Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-8807

van Sabine Vermeulen (N-VA) d.d. 19 april 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee

De verklaring van Limassol en het ontwerp van marien ruimtelijk plan

Noordzee
diepzee-exploitatie
marien milieu
watercultuur
toerisme
kustgebied

Chronologie

19/4/2013 Verzending vraag
29/5/2013 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-3226

Vraag nr. 5-8807 d.d. 19 april 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op 8 oktober 2012 heeft de Europese Commissie een Europese agenda voor groei en werkgelegenheid in de mariene en maritieme sector opgesteld. De agenda is gericht op de meest veelbelovende gebieden: mariene hernieuwbare energie, aquacultuur, blauwe biotechnologie, kusttoerisme en diepzeemijnbouw.

In deze Verklaring van Limassol roepen de ministers op de juiste voorwaarden te scheppen voor de blauwe economie, door onderzoek en mariene kennis te bevorderen, door maritieme opleiding te faciliteren, door te zorgen voor een kosten efficiŽnte samenwerking op het gebied van de maritieme bewaking, door een betere planning van de maritieme ruimte en door een verdere implementatie van de kaderrichtlijn voor de mariene strategie. Naar aanleiding hiervan zal de Commissie op korte termijn een reeks initiatieven lanceren om het groeipotentieel op genoemde gebieden te verkennen en te ontwikkelen. Er worden acties verwacht inzake maritiem en kusttoerisme, oceaanenergie, blauwe biotechnologie en de winning van delfstoffen op zee en strategische richtsnoeren voor aquacultuur.

Hierover aan de volgende vragen

1) Als antwoord op een vorige vraag met betrekking tot het marien ruimtelijk plan gaf u reeds aan dat er aandacht zal besteed worden aan aquacultuur, bekabeling op zee, stortplaatsen voor baggerslib en een stopcontact op zee.

Zijn er conform de Europese agenda voor groei en werkgelegenheid in de mariene en de maritieme sector, in het ontwerp van het Marien Ruimtelijk Plan Noordzee procedures voorzien tot aanpassing aan de veranderende omgeving om in te spelen op de toekomstige uitdagingen op sociaal, ecologisch of economisch vlak? Ik denk hier bijvoorbeeld aan nieuwe vormen van getijden- en golfslagenergie of biomassa op zee, blauwe biotechnologie, kustverdediging, recreatie en gebieden voor zeewetenschappelijk onderzoek.

2) Het Belgische deel van de Noordzee maakt integraal deel uit van de regionale Noordzee. Activiteiten of nieuwe ontwikkelingen moeten dan ook in een breder perspectief bekeken worden. Op basis van prioriteiten zijn zowel Nederland, het Verenigd Koninkrijk als Frankrijk reeds begonnen met de ontwikkeling van een geÔntegreerd ruimtelijke plan op zee. Heeft de minister overleg met onze buurlanden om het Marien ruimtelijk plan op elkaar af te stemmen?

3) Is er ondertussen reeds een formeel akkoord tussen de verschillende betrokken overheden van de deelstaten om verder werk te maken van ruimtelijke planning op zee? Zo ja, hoe is dit akkoord geformaliseerd? Bestaat hierover een samenwerkingsakkoord?

Antwoord ontvangen op 29 mei 2013 :

1.       Het klopt dat het maritiem ruimtelijk plan een belangrijke pijler wordt voor een geïntegreerd maritiem beleid (cf. Europese Integrated Maritime Policy). Adapatie aan veranderende noden en ontwikkelingen op zee is een essentieel onderdeel van het plan. Het is in wezen een pragmatisch plan om het ruimtegebruik op zee te ordenen. Het plan is zal voortdurend in beweging zijn want om de zes jaar moet de volledige procedure worden heropgestart en een nieuw plan gepubliceerd worden. Dat garandeert dat er op vaste momenten expliciet moet worden nagedacht om nieuwe ontwikkelingen te integreren (principe van adaptive management). Voor acute wijzigingen kan een tussentijdse procedure worden opgestart. Verder is het uiteraard zo dat een aantal nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen. Op ecologisch vlak worden ruimtelijk milieumaatregelen meegenomen die zullen bijdragen tot het halen van de goede milieutoestand (u verwijst terecht naar de mariene strategie). Economisch worden heel wat mogelijkheden gecreëerd. In essentie is het doel van het ruimtelijk plan om economische ontwikkelingen mogelijk te maken. Zo is er een reservatiezone voor het stopcontact op zee, een tracé voor een kabel naar Engeland en concessiegebieden voor de aanleg van een energie-atol. Op vlak van hernieuwbare energie is een grote zone voorzien waar de komende jaren verder windmolens worden geplaatst, maar waar ook ruimte is voor andere vormen van hernieuwbare energie. Het plan maakt ook nieuwe activiteiten als viskweek op onze Noordzee mogelijk door de windmolenzone hier gedeeltelijk beschikbaar te stellen. Voor kustverdediging wordt voldoende zand gegarandeerd en wordt een zone voor experimenten aangeduid (testen van het effect van het ophogen van zandbanken). Recreatie is in principe overal mogelijk, alleen wordt bodemberoerende sportvisserij in het natuurgebied de Vlaamse Banken verboden en is de windmolenzone om veiligheidsredenen niet toegankelijk. Wetenschappelijk onderzoek is in principe overal mogelijk.       

2.       Er is ruim overleg met de buurlanden (Frankrijk, Nederland, Groot-Brittannië); de procedure voorziet ook een consultatie met de buurlanden tijdens de openbare consultatie. In Nederland is er een Noordzeeplan, Groot-Brittannië werkt aan verschillende deelplannen per stuk kustlijn. Frankrijk maakt ook stappen richting mariene ruimtelijke planning.    

3.       De procedure MRP voorziet vanaf het begin overleg met alle Vlaamse administraties via de Raadgevende Commissie. Het ontwerp-plan wordt in een later stadium nog eens voorgelegd aan de deelstaten. Voor de uitvoering van het MRP zal voor verschillende aspecten nauw worden samengewerkt met Vlaanderen.