Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-9399

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 25 juni 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee

Verzekeraars - Zwarte lijst - Recordaantal mensen - Niet betalen van premies - Precariteit - Bestrijding

autoverzekering
schuldenlast
armoede
verzekeringspremie
verzekering

Chronologie

25/6/2013 Verzending vraag
25/7/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-9399 d.d. 25 juni 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In 2012 werd de zwarte lijst van de verzekeraars uitgebreid met 77.000 landgenoten. Met die stijging van ruim 20 % bereikt de lijst een absoluut record: meer dan 200.000 mensen staan erop. De belangrijkste oorzaak waardoor mensen op die zwarte lijst belanden, blijkt de niet-betaling van de premies. In bijna de helft van de gevallen gaat het om de premie voor de autoverzekering. Hoewel de namen na drie jaar van de lijst worden geschrapt, blijft die toch indrukwekkend aangroeien.

De oorzaak voor de opvallende stijging ligt voor de hand: de mensen hebben het financieel moeilijk, verzekeringspremies nemen een grote hap uit het budget en men hoopt - bij het niet betalen - om aan een "ongeluk" te ontsnappen.

Niemand hoeft te worden overtuigd van de vaak ingrijpende gevolgen van het niet betalen van premies. Dat geldt niet alleen voor de slachtoffers - die kunnen grotendeels een beroep doen op waarborgfondsen-, maar ook voor de wanbetalers die door vaak ontiegelijk hoge schadebedragen voor vele jaren in financiŽle moeilijkheden belanden. Tegelijkertijd weten de verzekeringsmaatschappijen dat ze de premies zelden kunnen recupereren en - last but not least - draait ook de gemeenschap op voor hoge kosten. Dan vermeld ik niet eens de diepmenselijke gevolgen van de drama's.

Hier rijst een fundamenteel probleem in onze rechts- en verzorgingsstaat. Juist omdat de kloof tussen arm en rijk toeneemt, groeit ook het aantal niet-betaalde verzekeringspremies waardoor een extra opeenstapeling van ernstige menselijke, financiŽle en gemeenschapsproblemen ontstaat. Hier dringen zich wellicht structurele maatregelen op die zeker de mensen met financiŽle problemen verhinderen om in de valstrik van niet-betaalde premies te stappen en tegelijkertijd ook de gemeenschap beschermen tegen de vloedgolf van problemen die onbetaalde premies kunnen verwekken.

1) Bevestigt de minister de onrustbarende stijging van het aantal mensen die op de "zwarte" lijst van de verzekeraars wordt opgenomen? Beaamt hij de correlatie daarvan met een toenemende precariteit?

2) Op welke wijze kan de minister de opstapeling van problemen, met alle menselijke en financiŽle ellende verbonden aan de gevolgen van onbetaalde verzekeringspremies, op een structurele wijze succesvol bestrijden?

3) Bestaan er mechanismen, systemen enzovoort om mensen tegen de keuze van het niet betalen van verzekeringspremies te beschermen of botst de overheid hier op een grens van autonomie van burgers, waartegen geen maatregelen bestand zijn?

4) Hoe beoordeelt de minister de oproep van Test-Aankoop om de zwarte lijst gewoon af te schaffen?

Antwoord ontvangen op 25 juli 2013 :

1. Het jaarverslag van het Economisch Samenwerkingsverband DATASSUR bevestigt inderdaad een stijging van het aantal registraties in het zogenaamde RSR- bestand, waarvan de meeste te maken hebben met de niet-betaling van de premie. Er kan van uitgegaan worden dat deze stijging onder meer te maken heeft met de gevolgen van de economische en financiële crisis.

2.en 3. Er bestaan geen specifieke oplossingen om de menselijke en financiële gevolgen van het niet-betalen van verzekeringspremies te bestrijden. Vaak kaderen betalingsproblemen in een bredere armoedeproblematiek die behoort tot de bevoegdheid van mijn collega, de Staatssecretaris van Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding.

4. Voor mij is het op dit moment geen uitgemaakte zaak welke de beste methode is om eventuele misbruiken met deze zwarte lijst tegen te gaan. Test aankoop suggereert een verbod op dit privé initiatief, anderen vragen dan weer om specifieke regelgeving.

Feit is dat de lijst op dit moment reeds onder de privacywetgeving valt en dus aan het toezicht van de privacy commissie onderworpen is. Deze commissie heeft in het verleden overigens al laten merken niet onverdeeld gelukkig te zijn met deze lijst. Ten gevolge van opmerkingen van de commissie werd in het verleden de bewaartijd reeds ingekort. Ik weet niet of dit voldoende is.

Een afzonderlijke regulering uitwerken specifiek voor deze lijst zou deze lijst dan weer kunnen legitimeren. Wat ik liever zou vermijden. Ik denk er eerder aan om een algemene motiveringsplicht in te voeren in het geval dat een verzekering geweigerd word. Deze piste is echter nog in een vroeg stadium en zeker nog niet goedgekeurd binnen de regering. Op dit moment wordt de mogelijkheid van een algemene motiveringsplicht wel onderzocht door mij in samenwerking met mijn collega van financiën.