SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2012-2013 Zitting 2012-2013
________________
28 novembre 2012 28 november 2012
________________
Question écrite n° 5-7444 Schriftelijke vraag nr. 5-7444

de Cécile Thibaut (Ecolo)

van Cécile Thibaut (Ecolo)

à la vice-première ministre et ministre de l'Intérieur et de l'Égalité des Chances

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen
________________
L'usage du spray au poivre par les polices locale et fédérale Het gebruik van pepperspray door de lokale en federale politie 
________________
police
police locale
arme personnelle
Comités permanents de contrôle des services de police et de renseignements
arme de petit calibre
politie
gemeentepolitie
persoonlijk wapen
Vaste Comités van Toezicht op de politie- en inlichtingendiensten
handvuurwapens
________ ________
28/11/2012 Verzending vraag
20/3/2013 Antwoord
28/11/2012 Verzending vraag
20/3/2013 Antwoord
________ ________
Requalification de : demande d'explications 5-2480 Requalification de : demande d'explications 5-2480
________ ________
Question n° 5-7444 du 28 novembre 2012 : (Question posée en français) Vraag nr. 5-7444 d.d. 28 november 2012 : (Vraag gesteld in het Frans)

Mis en place en 1993, le Comité P a pour objet de doter le Parlement fédéral d'un organe de contrôle externe sur la police. Des articles publiés le vendredi 17 août, dans deux quotidiens néerlandophones, relatent qu'une étude du Comité P annonce l'utilisation de spray au poivre dans 120 incidents par an. Toute utilisation d'un tel spray doit faire l'objet d'un signalement par les corps de police, cependant, selon le Comité P, il semble apparaître que de nombreuses utilisations ne sont pas répertoriées.

Le cadre légal balise très précisément l'utilisation de spray au poivre, celui-ci ne peut être utilisé qu'en cas de légitime défense. Les propos de Jos Vander Velpen, avocat et président de la section néerlandophone de la Ligue des droits de l'homme interpellent. Selon J. Vander Velpen, une utilisation abusive du spray au poivre est aujourd'hui effective, situation qu'il explique par la facilité d'utilisation de ce moyen. Ainsi, certains agents de police ont recours à ce spray avant même de tenter d'établir un dialogue.

Il m'apparaît nécessaire d'éclaircir cette situation, afin d'assurer une utilisation du spray au poivre dans le respect du cadre légal, dans l'objectif de favoriser un travail dans le dialogue entre policiers et personnes interpellées.

Madame la ministre,

1) Pouvez-vous me communiquer l'étude du Comité P sur l'usage du spray au poivre par la police ?

2) Confirmez-vous le caractère incomplet du répertoire des utilisations du spray au poivre ?

3) Dans l'affirmative, une estimation du nombre effectif d'usage de ce spray existe-t-elle ?

4) Envisagez-vous d'agir afin d'assurer le respect des circulaires ministérielles, qui imposent aux policiers de déclarer chaque usage de spray ? Des modifications de ces circulaires sont-elles envisagées ?

 

Het Comité P, dat opgericht werd in 1993, heeft als doel het federaal parlement te voorzien van een extern controleorgaan op de politie. De artikelen die op vrijdag 17 augustus in twee Nederlandstalige dagbladen werden gepubliceerd, berichtten dat een studie van het Comité P het gebruik van pepperspray in 120 incidenten per jaar meldt. Elk gebruik van dergelijke spray moet door het politiekorps worden gemeld maar volgens het Comité P blijkt dat het gebruik in veel gevallen niet wordt geregistreerd.

De wettelijke basis bakent het gebruik van pepperspray zeer precies af. Het kan enkel worden gebruikt in geval van wettelijke zelfverdediging. De woorden van Jos Vander Velpen, advocaat en voorzitter van de Nederlandstalige afdeling van de Liga voor de mensenrechten, vragen om opheldering. Volgens J. Vander Velpen, is misbruik van pepperspray vandaag een feit. Hij verklaart die situatie door het gemak waarmee dat middel wordt gebruikt. Sommige politieagenten grijpen naar die spray zelfs voor ze geprobeerd hebben een gesprek te beginnen.

Het is nodig die situatie aan te pakken om te verzekeren dat het gebruik van pepperspray binnen het wettelijk kader plaatsvindt, met als doel een dialoog tussen politieagenten en aangehouden personen aan te moedigen.

Mevrouw de minister,

1) Kan u me inzage geven in de studie van het Comité P over het gebruik van pepperspray door de politie?

2) Bevestigt u dat het register van het gebruik van pepperspray onvolledig is?

3) Zo ja, op hoeveel wordt het werkelijke gebruik van die spray geschat?

4) Overweegt u op te treden om de naleving van de ministeriële omzendbrieven, die de politieagenten oplegt elk gebruik van de spray aan te geven, te verzekeren? Worden er aanpassingen aan die omzendbrieven gepland?

 
Réponse reçue le 20 mars 2013 : Antwoord ontvangen op 20 maart 2013 :

L’utilisation de spray au poivre fait partie d’une problématique plus large quant à l’usage de violence et d’armes par et contre la police, qui a fait l’objet d’une enquête de contrôle du Comité P. Le rapport du Comité P sera disponible dès qu’il a été présenté à la commission d’accompagnement parlementaire du Comité P.

Ce rapport s’oriente sur le processus de signalement des incidents. Il ne s’exprime donc pas sur les volets «légalité, légitimité, opportunité ou subsidiarité» d’usage de violence et d’arme par les policiers.

Le Comité P signale deux problèmes.

1. Malgré le caractère impératif du signalement d’incidents avec arme à feu et de tous les incidents dans lesquels il a été fait usage de force (comme le spray au poivre), ces incidents ne sont pas toujours signalés à la police fédérale. Par conséquent, il existe un certain chiffre noir et une estimation fiable du nombre exact d’incidents nous manque. De plus, les informations communiquées lors du signalement obligatoire ne sont pas toujours suffisantes pour évaluer, adapter et améliorer les formations policières.

2. Dès lors, les responsables policiers ne sont actuellement pas encore en mesure de procéder de façon efficace à des analyses fiables.

Je confirme donc le caractère incomplet du répertoire d’incidents et sur base des constatations citées

Dès lors, j’ai demandé à la police fédérale :

  • de revoir, en concertation avec la police locale, la problématique de signalement d’incidents, tant au niveau quantitatif qu’au niveau qualitatif. (par ex. adaptation du formulaire au niveau de la forme et du contenu, signalement électronique et convivial, etc.) ;

  • de procéder sur base des informations fiables et valables à des analyses de valeur qui donnent un appui à la politique policière en utilisant aussi les informations et bonnes pratiques déjà disponibles (par ex. au niveau des services contrôle interne) et de consacrer une attention prioritaire à une analyse approfondie de l’usage d’armes à feu par et contre la police ;

  • de faire un effort via les canaux de communication de la police fédérale pour sensibiliser les services de police et pour leur rappeler l’existence les directives en vigueur.

Het gebruik van pepperspray maakt deel uit van een bredere problematiek over het gebruik van geweld en wapens door en tegen de politie, hetgeen het voorwerp heeft uitgemaakt van een controleonderzoek van het Comité P. Het verslag van het Comité P zal beschikbaar zijn zodra het werd voorgelegd aan de parlementaire begeleidingscommissie van het Comité P.

Dit rapport richt zich op het proces voor het melden van incidenten. Het spreekt zich dus niet uit over de luiken 'legaliteit, legitimiteit, opportuniteit of subsidiariteit' van het gebruik van geweld en wapens door de politiemensen.

Het Comité P geeft twee problemen aan.

1. Ondanks het verplichte karakter van het melden van incidenten met vuurwapens en alle incidenten waarin er gebruikt werd gemaakt van geweld (zoals pepperspray), worden deze incidenten niet altijd aan de federale politie gemeld. Daarom is er een “grijze zone” qua cijfers en ontbreekt het ons aan een betrouwbare schatting van het werkelijke aantal incidenten. Bovendien is de informatie verstrekt tijdens de verplichte melding niet altijd toereikend om de politieopleidingen te evalueren, aan te passen en te verbeteren.

2. Bijgevolg zijn de politieverantwoordelijken momenteel nog niet in staat om op een efficiënte wijze over te gaan tot betrouwbare analyses.

Ik bevestig dan ook het onvolledige karakter van het incidentenregister op basis van de aangehaalde bevindingen.

Daarom heb ik de federale politie gevraagd :

  • in overleg met de lokale politie, de problematiek van het melden van incidenten te herzien, zowel kwantitatief als kwalitatief. (bv. aanpassing van het formulier qua vorm en inhoud, gebruiksvriendelijke elektronische rapportering, enz.)

  • aan de hand van betrouwbare en valide informatie over te gaan tot waardevolle analyses die ondersteuning bieden aan het politiebeleid, o.a. met behulp van informatie en goede praktijken die al beschikbaar zijn (bv. interne controlediensten) en het besteden van prioritaire aandacht aan een grondige analyse van het gebruik van vuurwapens door en tegen de politie ;

  • een inspanning te doen via de communicatiemogelijkheden van de federale politie om de politiediensten te sensibiliseren en hen te herinneren aan de bestaande richtlijnen.