3-1697/2

3-1697/2

Belgische Senaat

ZITTING 2005-2006

17 MEI 2006


Wetsontwerp tot wijziging van artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiėle transacties en de financiėle markten en van de artikelen 121, § 1, 1ŗ, en 122 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE FINANCIĖN EN VOOR DE ECONOMISCHE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

DE HEER WILLEMS


I. INLEIDING

Dit verplicht bicameraal wetsontwerp werd door de regering in de Kamer van volksvertegenwoordigers ingediend op 16 maart 2006, samen met een optioneel bicameraal luik (zie stuk Kamer, nr. 51-2344).

Het ontwerp werd er op 4 mei 2006 ne varietur aangenomen en op 5 mei 2006 aan de Senaat overgezonden.

Het optioneel bicameraal ontwerp werd door de Senaat niet geėvoceerd en op 11 mei ter bekrachtiging aan de Kamer overgezonden.

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 17 mei 2006.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE MINISTER VAN FINANCIĖN

Dit wetsontwerp beoogt voornamelijk de omzetting van de Prospectusrichtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003.

Naar aanleiding van een aantal opmerkingen van de Raad van State werd de basistekst van het wetsontwerp opgesplitst in twee luiken, het ene met aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en het andere met aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Enkel dit laatste ligt hier ter bespreking voor. Het beperkt zich tot aanpassingen enerzijds aan artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiėle transacties en de financiėle markten en, anderzijds, aan artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten.

Het betreft het aanbrengen van correcte verwijzingsregels naar de nieuwe wet en naar de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles.

Daarnaast brengt men nog een correctie aan bij de nummering van artikel 122 in de voornoemde wet van 2 augustus 2002.

Kortom, het gaat louter om technische bepalingen.

III. BESPREKING

De heer Willems wenst nadere uitleg over de rol van de CBFA in de regeling die in het luik art. 78 van de Grondwet wordt vastgelegd. Er komt een Europees paspoort van prospectussen, doch inzake publiciteit blijft de CBFA een rol spelen.

Het lijkt hem niet denkbeeldig dat de CBFA van die bevoegdheid zou gebruikmaken om toch inhoudelijk naar de prospectus toe een aantal bijkomende voorwaarden te gaan opleggen.

Hoe wordt dit risico ingeperkt ?

Het ontwerp heeft niet alleen betrekking op collectieve beleggingsfondsen, maar ook op overnameaanbiedingen. Welke aspecten van de prospectus blijven puur nationaal geregeld en moeten dus per lidstaat worden goedgekeurd ?

Voor de minister is het duidelijk dat de controle op de reclame de CBFA niet toestaat te eisen dat bijkomende gegevens in de prospectus worden opgenomen.

Wat de inhoud van de prospectus betreft, is de harmonisering nu maximaal dankzij een Europese verordening die zelfs niet in Belgisch recht is omgezet omdat ze rechtstreeks van toepassing is. De CBFA gaat na of alle door die verordening vereiste gegevens — die heel nauwkeurig en volledig zijn opgesomd — aanwezig zijn. Zij kan niet eisen dat bijkomende gegevens worden opgenomen.

Wat de reclame betreft voorziet de Prospectusrichtlijn slechts in een minimale harmonisering. Op dat vlak is er geen Europees paspoort. Er bestaan vereisten. De richtlijn bepaalt dat die gecontroleerd moeten worden door de overheid die bevoegd is voor de controle van de prospectus. Dat betekent echter niet dat er voor de reclame, nadat die eenmaal is gecontroleerd, ook een paspoortsysteem wordt ingevoerd en dat de overheid van de lidstaat van ontvangst geen enkele controle meer mag uitoefenen. De CBFA kan dus effectief een controle uitoefenen op de reclame voor sommige verrichtingen die in Belgiė onder de dekmantel van het paspoort plaatsvinden.

Die controle op de reclame zal nooit beletten dat de verrichting plaatsvindt. Zij vormt dus geen obstakel voor het paspoortsysteem dat geldt voor de prospectus, en zal de verspreiding ervan niet beletten.

Het is de bedoeling om inzake de verdeling en het aanbod van financiėle producten in Belgiė, een vrij gevoelige en ingewikkelde aangelegenheid, na te gaan of de reclame niet misleidend of foutief is, en om eventueel een aantal eisen te stellen voor gestructureerde en complexe producten.

Wat de tweede vraag van de heer Willems betreft, wijst de minister erop dat de Prospectusrichtlijn een aantal zaken harmoniseert, waaronder alle aanbiedingen van effecten aan het publiek voor een bedrag van meer dan 2 500 000 euro.

Het aanbieden aan het publiek van producten die geen effecten zijn, bijvoorbeeld niet-verhandelbare producten, valt echter niet onder het toepassingsgebied van de Prospectusrichtlijn. In dit geval staat het elke lidstaat vrij een eigen regeling uit te werken.

Ook aanbiedingen van effecten voor minder dan 2 500 000 euro vallen buiten het toepassingsgebied van de richtlijn. Ook hier staat het elke lidstaat vrij een eigen regeling uit te werken.

De richtlijn harmoniseert ook alles wat te maken heeft met de toelating van de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt. Het toelaten tot de handel op niet-gereglementeerde markten, zoals de Vrije markt, wordt integendeel niet door de richtlijn geharmoniseerd. Bijgevolg staat het elke lidstaat vrij een eigen regeling uit te werken.

IV. TEKSTCORRECTIES

De commissie beslist nog een aantal legistieke correcties aan te brengen.

Vermits de twee wijzigingen voorgesteld in artikel 2 slaan op het tweede lid van artikel 220 van de wet van 4 december 1990, worden de woorden « tweede lid » geschrapt onder a) en b), maar ingevoegd in limine van de inleidende zin.

Bovendien worden onder a), na de woorden « het 2ŗ », de woorden « vervangen bij de wet van 3 mei 2003, » ingevoegd.

In de inleidende zin van artikel 3, worden na de woorden « financiėle diensten, », de woorden « , gewijzigd bij de wet van 3 mei 2003, » ingevoegd.

Tot slot wordt in limine van de voorgestelde tekst van artikel 121, § 1, 1ŗ, het cijfer « 1ŗ » ingevoegd.

V. STEMMINGEN

De artikelen 1 tot 4 worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Het wetsontwerp in zijn geheel wordt met dezelfde unanimiteit aangenomen.


Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het uitbrengen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Luc WILLEMS. Jean-Marie DEDECKER.