Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-87

ZITTING 2006-2007

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Leefmilieu en minister van Pensioenen

Vraag nr. 3-6743 van mevrouw De Schamphelaere d.d. 23 januari 2007 (N.) :
Leerkrachten. — Weduwepensioen. — AnomalieŽn.

Leerkrachten die een weduwepensioen genieten zijn actueel beperkt in hun lesopdracht aangezien ze niet meer dan een bepaald bedrag mogen (bij-)verdienen om dit pensioen te blijven behouden. Als die leerkrachten opteren voor een ruimere lesopdracht wordt dit gegeven problematisch, want ze verliezen hun pensioen als inkomen van het gezin.

De anomalie ligt hierin dat een leerkracht die haar lesopdracht wenst uit te breiden op 1 september (de geijkte startdatum van een nieuw schooljaar), het volledige weduwepensioen dat zij tijdens de eerste acht maanden van hetzelfde kalenderjaar kreeg uitbetaald, moet terugstorten. Dit moet overigens verplicht gebeuren via ťťn enkele (terug-)storting van het volledige reeds ontvangen bedrag.

Enig alternatief om deze zware financiŽle aderlating te omzeilen is dat de betrokkenen ervoor kunnen kiezen om hun weduwepensioen niet meer te laten uitbetalen vanaf 1 januari van het kalenderjaar waarin zij pas op 1 september een uitbreiding van lesopdracht opnemen. Voor een weduwe met bijvoorbeeld twee minderjarige kinderen ten laste betekent dit niet meer of minder dan (over-)leven met vijfendertig procent van een wedde voor een voltijdse betrekking !

De bepalingen in verband met de toekenning van weduwepensioen aan leerkrachten hebben trouwens nog een absurd kantje. Als een weduwe bijvoorbeeld in augustus opnieuw in het huwelijk treedt (waarbij het weduwepensioen uiteraard automatisch vervalt) hoeft zij niets terug te betalen, ook al heeft zij op 1 januari van datzelfde kalenderjaar gťťn afstand gedaan van haar weduwepensioen en ook al breidt zij op 1 september (steeds binnen hetzelfde kalenderjaar) haar lesopdracht uit !

Voor een goed begrip herhaal ik even dat — een eventueel tweede huwelijk buiten beschouwing gelaten — een school pas regelingen in verband met de lesopdracht kan treffen op 1 september en de leerkracht hierop reeds acht maanden vroeger moet anticiperen, namelijk op 1 januari. Casu quo levert het afzien van een weduwepensioen dus gedurende acht maanden een zeer ernstige financiŽle bestraffing op. Nochtans is de oplossing voor deze anomalie vrij eenvoudig en kan het bijverdienen door een uitgebreide lesopdracht aangegaan per 1 september binnen eenzelfde kalenderjaar makkelijk gekoppeld worden aan een correcte vergoeding tijdens het aantal maanden (voorafgaand aan de uitbreiding van de lesopdracht) waarvoor er weduwepensioen werd ontvangen : indien een weduwe vanaf 1 september een bijkomende lesopdracht aanneemt, kan ze maar twee derden van het door de pensioendienst bepaalde jaarlijkse bedrag krijgen. Deze oplossing lijkt me alvast logisch en redelijk.

Mag ik de geachte minister vragen of hij een initiatief overweegt om voor weduwes (leerkrachten) met kinderlast de huidige anomalie weg te werken ?