5-2200/1 | 5-2200/1 |
10 JULI 2013
De Noordzee en wrakken als visrijke omgeving
De Noordzee is van oorsprong een rijke zee met zeer veel verschillende soorten en een enorme productiviteit. Vroeger waren grote delen van de Noordzeebodem bedekt met harde substraten, zoals oude boomstronken, veenbanken, grote stenen en oesterriffen. Door de afwisseling met de zachte zandbodem waren deze plekken hotspots van biodiversiteit. Harde ondergronden in zeewater hebben immers een grote aantrekkingskracht op diverse diersoorten.
Nu is de situatie helemaal anders, de Noordzeebodem bestaat bijna alleen nog maar uit zand, met scheepswrakken als een van de weinige uitzonderingen. Biologen stellen dan ook vast dat een gezonken schip snel bevolkt wordt door mariene organismen en zich uiteindelijk omvormt tot een kunstmatig rif met veel soorten dieren, voedsel en een hoge biodiversiteit.
Al deze scheepswrakken vormen tegenwoordig een onderdeel van het Noordzee-ecosysteem en worden omwille van het zeer groot aantal zeeorganismen die men er in en rond terugvindt ook wel « oases van leven » genoemd.
Giftig vislood
De Noordzee is een zeer geliefde plek voor sportvissers. Ongeveer 650 000 van hen vissen regelmatig op de Noordzee in België en in Nederland. Scheepswrakken zijn een populaire plaats om deze sport te beoefenen door de rijkdom aan vis op die plek.
Helaas verliest iedere visser wel eens een stuk vislood, bijvoorbeeld doordat vishaken in achtergebleven netten van de beroepsvisserij verstrikt raken en de vislijn hierdoor afbreekt. (Lood wordt door sportvissers gebruikt om te kunnen werpen en om het aas bij de bodem te houden in sterke stroming.)
Van alle sportvisserijtakken brengt het wrakvissen in de Noordzee het grootste loodverlies met zich mee. Men gebruikt hier meestal lood van 200 tot 500 gram. Een verlies van één à twee stuks per persoon per dag is laag, op een slechte dag verliezen vissers tien stuks, soms meer. In Nederland schat men dat er bij hen jaarlijks meer dan 200 ton aan lood verloren gaat in de Noordzee. Cijfers voor de Belgische territoriale wateren zijn er jammer genoeg niet (1) .
Wrakken zijn niet alleen echte verzamelplaatsen voor vislood, ook fijnmazige netten en vislijnen van niet-afbreekbare materialen blijven er aan hangen. Hierin raken jaarlijks vele duizenden zeedieren verstrikt en sterven een langzame dood.
Naast het gevaar van ronddrijvende netten betekent ook het vislood een gevaar voor de gezondheid van zowel mens, dier als plant. Lood is een giftig metaal, zelfs in lage concentraties, dat niet afbreekt maar zeer langzaam roest in het zeewater. Door corrosie komen er uit het verloren lood langzaam giftige loodverbindingen vrij in het ecosysteem, een proces dat nog generaties lang zal doorgaan. De besmetting van voedingsmiddelen met zware metalen is ongewenst net omwille van hun toxiciteit. Planten en dieren nemen het ongemerkt op waardoor het in de voedselketen terecht komt.
Milieuvriendelijke alternatieven
In het Uitvoeringsprogramma Diffuse Bronnen Waterverontreiniging van de Europese Kaderrichtlijn Water is lood aangewezen als prioritaire stof wat onder andere betekent dat de concentratie in het oppervlaktewater aantoonbaar moet worden teruggedrongen.
Onder impuls hiervan heeft vooral Nederland zich sinds 2008 op de ontwikkeling van eco-lood toegelegd. Er werden milieuvriendelijke visgewichten ontwikkeld zowel voor het bootvissen op de Noordzee als bij het kantvissen. Materialen die hiervoor gebruikt worden zijn onder andere gietijzer met hoogwaardige coating, gecoat staal, zwaar natuursteen en staalpoeder met bindmiddel. Dit eco-lood, dat qua eigenschappen niet onderdoet voor gewoon vislood, is verkrijgbaar mét en zonder vaste buigankers, in de meeste gangbare soorten en maten van 60 tot 450 gram.
Bewustmaking en sensibilisering van de problematiek kan de verdere ontwikkeling en bekendmaking van milieuvriendelijke loodalternatieven ten goede komen.
| Sabine VERMEULEN. |
| Patrick DE GROOTE. |
| Lieve MAES. |
De Senaat,
A. overwegende de richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie) (2) ;
B. overwegende de richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van de richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van richtlijn 2000/60/EG, waarin de milieukwaliteitsnormen van de prioritaire stof lood zijn opgenomen;
C. overwegende dat overeenkomstig artikel 4 en met name lid 1, a) van de richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid, de lidstaten de nodige maatregelen ten uitvoer dienen te leggen die worden omschreven in artikel 16, leden 1 en 8, van die richtlijn, met de bedoeling de verontreiniging door prioritaire stoffen geleidelijk te verminderen en emissies, lozingen en verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen stop te zetten of geleidelijk te beëindigen;
D. overwegende de richtlijn 2006/11/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd;
E. overwegende het Besluit 2010/477/EU van de Commissie van 1 september 2010 tot vaststelling van criteria en methodologische standaarden inzake de goede milieutoestand van mariene wateren;
F. overwegende de wet ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België van 20 januari 1999, gewijzigd op 20 juli 2012;
G. overwegende het Verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen te Parijs op 2 november 2001, aangenomen in België op 24 januari 2013;
H. aangezien het (niet-geautomatiseerd) zeehengelen (vanuit een vaartuig) in principe vrij is onder enkele beperkingen (3) ;
I. gelet op de giftigheid van lood voor mens, dier en plant zelfs in lage dosissen;
J. gelet op de mogelijke besmetting van voedingsmiddelen;
K. gelet op een continue vervuiling van een niet meetbare hoeveelheid lood en het bestaan van milieuvriendelijke alternatieven,
Vraagt de regering,
binnen haar bevoegdheden en bij het nemen van alle initiatieven inzake de territoriale zee de aanbeveling « het gebruik van vislood beperken en de introductie van milieuvriendelijke alternatieven promoten » in acht te nemen.
6 juni 2013.
| Sabine VERMEULEN. |
| Patrick DE GROOTE. |
| Lieve MAES. |
(1) Uit een enquête van Sportvisserij Nederland in 2008 blijkt dat het zoete water circa 66 ton lood per jaar verloren gaat. Wat betreft het zoute water zijn er alleen schattingen. Die lopen uiteen van circa 200 tot 1 000 ton lood dat per jaar verloren gaat in de Nederlandse sportvisserij. Zelfs als voor de zee maar 200 ton wordt gerekend, is vislood al één van de grootste bronnen van verontreinigingen in het oppervlaktewater. Als men deze cijfers extrapolleert naar de Belgische sportvisserij komt in het Belgische deel van de Noordzee jaarlijks ongeveer 40 tot 200 ton vislood terecht.
(2) De kaderrichtlijn mariene strategie 2008/56/EG beveelt het bevorderen van de bescherming van het mariene milieu, met name van de biodiversiteit, en ook het duurzame gebruik van de mariene en de kustrijkdommen, en het verder preciseren van de grenzen aan de duurzaamheid van menselijke activiteiten die een impact hebben op het mariene milieu aan.
(3) Zeehengelen is in principe vrij onder volgende beperkingen :geen ander type vistuigmag aan boord zijn tijdens de visreizen die voor het zeehengelen worden ondernomen, nachtelijk vissen en commercialisering zijn eveneens verboden, indien quotum voor bepaalde soort volledig is opgenomen dan wordt de visserij op die soort in dat gebied gesloten verklaard voor alle vissers (sportvissers incluis), sinds 2003 mag er, als tijdelijke maatregel, slechts 20 kg kabeljauw en zeebaars waarvan maximaal 15 kg kabeljauw per dag en per visser aangevoerd worden.