5-1721/2

5-1721/2

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

10 MEI 2013


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Voorstel tot herziening van artikel 44 van de Grondwet


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER LAEREMANS

Enig artikel

Dit artikel vervangen door wat volgt :

 Enig artikel. In artikel 44 van de Grondwet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1 het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :

 De Kamer vergadert gedurende het gehele jaar, behalve gedurende vier aaneengesloten weken in de loop van de maanden juli en augustus, hierna genoemd het parlementair zomerreces. In het parlementair zomerreces vergadert de Kamer alleen in dringende gevallen, na advies van de Conferentie van voorzitters in de Kamer. Een zitting, in de zin van de periode gedurende welke de Kamer vergadert, vangt aan, hetzij na de vernieuwing van de Kamer, hetzij op de eerste dinsdag die volgt op de dag waarop het parlementaire zomerreces van de vorige zitting eindigt of wanneer zij reeds voordien door de Koning is bijeengeroepen. ;

2 in het tweede lid wordt het woord  Kamers  vervangen door het woord  Kamer ;

3 het artikel wordt aangevuld met een overgangsbepaling, luidende :

 Overgangsbepaling

Het eerste en het tweede lid treden in werking op de dag van de verkiezing met het oog op de eerstkomende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Tot die datum blijven, in plaats van het eerste en tweede lid, de volgende bepalingen van toepassing :

De Kamers vergaderen gedurende het gehele jaar, behalve gedurende vier aaneengesloten weken in de loop van de maanden juli en augustus, hierna genoemd het parlementair zomerreces. In het parlementair zomerreces vergaderen de Kamers alleen in dringende gevallen, na advies van de Conferentie van voorzitters in de Kamer of het Bureau in de Senaat. Een zitting, in de zin van de periode gedurende welke de Kamers vergaderen, vangt aan, hetzij na de vernieuwing van de Kamers, hetzij op de eerste dinsdag die volgt op de dag waarop het parlementaire zomerreces van de vorige zitting eindigt of wanneer zij reeds voordien door de Koning zijn bijeengeroepen.

De Kamers moeten ieder jaar ten minste veertig dagen in zitting blijven.  

Verantwoording

1 De indiener van dit amendement is voorstander van de algehele afschaffing van de Senaat. Vanuit deze optiek beschouwd dient het eerste lid van het voorstel te worden aangepast. Bovendien diende de indiener van dit amendement reeds eerder een voorstel tot herziening van artikel 44 van de Grondwet in, ertoe strekkende om het parlementair zomerreces tot 4 weken te beperken. Artikel 44 van de Grondwet wordt eveneens in die zin geherformuleerd.

2 Er wordt verwezen naar de intentie van de indiener van het amendement om de Senaat volledig af te schaffen.

3 De overgangsbepaling gaat ervan uit, zoals dit overigens door andere voorstellen van de institutionele meerderheid wordt geregeld, dat er in 2014 samenvallende verkiezingen voor zowel het deelstatelijke, het federale als het Europese bestuursniveau zullen worden gehouden. De indiener van dit amendement is daar om democratische en autonomistische redenen een principieel tegenstander van. Door op hetzelfde ogenblik verkiezingen voor verschillende bestuursniveaus te organiseren, belet men de kiezer immers zich volmondig uit te spreken over het beleid dat door elk van deze verschillende bestuursniveaus werd gevoerd. In de praktijk zal de kiezer zich in zijn stemgedrag immers laten leiden door het beleid dat door het meest dominante bestuursniveau werd gevoerd. Samenvallende verkiezingen monden derhalve per definitie uit in een verschraling van het democratische gehalte van onze samenleving. Bovendien leiden samenvallende verkiezingen onvermijdelijk tot een feitelijke inperking van de autonomie van de deelstaten, zoals dat in het verleden reeds meermaals werd aangetoond. In de praktijk betekent dit immers dat hierdoor de coalitie- en regeringsvorming op deelstatelijk niveau wordt afgestemd op de coalitie- en regeringsvorming op het federale niveau. Dit brengt op zijn beurt met zich mee dat het beleid van de deelstaatregeringen en -parlementen vaak wordt afgestemd, zeker in cruciale aangelegenheden, op het beleid van het federale niveau. Het ontneemt met andere woorden de facto aan de deelstaten een groot deel van hun zelfstandige dynamiek doordat het hen veel meer onderhorig maakt aan het federale niveau. Voor de indiener van dit amendement, die van oordeel is dat de deelstaten integendeel een zo groot mogelijke zelfstandige dynamiek moeten kunnen ontwikkelen, is dit onaanvaardbaar.

Aangezien de afschaffing van de Senaat best ingaat vanaf de eerstvolgende vernieuwing van het Parlement, is het voorts nodig in een overgangsbepaling te voorzien voor de tussenliggende periode.

Bart LAEREMANS.