BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2009-2010
________
4 februari 2010
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-6797

de Nele Jansegers (Vlaams Belang)

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid
________
Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) - Onbekende operatoren in de voedselketen - Identificatie - Databank BOOD
________
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
gegevensbank
Kruispuntbank van Ondernemingen
________
4/2/2010Verzending vraag
9/3/2010Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-6797 d.d. 4 februari 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) identificeert de operatoren in de voedselketen die een heffing zijn verschuldigd via de databank BOOD. Om te bepalen of een onderneming of natuurlijke persoon als operator in de voedselketen moet worden beschouwd, filtert het FAVV de gegevens uit de bestanden van de Kruispuntbank voor ondernemingen (KBO) aan de hand van de NACEBEL-codes. Volgens het Rekenhof levert die selectie niet steeds de meest betrouwbare resultaten op, waardoor er geen zekerheid bestaat over de volledigheid van de gegevens in BOOD, en a fortiori niet over de volledigheid van de aangiften.

Dit blijkt duidelijk uit de heffingscampagne voor 2008. In totaal diende 55 % van de aangeschreven operatoren ook daadwerkelijk een aangifte in. In 34,3 % van de gevallen reageerde de operator niet. In 10,7 % van de gevallen was het adres op de aangifte onjuist. De inspanningen van het FAVV om de kwaliteit van de gegevens in BOOD te verbeteren, moeten ertoe leiden dat de globale respons in 2009 hoger ligt en het aantal onbekende operatoren verder afneemt.

Controles moeten volgens het Rekenhof onder meer zijn gericht op het opsporen van operatoren die geen aangifte indienen. Hoewel het FAVV zich inspant om de kwaliteit van de gegevens in BOOD te verbeteren, moet ook worden onderzocht hoe de kwaliteit van de gegevens in de KBO kan worden verbeterd, bijvoorbeeld door derden, zoals het FAVV, de mogelijkheid te geven om de gegevens in de KBO te laten wijzigen als blijkt dat ze onjuiste informatie bevatten.

De kritiek van het Rekenhof is gericht op een betere inning van de heffingen. Dat is natuurlijk volkomen legitiem. Maar uit deze cijfers blijkt dat het FAVV niet zo'n volledig overzicht heeft van de operatoren in de voedselketen als wenselijk is. Men weet zelfs niet precies hoeveel operatoren in de voedselketen actief zijn. De cijfers variŽren tussen 140.000 en 180. 000. Dat is een onaanvaardbare foutenmarge. Dat daardoor de bijdragen en retributies niet betaald worden, is misschien nog een gering probleem vergeleken met de potentiŽle gevaren die dit met zich brengt voor de voedselveiligheid. Hoe kan de veiligheid van de voedselketen gegarandeerd worden als een groot percentage van de operatoren in de voedselketen niet eens geÔdentificeerd kan worden?

1. Welke maatregelen heeft de minister reeds genomen om de kwaliteit en de volledigheid van de gegevens in BOOD te verbeteren?

2. Hoeveel "onbekende operatoren" zijn er naar schatting actief in de voedselketen?

3. Welke acties worden ondernomen tegen operatoren die niet reageerden op de heffingscampagne? Kunnen zij gesanctioneerd worden? Gebeurt dat in praktijk ook?

Antwoord ontvangen op 9 maart 2010 :

De operatorendatabank van het FAVV (BOOD) krijgt dagelijks informatie van KBO : er werd een automatisch systeem opgezet door het FAVV en de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen) om die uitwisseling van gegevens mogelijk te maken. Bij middel van een synchronisatiesysteem kunnen nieuwe operatoren en aanpassingen voor reeds bestaande operatoren worden doorgegeven. In BOOD zijn alleen de operatoren met actieve status opgenomen die Nacebel-activiteiten hebben aangegeven die als relevant voor het FAVV worden beschouwd.

Als de operator voorkomt in BOOD en als hij wijzigingen meldt aan de KBO worden zijn gegevens naderhand volgens hetzelfde mechanisme bijgewerkt.

Het zijn de operatoren zelf die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de gegevens. De wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, legt aan operatoren de verplichting op zich bij de KBO te registreren voordat zij met het beoefenen van hun activiteit beginnen en vervolgens alle wijzigingen van hun gegevens te melden. In de praktijk moet men echter vaststellen dat die verplichtingen niet altijd worden nagekomen.

Die wet voorziet ook in het principe van de unieke gegevensinzameling, dat wil zeggen dat overheden, administraties en diensten gegevens die reeds in de KBO voorkomen niet meer opnieuw rechtstreeks mogen opvragen bij de ondernemingen. Het FAVV leeft die bepaling na en wijst de operatoren voortdurend op hun verplichtingen terzake.

Operatoren moeten voor de bijwerking van gegevens in de KBO via de ondernemingsloketten betalen, wat de betrokkenen vaak als een rem zien. Veel operatoren zijn nog niet op de hoogte van het bestaan van de KBO en verkeren dus nog in het ongewisse over hun verplichtingen. Het FAVV hangt rechtstreeks af van de wil van de operatoren om zich naar de voorschriften van de wet te schikken.

Dank zij de inspanningen van de diensten (KBO, FAVV) kon de kwaliteit van de gegevens jaar na jaar worden verbeterd. Het gaat om 2 databanken die nog relatief recent zijn en gelet op het aantal erin opgenomen operatoren is het duidelijk dat het verbeteren en corrigeren veel tijd zal vergen. En dan wordt nog geen rekening gehouden met de veranderlijke aard van de betreffende gegevens, zeker in bepaalde sectoren.

Het aangehaalde verschil tussen de aantallen 140 000 en 180 000 is zeer eenvoudig te verklaren : 180 000 is ongeveer het aantal in de voedselketen actieve operatoren en 140 000 is het aantal operatoren (van die 180 000) die heffingen moeten betalen. Dat verschil heeft vooral te maken met het grote aantal operatoren-natuurlijke personen die een activiteit als hobby bof in de vrijwilligerssfeer oefenen (vooral in de landbouwsector) en die geen heffingen moeten betalen.

Vraag 1)

Een van de strategische doelstellingen in het Businessplan van het FAVV 2009 - 2011 is het tot stand brengen van een betere samenwerking tussen het FAVV en de KBO. Er vonden in dat verband reeds enkele vergaderingen plaats. Ik geef hierbij een aantal dossiers die werden besproken :

  • Verbetering in de KBO van adressen waarvan het FAVV vaststelt dat ze onvolledig of onjuist zijn

  • Problematiek rond feitelijke verenigingen (in de KBO bekende en geregistreerde feitelijke verenigingen)

  • Inbreng van het FAVV met betrekking tot gegevens over aan operatoren uit de voedselketen afgegeven erkenningen en toelatingen (in het kader van de dienstenrichtlijn)

  • Toekenning van vestigingseenheden nummers in de KBO voor landbouwbedrijven

  • Aanpak van de identificatie in de KBO van werkelijk uitgeoefende Nacebel-activiteiten

Het FAVV kruist zijn gegevens ook met gegevens van andere instanties (BTW, gemeenten, enz) waardoor een aantal actieve operatoren geïdentificeerd kunnen worden.

Het FAVV stuurt overigens massaal post naar operatoren die voor het FAVV interessante Nacebel-codes hebben opgegeven. In de zomer van 2009 werden bij een eerste mailingcampagne reeds 14 000 brieven verstuurd en in december 2009 werd begonnen met een tweede mailing van 12 000 brieven. Dergelijke campagnes worden geregeld gepland en werden vooral toegespitst op de « nieuwe operatoren ». Statistieken over die mailings laten een respons zien van meer dan 50 %.

Het FAVV voorzag in zijn personeelsplan 20 extra medewerkers die gedurende een jaar zullen meehelpen aan het in orde brengen van BOOD.

Er zijn nog andere gerichte acties waarmee correcties en aanpassingen kunnen worden aangebracht in de gegevens over operatoren in BOOD :

  • Operatie « Dis in de stad » : in een stad worden gedurende een bepaalde periode alle in de sector distributie actieve operatoren aan controles onderworpen.

  • Operatie « BOOD in de stad » : in de zomer tewerkgestelde studenten liepen met de gegevensfiches van de operatoren de belangrijkste handelstraten van een aantal steden in alle PCE’s af met de bedoeling de administratieve gegevens na te kijken. BOOD kon voor de bestaande operatoren in orde worden gebracht maar er werden ook tot dan onbekende operatoren aangetroffen en geregulariseerd.

Vraag 2)

Het is niet mogelijk om een exact cijfer op te geven. Wat als « onbekende operatoren » wordt beschouwd stemt overeen met het snelle verloop van die operatoren in bepaalde sectoren. Volgens de beroepssectoren van de horeca zou het gaan om een percentage van bijna 30 %.

Vraag 3)

Het feit dat operatoren de mogelijkheid hebben om bij de KBO activiteiten te laten inschrijven die zij in werkelijkheid niet uitoefenen bemoeilijkt de inning van de heffingen en is de belangrijkste oorzaak van het feit dat een hoog percentage van de aangifteformulieren niet naar het FAVV worden teruggestuurd.

Operatoren die geen aangifte doen, de zogenaamde stilzwijgende operatoren, krijgen een herinneringsbrief.

Er wordt bijkomend onderzoek gedaan naar de operatoren die ook na deze herinnering niet reageren om de operatoren te vinden die werkelijk actief zijn in de voedselketen. Die krijgen dan een aangetekende brief die hen wijst op hun verplichtingen met betrekking tot de aangiften. Er wordt hun een laatste termijn toegestaan waarbinnen zij de voor de berekening van hun jaarlijkse heffing vereiste gegevens moeten verstrekken. De operatoren die ook na de aangetekende brief niet reageren sturen meestal hun aangifte in op het tijdstip waarop zij ter plekke door een medewerker van het FAVV in kennis worden gesteld van de opschorting van hun toelating of erkenning.

Als het FAVV over voldoende aanwijzingen beschikt die het met name heeft verzameld bij andere federale of gewestelijke besturen wordt ambtshalve.

Artikel 15, § 3, stelt anderzijds de controleambtenaren, maar ook alle daartoe door de Minister aangeduide statutaire en contractuele personeelsleden van het Agentschap die de eed hebben afgelegd in de mogelijkheid om een proces-verbaal op te maken wanneer zij inbreuken vaststellen op de hierboven vermelde wet van 9 december 2004 en de uitvoeringsbesluiten daarvan : geen aangifte doen of onvolledige of onjuiste gegevens verstrekken zijn in dat opzicht inbreuken op de wetgeving.