Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-6170

van Richard Miller (MR) d.d. 27 april 2012

aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee

De slechte rangschikking van BelgiŽ in de Index van economische vrijheid

overheidsschuld
belastingbeleid
begrotingstekort
economische situatie
economische analyse
economisch onderzoek
economisch liberalisme

Chronologie

27/4/2012 Verzending vraag
29/5/2012 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-1838

Vraag nr. 5-6170 d.d. 27 april 2012 : (Vraag gesteld in het Frans)

Sinds 1995 publiceren de Heritage Foundation en de Wall Street Journal een ď Index van economische vrijheidĒ. Die indicator wordt opgesteld op basis van tien specifieke factoren van economische vrijheid : buitenlandse handel, fiscaliteit, overheidsuitgaven, valuta, investeringen, financiŽn, eigendomsrechten, corruptie, vrije prestaties,...

Dit jaar staat BelgiŽ op de achtendertigste plaats in de rangschikking van de economische vrijheid. Dat betekent dat het zich voortaan in het gezelschap bevindt van landen die kampen met een ongunstige algemene toestand. Van de drieŽnveertig Europese landen staat BelgiŽ trouwens slechts op de achttiende plaats. We zouden immers een score van 69/100 behaald hebben en1,2 punt verloren hebben ten opzichte van vorig jaar. We behalen uiteraard goede scores voor sommige domeinen, bijvoorbeeld voor de vrijheid van handelsverkeer of investering, de corruptiebestrijding en de bescherming van de private eigendom. Toch stel ik vast dat de overheidsuitgaven (honderdachtenzestigste) of de fiscale vrijheid (honderdzesenzeventigste) een droevige score behalen. Ik had graag de mening van de minister hierover gekend.

Wat denkt hij van deze rangschikking? Vindt hij ze geloofwaardig en waarom?

Hoe kan de achtendertigste plaats van BelgiŽ in de algemene rangschikking worden uitgelegd, en meer bepaald, de honderdzesenzeventigste plaats voor de fiscale vrijheid?

Sinds 2011 zou ons land bovendien 12,9 punten verloren hebben voor de factor overheidsuitgaven. Wat denkt de minister daarvan?

Welke beleidsmaatregelen zouden op het vlak van zijn ministeriŽle bevoegdheden kunnen worden genomen om ons land opnieuw te doen stijgen in die rangschikking?

Antwoord ontvangen op 29 mei 2012 :

1) Volgens deze rangschikking behoort België, net zoals zijn belangrijkste handelspartners, tot de groep landen die zo goed als vrij zijn op economisch vlak. Ook België gaat achteruit ten opzichte van de rangschikking van 2011. Men dient voorzichtig te zijn bij het interpreteren van samengestelde indexen, want deze brengen verschillende dimensies (vaak kwantitatief en kwalitatief) in één globale score onder en ze zijn het resultaat van een willekeurige selectie van variabelen en wegingen. In het geval van de index voor economische vrijheid betreft het een eenvoudig rekenkundig gemiddelde op basis van tien factoren, waardoor het gevaar van een afwijking als gevolg van een willekeurige weging beperkt blijft. Men dient in het achterhoofd te houden dat deze index op de eerste plaats dient om de mate van economische vrijheid te meten, onder meer de graad van deregulering van de goederen- en dienstenmarkt en van de arbeidsmarkt, hetgeen niet noodzakelijk een sterkere economische groei en een betere verdeling van de welvaart weerspiegelt.

2) De rangschikking van België is sterk beïnvloed door zijn lage rangschikking op het gebied van belastingvrijheid en overheidsuitgaven. België heeft immers een relatief hoog overheidsbeslag.

3) Als gevolg van de begrotingsmaatregelen die genomen werden om het hoofd te bieden aan de financiële en economische crisis, heeft België ook punten verloren op het vlak van overheidsfinanciën (-12,9 punten). Deze terugval was iets sterker dan bij de meerderheid van de belangrijkste handelspartners: Spanje (-12 punten), Frankrijk (-11,1 punten), Portugal (-10,7 punten), Duitsland (-10,5 punten) en Italië (-9,2 punten).

Volgens de studie kunnen buitensporige overheidsuitgaven een chronisch overheidstekort veroorzaken en de economische dynamiek beteugelen. De methode die aan de basis ligt van de rangschikking is evenwel betwistbaar, in die zin dat een land dat in de richting van 0 % overheidsuitgaven gaat de hoogste score zal krijgen, terwijl het zijn rangschikking zal zien dalen wanneer het er zich van verwijdert. De meeste ontwikkelde economieën die meer dan 30 % van hun bruto binnenlands product (BBP) aan overheidsuitgaven besteden, zijn trouwens in dat opzicht bijzonder slecht gerangschikt (127e plaats voor de Verenigde Staten, 168e voor België, dat achterop blijft met een cijfer van om en bij de 54 %). Hoewel België, net als Frankrijk, een hoog percentage overheidsuitgaven kent, dient men daarbij de besteding, de kwaliteit en de doelmatigheid van de overheidsuitgaven in beschouwing te nemen.

Wat de Belgische overheidsschuld betreft, mag men niet vergeten dat het schuldcijfer van alle overheidsdiensten samen dankzij het schuldverminderingsbeleid kon teruggebracht worden van 107,8 % van het BBP in 2000 naar 84 % van het BBP in 2007, voor dit cijfer terug steeg naar 98,2 % van het BBP in 2011 als gevolg van de financiële crisis en de staatssteun.


Algemene rangschikking

Schuld

 (in % BBP)

Overheidsuitgaven

 (in % BBP)

Rangschikking (overheidsuitgaven)

Duitsland

26

81,2

47,5

150

Spanje

36

68,5

45,8

145

Verenigde Staten

10

102,6

42,2

127

Frankrijk

67

86,4

56,2

170

Portugal

68

107,8

49,8

157

België

38

98,2

54,1

168

Italië

92

120,1

51,8

164



4) Om te kunnen opklimmen in de rangschikking van de “index voor economische vrijheid”, worden door de auteurs van de rangschikking drie punten aangehaald: vermindering van de belastingdruk, verlichting van de uitgaven voor gezondheidszorg, en een hervorming van de arbeidsmarkt. Deze materies vallen niet onder mijn bevoegdheid. Het nationale hervormingsplan dat op 20 april laatsleden werd goedgekeurd door de Ministerraad, voorziet evenwel in een reeks hervormingen voor deze materies. Wat de arbeidsmarkt en de vermindering van de belastingdruk betreft, zijn de federale regering en de gewesten van plan om de fiscale en sociale lasten te verminderen die op de lage en middelgrote inkomens wegen. De werkloosheidsregeling zal meer naar degressiviteit van de prestaties gaan, om geleidelijk over te gaan naar een vast bedrag. Ook de controle van werkzoekenden zal opgedreven worden. In 2012 werd het samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en de gewesten verlengd. De term “passende job” werd enger gedefinieerd om de professionele en geografische mobiliteit te stimuleren. De herziening van het wachtgeld voor jongeren ligt in dezelfde lijn. Ook wordt verder werk gemaakt van een fiscaal stelsel dat meer gericht is op milieuvriendelijk gedrag, met een nieuwe fiscale regeling voor firmawagens. De regering heeft ook beloofd de uitgaven voor de gezondheidszorg te verminderen, om zo een duurzame groei van deze belangrijke sector van de sociale zekerheid veilig te stellen.

Daarnaast werden recent verschillende maatregelen genomen op regelgevend vlak, onder meer om de oprichting van ondernemingen te vereenvoudigen. Bovendien heeft België op het vlak van algemene concurrentiekracht van de economie opmerkelijke prestaties opgetekend, zoals blijkt uit de laatste rangschikkingen van de twee instanties die een autoriteit op dat vlak vormen, met name het World Economic Forum ( WEF) en het Institute for Management Development (IMD). In de rangschikking van het WEF wordt België beschouwd als een land dat zich in de laatste fase van economische ontwikkeling bevindt, het is met andere woorden een “innoverend land”. Het staat op de 15e plaats en gaat daarmee vier plaatsen vooruit ten opzichte van de resultaten van 2010-2011 van het WEF. Inzake basiseisen op het gebied van competitiviteit, efficiëntie van de economie en technologische geavanceerdheid staat België in 2011-2012 respectievelijk op de 22e, de 15e en de 14e plaats.

Ten opzichte van de drie subindicatoren van de globale index van de WEF scoort België in zijn geheel opmerkelijk goed op de volgende punten: gezondheid en basisonderwijs, hoger onderwijs en bijscholing, technologische ontwikkeling en bedrijvigheid van ondernemers en zakenlieden.

In de rangschikking van het IMD gaat België twee plaatsen vooruit en neemt het in 2011 de 23e plaats in op een totaal van 59 bestudeerde landen, tegenover de 25e plaats op 58 landen in 2010.