Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-4406

van Ann Somers (Open Vld) d.d. 17 september 2009

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid

Land- en tuinbouwsector - Vrouwelijke aanwezigheid - Huishoudelijke hulp

vrouwelijke arbeidskrachten
vrouwenarbeid
tuinbouw
hulp in het huishouden
officiŽle statistiek
geografische spreiding van de bevolking
landbouwer

Chronologie

17/9/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 22/10/2009)
19/10/2009Antwoord

Vraag nr. 4-4406 d.d. 17 september 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Met betrekking tot de landbouwpopulatie kreeg ik graag een antwoord op de volgende vragen, telkens opgesplitst per jaar en per gewest, voor de periode 2006 tot nu:

1) Hoeveel vrouwelijke land- en tuinbouwers zijn er in hoofd-, respectievelijk. bijberoep en welk is hun aandeel in het totaal aantal land- en tuinbouwers?

2) Is de vrouwelijke aanwezigheid in de land- en tuinbouwsector ( land- en tuinbouwers in hoofdberoep) sterk verschillend naargelang de subsector en leeftijdscategorie (onder en boven de vijftig jaar)?

3) Hoeveel vrouwelijke land- en tuinbouwers besloten tot de stopzetting van hun bedrijf?

4) Welk is hun aandeel in het totaal aantal stopzettingen van land- en tuinbouwbedrijven?

5) Hoeveel vrouwelijke land- en tuinbouwers besloten tot het laten overnemen van hun land- of tuinbouwbedrijf?

6) Hoeveel vrouwelijke land- en tuinbouwers namen een land- of tuinbouwbedrijf over?

7)

a) Ervaart de geachte minister een stijgende vraag vanwege vrouwelijke land- en tuinbouwers voor betaalbare hulp voor huishoudelijke taken?

b) Zo ja, welke maatregelen overweegt zij voor te stellen om hieraan tegemoet te komen

Antwoord ontvangen op 19 oktober 2009 :

In antwoord op uw vraag deel ik u het volgende mee:

De hierna opgegeven tabellen geven voor de land- en de tuinbouwpopulaties een antwoord op de verschillende vragen en dit per gewest en voor de periode 2006 tot 2008.

De hieronder vermelde aantallen betreffende de geografische spreiding per gewest zijn gebaseerd overeenkomstig het officiële (domicilie) of het opgegeven adres van de verzekeringsplichtigen. Dit stemt niet noodzakelijk overeen met de plaats waar de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend. Dit laatste gegeven is trouwens niet gekend door het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen (RSVZ).

Bij de aantallen zijn de mandatarissen van vennootschappen niet inbegrepen.

De verschillende tabellen geven steeds het aantal vrouwen (aangeduid door N) en de vrouwelijke vertegenwoordiging in het totaal van de subsector (aangeduid door %) weer.

In attachment vindt u een aantal zeer gedetailleerde tabellen die als basis hebben gediend voor deze antwoorden. Benevens de land- en de tuinbouwsector vindt u hier ook de andere subsectoren van de bedrijfstak landbouw alsook het aantal mannen in desbetreffende subsectoren. Deze tabellen maken geen deel uit van het antwoord op de parlementaire vraag, doch dienen enkel als informatieve ondersteuning.

1. Ik verwijs naar de gedetailleerde tabel voor meer precieze gegevens maar ik kan u meegeven dat er in 2008, 13 862 vrouwelijke landbouwers waren in hoofdberoep en 647 vrouwelijke landbouwers in bijberoep. (Aandeel = 34,3 % vrouwen)

In 2008, waren er 2 128 vrouwelijke tuinbouwers in hoofdberoep en 215 vrouwelijke tuinbouwers in bijberoep (Aandeel = 12,8 % vrouwen)

Aantal vrouwelijke landbouwers en hun aandeel in het totaal van de subsector (toestand op 31 december)

Aard van bezigheid

Vlaams gewest

Waals gewest

Brussels gewest

In het buitenland

Totaal

Tellingsjaar

N

%

N

%

N

%

N

%

N

%

Hoofdberoep

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

10 030

36,6

5.005

31,8

18

39,1

5

38,5

15.058

34,8

2007

9 605

36,4

4.843

31,6

18

36,7

5

35,7

14.471

34,6

2008

9 188

36,2

4.655

31,1

15

30,0

4

28,6

13.862

34,3

Bijberoep

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

364

12,0

231

13,1

1

9,1

3

33,3

599

12,4

2007

381

12,4

250

13,9

2

22,2

2

22,2

635

13,0

2008

384

12,2

259

13,9

2

25,0

2

22,2

647

12,8

Aantal vrouwelijke tuinbouwers en hun aandeel in het totaal van de subsector (toestand op 31 december)

Aard van bezigheid

Vlaams gewest

Waals gewest

Brussels gewest

In het buitenland

Totaal

Tellingsjaar

N

%

N

%

N

%

N

%

N

%

Hoofdberoep

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

1 831

30,0

266

17,6

31

23,0

0

0,0

2 128

27,5

2007

1 756

29,2

258

16,9

26

20,2

0

0,0

2 040

26,6

2008

1 658

28,3

266

17,1

26

20,0

0

0,0

1 950

25,9

Bijberoep

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

144

6,6

46

4,7

3

8,3

0

0,0

193

6,0

2007

145

6,5

52

5,2

3

8,6

0

0,0

200

6,1

2008

157

7,1

54

5,6

4

10,5

0

0,0

215

6,7

2 Ja, de vrouwelijke aanwezigheid in hoofdberoep is algemeen bij de landbouwers groter in de leeftijdscategorie 50 jaar en ouder. De opsplitsing geeft dezelfde trend weer voor het Vlaamse als voor het Waalse Gewest. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen er gelet op het geringe aantal landbouwers, geen conclusies worden getrokken.

Aantal vrouwelijke landbouwers in hoofdberoep en hun aandeel in het totaal van de subsector (toestand op 31 december) Verdeling volgens leeftijdscategorie

Leeftijdsklasse

Vlaams gewest

Waals gewest

Brussels gewest

In het buitenland

Totaal

Tellingsjaar

N

%

N

%

N

%

N

%

N

%

Jonger dan 50 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

5 124

33,4

2 293

26,5

9

42,9

4

57,1

7 430

30,9

2007

4 845

33,1

2 177

26,2

10

38,5

4

44,4

7 036

30,6

2008

4 551

32,7

2 065

25,8

7

26,9

2

22,2

6 625

30,2

50 jaar en ouder

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

4 906

40,6

2 712

38,2

9

36,0

1

16,7

7 628

39,7

2007

4 760

40,5

2 666

38,0

8

34,8

1

20,0

7 435

39,5

2008

4 637

40,4

2 590

37,3

8

33,3

2

40,0

7 237

39,2

Het aandeel van het aantal vrouwen vanaf 50 jaar en ouder in de tuinbouw is, net zoals in de landbouw, veel groter dan dit het geval is bij de leeftijdscategorie van jonger dan 50 jaar. Voor het jaar 2008 zijn deze percentages respectievelijk 22,2 % en 34,8 %.

Op regionaal niveau wordt dezelfde trend, en dit voor alle gewesten, vastgesteld.

Aantal vrouwelijke tuinbouwers in hoofdberoep en hun aandeel in het totaal van de subsector (toestand op 31 december) Verdeling volgens leeftijdscategorie

Leeftijdsklasse

Vlaams gewest

Waals gewest

Brussels gewest

In het buitenland

Totaal

Tellingsjaar

N

%

N

%

N

%

N

%

N

%

Jonger dan 50 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

1 104

26,0

181

15,1

12

13,6

0

0,0

1 297

23,4

2007

1 054

25,4

179

14,8

11

12,6

0

0,0

1 244

22,8

2008

994

24,6

183

14,9

10

12,2

0

0,0

1 187

22,2

50 jaar en ouder

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

727

39,1

85

27,0

19

40,4

0

0,0

831

37,4

2007

702

37,7

79

25,4

15

35,7

0

0,0

796

35,9

2008

664

36,5

83

25,5

16

33,3

0

0,0

763

34,8

3. 4. Ik zal omwille van praktische redenen enkel cijfers geven over het jaar 2008. Er waren 310 stopzettingen bij vrouwelijke landbouwers. Dit komt neer op 26,7 % van het aantal stopzettingen in de sector en is evenredig met de 65 stopzettingen bij vrouwelijke tuinbouwers. Dit laatste komt neer op 24,3 % van het aantal stopzettingen in de sector.

Evolutie van het aantal vrouwelijke stoppers in de landbouwsector en hun aandeel in het totaal van deze subsector

Aard van bezigheid

Vlaams gewest

Waals gewest

Brussels gewest

In het buitenland

Totaal

Tellingsjaar

N

%

N

%

N

%

N

%

N

%

Hoofdberoep

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

157

36,7

71

36,4

0

0,0

2

28,6

230

36,5

2007

144

33,5

72

37,1

0

0,0

1

20,0

217

34,5

2008

128

39,5

64

31,4

0

0,0

0

0,0

192

36,2

Bijberoep

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

10

12,7

4

10,0

0

0,0

1

100,0

15

12,5

2007

11

15,3

6

13,6

0

0,0

2

100,0

19

16,1

2008

15

21,1

9

15,8

0

0,0

1

100,0

25

19,2

Actief na pensioen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

69

17,6

30

20,7

0

0,0

0

0,0

99

18,4

2007

73

16,9

35

20,6

0

0,0

0

0,0

108

17,9

2008

50

15,6

43

24,7

0

0,0

0

0,0

93

18,8

Totaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

236

26,3

105

27,6

0

0,0

3

37,5

344

26,7

2007

228

24,4

113

27,7

0

0,0

3

42,9

344

25,5

2008

193

27,0

116

26,7

0

0,0

1

25,0

310

26,8

Evolutie van het aantal vrouwelijke stoppers in de tuinbouwsector en hun aandeel in het totaal van deze subsector

Aard van bezigheid

Vlaams gewest

Waals gewest

Brussels gewest

In het buitenland

Totaal

Tellingsjaar

N

%

N

%

N

%

N

%

N

%

Hoofdberoep

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

48

36,1

16

37,2

0

0,0

0

0,0

64

35,6

2007

52

36,6

13

29,5

2

22,2

0

0,0

67

33,8

2008

44

44,0

8

17,8

1

20,0

1

50,0

54

35,5

Bijberoep

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

8

12,1

3

9,4

0

0,0

0

0,0

11

11,2

2007

11

8,5

6

11,8

0

0,0

0

0,0

17

9,3

2008

5

9,6

2

8,3

0

0,0

0

0,0

7

9,1

Actief na pensioen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

4

8,9

1

50,0

0

0,0

0

0,0

5

10,6

2007

2

5,0

0

0,0

0

0,0

0

0,0

2

4,7

2008

3

8,6

1

33,3

0

0,0

0

0,0

4

10,5

Totaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2006

60

24,6

20

26,0

0

0,0

0

0,0

80

24,6

2007

65

20,9

19

19,6

2

18,2

0

0,0

86

20,3

2008

52

27,8

11

15,3

1

20,0

1

33,3

65

24,3

5. Het RSVZ is spijtig genoeg niet in het bezit van deze informatie.

6. Het RSVZ is spijtig genoeg niet in het bezit van deze informatie.

7. a)

Algemeen overzicht (2006-2008) van het aantal gerechtigden op moederschapshulp die zijn tewerkgesteld in de landbouwsector

Tellingsjaar

Aantal aanvragen

Aantal attesten

2006

114

81

2007

127

123

2008

140

124

Er is een stijging vast te stellen van zowel het aantal aanvragen als het aantal attesten van begunstigden van moederschapshulp bezorgd aan het uitgiftebedrijf.

- Voor 2007 bedroeg de stijging ten opzichte van 2006 : + 11,40 % voor het aantal aanvragen en + 51,85 % voor het aantal attesten.

- Voor 2008 bedroeg de stijging ten opzichte van 2007 : + 10,24 % voor het aantal aanvragen en + 0,81 % voor het aantal attesten.

Deze stijging is te wijten aan een betere informatieverspreiding door de sociaal verzekeringsfondsen. Hun aantal is vergelijkbaar met andere sectoren.

b) Ik wil er eerst en vooral aan herinneren dat er steeds een aantal vrouwen is dat geen beroep doet op moederschapshulp, vaak door onwetendheid. Sinds de invoering van de maatregel op 1 januari 2006, heb ik de aanvraagperiode al opgetrokken van 6 naar 15 maanden na de datum van de bevalling. Ik heb er ook voor gezorgd dat de moederschapshulp sneller beschikbaar wordt opdat vrouwen er kunnen van genieten vanaf de dag volgend op de bevalling. Ik heb eveneens de noodzakelijke maatregelen genomen om de informatie van de zelfstandigen te verbeteren.

De stijging van het aantal aanvragen levert geen problemen op aangezien de enveloppe die hiervoor is voorzien is gebaseerd op het gemiddelde aantal bevallingen per jaar.