Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-4634

van Christine Defraigne (MR) d.d. 30 september 2009

aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking

Millenniumdoelstellingen (MDG's) - Verwezenlijking in 2015 - Vrees - Conferentie van de Verenigde Naties inzake Handel en Ontwikkeling (UNCTAD) - Rapport

ontwikkelingshulp
Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling
armoede
Afrika
Noord-Zuidbetrekking
Afrika ten zuiden van de Sahara

Chronologie

30/9/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 29/10/2009)
29/10/2009Antwoord

Vraag nr. 4-4634 d.d. 30 september 2009 : (Vraag gesteld in het Frans)

Hoewel de ontwikkelingssamenwerking in 2008 een recordhoogte bereikt heeft, geven de donorlanden volgens de ramingen van de Verenigde Naties jaarlijks nog 35 miljard dollar minder dan ze in 2005 beloofd hadden naar aanleiding van de door de G8 in Gleneagles beloofde jaarlijkse financiŽle hulp en 20 miljard dollar per jaar voor de hulp aan Afrika.

De recente financiŽle en voedselcrisissen en het voortdurende effect van de klimaatverandering zijn factoren die de verwezenlijking van de Millenniumdoelstellingen (MDG's) in de weg staan. De alarmkreet van de Conferentie van de Verenigde Naties inzake Handel en Ontwikkeling (UNCTAD) is vooral bedoeld voor Afrika. De organisatie is van oordeel dat de doelstelling om de armoede er terug te dringen, haast onmogelijk kan worden gerealiseerd.

Wat denkt u van het laatste UNCTAD-rapport? Bevestigen de conclusies van dat rapport uw eigen analyse van de situatie die u op het terrein vaststelt en de cijfers waarover u beschikt?

Ten aanzien van die mislukking van de internationale gemeenschap, had ik graag geweten welke denksporen moeten worden verkend om de armoede in te wereld alsnog te kunnen terugdringen. Hoe kunnen de financiŽle beloften van de G8 worden nagekomen? Moet de datum waarop de millenniumdoelstellingen moeten worden gerealiseerd, niet worden verplaatst van 2015 naar 2020? Wat kan er tegen 2015 nog worden gerealiseerd?

De verwezenlijking van de doelstellingen in 2015 is een van de structurele elementen van onze ontwikkelingssamenwerking. Moeten we een aantal programma's opnieuw bekijken of integendeel meer inspanningen doen om ze te kunnen verwezenlijken?

Antwoord ontvangen op 29 oktober 2009 :

1) Analyse van het rapport van de UNCTAD

Het rapport van de UNCTAD ligt in de lijn van de meeste recente rapporten van de Verenigde Naties en de Wereldbank. De cijfergegevens van deze rapporten stemmen overeen. De financiële crisis, de voedselcrisis en de klimaatcrisis vormen samen een bedreiging voor de vooruitgang die de jongste jaren op het stuk van de verwezenlijking van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen (MDGs) werd geboekt.

Wat sub-Sahara Afrika betreft, stelt het rapport van de UNCTAD dat de MDGs niet kunnen worden verwezenlijkt als gevolg van een afname van de economische groei. Niettegenstaande de geboekte vooruitgang is het best mogelijk dat sub-Sahara Afrika als regio tegen 2015 geen enkele MDG zal kunnen verwezenlijken. Nu is het zo dat sub-Sahara Afrika in 1990, het referentiejaar voor de MDGs, al een grote achterstand had op de andere continenten. Bijvoorbeeld, bijna alle landen van sub-Sahara Afrika scoren slecht op het gebied van armoedebestrijding, ook al zijn de aan Afrika toegekende bedragen tussen 2000 en 2007 bijna verdubbeld. Het is belangrijk erop te wijzen dat alle lidstaten van de Verenigde Naties zich ertoe verbonden hebben een aantal doelstellingen van de MDGs op wereldniveau te zullen verwezenlijken. De MDGs maken derhalve geen deel uit van een nationaal ontwikkelingsprogramma. De doelstellingen moeten op wereldniveau dan wel op regionaal niveau maar niet op nationaal niveau worden verwezenlijkt, ook al is het zaak de situatie in de verschillende ontwikkelingslanden goed op te volgen.

2) Hoe te werk gaan

De officiële ontwikkelingshulp (ODA) is maar een deel van het antwoord. In 2008 bereikte de ODA een historische piek (bijna 120 miljard dollar), zijnde een stijging met 10 % in vergelijking met 2007. Maar er is nog steeds veel achterstand in de uitvoering van de bestaande verbintenissen. De verbintenissen die de G8 in Gleneagles aanging, voorzagen in een jaarlijkse stijging met 34 miljard dollar tot 2010. Tussen 2000 en 2008 verdubbelde België, van zijn kant, nagenoeg de ODA-steun voor de MDGs. In 2010 zal België 0,7 % van zijn BNP aan hulp besteden. Met 0,15 % tot 0,20 % van zijn BNP is ons land nog steeds in lijn met zijn verbintenissen ten aanzien van de minst ontwikkelde landen.

De verwezenlijking van de MDGs is niet alleen een kwestie van omvang maar ook van kwaliteit van de hulp, met name de manier waarop de ODA wordt toegekend en gebruikt (voorwaardelijkheid, niveau van voorspelbaarheid, ownership, afstemming, resultaatgericht beheer). De jongste jaren werden de kanalen van de Belgische samenwerking gemoderniseerd en bijgestuurd om een betere kwaliteit/prijsverhouding te garanderen.

Maar de ODA alleen is niet voldoende om duurzame en eerlijke antwoorden aan te reiken. Om iets te doen aan de structurele oorzaken van het onevenwicht tussen Noord en Zuid, om billijkheid en rechtvaardigheid te bevorderen en om een betere verdeling van de rijkdom zeker te stellen, moeten de beleidsmaatregelen meer samenhang vertonen, met name op handelsgebied (onder meer de Doha-onderhandelingen op handelsgebied). Er moet zo vlug mogelijk iets worden ondernomen, rekening houdend met de klimaatverandering die een ernstig effect kan hebben op de MDGs. De uitdagingen op migratiegebied moeten voorrang krijgen. We moeten ten slotte ook meer investeren in veiligheid en conflictpreventie, omdat er op het stuk van de MDGs geen vooruitgang kan worden geboekt in landen die te kampen hebben met een aanhoudende onveiligheidssituatie.

3) De toekomst van de MDGs

De streefdatum voor de MDGs verdagen, is alleszins geen goed idee en de tegen 2015 te bereiken doelstellingen moeten uiteraard dezelfde blijven. De crisis mag hoe dan ook geen reden zijn voor een neerwaartse bijstelling van de MDGs. Integendeel, ze moet worden aangegrepen om de uitdagingen met betrekking tot ontwikkelingssamenwerking aan te gaan. Er rest de internationale gemeenschap nog zes jaar om de nodige inspanningen te doen met het oog op de verwezenlijking van de MDGs. Dat we nu al weten dat niet alle MDGs tegen 2015 zullen bereikt zijn, neemt niet weg dat we ons moeten blijven inzetten samen met onze partnerlanden. Bij hen rust immers de eerste verantwoordelijkheid voor hun eigen ontwikkeling. We moeten natuurlijk nu al gaan denken aan wat er te gebeuren staat na 2015, om een nieuw ontwikkelingskader uit te tekenen.

Ik zal bij de presentatie van het MDG-verslag 2008 binnen enkele weken nader op deze punten ingaan.