BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2013-2014
________
26 november 2013
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-10454

de Karl Vanlouwe (N-VA)

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken
________
de wapenwedloop aan de Kaspische zee
________
Kaspische Zee
Iran
Rusland
Kazachstan
Turkmenistan
Azerbeidzjan
bewapening
herbewapening
wapenvoorziening
gasleiding
________
26/11/2013Verzending vraag
16/1/2014Antwoord
________
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-3904
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-10454 d.d. 26 november 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Sinds enkele jaren zijn de vijf staten aan de Kaspische Zee - Azerbeidzjan, Iran, Kazachstan, Rusland en Turkmenistan - bezig aan de uitbouw van hun legers. Hierbij wordt jaarlijks naar schatting 80 miljard euro gestoken in de constructie van nieuwe oorlogsschepen, vliegtuigen en marinebasissen. De landen willen naast het upgraden van oude militaire systemen ook het enorme geostrategische belang van de aanwezige energiereserves benadrukken.

Twintig jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het ontstaan van Azerbeidzjan, Kazachstan en Turkmenistan zijn hun grenzen nog steeds niet afgebakend. De aanwezigheid van uitgebreide olie-en gasreserves maakt dit er niet eenvoudiger op. De landen gebruiken hun energie-inkomsten om nieuwe marines uit te bouwen terwijl de twee grotere machten, Rusland en Iran, hun aanwezigheid versterken.

Volgens schattingen zou onder de Kaspische Zee ongeveer 40 miljard aan olievaten zitten, het meest onder controle van Kazachstan, Turkmenistan en Azerbeidzjan.

Rusland en Iran gaan in het najaar voor een tweede keer een gezamenlijke militaire zeeoefening houden. In 2009 namen hieraan 30 schepen deel. Daarnaast heeft Rusland vorig jaar een soortgelijke oefening gehouden met Kazachstan. Deze wordt gekaderd in een voorzorgsmaatregel met betrekking tot de nakende terugtrekking van NAVO-troepen uit Centraal-AziŽ.

Ondanks occasionele samenwerking met Iran lijkt Rusland zich te bewapenen met het oog op een conflict met Iran, dat zich in een constante staat van "bijna-oorlog" met IsraŽl bevind. De kleinere landen zijn ook ongerust over de dominantie van Moskou in alle energievraagstukken in de Kaspische regio. Iran en Rusland proberen dan weer de invloed van het westen in de Kaspische energiepolitiek tegen te gaan. Zo werd onlangs het idee van de bouw van de Nabuccopijplijn vanuit Centraal-AziŽ naar Europa afgeblazen, ten gevolge van jarenlange Russische druk op de transitlanden.

Mijn vragen aan de minister zijn:

1) Hoe evalueert de minister de berichten van deze wapenwedloop rond de Kaspische Zee?

2) Hoe ziet hij de situatie evolueren?

3) Welke rol spelen de EU en de VS hierin?

4) Werd deze evolutie aangekaart op Europees niveau, in de Commissie of de Raad van Ministers?

5) Hoe ziet de minister de mislukking van het Nabuccoproject van de Europese Commissie in het licht van de Russische dominantie in de Kaspische regio?

Antwoord ontvangen op 16 januari 2014 :

De verschillende landen rond de Kaspische Zee hebben inderdaad hun vloot de laatste jaren uitgebreid. Er vinden dan ook regelmatig gezamenlijke vlootoefeningen plaats tussen bepaalde betrokken landen.

De kwestie van de Kaspische zee te beschouwen als Zee of als Meer is essentieel in het licht van een afbakening tussen de vijf betrokken landen: Rusland, Iran, Azerbeidzjan, Turkmenistan en Kazachstan sinds de val van de USSR. De juridische opdeling van de Kaspische Zee blijft tot nu toe onopgelost.

Gezien de verdeling anders is volgens de definitie Zee of Meer, en gezien wat er op het spel staat in termen van bodemrijkdommen (met, volgens sommige bronnen, tot 6 % van de gekende wereldoliereserves en tot 10 % van de gekende wereldgasreserves), is het te begrijpen dat de vijf landen ook militair voorbereid willen zijn op elke eventualiteit.

Deze kwestie kan op zich al verklaren waarom in de regio door de vijf landen veel aandacht besteed wordt aan bewapeningsprogramma’s en de uitbouw van de marine-capaciteit in het bijzonder. Samen met de collega’s van de EU en de NAVO volg ik deze regio nauw op. De situatie in deze landen is voorlopig overal stabiel en er zijn geen incidenten of confrontaties te melden.

Het feit dat een aantal landen op verschillende manieren met elkaar verweven zijn, helpt blijkbaar om het hoofd koel te houden. Het risico op een punctueel incident is nooit uitgesloten maar voorlopig zie ik geen potentieel conflict opduiken..

Trouwens, stabiliteit in de regio blijft de geopolitieke prioriteit, ook voor Moskou, en deze prioriteit domineert de relaties met alle landen die aan de zee liggen.

De EU en de VS spelen daarin geen rol. Het gaat over een regionaal vraagstuk. Dit fenomeen wordt wel in de gaten gehouden door de vernoemde buitenlandse actoren.

Zover ik het weet werd het onderwerp niet aangekaart op Europees niveau, in de Commissie of in de Raad van ministers.

Het einde van het Nabucco project heeft meerdere oorzaken en kan niet uitsluitend door politieke druk en spanningen uitgelegd worden. De economische toestand in Europa, de lage gasprijzen op de Europese markten, onzekerheden omtrent de beschikbare gasreserves in Azerbeidzjan en Kaspische Zee kunnen eveneens als reden naar voor gebracht worden. Daarom kondigde eind juni van dit jaar het Shah Daniz consortium de langverwachte beslissing over de route en pijplijn keuze voor de TAP (Trans Adriatic Pipeline). Het is mogelijk dat later een tweede pijplijn wordt gebouwd of dat er tenminste een uitbreiding zou komen van het grid in Oost-Europa met een netwerk van interconnectors. Rusland mag dan wel streven naar dominantie in de regio, de betrokken landen blijven echter de EU nodig hebben voor de afzet van hun energieproducten en zien het TAP project als een commerciële ontwikkeling in plaats van geostrategisch instrument.