) tegenover 14 in 2010. Dat is een daling van ongeveer 42%, terwijl de de meldingen in de Unie gemiddeld met 20% gedaald zijn.

De Europese Commissie schrijft de daling van de waarschuwingen in de eerste plaats toe aan de betere samenwerking tussen de lidstaten. Meer informeel, zien de Europese instanties echter een oorzaak in het snoeien en beperken van de middelen van de nationale administraties die dit moeten controleren.

Kunt u me uitleggen waarom BelgiŽ een vrij lage score haalt in de snelle waarschuwingen? Hoeveel personeelsleden houden zich bezig met die controles en snelle waarschuwingen?

Antwoord ontvangen op 11 juni 2012 :

Ik heb de eer het geachte lid het volgende mee te delen:

Het klein aantal Belgische RAPEX-meldingen in verhouding tot andere lidstaten is te wijten aan verschillende factoren.

Zo worden de meldingen betreffende de door de fabrikanten uit eigen beweging genomen vrijwillige maatregelen – dat wil zeggen die niet het gevolg zijn van een door de overheid uitgevoerde controlecampagne – het vaakst door de lidstaat gemeld waar de fabrikant zijn zetel heeft. Het aantal aanmeldingen in een land hangt dus in grote mate hiervan af, en niet van het control systeem.

Een andere reden is de strikte toepassing in België van de “RAPEX Guidelines”. Deze stellen dat er slechts een “RAPEX melding” kan gebeuren indien de risico evaluatie een ‘ernstig risico’ als resultaat heeft. Dit wilt zeker niet zeggen dat de risico’s in België verkeerdelijkworden geëvlaueerd.De methode van risico-evaluatie, hetgeen vastgelegd is op Europees niveau, haalt haar inspiratie uit de Belgische praktijk, hetgeen de betrouwbaarheid hiervan bewijst.

De jaarlijkse schommelingen in de statistieken zijn ook te verklaren aan de hand van het resultaat van de controlecampagnes die door de verschillende markttoezichtsautoriteiten werden uitgevoerd. Sommige campagnes leveren betere resultaten op dan andere, wat aanleiding geeft tot een minder of groter aantal RAPEX-meldingen.

Drie algemene directies van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie worden betrokken bij de controles in het kader van het markttoezicht van goederen en diensten.

Een veertigtal personen nemen tenminste deeltijds deel aan de informatie-uitwisseling over de productveiligheid, de detectie van niet-conforme producten, de behandeling van dossiers terzake en het nemen van noodzakelijke maatregelen. Het gaat om administratieve medewerkers, controleurs, inspecteurs en ingenieurs.

Gemiddeld gaat het momenteel om twaalf voltijdsequivalenten die zich actief met de marktcontrole bezighouden.

De administratieve behandeling van RAPEX-meldingen als nationaal contactpunt is een van de opdrachten van het Centraal Meldpunt voor producten. Het personeelsbestand bedraagt vier ambtenaren.