Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-2687

van Fabienne Winckel (PS) d.d. 8 juli 2011

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid

Gefailleerde ondernemers - Krediet - Begeleiding door de kredietbemiddelaar - Structurele en praktische commerciŽle problemen die moeten worden opgelost - Participatiefonds - Toegekende bedragen

ondernemer
faillissement
Federaal Dienstencentrum
investeringskrediet

Chronologie

8/7/2011Verzending vraag
7/12/2011Dossier gesloten

Vraag nr. 5-2687 d.d. 8 juli 2011 : (Vraag gesteld in het Frans)

In 2009 hebt u voorgesteld het krediet gemakkelijker te maken voor gefailleerden door de automatische aansprakelijkheid van de bankier in geval van een nieuw faillissement op te heffen.

Tegelijkertijd heeft een groep van experts met juristen en leden van uw kabinet en dat van de minister van Justitie werk gemaakt van de hervorming van de verschoning van de foutloze gefailleerde. De verschoonbaarheid van de gefailleerde staat in artikel 80 van de Faillissementswet van 8 augustus1997 en houdt in dat hij niet langer door zijn schuldeisers kan worden vervolgd voor schulden die inherent waren aan de activiteiten van de failliet verklaarde juridische eenheid.

Voor de financiering en de begeleiding kan de gefailleerde kandidaat aankloppen bij het Participatiefonds dat sinds einde 2009 de opdracht heeft gekregen om het tweedekansondernemerschap te ondersteunen.

Dat proefproject had als doel het etiket dat op gefailleerde ondernemers kleeft, weg te werken. De juridische en financiŽle regeling ging gepaard met verschillende steunmaatregelen: een informatiecampagne, een verhoogde samenwerking met de kredietbemiddelaar en met het Kenniscentrum voor financiering van kmo's (KeFiK), een vademecum van de financiering van de kmo's en een instrument om de prestaties van ondernemingen te meten op de website van het KeFiK

Naast die dagelijkse praktische interventies zou de kredietbemiddelaar actief bijdragen tot een evolutie van de toekenning van krediet, door te wijzen op de belangrijkste structurele problemen en aldus de kredietverstrekkers aan te sporen hun praktijken aan te passen aan de noden van de ondernemingen.

Welke structurele problemen blijven op het terrein bestaan? Welke commerciŽle praktijken moeten volgens de kredietbemiddelaar worden verbeterd? Welke bedragen heeft het Participatiefonds in 2010 vrijgemaakt? Hebben de ondernemingen die niet konden worden gered zich te laat tot het KeFiK gewend? Welke kredietinstellingen zijn het meest terughoudend om een bemiddeling toe te staan?