1-63/1 | 1-63/1 |
13 JULI 1995
Overeenkomstig de huidige wetgeving kunnen onderhoudsgelden, die door onderhoudsplichtigen aan onderhoudsgerechtigden worden betaald, fiscaal slechts voor 80 pct. worden afgetrokken en niet voor 100 pct. Fiscaal wordt aldus een rem ingebouwd, die men kan aanvaarden voor onderhoudsgelden, die op vrijwillige basis tussen betrokkenen worden afgesproken en uitbetaald. Dit is echter niet aangewezen wanneer de onderhoudsgelden verplicht moeten worden uitbetaald op grond van een rechterlijke uitspraak, die tot betaling van onderhoudsgeld veroordeelt. Integendeel is het onaanvaardbaar dat voor 100 pct. dient betaald en slechts voor 80 pct. mag worden afgetrokken. Vandaar dit wetsvoorstel om de wetgeving op de inkomstenbelastingen ter zake aan te passen. De verschillende artikelen behoeven geen specifieke commentaar.
| Jan LOONES. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 99 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt aangevuld als volgt :
« , in de mate waarin de toekenning of betaling van het onderhoudsgeld niet het gevolg is van een rechterlijke uitspraak. »
Art. 3
In artikel 104, eerste lid, 1º, van hetzelfde Wetboek worden de woorden « 80 pct. van » geschrapt.
Art. 4
Artikel 104 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt :
« Betalingen en toekenningen bedoeld in artikel 90, 3º en 4º, zijn slechts aftrekbaar ten belope van 80 p.c. in de mate waarin zij niet het gevolg zijn van een rechterlijke uitspraak ».
Art. 5
In artikel 170, derde lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden « 80 pct. » vervangen door de woorden « overeenkomstig het in artikel 99 gemaakte onderscheid, 100 of 80 pct. ».
| Jan LOONES. Bert ANCIAUX. Christiaan VANDENBROEKE. |
(1) Dit wetsvoorstel werd in de Senaat reeds ingediend op 18 februari 1992, onder het nummer 164-1 (B.Z. 1991-1992).