SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2009-2010 Zitting 2009-2010
________________
17 mars 2010 17 maart 2010
________________
Question écrite n° 4-7215 Schriftelijke vraag nr. 4-7215

de Cécile Thibaut (Ecolo)

van Cécile Thibaut (Ecolo)

à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques

aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
________________
Société nationale des chemins de fer belges (SNCB) - Atelier de Stockem - Avenir - Nouveaux ateliers - Modernisation - Emploi - Maintien - Perspectives au-delà de 2013 Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) - Atelier van Stockem - Toekomst - Nieuwe ateliers - Modernisering - Werkgelegenheid- Onderhoud - Vooruitzichten na 2013 
________________
Société nationale des chemins de fer belges
entretien
Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
onderhoud
________ ________
17/3/2010 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 15/4/2010 )
3/5/2010 Antwoord
17/3/2010 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 15/4/2010 )
3/5/2010 Antwoord
________ ________
Requalification de : demande d'explications 4-1556 Requalification de : demande d'explications 4-1556
________ ________
Question n° 4-7215 du 17 mars 2010 : (Question posée en français) Vraag nr. 4-7215 d.d. 17 maart 2010 : (Vraag gesteld in het Frans)

Aujourd'hui, après la catastrophe de Buizingen, plus que jamais l'avenir du chemin de fer belge passe par une réflexion sur la sécurité et l'orientation des investissements. Le sens des priorités devra être à l'agenda des différentes entités composantes de la Société nationale des chemins de fer (SNCB) pour permettre la modernisation du réseau ferroviaire que nous souhaitons tous.

Nul doute qu'une accélération de l'équipement en matière de sécurité le plus performant possible sera à l'ordre du jour très prochainement.

À ce titre, différents ateliers (Courtrai, Hasselt, Ostende et Stockem) seront sollicités pour adapter le matériel roulant dans les mois et années qui viennent. Le personnel de ces ateliers se réjouit et espère que l'on ne sous-traitera pas cette nouvelle charge de travail. La sous-traitance serait un gâchis en terme d'emplois publics.

Différents travaux de modernisation des ateliers du nord du pays ont eu lieu ou sont prévus. Pour Stockem, la situation est tout autre car le site semble désinvesti par Infrabel depuis ces dernières années.

L'atelier de Stockem possède pourtant tous les atouts nécessaires pour assumer ces nouvelles charges de travail. Un projet fiable de construction d'un nouvel atelier a été déposé à la direction. Cette étude donne toutes les garanties de viabilité et d'amortissement pour le site.

Face à ces réalités, voici mes questions :

- Quelle est la vision de la direction quant à l'avenir de l'atelier de Stockem ?

- Se dirige-t-on vers l'aménagement de nouveaux ateliers ou une modernisation de l'équipement existant ?

- Quelles sont les perspectives en ce qui concerne un maintien de l'emploi au-delà de 2013 ?

 

Na de ramp in Buizingen wordt in het debat over de toekomst van de Belgische spoorwegen meer en meer de klemtoon gelegd op de veiligheid en de investeringskeuze. De verschillende entiteiten van de Nationale Maatschappij van Belgische Spoorwegen (NMBS) moeten de prioriteiten bepalen om de door iedereen gewenste modernisering van het spoorwegnet te kunnen realiseren.

De versnelde invoering van een zo efficiënt mogelijke veiligheidsuitrusting zal ongetwijfeld spoedig op de agenda staan.

In dat opzicht zal een beroep worden gedaan op verschillende ateliers (Kortrijk, Hasselt, Oostende en Stockem) om het rollend materieel in de komende maanden en jaren aan te passen. Het personeel van die ateliers verheugt er zich over en hoopt dat men die werken niet zal uitbesteden. De onderaanneming zou nadelig zijn voor de werkgelegenheid in overheidsdienst.

In het noorden van het land zijn voor de modernisering van de ateliers al verschillende werken uitgevoerd en gepland. In Stockem is de situatie helemaal anders omdat Infrabel in die site de jongste jaren blijkbaar niet meer heeft geïnvesteerd.

Het atelier van Stockem beschikt nochtans over alle troeven om die nieuwe opdrachten te vervullen. Aan de directie is een betrouwbaar project voor de bouw van een nieuw atelier voorgelegd. Die studie biedt alle mogelijke garanties om het vlak van leefbaarheid en afschrijving van de site.

In het licht van die situatie wens ik u volgende vragen te stellen :

- Welke visie heeft de directie op de toekomst van het atelier van Stockem?

- Zal worden gekozen voor de inrichting van nieuwe ateliers of wil men de bestaande uitrusting moderniseren?

- Welke perspectieven zijn er voor het behoud van de werkgelegenheid na 2013?

 
Réponse reçue le 3 mai 2010 : Antwoord ontvangen op 3 mei 2010 :

La direction de la Société nationale des Chemins de fer belges (SNCB) a pris un certain nombre d’orientations en matière de répartition des charges de maintenance du matériel roulant entre les divers centres d’entretien.

Pour ce qui concerne l’atelier de Stockem, des travaux de montage de l’équipement de signalisation TBL1+ sur le matériel roulant permettront dans un premier temps de compenser le départ des locomotives type 20 vers l’atelier d’Anvers.

Dans un deuxième temps, des nouvelles rames bitension seront, dès leur mise en service, à l’horizon 2011-2012, affectées à l’atelier de Stockem pour leur entretien. Le nombre exact de ces rames sera déterminé ultérieurement en fonction de l’évolution du plan de transport.

Les installations actuelles seront adaptées pour l’entretien de ces rames.

L’emploi au-delà de 2013 sera déterminé en fonction des rames à entretenir.

De directie van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) heeft een aantal richtsnoeren bepaald met betrekking tot de verdeling van de onderhoudslasten van het rollend materieel tussen de verschillende onderhoudscentra.

Wat de werkplaats van Stockem betreft, zullen montagewerken van de seinuitrusting TBL1+ op het rollend materieel in eerste instantie het vertrek van de locomotieven type 20 naar de werkplaats van Antwerpen kunnen compenseren.

In tweede instantie zullen nieuwe tweespanningsstellen vanaf hun indienststelling in 2011-2012 voor hun onderhoud toegewezen worden aan de werkplaats van Stockem. Het juiste aantal stellen zal later worden bepaald volgens de evolutie van het vervoerplan.

De huidige installaties zullen worden aangepast voor het onderhoud van die stellen.

De tewerkstelling na 2013 zal worden bepaald in functie van de te onderhouden stellen.