Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-7084

van Christine Defraigne (MR) d.d. 5 maart 2010

aan de staatssecretaris voor de CoŲrdinatie van de fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie

Bankgeheim - Verplichte uitwisseling van bankgegevens op vraag van de fiscus - Recht op bescherming van het privťleven - Lijst met fraudeurs - Aankoop door de fiscale administratie - Geval in Duitsland - Bedrag dat mogelijk invorderbaar is

fiscale controle
belastingfraude
uitwisseling van informatie
eerbiediging van het privť-leven
bankgeheim

Chronologie

5/3/2010Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/4/2010)
6/5/2010Einde zittingsperiode

Vraag nr. 4-7084 d.d. 5 maart 2010 : (Vraag gesteld in het Frans)

Het bankgeheim steunt voornamelijk op artikel 318, eerste alinea, van het Wetboek van Inkomstenbelasting 1992 volgens hetwelk ďde administratie niet gemachtigd (is) in de rekeningen, boeken en documenten van de bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen inlichtingen in te zamelen met het oog op het belasten van hun cliŽntenĒ.

Er bestaan nochtans uitzonderingen. Het bankgeheim wordt opgeheven als de fiscale administratie kan bewijzen dat er concrete aanwijzingen bestaan voor het bestaan of de voorbereiding van een fiscaal fraudemechanisme.

Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende de belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling bepaalt dat inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling die in een lidstaat wordt verricht aan uiteindelijk gerechtigden die een natuurlijke persoon zijn en hun woonplaats in een andere lidstaat hebben, effectief belast worden overeenkomstig het nationaal recht van de laatstgenoemde lidstaat (artikel 1,1). Het mogelijk maken van een effectieve belastingheffing op rentebetalingen in de fiscale woonstaat van de uiteindelijk gerechtigde, kan worden verwezenlijkt door de automatische uitwisseling van informatie over rentebetalingen tussen de lidstaten (artikel 9).

1. Wat is uw standpunt over een eventuele opheffing van het bankgeheim van Belgen in BelgiŽ, meer bepaald de verplichte uitwisseling van informatie van banken op vraag van de fiscus?

2. Zou de opheffing van het bankgeheim in BelgiŽ de regel kunnen worden? Of zou de opheffing betrekking hebben op bepaalde criteria? Zo ja, welke criteria?

3. Denkt u dat de opheffing van het bankgeheim een inbreuk kan betekenen op het recht op bescherming van de privacy?

4. Wat denkt u over het geval van Duitsland dat voor een bedrag van ongeveer 2,5 miljoen euro een lijst met 1 500 Duitse fraudeurs heeft gekocht van een anonieme informatiebron? Denkt BelgiŽ er ook aan in de toekomst lijsten met Belgische fraudeurs te kopen?

5. Welk bedrag zou BelgiŽ kunnen invorderen als het de door Duitsland gekochte lijst zou kunnen raadplegen?