Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-4307

van Paul Wille (Open Vld) d.d. 7 september 2009

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid

REACH - Proefdieren - Aantallen - Alternatieven

Europees Agentschap voor chemische stoffen
chemisch product
proefneming met dieren
wetenschappelijke expertise
onderzoeksmethode
dierenbescherming
levensmiddelenchemie
giftige stof
EU-programma
onderzoeksproject
Keuringsdienst van waren

Chronologie

7/9/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/10/2009)
16/9/2009Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-4306

Vraag nr. 4-4307 d.d. 7 september 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De kosten voor het Europese REACH-project (Registration, Evaluation, Authorisation, and Restriction of Chemicals) om bestaande voedingschemicaliŽn te testen, worden zes keer hoger dan vooraf berekend. Het aantal proefdieren valt maar liefst twintig keer hoger uit dan verwacht. Dat schrijven een Amerikaanse toxicoloog en een Italiaanse chemicus in augustus 2009 in een opiniestuk in Nature.

REACH werd in 2006 gestart. Sinds 1981 worden nieuwe commerciŽle voedingsingrediŽnten aan streng veiligheidsonderzoek onderworpen. REACH moet al eerder geÔntroduceerde verbindingen testen op giftigheid. Dat het testen van al deze verbindingen veel werk zou worden wist men wel. Het blijken er echter niet zoals gedacht 29 000, maar 68 000 tot 101 000 te zijn. Op basis van de 68 000 maakten Thomas Hartung en Costanza Rovida een analyse. Zij kwamen uit op een noodzakelijk gebruik van 54 miljoen proefdieren en een kostenpost van 9,5 miljard euro. Momenteel gebruikt de Europese Unie negenhonderdduizend proefdieren per jaar, en dat kost ongeveer 600 miljoen euro.

Allereerst pleiten de auteurs voor efficiŽntere testmethoden. Volgens Hartung is er geen alternatief voor REACH, maar is er ook geen REACH zonder alternatieven. Hij pleit voor het inzetten van meer proeven waarbij geen dieren nodig zijn.

Ik had dan ook volgende vragen voor de geachte minister:

1) Hoe reageert zij op de analyse van de Denktank voor Toxicologie van de John Hopkins University, waaruit blijkt dat het Europese REACH-programma1 minstens twintig keer zoveel proefdieren het leven kost dan de EU oorspronkelijk had voorzien?

2) Vanwaar de discrepantie tussen de officiŽle inschatting en die van de wetenschappers van de John Hopkins University die in optimistische scenarioís al uitkomen op 54 miljoen dieren?

3) Is het waar dat de Europese Commissie met gedateerde cijfers, te weten gegevens over de chemische productie tussen 1991 en 1994, heeft gerekend, waardoor onder andere de verdubbeling van de productie van de chemische industrie sinds 1994 en de uitbreiding van de EU buiten beschouwing zijn gebleven? Zo ja, kan zij aangeven hoe zij deze analyse destijds, bij de totstandkoming van de REACH-richtlijn, heeft beoordeeld

en gewogen bij haar beslissing om in te stemmen met de Richtlijn?

4) Kan zij aangeven welke maatregelen zij heeft bepleit bij de totstandkoming van REACH om het aantal proeven op dieren terug te dringen? Had dit resultaat? Kan zij uitvoerig toelichten?

5) Vreest zij niet dat ook in ons land tengevolge REACH het aantal proeven op dieren zal toenemen? Kan zij dit uitvoerig toelichten en haar beleid hieromtrent aangeven?

6) Bent u bereid methoden en resultaten van giftigheidstesten op dieren, zoals de in het artikel genoemde en bekritiseerde twee-generatiestudies voor het onderzoeken van reproductieve toxiciteit, te (laten) evalueren en teststrategieŽn te herzien?

7) Onderschrijft zij de stelling van de wetenschappers dat er betere en efficiŽntere testmethoden beschikbaar (kunnen) zijn dan dierexperimenten voor het beoordelen van de giftigheid van stoffen? Is zij bereid de aanbeveling over te nemen een (gedeeltelijk) moratorium af te kondigen op deze dierproeven totdat alternatieve

strategieŽn voor het screenen van chemicaliŽn beschikbaar zijn?

Zo neen, waarom niet?

8) Hoe beoordeelt zij, mede in het licht van het bovenstaande, het gegeven dat bestaande dierproeven voor veiligheidsbeoordelingen niet zijn gevalideerd terwijl alternatieven voor die dierproeven wel gevalideerd moeten zijn voordat ze geaccepteerd worden als betrouwbare testmethode? Op welke wijze zet zij zich er reeds voor in om hier verandering in aan te brengen en tot welke extra inspanningen is zij bereid om deze situatie te kunnen doorbreken?

9) Is zij het met me eens dat het onacceptabel is om minstens 54 miljoen dierproeven uit te voeren voor het testen van chemische stoffen, gezien het lijden van de betreffende dieren en de onbetrouwbaarheidsfactor in de resultaten? Zo ja, welke stappen gaat zij zetten om het zover niet te laten komen? Zo neen, waarom niet?

Antwoord ontvangen op 16 september 2009 :

Ik geef aan het geachte lid aan dat die vraag niet tot mijn bevoegdheden behoort maar tot de bevoegdheden van mijn collega, de minister van Ondernemen en Vereenvoudigen.