5-1595/1 | 5-1595/1 |
3 MEI 2012
Militairen hebben een hoog risico beroep. De activiteiten van defensie blijven niet meer beperkt binnen de eigen landsgrenzen. Het personeel van defensie is ook in de eenentwintigste eeuw actief op verschillende theaters verspreid over de hele wereld — waaronder enkele risicovolle inzettonelen zoals Afghanistan, Libië, Libanon en de DR Congo. De inzet in deze gebieden kan een weerslag hebben op de psychosociale welzijn van de militairen en het burgerpersoneel. Defensie heeft dan ook als werkgever de inspanningsverplichting om zorg te dragen voor het psychische welbevinden van militairen (1) . In de beleidsnota van minister van Landsverdediging Pieter De Crem worden bijna 2 bladzijden volledig gewijd aan « Het Welzijn in operaties ». Dit onderwerp wordt als volgt ingeleid : « « Well-being » in operaties zal de centrale positie krijgen in het welzijnsbeleid van Defensie, zowel gericht op het deelnemende personeel aan operaties als op hun familie. Psychosociale begeleiding is in deze context van vitaal belang. » (2)
Toch blijkt deze psychosociale begeleiding tot op vandaag nog niet optimaal uitgewerkt te zijn. Er is tot op heden geen « standard of care ». Het grootste probleem situeert zich echter bij de nazorg en opvolging van personeel dat is uitgezonden. Tot op de dag van vandaag hinkt België achterop inzake het meten en (wetenschappelijk) evalueren van de effectiviteit van de steunmaatregelen. Vragenlijsten die de RMO's afnemen tijdens de operaties worden veelal gebruikt om de commandant te adviseren, maar niet om écht beleid te voeren en bij te sturen.
De defensiestaf heeft tot op heden twee pogingen ondernomen om naast de reeds uitgevoerde initiatieven een voorstel op tafel te leggen voor de begeleiding van militairen na operaties tijdens een zogenaamde « Third Location Decompression » (TLD) — beter bekend als « de decompressie ». Deze term heeft door de hele polemiek die zich hier rond afwikkelde een negatieve connotatie gekregen. Het roept een beeld op van militairen die enkele dagen stoom aflaten door wilde feestjes, buitensporig alcoholgebruik en andere excessen, allemaal op de kosten van de belastingsbetaler. Toen uitkwam dat het vijfsterrenhotel « Coral Beach » in Cyprus door defensie was geboekt met het oog op een decompressiesessie kwam er een kritiek uit verschillende hoeken, maar geen alternatief. Wat deze « decompressie » effectief zou inhouden werd ook niet duidelijk gecommuniceerd van de kant van defensie. Een waardig alternatief werd ook niet voorgelegd, waardoor de militairen — die op de vraag van de regering ver weg van huis hun leven meermaals op het spel zetten — hiervan tot op heden niet kunnen genieten.
De term adaptatiesas is in dit opzicht een betere term, net zoals een sluis — die toelaat om een schip twee verschillende waterniveaus te laten overbruggen- heeft een adaptatiesas als doel het personeel van defensie dat deelneemt aan operaties de overbrugging te maken van stressvolle operatietonelen naar het dagelijkse (gezins)-leven. Dit adaptatiesas maakt intrinsiek deel uit van de operatie zelf, waarbij een missie die gezamenlijk door een eenheid werd aangevat ook collectief (psychologisch) kan worden afgesloten. Dit brengt dus geen verlenging van de buitenlandse zending met zich mee.
Dit adaptatiesas heeft dus als doel de overgang naar het dagelijkse leven te vergemakkelijken, het welzijn te promoten via rust en reflectie, het bevorderen van het bewustzijn van symptomen die duiden op problemen omtrent de mentale gezondheid en manieren om daarmee om te gaan, het preventief verminderen van stresssituaties die zich mogelijk in familiale context kunnen voordoen en ten slotte ervaringen gezamenlijk een plaats te geven. Dit kan gebeuren via informatiesessies gaande over het re-integratieproces evenals mogelijke mentale gezondheidsproblemen die kunnen opduiken, individuele sessies met professionals gespecialiseerd in mentale gezondheid (indien men dit wenst), maar ook rust en recreatie (zowel georganiseerde, gezamenlijke, activiteiten zoals excursies, als individuele activiteiten).
Risico op bijvoorbeeld alcoholmisbruik kan echter nooit volledig worden uitgesloten, maar het kan wel worden geminimaliseerd. Zoals recent werd vastgesteld kan dit zelfs niet worden uitgesloten op het operatietoneel zelf, laat staan wanneer de militair terug thuis is. Wanneer dit in een thuissituatie zou voordoen zouden de gevolgen zelfs nog desastreuzer zijn dan wanneer dit in de context van een adaptatiesas zou gebeuren.
Vaak wordt aangehaald dat het defensiepersoneel hier niet voor is gewonnen. Een rapport van het Britse « Academic Centre for Defence Mental Health » haalde aan in een rapport dat :
« Although the majority of troops (approximately 80 %) did not want to participate, or were ambivalent about participation, in TLD prior to their arrival in Cyprus; the majority (91 %) reported having found TLD useful upon completion ... All the TLD activities (including the mandatory mental health and homecoming brief) were seen as being generally helpful. About 70 % of decompressing troops thought that the briefings would be helpful in easing their transition home. » (3)
Op dit vlak loopt België op dit ogenblik achter op zijn buurlanden, waaronder het VK, Frankrijk en Nederland, wat betreft de psychosociale begeleiding — in de fase tussen het verlaten van het operatietoneel en de thuiskomst — van het defensiepersoneel dat op buitenlandse missies wordt gestuurd. Het VK hanteert — in tegenstelling tot Frankrijk en Nederland — een Angelsaksisch systeem waarbij de militairen op de terugweg van hun missie een tussenstop maken op Cyprus op één van hun militaire basissen daar gelegen. De Nederlanders en Fransen laten de psychosociale begeleiding daarentegen plaatsvinden in hotels in respectievelijk Kreta of Cyprus, waar de militairen een op voorhand vastgelegd programma doorlopen. De Fransen hebben daarenboven ook gebruik gemaakt van ostheopaten om de rug- en nekklachten van de militairen — die gedurende verschillende maanden met een zware bepakking hebben rondgelopen — te behandelen.
Er moet dus dringend werk worden gemaakt van een nog betere zorg voor het defensiepersoneel dat terugkeert van buitenlandse zendingen. Daarbij aansluitend moet de wetenschappelijke opvolging en nazorg worden verzekerd. Het is essentieel, in het kader van de huidige bundeling van krachten tussen legers uit de Europese landen, om te beschikken over wetenschappelijke gegevens die het mogelijk maken om de (mentale) gezondheid van militairen te vergelijken en aldus ook een gemeenschappelijk beleid te kunnen voeren op het vlak van operationele duurzaamheid van de militairen die herhaald worden uitgezonden.
Op het vlak van post-mission begeleiding is het dus belangrijk dat defensie bij de inplaatsstelling van een adaptatiesas een duidelijk communicatief beleid voert met betrekking tot de doelstellingen en verwachtingen van een dergelijk initiatief. Indien dit initiatief weinig gestructureerd en zonder duidelijk doel wordt opgelegd kan deze onderneming op zijn best geen bijkomende voordelen opleveren, en in het ergste geval zelfs het moraal negatief beïnvloeden. (4)
| Patrick DE GROOTE. | |
| Luc SEVENHANS. | |
| Karl VANLOUWE. | |
| Piet DE BRUYN. |
De Senaat,
A. gelet de nood aan bijkomende psychosociale begeleiding van het defensiepersoneel dat op buitenlandse zendingen wordt gestuurd en daar in een risicovolle omgeving moet functioneren waarbij soms stressvolle of traumatiserende ervaringen worden opgedaan;
B. gelet op de reeds genomen initiatieven in landen zoals Frankrijk, Nederland, VK, maar ook Canada en de VS wat betreft TLD;
C. gelet op de hoge graad van tevredenheid van militairen in de aangehaalde landen over TLD na voltooiing van het programma;
D. gelet op het nut van TLD als facilitator van de re-integratie van militairen door preventie van mogelijke stresssituaties in familiale context, bevordering van het bewustzijn van symptomen die duiden op mentale problemen evenals manieren om hiermee om te gaan;
E. gelet op het nut van TLD als manier om als eenheid gezamenlijk de opgedane ervaringen een plaats te geven op het einde van een buitenlandse opdracht;
F. gelet op het nut van TLD bij de signalisatie van mogelijke problemen met de mentale gezondheid en het op punt stellen van een op maat gemaakt programma dat moet helpen om het individu bij de terugkomst de nodige steun en zorg te verlenen;
G. gelet op de samenwerkingsmogelijkheden met onder andere Nederland — die op dit ogenblik hun TLD in Kreta laten plaatsvinden — wat betreft de pooling & sharing van ondersteunende diensten en specialisten psychosociale begeleiding;
H. gelet op de langere duur nodig om hetzelfde effect te bereiken indien men de psychosociale begeleiding thuis of op een basis zou laten plaatsvinden (in plaats van op een « derde » locatie); (5)
I. gelet op het feit dat de inplaatsstelling van een TLD niet noodzakelijk een verlenging van de tijd dat men van huis weg is inhoudt;
J. gelet op de correlatie tussen het weer en de gemoedstoestand bij sommige personen;
K. gelet op de negatieve connotatie van de term « decompressie » door de hele voorgeschiedenis van dit dossier,
Vraagt de regering :
1. onmiddellijk werk te maken van de inplaatsstelling van een TLD ofwel « adaptatiesas » die moet instaan voor de psychosociale ondersteuning van het defensiepersoneel dat terugkomt van buitenlandse missies;
2. de mogelijkheden te onderzoeken om dit adaptatiesas te laten plaatsvinden in samenwerking met andere landen, zoals Nederland, die al enkele jaren ervaring hebben met de psychosociale begeleiding en nazorg van personeel dat terugkeert van buitenlandse opdrachten;
3. het adaptatiesas integraal deel te laten uitmaken van een globaal model van psychosociale ondersteuning van de uitgezonden militairen en hun gezinnen;
4. de adaptatiesas effectief te beschouwen als een intrinsiek deel van de buitenlandse zending en de deelnemers aan deze adaptatiesas dan ook dezelfde gevarenpremie uit te betalen die ze normaliter gedurende hun buitenlandse opdracht kregen;
5. de psychosociale begeleiding te onderwerpen aan een evaluatie die toelaat het beleid indien nodig bij te sturen.
23 maart 2012.
| Patrick DE GROOTE. | |
| Luc SEVENHANS. | |
| Karl VANLOUWE. | |
| Piet DE BRUYN. |
(1) Van Kuik, P.H.M, Het Adaptatiegesprek : Handleiding voor de organisatie en uitvoering, Versie 1, 2006, blz. 2.
(2) De Crem, P., PolitiekeOriëntatienota, 2008, blz. 39-40.
(3) ACDMH, Decompression Quantitative Survey Final Report, 2009, pp. 1-31.
(4) Huges, J.G.H.; Earnshaw, M.; Greenberg, N.; Eldrige, R.; Fear, N.T.; French, C.; Deahl, M.P.; en Wessely, S.; « The Use of Psychological Decompression in Military Operational Environments », in Military Medicine, Vol. 173 (Juni 2008), blz. 538.
(5) Idem.