Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5022

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 28 december 2011

aan de minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw

Voedselbanken - Aantal aanvragen

voedselbehoefte
armoede
lompenproletariaat
hulp aan minderbegunstigden
sociaal achtergestelde groep
economische recessie
officiŽle statistiek

Chronologie

28/12/2011Verzending vraag
28/12/2011Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3051

Vraag nr. 5-5022 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar het antwoord van de staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding op mijn eerdere schriftelijke vraag nr. 5-653 waarbij naar u werd verwezen voor de diverse aspecten van mijn toen ingediende vraag. Daarom wend ik mij tot u.

De voedselbanken leveren al jaren uitstekend werk. Via de centralisatie van de geleverde voedingsstoffen, namelijk via de Belgische Federatie van voedselbanken, worden via een efficiŽnt provinciaal gedecentraliseerd netwerk de verschillende deelnemende hulpverleners bereikt, en vervolgens bevoorraad met de levensmiddelen.

Voor de armsten der minstbedeelden vormen deze voedselbanken een onmiskenbare hulp in het aanbod van voedsel.

Gelet op de financiŽle crisis, en mogelijke structurele ontslagen of werktekorten in bepaalde sectoren, is het best mogelijk dat het aantal mensen met de vraag naar gratis voedsel stijgt op middellange termijn.

Gezien het voorgaande kader, kreeg ik graag een antwoord op de volgende vragen :

1. Hoeveel personen doen tot nog toe in 2010 (indirect) beroep op de hulp van voedselbanken?

2. Hoeveel gezinnen zijn afhankelijk op de hulp van de voedselbanken?

3. Hoe worden deze cijfers berekend?

4. Hoeveel personen werden in 2008, 2009 en 2010 geholpen?

5. Is er een trend merkbaar bij zowel het aantal als de aard van de personen die geholpen worden door de voedselbanken? Zo ja, de welke?

Antwoord ontvangen op 28 december 2011 :

Bij wijze van inleiding op de antwoorden op uw vragen, wil ik u erop wijzen dat enkel het beheer van het Belgisch interventie en restitutie bureau (BIRB) belast met de Europese steun geleverd in het kader van het Europese voedselprogramma aan de meest behoeftigen onder mijn bevoegdheden valt.

De producten die via dit programma ter beschikking worden gesteld aan de meest behoeftigen worden verdeeld via de Belgische Voedselbanken, andere zelfstandige liefdadigheidsinstellingen en de OCMW’s. Ongeveer 40 % van de producten die de voedselbanken verdelen, is afkomstig van dit Europese programma.

Het aantal personen dat deze producten verdeeld door het BIRB heeft kunnen genieten bedroeg 224 125 in 2010 (214 359 in 2009). Voor meer dan 50% onder hen gebeurde dit via de voedselbanken (114 900 in 2009, deze cijfers zijn beschikbaar op hun website, www.foodbanks.be.

In antwoord op uw tweede vraag, het BIRB gaat in zijn berekening voor de verdeling van de Europese unie-producten uit van een gemiddelde gezinssamenstelling van 3,5 personen per gezin, waardoor het aantal gezinnen uitkomt op 64 000. Wat betreft de personen die in aanmerking komen voor de verdeling van de producten door het BIRB worden de cijfers berekend op basis van wat de Europese reglementering (Verordening nr. 807/2010) mogelijk maakt. Deze laatste stelt als definitie van “meest behoeftigen” natuurlijke personen, individuen en gezinnen of uit dergelijke personen samengestelde groepen, die zich in een situatie van sociale en financiële afhankelijkheid bevinden die is vastgesteld of erkend op basis van voor de identificatie van de begunstigden bestemde criteria die door de liefdadigheidsinstellingen zijn vastgesteld en door de bevoegde autoriteiten zijn goedgekeurd.

Concreet zijn dit voor het BIRB personen en hun gezin die begunstigden van een leefloon zijn, de daklozen en hun gezin, de personen zonder papieren en hun gezin, de personen in illegaal verblijf en hun gezin en de vluchtelingen en hun gezin. Het Openbaar Centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) kan ook andere categorieën van begunstigden bepalen voor zover deze overeenstemmen met de bovenvermelde Europese definitie.

In antwoord op uw laatste vraag vindt u hieronder de overzichtstabel met betrekking tot de evolutie van het programma.

Jaar

OCMW’s

Liefdadigheidsinstellingen

Aantal begunstigden

2008

322

451

222.750

2009

317

448

214.139

2010

351

438

224.125

2009/2010

+ 10%

-2%

+ 5%

Tot slot ben ik blij u te kunnen melden dat na afloop van de debatten gehouden op 15 december 2011 de Raad van ministers van Landbouw beslist heeft om de Europese steun aan de meest behoeftigen voort te zetten in 2012 en 2013 via een budget dat voortvloeit uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Na een akkoord tussen Duitsland en Frankrijk vormde het aantal stemmen gevormd door de landen die tegen de verlenging waren van deze hulp niet langer een blokkeringsminderheid. Ik ben ervan overtuigd dat dit nieuws een ware opluchting is voor de voedselbanken en alle vrijwilligers actief op het terrein.