Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5732

van Inge Faes (N-VA) d.d. 29 februari 2012

aan de minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw

Sociale Zekerheid - Inning van de intresten

sociale zekerheid
sociale uitkering
aflossing
officiŽle statistiek
geografische spreiding
rente
fraude

Chronologie

29/2/2012Verzending vraag
2/5/2012Antwoord

Vraag nr. 5-5732 d.d. 29 februari 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Conform artikel 21 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het "handvest" van de sociaal verzekerde, kunnen intresten gevorderd worden op de onverschuldigd betaalde prestaties vanaf de betaling, indiende onverschuldigde betaling het gevolg is van arglist, bedrog of bedrieglijke handeling van de belanghebbende persoon.

Om een inzicht te verwerven over de hoegrootheid van deze intresten in de sector, had ik dan ook graag antwoord op volgende vragen :

1) Wat is het bedrag dat jaarlijks aan intrest wordt ingevorderd op grond van dit artikel 21?

2) Om hoeveel beslissingen en hoeveel verzekerden gaat het?

Graag een opsplitsing:

- per Federale Overheidsdienst (FOD), per Openbare instelling van sociale zekerheid (OISZ) en per meewerkende instelling van sociale zekerheid die onder uw bevoegdheid vallen;

- per soort van sociale prestatie;

- voor de periode van 2007 tot en met 2011 (per jaar);

- per gewest.

Antwoord ontvangen op 2 mei 2012 :

Er zijn aangaande deze problematiek geen gedetailleerde statistische gegevens voor handen.

Er zijn enkel gegevens beschikbaar aangaande het totaal bedrag aan uitkeringen dat dient teruggevorderd te worden. Bovendien wordt hier geen onderscheid gemaakt tussen de “gewone” terugvorderingen en de “frauduleuze” terugvorderingen.

Er dient opgemerkt dat er veeleer preventief wordt gewerkt, onder andere via uitwisseling van gegevens en voorafgaande controles.