3-1602/1

3-1602/1

Belgische Senaat

ZITTING 2005-2006

7 MAART 2006


Voorstel van resolutie strekkende tot een betere aanpak, op het vlak van de volksgezondheid, van de risico's verbonden aan overgewicht en zwaarlijvigheid

(Ingediend door de heren Philippe Mahoux en Jean Cornil)


TOELICHTING


In twintig jaar tijd is het aantal zwaarlijvige mensen wereldwijd verdubbeld.

Volgens een aantal studies komen er in Europa elk jaar opnieuw 400 000 zwaarlijvige kinderen bij; een ware epidemie, ...

De meest volledige informatie die momenteel beschikbaar is over de frequentie van obesitas wereldwijd is die welke door de WHO is verzameld in het kader van het Monica-project (Monitoring of Trend and Determinants of Cardiovascular Diseases).

Uit de gecompileerde gegevens, blijkt dat obesitas in de meeste Europese landen de laatste tien jaar veel meer voorkomt en dat de cijfers van 10 naar 20 % zijn gestegen bij de mannen en van 10 naar 25 % bij de vrouwen.

Aan de hand van de Body Mass Index (BMI) die de verhouding tussen gewicht en lengte bepaalt, kan de corpulentie van een persoon worden beoordeeld alsook de graad van zwaarlijvigheid.

De BMI wordt berekend door het gewicht (in kg) te delen door het kwadraat van de lengte (in meter). Een BMI lager dan 20 wijst op ondergewicht, tussen 20 en 25 geeft de BMI een normaal gewicht aan, tussen 25 en 30 wijst de BMI op overgewicht en boven de 30 is er sprake van obesitas. Een BMI boven de 40 wordt beschouwd als dodelijke obesitas.

Er zijn zeer onlangs resultaten bekendgemaakt van een federale enquête die in 2004 door het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid is uitgevoerd bij 13 000 personen. Hierin wordt vastgesteld dat 11 % van de jongeren van 2 tot 18 jaar aan overgewicht lijden.

Een onderzoek dat in 2004 is uitgevoerd door International Research Associated (INRA (1) ) op vraag van het « Obesitas Forum » toonde aan dat 43 % van de ondervraagde personen een BMI hadden dat hoger lag dan of gelijk was aan 25 kg/m2, wat betekent dat hun gewicht een gevaar kon vormen voor hun gezondheid.

De angstaanjagende stijging van de prevalentie van zwaarlijvigheid in de voorbije tien jaar blijkt ook uit het studieverslag van de externe dienst voor bescherming en preventie op het werk (IDEWE).

Tussen 1994 en 2000 is het aantal actieve vrouwen dat te maken heeft met overgewicht van 32 % naar 40 % gestegen (wat een toename met 25 % betekent in slechts 6 jaar tijd). Bij de mannen ging het van 48 % naar 52 % (een toename met 8 % in 6 jaar tijd).

De frequentie van BMI's van 30 of meer is gestegen van 9 % naar 13 % bij de vrouwen (toename met 44 % in 6 jaar) en van 11 % naar 14 % bij mannen (toename met 27 % in 6 jaar).

Steeds vaker krijgen ook kinderen en adolescenten te maken met overgewicht. Tegenwoordig lijden 19 % van de kinderen tussen 9 en 12 jaar aan overgewicht en schat men het aantal adolescenten dat zwaarlijvig is, op 10 %.

De gegevens van de WHO zijn duidelijk :

de gezondheidsproblemen die verband houden met gewicht duiken op zodra de BMI op overgewicht wijst.

De WHO is in dit opzicht zeer duidelijk :

« Obesity and overweight pose a major risk for chronic diseases, including type 2 diabetes, cardiovascular disease, hypertension and stroke, and certain forms of cancer ».

Het risico is een inherent aspect van de definitie van obesitas. Obesitas kan gedefinieerd worden als de overdreven toename van de vetmassa, in een mate die de gezondheidstoestand van het individu negatief kan beïnvloeden.

In december 2005 heeft de Europese Commissie het Groenboek gepubliceerd voor de preventie van overgewicht. Het document stelt nog geen gemeenschappelijke strategie voor aan de lidstaten. Het reikt denkpistes aan en stelt 32 vragen aan de betrokken partijen : de Europese instellingen, de lidstaten en het middenveld. De antwoorden worden verwacht tegen maart 2006 en op basis daarvan zal een verslag worden gepubliceerd.

De gevolgen die obesitas en overgewicht hebben voor de gezondheid zijn talrijk en van allerlei aard. Ze gaan van een verhoogde mortaliteit op jonge leeftijd tot niet-fatale gevolgen die echter wel een negatieve invloed hebben op de levenskwaliteit.

Hieruit volgt dus een verminderde levensverwachting met een belangrijke toename van de morbiditeit en een niet onbelangrijke afname van de levenskwaliteit.

Die levenskwaliteit verandert ook door het stigma dat zwaarlijvige personen krijgen, eerst op school en vervolgens in hun beroepsleven. Dit stigma verergert en werkt het overgewicht bij de betrokkene in de hand. Die belandt vervolgens in een vicieuze cirkel die moeilijk te doorbreken is : hij krijgt een laag zelfbeeld, zoekt ter compensatie zijn toevlucht in voedsel en werkt de zwaarlijvigheid in de hand.

Er dient tevens te worden verduidelijkt dat sommige auteurs hebben getracht om een statistisch significant verband te leggen tussen obesitas en toegang tot het hoger onderwijs, werkgelegenheid, het remuneratieniveau en de carrière.

In deze context dient ook benadrukt te worden dat obesitas kosten meebrengt voor de samenleving, meer bepaald wat absenteïsme op het werk betreft, werkonbekwaamheid of invaliditeit, alsook medische kosten.

In Europa hebben verschillende landen al nationale plannen opgesteld om deze situatie te verbeteren.

Ook in ons land heeft de minister van Volksgezondheid gereageerd door een Nationaal Voedings- en Gezondheidsprogramma op te stellen.

Dit is gebaseerd op de algemene strategie betreffende voeding, fysieke activiteit en gezondheid van de WHO, die aanraadt om op nationaal niveau een voedingsbeleid te voeren. Dit gebeurt reeds in Frankrijk, Nederland en Spanje.

Er zal ongetwijfeld veel aandacht gaan naar onderwijs en opleiding, alsook naar de verantwoordelijkheid van de diverse actoren en betrokkenen, zowel op individueel als op collectief niveau.

De manier waarop men zich voedt is natuurlijk een persoonlijke keuze, maar we mogen niet blind blijven voor de schattingen van de WHO, volgens welke het aantal diabetici in de wereld zal toenemen van de huidige 190 miljoen tot 370 miljoen in 2030.

Diabetes type 2, dat voordien alleen volwassenen trof, wordt nu vastgesteld bij een steeds toenemend aantal kinderen en jongeren.

Hoewel zwaarlijvigheid de voornaamste risicofactor is bij diabetes, dienen ook de complicaties als retinopathie, nefropathie, nierinsufficiëntie of andere ziekten zoals hoge bloeddruk en aandoeningen van hart en bloedvaten, te worden meegeteld.

Er dienen dus maatregelen te worden getroffen om zwaarlijvige personen zo goed mogelijk te behandelen en te begeleiden, teneinde de complicaties op lange termijn zo lang mogelijk of misschien helemaal te voorkomen als de diagnose vroeg wordt gesteld en de behandeling strikt wordt gevolgd.

De actieve en gemotiveerde medewerking van de betrokken persoon is hierbij essentieel. Dit veronderstelt dat die persoon zich bewust wordt van het feit dat hij aan een chronische aandoening lijdt die een multidisciplinaire aanpak op lange termijn vereist.

Philippe MAHOUX.
Jean CORNIL.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. rekening houdend met het Nationaal Voedings- en Gezondheidsprogramma dat door de minister van Volksgezondheid is uitgewerkt;

B. overwegende dat de WHO in 2002 obesitas heeft erkend als een ziekte die deel uitmaakt van de verontrustende doodsoorzaken en dat meerdere wetenschappelijke studies aantonen dat obesitas eigenlijk de voornaamste doodsoorzaak aan het worden is;

C. overwegende dat een aantal wetenschappers tot de slotsom zijn gekomen dat de levensverwachting niet verder zal stijgen en zelfs zal afnemen vanwege de plotse toename van de gevallen van overgewicht;

D. overwegende dat duidelijk is aangetoond dat zwaarlijvigheid een risicofactor vormt bij een hele reeks aandoeningen zoals diabetes type 2, ziekten van hart en bloedvaten en hypertensie, sommige kankers;

E. overwegende dat er naast deze aandoeningen die levensverkortend kunnen zijn, ook rekening moet worden gehouden met het fysieke ongemak dat de overtollige kilo's met zich meebrengen, en met de problemen van psychologische en/of sociale aard die, allemaal samen, de levenskwaliteit negatief beïnvloeden;

F. overwegende dat de directe kosten verbonden aan al deze ziekten die verband houden met zwaarlijvigheid de sociale zekerheid vrij zwaar belasten;

G. overwegende dat de sociaal-economische prijs die voor zwaarlijvigheid betaald wordt eveneens zeer hoog is, omdat zwaarlijvigheid tot meer absenteïsme op het werk en tot meer arbeidsongevallen leidt;

H. overwegende dat de stigmatisering van zwaarlijvige personen in het algemeen en meer in het bijzonder in scholen, tijdens opleidingen en op de werkvloer eigenlijk een vorm van discriminatie is;

I. overwegende dat hoewel heel wat nationale en internationale specialisten duidelijke instructies hebben opgesteld met het oog op de aanpak van de aandoening die zwaarlijvigheid is, zeer weinig mensen die multidisciplinaire aanpak kennen en toepassen;

Vraagt de federale regering, om in samenwerking met de verschillende ministers van de deelgebieden die bevoegd zijn voor Volksgezondheid en Onderwijs,

1. een dialoog op te starten tussen het RIZIV en de verschillende actoren op het vlak van de volksgezondheid, waaronder ook de multidisciplinaire teams, om de risico's van overgewicht en zwaarlijvigheid op het gebied van de volksgezondheid beter in te schatten;

2. de zieken en het medisch korps zo goed mogelijk te informeren over de evolutie van de ziekte, zowel wat de chronische als de epidemiologische aard ervan betreft, teneinde het lot van de patiënten blijvend te verbeteren en hen de mogelijkheid te bieden een normaal leven te lijden;

3. een betere opvang van de zwaarlijvige patiënten te bevorderen door een betere kennis en ontwikkeling van de multidisciplinaire aanpak;

4. de « wonder »reclames voor afslanken strikter te reglementeren en meer duidelijkheid te eisen inzake de etikettering van de producten;

5. maatregelen te treffen die de stigmatisering van de zwaarlijvige patiënten tegengaan in alle stadia van de opvoeding, van de opleiding en ook op de werkvloer;

6. alle initiatieven en activiteiten te steunen die tot doel hebben de curricula in de artsenopleiding aan te passen en aan voedingsleer als vak een groter gewicht te hechten;

7. de onderwijswereld en de sociale partners ervan bewust te maken dat obesitas binnen de scholen en de ondernemingen dient te worden aangepakt.

9 februari 2006.

Philippe MAHOUX.
Jean CORNIL.

(1) INRA is nu IPSOS geworden en is een onderzoeks- en studiebureau inzake opinie- en consumptietrends.