Tentoonstelling
"Vrouw en senator, een uitdaging: 100 jaar vrouwen in de (Belgische) politiek"

Marie Spaak-Janson

Marie Spaak-Janson

© Archief Senaat, biografisch dossier nr. 731

Marie Janson wordt in 1873 geboren in een gegoede Brusselse familie. Haar vader, Paul Janson, wordt algemeen beschouwd als de stichter van het Belgische sociaal liberalisme. [1]

Haar moeder Anne Amoré (1849-1932) is een geestesverwante van Isabelle Gatti de Gamond. Tot haar huwelijk geeft Anne les in de school van Gatti de Gamond in Brussel. [2]

De liberale Premier en minister van Justitie, Paul-Émile Janson, is haar oudere broer. Na Marie volgen nog vier meisjes: Lucie, Laure, Madeleine en Claire. [3]

Cultuur heeft een belangrijke plaats in het gezin Janson-Amoré. De piepjonge Marie staat zelfs afgebeeld op het schilderij van Jan Verhas "La revue des écoles en 1878". [4]

In 1894 trouwt Marie Janson met advocaat en theaterschrijver Paul Spaak. Een jaar later bevalt ze van haar eerste kind, een dochter, Madeleine Spaak.
Er volgen nog drie zonen; Paul-Henri in 1899, Charles in 1903 en Claude in 1904. Ze zet op haar beurt de erfenis van haar moeder verder en koppelt in de opvoeding van haar kinderen een brede intellectuele cultuur aan authentiek maatschappelijk engagement. [5]

"Dochter en zus van twee grote Belgen, wier woorden en staatsmanschap onze geschiedenis zoveel luister hebben bijgezet, u bent ook, en vooral, en met ontroerende en tedere trots, de moeder van Paul-Henri Spaak, [...]" (P. Struye over Marie Spaak-Janson, 1957)

Uittreksel uit het biografisch dossier van Marie Spaak-Janson

Uittreksel uit het biografisch dossier, nr.731
© Archief van de Belgische Senaat

Jan Verhas, Le défilé des écoles en 1878

[4] Jan Verhas, Le défilé des écoles en 1878
© KMSKB-MRBAB, Brussels; foto ©  J. Geleyns - Art Photography


Paul Janson geschilderd door Marie Terlamen

[1] Paul Janson (1840-1913), Marie Terlamen
© Coll. Kamer van volks­vertegen­woordigers; foto © KIK-IRPA, Brussels

Isabelle Gatti de Gamon

[2] Isabelle Gatti de Gamond (1839-1905)
Foto © Stadsarchief van Brussel

Paul Émile Janson

[3] Paul-Émile Janson (1872-1944) - Charles Despiau
© Kamer van volksvertegen­woordigers; foto © Belgische Senaat

Paul Spaak

[5] Paul Spaak (1871-1936)
Foto Public Domain, via Wikimedia Commons

"Madame" Spaak

>Marie en haar zoon Paul-Henri tijdens een 1 mei viering, 1957

Marie en haar zoon Paul-Henri tijdens een 1 mei viering, 1957 - © Belga Image

Marie Janson's burgerlijke afkomst is tegelijk haar grootste troef en haar pijnlijkste kwetsbaarheid. Haar intellectuele bagage helpt haar om in de Senaat de pas te houden met haar geroutineerde collega's. De critici, echter, blijven haar verdenken van "salonsocialisme".

Moeder Anne Amoré, zelf een intellectuele dame, stuurt de jonge Marie naar het lyceum voor meisjes van Isabelle Gatti de Gamond. Onder de vleugels van deze Brusselse feministe groeit Marie uit tot een zelfbewuste vrouw met een groot rechtvaardigheidsgevoel.

Haar vader, de progressief-liberale politicus Paul Janson, voert tijdens Maries kinderjaren een gepassioneerde strijd voor het algemeen stemrecht. Onder de socialistische arbeiders geniet hij veel aanzien. Van hem erft Marie haar welsprekendheid en haar gedrevenheid.

Haar leven lang blijft Marie Janson consequent de aandacht van haar eigen persoon wegleiden. Zowel bij tegenslagen als bij momenten van emotie blijft ze waardig en discreet. Zelfs wanneer haar zoon, Paul-Henri Spaak, als Eerste Minister in de Senaat zijn regeringsverklaring voorleest blijft ze ingetogen wachten tot het einde van de vergadering om hem te feliciteren.

Terugblikkend op haar eedaflegging in 1921 schrijft ze: "Mijn gedachten gingen meteen uit naar Isabelle Gatti de Gamond: zij zou zo trots geweest zijn op het succes van één van haar favoriete leerlingen, haar 'zonnetje in huis', zoals ze me 55 jaar geleden noemde! Zij hield veel van mijn moeder, op wie ik leek. Toch had ik niet veel verdienste aan mijn verkiezing: de herinnering aan Paul Janson had daarbij de doorslag gegeven."

Een vrouw met terreinkennis

Marie Spaak ou Madame Mère, krantenknipsel

"Madame Mère" - © L'Âne roux, 1950 - Archief van de Belgische Senaat

De Eerste Wereldoorlog stelt het ingebakken sociaal engagement van Marie Janson op scherp. Tijdens de bezetting wordt de precaire sociale positie van vrouwen en kinderen uit de Brusselse arbeiderswijken immers pijnlijk duidelijk.

Voor een activiste als Marie Janson creëert de vernieuwende wetgeving van na de oorlog kansen om dingen op het terrein te veranderen. In mei 1921 wordt ze gemeenteraadslid voor de socialistische partij in haar thuisbasis Sint-Gillis. Lokaal is ze het meest zichtbaar als voorvechtster van het nieuw opgerichte socialistische weeshuis voor meisjes.

Later dat jaar wordt ze senator. Ook dat mandaat gebruikt ze als een hefboom. Na de Tweede Wereldoorlog, bijvoorbeeld, helpt ze veel staatslozen en slachtoffers van fascistische regimes asiel aan te vragen. Maar, discreet als ze is, blijft het merendeel van haar acties verborgen. Ze wil niet dat de blikken gericht zijn op haar, maar op de mensen voor wie ze zich inzet.

Wanneer ze jonge arbeidersvrouwen aanspreekt, weet ze hen te raken door te putten uit haar eigen ervaringen als moeder. Haar woorden krijgen authenticiteit door ze wat ze ziet en hoort op straat, op de markt van Sint-Gillis of op socialistische bijeenkomsten, te verbinden met haar persoonlijke situatie. Zo dient ze haar kritikasters ultiem van antwoord.

Op een socialistische bijeenkomst met een hoofdzakelijk mannelijk publiek toont ze haar lef: "Denken jullie dat ik helemaal vanuit Brussel naar hier ben gekomen om alleen maar mannen toe te spreken? Waarom zijn jullie vrouwen hier niet?"

Fakkeldraagster in een mannenwereld

Dagorde van de openingszitting van de Senaat, 1952

Dagorde van de openingszitting van de Senaat, 1952 - Archief van de Belgische Senaat

In 1921 wordt Marie Janson naar een wereld gekatapulteerd die volledig is afgestemd op het leven van voorname heren. Het parlementaire werk was een exclusieve mannenzaak. De benaming "fumoir", bijvoorbeeld, verwijst vandaag nog steeds naar de zaal waar de senatoren konden netwerken onder het genot van een goede sigaar.

Marie komt binnen via het toen pas ingevoerde systeem van coöptatie. De gecoöpteerde senatoren worden niet door de bevolking verkozen, maar worden voorgedragen door hun partij. Gedurende de vijftien daarop volgende jaren blijft Marie de enige vrouw in de Senaat.

Voor haar mannelijke collega's is het aanpassen. Tijdens de vruchteloze discussies over het vrouwenstemrecht twijfelen velen onder hen luidop aan de intellectuele capaciteiten van de vrouwen en vrezen hun "emotionaliteit".

Maar Marie houdt zich staande. Vriend en vijand erkennen haar savoir-vivre en haar waardigheid. Haar tussenkomsten in de Senaat mogen gerust naast die van haar mannelijke tijdgenoten geplaatst worden.

Tussen 1952 en 1956 wordt ze als oudste lid van de assemblee tijdelijk voorzitster van de Senaat. Zodra het definitieve bureau is samengesteld geeft ze, zoals het reglement van de Senaat het voorschrijft, de fakkel door aan haar mannelijke opvolger. Die betuigt telkens zijn respect met een handkus.

De vreemde senaatsomgeving maakt indruk op Marie: "Toen ik aankwam in de Senaat, vroeg men mij of ik met of zonder hoed zitting wou nemen, of ik de naam Spaak-Janson wou dragen en mijn hart klopte in mijn keel. Al die details leken me zo kinderachtig."

Wieden in het wetboek

Spotprent over het Burgerlijk Wetboek, Paul Gavarni

Spotprent over het Burgerlijk Wetboek ["De echtgenoten zijn elkaar wederzijdse trouw, morele en materiële hulp verschuldigd."] Paul Gavarni, 1846 - Public Domain via Wikimedia Commons

Marie Janson komt in de Senaat op voor de meest kwetsbare groepen in de maatschappij. Ouderen, fysiek zwakkeren en oorlogsinvaliden: allemaal leven ze onder de permanente dreiging van armoede en ontbering.

Via haar parlementair werk wil ze de omstandigheden creëren waarin elke mens de controle over zijn eigen leven kan nemen. Goed onderwijs voor alle kinderen, ongeacht hun leeftijd, geslacht of stand is daarbij essentieel. Ze is dan ook meermaals verslaggever voor de begroting "Kunsten en Wetenschappen", waaronder het onderwijs valt.

Maar haar grootste bron van ergernis is het oude Burgerlijk Wetboek ("Code Civil") dat het klassieke gezin als het fundament voor maatschappelijke stabiliteit beschouwt en alles ondermijnt wat daarvan afwijkt.

Zo wordt een vrouw opnieuw "minderjarig" zodra ze trouwt. Haar echtgenoot beslist vrij en autonoom over haar inkomsten. In dezelfde geest hebben kinderen van ongehuwde moeders nauwelijks rechten. Het zijn, ondanks het Grondwettelijke gelijkheidsprincipe, de facto tweederangsburgers.

De strijd tegen dit onrechtvaardige Burgerlijke Wetboek zal nog tot diep in de jaren 1970 duren. Als vernieuwer lijdt Marie Janson onvermijdelijk nederlagen. Belangrijker is echter dat ze de weg effent voor succesvollere initiatieven van de dames die in haar voetsporen zullen treden.

Zo beukt ze in op de "Code Civil": "Heren, een grondige kennis van de rechtsbeginselen is nodig om goede wetten te maken. Maar je hoeft echt geen jurist te zijn om te weten wanneer een wet slecht uitgewerkt en geformuleerd is, en niet meer overeenstemt met de heersende opvattingen."

Feministe of socialiste?

Madame Spaak, Pourquoi Pas? tekening Jacques Ochs

"Madame Spaak". © Pourquoi Pas? - Jacques Ochs, 1935 - Bibliotheek van het Federaal Parlement

Zoals veel oud-leerlingen van Isabelle Gatti de Gamond engageert Marie Janson zich voor de socialistische partij. Haar jongste kinderen zijn dan zestien en zeventien jaar.

Ze helpt socialistische arbeidsters zich te verenigen in coöperatieven en vrouwenmutualiteiten. Met enkele medestandsters richt ze de Socialistische Vooruitziende Vrouwen op. Hier is Marie in haar element. Over het hele land worden de jonge militantes begeesterd door deze dappere vrouw die hun zorgen zo welsprekend verwoordt.

Marie krijgt ook een delicatere taak. Lang niet alle socialisten zijn fan van het vrouwenstemrecht. Ze vrezen dat de vrouwen massaal katholiek zullen stemmen. Met de ogen van haar geliefde arbeidsters op haar gericht moet Marie in de jaren twintig en dertig telkens opnieuw uitleggen dat het vrouwenstemrecht nog te vroeg komt.

In 1925 stemt ze tegen een wetsvoorstel dat via een omwegje vrouwen stemrecht zou geven bij de eerstvolgende provincieraadsverkiezingen. Ze werpt op dat de socialistische vrouwen een grote fout zouden maken door akkoord te gaan met zulk een halve maatregel die meer ingegeven is door politiek gekrakeel dan door het respect voor vrouwenrechten:

"Pas wanneer het stemrecht voor vrouwen in de Kamers wordt besproken, niet in zeven haasten aan het einde van een zitting en niet op basis van amendementen, ingediend door politici die het er minder om te doen is de vrouwenrechten te bevorderen dan om de regering te doen vallen, dan pas zullen wij het onderzoeken [...]"

Werken in de Senaat

Commissiezalen

In de commissiezalen vinden de commissie­vergaderingen plaats, waaraan een beperkt aantal senatoren deelneemt. Elke commissie behandelt een bepaald thema. De samenstelling ervan weerspiegelt de politieke krachts­verhoudingen in de voltallige Senaat. Van de besprekingen in commissie wordt een verslag opgesteld.

 
 

Halfrond

In het halfrond vindt de plenaire vergadering van de Senaat plaats. De plenaire vergadering neemt wetgevende teksten in overweging, zoals wetsvoorstellen en -ontwerpen, maar ook niet-wetgevende teksten, zoals resoluties of, recenter, informatieverslagen. Daarna worden deze teksten naar een commissie doorverwezen voor bespreking. Ten slotte spreekt de plenaire vergadering zich uit over het resultaat van de werkzaamheden in commissie en keurt de wetgevingsteksten en andere dossiers al dan niet goed.

 
 

Ontmoetingsplaatsen

De koffiekamer, de leeszaal, het rooksalon en de gangen zijn informele ontmoetingsplaatsen voor de senatoren. Hetzelfde geldt voor het peristilium, waar senatoren en leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers elkaar treffen en kunnen praten. Deze plaatsen zijn nog altijd belangrijk om tot een akkoord te komen, maar in de tijd van Marie Janson, toen er nog geen mobiele telefoons of elektronische communicatiemiddelen bestonden, was dat nog veel meer het geval.

leeszaal

Foto's Studio Stone, circa 1934 - © Archief Senaat, fotocollectie