Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-347

van Richard Miller (MR) d.d. 9 november 2010

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid

Zelfstandigen - Moederschaps- en vaderschapsverlof

zelfstandig beroep
zwangerschapsverlof
vaderschapsverlof

Chronologie

9/11/2010Verzending vraag
25/3/2011Antwoord

Vraag nr. 5-347 d.d. 9 november 2010 : (Vraag gesteld in het Frans)

U weet dat het Europees Parlement het voornemen heeft het moederschapsverlof op twintig weken te brengen, met behoud van 100% van de laatste wedde. Die maatregel is echter niet van toepassing op zelfstandigen.

Ik heb volgende, louter informatieve vraag : welke maatregelen voor de moeder en de vader gelden in BelgiŽ voor zelfstandigen bij de geboorte van een kind?

Antwoord ontvangen op 25 maart 2011 :

1. Het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten voorziet de toekenning van een moederschapsuitkering ten voordele van vrouwelijke zelfstandigen of vrouwelijke meewerkende echtgenoten. Deze uitkering wordt toegekend aan de vrouwelijke zelfstandigen tijdens hun moederschapsrust. De artikelen 91 en volgende van dit besluit stellen de toekenningsvoorwaarden en het bedrag ervan vast. Dit bedrag bedraagt momenteel 383,24 euro per week.

Deze moederschapsuitkering is bestemd voor de vrouwelijke zelfstandigen die hun activiteit in hoofdberoep uitoefenen en die met de betaling van hun bijdragen in orde zijn.

De moederschapsrust strekt zich uit over een periode van acht weken (negen in geval van geboorte van een meerling) die enerzijds een verplichte periode van drie weken omvat. Het gaat om een verplichte week prenatale rust vóór de voorziene bevallingsdatum (in de mate van het mogelijke), en twee verplichte weken postnatale rust. Ze omvat anderzijds een periode van vijf (of zes) facultatieve weken. Deze laatste kunnen worden opgenomen vóór de bevalling (vóór de verplichte prenatale periode), of na de bevalling (na de verplichte postnatale periode). Ze moeten niet opeenvolgend opgenomen worden, maar, naar keuze van de vrouwelijke zelfstandige, per periode van zeven kalenderdagen en binnen een termijn van drieëntwintig weken na de bevalling (of eenentwintig weken na de verplichte periode).

Sinds 1 januari 2010 mag de moederschapsrust bovendien verlengd worden met maximum vierentwintig weken wanneer het pasgeboren kind meer dan zeven dagen vanaf zijn geboorte in het ziekenhuis opgenomen moet blijven. Deze verlenging vangt aan na de verplichte postnatale periode van twee weken. In geval van verlenging, vangt de facultatieve postnatale periode aan na de periode van verlenging.

Elke aanvraag voor een moederschapsuitkering moet worden ingediend bij de verzekeringsinstelling (ziekenfonds) van de vrouwelijke zelfstandige.

2. Sinds 1 januari 2010 kan, in geval van overlijden van de moeder vóór het einde van haar moederschapsrust, de zelfstandige die het kind opvangt in zijn gezin het saldo van de niet-gebruikte moederschapsrust van de moeder en de ermee overeenstemmende uitkering bekomen. Het kan gaan om de vader van het kind of elke andere persoon die het pasgeboren kind in zijn gezin opvangt.

3. Het koninklijk besluit van 17 januari 2006 tot invoering van een stelsel van uitkeringen voor moederschapshulp ten gunste van vrouwelijke zelfstandigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques voorziet overigens de mogelijkheid voor de vrouwelijke zelfstandige die haar beroepsactiviteit hervat na haar bevalling, om 105 dienstencheques te bekomen waarvan de aankoopprijs ten laste genomen wordt door het sociaal-verzekeringsfonds waarbij ze is aangesloten.

De moederschapshulp is bestemd voor vrouwelijke zelfstandigen die aangesloten zijn in hoofdberoep of voor vrouwelijke meewerkende echtgenoten, die onderworpen zijn gedurende de twee kwartalen die dat van hun bevalling voorafgingen en die in orde zijn met de betaling van sociale bijdragen. Ze moeten onderworpen blijven tot de toekenning van deze hulp. De aanvraag moet worden ingediend bij het sociaal-verzekeringsfonds waarbij ze is aangesloten, ten vroegste vanaf de zesde maand zwangerschap en ten laatste op het einde van de vijftiende week na de bevallingsdatum.