BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2012-2013
________
25 juni 2013
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-9406

de Karl Vanlouwe (N-VA)

aan de minister van Justitie
________
De cyberveiligheid en cyberdefensie
________
computercriminaliteit
gegevensbescherming
geheime dienst
________
25/6/2013Verzending vraag
26/7/2013Antwoord
________
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-3588
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9407
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-9406 d.d. 25 juni 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In de media verschenen op 20 november 2012 de eerste details van de langverwachte federale cybernota. Zo rapporteerden De Tijd en De Standaard dat er plannen bestaan voor de oprichting van een "Centrum voor Cyberveiligheid", die de federale co÷rdinatie op zich zou moeten nemen. Het centrum zou ook de taak op zich nemen om de burgers en de bedrijven aan te sporen meer aandacht te besteden aan veiligheid op het internet. Naar verluidt zou een twintigtal experts deel uitmaken van dit centrum en alle computerincidenten in dit land opvolgen en het federaal cyberbeleid op zich nemen.

Vervolgens werd bekendgemaakt dat de Ministerraad op 21 december beslist heeft om een cyberstrategie te ontwikkelen die vorm zal geven aan een federaal veiligheidsbeleid voor informatienetwerken en -systemen in BelgiŰ dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer garandeert. "De cyberstrategie identificeert de cyberdreiging, verbetert de veiligheid en versnelt het reactievermogen. Het project is het resultaat van een overlegplatform voor de informatieveiligheid BelNIS (Belgian Network Information Security). De eerste minister voert de cyberstrategie in naam van de Ministerraad uit."

In de strategie worden drie strategische doelstellingen vooropgesteld om de cyberveiligheid van de moderne samenleving te garanderen:

1. Streven naar een veilige en betrouwbare cyberspace met respect voor de fundamentele rechten en waarden van de moderne samenleving;

2. Streven naar een optimale beveiliging en bescherming van de kritieke infrastructuren en overheidssystemen tegen de cyberdreiging;

3. Ontwikkelen van eigen cyber security capaciteit voor een onafhankelijk veiligheidsbeleid en een gepaste reactie op veiligheidsincidenten.

Mijn vragen aan de minister zijn:

1) Wie heeft op dit ogenblik de co÷rdinatie van het project en hoe worden de taken gedelegeerd?

a) Welke rol speelt het Ministerieel ComitÚ Inlichtingen en Veiligheid bij de co÷rdinatie van de rol van de inlichtingendiensten in het cyberdefensieproject?

b) Hoe verloopt de samenwerking met de het kabinet van de eerste minister, de FOD's Binnenlandse Zaken, Economie, Fedict, Defensie, Wetenschapsbeleid en Buitenlandse Zaken in het kader van cyberdefensie? Werd die samenwerking reeds geformaliseerd zodat de CERT en FOD Justitie bij incidenten tijdig kunnen optreden?

c) Zijn er afspraken tussen ADIV en VSSE over hoe zij bijdragen aan de veiligheid van onze informaticasystemen?

d) Hoe zal het nieuwe Centrum voor Cyberveiligheid staan tegenover de huidige overlegplatformen van BelNIS en ISMF (Internet Security and Management Forum)?

2) Is het departement van de minister er voorstander van om meer slagkracht te krijgen om cyberaanvallen te kunnen neutraliseren in plaats van slechts achteraf defensief kunnen reageren?

a) Zou dit volgens de minister ook proactief mogen gebeuren? Wanneer en door welke autoriteit?

b) Op welke gelegenheden werd de federale overheid in het afgelopen jaar betrokken bij cyberoefeningen, zowel op nationaal als internationaal vlak?

3) Het ComitÚ I maakte zich meermaals zorgen om het personeelsbeleid van de inlichtingendiensten en het gebrek aan fondsen om gekwalificeerde personeelsleden te rekruteren.

a) Wordt het departement van de minister ook met dit probleem geconfronteerd?

b) Hoeveel personen houden zich binnen haar departement bezig met cyberveiligheid, en werden in 2012 nieuwe krachten hiervoor aangeworven?

4) Hoever staat ons land met de praktische omzetting van de aanbevelingen uit het Actieplan voor Cyberaanvallen van de Europese Unie?

a) Bestaat er reeds een nationaal noodplan voor cyberincidenten?

b) Werden reeds nationale cyberoefeningen georganiseerd? Waarom niet?

c) In hoeverre werd samengewerkt met andere EU-lidstaten?

d) Werd reeds deelgenomen aan Pan-Europese oefeningen?

5) Hoe ziet de minister de samenwerking tussen de Benelux-landen evolueren met betrekking tot cyberdefensie? Geniet Benelux-samenwerking haar voorkeur boven samenwerking op Europees en NAVO-niveau?

6) Bestaat er een zogenaamd Disaster Recovery Plan als plan B, indien de kritieke systemen van ons land het slachtoffer worden van een cyberaanval?

a) Werd dit reeds binnen BelNIS besproken en wat is de stand van zaken hiervan?

b) Werd dit noodplan reeds getest? Voor wanneer zal dat het geval zijn?

7) Hoeveel keer werd het departement van de minister het slachtoffer van cybercriminelen in 2012?

a) Zijn hier ook gesofisticeerde intrusies bij? Wat is het aandeel van cyberintrusies die doelbewust op zoek zijn naar gevoelige overheidsinformatie?

b) Hoeveel incidenten worden momenteel onderzocht?

c) Voor hoeveel incidenten is het onderzoek afgerond ?

Antwoord ontvangen op 26 juli 2013 :

Deze parlementaire vraag valt niet onder mijn bevoegdheid maar wel onder de bevoegdheid van de Heer de staatssecretaris van Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten.