5-2393/1 | 5-2393/1 |
10 DECEMBER 2013
Bij de Europese verkiezingen speelt de huidige wettelijke verdeling van de Belgische Europese zetels op een driedubbele wijze in het nadeel van de Vlamingen, met name via de verzekerde Europese zetel voor de Duitstaligen, via de toewijzing van de zetels op basis van bevolkingscijfers in plaats van het aantal stemgerechtigden en ten slotte via het gebruik van een betwistbare taalsleutel in Brussel.
Sinds de verkiezingen van 1994 wordt één van de Europese zetels vast voorbehouden voor de zeer kleine Duitstalige Gemeenschap. De negen gemeenten van de Oostkantons tellen vandaag (april 2013) samen 76 836 inwoners op een totaal van 11 082 744 (cijfers januari 2013). Dit komt neer op 0,69 % van de bevolking. Wanneer we kijken naar het aantal ingeschreven kiezers bij de laatste Europese verkiezingen (48 542 in de Oostkantons op 7 760 436 in België), komt de Duitstalige Gemeenschap amper aan 0,63 %. Ondanks dit minimale aandeel blijven de Duitstaligen dus verzekerd van hun Europese zetel, wat in 2009 neerkwam op 4,5 % van de tweeëntwintig Europese zetels.
De overige eenentwintig zetels werden in 2009 niet toegewezen op basis van het aantal ingeschreven kiezers, maar wel op basis van het aantal inwoners. Ook de niet-stemgerechtigden worden hiervoor dus meegeteld. Dit maakt in de praktijk een groot verschil, omdat de buitenlanders vooral in Brussel geconcentreerd zitten (een derde van de inwoners heeft er niet de Belgische nationaliteit). Die versterken op een kunstmatige wijze het aandeel van de Franstaligen bij de zetelverdeling.
Het aandeel van elke taalgroep wordt namelijk berekend op basis van de vorige verkiezingsuitslagen. Aangezien meer dan 85 % van de Brusselse kiezers op Franstalige lijsten stemmen, worden de meer dan driehonderdduizend buitenlanders in Brussel ten behoeve van de zetelverdeling voor meer dan 85 % bij het Franstalige kiezerskorps geteld, terwijl deze mensen helemaal niet voor deze gemeenschap gekozen hebben. Bovendien worden niet de resultaten van de vorige Europese verkiezingen gehanteerd, wat voor een Europese zetelverdeling logisch zou zijn, maar wel het resultaat van de vorige gewestraadsverkiezingen. Ook dat speelt in het voordeel van de Franstaligen.
Bij gewestraadsverkiezingen kunnen de Franstalige partijen immers lijsten presenteren met veel meer kandidaten dan de Nederlandstalige. Omwille van de vastgelegde vertegenwoordiging (zeventien zetels voor de Nederlandstaligen en tweeënzeventig voor de Franstaligen), kunnen de Nederlandstalige partijen slechts zeventien kandidaten uitspelen en de Franstalige tweeënzeventig of ruim vier keer zoveel. Dit geeft uiteraard een concurrentievoordeel. Bovendien wonen veel meer Franstalige politieke kopstukken in Brussel dan Nederlandstalige. Dit zorgde ervoor dat de Nederlandstalige lijsten bij de gewestraadverkiezingen van 2009 gezamenlijk ruim zevenduizend stemmen en bijna 1,5 % lager scoorden dan bij de Europese verkiezingen, die nochtans op hetzelfde moment werden gehouden (11,25 versus 12,64 %).
Indien men in 2009 geen aparte Duitstalige zetel had gehad en enkel had rekening moeten houden met het aantal ingeschreven kiezers (in plaats van het totaal aantal inwoners), dan hadden de Vlamingen toen veertien van de tweeëntwintig zetels toegewezen gekregen en de Franstaligen en de Duitstaligen samen acht (1) . In werkelijkheid kregen de Vlamingen in 2009 door de bevoordeling van de Duitstaligen en het meetellen van alle buitenlanders slechts dertien zetels toegewezen, de Franstaligen acht en de Duitstaligen een.
Ten gevolge van de toetreding van Kroatië moet België voor de komende verkiezingen van 2014 opnieuw een zetel afstaan en zakken we naar eenentwintig. Vermits de Duitstaligen wettelijk een zetel toegewezen krijgen, vallen er slechts twintig zetels te verdelen over de Nederlandstalige en Franstalige lijsten. Op basis van de bevolkingsaantallen en van de verdeelsleutel Nederlandstaligen/Franstaligen in de verkiezingsresultaten voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2009 (11,25 Nederlandstaligen/88,75 Franstaligen) werd intussen berekend dat er opnieuw een Nederlandstalige zetel verloren gaat en dat er voor de Vlamingen bijgevolg nog twaalf zetels overblijven (2) .
Indien er bij een volgende Europese uitbreiding in 2019 andermaal een Belgische zetel zou verloren gaan (in de veronderstelling dat België op dat moment nog bestaat) en de bevolkingsverhoudingen blijven ongeveer dezelfde, zou dit alweer ten koste gaan van de Nederlandstaligen en behouden we nog amper elf zetels op de twintig (3) .
Wanneer we de eenentwintig zetels voor de verkiezingen van volgend jaar daarentegen gelijkmatig verdelen over enerzijds de Nederlandstalige ingeschreven kiezers en anderzijds de Frans- en Duitstalige (dus zonder gewaarborgde Duitstalige zetel en op basis van het aantal ingeschreven kiezers uit 2009), dan komen we aan dertien Nederlandstalige zetels tegenover acht Franstalige zetels (4) . Bij een tweede terugval naar twintig zetels behouden de Nederlandstaligen twaalf zetels (een verlies van één) en de Frans- en Duitstaligen acht (5) .
Wanneer de verzekerde Duitstalige zetel wegvalt en we werken met het aantal ingeschreven kiezers in plaats van de bevolkingsaantallen, dan kunnen de Nederlandstaligen dus in alle scenario's telkens één extra zetel behouden.
Omdat deze verhoudingen beter in overeenstemming zijn met de bevolkingsverhoudingen en met de wil van de kiezer, schaffen we de gewaarborgde vertegenwoordiger voor de Duitstaligen in dit wetsvoorstel af. Wij zijn immers van oordeel dat de Duitstaligen via de eigen gemeenschapsinstellingen en via de waarborgen op federaal niveau reeds voldoende beschermd zijn. Indien men toch van oordeel zou zijn dat de Duitstaligen een gewaarborgde Europese zetel moeten behouden, dan dient dit te gebeuren op het conto van de Franstaligen, vermits de Duitstaligen deel uitmaken van het Waals Gewest.
Daarnaast houden we voor de toewijzing van de zetels aan de taalgroepen enkel nog rekening met de ingeschreven kiezers. Dit cijfer wordt in principe bepaald op 1 januari van het jaar waarop de Europese verkiezingen worden georganiseerd, maar nooit vroeger dan zes maanden voor deze verkiezingen. Voor de opdeling van de Brusselse kiezers gebruiken we de verdeelsleutel Nederlandstaligen/Franstaligen uit het Brusselse resultaat van de meest recente Europese verkiezingen.
| Bart LAEREMANS. |
| Yves BUYSSE. |
| Filip DEWINTER. |
| Anke VAN DERMEERSCH. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 10 van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement wordt vervangen als volgt :
« Art. 10. § 1. Er zijn twee kiescolleges : een Nederlands en een Frans. De personen die ingeschreven zijn op de lijst van kiezers van een gemeente van de Vlaamse kieskring, behoren tot het Nederlandse kiescollege; degenen die ingeschreven zijn op de lijst van de kiezers van een gemeente van de Waalse kieskring, behoren tot het Franse kiescollege.
De personen die ingeschreven zijn op de lijst van kiezers van een gemeente van de kieskring Brussel, behoren tot hetzij het Nederlandse kiescollege, hetzij het Franse kiescollege.
§ 2. Voor de verkiezingen van 25 mei 2014 kiezen de kiezers van het Nederlandse kiescollege dertien vertegenwoordigers en die van het Franse kiescollege acht.
§ 3. Voor de daaropvolgende verkiezingen wordt de verdeling van de vertegenwoordigers tussen de Nederlandse en Franse kiescolleges door de Koning bepaald in verhouding tot het aantal ingeschreven kiezers.
Aan elk kiescollege worden evenveel zetels toegekend als het aantal maal dat de ingeschreven kiezers dat er onder ressorteert de nationale deler bevat die wordt verkregen door het aantal ingeschreven kiezers in het Rijk te delen door het aantal aan België toegekende zetels van Europees volksvertegenwoordiger. Een overblijvende zetel wordt toegekend aan de groep met het grootste nog niet vertegenwoordigde overschot aan ingeschreven kiezers.
De groep die onder het Nederlandse kiescollege ressorteert, wordt bepaald door bij het aantal ingeschreven kiezers van de Vlaamse kieskring het deel van de ingeschreven kiezers van de kieskring Brussel te voegen dat verkregen wordt door het totaal aantal ingeschreven kiezers te vermenigvuldigen met het percentage van het aantal geldig uitgebrachte stemmen op de Nederlandstalige lijsten ten opzichte van het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen bij de verkiezing van het Europees Parlement.
De groep die onder het Franse kiescollege ressorteert, wordt bepaald door bij het aantal ingeschreven kiezers van de Franse kieskring het deel van de ingeschreven kiezers van de kieskring Brussel te voegen dat verkregen wordt door het totaal aantal ingeschreven kiezers te vermenigvuldigen met het percentage van het aantal geldig uitgebrachte stemmen op de Franstalige lijsten ten opzichte van het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen bij de verkiezing van het Europees Parlement.
§ 4. Het aantal ingeschreven kiezers dat in aanmerking genomen moet worden, wordt ten laatste vastgesteld zes maanden voor deze verkiezingen.
De in § 3, derde en vierde lid, bedoelde verkiezing van het Europees Parlement is die welke het laatst heeft plaatsgehad vóórdat de Koning, overeenkomstig het derde lid van onderhavige paragraaf, het aantal zetels dat aan elk college toekomt, bepaalt. »
Art. 3
Deze wet treedt in werking op 1 januari 2014.
27 juni 2013.
| Bart LAEREMANS. |
| Yves BUYSSE. |
| Filip DEWINTER. |
| Anke VAN DERMEERSCH. |
(1) 4 694 823 ingeschreven kiezers in Vlaanderen, verhoogd met 13,78 % (percentage op basis van gewestuitslag 2004) van de ingeschreven Brusselse kiezers of 80 991 geeft 4 775 814. Dat is 61,54 % van het totaal aantal van 7 760 436 ingeschreven kiezers. Wanneer we dit percentage toepassen op 22 zetels komen we op 13,54 zetels voor de Nederlandstaligen, afgerond 14.
(2) Voor de komende Europese verkiezingen baseert men zich op de cijfers van 28 mei 2012, die gepubliceerd werden op 27 november 2012. Bij de Vlaamse bevolking van 6 484 459 inwoners worden128 351 Brusselaars bijgeteld (op basis van 11,25 % Nederlandstalige kiezers); bij de Waalse bevolking van 3 547 706 inwoners worden 1 012 547 Brusselaars bijgeteld. Dit betekent een Vlaams aandeel van 58,71 % op een totale bevolking van 11 044 712. Toegepast op 20 zetels komt 58,71 % neer op (11,74 en dus) 12 zetels versus 8 voor de Franstaligen.
(3) 58,71 % van 19 zetels geeft 11,15 en dus 11 zetels voor de Vlamingen; 41,29 % van 19 zetels geeft 7,85 en dus 8 zetels voor de Franstaligen.
(4) Met een verdeelsleutel in Brussel van 11,25N/88,75F (gewestresultaten uit 2009), komen we aan 12,88 Nederlandstalige zetels en 8,12 Franstalige. Op basis van de Europese verdelingssleutel (12,64N/87,36F) van 2009 is de verhouding 12,9 N en 8,10 F.
(5) 12,27 Nederlandstalige zetels op basis van de gewestsleutel; 7,73 voor de Frans- en Duitstaligen. Op basis van de Europese uitslagen is de verhouding 12,29 N/7,71 F.