1-187/6

1-187/6

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996

5 DECEMBER 1995


Wetsontwerp houdende fiscale, financiŽle en diverse bepalingen

(Artikelen 48 en 49)


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR DE HEER BOURGEOIS (1)


I. BESPREKING

De minister van Landsverdediging legt uit dat om het materieel te verkopen dat tengevolge van de uitvoering van het herstructureringsplan van de strijdkrachten overtollig is geworden en de opbrengst van die verkoop te kunnen gebruiken voor het departement, zijn voorgangers toestemming hebben gekregen om in de bevoegdheden te treden van het bestuur der domeinen.

Het gaat om de verlenging van een maatregel die reeds bestaat sedert de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen.

De gemoderniseerde Mirages 5 zijn aan Chili verkocht via een Belgische onderneming. In afwijking van de budgettaire bepalingen blijft de opbrengst van die verkoop verworven.

De opbrengst van die verkopen blijft op een rekening thesaurie-verrichtingen die beschikbaar is voor de minister van Landsverdediging. Duidelijk is dat die middelen slechts zullen worden geordonnanceerd met de toestemming van de inspecteur van FinanciŽn en later met een visum van het Rekenhof.

De uitgaven blijven dus volledig onderworpen aan administratieve en budgettaire controle.

Voorts legt de minister uit welke technieken zijn gebruikt om het materieel te verkopen.

Het is juist dat de Staat traditioneel aankoopt op de openbare markt maar zelden verkoper is.

Wat de onroerende goederen betreft, geschiedt de verkoop via het ministerie van FinanciŽn, Comitť van aankoop, dat tot de openbare verkoop overgaat ten voordele van het departement Landsverdediging.

Wat het materieel betreft, zijn er drie verkoopsmogelijkheden : de openbare verkoop voor een aantal zaken (bijvoorbeeld voor tenten, jeeps, enzovoort), het indienen van aankoopvoorstellen door particulieren, wat leidt tot onderhandse onderhandelingen op basis van de marktprijs, en contracten van Staat tot Staat voor belangrijker aankopen (bij voorbeeld vliegtuigen, tanks, enzovoort).

Op de vraag van een lid antwoordt de minister dat de verkoop van gebouwen en materieel het gevolg is van de reductie van de strijdkrachten, de afschaffing van de militaire dienst, het hergroeperen van bepaalde eenheden en sommige scholen op bepaalde plaatsen.

Dat belet niet dat wij onze internationale verplichtingen moeten nakomen, met name de uitrustingsnormen die gestandaardiseerd zijn binnen N.A.T.O.-verband.

De minister herinnert eraan dat wij sedert de hervorming van de strijdkrachten op gebied van investeringen werken binnen het kader van een plan op middellange termijn (P.M.T.), dat de omvang van de defensie-investeringen vastlegt tot 1997.

Dit plan is door de Regering goedgekeurd en bevat een lijst van het materieel dat moet worden aangekocht tijdens de looptijd van dat plan, daaronder begrepen het bedrag van de dienovereenkomstige investeringen en de data van de daarbij behorende ordonnanceringen.

De minister voegt eraan toe dat de investeringsmiddelen ontoereikend zijn. Daartoe is voorzien in een aan voorwaarden gebonden programma : bijkomende investeringen mogen alleen worden gedaan met de opbrengsten van de verkoop.

II. STEMMING

De artikelen verwezen naar de Commissie voor de Buitenlandse Aangelegenheden zijn in hun geheel aangenomen met 7 stemmen, bij 3 onthoudingen.


Vertrouwen wordt geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De Rapporteur,
Andrť BOURGEOIS.
De Voorzitter,
ValŤre VAUTMANS.

(1) Dit ontwerp is geŽvoceerd op 2 december 1995.