Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-5407

van Christine Defraigne (MR) d.d. 7 december 2009

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen

Palestijnse gebieden - Oorlog in Gaza - VN-commissie - Goldstone-rapport - IsraŽl - Schending van het internationale humanitaire recht - Palestijnse milities - Oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid - Politieke draagwijdte van het rapport

Palestijnse kwestie
Palestina
IsraŽl
internationaal humanitair recht
oorlogsmisdaad
misdaad tegen de menselijkheid
commissie VN
Internationaal Straftribunaal

Chronologie

7/12/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2010)
21/1/2010Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 4-4603

Vraag nr. 4-5407 d.d. 7 december 2009 : (Vraag gesteld in het Frans)

Wat is de reactie van de minister op het Goldstone-rapport van de commissie van de Organisatie van de Verenigde Naties (VN) over de oorlog in Gaza, waarin gewag wordt gemaakt van het gebruik van disproportioneel geweld en van een schending van het internationale humanitaire recht door IsraŽl ? Steunt de minister de doorverwijzing naar het Internationaal Strafhof, zoals in het rapport wordt gevraagd?

Wat denkt hij van de beschuldiging in hetzelfde rapport dat ook de Palestijnen zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid?

Wat is de politieke draagwijdte van dit verslag en welke gevolgen zullen eraan worden gegeven op een ogenblik dat de IsraŽlische en Palestijnse leiders elkaar op initiatief van de Amerikaanse president Obama hebben ontmoet?

Antwoord ontvangen op 21 januari 2010 :

1. België heeft de tussenkomsten onderschreven van de Zweedse vertegenwoordiger die, zowel in de Mensenrechtenraad als in de Veiligheidsraad, in naam van de Europese Unie heeft gesproken over de situatie in het Midden-Oosten en het Goldstone rapport. De strijd tegen de straffeloosheid is één van de prioriteiten van het Europese Unie-beleid inzake mensenrechten, waaraan België veel en actief bijdraagt.

2. Op basis hiervan heeft de Europese Unie, met inbegrip van België, herhaaldelijk aangedrongen bij de twee partijen om de mensenrechten en het internationaal humanitair recht te respecteren. Het principe van ‘accountability’ vereist dat alle beschuldigingen van ernstige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht het voorwerp uitmaken van een grondig onderzoek.

Het Goldstone rapport bevat dergelijke beschuldigingen. Zoals België heeft de Europese Unie alle partijen in het conflict systematisch gewezen op hun verplichtingen inzake de universele mensenrechten en het internationaal humanitair recht. De Europese Unie heeft onderlijnd dat het belangrijk is dat de twee partijen in het conflict op een adequate en geloofwaardige manier hun eigen onderzoeken voeren, conform aan de internationale standaarden terzake. Recent heeft de Mensenrechtenraad het rapport overgemaakt aan de procureur van het Internationaal Strafhof. Ik maak van de gelegenheid gebruik om er op te wijzen dat de bevoegdheid van de procureur beperkt is tot misdrijven begaan op het grondgebied van een verdragspartij.

3. Wat betreft het politiek gewicht van het rapport en het gevolg dat er aan werd gegeven, kan ik u het volgende meedelen: Na de besprekingen binnen de Mensenrechtenraad (september 2009 en 15-16 oktober 2009) en een open debat in de Veiligheidsraad (14 oktober 2009), heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 5 november 2009 een resolutie aangenomen over het Goldstone-rapport.

De resolutie bepaalt:

- dat de Secretaris-generaal het Goldstone-rapport doorstuurt naar de Veiligheidsraad. Dat gebeurde op 10 november 2009. De Secretaris-generaal dient bovendien binnen een termijn van drie maanden (en dus voor 5 februari 2010) verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging van resolutie 64/10;

- dat de Israëlische regering en de Palestijnse Autoriteit een geloofwaardig onderzoek openen. Deze autoriteiten beschikken over een termijn van drie maanden om hun onderzoek voor te stellen;

- dat de Zwitserse regering uiteindelijk wordt verzocht een vergadering met de Hoge Verdragsluitende Partijen bij het 4de Verdrag van Genève te organiseren inzake de maatregelen voor de tenuitvoerlegging van het Verdrag op bezet Palestijns grondgebied;

- dat de zaak verder aan de Algemene Vergadering wordt voorgelegd.

De Belgische regering zal de vooruitgang met betrekking tot de aanbevelingen van resolutie 64/10 met aandacht volgen.