Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-972

van Petra De Sutter (Ecolo-Groen) d.d. 3 juni 2016

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en Federale Culturele Instellingen

Convention on Human Rights and Biomedicine - Ondertekening - Ratificatie - Stand van zaken

bio-ethiek
ratificatie van een overeenkomst
rechten van de mens
geneeskunde
biologie
ongeboren vrucht

Chronologie

3/6/2016Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 7/7/2016)
2/8/2016Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-973

Vraag nr. 6-972 d.d. 3 juni 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

BelgiŽ heeft de " Convention for the protection of Human Rights and Dignity of the Human Being with regard to the Application of Biology and Medicine : Convention on Human Rights and Biomedicine " op 4 april 1997 in Oviedo destijds niet mee ondertekend, en dus ook niet geratificeerd.

Sindsdien is er geen verandering : BelgiŽ steunt deze Conventie niet, wat eigenlijk zoveel wil zeggen als " BelgiŽ houdt geen rekening met het respect van mensenrechten als het over lichaamsmaterialen gaat ".

Aangezien BelgiŽ lid is van de Raad van Europa, vraag ik mij af of dit een vergetelheid is, of er bepaalde redenen zijn waarom BelgiŽ deze Conventie niet heeft ondertekend en / of geratificeerd.

Vandaar mijn vragen :

1) Waarom heeft BelgiŽ de " Convention on Human Rights and Biomedicine " destijds niet mee ondertekend en / of geratificeerd ?

2) Zijn er bepaalde redenen waarom BelgiŽ dat tot op vandaag nog niet heeft gedaan ?

a) Zo ja, welke zijn die ?

b) Zo nee, is BelgiŽ van plan deze Conventie alsnog te ondertekenen en te ratificeren ?

i) Zo ja, tegen wanneer zou de minister dit willen doen ?

ii) Zo nee, waarom niet ?

Antwoord ontvangen op 2 augustus 2016 :

Zoals u weet is de federale overheidsdienst (FOD) Buitenlandse Zaken niet ten gronde bevoegd voor deze materie, maar wij zorgen uiteraard wel voor de algemene coördinatie met betrekking tot de Raad van Europa, onder andere inzake de ondertekening en ratificatie van verdragen die daar ontstaan. In dit kader kan ik u bevestigen dat mijn diensten het dossier van de « Convention on Human Rights and Biomedicine » op de agenda van de Werkgroep « Gemengde Verdragen » geplaatst hebben, waar dit onderwerp op 16 februari 1995 besproken werd. Tijdens de vergadering hebben wij een algemeen overzicht van de onderhandelingen gegeven, evenals een appreciatie van de federale ministers die ten gronde bevoegd waren (Justitie, Volksgezondheid, Wetenschapsbeleid, enz.). De werkgroep bevestigde tijdens diezelfde meeting nog het gemengde karakter van het Verdrag (de Raad van State had zich reeds in 1991 uitgesproken ten gunste van de bevoegdheid van de Gemeenschappen) en de betrokkenheid van de Gemeenschappen bij de onderhandeling van de tekst van het verdrag.

Indien u wenst te weten waarom België het verdrag in kwestie (nog) niet ondertekende, zou ik u dus voorstellen om u te richten tot de collega’s die wél ten gronde bevoegd zijn, zijnde de minister voor Sociale Zaken en Volksgezondheid mevrouw De Block en de minister van Justitie de heer Geens.