4-1090/2 | 4-1090/2 |
13 JANUARI 2009
I. Inleiding
De commissie heeft dit wetsontwerp onderzocht op haar vergadering van 13 januari 2008.
II. Inleidende uiteenzetting van de vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse zaken
Op 7 juni 2007 heeft de Raad van de Europese Unie het Besluit betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen genomen, met toepassing van de besluiten van de Europese Raad die in Brussel op 15 en 16 december 2005 vergaderde.
Overeenkomstig dat Besluit moet de Europese Unie over de nodige middelen beschikken om haar beleid te financieren. Ze moet ernstige inspanningen inzake begrotingsdiscipline leveren en de beginselen van subsidiariteit, proportionaliteit en solidariteit in acht nemen bij de formulering van het beleid dat overeenkomstig het verdrag tot stand wordt gebracht.
België is het laatste land dat de procedure aanvangt om instemming van het parlement te vragen. Die vertraging dreigt het afsluiten van de begroting 2008 van de Europese Unie in het gedrang te brengen, aangezien de tekst erin voorziet dat het akkoord van kracht wordt met ingang van 1 januari 2007, na het indienen van de ratificatie-instrumenten uiterlijk op 31 december 2008. De regering vraagt de Senaat zo snel mogelijk in te stemmen met dit wetsontwerp, dat een verdrag bevat dat uitsluitend onder federale bevoegdheid valt.
Het ter ratificatie voorgelegde besluit hervormt de bijdragen van de lidstaten in de financiering van de eigen middelen van de Europese Unie diepgaand. Er komt een correctie ten gunste van bepaalde « netto betalende » landen, die hun bijdrage tot de financiering van de middelen van de Unie hoger achten dan het voordeel dat ze eruit halen door middel van Europese uitgaven op hun grondgebied. Sinds de Europese Raad van Fontainebleau in 1984 wordt dat de « cheque van mevrouw Thatcher » genoemd.
Het nieuwe besluit dat ter ratificatie voorligt, voorziet in de eerste plaats in een structurele verlaging van de Britse korting. Het gaat om een progressieve vermindering tot 2010 van een deel van de begrotingsbedragen die de berekeningsbasis vormen van de vermindering van de bijdrage van dat land. Die vermindering is blijvend. Tevens komt het besluit tegemoet aan de eisen van vier lidstaten die meenden dat ze meer bijdroegen dan redelijk was in de financiering van de eigen middelen : Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Zweden. De politieke weerslag van het Besluit is dat ons land geen baat heeft bij die maatregelen en bijdraagt in de financiering van de overdrachtverlagingen die zijn toegekend aan het Verenigd Koninkrijk en de vier andere lidstaten.
Wat de eigen middelen voor de periode van de financiële vooruitzichten 2007-2013 betreft, bedraagt de begroting van de Europese Unie ongeveer 120 miljard euro per jaar (in prijzen van 2004), of +/- 1 % van het BNI.
Budgettaire impact van de goedkeuring van het Besluit 2007/436/EG, EURATOM van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen
Bij de beoordeling van de budgettaire impact van de goedkeuring van het Besluit betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschap dient men rekening te houden met twee belangrijke zaken.
Eerst en vooral gaat het om de wijzigingen in het systeem van overdracht van de eigen middelen in vergelijking met de financiering zoals ze voordien werd georganiseerd. Dat werd in talrijke fasen bijgewerkt, waarvan de laatste wijzigingen van 2000 en 2004 dateren. Het verschil tussen de toepassing van het nieuwe systeem en de toestand « bij ongewijzigd beleid » is de bijkomende kostprijs ten laste van de begroting van de lidstaten. Voor België bedraagt hij over de periode van de financiële vooruitzichten 2007-2013 gemiddeld 20 miljoen per jaar.
Tevens is het raadzaam rekening te houden met het gedeelte « uitgaven » van het financieel meerjarenraamwerk voor de periode 2007-2013, zoals vastgelegd in het interinstitutioneel akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over begrotingsdiscipline en goed financieel management.
Bestanddelen van het besluit van 7 juni 2007
Het besluit bevat vier bestanddelen die de financieringsregeling wijzigen :
— Het uniforme afdrachtpercentage van de BTW-bron wordt op 0,30 % bepaald voor alle lidstaten van de Europese Unie, wat overeenkomt met het verschil tussen het maximale afdrachtpercentage van 0,50 % waarin de huidige beslissingen voorzien en de gemiddelde waarde van dat percentage die de jongste jaren en meer bepaald in 2006 werd toegepast (« bevriezing » van 0,19 % van het afdrachtpercentage, dus een werkelijk percentage van 0,31 %). De overdrachten worden dus relatief niet reëel verhoogd.
— Vier staten genieten een afwijkende regeling voor de BTW-overdracht over de periode 2007-2013, om hun respectieve begrotingslasten te verlichten : Oostenrijk zal 0,225 % van zijn BTW-ontvangsten overdragen, Duitsland 0,15 %, Nederland en Zweden 0,10 %. Die nieuwe bepaling is een eerste bestanddeel van de financiële impact van het nieuwe eigenmiddelenbesluit.
— Wat de BNI-bron betreft, voorziet het nieuwe eigenmiddelenbesluit in het voortzetten van de Britse korting die er na de Europese Raad van Fontainebleau in 1984 is gekomen. De korting wordt progressief en blijvend in de tijd beperkt. Tevens wordt een bovengrens ingesteld voor de periode van de financiële vooruitzichten 2007-2013 : de totale correctie voor het Verenigd Koninkrijk mag in de periode 2007-2013 niet hoger zijn dan 10,5 miljard euro (prijs 2004). De verlaging van de korting wordt georganiseerd op grond van de uitgaven die voortvloeien uit de uitbreiding. Die nieuwe bepaling is het tweede, ditmaal negatieve, bestanddeel in de berekening van de financiële impact van het nieuwe eigenmiddelenbesluit.
— Een jaarlijkse brutoverlaging, alleen voor de periode 2007-2013, van de in procent van het BNI berekende bijdragen van respectievelijk 605 en 150 miljoen euro wordt toegekend aan Nederland en Zweden (prijzen van 2004). Die verlaging komt er bovenop de vermindering van het BTW-afdrachtpercentage waarvan eerder sprake. Die nieuwe bepaling is het derde bestanddeel in de berekening van de financiële impact van het nieuwe eigenmiddelenbesluit.
Financiële weerslag op alle financiële vooruitzichten voor 2007-2013
Op grond van een extrapolatie van de in het Besluit vervatte maxima naar de hele periode heeft het Federaal Planbureau de volgende raming opgemaakt :
Compromis van december 2005 inzake eigen middelen, weerslag op de bijdragen van de lidstaten in verhouding tot het Eigenmiddelenbesluit 2000 (1) (jaargemiddelde 2007-2012)
| In miljard euro tegen prijzen 2004 — En millards d'euros à prix 2004 | In percentage (2) — En pourcentage (2) | In percentage van het BNI — En pourcentage du RNB | |
| BE | 0,02 | 0,6 | 0,01 |
| UK | 1,67 | 17,3 | 0,10 |
| D | -0,99 | -4,8 | -0,04 |
| NL | -0,94 | -21,6 | -0,19 |
| A | -0,03 | -1,3 | -0,01 |
| S | -0,35 | -12,0 | -0,11 |
| I | 0,09 | 0,6 | 0,01 |
| F | 0,13 | 0,7 | 0,01 |
| DK | 0,01 | 0,6 | 0,01 |
| FIN | 0,01 | 0,7 | 0,01 |
| E | 0,07 | 0,8 | 0,01 |
| IRL | 0,01 | 0,7 | 0,01 |
| P | 0,01 | 0,8 | 0,01 |
| GR | 0,02 | 0,8 | 0,01 |
| L | 0,00 | 0,8 | 0,01 |
| A-12 | 0,05 | 0,7 | 0,01 |
| Totaal. — Total | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
Working Paper « Het Europese begrotingscompromis van december 2005 — Financiële impact voor België en de andere lidstaten. » door Florence Hennart (Ministère de la Région Wallonne — Direction de la Politique Économique), Michel Saintrain (Federaal Planbureau), Thierry Vergeynst (Studiedienst van de Vlaamse regering), april 2006.
Zoals voor de andere landen wordt de Belgische bijdrage ter financiering van de kortingen beïnvloed door twee lastenaspecten die bijkomende kosten veroorzaken, met name de nieuwe BTW-tarieven voor de vier landen die hun voordeel doen met de nettoverlaging ten gunste van Zweden en Nederland. Er is een correctievector voorhanden voor de verlaging, die bestaat uit de progressieve vermindering van de korting voor het Verenigd Koninkrijk. Het Belgische aandeel in de financiering daarvan daalt van 10 miljoen euro in 2007 tot 5 miljoen in 2008-2012 en tot -3 miljoen euro in 2013-2014.
De gemiddelde weerslag van die stijgende en dalende cijfers kost België dus ongeveer 20 miljoen per jaar.
Gedetailleerde weerslag van het nieuwe besluit op de eigen middelen
Aan de hand van de gedetailleerde berekeningen kunnen de gemiddelde jaarlijkse kosten van de kortingsregelingen worden geraamd, ook die in verband met het nieuwe Eigenmiddelenbesluit. Het totale aantal kortingen « kost » de lidstaten ongeveer 8,65 miljard euro. Bij die totale raming worden ongeveer 3,06 miljard euro aangemerkt als extra ten opzichte van de bestaande regeling. Dat is de weerslag van het nieuwe Eigenmiddelenbesluit. Die weerslag wordt gespreid over alle lidstaten die geen kortingsregeling genieten. Er zij op gewezen dat het Besluit voorziet in ten hoogste 10,4 miljard euro tegen de prijzen van 2004 voor het Verenigd Koninkrijk. Dat bedrag wordt niet gehaald, aangezien de korting ongeveer 5,5 miljard per jaar bedraagt, hetzij 5,2 voor 2006, 5,3 voor 2007, 5,7 voor 2008 en 5,6 miljard voor 2009.
Voor België worden de volledige kosten op een 350 miljoen euro per jaar geraamd. Pro memorie : het betreft alle regelingen samen, en niet de specifieke weerslag van het nieuwe besluit.
Geheel van de kortingen : brutobedragen en financiering (2) (jaargemiddelde 2007-2012, in miljarden euro tegen prijzen van 2004)
| Kortingen op BTW-bijdrage — Rabais sur la contribution TVA | Kortingen op BNP- bijdrage — Rabais sur la contribution PNB | Britse korting — Rabais britannique | Totaal — Total | Netto-totaal — Total net | |||||
| Bruto- kortingen — Rabais bruts | Financiering — Financement | Bruto- kortingen — Rabais bruts | Financiering — Financement | Korting — Rabais | Financiering — Financement | Bruto- kortingen — Rabais bruts | Financiering — Financement | ||
| BE | -0,06 | -0,02 | 5,59 | -0,26 | 0,00 | -0,35 | -0,35 | ||
| UK | -0,39 | -0,13 | 5,59 | -0,52 | 5,07 | ||||
| D | 1,50 | -0,46 | -0,15 | -0,33 | 1,50 | -0,94 | 0,56 | ||
| NL | 0,45 | -0,10 | 0,61 | -0,03 | -0,07 | 1,05 | -0,20 | 0,85 | |
| A | 0,09 | -0,05 | -0,02 | -0,04 | 0,09 | -0,10 | -0,02 | ||
| S | 0,27 | -0,06 | 0,15 | -0,02 | -0,05 | 0,42 | -0,13 | 0,28 | |
| I | -0,29 | -0,10 | -1,20 | 0,00 | -1,59 | -1,59 | |||
| F | -0,35 | -0,12 | -1,46 | 0,00 | -1,93 | -1,93 | |||
| DK | -0,04 | -0,01 | -0,17 | 0,00 | -0,23 | -0,23 | |||
| FIN | -0,03 | -0,01 | -0,13 | 0,00 | -0,18 | -0,18 | |||
| E | -0,20 | -0,06 | -0,81 | 0,00 | -1,07 | -1,07 | |||
| IRL | -0,03 | -0,01 | -0,13 | 0,00 | -0,17 | -0,17 | |||
| P | -0,03 | -0,01 | -0,12 | 0,00 | -0,16 | -0,16 | |||
| GR | -0,04 | -0,01 | -0,17 | 0,00 | -0,22 | -0,22 | |||
| L | -0,01 | 0,00 | -0,02 | 0,00 | -0,03 | -0,03 | |||
| A-12 | -0,15 | -0,05 | -0,63 | 0,00 | -0,83 | -0,83 | |||
| Totaal. — Total | 2,30 | -2,30 | 0,76 | -0,76 | 5,59 | -5,59 | 8,65 | -8,65 | 0,00 |
Enkele opmerkingen over de tabel :
— Voor Nederland en Zweden worden de kortingen beperkt tot respectievelijk 650 en 150 miljoen euro per jaar en tegen de prijzen van 2004.
— De financiële weerslag van de BTW-maatregelen mogen als significant worden bestempeld, met name rond 60 miljoen euro per jaar.
De volgende tabel geeft in alle bijzonderheden de kostenaspecten voor België weer wat de BNI-bijdrage betreft. Kennelijk kost de BNI-bijdrage in totaal 2,43 miljard euro, waarvan 368 miljoen met de kortingen overeenstemt.
Zoals hierboven aangegeven, moeten alleen de aspecten die uit het nieuwe Besluit voortvloeien in aanmerking worden genomen om de weerslag ervan te ramen. Het gaat om de laatste twee kolommen : 20 miljoen ter financiering van de nettokortingen op de bijdragen van Nederland en Zweden, alsmede 6 miljoen voor de lagere BTW-overdrachten; de korting voor het Verenigd Koninkrijk verlaagt van 240 miljoen in 2007 tot ongeveer 160 miljoen in 2013, evenals de « korting op de korting ». Dat komt voor de volledige tijdspanne uit op kosten ten belope van ongeveer 20 miljoen euro.
Compromis van december 2005, maximumbedragen van de BNP-bijdrage van België : uitsplitsing (3) (in miljarden euro aan de prijs van 2004)
| BNP- bijdrage — Contribution PNB | Waarvan BNP-bijdrage zonder enige korting — Dont contribution PNB hors tous rabais | Kostprijs van de Britse korting zonder « korting op korting » — Coût du rabais britannique hors « rabais sur rabais » | Kostprijs van de « korting op korting » — Coût du « rabais sur rabais » | Kostprijs van de kortingen op de BNP-bijdrage — Coût du rabais sur la contribution PNB | Kostprijs van de kortingen op de BTW-bijdrage — Coût du rabais sur la contribution TVA | |
| 2007 | 2,85 | 2,43 | 0,24 | 0,10 | 0,02 | 0,06 |
| 2008 | 2,91 | 2,50 | 0,23 | 0,09 | 0,02 | 0,06 |
| 2009 | 2,60 | 2,27 | 0,18 | 0,07 | 0,02 | 0,06 |
| 2010 | 2,74 | 2,43 | 0,16 | 0,06 | 0,02 | 0,06 |
| 2011 | 2,65 | 2,34 | 0,16 | 0,06 | 0,02 | 0,06 |
| 2012 | 2,73 | 2,43 | 0,16 | 0,06 | 0,02 | 0,07 |
| 2013 | 2,71 | 2,40 | 0,16 | 0,06 | 0,02 | 0,07 |
| Totaal. — Total | 19,19 | 16,79 | 1,29 | 0,52 | 0,15 | 0,46 |
Beoordeling van de weerslag van de kortingen op de bijdragen van de lidstaten
Het Federaal Planbureau heeft een tabel voorgesteld met de bijdragepercentages aan de eigen middelen en de relatieve « rijkdom » van de verschillende lidstaten, geëvalueerd op grond van hun BNI.
Compromis van december 2005, inzake eigen middelen, aandeel van de lidstaten in de financiering van de Europese begroting (4) (jaargemiddelde 2007-2012, in procenten)
| Aandeel in de financiering van de Europese begroting (a) — Part dans le financement du budget européen (a) | Aandeel in het BNI van de Europese Unie (b) — Part dans le RNB de l'Union européenne (b) | Verschil (a-b) — Écart (a-b) | Pro memorie: aandeel in de financiering, met inbegrip van de traditionele eigen middelen — Pour mémoire: part dans le financement, y compris ressources propres traditionnelles | |
| BE | 3,05 | 2,77 | 0,27 | 3,74 |
| UK | 12,45 | 17,12 | -4,66 | 12,93 |
| D | 19,10 | 19,80 | -0,70 | 19,20 |
| NL | 3,32 | 4,15 | -0,83 | 4,04 |
| A | 2,16 | 2,15 | 0,02 | 2,10 |
| S | 2,47 | 2,80 | -0,32 | 2,47 |
| I | 13,96 | 12,62 | 1,33 | 13,53 |
| F | 17,27 | 15,37 | 1,90 | 16,48 |
| DK | 2,01 | 1,63 | 0,18 | 2,00 |
| FIN | 1,57 | 1,41 | 0,16 | 1,48 |
| E | 9,75 | 8,59 | 1,16 | 9,43 |
| IRL | 1,57 | 1,38 | 0,19 | 1,50 |
| P | 1,43 | 1,26 | 0,17 | 1,37 |
| GR | 2,03 | 1,79 | 0,24 | 1,96 |
| L | 0,27 | 0,24 | 0,03 | 0,26 |
| A-12 | 7,56 | 6,71 | 0,85 | 7,50 |
| Totaal. — Total | 100,00 | 100,00 | 0,00 | 100,00 |
Uiteraard is er een significant verschil tussen beide elementen : sommige « rijkere » Staten betalen relatief veel minder dan andere, die « armer » zijn. Dat is het geval voor de begunstigden van de kortingen : Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Nederland en Zweden. Oostenrijk is in evenwicht. België draagt bij voor 3,05 % terwijl zijn nationale rijkdom 2,77 % van de Unie bedraagt. Als men de overdrachten van douanerechten en BTW in aanmerking neemt, komt men tot een bijdrage van 3,74 %.
Financiële weerslag op de begroting van België van 2007 tot 2009. Ramingen van de commissie in 2008
De evaluatie van de weerslag op de ontvangstenbegroting van de Staat betreft dus een grotere overdracht van de btw-ontvangsten als gevolg van het besluit. In feite bestaat het besluit er meer in het in 2006 bereikte afdrachtpercentage te blokkeren dan het opwaarts te herzien. Dat besluit heeft in vergelijking met de voortzetting van het bestaande systeem dus weinig invloed op de begroting op het stuk van bijkomende overdracht. Het gaat om ongeveer 6 miljoen euro per jaar, die aan het einde van het werkjaar moeten worden beoordeeld.
De begrotingsweerslag is vooral op het vlak van de BNI-middelen merkbaar. Krachtens artikel 11, laatste paragraaf, treedt de beslissing op 1 januari 2007 in werking. De Commissie heeft, bij wijze van oefening, de hele regeling voor het eerst berekend ter gelegenheid van een aanpassing van de begroting 2008. Die gevolgen zullen moeten worden vertaald in een aanpassing van de begrotingen 2007 en 2008. Voor 2009 zouden de correcties in de begrotingen zijn opgenomen. De gegevens voor 2009 zullen echter pas in 2010 definitief bekend zijn.
Voor België betreffen de correcties op de volgende verhogingen van overdrachten als BNI-middelen, in miljoen euro :
| 2007 | 2008 | B 2009 |
| 21,70 | 22,70 | 23,00 |
De bijdragen tot de korting ten voordele van het Verenigd Koninkrijk worden geraamd voorafgaand aan het werkjaar en vervolgens opnieuw berekend omdat in de raming elementen van reële uitgaven vervat zijn. Daarom ligt het bedrag voor 2008 aanzienlijk hoger dan dat voor 2007.
Voor België vertegenwoordigen de in 2008 geraamde correcties op de BNI-middelen de volgende bedragen, (in miljoen euro) :
| 2007 | 2008 | B 2009 | |
| Correctie van de korting | -14,80 | 2,40 | — |
| Korting VK | 247,20 | 318,80 | 289,80 |
| Netto effect | 232,40 | 321,20 | 289,80 |
De ramingen van het Planbureau worden dus bevestigd door de eerste concrete berekeningen die de Commissie in 2008 bij wijze van oefening heeft uitgevoerd voor de jaren 2007 en 2008.
Hoe verhouden de EU-ontvangsten zich tot de EU-uitgaven ?
Een analyse van de EU-ontvangsten, inzonderheid die uit de aanvullende Belgische bijdragen, vergt dat men ook de uitgaven van de Europese Unie onder de loep neemt die ons land rechtstreeks ten goede komen. Tijdens de voorbereiding van het Besluit « eigen middelen » werd verwezen naar de hiernavolgende tabel, die (volgens de destijds gehanteerde berekeningsmethode voor de bijdragevermindering ten gunste van het Verenigd Koninkrijk) aangeeft welk land een nettobetaler of een netto-ontvanger is wat de EU-uitgaven betreft. De tabel is gebaseerd op het in 2006 uitgebrachte verslag van de commissie die zich met de begrotingsboekingen bezighoudt. Gelet op de administratieve uitgaven van de Commissie en van de andere in België gevestigde Europese instellingen blijkt dat ons land in 2005 tot de netto-ontvangers behoorde, ten belope van 0,88 % van het BNI. Uiteraard liggen de zaken anders als men abstractie maakt van die uitgaven, want dan bedraagt de nettobijdrage van België 0,37 % van het BNI.
Begrotingssaldo per lidstaat, volgens de zogenaamde methode van de « Britse korting » (in miljoenen euro)
| 2002 | 2003 | 2004 | 2005 | |||||
| Bedrag — Montant | % BNI — % RNB | Bedrag — Montant | %BNI — % RNB | Bedrag — Montant | % BNI — % RNB | Bedrag — Montant | % BNI — % RNB | |
| Duitsland. — Allemagne | -5 833,7 | -0,28 | -8 544,3 | -0,40 | -8 011,3 | -0,36 | -6 952,0 | -0,31 |
| Oostenrijk. — Autriche | -304,0 | -0,14 | -427,4 | -0,19 | -455,0 | -0,19 | -374,3 | -0,15 |
| België. — Belgique | 1 754,9 | 0,65 | 1 608,3 | 0,58 | 2 111,6 | 0,73 | 2 666,0 | 0,88 |
| Cyprus. — Chypre | — | — | — | — | 63,5 | 0,53 | 89,4 | 0,68 |
| Denemarken. — Danemark | -206,2 | -0,11 | -260,4 | -0,14 | -260,9 | -0,13 | -304,4 | -0,15 |
| Spanje. — Espagne | 8 580,0 | 1,20 | 8 400,8 | 1,09 | 8 184,6 | 0,99 | 5 623,2 | 0,63 |
| Estland. — Estonie | — | — | — | — | 148,7 | 1,76 | 156,9 | 1,49 |
| Finland. — Finlande | -40,9 | -0,03 | -68,4 | -0,05 | -110,5 | -0,07 | -132,7 | -0,08 |
| Frankrijk. — France | -2 515,3 | -0,16 | -2 441,3 | -0,15 | -3 417,4 | -0,21 | -3 404,1 | -0,20 |
| Griekenland. — Grèce | 3 331,5 | 2,34 | 3 305,4 | 2,15 | 4 107,5 | 2,46 | 3 838,1 | 2,15 |
| Hongarije. — Hongrie | — | — | — | — | 182,1 | 0,24 | 567,6 | 0,68 |
| Ierland. — Irlande | 1 558,8 | 1,45 | 1 544,4 | 1,31 | 1 579,5 | 1,26 | 1 110,0 | 0,62 |
| Italië. — Italie | -3 363,5 | -0,26 | -1 274,1 | -0,10 | -3 436,6 | -0,25 | -2 696,3 | -0,20 |
| Letland. — Lettonie | — | — | — | — | 201,1 | 1,84 | 265,8 | 2,07 |
| Litouwen. — Lituanie | — | — | — | — | 371,9 | 2,11 | 475,9 | 2,35 |
| Luxemburg. — Luxembourg | 752,9 | 3,63 | 825,4 | 3,96 | 841,9 | 3,62 | 874,1 | 3,63 |
| Malta. — Malte | — | — | — | — | 47,6 | 1,13 | 92,8 | 2,07 |
| Nederland. — Pays-Bas | -2 351,2 | -0,50 | -2 124,5 | -0,45 | -2 201,9 | -0,45 | -2 841,1 | -0,56 |
| Polen. — Pologne | — | — | — | — | 1 402,7 | 0,72 | 1 774,7 | 0,76 |
| Portugal. — Portugal | 2 640,3 | 1,98 | 3 430,1 | 2,52 | 3 083,0 | 2,19 | 2 321,5 | 1,60 |
| Tsjechische Republie. — République tchèque | — | — | — | — | 260,5 | 0,32 | 149,0 | 0,16 |
| Verenigd Koninkrijk. — Royaume-Uni | -3 358,5 | -0,21 | -3 464,3 | -0,21 | -3 872,9 | -0,22 | -2 545,7 | 0,13 |
| Slovakije. — Slovaquie | — | — | — | — | 167,7 | 0,51 | 264,2 | 0,71 |
| Slovénie. — Slovénie | — | — | — | — | 107,6 | 0,42 | 95,3 | 0,35 |
| Zweden. — Suède | -844,9 | -0,33 | -1 006,6 | -0,39 | -1 173,7 | -0,42 | -982,9 | -0,34 |
| De nettotabellen zijn cursief gedrukt. — Les contributeurs nets sont mentionnés en italique. Bron: « geel », bijgevoegd bij het ontwerp van financiewet 2008. — Source: « jaune » annexé au projet de loi de finances pour 2008. | ||||||||
III. Bespreking
Mevrouw de Bethune wenst uitleg over de vermelde bedragen van respectievelijk 20 en 350 miljoen euro.
De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken legt uit dat de 20 miljoen euro de bijkomende uitgave op de Belgische begroting zijn, terwijl de 350 miljoen euro het totaal voor de Europese Unie is van de kortingen sinds de top van Fontainebleau in 1984.
De heer Roelants du Vivier meent dat men vooral de huidige impact van het kortingensysteem voor ons land moet begrijpen.
Het advies van de Raad van State stelt : « In de huidige financiële en budgettaire context is dergelijke terugbetalingsvertraging voor de meeste lidstaten moeilijk aanvaardbaar. Het is daarom noodzakelijk dat België minstens vóór eind december 2008 dit besluit bij het Parlement kan neerleggen voor goedkeuring en zo mogelijk kan doen goedkeuren voor het einde van dit jaar » (stuk Senaat nr. 4-1090/1, blz. 21).
Spreker wenst daar de eventuele budgettaire gevolgen van te kennen.
De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken antwoordt dat de nationale begroting wat de financiering van de Europese Unie betreft, twee bestanddelen heeft. Het eerste behelst de ontvangsten en de overdrachten. In de algemene toelichting bij de begroting, onder de rubriek « Bijdragen van België aan de verschillende overheden », geeft het internationale gedeelte en vooral het Europese gedeelte aan hoeveel opbrengsten van indirecte belastingen van het nationale grondgebied worden overgedragen aan de Europese Unie. Het tweede bestanddeel behelst de begrotingsuitgaven en bestaat uit de overdracht van de BNI-bijdrage aan de Europese Unie. Die bijdragen, die voor 2009 werden goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers, worden berekend op basis van de cijfers die de Commissie van de Europese Unie verstrekt en daarin is niets voorzien voor dit wetsontwerp. De verklaring hiervoor is dat voor dat Besluit in werking treedt, het geratificeerd moet worden door alle lidstaten. Die dringen er bij België op aan het besluit te ratificeren voor het einde van 2008, zodat de maatregel met terugwerkende kracht tot januari 2007 in werking kan treden. Indien het de komende weken geratificeerd wordt, kan men bij de begrotingscontrole voor de 20 miljoen euro zorgen en als tegenprestatie de niet gebruikte financiële middelen van de Europese Unie terugbetaald krijgen.
De heer Wille meent dat de instellingen van de Europese Unie een strenge begrotingsdiscipline eisen en geen rekening houden met de parlementaire controle.
Mevrouw de Bethune vraagt of de regeringsbeslissing over de 20 miljoen euro is opgenomen in de begroting van ons land voor het jaar 2009 en aan een voorafgaande parlementaire controle is onderworpen. Moet het advies van de Kamer van volksvertegenwoordigers worden gevraagd, aangezien de Senaat geen bevoegdheid meer heeft inzake de begroting ?
Spreekster wijst erop dat er een bijzondere procedure moet worden uitgewerkt voor de budgettaire impact van wetsontwerpen houdende instemming met verdragen. Inhoudelijke parlementaire controle is noodzakelijk.
De heer Wille meent dat de Senaat in elk geval zijn rechten inzake de budgettaire impact van verdragen die hem ter instemming worden voorgelegd moet verdedigen, wel wetende dat de Kamer van volksvertegenwoordigers krachtens artikel 74 van de Grondwet, exclusief bevoegd is voor de federale begroting.
Mevrouw de Bethune wil weten waarom dit wetsontwerp zo laattijdig bij het parlement is ingediend. Eigenlijk krijgen de senatoren slechts enkele dagen om het wetsontwerp te onderzoeken.
De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken antwoordt dat het dossier in augustus 2008 bij de diensten van Buitenlandse Zaken is ingediend en dat ze er onmiddellijk aan zijn begonnen. Toen waren er nog 10 lidstaten die het Besluit moesten ratificeren. Luxemburg was de voorlaatste om het te ratificeren, net voor Kerstmis 2008. Ons land doet het dus niet zo slecht als men zou denken.
IV. Stemmingen
De artikelen 1 en 2, alsook het wetsontwerp in zijn geheel, werden aangenomen met 8 stemmen bij 1 onthouding.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| François ROELANTS du VIVIER. | Marleen TEMMERMAN. |
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (stuk Senaat, nr. 4-1090/1 - 2007/2008).
(1) Berekeningen Federaal Planbureau (maximumbedragen van de uitgaven : compromis van december 2005). — (2) In percentage van de btw- en BNP-bijdragen tot het ongewijzigde BEM 2000.
(2) Berekeningen Federaal Planbureau (maximumbedragen van de uitgaven : compromis van december 2005).
(3) Berekeningen Federaal Planbureau (maximumbedragen van de uitgaven : compromis van december 2005).
(4) Berekeningen Federaal Planbureau (maximumbedragen van de uitgaven : compromis van december 2005).