Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-6830

van Danny Pieters (N-VA) d.d. 30 juli 2012

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

Partnerlanden van de Europese Unie - Frauduleuze praktijken

Europese Unie
fraude
overheidsfinanciŽn
economische governance van de EU

Chronologie

30/7/2012Verzending vraag
21/1/2013Antwoord

Vraag nr. 5-6830 d.d. 30 juli 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Is de geachte minister op de hoogte van frauduleuze praktijken bij de opmaak van begrotingen, rekeningen of Europeesrechtelijk voorgeschreven rapporten door partnerlanden van de Europese Unie in de periode 2008 2012?

Deze vraag wordt gesteld in het licht van eerdere verklaringen van federaal minister Reynders dat bij de invoering van de Euro men wel wist dat Griekenland de cijfers aan het opsmukken zou zijn geweest.

Antwoord ontvangen op 21 januari 2013 :

De vraag van de geachte senator betreft in essentie de problematiek van de betrouwbaarheid, en dus geloofwaardigheid, van officiële statistische gegevens. Deze betrouwbaarheid is functie van de aangewende technische criteria van kwaliteitsbeoordeling en van de geloofwaardigheid van de instellingen die de statistieken produceren.

In de context van de financiële crisis en de uitbouw van een daadkrachtiger economische bestuur van de eurozone en van de Europese Unie als geheel krijgt deze problematiek op Europees vlak alle aandacht die ze verdient.

De eerder vastgestelde onnauwkeurigheden in de door Griekenland ingediende statistieken over zijn overheidstekort en overheidsschuld, waarnaar de senator verwijst, hebben in eerste instantie geleid tot een uitbreiding van de inspectiebevoegdheden van Eurostat op het vlak van begrotingsstatistieken.

Vervolgens, in haar Mededeling van 15 april 2011, zette de Europese Commissie haar visie uiteen over een robuust kwaliteitsbeheer voor de Europese statistiek.

(cf. http://eur-ex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0211:FIN:NL:PDF).

Meer bepaald wijst de Commissie op de noodzaak van een verbetering van de governance van het Europees statistisch systeem (ESS). De door de Commissie voorgenomen strategie wordt intussen in de praktijk gebracht.

Het cruciale belang van het beginsel van professionele onafhankelijkheid van de nationale statistische instituten werd al expliciet erkend door het Europees Parlement en de Raad in het "six-pack" aan wetgeving voor een sterker economisch bestuur, dat in december 2011 in werking is getreden. Op 17 april 2012 deed de Commissie vervolgens een voorstel voor een Verordening tot wijziging van de Verordening nr. 223/2009 betreffende de Europese statistiek. Dit wetgevend voorstel voorziet een verdere aanpassing van het huidige juridische basiskader op het vlak van de onafhankelijkheid van de NSI en van Eurostat; de monitoring door Eurostat van de naleving van de Praktijkcode Europese Statistieken (die dateert van mei 2005); de verduidelijking van de coördinerende rol van de NSI in de nationale statistische systemen; de toegang tot en het gebruik en de integratie van administratieve bestanden.

De Europese Unie-strategie naar een beter kwaliteitsbeheer van de officiële statistieken weerspiegelt zich uiteraard ook in de relaties tussen de Europese Unie en derde landen. Statistische gegevens worden hier verstrekt onder de verantwoordelijkheid van de betrokken nationale instituten voor de statistiek, maar kandidaat-landen moeten zich terdege voorbereiden op dit Europese acquis, terwijl in het geval van de talrijke partnerlanden van de Europese Unie de kwaliteit en betrouwbaarheid van de statistieken een belangrijk aandachtpunt vormt bij bijvoorbeeld het toekennen van begrotingssteun.