Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-2082

van Richard Miller (MR) d.d. 12 april 2011

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid

Europese instellingen - Vergaderingen en toppen - Groot aantal - Nefaste gevolgen voor de naburige handelszaken - Eventuele financiŽle compensaties

communautaire instelling
topconferentie
Europese Unie
Europese Raad
detailhandel
financieel verlies

Chronologie

12/4/2011Verzending vraag
29/11/2011Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2083

Vraag nr. 5-2082 d.d. 12 april 2011 : (Vraag gesteld in het Frans)

Brussel kan prat gaan op de missie van hoofdstad van Europa die haar is toebedeeld. Ons engagement ten gunste van het behoud van die missie moet permanent en toegewijd zijn. Het opvangen van de meeste Europese instellingen op het grondgebied van onze nationale hoofdstad is niet alleen een bijzonder belangrijk politiek en diplomatiek element, het biedt ook een uitzonderlijk voordeel op het vlak van economische return. Toch wil ik uw aandacht vestigen op een aspect. Ondanks de bijzonder positieve gevolgen voor de Brusselaars en vooral voor de in de omgeving van die instituten gelegen handelszaken, veroorzaken die veelvuldige vergaderingen en Europese Toppen moeilijkheden voor de handel in de buurt van de Europese zetel.

Immers, bij elke grote manifestatie of organisatie van Europese bijeenkomsten of toppen zijn de meeste omliggende straten met daarin talrijke handelszaken afgesloten, is de doorgang en/of parkeren er verboden. Bij een "normale" agenda heeft die tijdelijke ontoegankelijkheid geen al te negatieve gevolgen, maar het grote aantal "Europese evenementen" in een economische crisis, een politieke crisis of zelfs bij een militair optreden , veroorzaakt een veel grotere inkomensderving voor de handelaars. Dat brengt sommigen zelfs in een onhoudbare financiŽle situatie met soms staking van betaling of zelfs de opheffing van hun zaak tot gevolg.

1) Ik wil geenszins kritiek uiten op de rol van Brussel als hoofdstad van Europa, maar ik meen toch dat moet worden nagedacht over het antwoord dat die handelaars kan worden geboden. Tot wat inspireert deze situatie de minister?

2) Is er voorzien in financiŽle compensaties om die handelszaken overlevingskansen te bieden in geval van herhaaldelijke ontoegankelijkheid?

1) Zo neen, wat denkt ze van de invoering van een dergelijk mechanisme?

Antwoord ontvangen op 29 november 2011 :

  1. De door het geachte lid beschreven situatie betreft uiteraard een zeer beperkte geografische zone. Op het eerste gezicht lijkt het moeilijk dat de federale overheid een bijzonder hulpmechanisme ten gunste van sommige Brusselse handelaars uitwerkt dat elders in het land dezelfde kenmerken zou kunnen hebben en zo een potentieel “algemeen belang” zou kunnen wettigen. De Brusselse gewestelijke overheid die bevoegd is voor de economische ontwikkeling van Kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s) lijkt me beter geplaatst om het fijne van de problematiek te onderzoeken. Ik heb bovendien vernomen dat sommige gemeentes maatregelen ten gunste van hun handelaars zouden hebben getroffen.

  2. De maatregel die bepaald wordt bij de wet van 3 december 2005 betreffende de uitkering van een inkomenscompensatievergoeding aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein is niet van toepassing op de aangehaalde zaak. Bij mijn weten is er geen enkele andere bepaling op federaal niveau van toepassing op dit geval.

  3. Als er een federaal initiatief in het leven werd geroepen om een financiële compensatie toe te kennen aan handelaars die toegangsproblemen hebben, zou dit volgens mij eerder in het kader van een uitbreiding van het toepassingsgebied van de bovengenoemde wet plaatsvinden dan door de uitwerking van een nieuwe maatregel.