Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-62

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eerste minister en minister van Begroting en Consumentenzaken (Consumentenzaken)

Vraag nr. 3-4244 van de heer Willems d.d. 2 februari 2006 (N.) :
Internetfraude. — Phishing.

De toegenomen en meer sluitende wetgeving in verband met internetbedreigingen heeft reeds vruchten afgeworpen wat virussen betreft. In 2005 was slechts 1 % van de waargenomen internetbedreigingen een virus.

De kwaadaardige en schadelijke software, bedoeld om er financieel gewin uit te puren, is echter aan een opmars bezig. Een van de grootste bedreigingen voor bedrijven en particulieren is « phishing » of online fraude, waardoor internetcriminelen trachten paswoorden, persoonlijke gegevens, rekeningnummers en bankdetails van hun slachtoffers te weten te komen.

De Anti-Phishing Working Group (APWG) leerde uit een recent uitgevoerde studie dat bijvoorbeeld in juli 2005 alléén al 70 bedrijven, voornamelijk uit de financiële sector, te maken kregen met phishing.

1. Welke maatregelen heeft de geachte vice-eerste minister reeds genomen om een fenomeen als phishing te bestrijden ?

2. Welke maatregelen staan er op korte termijn nog op het programma ?

3. Plant ze een specifiek overleg met de financiële sector hieromtrent ?

Antwoord : 1. De algemene directie Controle en Bemiddeling heeft in het kader van haar preventiecampagne tegen consumentenbedrog een perscommuniqué uitgegeven om de houders van een e-mailadres attent te maken op het probleem. Bovendien is er tijdens de door haar in februari 2006 georganiseerde campagne tegen bedrog opnieuw specifieke informatie inzake phishing verspreid. Deze gegevens komen op het website van de federale overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie : http://mineco.fgov.be.

Overigens heeft de algemene directie Controle en Bemiddeling na een phishinggeval betreffende een bankinstelling met maatschappelijke zetel in België vast kunnen stellen dat deze instelling voorzichtigheidshalve de informatie aan haar klanten doorgegeven had op haar website en in een bij de rekeninguittreksels gevoegde voorlichtingsfolder. Ook heeft voormelde instelling haar personeel voor deze problematiek gesensibiliseerd en verspreidt ze elke beschikbare informatie binnen de internationale groep waar ze toe behoort, teneinde de valse sites te identificeren en te doen deactiveren.

2. De algemene directie Controle en Bemiddeling is niet bevoegd voor het opsporen en vaststellen van inbreuken bestaande in (pogingen tot) oplichting bij middel van phishing. Daarom treedt zij louter preventief op.

Wat betreft de vaststellingen van de politiediensten verwijs ik u naar de bevoegdheid van mijn collega, de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken.

3. De maatregelen vrijwillig genomen door de instelling, welke zelf het slachtoffer is van dit fenomeen, lijken thans dus te volstaan.