Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-17

ZITTING 1999-2000

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Justitie

Vraag nr. 626 van mevrouw De Schamphelaere d.d. 5 mei 2000 (N.) :
Examen inzake beroepsbekwaamheid voor magistraten. Vrijstellingsregeling voor bepaalde onderdelen.

Jaarlijks wordt een examen georganiseerd inzake beroepsbekwaamheid met het oog op de werving van magistraten.

Hierbij wil ik wijzen op de te betreuren afwezigheid van een vrijstellingsregeling voor welbepaalde onderdelen van het examen. Wie bijvoorbeeld in het jaar daarvoor naar voldoening een verhandeling en een vonnis kan redigeren, wordt logischerwijze toch verondersteld over dezelfde vaardigheden te beschikken in de jaren daaropvolgend.

Bij deze wil ik de geachte minister vragen of het niet wenselijk is om dergelijke vrijstelling mogelijk te maken ? Dit lijkt mij nodig in het kader van een optimale werving van magistraten.

Antwoord : Artikel 259bis-9, 1, eerste lid, van het Gerechtelijke Wetboek, artikel dat uiterlijk op 2 augustus 2000 in werking treedt, bepaalt dat de Hoge Raad voor de justitie en meer in het bijzonder de verenigde benoemings- en aanwijzingcommissie de programma's voor het examen inzake beroepsbekwaamheid en het vergelijkend examen tot de gerechtelijke stage voorbereidt.

Artikel 259bis-10, 1, 2, van het Gerechtelijk Wetboek, artikel dat uiterlijk op 2 augustus 2000 in werking treedt, bepaalt dat de Hoge Raad voor de justitie en meer in het bijzonder de benoemingscommissies bevoegd zijn voor de organisatie van het examen inzake beroepsbekwaamheid en het vergelijkend examen tot de gerechtelijke stage op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij koninklijk besluit.

Bijgevolg is een eventuele vrijstellingsregeling een punt dat veeleer door de Hoge Raad voor de justitie dient te worden geapprecieerd.

Ten persoonlijken titel vestig ik er de aandacht op dat het vonnis dat tijdens het schriftelijk examengedeelte wordt opgesteld, het voorwerp uitmaakt van een bespreking en discussie tijdens het mondeling gedeelte van het examen. In die optiek lijkt het mij moeilijk om in een vrijstelling te voorzien, omdat men dan niet alleen met het verloop van het mondeling examen in de problemen komt maar ook op het vlak van de gelijke behandeling van de kandidaten.