Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-10455

van Karl Vanlouwe (N-VA) d.d. 26 november 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

de problematiek van achterstallige huur en geleden schade bij buitenlandse diplomaten

personeel in diplomatieke dienst
verhuur van onroerend goed
huurovereenkomst
Benin
officiŽle statistiek
diplomatieke onschendbaarheid

Chronologie

26/11/2013Verzending vraag
4/2/2014Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-3917

Vraag nr. 5-10455 d.d. 26 november 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Samen met Washington D.C. is Brussel de belangrijkste diplomatieke draaischijf ter wereld. Dit betekent dat hier ook duizenden diplomaten en eurocraten gevestigd zijn, hetzij voor een tijdelijk duur, hetzij voor een permanent verblijf. Diplomaten huren meestal een woning omdat zij na enkele jaren naar hun zendland moeten terugkeren of naar een volgende post. Dit betekent dat zij, met de eigenaars van het pand, een huurcontract moeten afsluiten.

In bepaalde gevallen kan dit problemen opleveren. Door de immuniteit, gewaarborgd door het Verdrag van Wenen aangaande diplomatieke relaties (1961), is het moeilijk voor de eigenaars van de panden om de huurders - diplomaten - voor de rechter te brengen indien huur niet werd betaald, of indien er schade werd berokkend aan het pand door de huurder. In zulke gevallen zijn de eigenaars in de eerste plaats aangewezen op bemiddeling door de diensten van de minister, en meer bepaald, de Directie-Generaal Protocol en Veiligheid. Buitenlandse Zaken wijst hier meestal op de problemen van de diplomatieke immuniteit, maar kan wel stappen ondernemen zoals: het afnemen van de voorrechten van de diplomaat of de hele ambassade (diplomatieke nummerplaten, BTW-vrijstelling op benzine) en kan in extremis de diplomaat "persona non grata" verklaren, indien blijkt dat het probleem geen geÔsoleerd geval is.

Graag had ik van de minister geweten:

1) Hoeveel gevallen van achterstallige huur en/of berokkende schade door huurders met diplomatiek statuut zijn de voorbije vijf jaar aangekaart op uw departement? Gelieve een antwoord te geven voor elk van deze jaren.

2) Welke stappen heeft de minister ondernomen? Heeft hij reeds diplomatieke voorrechten afgenomen of diplomaten persona non grata verklaard?

3) In hoeveel van de voornoemde gevallen was de diplomaat - of zijn posthoofd - bereid om zijn/haar diplomatieke immuniteit tijdelijk op te heffen en een reguliere juridische procedure mogelijk te maken?

4) Kan de minister de buitenlandse ambassades in kaart brengen waar de meeste problemen voorkomen? Kan hij bevestigen dat er onder andere problemen zijn met diplomaten van de ambassade van Benin te Brussel?

Antwoord ontvangen op 4 februari 2014 :

Het komt inderdaad geregeld voor dat huiseigenaars de directie Protocol van mijn departement in kennis stellen van huurgeschillen of schade die zij oplopen door de verhuur aan buitenlandse diplomaten.

Het gaat ofwel over het niet tijdig betalen van de huur, betwistingen over de afrekening van de huurlasten of aangerichte schade.

In een aantal gevallen ontstaan deze problemen uit het niet keurig afsluiten van een huurcontract, het niet definiëren van de gebruikelijke huurlasten in België of door het ontbreken van een goede (professionele) plaatsbeschrijving bij aanvang of bij einde van het huurcontract.

1.Het geachte lid gelieve hierna een overzicht te willen vinden van het aantal huurgeschillen waarover de directie Protocol van mijn departement werd ingelicht:

2009: 7

2010: 3

2011: 5

2012: 5

2013:10

2. Zodra de directie Protocol over een geschil gevat wordt, wordt de betrokken diplomaat of de diplomatieke missie schriftelijk aangemaand de eraan verbonden schuld te vereffenen. Dit wordt, indien nodig, meermaals herhaald. Indien prima facie vast staat dat de diplomaat in gebreke is gebleven (wat niet altijd evident is vast te stellen bij schadegevallen) wordt de betrokken Ambassadeur ontboden om hem te wijzen op de verplichtingen van zijn medewerkers of op de verplichtingen van de Zendstaat. In een aantal gevallen heeft deze demarche een positief resultaat; in een aantal andere gevallen blijft ze helaas dode letter.

3. De immuniteit van rechtsmacht van diplomatieke ambtenaren is bepaald in artikel 31, § 1, 2 en 4 van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer. In beginsel heeft een diplomaat bijna een absolute immuniteit van rechtsmacht in de ontvangststaat, ook voor de meeste privéhandelingen. Er zijn drie gevallen waarin geen immuniteit geldt, deze zijn vermeld in het artikel 31, §1 a), b) en c) van het Verdrag van Wenen. Het Belgisch Hof van Cassatie heeft inderdaad op 4 oktober 1984 geoordeeld dat een huurgeschil niet onder de uitzondering van artikel 31, a) valt. Dit lijkt een algemeen aanvaard principe in de Europese landen. Het is bovendien enkel de Zendstaat die de diplomatieke immuniteit geheel of gedeeltelijk kan opheffen. Dit is voor zover mij bekend de laatste jaren niet gebeurd. Er wordt dus steeds getracht de geschillen in de mate van het mogelijke in der minne te regelen.

4. De overgrote meerderheid van huurgeschillen doen zich voor met Afrikaanse diplomaten. Ik kan inderdaad bevestigen dat er verschillende huurkwesties nog niet opgelost zijn met diplomaten van Benin. Ik moet er wel onmiddellijk aan toevoegen dat de Ambassadeur van Benin hiermee geconfronteerd werd en dat sindsdien al een aantal betalingen werden uitgevoerd.