Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-9325

van Lies Jans (N-VA) d.d. 11 juni 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee

Strijd tegen armoede - Automatisering van rechten - Energiesector - Federale Overheidsdienst Economie - Sociaal tarief voor energie en gas - Personen met een handicap

armoede
elektrische energie
aardgas
gehandicapte
gereduceerde prijs
gegevensbank
energieprijs
sociaal achtergestelde groep
sociale rechten

Chronologie

11/6/2013 Verzending vraag
19/8/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-9325 d.d. 11 juni 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In de strijd tegen de armoede is een automatische toekenning van rechten een na te streven doel om te garanderen dat eenieder zijn rechten kan laten gelden. Zo bepaalt het federale regeerakkoord dat overal waar mogelijk de automatische toekenning van sociale rechten versneld zal worden ingevoerd. Ook het Federaal Actieplan voor Administratieve Vereenvoudiging 2012-2015 bevat maatregelen om bepaalde rechten automatisch toe te kennen. Hetzelfde geldt voor het Federaal Plan Armoedebestrijding dat de federale regering heeft goedgekeurd op 14 september 2012.

In het kader daarvan heeft het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting op vraag van zijn begeleidingscommissie een nota uitgewerkt rond de automatische toekenning van de rechten. Het heeft onderzocht welke rechten al automatisch worden toegekend, en vooral voor welke rechten een ambtshalve onderzoek vanwege de bevoegde instanties mogelijk is naar de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om het recht te openen.

Zoals beschreven in de nota is het doel van de automatisering een grotere effectiviteit van rechten, door een vermindering van de non-take-up van rechten, een fenomeen dat wijder verspreid is dan algemeen gedacht en dat in het bijzonder de meest kwetsbare mensen treft. In termen van armoede vermindert de non-take-up de impact van het sociaal beleid en het zorgt voor een verarming van de personen die de rechten niet vragen waarop ze een beroep zouden kunnen doen.

Met betrekking tot de automatische toekenning van rechten binnen de energiesector, waar de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie instaat voor het automatiseringsproces, lezen we dat het sociaal tarief voor elektriciteit en/of aardgas sinds 1 juli 2009 automatisch wordt toegepast. Dit is een positieve evolutie.

Ondanks de grote inspanningen zijn er nog een aantal problemen. Een bepaald percentage van de rechthebbenden valt namelijk uit de boot omdat soms (onterecht) geen overeenkomst wordt gevonden tussen de gegevens opgenomen in drie verschillende databanken. De gegevens van de drie databanken moeten namelijk worden gekoppeld om de potentiŽle rechthebbenden te kunnen identificeren. Vooral de OCMW-gerechtigden dreigen door die gebrekkige koppeling het sociaal tarief voor hun energiefactuur mis te lopen.

Daarnaast zouden er ook problemen zijn voor de toekenning van het sociaal gas- en elektriciteitstarief aan personen met een handicap. Er is sprake van gebrekkige elektronische uitwisseling van gegevens, waardoor in 2012 nog steeds 62†000 papieren attesten werden uitgereikt.

Naar aanleiding hiervan heb ik de volgende vragen :

1) We lezen dat de FOD Economie zich permanent inzet voor de optimalisering van de automatische toepassing van het sociaal tarief. Welke stappen worden concreet gedaan om het bovenvermelde probleem aan te pakken?

2) Is er een concreet tijdschema voorzien waarbinnen de veranderingen moeten plaatsvinden?

3) Is inzake de toekenning van de sociale tarieven specifiek aan personen met een handicap overleg gepleegd met de diensten van de Directie-generaal Personen met een handicap?

4) Kunnen in casu gezamenlijke stappen worden gedaan om de gebrekkige uitwisseling van gegevens en de lange wachttijden te verhelpen? Zo ja, welke?

5) Hoeveel rechthebbenden genoten in het voorbije jaar het sociaal tarief voor elektriciteit en/of gas?

6) Hoeveel onder hen kregen hun rechten automatisch toegekend?

7) Wat is het totaal bedrag van de toekenningen in het voorbije jaar?

Antwoord ontvangen op 19 augustus 2013 :

De vraag van het geachte lid heeft mijn volle aandacht genoten.

1) Dankzij de permanente inzet van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie is het aantal rechthebbenden, dat het sociaal tarief genieten, sinds de start van de automatisering, in het jaar 2010, sterk gestegen. Terwijl de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) in 2009 aangaf dat er voor elektriciteit 256 000 rechthebbenden het sociaal tarief hadden genoten, zien we dat in 2012 er voor elektriciteit +/- 350 000 rechthebbenden automatisch genieten van het sociaal tarief. Aangezien bijna ieder huishouden een elektriciteitsaansluiting bezit, maar voor verwarming meerdere opties dan aardgas mogelijk zijn, sluiten deze cijfers nauw aan bij het aantal rechthebbenden op het niveau van het gezin.

De FOD Economie heeft zich ook dit jaar opnieuw ingezet om het systeem te optimaliseren. In de eerste helft van 2013 werden de regels voor het vinden van een overeenkomst aangepast om de slaagkans te verhogen.

Echter blijft het automatiseringsproces sterk afhankelijk van de kwaliteit van de aangeleverde gegevens door de authentieke bronnen. Langs de zijde van de energieleveranciers heeft de FOD Economie per leverancier onderzocht, waar zich de grootste problemen voordoen, bij het opstellen van hun klantenbestanden die zij in het kader van de automatische toepassing aan de FOD Economie moeten bezorgen. Maar, zolang de energieleveranciers geen toegang hebben tot de officiële persoonsgegevens (naam, adres, rijksregisternummer, …), zullen fouten blijven voorkomen. Bovendien zijn klanten zich niet bewust van het nut om de gegevens correct door te geven. Het mogen inlezen van de gegevens via de elektronische identiteitskaart bij het opmaken van een contract of energieleveranciers toegang geven tot enkele gegevens van het rijksregister zou het zoeken van een overeenkomst kunnen optimaliseren.

Op de gegevens aangeleverd door de authentieke bronnen van de sociale instellingen, kan de FOD Economie minder invloed uitoefenen. Deze informatie bereikt de FOD Economie enkel via een bevraging van de kruispuntbank van de sociale zekerheid (KSZ), waardoor de FOD Economie geen zicht heeft op de populatie of niet kan onderzoeken welke problemen zich daarbij stellen.

Langs de kant van de sociale instellingen wordt getracht de meest recente informatie omtrent het sociaal statuut van de burger te kennen. Hoe recenter de gegevens, hoe efficiënter de FOD Economie de automatisering in goede banen kan leiden.

De FOD Economie heeft deelgenomen aan het onderzoek van het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting, waarbij tot uiting kwam dat ieder automatiseringsproces bemoeilijkt wordt door de kwaliteit van de te gebruiken bestaande databanken. Deze databanken werden nooit opgemaakt met het oog op kruising van gegevens. Een gezamenlijke aanpak om commerciële bedrijven, rekening houdend met de bescherming van de privacy, toch de mogelijkheid te bieden de functies van de elektronische identiteitskaart te benutten, zou ieder automatiseringsproces ten goede kunnen komen. De FOD Economie (of ander overheden die rechten automatiseren) toelaten via de sociale instellingen meer informatie te ontvangen aangaande de rechthebbende die niet geautomatiseerd werden, zou de FOD Economie in staat stellen deze populatie te onderzoeken en het systeem nog meer te optimaliseren.

2) De permanente inzet waarnaar zij verwijst, behelst zowel het regelmatig sleutelen aan de automatische procedure en informaticaprogramma’s teneinde de overeenkomsten tussen de verschillende databanken te verbeteren, als het verhogen van de kwaliteit en volledigheid van de authentieke bronnen. Het betreft hier bijgevolg vaak zeer IT-technische ingrepen die na de nodige testen en goedkeuringen, geïmplementeerd worden.

Zoals reeds aangegeven in de vorige vraag, zet de FOD Economie zich hiervoor permanent in en zal dit ook blijven doen.

3) De FOD Economie wisselt niet rechtstreeks gegevens uit met de sociale instellingen, maar deze gegevensstroom gebeurt via de KSZ. Het vinden van een overeenkomst wordt niet beïnvloed door deze uitwisseling, maar betreft het vinden van een overeenkomst tussen een klant van een energieleverancier en een persoon in het rijksregister.

Vanuit het wettelijk kader mag en kan de FOD Economie de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid die de volledige lijst van potentieel rechthebbenden beheert, enkel bevragen wat betreft de energieklanten waarvoor een overeenkomst werd gevonden in het Rijksregister. De door de leveranciers aangemelde klanten waarvoor geen overeenkomst werd gevonden in het Rijksregister mogen niet bevraagd worden maar krijgen wel een attest nagestuurd met daarbij de nodige communicatie. Op die manier verliezen deze mensen hun sociaal tarief niet.

Hieruit volgt dat de FOD Economie niet in staat is na te gaan wie deze papieren attesten krijgt nagestuurd, zodat gerichter zoeken naar oplossingen niet mogelijk is.

Wel dient er rekening mee gehouden worden dat de Directie Generaal Personen met een Handicap (DGPH) ook papieren attesten verstuurt naar niet rechthebbenden in die zin dat zij niet aan alle voorwaarden voldoen zoals personen die leven in een gemeenschap en dus niet over een energiecontract beschikken, personen met professionele contracten aangezien de DGPH niet over deze informatie beschikt. Een onderzoek naar de personen die een papieren attest ontvangen, om na te gaan of dit steeds dezelfde burgers zijn of net nieuwe rechthebbenden betreft en waarom zij de papieren attesten ontvangen zou de FOD Economie in de mogelijkheid stellen om eventuele problemen of eventuele overbodigheid aan te pakken.

4) Sowieso zijn alle betrokken actoren continu met elkaar in contact. Daartoe heeft de FOD Economie vanaf het begin van de automatisering van het sociaal tarief een communicatieplatform opgericht dat minstens viermaal per jaar samenkomt om alle aspecten omtrent de sociale tarieven te bespreken, problemen te detecteren en oplossingen te zoeken. Ook wordt er veel aandacht geschonken aan het stroomlijnen van de communicatie op elk niveau naar de energieklant of burger toe. Zowel de leveranciers, de federale overheid, de Openbare Centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW’s) als ook de andere sociale instellingen zijn binnen dit platform vertegenwoordigd.

5) De FOD Economie beschikt enkel over gegevens van de geautomatiseerde contracten voor levering van elektriciteit en aardgas. De Administratie neemt aan dat het totaal aantal rechthebbenden geschat kan worden op 60.000 meer dan het aantal geautomatiseerde contracten, hetzij +/- 410 000.

6) Op 1 januari 2013 waren er +/- 350 000 contracten voor elektriciteit waarop het sociaal tarief werd toegepast, voor de contracten aardgas bedroeg dit aantal +/- 205 000. Aangezien bijna ieder huishouden een elektriciteitsaansluiting bezit, maar voor verwarming meerdere opties dan aardgas mogelijk zijn, sluiten deze cijfers nauw aan bij het aantal rechthebbenden op het niveau van het gezin.

7) Een goede maatstaf om hierover een concreet idee te vormen, zijn de terugbetalingen in 2012 door de CREG aan de ondernemingen uit de sector die beschermde residentiële klanten tegen sociaal maximumprijzen hebben bevoorraad, 105 102 569 euro voor elektriciteit en 79 234 833 euro voor aardgas.