1-73/1

1-73/1

Belgische Senaat

BUITENGEWONE ZITTING 1995

13 JULI 1995


Voorstel van resolutie met betrekking tot de vertegenwoordiging van België en zijn deelstaten in de Europese Unie (1)

(Ingediend door de heer Loones c.s.)


VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

Gelet op de bijzondere wet van 5 mei 1993 betreffende de internationale betrekkingen van de Gemeenschappen en de Gewesten, in het bijzonder op de door deze bijzondere wet in de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen ingevoegde nieuwe artikelen 92bis, § 4bis, juncto , artikel 81, § 6;

Gelet op de weerslag van de communautaire wetgeving op de beleidsruimte van de Belgische federale Staat en van zijn deelstaten, die een optimale vertegenwoordiging noodzakelijk maakt van de deelstaten binnen alle gremia en werkgroepen van de Europese Unie, waaraan afgevaardigden van Lid-Staten van de E.U. deelnemen;

Gelet op de verklaringen van de Nederlandse minister-president en van de Nederlandse staatssecretaris voor Europese Zaken waaruit blijkt dat het Nederlands door de Europese Raad van Brussel van 29 oktober 1993 zou zijn afgeschaft als officiële taal van het Merkenbureau (Bureau voor harmonisatie binnen de interne marktmerken, ontwerpen en modellen);

Gelet op de noodzaak van vrijwaring van de positie van het Nederlands als officiële taal binnen de Europese Unie;

Gelet op de conclusies van het Voorzitterschap van diezelfde Europese Raad volgens welke enerzijds de onderhandelingen met de kandidaat-leden van de Europese Unie over hun plaats binnen de E.U.-instellingen vóór het einde van 1993 moeten worden geopend en anderzijds het standpunt van de Lid-Staten van de E.U. hierover uiterlijk tijdens de Europese Raad van 10 december 1993 zou worden bepaald;

Gelet op de op 1 december 1993 met eenparigheid door de Vlaamse Raad aangenomen resolutie betreffende de vertegenwoordiging van de Vlaamse Gemeenschap in de Europese Unie;

Dringt er bij de federale regering op aan :

1. dat het in artikel 92bis, § 4bis, juncto, artikel 81, § 6, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen vooropgestelde samenwerkingsakkoord over de vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie betrekking zou hebben op alle door deze artikelen en hun voorbereidende werkzaamheden bedoelde aangelegenheden, te weten op de samenstelling van de Belgische Permanente Vertegenwoordiging bij de Europese Unie, op de delegatie voor vergaderingen van de Ministerraad van de Europese Unie, van andere gremia en van werkgroepen van de Raad en van de Europese Commissie waaraan ambtenaren van de Lid-Staten deelnemen en op de procedure van standpuntbepaling en de bij gebreke van consensus aan te nemen houding;

2. dat de in de dialoog van Gemeenschap tot Gemeenschap uitgewerkte regeling voor de internationale betrekkingen van de Gemeenschappen en de Gewesten, die werd overgenomen in het Sint-Michielsakkoord, en de in uitvoering daarvan aangenomen grondwetsbepalingen en wetgeving, onverkort worden uitgevoerd voor wat betreft de vertegenwoordiging van België en zijn deelstaten in de Europese Unie en in andere internationale en supranationale organisaties;

3. om bij de regeling van de institutionele aspecten van de uitbreiding van de Europese Unie de positie van België en de andere kleinere Lid-Staten, o.m. wat betreft de stemmenweging in de Raad, te behouden;

4. om binnen alle organen, instellingen en diensten van de Europese Unie de positie van het Nederlands als officiële taal, dus niet enkel als werktaal in bepaalde stadia van procedures, te vrijwaren, en om ter zake een gemeenschappelijk beleid met Nederland te voeren.

Jan LOONES.
Bert ANCIAUX.
Christiaan VANDENBROEKE.

(1) Dit voorstel van resolutie werd reeds ingediend in de Senaat op 8 december 1993, onder het nummer 906-1 (1993-1994).