4-553/1 | 4-553/1 |
12 FEBRUARI 2008
Sinds de verlenging voor onbepaalde duur van het Verdrag betreffende de non-proliferatie van kernwapens (hierna : NPT) in 1995, is de vooruitgang op het gebied van nucleaire ontwapening zeer matig gebleken, of soms helemaal uitgebleven. Nu zijn ontwapening en de strijd tegen de proliferatie van kernwapens voorwaarden voor vrede en veiligheid.
De Ontwapeningsconferentie van Genève ligt sinds 1998 stil, omdat men niet in staat is een consensus te vinden over een agenda. Het laatste verdrag dat daar werd gesloten is het Verdrag tot algehele uitbanning van kernproeven (hierna : CTBT, 1996), waarvan de tenuitvoerlegging geblokkeerd wordt door het uitblijven van een aantal ratificaties. Amerikanen en Russen proberen een akkoord te vinden over het vervolg op het START I-verdrag (dat in 2009 afloopt), om een controlemechanisme te behouden, iets waarin in het laatste SORT-verdrag (2002) te weinig voorzien is. De universele gelding van het NPT en het Aanvullend Protocol van het IAEA (1997) is nog niet voor morgen.
De zaak Iran blijft in behandeling bij de Board of Governors van het IAEA en van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Het nieuwe evenwicht tussen het opvoeren van de controle, de beveiliging en de veiligheid rond de nucleaire brandstofcyclus en de splijtstof enerzijds en het behoud van het recht op het vreedzaam gebruik van atoomenergie anderzijds is moeilijk te vinden.
Artikel IV van het NPT erkent weliswaar het recht van de staten die partij zijn gebruik te maken van de ontwikkeling van kernenergie voor vreedzame doeleinden en van de internationale samenwerking op dat gebied, maar bepaalt dat dit recht niet onvoorwaardelijk is. Dat cruciale artikel van het verdrag onderstreept dat dit recht slechts onder drie voorwaarden legitiem kan worden uitgeoefend :
— de Staat die partij is moet te goeder trouw « vreedzame doeleinden » nastreven;
— hij moet de bepalingen van de artikelen I en II van het verdrag in acht nemen (1) ;
— hij moet tevens de waarborgen van het IAEA, waarin artikel III van het Verdrag voorziet, ten uitvoer leggen.
De NPT-Conferentie 2005 (2-27 mei 2005) is geëindigd met de vaststelling van een mislukking. Procedurekwesties hebben het inhoudelijk debat vertraagd, de plaats die moest worden gegeven aan de 13 resoluties van de RevCom 2000 lokte heel wat tegenstand uit en er was geen consensus over het aannemen van een slotverklaring. Er kon slechts een slotdocument over een procedure worden goedgekeurd.
Theoretisch moeten de eerste twee zittingen van het voorbereidend comité (PreCom) in 2007 en 2008 de principes, de doelstellingen en de middelen bepalen om de volledige toepassing van het NPT te bevorderen, alsook de universele gelding ervan; het derde PreCom 2009 moet aanbevelingen formuleren voor de NPT-onderzoeksconferentie in 2010 (RevCom 2010), rekening houdend met de resultaten van het debat ten gronde van de eerste twee PreComs. De lidstaten moeten dus enerzijds een consensueel verslag kunnen opstellen met aanbevelingen waarover tegen 2010 moet worden onderhandeld en anderzijds de regelingen inzake de procedures en de organisatie van de werkzaamheden van de RevCom 2010 afwerken.
Het PreCom 2007 (Wenen, 30 april — 11 mei) vormde het begin van een nieuwe onderzoekscyclus van het NPT, die een vervolg krijgt in het volgende PreCom (Genève, 28 april — 9 mei 2008). Er werd een agenda voor de RevCom 2010 goedgekeurd, alsook voor de komende voorbereidende vergaderingen in 2008 en 2009. Ook inhoudelijke vragen werden besproken en in de samenvatting van de voorzitter (« Chairman's Paper ») opgenomen :
— wat nucleaire ontwapening betreft : voorstelling van de werkelijke maatregelen die werden genomen op het gebied van de vermindering van de arsenalen, voorstelling van de bijkomende doeleinden die moeten worden bereikt, dialoog over de veiligheidswaarborgen; belang van de tenuitvoerlegging van het CTBT en van het aanvatten van de onderhandelingen over het verdrag inzake het verbod op de productie van splijtstoffen (cut-off-verdrag);
— nieuwe kernwapens en nieuwe doctrines : modernisering van de wapens en van hun gebruiksdoctrine in een afschrikkingsrol en in een offensieve rol; behoud van het alarmniveau voor kernwapens;
— het delen van de kennis over kernwapens : de samenwerking in de NAVO en tussen Groot-Brittannië en de Verenigde Staten;
— het verdrag inzake het verbod op de productie van splijtstoffen : start van de onderhandelingen op de Ontwapeningsconferentie;
— strategische wapens en antiraketverdediging : wat te doen na het verstrijken van het START- (2009) en het SORT-verdrag (2012);
— tactische kernwapens : veiligheid van de Russische tactische kernwapens, aanwezigheid van 480 Amerikaanse wapens opgesteld op Europees grondgebied;
— onderhandelingen over een verdrag inzake het verbod/de definitieve afschaffing van kernwapens, met een einddatum;
— loskoppeling van nucleaire ontwapening en algemene en volledige ontwapening;
— veiligheidswaarborgen en verdrag inzake het niet als eerste gebruiken van kernwapens;
— kernvrije zone : tot stand brengen van een kernvrije zone in het Midden-Oosten;
— aanvullend Protocol van het IAEA : welke status heeft het ten opzichte van het NPT en hoe kan de universele gelding ervan worden bereikt;
— resolutie 1540 van de Veiligheidsraad en Proliferation Security Initiative (PSI);
— controle op de export van kernmaterieel : transparantie en harmonisering van de controle;
— Noord-Korea : tenuitvoerlegging van het akkoord van 13 februari 2007;
— kernenergie : het vreedzaam gebruik van atoomenergie waarborgen dankzij de levering van licht verrijkt uranium langs multilaterale kanalen;
— de institutionele minpunten van het NPT en de uittredingsprocedure.
Het debat over al die thema's zal in 2008 en 2009 blijven doorgaan, om de herzieningsconferentie van het NPT in 2010 optimaal voor te bereiden.
Het NPT blijft de hoeksteen van de regeling ter bestrijding van de proliferatie van kernwapens, terwijl de ontwikkeling van het vreedzaam gebruik van kernenergie gestimuleerd wordt. Efficiënte, objectieve, transparante en niet-discriminerende controle van de export, een efficiënt systeem van waarborgen, dat geloofwaardig en betrouwbaar is en een waterdichte veiligheid zijn de grondslagen van de internationale actie ter preventie van de risico's op proliferatie, verboden handel in nucleaire en radioactieve stoffen en van eventuele terroristische nucleaire aanslagen en ter bestrijding van de proliferatienetwerken die los van enige staat actief zijn.
De Senaat,
vraagt de regering, nu België lid is van de Veiligheidsraad, relevante diplomatieke initiatieven te nemen :
1. om te ijveren voor de universele gelding van het non-proliferatieverdrag (NPT), voor de concrete uitvoering van alle verbintenissen ervan, voor de integrale inachtneming ervan door alle Staten die tot het verdrag zijn toegetreden en voor een grotere afdwingbaarheid van de bepalingen ervan;
2. om ervoor te ijveren dat de Veiligheidsraad een ondubbelzinnige houding aanneemt bij schendingen van het NPT;
3. om de uitvoering te bevorderen van het verdrag tot algehele uitbanning van kernproeven;
4. om het goedkeuren te bevorderen van een werkprogramma voor 2008 op de Ontwapeningsconferentie, met onder andere het starten van onderhandelingen en het sluiten van een verdrag inzake het verbod om splijtstoffen voor kernbommen te produceren en om nu reeds een internationaal moratorium te verkrijgen inzake de productie van splijtstoffen, en de voorwaarden te bepalen opdat splijtstoffen die niet meer voor militair gebruik in aanmerking komen, onder de controle van het IAEA worden geplaatst;
5. om de voortzetting aan te moedigen van de transparante en wederzijds controleerbare vermindering van de kernarsenalen, en te zorgen voor de niet-omkeerbaarheid van de nucleaire ontwapening door het vernietigen van de kernkoppen;
6. om vertrouwenwekkende maatregelen te bevorderen, zoals het verlagen van het alarmniveau en de detargeting van kernwapens;
7. om de inspanningen van de internationale gemeenschap die streeft naar veiligheid en naar de vernietiging van de tactische kernwapens in de kernarsenalen van de Staten die ze bezitten te erkennen en te bevorderen
8. om de ondertekening en de ratificatie te bespoedigen van het aanvullend protocol van het IAEA door alle Staten die tot het non-proliferatieverdrag zijn toegetreden; om de nieuwe ontwerptekst die is goedgekeurd door de Board of Governors van het IAEA, en waarin rekening wordt gehouden met kleine hoeveelheden nucleaire stoffen (SQP), te promoten;
9. om de regeling inzake de controle op de uitvoer van nucleaire technologie en grondstoffen, strenger en transparanter te maken, en de Nuclear Supplier Group (NSG) met nieuwe leden uit te breiden; om er bij de NSG naar te streven dat de ratificatie van het aanvullend protocol van het IAEA een voorwaarde wordt voor overdracht van nucleaire stoffen; om het voortzetten van de actie van het Zangger-comité voor de universele gelding van de algemene beginselen inzake de controle op de uitvoer aan te moedigen;
10. om internationale controlemaatregelen vast te leggen voor kerninstallaties en -materiaalvan landen die de procedure hebben aangevat om uit het non-proliferatieverdrag te stappen;
11. om de uitoefening van het recht op het vreedzaam gebruik van kernenergie beter te regelen, teneinde te voorkomen dat een civiel kernprogramma in een militair programma wordt omgezet; om het multilateraal beheer van de splijtstofcyclus te bevorderen, zodat splijtstof vrij beschikbaar kan worden en dat is belangrijk, zoals de G8 onderstreept heeft (6-7 juni 2007);
12. om de diplomatieke inspanningen voort te zetten voor het tot stand brengen van een zone die vrij is van massavernietigingswapens;
13. om de diplomatieke inspanningen aan te moedigen ter vermindering van regionale spanningen die de wapenwedloop en de proliferatie van massavernietigingswapens in de hand werken.
15 januari 2008.
| François ROELANTS du VIVIER. Sabine de BETHUNE. Paul WILLE. Olga ZRIHEN. |
(1) Article I Each nuclear-weapon State Party to the Treaty undertakes not to transfer to any recipient whatsoever nuclear weapons or other nuclear explosive devices or control over such weapons or explosive devices directly, or indirectly; and not in any way to assist, encourage, or induce any non-nuclear-weapon State to manufacture or otherwise acquire nuclear weapons or other nuclear explosive devices, or control over such weapons or explosive devices. Article II Each non-nuclear-weapon State Party to the Treaty undertakes not to receive the transfer from any transferor whatsoever of nuclear weapons or other nuclear explosive devices or of control over such weapons or explosive devices directly, or indirectly; not to manufacture or otherwise acquire nuclear weapons or other nuclear explosive devices; and not to seek or receive any assistance in the manufacture of nuclear weapons or other nuclear explosive devices.