Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-3051

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 8 september 2011

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid

Voedselbanken - Aantal aanvragen

voedselbehoefte
armoede
lompenproletariaat
hulp aan minderbegunstigden
sociaal achtergestelde groep
economische recessie
officiŽle statistiek

Chronologie

8/9/2011Verzending vraag
7/12/2011Dossier gesloten

Heringediend als : schriftelijke vraag 5-5022

Vraag nr. 5-3051 d.d. 8 september 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar het antwoord van de staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding op mijn eerdere schriftelijke vraag nr. 5-653 waarbij naar u werd verwezen voor de diverse aspecten van mijn toen ingediende vraag. Daarom wend ik mij tot u.

De voedselbanken leveren al jaren uitstekend werk. Via de centralisatie van de geleverde voedingsstoffen, namelijk via de Belgische Federatie van voedselbanken, worden via een efficiŽnt provinciaal gedecentraliseerd netwerk de verschillende deelnemende hulpverleners bereikt, en vervolgens bevoorraad met de levensmiddelen.

Voor de armsten der minstbedeelden vormen deze voedselbanken een onmiskenbare hulp in het aanbod van voedsel.

Gelet op de financiŽle crisis, en mogelijke structurele ontslagen of werktekorten in bepaalde sectoren, is het best mogelijk dat het aantal mensen met de vraag naar gratis voedsel stijgt op middellange termijn.

Gezien het voorgaande kader, kreeg ik graag een antwoord op de volgende vragen :

1. Hoeveel personen doen tot nog toe in 2010 (indirect) beroep op de hulp van voedselbanken?

2. Hoeveel gezinnen zijn afhankelijk op de hulp van de voedselbanken?

3. Hoe worden deze cijfers berekend?

4. Hoeveel personen werden in 2008, 2009 en 2010 geholpen?

5. Is er een trend merkbaar bij zowel het aantal als de aard van de personen die geholpen worden door de voedselbanken? Zo ja, de welke?