Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-8186

van Karl Vanlouwe (N-VA) d.d. 19 februari 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee

Cyberdefensieproject - CERT (federale cyber emergency team) - Beveiligingsnormen - Disaster Recovery Plan - Samenwerkingsverbanden - Personeel - Proactiviteit - Cyberaanvallen - IndustriŽle cyberspionage

computercriminaliteit
gegevensbescherming
ministerie

Chronologie

19/2/2013 Verzending vraag
28/3/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-8186 d.d. 19 februari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In de media verschenen op 20 november 2012 de eerste details van de langverwachte federale cybernota. Zo rapporteerden De Tijd en De Standaard dat er plannen bestaan voor de oprichting van een "Centrum voor Cyberveiligheid", die de federale coŲrdinatie op zich zou moeten nemen. Het centrum zou ook de taak op zich nemen om de burgers en de bedrijven aan te sporen meer aandacht te besteden aan veiligheid op het internet. Naar verluidt zou een twintigtal experts deel uitmaken van dit centrum en alle computerincidenten in dit land opvolgen en het federaal cyberbeleid op zich nemen.

Vervolgens werd bekendgemaakt dat de Ministerraad op 21 december beslist heeft om een cyberstrategie te ontwikkelen die vorm zal geven aan een federaal veiligheidsbeleid voor informatienetwerken en -systemen in BelgiŽ dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer garandeert. "De cyberstrategie identificeert de cyberdreiging, verbetert de veiligheid en versnelt het reactievermogen. Het project is het resultaat van een overlegplatform voor de informatieveiligheid BelNIS (Belgian Network Information Security). De eerste minister voert de cyberstrategie in naam van de Ministerraad uit."

In de strategie worden drie strategische doelstellingen vooropgesteld om de cyberveiligheid van de moderne samenleving te garanderen:

1. Streven naar een veilige en betrouwbare cyberspace met respect voor de fundamentele rechten en waarden van de moderne samenleving;

2. Streven naar een optimale beveiliging en bescherming van de kritieke infrastructuren en overheidssystemen tegen de cyberdreiging;

3. Ontwikkelen van eigen cyber security capaciteit voor een onafhankelijk veiligheidsbeleid en een gepaste reactie op veiligheidsincidenten.

Mijn vragen aan de minister zijn:

1) Hoeveel cybercrime-incidenten heeft het CERT (federale cyber emergency team) behandeld in 2012?

a) Hoeveel incidenten worden momenteel onderzocht? Voor hoeveel was een domeinoverschrijdend onderzoek nodig?

b) In hoeveel gevallen heeft het CERT cybercrimemeldingen doorverwezen naar andere autoriteiten en FOD's, zoals FOD Justitie en FOD Binnenlandse Zaken (FCCU), en eventueel naar supranationaal niveau?

c) Gelieve een onderverdeling van de incidenten te geven van normale/ernstige/grote incidenten, met enkele concrete voorbeelden die bij elke klasse horen.

2) Hoe verloopt het functioneren van het CERT?

a) Kan de minister stellen dat het CERT voldoende naambekendheid geniet bij zijn doelpubliek? Hoeveel hits kreeg de website in 2012 per maand, en wat is de evolutie hierin?

b) Heeft het CERT reeds het European Cert-label (EGC) verworven?

3) Bestaat er een zogenaamd Disaster Recovery Plan als plan B, indien de kritieke systemen van ons land het slachtoffer worden van een cyberaanval?

a) Werd dit reeds binnen BelNIS besproken en wat is de stand van zaken hiervan?

b) Voert het departement van de minister controles uit op de crisisplannen van operatoren van kritieke infrastructuren, zoals beschreven in de wet van 1 juli 2011 betreffende de veiligheid en bescherming van kritieke infrastructuren? Wat zijn de conclusies hiervan?

4) Hoe verloopt de samenwerking met de Federale Overheidsdienst (FOD) die de coŲrdinatie over het cyberdefensieproject heeft?

a) Heeft de FOD Justitie nog steeds de coŲrdinatie?

b) Welke invloed heeft het kabinet van de eerste minister en het Ministerieel Comitť voor Inlichtingen en Veiligheid op het uitstippelen van de Cyberstrategie?

5) Hoe verloopt de samenwerking met het kabinet van de eerste minister, de FOD's Binnenlandse Zaken, ICT, Defensie, Wetenschapsbeleid en Buitenlandse Zaken in het kader van cyberdefensie? Werd die samenwerking reeds geformaliseerd zodat de CERT en FOD Justitie bij incidenten tijdig kunnen optreden?

a) Hoe werd de FOD van de minister geraadpleegd met betrekking tot het opstellen van een federale cyberstrategie?

b) Hoe ziet die strategie er volgens de minister idealiter uit?

6) Het Comitť I maakte zich meermaals zorgen om het personeelsbeleid van de inlichtingendiensten en het gebrek aan fondsen om gekwalificeerde personeelsleden te rekruteren.

a) Wordt het departement van de minister ook met dit probleem geconfronteerd?

b) Hoeveel personen houden zich binnen de FOD Economie bezig met cyberveiligheid, en werden in 2012 nieuwe krachten aangeworven?

7) Is het departement van de minister er voorstander van om meer slagkracht te krijgen om cyberaanvallen te kunnen neutraliseren in plaats van slechts achteraf defensief kunnen reageren?

a) Zou dit volgens de minister ook proactief mogen gebeuren? Wanneer en door welke autoriteit?

b) Op welke gelegenheden werd het departement van de minister in het afgelopen jaar betrokken bij cyberoefeningen, zowel op nationaal als internationaal vlak?

8) Hoeveel keer werd de FOD Economie het slachtoffer van cybercriminelen? Zijn hier ook gesofisticeerde intrusies bij? Wat is het aandeel van cyberintrusies die doelbewust op zoek zijn naar gevoelige overheidsinformatie?

9) Welke infrastructuren worden door de FOD Economie als kritiek en gevoelig geÔdentificeerd en krijgen prioriteit in cyberdefensie?

10) In hoeverre zijn de middenstand, kmo's en zelfstandigen in BelgiŽ het slachtoffer van economische en industriŽle cyberspionage?

a) Hoe groot bedraagt de economische schade van cyberspionage op Belgische kmo's ?

b) Hoe evalueert de minister de cyberbeveiliging van de kmo's?

11) Bestaan er reeds maatregelen die uitgaan van het departement van de minister om de middenstand, kmo's en zelfstandigen te beschermen tegen economische en industriŽle cyberspionage?

12) Welke inspanningen kan de regering doen om ons land minder kwetsbaar te maken voor economische en industriŽle cyberspionage?

13) Werd het departement van de minister reeds gecontacteerd door Belgische ondernemers die het slachtoffer zijn geworden van economische en industriŽle cyberspionage en een daadkrachtiger optreden van de overheid vragen? Heeft de minister hier cijfergegevens over? Over welke ondernemingen gaat het? Hebben die ondernemers zich gebundeld om hun eisen meer kracht bij te zetten?

a) Hoe werd de FOD van de minister geraadpleegd met betrekking tot het opstellen van een federale cyberstrategie?

b) Hoe ziet die strategie er volgens de minister idealiter uit?

Antwoord ontvangen op 28 maart 2013 :

Ik nodig het geachte lid uit deze vraag te stellen aan de daarvoor bevoegde Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten.