3-41

3-41

Belgische Senaat

3-41

Handelingen - Nederlandse versie

DONDERDAG 5 FEBRUARI 2004 - NAMIDDAGVERGADERING


Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.


Samenstelling van een politieke fractie

Verzoekschriften

Inoverwegingneming van voorstellen

Mondelinge vragen

Verlenging van de werkzaamheden van de aanvullende kamers van de hoven van beroep (Stuk 3-490)

Ontwerp van bijzondere wet houdende verschillende wijzigingen van de kieswetgeving (Stuk 3-473)

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van diverse bijzondere wetten (Stuk 3-475)

Wetsontwerp houdende verschillende wijzigingen in de kieswetgeving (Stuk 3-474)

Wetsontwerp tot regeling van de verdeling tussen de kiescolleges van het aantal in het Europees Parlement te verkiezen Belgische leden (Stuk 3-476) (Evocatieprocedure)

Stemmingen

Regeling van de werkzaamheden

Stemmingen

Vraag om uitleg van de heer Philippe Mahoux aan de eerste minister over «de eventuele wijzigingen in het protocol bij officiële plechtigheden en manifestaties» (nr. 3-117)

Vraag om uitleg van mevrouw Amina Derbaki Sbaï aan de eerste minister en aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over «de aangekondigde vermindering van de aardoliereserves: één van onze belangrijkste energiebronnen» (nr. 3-113)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over «het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen» (nr. 3-107)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over «de toestand van de Iraanse asielzoekers» (nr. 3-123)

Vraag om uitleg van mevrouw Sfia Bouarfa aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over «de elektronische identiteitskaart» (nr. 3-118)

Regeling van de werkzaamheden

Samenstelling van commissies

Bijzondere commissie "Globalisering" en werkgroepen "Ruimtevaart", "Vergrijzing van de bevolking" en "Bio-ethiek"

Vraag om uitleg van de heer Patrick Hostekint aan de minister van Landsverdediging over «het mogelijk opzetten van een militair partnerschap met Burundi» (nr. 3-105)

Vraag om uitleg van de heer René Thissen aan de minister van Werk en Pensioenen over «het sociaal akkoord dat in april 2003 in de bouwsector is gesloten» (nr. 3-96)

Vraag om uitleg van mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Financiën over «de nieuwe bepalingen ter bestrijding van het witwassen van kapitalen» (nr. 3-120)

Vraag om uitleg van de heer Jacques Germeaux aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over «het verzekeren van risico's bij activiteiten van verenigingen» (nr. 3-114)

Vraag om uitleg van de heer Jean-Marie Dedecker aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de aangekondigde initiatieven tegen het roken» (nr. 3-109)

Vraag om uitleg van de heer Jean-Marie Dedecker aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «het reduceren van het aantal gerechtelijke arrondissementen» (nr. 3-125)

Vraag om uitleg van de heer René Thissen aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de financiering van de BSE-testen» (nr. 3-115)

Vraag om uitleg van de heer Christian Brotcorne aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over «de hervorming van de loopbanen van de ambtenaren van niveau A» (nr. 3-116)

Vraag om uitleg van de heer Christian Brotcorne aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over «de nieuwe selectieprocedure voor de topmanagers» (nr. 3-124)

Bijlage


Voorzitter: de heer Armand De Decker

(De vergadering wordt geopend om 15.10 uur.)

Samenstelling van een politieke fractie

De voorzitter. - Bij brief van 3 februari 2004 heeft de heer Luc Paque mij laten weten dat hij niet langer deel uitmaakt van de CDH-fractie en dus voortaan als onafhankelijk lid in deze vergadering zal zetelen.

-Voor kennisgeving aangenomen.

De heer Francis Detraux (FN). - (Beroep op het reglement) Het vertrek van de heer Paque uit de CDH-fractie verdient een verwijzing naar het reglement van onze assemblee. Artikel 21-2 van dat reglement luidt als volgt: "Elke commissie telt zeventien leden, die door de Senaat worden aangewezen volgens de regelen bepaald in artikel 84". Artikel 84-4 bepaalt overigens: "Wanneer de samenstelling van de fracties wijzigingen ondergaat die de evenredige vertegenwoordiging beïnvloeden, dan stelt het bureau, indien dat nodig blijkt, een nieuwe verdeling van de mandaten voor".

Als gevolg van het vertrek van de heer Paque telt de CDH-fractie nog slechts drie leden. Met de gelijktijdige toepassing van de zojuist vermelde artikelen moet die fractie haar vertegenwoordiging in de vaste commissies verliezen. De aldus vrijgekomen zetel zou SP.A-SPIRIT moeten toekomen.

Als de CDH niet langer vertegenwoordigd is in de vaste commissies, kan haar fractievoorzitter, de heer Thissen, met toepassing van de bepalingen van artikel 8, eerste lid, 2º van het reglement, ook niet langer deel uitmaken van het bureau van onze assemblee.

De voorzitter. - De voorzitter en het bureau van de Senaat hebben wel degelijk oog gehad voor de toepassing van het reglement. Zoals u zegt, bepaalt artikel 84-4 dat "wanneer de samenstelling van de fracties wijzigingen ondergaat die de evenredige vertegenwoordiging beïnvloeden, dan stelt het bureau, indien dat nodig blijkt, een nieuwe verdeling van de mandaten voor". Tot dusver vond het bureau het niet nodig de verdeling te wijzigen.

Verzoekschriften

De voorzitter. - Bij brieven van 27 en 29 januari 2004 hebben de heer Michel Meeus, burgemeester van Dessel, en de heer André Martens, burgemeester van Berlaar aan de Senaat overgezonden, een verzoekschrift ter ondersteuning van het actieplan van de Staten-Generaal van burgemeesters en schepenen van het arrondissement Halle-Vilvoorde met betrekking tot de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde.

-Verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Inoverwegingneming van voorstellen

De voorzitter. - De lijst van de in overweging te nemen voorstellen werd rondgedeeld.

Leden die opmerkingen mochten hebben, kunnen die vóór het einde van de vergadering mededelen.

Tenzij er afwijkende suggesties zijn, neem ik aan dat die voorstellen in overweging zijn genomen en verzonden naar de commissies die door het bureau zijn aangewezen. (Instemming)

(De lijst van de in overweging genomen voorstellen wordt in de bijlage opgenomen.)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Staf Nimmegeers aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «de opsluiting en berechting van burgers uit Centraal- en Oost-Europese landen na uitwijzing uit ons land» (nr. 3-186)

De heer Staf Nimmegeers (SP.A-SPIRIT). - In aansluiting op de topvergadering van vorige maandag over Oost-Europese benden die werkzaam zouden zijn in ons land en de reis van de eerste minister naar Roemenië, zou ik volgende vragen willen stellen.

Met welke van de kandidaat-lidstaten van de Europese Unie werden verdragen gesloten inzake opsluiting en berechting van door België uitgewezen inwoners van de nieuwe lidstaten?

Wat is de precieze inhoud van die verdragen?

Zijn die verdragen goedgekeurd door de landen in kwestie?

Welke concrete procedure zal worden gevolgd om die verdragen effectief uit te voeren?

Hoe dikwijls is de procedure in concreto al toegepast?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - Er bestaan geen bilaterale verdragen inzake de opsluiting en berechting van de door België uitgewezen inwoners van de toetredende landen uit Centraal- en Oost-Europa. Wel zijn België en die landen lid van de Raad van Europa. De Raad van Europa heeft in verband met die problematiek twee verdragen goedgekeurd.

Er is, enerzijds, het Europees Verdrag van 28 mei 1970 inzake de Internationale Geldigheid van Strafvonnissen en, anderzijds, het aanvullend protocol van 18 december 1997 bij het verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen. Met toepassing van het verdrag van 1970 kan een vrijheidsberovende beslissing, een boete, een verbeurdverklaring of een vervallenverklaring uitvoering krijgen in een ander land. Dat veronderstelt wel dat een aantal voorwaarden vervuld zijn, onder meer, dat de gevonniste persoon gewoonlijk en regelmatig verblijfhouder is in het land van uitvoering of dat de strafuitvoering in de uitvoerende Staat de mogelijkheden tot sociale reclassering van de veroordeelde verbetert. In fine moet de uitvoerende Staat zijn akkoord betuigen.

Het protocol van 1997 maakt het mogelijk dat een in België uitgesproken, vrijheidsberovende straf wordt uitgevoerd in een andere Staat als tegen de veroordeelde een maatregel tot uitwijzing of tot terugbrenging naar de grens is uitgevaardigd, waardoor de betrokkene na de uitvoering van de straf niet meer in België mag verblijven. Ook in dat geval moet de uitvoerende Staat zijn akkoord betuigen.

De stand van zaken in verband met de goedkeuring en de ratificatie van die verdragen door de betrokken landen kan worden geraadpleegd op de website van de Raad van Europa. De volgende Oost- en Centraal-Europese landen hebben het verdrag van 1970 goedgekeurd: Albanië, Estland, Georgië, Letland, Litouwen, Roemenië en Oekraïne. Slovenië en Bulgarije hebben de verdragen ondertekend maar niet geratificeerd.

Wat België betreft, moeten het verdrag en het protocol worden goedgekeurd door het parlement.

De ratificatieprocedure loopt.

Ik heb mijn administratie de opdracht gegeven na te gaan welke wijzigingen het verdrag van 1970 met zich meebrengt voor het interne recht. Zodra ik een antwoord heb gekregen, kan het dossier aan Buitenlandse Zaken worden overgezonden. Wat het protocol van 1997 betreft heb ik mijn administratie gevraagd het ratificatiedossier voor eind februari klaar te hebben.

Dat houdt allemaal verband met het probleem van de dubbele bestraffing. De uitvoering van de overbrengingsovereenkomsten mag er niet toe leiden dat vreemdelingen die normaal op ons grondgebied verblijven, het land worden uitgewezen om in hun land van herkomst een straf uit te zitten. Hiermee zou een onaanvaardbare dubbele bestraffing worden opgelegd.

Het wetsontwerp over de overbrengingsovereenkomst is verbonden aan het ontwerp over de dubbele bestraffing. Beide dossiers zullen samen op de agenda staan van de eerstvolgende ministerraad over veiligheid en justitie.

De heer Staf Nimmegeers (SP.A-SPIRIT). - Heeft het bezoek van de eerste minister aan Roemenië nieuwe elementen opgeleverd?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - Daarvan ben ik niet op de hoogte.

Mondelinge vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «de toepassing van de wetgeving over het druggebruik» (nr. 3-189)

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - De door de vorige regering gewijzigde wetgeving over het druggebruik verbiedt het gebruik van softdrugs door minderjarigen. De jongeren begrijpen die wet echter verkeerd. Vele minderjarigen denken dat het verbod werd opgeheven. Uit talrijke getuigenissen van opvoeders die met deze zaak worden geconfronteerd, blijkt dat de interpretatie die de jongeren aan de `liberalisering van cannabis' geven veel verder gaat dan de bedoelingen van de wetgever. De pers schonk onlangs nog aandacht aan dat probleem. Is het, gelet op het gebrek aan duidelijkheid en de vage interpretatie van deze wet geen tijd om de wet aan te passen of de circulaire te herzien teneinde ontsporingen in de interpretatie te voorkomen en rekening te houden met de moeilijkheden waarmee de verbaliserende personen worden geconfronteerd?

Bent u van plan alleen de woorden van de circulaire te verduidelijken?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - De Raad van procureurs des Konings heeft inderdaad gewezen op een hele reeks moeilijkheden in verband met de interpretatie van de circulaire. We gaan de circulaire dus herschrijven, maar de wet zullen we niet wijzigen.

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Binnen welke termijn denkt u de circulaire te kunnen uitgeven?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - Wij werken samen met de Raad van procureurs des Konings en met het College van procureurs-generaal. Ik hoop dat het ons snel lukt, maar ik kan u geen precieze termijn opgeven.

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Mag ik u voorstellen zo veel mogelijk ruchtbaarheid te geven aan die nieuwe circulaire?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - Ik neem akte van uw voorstel.

Mondelinge vraag van mevrouw Isabelle Durant aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «de tenuitvoerlegging van de beslissingen tot vrijlating van de raadkamer» (nr. 3-190)

De voorzitter. - De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt namens de heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken.

Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - Elf personen zwerven al enkele dagen rond in de transitzone in Zaventem, in omstandigheden die een rechtsstaat onwaardig zijn en in materiële omstandigheden die volkomen onaanvaardbaar zijn voor een verblijf van meer dan enkele uren. Ze zijn nochtans in het bezit van een toeristenvisum en beschikken over voldoende bestaansmiddelen voor de duur van hun verblijf in België. Om weinig duidelijke redenen krijgen ze echter geen toegang tot het Belgisch grondgebied. Ik heb horen zeggen dat ze de dienst Vreemdelingenzaken geen drie toeristische plaatsen in België konden opsommen en dat dus verondersteld werd dat hun reis andere dan toeristische bedoelingen had. Ik betwijfel of enig Belgisch reiziger die met een toeristenvisum Tanzania binnenkomt voor commerciële of andere contacten, Serengeti, Ngorongoro en Tarangire kan vermelden om het doel van zijn verblijf te bewijzen.

Voor één van die personen, die handelaar is, zou de raadkamer van Brussel een beschikking tot invrijheidstelling hebben uitgesproken, maar ze wordt niettemin vastgehouden in de transitzone. Ze heeft een nieuw verzoek tot invrijheidstelling ingediend, dat aanleiding heeft gegeven tot een nieuwe beschikking door de raadkamer. Die verklaart in haar ordonnantie dat een invrijheidstelling de mogelijkheid om zich te verplaatsen inhoudt. De vrouw wordt echter nog altijd vastgehouden in de transitzone. De dienst Vreemdelingenzaken beperkt zich ertoe haar mee te delen dat ze mag terugkeren naar haar land. Ze wil echter ons land binnenkomen. De beschikking bepaalt zeer duidelijk dat de bewegingsvrijheid er niet alleen in bestaat te mogen terugkeren, maar ook vrij te kunnen bewegen.

Over het algemeen worden de beschikkingen tot invrijheidstelling van de raadkamer niet effectief uitgevoerd.

Wat is de minister van plan te doen opdat de beschikkingen van de rechterlijke macht loyaal en effectief worden uitgevoerd?

Ik had mijn vraag aan mevrouw Onkelinx gesteld, omdat ik dacht dat het hier de toepassing van een rechterlijke beslissing betrof. Ze antwoordt mij dat ze niet bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, maar de transitzone maakt deel uit van het grondgebied, zoals duidelijk blijkt uit het arrest van het Hof van Cassatie, van 22 juni 1999.

Ik hoop dan ook dat de heer Van Quickenborne mij namens de minister van Binnenlandse Zaken een duidelijk en precies antwoord kan geven opdat die beslissingen worden uitgevoerd. Ik hoop dat België niet zal wachten op een veroordeling door het Europees Hof van Justitie, zoals het geval was voor Frankrijk en Polen.

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - De minister van Binnenlandse Zaken laat weten dat het feit dat iemand houder is van een visum niet impliceert dat hij ook aan alle andere vereiste voorwaarden voldoet om toegang te krijgen tot het grondgebied, overeenkomstig artikel 3 van de wet van 15 december 1980. De vreemdeling moet inzonderheid over voldoende bestaansmiddelen beschikken zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor de terugreis naar het land van oorsprong of voor de doorreis naar een derde Staat waar zijn toelating is gewaarborgd, en hij niet in staat is die middelen wettelijk te verwerven of het doel van het voorgenomen verblijf en de verblijfsomstandigheden te staven.

De Congolese onderdanen die overeenkomstig de beschikkingen van de raadkamer in vrijheid werden gesteld kunnen altijd worden teruggedreven, maar dat kan niet onder dwang vanuit een gesloten centrum.

De minister wijst erop dat de beslissing van de raadkamer alleen slaat op de vrijheidsberovende maatregel en geen afbreuk doet aan de beslissing tot terugdrijving.

Tegen de beslissing om de toegang te weigeren en de beslissing om die personen in een gesloten centrum te houden met het oog op hun verwijdering kan beroep worden ingediend bij de Raad van State en bij de raadkamer. Het feit dat de raadkamer de invrijheidstelling van de persoon beveelt, stelt de beslissing om de toegang tot het grondgebied te weigeren niet opnieuw ter discussie. Die beslissing is nog altijd van toepassing op de betrokken persoon. Tegen een dergelijke beslissing is alleen beroep mogelijk bij de Raad van State. Die heeft, in zijn arrest van 11 januari 2003, gesteld dat de in vrijheid gestelde vreemdeling opnieuw terechtkomt in de situatie van vóór de beslissing tot vasthouding en dat de beslissing om de toegang te weigeren van toepassing blijft.

In een beschikking van 4 januari heeft de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel het verzoek ongegrond verklaard om de dienst vreemdelingenzaken te bevelen op het grondgebied een vreemdeling toe te laten die naar de transitzone werd overgebracht nadat de raadkamer haar invrijheidstelling uit een gesloten centrum had bevolen. De voorzitter van de rechtbank meende immers dat het verzoek doelloos was omdat de Belgische Staat de nodige instructies had gegeven om de beslissing van de raadkamer ten uitvoer te leggen door de betrokkene vrij te laten uit het gesloten centrum waarin ze werd vastgehouden.

De minister zegt tenslotte dat de vreemdelingen die werden overgebracht naar de transitzone nadat de raadkamer hun vrijlating uit een gesloten centrum had bevolen, de mogelijkheid hebben het grondgebied te verlaten. De betrokkenen denken dat ze, als ze zich tegen die beslissing blijven verzetten, uiteindelijk op het grondgebied zullen worden toegelaten. De minister weigert toe te geven aan die chantage. We mogen niet uit het oog verliezen dat de betrokkenen voor die situatie hebben gekozen en dat de federale overheidsdienst al zijn verplichtingen naleeft. Er is terzake een duidelijke beslissing genomen en die personen kunnen een vliegtuig nemen. Per week worden vanuit Zaventem vijf vluchten ingelegd naar Kinshasa.

Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - Ik sta verstomd.

Ik heb het niet over de veertien personen, maar over één van hen, die handelaar is en in het bezit is van een aanzienlijk bedrag, ruim voldoende om haar verblijfskosten in België te dekken. Ze moet naar Amsterdam om goederen te kopen voor haar winkels, maar wordt vastgehouden in de transitzone.

U zegt me dat de minister wacht tot ze de moed verliest, omdat ze niet onder dwang kan worden uitgewezen. Die vrouw heeft van de raadkamer adviezen gekregen waaruit blijkt dat ze zich vrij mag bewegen.

U voert wel een aantal arresten en dergelijke aan, maar geef toe dat de situatie volkomen onbegrijpelijk is. Een vrouw komt in België aan in het bezit van een visum en geld om haar verblijfskosten te dekken, maar men zegt haar dat ze moet terugkeren! Ze wil niet terug. Ze wil zaken doen en is via Brussel op weg naar Amsterdam waar ze een afspraak heeft. Dat is toch niet ongepast! Ik zou wel eens willen weten wat uw reactie zou zijn als u naar Congo of elders zou gaan om er zaken te doen en voldoende geld bij hebt, en dat men u in een gelijkaardige situatie zou plaatsen. Ik vind dat volkomen ongehoord. Ik zal de verschillende adviezen en vonnissen waarnaar u verwijst bestuderen.

Ik kan die situatie niet aanvaarden. Die mensen zullen nog een of twee weken in de luchthaven ronddolen, zonder eten of gelegenheid om zich te wassen, in ongehoorde omstandigheden, tot ze het beu worden. Dat is een merkwaardige manier om mensen te behandelen die in het bezit zijn van geld en van een authentiek visum en die hier zijn voor zaken.

Mondelinge vraag van mevrouw Isabelle Durant aan de minister van Landsverdediging over «het sturen van Belgische militairen naar Congo» (nr. 3-176)

Mondelinge vraag van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Landsverdediging over «het sturen van Belgische militairen naar Congo» (nr. 3-185)

De voorzitter. - Ik stel voor deze mondelinge vragen samen te voegen. (Instemming)

Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - Ik had deze vraag vorige week al ingediend, maar aangezien de minister in Kinshasa was, heeft de voorzitter zelf voorgesteld ze naar deze week te verschuiven.

Net als veel andere Belgen en Congolezen ben ik verheugd over het concreet engagement dat België, door de zending van een tweede contingent militairen, met de Democratische Republiek Congo aangaat. Onder andere uit de vele getuigenissen van personen en NGO's die we in de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging hebben gehoord, is gebleken dat dit zeer wenselijk en gewenst is.

Ik heb toch nog enkele vragen in dat verband. De situatie in Congo is nog zeer fragiel en op sommige plaatsen zelfs nog explosief. Dat geldt niet alleen op politiek vlak, maar ook voor het dagelijks leven in verschillende regio's. Zo hebben zich in het oosten, in Bukavu, vanochtend nog zeer ernstige incidenten voorgedaan.

De eerste concrete Belgische actie, het opstarten van een militair partnerschap, is zeer zinvol aangezien veiligheid een conditio sine qua non is voor de verbetering van de situatie in Congo.

Toch vraag ik me af of er op bepaalde ogenblikken niet overhaast te werk is gegaan. Op politiek vlak en rekening houdend met de verwachtingen van de Congolezen zou een mislukking van een dergelijke missie een zeer slecht signaal kunnen zijn en zware gevolgen kunnen hebben. We zijn `gedoemd' om die operatie te doen slagen.

De minister heeft herhaaldelijk verzekerd dat alle risico's werden afgewogen - al kan elk risico weliswaar nooit worden uitgesloten - en dat er voldoende bescherming zou zijn mochten zich incidenten, ongevallen of aanvallen voordoen.

In de Kamercommissie heeft de minister verklaard dat hij wacht op het groene licht van de VN om de bescherming van de militairen te garanderen. Ondertussen heb ik de nogal vage verklaringen van de heer Kofi Annan gehoord. Minister Michel heeft ook beloofd dat hij het antwoord van de VN aan de parlementsleden zou meedelen. Ik hoop dat die belofte nog altijd geldt.

Werd nagegaan welke gevolgen eventuele incidenten kunnen hebben voor het land `dat de hulp ontvangt'?

Mocht het Belgische contingent met incidenten worden geconfronteerd, dan zal het zeer moeilijk worden om landen te vinden die bereid zijn troepen te sturen om Congo te helpen zijn veiligheid te verzekeren omdat dit nu juist een van de argumenten was die de buurlanden gebruikten om hun aanwezigheid op Congolees grondgebied te verantwoorden.

Is er een wettelijke basis voor het sturen van dat contingent? Ik ben er niet zeker van dat ons land het samenwerkingsakkoord met Kinshasa al heeft ondertekend.

Hebben onder andere de VN voldoende maatregelen genomen om de veiligheid van de Belgische militairen te garanderen?

Vóór de hereniging was Kisangani onder controle van de RCD-Goma, die door Rwanda werd gesteund. Heeft Kigali garanties gegeven voor de veiligheid van onze soldaten en dus voor het welslagen van deze belangrijke pilootoperatie? We kunnen geen enkel risico nemen als we willen dat ook andere Europese landen aan die operatie deelnemen.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - In het kader van de operatie Toekomst werden Belgische militairen naar de Democratische Republiek Congo gestuurd om er de Ituri-brigade op te leiden. Het is de eerste militaire missie van België in Centraal-Afrika sinds de volkenmoord in Rwanda.

Ik vrees dat er tot op vandaag nog steeds geen militaire samenwerkingsovereenkomst tussen België en de Democratische Republiek Congo is getekend. Op die manier dreigt deze missie de geloofwaardigheid van België aan te tasten en de veiligheid van onze militairen in het gedrang te brengen. Bij ontstentenis aan enige overeenkomst zijn ze, zonder duidelijk mandaat en statuut, vertrokken naar een van de gevaarlijkste streken in Congo. Uit de dagelijkse incidenten blijkt hoe gevoelig en moeilijk hun missie is.

CD&V is niet gekant tegen de deelname van Belgische militairen aan een opleidingsmissie, maar pleit wel voor strikte voorwaarden en voor volledige transparantie.

Met eigen ogen heb ik de catastrofale toestand in Oost-Congo kunnen zien. De schreeuw om dringende acties van de internationale gemeenschap weerklonk er luid.

Ikzelf sta positief tegenover de inzetbaarheid van de Belgische militairen voor de opleiding van de Ituri-brigade

De aanbevelingen van de Rwandacommissie moeten de norm zijn voor ons optreden in Congo. Een wettelijk en transparant kader zijn dus van het grootste belang.

Daarom had ik graag van de minister vernomen hoeveel militairen aan die operatie deelnemen. Hoe lang duurt die operatie? Wat is het statuut van de militairen die deelnemen aan de missie?

Bestaat er verder een militaire samenwerkingsovereenkomst tussen de Democratische Republiek Congo en België in verband met de operatie Toekomst en, zo ja, sinds wanneer? Indien niet, wat is dan de reden voor de laattijdige ondertekening van de overeenkomst?

Wat is het mandaat van de operatie Toekomst? Op welke manier is de samenwerking tussen de operatie Toekomst en de MONUC geregeld?

Is de missie goedgekeurd door de Ministerraad of bestaat er een wettelijke basis voor?

Hoe brengt de minister ten slotte deze missie in overeenstemming met de aanbevelingen van de Rwandacommissie van de Senaat in 1997?

De heer André Flahaut, minister van Landsverdediging. - Vorige week ben ik inderdaad in Congo, Rwanda en Zuid-Afrika geweest.

Het is de Congolese regering die voor Kisangani heeft gekozen. In het kader van het partnerschap met de Congolese overheid houden we rekening met hun raad en aanbevelingen. Vroeger zouden de dingen niet op dezelfde manier zijn gebeurd, maar in de huidige context volgen we de Congolese overheid.

Begin december heb ik het terrein verkend. Ik heb mijn goedkeuring gegeven voor de keuze van de site, die zich in de nabijheid van de luchthaven van Simi-Simi bevindt. Aanvankelijk had men een andere plaats voorgesteld, maar die vond ik gevaarlijk en niet geschikt.

Aangezien de Belgische soldaten in het kamp verblijven van de MONUC - de missie van de Verenigde Naties in de DRC - moest er met de UNO een samenwerkingsakkoord worden gesloten. Het voorstel om onze jongens buiten het kamp te legeren, heb ik geweigerd omdat ik wou dat ze onder de bescherming van de Verenigde Naties zouden staan, ook al werd het kamp zelf door de Belgen bewaakt.

We hadden een verklaring nodig van de UNO waarin wordt vermeld dat de Belgische aanwezigheid wordt toegestaan en gecoördineerd. Op 16 januari 2004 hebben we van de UNO het bericht ontvangen waarin de grote lijnen van de samenwerking en de zaken die verband houden met de veiligheid, worden uiteengezet.

We hebben het ontwerp besproken van het Belgisch-Congolese verdrag, waarin rekening wordt gehouden met alle elementen die betrekking hebben op de Verenigde Naties. Op basis daarvan heb ik beslist ons contingent met het oog op de eigen veiligheid met twintig personen te versterken.

Tijdens zijn bezoek aan België heeft de heer Kofi Annan bevestigd dat een samenwerkingsakkoord wordt gesloten tussen de Verenigde Naties en België.

Het akkoord tussen België en Congo werd opgemaakt in overleg met de juridische diensten van Defensie en van Buitenlandse Zaken. Conform de Belgische grondwet, heeft de minister van Buitenlandse Zaken mij volmacht verleend om de tekst te ondertekenen.

Volgens de wetten en bepalingen die de Congolese overgangsregering heeft genomen, moet de tekst worden voorgelegd aan de ministerraad en door een commissie die dat internationale verdrag moet onderzoeken, worden goedgekeurd. Daarna zal het door het parlement worden geratificeerd.

De Congolese overheid heeft ons meegedeeld dat ze in principe geen bezwaren heeft en dat het bilateraal verdrag in de nabije toekomst kan worden ondertekend. Dat zal ongetwijfeld zaterdagochtend gebeuren tijdens het bezoek dat de Congolese minister ons zal brengen. Inmiddels beschikt de missie al over een wettelijke basis want op 15 januari heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties resolutie 1522, die betrekking heeft op de gevoerde operatie, unaniem goedgekeurd.

In de aanbevelingen van de Rwandacommissie wordt vermeld dat het Belgische contingent moet kunnen instaan voor zijn veiligheid. Dat is thans het geval. Niettemin moeten we werken in overleg met de MONUC omdat we gebruik maken van dezelfde infrastructuur.

Ik heb de organisatie en het verloop van de huidige missie in de Commissie voor de opvolging van buitenlandse missies toegelicht.

De soevereine staat Congo zou niet ingenomen zijn met het feit dat Rwanda zich met de operatie zou moeten akkoord verklaren. De overgangsoverheden, die de vroegere oorlogvoerende groepen verenigen, staan in voor de veiligheid op het Congolese grondgebied. Het zou dus ongepast zijn de Rwandese regering om waarborgen te vragen inzake het goede verloop van deze operatie in Congo.

Omdat we in alle openheid willen te werk gaan, heb ik in Rwanda en in Zuid-Afrika inlichtingen verstrekt over de gevoerde operatie. Dat werd gunstig onthaald. De Zuid-Afrikaanse overheid zal waarnemers sturen naar Kisangani. Rwanda toonde zich tevreden met de informatie en steunt ons initiatief.

Ik zal nu antwoorden op de vragen van mevrouw de Bethune.

Een contingent van 206 Belgische militairen zal deelnemen aan de missie die maximum zes maanden zal duren en deel uitmaakt van de statutaire positie `hulp buiten het nationaal grondgebied'.

Morgen wordt een ontwerp van akkoord tussen België en Congo aan de Congolese minister voorgelegd. Het zal vermoedelijk op 7 februari worden ondertekend.

De missie bestaat erin opleiding te verstrekken aan de eerste geïntegreerde Congolese brigade. De samenwerking met de MONUC is vastgelegd in een Memorandum of Understanding. Het Department of Peacekeeping Operations, DPKO, heeft ons verzekerd dat de MONUC instaat voor de bescherming van het Belgisch detachement.

De Belgische ministerraad heeft deze missie op 8 januari 2004 goedgekeurd.

De Rwandacommissie heeft beslist dat Belgische gevechtstroepen niet meer mogen worden ingezet in het kader van vredehandhaving in onze vroegere kolonies. Het gaat hier echter niet om een militaire operatie, maar om opleiding en het voorzien in een kader voor de Congolese troepen. We zullen de parlementaire assemblees geregeld inlichten via de Commissie voor de opvolging van buitenlandse missies.

Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - Ik heb drie bedenkingen bij het antwoord van de minister.

Mijn vraag had geen betrekking op een akkoord, maar op een goedkeuring door Rwanda.

Ik zou graag de tekst zien van de brief van de UNO waarin de samenwerking wordt omschreven.

Aangezien de commissie voor de opvolging van buitenlandse missies met gesloten deuren vergadert, kan ik er niet aan deelnemen. Dat is een van de redenen waarom ik deze vraag heb ingediend. Deze belangrijke missie houdt een zeker gevaar in en verdient een openbaar debat. We zullen hier zeker nog op terugkomen.

De heer André Flahaut, minister van Landsverdediging. - Alle documenten, ook de brief van de UNO, werden aan de commissie ad hoc overhandigd.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Het verheugt mij dat de samenwerkingsovereenkomst overmorgen wordt ondertekend zodat de missie rechtszekerheid krijgt. Voor de geloofwaardigheid en voor het welslagen van de actie, zowel als voor de veiligheid van de militairen is het van het grootste belang dat de samenwerking met Congo een wettelijke grondslag krijgt. België heeft geanticipeerd door militairen te sturen vóór de ondertekening van het akkoord. Nu is het dus hoog tijd voor de ondertekening.

Wij zullen het verloop van de missie stapsgewijs opvolgen. Daartoe moet ook in openbare zitting over concrete informatie van gedachten kunnen worden gewisseld. Zelf heb ik geen kennis van de informatie waaraan de minister refereert. De commissie Deelname aan Buitenlandse Missies levert nuttig werk, zij het met gesloten deuren.

Wij vinden het van het grootste belang dat België aan die missie deelneemt en we hopen dat de multilaterale samenwerking een garantie vormt voor het welslagen ervan.

De heer André Flahaut, minister van Landsverdediging. - We zijn niet alleen. Er zijn op het ogenblik ook Franse instructeurs aanwezig en er komen nog Nederlandse en Luxemburgse instructeurs.

Morgen zal ik op de vergadering van de NAVO in München contact opnemen met de Duitsers en de Engelsen om hen op de hoogte te brengen. De Amerikanen steunen ons initiatief. Dat hebben ze trouwens aan de Congolese overheid laten weten.

Mondelinge vraag van mevrouw Anke Van dermeersch aan de minister van Financiën over «het uitblijven van de verwachte dossiers na de wet op fiscale amnestie» (nr. 3-188)

Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BLOK). - Uit reacties van de grootste bankinstellingen van ons land, die samen meer dan 80% van het marktaandeel vertegenwoordigen, blijkt dat er momenteel zeer weinig belangstelling bestaat om zwart geld wit te wassen. Tot nu toe werden niet meer dan 40 dossiers ingediend.

De Deutsche Bank berekende dat, als de wet op de eenmalige bevrijdende aangifte de vooropgestelde 850 miljoen euro wil opleveren, het aantal dossiers de komende 11 maanden met telkens 77 procent moet toenemen. Zo zouden er in de laatste maanden van dit jaar ongeveer 65.000 aangiften moeten worden gedaan. De banken waarschuwen de overheid daarom nu al dat ze die massale instroom niet zullen kunnen verwerken. Bepaalde financiële instellingen spreken al luidop van een verlenging van de periode voor fiscale amnestie.

Welke maatregelen zal de regering nemen om de dossiers beter te spreiden over de resterende 11 maanden? Overweegt de overheid een eventuele verlenging van de termijn voor fiscale amnestie?

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - We hebben niet te maken met fiscale amnestie, maar met een eenmalige bevrijdende aangifte, die aanleiding geeft tot een boete van 6 tot 9%. Daar is veel belangstelling voor.

De belastingplichtigen richten zich met hun vragen tot banken, verzekeringsinstellingen en beursvennootschappen, maar ook tot het ministerie van Financiën. Na amper twee weken zijn er al meer dan veertig aanvragen ingediend. We beschikken niet over precieze cijfers en kunnen ons enkel baseren op de gegevens van de banken.

De maatregel is sedert 16 januari van toepassing en geldt tot 31 december. We moeten de belastingplichtigen meer informatie verstrekken. Vanaf morgen zullen de antwoorden op een dertigtal vragen ter beschikking zijn op de website van de FOD Financiën en van banken en verzekeringsinstellingen. Kamer en Senaat hebben hun goedkeuring gegeven voor een informatiecampagne. Die gaat volgende week van start.

Ik herhaal dat zowel de belastingplichtigen als de banken veel belangstelling hebben voor dit initiatief. De banken, verzekeringsinstellingen en beursvennootschappen zullen op 15 juli een eerste betaling doen aan de Staat. Enkele dagen later zal ik daarover in de Kamer en in de Senaat verslag uitbrengen.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BLOK). - Voorlopig is er blijkbaar geen sprake van dat de termijn voor het indienen van een dossier eventueel zal worden verlengd. Op 15 juli verwacht ik concrete cijfers. De maatregel moet 850 miljoen opbrengen om de begroting te doen kloppen. Ik zal het verloop van die kwestie van nabij volgen.

Mondelinge vraag van de heer Jean Cornil aan de minister van Financiën over «het fiscaal statuut van de kunstenaars» (nr. 3-182)

De heer Jean Cornil (PS). - Na de `kortstondige invoering' van een bedrijfsvoorheffing op het auteursrecht, die per vergissing was opgenomen in een omvangrijk koninklijk besluit dat eind december verscheen in het Belgisch Staatsblad, is het fiscaal statuut van de kunstenaars opnieuw aan de orde. Talrijke auteursverenigingen hebben zich met de zaak beziggehouden.

Welke maatregelen zal de minister nemen om een einde te maken aan de onzekere kwalificatie van de inkomsten van de auteurs? Die werden door de wet gekwalificeerd als roerende rechten, ergens tussen beroepsinkomsten, diverse inkomsten en roerende inkomsten, die alle drie aanvaard worden door het Wetboek op de Inkomstenbelastingen.

Aangezien het begrip auteur verschillende prestaties kan dekken, rijst de vraag wat de definitie van kunstenaar die opgenomen werd in de nieuwe reglementering van 2003 werkelijk betekent. Het zou misschien goed zijn de loonbriefjes aan te passen en er één te ontwerpen dat specifiek rekening houdt met de auteursrechten en de naburige rechten.

Overigens leidt de onvoorspelbaarheid van de auteursrechten tot een onzekere situatie. Wegens het onregelmatige karakter van de inkomsten rijst er ook een probleem in verband met de progressiviteit van de belastingen. De meeste kunstenaars vinden dat de belastingen niet goed zijn aangepast aan hun situatie en dikwijls onduidelijk zijn.

Talrijke auteursverenigingen wachten al lang op de regularisering van hun fiscaal statuut. In de regeringsverklaring was sprake van de harmonisering van de BTW voor de uitzendkantoren voor kunstenaars. Mogen we vooruitgang verwachten in de fiscale harmonisering van het statuut van de kunstenaars in België?

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - Ik kan de heer Cornil geruststellen. Er is inderdaad een omvangrijk koninklijk besluit over de bedrijfsvoorheffing voor alle belastingplichtigen gepubliceerd, maar daarvan hebben slechts enkele elementen betrekking op de auteursrechten. Er is inderdaad een vergissing geslopen in bijlage 3 van het koninklijk besluit van 15 december 2003, dat verschenen is in het Belgisch Staatsblad van 23 december. Bij koninklijk besluit van 23 januari, verschenen op 4 februari, wordt die vergissing evenwel rechtgezet. Er wordt uiteraard geen bedrijfsvoorheffing ingehouden op de auteursrechten en de naburige rechten.

In de vorige regeerperiode werd veel aandacht besteed aan het sociaal en fiscaal statuut van de kunstenaars. Over mijn voorstellen op fiscaal gebied is binnen de regering nog geen akkoord bereikt. Hoogleraren van de ULB, de Université de Liège en de KUL hebben een studie verspreid over het belang van de artistieke activiteit in de economie en de mogelijkheden tot hervorming van het fiscaal en sociaal statuut van de kunstenaars. We zijn echter niet verder gegaan dat wat werd geprogrammeerd inzake het sociaal statuut, dat thans verwezenlijkt is, al lokt het reacties en betwistingen uit.

Ik ben bereid verder te gaan met het fiscaal statuut. Wat in de regeringsverklaring staat zal vooral concrete toepassing vinden inzake BTW. Voorts zou ik graag hebben dat de bespreking wordt aangevat in een commissie. In een nieuwe verkenningsronde en een ontmoeting met de mensen van de sector kan de klemtoon worden gelegd op de concrete aspecten waarmee we rekening moeten houden. U spreekt terecht over de administratieve wijzigingen met betrekking tot het loonbriefje dat we moeten afgeven. Andere wijzigingen zouden nog verder kunnen gaan, vooral met betrekking tot de kwalificatie van de inkomsten, die uiteraard invloed heeft op de belastingvoet en, in bredere zin, op het fiscaal statuut.

Tijdens de vorige regeerperiode kon geen akkoord worden bereikt over de concrete formule. Ik ben evenwel bereid, op basis van wetsvoorstellen of hoorzittingen in de commissie, de discussie opnieuw aan te gaan, wetende dat de wijzigingen in het fiscaal statuut waarschijnlijk opnieuw gevolgen zullen hebben voor het sociaal statuut, want beide zijn nauw met elkaar verbonden.

We zullen de inhoud van het regeerakkoord uitvoeren voor de gespecialiseerde uitzendkantoren. Het probleem van de bedrijfsvoorheffing is geregeld, want op 4 februari is een besluit verschenen dat de foutieve bepalingen van eind vorig jaar rechtzet.

Ik ben bereid een debat te organiseren over het statuut in zijn geheel. We moeten overeenkomen of dat plaats zal hebben in de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden of in een andere commissie. Aangezien de vraag gesteld werd in de Senaat, vind ik het normaal dat de werkzaamheden worden aangevat in een commissie van deze assemblee.

De voorzitter. - Tijdens de vorige regeerperiode heb ik inderdaad de idee gelanceerd van een overleg daarover tussen commissies. Wegens het verkiezingsklimaat kon dat niet plaatsvinden. Aangezien niet alleen financiën hierbij betrokken is, zouden we dat overleg heel goed kunnen organiseren met vertegenwoordigers van verschillende commissies.

De heer Jean Cornil (PS). - Ik dank de minister voor zijn constructief antwoord. Daar ik verschillende contacten heb in de sector, denk ik dat het heel interessant zou zijn de werkzaamheden, eventueel in gezamenlijke vergaderingen van de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden en de commissie voor de Sociale Aangelegenheden, aan te vatten met hoorzittingen over de bekommernissen van de kunstenaars en hun problemen bij de naleving van hun fiscale verplichtingen.

Mondelinge vraag van mevrouw Christine Defraigne aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en aan de minister van Leefmilieu, Consumentenzaken en Duurzame Ontwikkeling over «het afgewezen verzoek van de firma Bayer met betrekking tot het telen van transgeen koolzaad» (nr. 3-179)

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Mevrouw de minister, u hebt samen met de minister van Volksgezondheid het verzoek van de firma Bayer met betrekking tot het telen van transgeen koolzaad in België afgewezen. U bent het nochtans beiden eens met de invoer en de verwerking van dit product.

De Richtlijn van 12 maart 2001 inzake de introductie van GGO's in het milieu, die in een reeks controle- en bewakingsmechanismen voorziet, is nog niet omgezet in Belgisch recht.

Het risico bestaat dat ondernemingen uit de biotechnologische sector die in volle expansie zijn, verhuizen naar het buitenland.

De weigering om deze producten te telen of onderzoek op dat vlak te doen, kan er op termijn toe leiden dat de landen van de Europese Unie op mondiaal vlak niet meer tot de grote leveranciers van landbouwproducten op onze planeet zal in 2040 driemaal groter zijn dan nu. GGO's kunnen daar voor een oplossing bieden.

GGO's kunnen het misbruik van pesticiden uitschakelen en voorkomen dat onvruchtbare gronden worden bewerkt.

Hoewel op het ogenblik wereldwijd op 44 miljoen hectare worden gebruikt GGO's worden geteeld, heeft dat nog geen gezondheidsproblemen veroorzaakt.

In het licht van al die overwegingen vraag ik mij af waarom men de teelt van transgeen koolzaad niet heeft toegestaan en, om eventuele besmetting te voorkomen, geen maatregelen heeft genomen zoals de beheersing van hergroei, het onderhoud van bermen en wegen, een ruimtelijke spreiding van de verschillende variëteiten, de aanleg van vluchtgebieden voor niet transgene planten.

Is het niet hypocriet de invoer van dit product toe te staan en de productie ervan in ons land te verbieden? U hebt blijkbaar geen probleem met milieuvervuiling in onze buurlanden. Hebben we hier niet te maken met het Nimby-syndroom?

Professor Jean Vandenhaute, professor genetica aan de Facultés de Namur, zegt dat onze maatschappij met risico's moet leren om te gaan in plaats van alles te verbieden.

Mevrouw Freya Van den Bossche, minister van Leefmilieu, Consumentenzaken en Duurzame Ontwikkeling. - Uw overwegingen die u hebt opgesomd, zijn geen correcte weerspiegeling van het unanieme standpunt van deze assemblee, de wetenschappelijke wereld en de bevolking. De teelt van GGO waarnaar u verwijst, doet het gebruik van pesticiden niet dalen en kan het leven van de bevolking van de derde wereld niet redden. De teelt ervan vereist integendeel het gebruik van een zeer agressief pesticide.

Het verzoek heeft betrekking op de gehele Europese markt. België heeft zich uitgesproken tegen de teelt van transgeen koolzaad, niet enkel in ons land, maar in alle Europese staten. Helaas werd mij nog niet om een advies gevraagd over de landen die niet tot de Europese Unie behoren. Ik kan dus niet beslissen of Canada de teelt van transgeen koolzaad al dan niet moet toestaan. Ik kan enkel een uitspraak doen voor België en voor de Unie.

Het standpunt van de Raad voor bioveiligheid is duidelijk: de middelen om de schade voor het milieu en de biodiversiteit te beperken, zijn `impracticable, hardly workable and hard to control'. De beslissing die de minister Demotte en ikzelf hebben genomen, strookt met het advies van de Raad voor bioveiligheid. We staan de invoer en de verwerking toe van GGO's die geen enkel gevaar opleveren voor de openbare veiligheid of voor het milieu. Anderzijds hebben we de teelt van dit GGO verboden omdat de risico's voor het milieu bewezen zijn en omdat er op dit ogenblik geen efficiënte beschermende maatregelen kunnen worden toegepast.

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Uw antwoord bevestigt de gegrondheid van mijn overwegingen. U neemt een ideologisch standpunt in. Ik heb gewezen op het risico dat de Europese Unie haar positie als leverancier van landbouwproducten in de wereld zal verliezen. Wat mij vooral beangstigt, is dat België op dat terrein het voortouw neemt in Europa. U draagt daarin een grote verantwoordelijkheid. Ik blijf op mijn standpunt.

Mondelinge vraag van mevrouw Fatma Pehlivan aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over «de achterstand inzake de regularisatiedossiers» (nr. 3-181)

De voorzitter. - Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid antwoordt namens haar collega's.

Mevrouw Fatma Pehlivan (SP.A-SPIRIT). - Het is erg dat heel wat regularisatiedossiers na vier jaar nog steeds hangende zijn. Het gaat om mensen die hier reeds 7 tot 8 jaar wonen. Via de regularisatiecampagne hebben de meesten van hen een tijdelijke werkvergunning gekregen. Ze proberen een normaal leven te leiden. Ze hebben intussen kinderen die hier schoollopen. Het betreft dus mensen die reeds geïntegreerd zijn en deel uitmaken van onze samenleving. Toch blijven ze na vier jaar nog steeds in onzekerheid over hun verblijf.

Justitie en Binnenlandse Zaken moeten beter samenwerken. Heel wat dossiers komen bij het parket terecht. De parketten moeten dringend werk maken van die dossiers.

Wanneer zullen de hangende dossiers geregulariseerd worden? Op basis van welke criteria zullen individuele dossiers in de toekomst worden geregulariseerd?

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - Het is uitgesloten dat dossiers die door het parket in beslag werden genomen wegens mogelijke fraude, zonder meer worden geregulariseerd. Elk misbruik van de regularisatieprocedure moet worden uitgesloten. Fraudeonderzoek vergt tijd en de parketten moeten de gelegenheid krijgen om hun werk te doen.

Momenteel bevinden zich 621 dossiers bij de parketten van Antwerpen, Brussel en Tongeren. Zolang die dossiers zich bij het parket bevinden, wordt de behandeling daarvan door de commissie voor de regularisatie opgeschort. Indien het dossier wordt vrijgegeven, wordt de beslissing over de regularisatie genomen overeenkomstig de criteria van de wet van 22 december 1999. Eventuele frauduleuze documenten kunnen niet in aanmerking worden genomen ter staving van de aanvraag. De minister van Justitie is bevoegd voor de dossiers die door het parket in beslag werden genomen. Zij heeft reeds contact genomen met het college van procureurs-generaal voor precieze informatie over wat er op korte termijn met deze dossiers zal gebeuren.

Voor de toepassing van artikel 9, derde lid van de wet van 15 december 1980 lijkt het mij onmogelijk om een lijst van precieze criteria op te stellen op grond waarvan een regularisatie automatisch zou kunnen gebeuren. Het onderzoek geval per geval moet dus de regel blijven.

Mevrouw Fatma Pehlivan (SP.A-SPIRIT). - Sinds de aanvang van de regularisatieprocedure zijn er vier jaar verlopen. Ik dring er dus op aan dat de dossiers zo vlug mogelijk worden behandeld. Ik begrijp dat mensen die willen frauderen een negatief advies krijgen, maar men kan de mensen niet laten wachten. De minister van Justitie moet bij de parketten aandringen. Kan er daarop geen termijn worden geplaatst? Het gaat ondertussen ook om kinderen en gezinnen. We moeten menselijk blijven en de mensen een antwoord verstrekken.

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - Het gaat om dossiers die door de parketten in beslag zijn genomen. De minister van Justitie is daarvoor bevoegd. Zij is perfect op de hoogte van het probleem en van de stand van zaken.

Mondelinge vraag van de heer Joris Van Hauthem aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over «de samenwerking tussen scholen en de politie» (nr. 3-187)

De voorzitter. - Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, antwoordt namens de heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BLOK). - Uit recente krantenartikels blijkt dat de agressie tegenover leerkrachten en schooldirecties enorm is toegenomen. Volgens een studie van de universiteit van Leuven staat één op twee leerkrachten bang voor de klas en is 14% bevreesd voor bedreiging met een wapen. In 1995 wees een onderzoek van de universiteit van Gent al uit dat 39% van de leerkrachten weet had van leerlingen met wapens zoals messen, boksijzers en kettingen. Bijna 25.000 leerkrachten hebben bij Ethias, voorheen OMOB, een verzekering gesloten die agressie dekt.

Om het geweld van leerlingen een halt toe te roepen, hebben al meerdere scholen een samenwerkingsakkoord gesloten met politie en/of parket. In Antwerpen zouden al 27 scholen zo een akkoord gesloten hebben. Die scholen krijgen niet alleen bijstand bij delinquentie, maar worden ook als partners op de hoogte gehouden van de afwikkeling van eventuele daden van agressie.

Hoeveel samenwerkingsakkoorden tussen onderwijsinstellingen en politie en/of parket werden tot op vandaag gesloten? Zijn er regionale verschillen? Stimuleert de minister van Binnenlandse Zaken de politiediensten om zulke samenwerkingsakkoorden aan te gaan of komt het initiatief van de scholen?

Zijn die akkoorden al geëvalueerd en hebben ze tot een significante verbetering geleid?

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - Ik wil mij er niet van afmaken, maar gezien de korte tijd die verloopt tussen het indienen van de mondelinge vraag en het stellen ervan in plenaire vergadering, was het moeilijk de gevraagde gegevens in bezit te krijgen. De vraag was beter als een schriftelijke vraag geformuleerd.

Bij sommige lokale politiekorpsen lopen inderdaad zulke initiatieven. Het betreft plaatselijke initiatieven en, gelet op de autonomie van de lokale politie, heeft Binnenlandse Zaken daar niet altijd kennis van.

De minister is voorstander van goede afspraken tussen politiediensten en scholen, zeker als de vraag uitgaat van de scholen met het oog op een algemene aanpak van het veiligheidsprobleem. Politionele preventie vereist immers dat de politie op basis van partnerschap met alle betrokken actoren, dus ook scholen, samenwerkt overal waar er een veiligheidsprobleem is.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BLOK). - Ik zal de vraag opnieuw als schriftelijke vraag indienen.

Ik heb wel geen antwoord gekregen op de vraag of de samenwerkingsakkoorden door het kabinet of de administratie gestimuleerd worden en op mijn vraag over de evaluatie ervan.

Mondelinge vraag van de heer Jacques Germeaux aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de autopsie bij wiegendood» (nr. 3-178)

De heer Jacques Germeaux (VLD). - Op 26 maart 2003 werd een wet bekendgemaakt die de autopsie na een onverwacht overlijden van een kind van minder dan 18 maanden regelt. De Standaard van 23 januari 2004 bracht deze kwestie door het artikel `Wiegendood of moord' weer in de actualiteit.

Zijn de voor januari 2004 aangekondigde uitvoeringsbesluiten klaar? Wat is de huidige stand van zaken?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik werk momenteel aan een ontwerp voor de uitvoering van de autopsiewet. Over een paar maanden zal hierover duidelijkheid bestaan.

Eerst moesten echter de begrippen `centrum voor wiegendood' en `dienst voor anatomopathologie' duidelijk worden omschreven. Dit moet volgens de programmawet van 22 december 2003 via een koninklijk besluit gebeuren. De uitvoering kon bijgevolg in januari 2004 onmogelijk worden afgerond. De uitvoeringsbesluiten zullen dit jaar nog worden uitgevaardigd.

Ook de financiering wordt nog grondig onderzocht. Er wordt nagegaan of de financiering via het RIZIV of via de begroting van de ziekenhuizen moet gebeuren.

Tegen 2005 zullen de nodige financiële middelen worden vrijgemaakt en kan de wet worden uitgevoerd.

De autopsiewet legt de ouders geen verplichting op: ze hebben het recht een autopsie te weigeren.

De heer Jacques Germeaux (VLD). - Ik heb het antwoord van de minister bij de bespreking van de programmawet wellicht anders begrepen. Ik verwachtte de uitvoeringsbesluiten in januari. Ik zal niet nalaten de minister hierover later te ondervragen.

Mondelinge vraag van de heer Jean-François Istasse aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over «de federale taken uitgeoefend door de arrondissementscommissarissen» (nr. 3-180)

De voorzitter. - Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, antwoordt namens de heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken.

De heer Jean-François Istasse (PS). - Het Waals parlement maakt aanstalten om het ontwerp van decreet tot organisatie van de Waalse provincies aan te nemen. Ik wil het hier niet hebben over de grond van dat decreet, maar over sommige bepalingen met betrekking tot de arrondissementscommissarissen. Die vallen onder de bevoegdheid van de federale overheid omdat ze zowel een federale als een regionale functie hebben.

Vooral artikel 137 van Titel XVI van dat ontwerp van decreet voorziet in de opheffing van talrijke artikelen van de provinciewet voor het Waals Gewest, inzonderheid artikel 132.

De bijzondere wet van 8 augustus 1980, zoals gewijzigd in 2001, bepaalt dat de federale overheid de arrondissementscommissarissen kan belasten met bepaalde taken. Dat is het geval voor de adjunct-arrondissementscommissaris van Malmedy die niet alleen het bewijs van bijzondere taalkennis moet leveren (zoals die van Moeskroen), maar door het ministerie van Binnenlandse Zaken ook belast wordt met de leiding van de centrale dienst voor vertaling in het Duits en, door de minister van Buitenlandse Zaken, met de tenuitvoerlegging van grensverdragen met de Bondsrepubliek Duitsland. Bovendien hebben die commissarissen ook bevoegdheden inzake de toepassing van de kieswetten.

Welke maatregelen zal de minister nemen als artikel 132 wordt opgeheven, in het bijzonder voor de arrondissementscommissaris van Eupen, Malmedy en Sankt Vith?

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - De regering van het Waals Gewest treedt soeverein op in de aangelegenheden die tot haar bevoegdheid behoren en die door de Lambermontakkoorden werden gedefinieerd.

De federale regering is niet op de hoogte van dat ontwerp van decreet. In geval van de opheffing van artikel 132 van de provinciewet blijven de artikelen 133 en volgende nog wel van toepassing. Bijgevolg blijven de arrondissementscommissarissen, onder de leiding van de provinciegouverneur, belast met het toezicht op de naleving van de wetten en reglementen van algemeen bestuur.

De heer Jean-François Istasse (PS). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. Het probleem is echter de wettelijke basis die vereist is voor de uitoefening van de federale taken van de arrondissementscommissaris.

Mondelinge vraag van de heer Patrik Vankrunkelsven aan de minister van Mobiliteit en Sociale Economie over «het terugstorten van een groot aandeel van de boetes aan de politiezones» (nr. 3-183)

De heer Patrik Vankrunkelsven (VLD). - Het doet me plezier de minister van Mobiliteit vanop deze tribune een vraag te kunnen stellen.

In de vorige legislatuur, toen de minister en ikzelf nog lid waren van dezelfde partij, heb ik een voorstel ingediend om 80% van de penale boetes rechtstreeks terug te storten naar de politiezones. Daardoor zouden de politiezones niet alleen te maken hebben met de negatieve gevolgen van het beleid zoals boze reacties op boetes, maar ook met positieve gevolgen meer bepaald extra financiële middelen voor het organiseren van meer verkeersveiligheid. Dat lijkt me nogal logisch aangezien de meeste ongevallen op gemeente- en gewestwegen gebeuren, namelijk 90% van de ongevallen met dodelijke afloop en 84% van de ongevallen met lichamelijk letsel. Bij die ongevallen treedt de lokale politie op. Die wordt dan ook door de plaatselijke bevolking positief of negatief beoordeeld.

De voorstellen die de regering uitwerkt in deze materie staan haaks op het voorstel dat ik in de vorige legislatuur heb uitgewerkt en zijn volgens mij totaal onaanvaardbaar zowel vanuit het oogpunt van lokale autonomie als om communautaire redenen. Voor dat laatste argument kan de minister zeker niet ongevoelig zijn.

Vandaar volgende vragen.

Ten eerste, hoeveel bedragen de totale inkomsten aan penale boetes per gewest in 2000, 2001 en 2002 en zijn al gegevens bekend voor 2003, eventueel per trimester?

Ten tweede, zal de minister een nieuw voorstel doen dat elke transfer tussen de gewesten onmogelijk maakt?

Ten derde, hoe staat de minister tegenover een responsabilisering van de politiezones die erop neerkomt een aanzienlijk deel van de penale boetes worden teruggestort aan de zones waar de boetes werden vastgesteld?

Ten vierde, wat belet de minister om zoals afgesproken, de middelen van 2004 nog dit jaar uit te keren?

De heer Bert Anciaux, minister van Mobiliteit en Sociale Economie. - Het genoegen is wederzijds, mijnheer Vankrunkelsven. Het verheugt me u een antwoord te mogen geven.

Zoals bekend wil de regering het aantal verkeersslachtoffers drastisch verminderen, met ten minste 33% tegen 2006 en met 50% tegen 2010.

De wet van 7 februari 2003 maakt het mogelijk om - in de lijn van het voorstel van de heer Vankrunkelsven - een deel van de ontvangsten van de strafrechtelijke boetes te herverdelen. Komen daarvoor in aanmerking de politiezones die een overeenkomst hebben gesloten met de federale staat met betrekking tot het versterken van de verkeersveiligheidsacties. In de vorige legislatuur werd daarover overigens een ontwerp van koninklijk besluit voorbereid.

De cijfers voor 2003 zullen over veertien dagen beschikbaar zijn. Indien gewenst, kan ik die meedelen.

De cijfers voor 2000 kan ik niet per gewest geven, alleen per gewestelijke directie. Het bedrag van de boetes van veroordelingen, transactionele stortingen en onmiddellijke inningen komt in totaal overeen met 102,23 miljoen euro voor de Vlaamse gewestelijke directies, zijnde Antwerpen, Brugge, Gent, Hasselt en Mechelen.

Voor de Waalse gewestelijke directies, Aarlen, Luik, Bergen en Namen, gaat het over 37,16 miljoen euro en voor de Brusselse directie - die voor alle duidelijkheid niet helemaal overeenstemt met het gewest - gaat het over 23 miljoen euro. In 2001 kwamen we voor de Vlaamse directies op 108,39 miljoen euro, voor Brussel op 29,25 miljoen euro en voor de Waalse directies op 45,47 miljoen euro. In 2002 bedroeg het totaal voor Vlaanderen 114, 67 miljoen euro, voor Brussel 34,44 miljoen euro en voor Wallonië 45,88 miljoen euro.

Tweede vraag: er bestond inderdaad een verdeelsleutel, maar die leek mij niet rechtvaardig. De verdeling zag eruit als volgt: 60% werd verdeeld op basis van de vijf categorieën waartoe de politiezones, afhankelijk van hun organiek kader, behoren, 15% op basis van het aantal kilometers weg in de politiezone, 15% op basis van het aantal doden en zwaargewonden en 10% forfaitair. Als ik voor de drie gewesten de berekening maak, dan kom ik voor het forfaitair gedeelte op 60% voor Vlaanderen, 37% voor Wallonië en 3% voor Brussel; volgens het type van de politiezone gaat 56% naar Vlaanderen, 36% naar Wallonië en 8% naar Brussel; volgens het aantal slachtoffers - maar dat is natuurlijk een momentopname - gaat 64% voor Vlaanderen, 33% naar Wallonië en 3% naar Brussel; volgens het aantal kilometers 50% naar Vlaanderen, 49% naar Wallonië en 1% voor Brussel. In het totaal komen we met die oude verdeelsleutel op ongeveer 48% voor Vlaanderen, 48% voor Wallonië en 4% voor Brussel. Als we van de oude verdeelsleutel enkel de niet-variabele aspecten in aanmerking nemen - dus niet het aantal slachtoffers - dan komen we op 56% voor Vlaanderen, 40% voor Wallonië en 4% voor Brussel. Persoonlijk vind ik niet dat we alles op een apothekersschaaltje moeten afwegen. Mijn belangrijkste kritiek op het oude systeem, dat niet in werking is getreden omdat ik het heb tegengehouden, is dat het enige variabele aspect een negatief aspect is. Het beloont de directies met het grootste aantal slachtoffers.

In het nieuwe voorstel behoud ik de classificatie van de zone, het forfaitair gedeelte en het aantal kilometers, maar samen mogen die aspecten slechts 50% van het bedrag bepalen. Voor de verdeling van de overige 50% moet rekening worden gehouden met een vermindering van het aantal slachtoffers.

Dat is een veel rechtvaardiger verdeelsleutel. Vijftig procent gebeurt op grond van objectieve verdeelsleutels. De terugvloeiing naar de gewesten is min of meer gelijk. De andere vijftig procent wordt stimulerend verdeeld. Een politiezone die via infrastructuurwerken en via andere mechanismen een veilig verkeer creëert, met minder of helemaal geen slachtoffers als gevolg, moet worden beloond. In de verdeelsleutel die ik voorstel is er geen rechtstreeks verband tussen het aantal pv's en verkeersinbreuken, en de som geld die de zone zal ontvangen.

Op de vierde vraag kan ik het volgende antwoorden. Ik had het oude koninklijk besluit kunnen laten ingaan, zodat er in 2004 geld naar de politiezones zou gaan, maar zou daarmee een verkeerd signaal hebben gegeven. Ik probeer zo snel mogelijk uitvoering te geven aan een nieuw koninklijk besluit. Volgens de huidige reglementering zou er in 2004 geen geld kunnen worden overgeheveld. De minister van Begroting en ikzelf zijn ervan overtuigd dat op basis van een nieuw voorstel geld zal worden overgeheveld naar de politiezones.

De heer Patrik Vankrunkelsven (VLD). - Ik dank de minister voor zijn gedetailleerd en uitvoerig antwoord. Ik ben het grotendeels met hem eens. De verdeling over de gewesten lijkt, met uitzondering van Brussel, aan de uitkeringszijde redelijk rechtvaardig. De vraag is wat komt er binnen? Meer dan de helft of zelfs 70% wordt in Vlaanderen geïnd, maar als gevolg van een aantal criteria kunnen we zeggen dat een transfer wordt georganiseerd naar Wallonië.

Ik zou er willen op aandringen om in de criteria een verband te leggen tussen het innen van de boete en het teruggeven ervan aan de politiezone. Ik vind dat helemaal niet onethisch. Het kan voor de plaatselijke bevolking een element zijn voor goed- of afkeuring van de lokale politici. Er kan ook aanleiding zijn voor een lokaal debat over de vraag of de boetes al dan niet gerechtvaardigd zijn.

In een aantal steden worden voertuigen weggetakeld en geen penale boetes opgelegd omdat de inning van de boetes niet altijd relevant is en om een sterk signaal te geven.

Volgens mij is het veel beter dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen degenen die de pv's uitschrijven en degenen die de pv's innen. Elke andere berekening geeft aanleiding tot scheeftrekking.

De heer Bert Anciaux, minister van Mobiliteit en Sociale Economie. - Het Verkeersboetefonds wordt gestijfd op basis van het verschil in inkomsten tussen het jaar 2000 en de daaropvolgende jaren. Als er in een bepaald gewest in 2002 al een hoge inning was, dan heeft dat geen invloed op het Verkeersboetefonds. Er is een stijging zowel in Vlaanderen, in Wallonië als in Brussel. De filosofie van het systeem komt uiteindelijk niet in het gedrang. Het blijft nagenoeg een neutrale operatie ten opzichte van 2002. Wat het supplement betreft, zijn de verschillen tussen de gewesten niet zo groot.

Mondelinge vraag van de heer François Roelants du Vivier aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over «de procedure die moet worden gevolgd voor de benoeming tot directeur van een federale wetenschappelijke instelling na het arrest van de Raad van State van 17 december 2003» (nr. 3-177)

De heer François Roelants du Vivier (MR). - Op 17 december 2003 heeft de Raad van State een nogal verrassend arrest geveld.

Ingevolge een beroep in spoedprocedure dat was ingesteld door mevrouw Dewaide, directrice ad interim van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK), besliste de Raad van State de beslissing te schorsen volgens dewelke mevrouw Dewaide `minder geschikt' werd bevonden in het kader van een selectieprocedure voor een functie van directeur-generaal van het KIK.

Deze beslissing had voor gevolg dat haar kandidatuur voor de functie van directeur van het KIK niet in aanmerking kon worden genomen.

In zijn motivering vond de Raad van State dat een parallelle selectie van Franstalige en Nederlandstalige kandidaten voor eenzelfde functie afbreuk doet aan eenvormige evaluatie- en beoordelingscriteria waardoor de objectiviteit en gelijkheid bij de vergelijking van de kwalificaties en verdiensten van de kandidaten in gevaar worden gebracht. De selectieprocedure, meer bepaald de selectie per taalrol, zoals voorzien in artikel 8 van het koninklijk besluit van 22 januari 2003 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de wetenschappelijke instellingen van de Staat, wordt dus onwettig verklaard.

Overeenkomstig de regels van administratief recht heeft de door de Raad van State uitgesproken schorsing betrekking op de uitvoering van de handeling en betekent dit dat ernstige middelen worden ingeroepen, waardoor de administratieve handeling voorlopig onwettig verklaard wordt. De overheid mag de betwiste handeling, zelfs gedeeltelijk, niet opnieuw uitvoeren, zonder eerst de onwettigheid te verhelpen.

In een artikel in La Libre Belgique van 24 januari 2004 heeft de minister een nieuwe benoemingsprocedure aangekondigd met een gemengd samengestelde jury en een tweetalige voorzitter.

Beantwoordt de nieuwe procedure aan de opmerkingen van de Raad van State?

Wat gebeurt er met de lopende benoemingsprocedures voor de directeurs van de federale wetenschappelijke instellingen? Zullen deze helemaal moeten worden overgedaan?

In verband met de functionele tweetaligheid in de federale overheidsdiensten heeft de minister op een vraag van de heer Maingain in de Kamer geantwoord dat artikel 43ter van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken niet kan worden toegepast omdat er geen koninklijk besluit bestaat dat de organisatie en de inhoud van de taalexamens regelt. Hoe kan de functionele tweetaligheid in de federale wetenschappelijke instellingen dan in praktijk worden gebracht?

Mevrouw Marie Arena, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - De heer Roelants du Vivier verwees naar het arrest-Dewaide van de Raad van State van 17 december 2003 dat de wervingsprocedures voor overheidsfuncties heeft geschorst. Ik heb mijn collega's aangespoord tot voorzichtigheid in verband met dit arrest dat een individuele draagwijdte heeft, maar waardoor elke benoeming onwettig dreigt te worden.

Ik zal eerst de nieuwe procedure toelichten die door de ministerraad werd goedgekeurd.

Voortaan zal één selectiecommissie instaan voor de hele selectieprocedure. Deze commissie staat ook in voor het assessment en zal dus zowel de management- en organisatiecompetenties als de technische en specifieke vaardigheden van de kandidaten beoordelen.

Daarom zullen de kandidaten die door Selor op basis van hun curriculum vitæ werden geselecteerd, een reeks computertests moeten afleggen die aan de selectiecommissie worden voorgelegd. Deze tests moeten relationele en managementvaardigheden toetsen.

De commissie is samengesteld uit de afgevaardigd bestuurder van Selor of zijn vertegenwoordiger bijgestaan door een tweetalige als hij dat zelf niet is, twee externe managementdeskundigen, twee externe deskundigen in human resources, twee externe deskundigen met een specifieke kennis of ervaring op het gebied van de te begeven functie en vier ambtenaren van minstens hetzelfde niveau als de te begeven functie. Zowel federale als gewestelijke ambtenaren komen hiervoor in aanmerking.

Om tegemoet te komen aan de opmerkingen van de Raad van State moet de meerderheid van de leden aanwezig zijn. Minstens een lid van elke categorie moet aanwezig zijn evenals minstens twee leden van de taalrol van de kandidaat. Er wordt ook in plaatsvervangers voorzien. De plaatsvervangers worden tegelijk en op dezelfde manier aangeduid als de effectieve leden.

De selectiecommissie zal, wat de experts en de ambtenaren betreft, op taalvlak paritair worden samengesteld. Dat geldt uiteraard niet als alleen kandidaten van één bepaalde taalrol moeten worden geselecteerd.

Voor het overige werd de oorspronkelijke procedure niet gewijzigd.

Deze nieuwe procedure houdt duidelijk rekening met de opmerkingen van de Raad van State, daar ze een eenvormige beoordeling waarborgt voor alle kandidaten van eenzelfde selectieprocedure, zowel Franstaligen als Nederlandstaligen.

De regering heeft ook willen anticiperen op mogelijke opmerkingen van de Raad van State over een eenvormige beoordeling als een beroep gedaan wordt op assessment centres. De kandidaten worden bijna altijd beoordeeld door verschillende assessoren, ook al behoren ze tot dezelfde taalrol. Assessment centres kunnen niet louter als een voorbereidende fase worden beschouwd. Ze maken integraal deel uit van de vergelijkende selectie van kandidaten en geven een subjectieve beoordeling aangezien ze de managementvaardigheden van de kandidaten evalueren.

Voor alle lopende procedures die onwettig verklaard dreigen te worden, beveelt de regering op mijn verzoek aan de procedures te hervatten vanaf de ontvankelijkverklaring van de kandidaturen door Selor. Zodoende wordt een nieuwe oproep tot kandidaten vermeden.

Ik bevestig mijn antwoord aan volksvertegenwoordiger Maingain in verband met de functionele tweetaligheid, namelijk dat artikel 43ter van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken niet kan worden toegepast omdat er geen koninklijk besluit werd uitgevaardigd over de organisatie en de inhoud van de taalexamens.

Ik bevestig dat het ontwerp van koninklijk besluit nog altijd onderzocht wordt door de Vaste Commissie voor Taaltoezicht die me om preciseringen heeft gevraagd welke nu door mijn administratie worden onderzocht.

De toepassing van dit besluit betreft uiteraard ook de wetenschappelijke instellingen die, net als de andere openbare diensten, op deze besluiten wachten. Pas als we over het advies van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht beschikken, zullen we in dit dossier vooruitgang kunnen boeken.

De heer François Roelants du Vivier (MR). - Ik dank de minister voor het uitvoerige antwoord al vind ik het spijtig dat ze de term `assessment' zo vaak gebruikt in de plaats van `beoordeling' of `manager' in de plaats van `leidinggevende', maar dat is wat men modern taalgebruik noemt.

Wat de functionele tweetaligheid betreft, wacht men op het advies van de VCT. Maar wat gebeurt er met de directeurs van de federale wetenschappelijke instellingen? Wanneer zullen we vooruitgang kunnen boeken in dit dossier?

Mevrouw Marie Arena, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - Omdat de wervingsbesluiten moeten worden herzien, verwacht de ministerraad dat deze in het beste geval in juni kunnen worden gepubliceerd. Na de publicatie kunnen de wervingsprocedures opnieuw worden opgestart en kan ook met Selor worden afgesproken wat de prioriteiten zijn. Het spreekt vanzelf dat de wetenschappelijke instellingen hieronder zullen vallen.

Verlenging van de werkzaamheden van de aanvullende kamers van de hoven van beroep (Stuk 3-490)

Bespreking

De heer Hugo Coveliers (VLD), rapporteur. - De commissies voor de Justitie van Kamer en Senaat hebben een gezamenlijke vergadering gehouden. Daarom en omdat dit voor de gang van de discussie onontbeerlijk is, zal ik af en toe ook enkele kamerleden vernoemen. De minister van Justitie begon de vergadering met een overzicht te geven van de verslagen van de eerste voorzitters van de hoven van beroep. Het gaat hier immers over de aanvullende kamers, die in 1998 opgericht zijn als een tijdelijke maatregel. Hun mandaat vervalt op 12 februari 2004 en daarom wordt nu om een verlenging ervan gevraagd. Artikel 106bis van het Gerechtelijke Wetboek bepaalt dat deze verlenging maar kan na een beraadslaging in beide kamers.

De eerste voorzitter van het hof van beroep van Bergen stelde, aldus de minister, dat het rendement van de aanvullende kamers niet kan worden vergeleken met dat van de gewone kamers, maar acht de verlenging toch gerechtvaardigd, omdat er bij de aanvullende kamers van Bergen al tot in 2004 zaken vastgesteld zijn.

De eerste voorzitter van het hof van beroep van Antwerpen is van mening dat de gerechtelijke achterstand, die men nadien `de werkvoorraad' is gaan noemen, een structureel probleem is dat via structurele maatregelen, zoals een uitbreiding van de personeelsformatie, moet worden opgelost. Dit probleem zal de volgende maanden allicht nog aan bod komen. De eerste voorzitter spreekt zich niet expliciet uit over de eventuele noodzaak om de werkzaamheden van de aanvullende kamers te verlengen, maar de minister stelt dat men uit het verslag wel kan opmaken dat bij gebrek aan de door de eerste voorzitter gewenste structurele oplossing, de aanvullende kamers wel noodzakelijk zijn.

In het rechtsgebied van het hof van beroep van Luik is men bij gebrek aan voldoende plaatsvervangende raadsheren niet overgegaan tot de oprichting van aanvullende kamers. De procedure is in 2003 opnieuw opgestart, maar de Hoge Raad voor de Justitie weigerde nieuwe kandidaten voor te stellen. Vandaar dat de vacatures opnieuw zijn opengesteld en dat er nieuwe voordrachten van de Hoge Raad worden verwacht. De eerste voorzitter van Luik pleit voor het behoud van de mogelijkheid om een of meer aanvullende kamers op te richten, mede met het oog op de behandeling van een aantal belangrijke tijdrovende zaken door het assisenhof.

De eerste voorzitter van het hof van beroep van Brussel is eveneens van mening dat de werkingsduur van de aanvullende kamers moet worden verlengd om de gerechtelijke achterstand in te lopen, maar pleit ook voor meer structurele maatregelen.

De eerste voorzitter van het hof van beroep van Gent ten slotte stelt dat de aanvullende kamers bij hen in ruime mate hebben bijgedragen om de gerechtelijke achterstand althans gedeeltelijk in te halen, maar meent toch dat structurele maatregelen zeker nodig zijn.

De minister stelde verder dat uit de verslagen blijkt dat, in afwachting van structurele oplossingen en om te beantwoorden van de unanieme wens van de eerste voorzitters, een maatregel moet worden genomen om de werkingsduur van de aanvullende kamers opnieuw met twee jaar te verlengen. De minister verwacht dat de samenwerkingsovereenkomsten met de korpschefs, waarvan de eerste binnen enkele dagen met de procureur-generaal van Brussel wordt afgesloten, zullen mogelijk maken om de specifieke problemen van de betrokken jurisdicties te doorgronden. Ze wees ook op de werklastmeting, waarmee nu ook voor het openbaar ministerie al een aanvang werd gemaakt.

Zij meent ook dat de responsabilisering van de korpschefs tot hogere prestaties moet leiden mede dankzij het management van de verschillende korpsen binnen de hoven van beroep. De minister heeft ook gewezen op maatregelen die de voorrang zullen geven aan bemiddeling en arbitrage en op bepaalde wijzigingen aan de procedure, met name het toekennen van een actievere rol van de rechter bij het verloop en de planning van de procedures.

Bij de bespreking wees ik erop dat de verlenging van de werkzaamheden van de aanvullende kamers een terugkerend ritueel wordt. Het gaat in feite om een crisismaatregel uit 1998 voor het wegwerken van de achterstand. Toen werd reeds gesteld dat er een structurele oplossing moest worden gezocht.

Er werd verwezen naar de MUNAS-metingen die ontworpen zijn door de eerste voorzitter van het hof van beroep van Mons. De conclusie van die metingen is dat er nog raadsheren moeten bijkomen. Er werd gesteld dat een onmiddellijke afschaffing van de aanvullende kamers uiteraard onmogelijk is, maar dat er toch voor een structurele oplossing moet worden gezorgd.

Mevrouw Nyssens stelde een vraag over een opmerking in het rapport van de inspecteur van Financiën, met name dat de duurtijd van het nieuwe mandaat niet was vermeld. De minister antwoordde dat die duurtijd twee jaar bedraagt, zoals in de memorie van toelichting wel degelijk is vermeld. Mevrouw Nyssens verwees ook naar de problematiek van het hof van beroep van Luik over de aanwerving van de plaatsvervangende raadsheren. De aanwerving blijkt fout te zijn gelopen, onder meer door een misverstand, wat nadien is gebleken tijdens de commissie voor de Justitie van de Senaat.

De heer Courtois heeft eveneens gepleit voor structurele oplossingen, gebaseerd op de werklast van de verschillende jurisdicties. De minister heeft die wens begrepen en geantwoord dat er getracht wordt om objectieve elementen te vinden die structurele maatregelen kunnen verantwoorden.

De minister heeft eraan herinnerd dat voor de parketten de procedure reeds gestart is om een meetinstrument voor de arbeid op te stellen. Dat werk zou 19 maanden duren en het werd toevertrouwd aan een extern bureau. Het meetinstrument zal betrekking hebben op het kwantitatieve en het kwalitatieve aspect van het werk van de parketten.

Voor de zetel in eerste aanleg is er nog geen meetinstrument voorhanden, voor de zetel in beroep is er op aandringen van de vorige minister van Justitie, de heer Verwilghen, het MUNAS-project uitgewerkt. Dat werk is volgens de minister echter niet beëindigd omdat enkel het aantal arresten wordt gemeten en er geen rekening wordt gehouden met de werkintensiteit die voor het ene vonnis heel wat hoger kan liggen dan voor het andere.

De minister vindt dat men in de overgangsperiode geen afwachtende houding mag aannemen, omdat anders ook de werken op lange termijn in het gedrang kunnen komen.

Uw verslaggever heeft nog een opmerking geformuleerd met betrekking tot de werklastmeting door externe bureaus. Ik zal daarop in mijn persoonlijk betoog terugkomen. Ik heb ook gesteld dat het nuttig zou zijn dat de minister de criteria voor de werklastmeting vooraf zou vastleggen, zodat er achteraf geen problemen rijzen zoals het geval was bij de MUNAS-meting.

De minister heeft geantwoord dat de rechterlijke macht zeer nauw zal worden betrokken bij deze meetarbeid en dat de appreciatiecriteria voor de arbeidslast moeten worden bepaald door het auditbureau in overleg met de magistratuur.

Tot slot werd er een voorstel van beslissing aangenomen. De tekst ervan staat in het verslag. Er waren 12 van de 17 leden van de Kamercommissie aanwezig. Het voorstel van beslissing werd aangenomen met 11 stemmen bij 1 onthouding. Er waren, na enig aandringen, 9 van de 17 leden van de Senaatscommissie aanwezig. Deze hebben de beslissing eenparig aangenomen.

Ik zou hieraan graag enkele persoonlijke bedenkingen toevoegen. De voorzitter van het hof van beroep te Bergen heeft het initiatief genomen voor een meting van de activiteiten van de zittende magistratuur bij de hoven van beroep. Hij heeft de gevolgde werkwijze op een duidelijke en heldere manier toegelicht voor de commissie voor de Justitie. De meetresultaten brengen personeelstekorten aan het licht. Zo zou het huidige personeelsbestand van 48 + 3 bij het hof van beroep te Antwerpen moeten worden aangevuld met 19 eenheden. Het is wel niet duidelijk of de 3 toegevoegden in de 19 zijn opgenomen of niet. In Gent is er nood aan 7 bijkomende krachten en ook in Luik en Brussel heerst er een personeelstekort. Voor Bergen zelf waren de resultaten wat twijfelachtig. Volgens de MUNAS-cijfers moest er voor 2002 één kracht bijkomen, terwijl dat voor 2003 niet zo bleek te zijn. Een en ander heeft dus niets te maken met een beslissing van de vorige regering om in Bergen en in Charleroi één kracht toe te voegen. Die beslissing was gestoeld op de verhoogde pakkans in beide arrondissementen waardoor het aantal assisenzaken daar zou stijgen. Een assisenzaak vergt immers minstens één magistraat van de zetel gedurende minstens één week voorbereiding en één week zitting. De magistraat kan in die periode geen gewone zittingen houden. Ik begrijp overigens dat de immobilisatie van één magistraat op een corps van 20 een grotere weerslag heeft op de werking van de zetel dan wanneer het om één magistraat op 50 gaat. Dat neemt niet weg dat er al voor 7 jaar assisenzaken zijn ingeschreven op de rol van het hof van beroep te Antwerpen, al zullen er wellicht een aantal zaken wegvallen.

Op mijn vraag aan de minister van Justitie of men die MUNAS-meting al dan niet zal aanvaarden, heb ik slechts een gedeeltelijk antwoord gekregen. Het is juist dat de meetresultaten alleen maar een kwantitatieve maat zijn voor de activiteiten van de jongste drie jaar bij het hof van beroep, verdeeld over zowel de burgerlijke, de strafrechterlijke kamer als de jeugdkamer, de fiscale kamer en de kamer van inbeschuldigingstelling. In functie van de input aan zaken kan dan worden berekend hoeveel magistraten er nodig zijn. De meetresultaten zijn dus geen kwalitatieve maat.

Ik zou van de minister dan ook graag vernemen hoe zij dat kwalitatieve aspect kan toevoegen. Ik weet natuurlijk ook wel dat een dossier van 10 pagina's juridisch veel moeilijker kan zijn dan een dossier van 100 pagina's. Ik hoop dat men het eens geraakt over de criteria van die meting, en liefst nog vooraleer de MUNAS-metingen met de kwalitatieve metingen zullen worden vergeleken. Doet men dat niet, dan zullen er onvermijdelijke nieuwe discussies ontstaan. Er zal opnieuw verwezen worden naar de moeilijkheden in de tweetalige rechtsgebieden, naar meer ingewikkelde situaties zoals in Antwerpen waar veel beslagen op zeeschepen gebeuren, enzovoort.

Dezelfde vraag geldt natuurlijk ook voor de metingen van de werklast bij de parketten-generaal, waar de situatie nog ingewikkelder is. Het parket-generaal heeft nog heel wat andere taken dan het vorderen in strafzaken en het adviseren in burgerlijke zaken. Men moet ook de werklast meten van de taken ter ondersteuning van het college van procureurs-generaal en van de taken in het raam van de expertisenetwerken. Er moet worden nagegaan wat de taak van de referentiemagistraat in het hof van beroep inhoudt en hoe zwaar dat weegt op de werklast. Wat is het gevolg van de tijdelijke afwezigheid van sommige magistraten, bijvoorbeeld de magistraten die overgeheveld worden naar een ministerieel kabinet of die belangrijke taken vervullen in internationale rechtsmachten? Denk aan de raadsheren die in de Balkan proberen om de rechterlijke macht te structureren. Zij verrichten daar zeer goed werk.

Die vraag is nog niet beantwoord, maar dat neemt niet weg dat het voorstel van beslissing moet worden goedgekeurd zodat de aanvullende raadsheren op 12 februari kunnen voortwerken. Toch ben ik van oordeel dat het nu de laatste verlenging moet zijn. De kamers zijn in 1998 begonnen. Als deze twee jaar verstreken zijn, zullen we al in 2006 beland zijn. Dat betekent een tijdelijke oplossing van acht jaar, wat toch voldoende zou moeten zijn om de gerechtelijke achterstand, de werkvoorraad, tot een aanvaardbaar volume te brengen. Er zal altijd achterstand zijn, wat normaal is want er is altijd een input die om allerlei redenen niet onmiddellijk kan worden afgewerkt.

Een extern bureau zal in maart met de metingen beginnen. Ik hoop dan ook dat de minister de criteria voor de kwalitatieve metingen nog vóór de maand maart aan het Parlement zal bezorgen zodat we de resultaten van de metingen later aan de criteria zullen kunnen toetsen.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Toen Stefaan De Clerck minister van Justitie was, nam hij het initiatief om de grote achterstand bij de hoven van beroep versneld in te halen door tijdelijk aanvullende kamers op te richten.

Wij hebben in de commissie voor de Justitie de verschillende verslagen van de hoven van beroep voor het werkjaar 2002 en de aanvullende gegevens voor het werkjaar 2003 met de betrokken korpsoversten besproken. Die verslagen geven een gemengd beeld van de werking van de aanvullende kamers en van de plaatsvervangende raadsheren. De aanstelling van plaatsvervangende raadsheren heeft bij het hof van beroep te Antwerpen tot aanzienlijke resultaten geleid, maar in Gent zijn de resultaten minder opvallend. In Luik heeft deze manier van werken geen succes, maar in Bergen wel. Het verslag van 2002 van het hof van beroep te Brussel hebben we nog niet ontvangen.

We kunnen dus niet beweren dat het initiatief nutteloos is geweest. Er is een gedeelte van de achterstand weggewerkt, maar deze formule biedt, zoals de heer Coveliers opmerkte, geen structurele oplossing. De eerste voorzitter van het hof van beroep te Antwerpen wees er in de commissie trouwens op dat de inspanningen hun grens hebben bereikt. De balie van het rechtsgebied van het hof van beroep te Antwerpen heeft zich ontzettend ingespannen, maar die inspanningen kunnen de volgende jaren om allerlei redenen niet worden gehandhaafd.

De achterstand in de behandeling van rechtszaken leidt tot grote bezorgdheid bij de bevolking en ondergraaft het vertrouwen in de rechterlijke macht en de justitie. Er moet dus een structurele oplossing komen. Daarom is het wetsontwerp in verband met de samenstelling van de hoven van beroep, waarover vandaag in de Kamer wordt gestemd en waarover onze commissie voor de Justitie zich volgende week woensdag zal buigen, zo belangrijk.

De heer Coveliers heeft terecht gewezen op de verdiensten van de MUNAS-studie, die op basis van het aantal zaken - de input - en het aantal arresten - de output - het structurele tekort aan magistraten poogde te omschrijven. De studie stelde bij de hoven van beroep te Brussel, Antwerpen en Gent een aanzienlijk structureel tekort vast. Als daar niet meer rechtsprekende magistraten komen, is een verbetering van de doorlooptijd onmogelijk.

Zoals bij elke studie, kunnen er vragen rijzen over de objectiviteit van de studie. Ze werd gemaakt aan de hand van criteria die door de eerste voorzitter van het hof van beroep te Bergen werden opgesteld. Er is dus volgens mij geen sprake van een communautaire bevoordeling. De studie is uitsluitend gebaseerd op de reële problemen.

De wettelijke personeelsformaties bij de hoven van beroep worden nooit volledig ingevuld. Dat is te wijten aan vervangingen, termijnen van procedure, delegaties voor andere taken of ziekte. De bezettingsgraad bedraagt meestal ongeveer 90%. Kunnen we bijvoorbeeld niet overwegen om bovenop de wettelijke formatie 10% extra magistraten te benoemen die de opengevallen plaatsen dadelijk kunnen opvullen?

Er wordt ook een nieuwe studie over de intellectuele prestaties aangekondigd. Intellectuele prestaties zijn natuurlijk moeilijk te wegen. Tenzij we, zoals in de theorie van Lombroso, fysieke kenmerken gebruiken om de intelligentie te meten.

Het is belangrijk dat een magistraat een probleem snel kan analyseren. De vorige minister van Justitie vond dat de raadsheren van Cassatie niet langer mochten doceren aan een universiteit, zodat ze zich beter konden wijden aan hun taak bij het Hof. Wie een vak doceert, ziet echter misschien sneller een probleem. De cumul maakt de intellectuele rendabiliteit misschien groter. Bij het wegen van intellectuele prestaties komen dus heel wat subjectieve elementen kijken.

Die discussie moet worden gevoerd, maar ze mag inmiddels geen stilstand tot gevolg hebben. Dat zou het al niet grote vertrouwen verder kunnen ondergraven. De magistraten die nu pogen een oplossing te bieden door een persoonlijke inzet, zouden ook kunnen worden ontmoedigd wanneer op korte termijn geen bijkomende structurele middelen worden ingezet.

Daarom zal de CD&V-fractie vandaag de verlenging goedkeuren, op voorwaarde dat er vóór 2006 structurele maatregelen worden genomen om de gerechtelijke achterstand blijvend weg te werken.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Het is belangrijk dat de parlementsleden van de commissie voor de Justitie de getuigenissen hebben kunnen horen van de eerste voorzitters en de procureurs-generaal van de verschillende hoven van beroep. Op die manier kregen ze zicht zowel op hun problemen als op hun successen. Het verslag van de heer Coveliers biedt een getrouwe weergave van de besprekingen in de commissie.

De gerechtelijke achterstand is een realiteit. Vanuit het standpunt van de justitiabelen wordt de gerechtelijke achterstand niet bepaald door het aantal hangende zaken, maar door de tijd die nodig is om een zaak af te handelen. De verlenging van de tijdelijke maatregelen leek ons een noodzaak, evenals de goedkeuring van structurele maatregelen om de achterstand te verminderen en om de zaken binnen een redelijke termijn af te handelen.

Magistraten zijn belangrijk, of ze nu tijdelijk dan wel definitief zijn aangesteld. Het principe van de onafzetbaarheid moet worden gerespecteerd omdat het de onafhankelijkheid van de justitie waarborgt. Aanpassingen om snel tegemoet te komen aan bepaalde tijdelijke of plaatselijke noden zijn altijd mogelijk.

Deze hoorzittingen waren alleszins heel nuttig. Ik vraag uitdrukkelijk dat deze dialoog, die leidt tot een beter begrip van de problemen op het terrein, wordt voortgezet.

-De bespreking is gesloten.

-De stemming over het voorstel van beslissing heeft later plaats.

Ontwerp van bijzondere wet houdende verschillende wijzigingen van de kieswetgeving (Stuk 3-473)

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-584/8.)

De voorzitter. - Op het opschrift heeft de heer Van Hauthem c.s. amendement 19 ingediend (zie stuk 3-473/4) dat luidt:

De heer Joris Van Hauthem (VL. BLOK). - Het is niet logisch dat de deelstaatparlementen nog afhankelijk zijn van het federale niveau om hun verkiezingen te organiseren. Op het ogenblik is het federale parlement bevoegd voor het grootste gedeelte van de kieswetgeving voor de regionale parlementen. De deelstaten zijn maar voor een klein deel bevoegd, onder meer voor de kieskringen en de voordracht van de kandidaten. De regelgeving is dus verdeeld over twee niveaus. Wij willen dat de volledige bevoegdheid ter zake naar de gewesten, in casu de Vlaamse Raad en de Waalse Gewestraad, wordt overgeheveld.

Dat is meteen ook verantwoording van het volgende amendement.

De voorzitter. - De heer Van Hauthem c.s. heeft amendement 20 ingediend (zie stuk 3-473/4) dat luidt:

Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 2 ingediend (zie stuk 3-473/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Dit amendement beoogt de dubbele of meervoudige kandidaatstelling bij gelijktijdige verkiezingen van de Vlaamse Raad of de Waalse Gewestraad enerzijds en de verkiezingen van de federale wetgevende kamers of het Europees Parlement anderzijds onmogelijk te maken. Thans is het mogelijk bij gelijktijdige verkiezingen voor meer dan één assemblee kandidaat te zijn en te worden verkozen. Alleen voor de verkiezingen van de federale kamers kan niemand tegelijk kandidaat zijn voor Kamer en Senaat. Het is echter wel mogelijk om tegelijk kandidaat te zijn voor de verkiezingen van de gewestraden en de verkiezingen van de federale kamers of het Europees Parlement wanneer deze verkiezingen op dezelfde dag plaatshebben.

Nochtans is de hoedanigheid van lid van de gewestraad onder meer onverenigbaar met die van lid van de Kamer, van de Senaat of van het Europees Parlement. Aangezien een verkozene voor twee of meer mandaten tussen dewelke een grondwettelijke of wettelijke onverenigbaarheid geldt, slechts één mandaat kan opnemen, dient hij zich voor de andere mandaten te laten vervangen. Voor de inspraak van de kiezer is dit nefast. Kiezers die hun stem hebben uitgebracht voor een kandidaat die verkozen is verklaard voor meer dan één assemblee moeten na de verkiezingen vaststellen dat de betrokkene slechts één mandaat kan opnemen en zich voor de andere moet laten vervangen door een opvolger voor wie de kiezers niet hebben gestemd. De kiezer houdt hieraan de indruk over dat hij wordt misleid. Tevens doet de dubbele of meervoudige kandidaatstelling bij gelijktijdige verkiezingen een discriminatie van zowel kiezers als kandidaten ontstaan.

De kiezers onderling worden verschillend behandeld doordat ze hun stem kunnen inschatten voor kandidaten die voor een assemblee kandidaat zijn maar niet voor kandidaten die voor meer dan een assemblee kandidaat zijn. Kandidaten die zich voor meer dan een assemblee kandidaat stellen worden gunstiger behandeld doordat ze over meer middelen kunnen beschikken om een verkiezingscampagne te voeren en doordat ze in voorkomend geval kunnen kiezen welk mandaat ze opnemen.

Deze argumenten zijn gedeeld door het arrest van het Arbitragehof nummer. 73/2003 van 26 mei 2003 over de dubbele kandidaatstelling voor Kamer en Senaat. Het Arbitragehof heeft deze dubbele kandidaatstelling vernietigd. In mijn algemene uiteenzetting van vanochtend ben ik daar verder op ingegaan en heb ik aangetoond dat deze regeling noodzakelijk is omdat de verkiezingen anders een ongrondwettelijk verloop zullen kennen. Het verwondert mij dan ook dat de bepaling die in elk geval als gevolg van het arrest van het Arbitragehof diende te worden geregeld, niet is opgenomen. Dat is de paarse paradox: men regelt wat niet moet worden geregeld en men regelt niet wat moet worden geregeld.

De voorzitter. - Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 3 ingediend (zie stuk 3-473/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik verwijs naar de uitvoerige verantwoording.

De voorzitter. - Artikel 3 luidt:

Op dit artikel heeft mevrouw de Bethune c.s. amendement 4 ingediend (zie stuk 3-473/2) dat luidt:

Op amendement 4 heeft mevrouw de Bethune c.s. het subsidiair amendement 5 ingediend (zie stuk 3-473/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Amendement 4 brengt de regeling voor het bepalen van het aantal opvolgers in overeenstemming met de regeling die van toepassing is voor de verkiezingen van het federale en het Europees parlement. Een harmonisering is aangewezen.

Amendement 5 beoogt dezelfde definities voor dezelfde begrippen te gebruiken.

De voorzitter. - Artikel 4 luidt:

De heer Brotcorne stelt voor dit artikel te schrappen (amendement 21, zie stuk 3-473/4).

De heer Christian Brotcorne (CDH). - Ik heb vanmorgen uitgelegd dat als we een kiesdrempel van 5% goedkeuren, de apparentering beter behouden blijft, zelfs daar waar met provinciale lijsten worden gewerkt.

De voorzitter. - Artikel 5 luidt:

Op dit artikel heeft mevrouw de Bethune c.s. amendement 6 ingediend (zie stuk 3-473/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Het verdient de voorkeur in dezelfde wet dezelfde definities voor dezelfde begrippen te gebruiken.

De voorzitter. - Artikel 6 luidt:

Mevrouw de Bethune c.s. stelt voor dit artikel te schrappen (amendement 7, zie stuk 3-473/2).

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De invoering van een kiesdrempel heeft niets te maken met het tegengaan van de versplintering van het politieke landschap, maar alles met de herverkaveling van het politieke landschap in het voordeel van de paarse kopstukken.

De voorzitter. - Artikel 7 luidt:

Mevrouw de Bethune c.s. stelt voor dit artikel te schrappen (amendement 8, zie stuk 3-473/2).

Artikel 8 luidt:

Mevrouw de Bethune c.s. stelt voor dit artikel te schrappen (amendement 9, zie stuk 3-473/2).

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De verantwoording van de amendementen 8 en 9 is dezelfde als voor amendement 7.

De voorzitter. - Artikel 10 luidt:

Op dit artikel heeft mevrouw de Bethune c.s. amendement 10 ingediend (zie stuk 3-473/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Dit amendement beoogt de formulering van het voorgestelde artikel te verduidelijken en een inspanning te doen om de Nederlandse tekst met de Franse tekst in overeenstemming te brengen. Ik wens het separatisme niet zo ver te drijven dat de Nederlandse en de Franse versie van dezelfde tekst verschillen.

De voorzitter. - Artikel 12 luidt:

Op dit artikel heeft mevrouw de Bethune c.s. amendement 11 ingediend (zie stuk 3-473/2) dat luidt:

Artikel 13 luidt:

Op dit artikel heeft mevrouw de Bethune c.s. amendement 12 ingediend (zie stuk 3-473/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De amendementen 11 en 12 gaan uit van dezelfde bezorgdheid als bij de vorige amendementen, namelijk het gebruik van dezelfde begrippen voor dezelfde inhoud.

De voorzitter. - Artikel 14 luidt:

De heer Brotcorne stelt voor dit artikel te schrappen (amendement 22, zie stuk 3-473/4).

De heer Christian Brotcorne (CDH). - Dit amendement volgt uit mijn vorige, daar het eveneens betrekking heeft op de apparentering.

De voorzitter. - Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 13 ingediend (zie stuk 3-473/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Dit amendement heeft tot doel te bepalen dat essentiële elementen van de verkiezingen van het Vlaamse en het Waalse Parlement niet kunnen gewijzigd worden in een periode van minder dan twaalf maanden vóór de verkiezingen. De verantwoording van dit amendement is vanochtend uitvoerig uiteengezet.

De voorzitter. - Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 14 ingediend (zie stuk 3-473/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Dit amendement heeft tot doel te bepalen dat de bijzondere decreten over de toepassing van de constitutieve autonomie en die betrekking hebben op de essentiële aspecten van de verkiezingen van het Vlaamse en het Waalse Parlement niet kunnen worden aangenomen in een periode van minstens twaalf maanden voor de verkiezingen.

De voorzitter. - Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 15 ingediend (zie stuk 3-473/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik verwijs naar de verantwoording van het amendement dat ertoe strekt een nieuw artikel 2bis in te voegen.

De voorzitter. - Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 16 ingediend (zie stuk 3-473/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik verwijs naar de schriftelijke verantwoording.

De voorzitter. - Artikel 17 luidt:

Op dit artikel heeft mevrouw de Bethune c.s. amendement 17 ingediend (zie stuk 3-473/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Hier geldt dezelfde verantwoording als bij het vorige amendement.

De voorzitter. - Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 18 ingediend (zie stuk 3-473/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Hier geldt ook de bekommering dat er geen wijziging van de kieswetgeving mag plaatsvinden binnen de twaalf maand vóór de verkiezingen van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad.

-De stemming over de amendementen en over de artikelen waarop zij betrekking hebben wordt aangehouden.

-De overige artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

-De aangehouden stemmingen en de stemming over het wetsontwerp in zijn geheel hebben later plaats.

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van diverse bijzondere wetten (Stuk 3-475)

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-583/3.)

-De artikelen 1 tot 3 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp houdende verschillende wijzigingen in de kieswetgeving (Stuk 3-474)

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-581/9.)

De voorzitter. - Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 13 ingediend (zie stuk 3-474/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Met dit amendement willen we twee doelstellingen verzoenen, enerzijds streven naar een zo groot mogelijke herkenbaarheid van de politiek bij de burger en anderzijds streven naar een zo correct mogelijke afspiegeling van de politieke gevoeligheden bij de bevolking.

Daarom wordt inspiratie gezocht bij het Duits kiesstelsel met zijn dubbele aanduiding van kandidaten op het niveau van de deelstaten en de lokale kandidaten. Wat de deelstatenkandidaten betreft, kan het bestaand systeem tot verkiezing van de Senaat als een aanknopingspunt worden beschouwd. Terzake wordt inspiratie gezocht in artikel 87bis van het Kieswetboek. Wat de lokale kandidaten betreft, wordt een onderscheid gemaakt tussen de aanduiding van de verkozenen voor eentalig gebieden en deze voor het tweetalig hoofdstedelijk gebied. Voor de laatst genoemde categorie wordt geopteerd voor een stelsel dat nauw verwant is met wat wordt gebruikt voor de samenstelling van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. Voor de eerstgenoemde categorie worden in de voorgestelde artikelen 87bis tot en met decies kieskantons voorgesteld die een evenwichtige verdeling van de lokale verkozenen mogelijk maakt. Deze werkwijze moet toelaten dat in deze kringen werkelijke vertegenwoordigers van de lokale en sub-regionale belangen bij meerderheid worden aangeduid.

De voorgestelde regeling op federaal vlak kan eveneens tot inspiratie dienen voor een regeling op het vlak van de verkiezingen voor de Gewest- en Gemeenschapsraden.

In de commissie hebben we uitvoerig uiteengezet dat, indien het kiesstelsel moet worden gewijzigd, het aangewezen is zich te inspireren op het Duits stelsel: een deel door rechtstreekse verkiezingen in de kiesdistricten en een ander deel middels een deelstaatlijst. Daartoe hebben we diverse amendementen ingediend.

De voorzitter. - De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 18 ingediend (zie stuk 3-474/4) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Alle amendementen verwoorden het beginsel dat ik daarnet heb toegelicht.

De voorzitter. - De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 19 ingediend (zie stuk 3-474/4) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 20 ingediend (zie stuk 3-474/4) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 21 ingediend (zie stuk 3-474/4) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 22 ingediend (zie stuk 3-474/4) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 23 ingediend (zie stuk 3-474/4) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 24 ingediend (zie stuk 3-474/4) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 25 ingediend (zie stuk 3-474/4) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 26 ingediend (zie stuk 3-474/4) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 27 ingediend (zie stuk 3-474/4) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 28 ingediend (zie stuk 3-474/4) dat luidt:

Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 14 ingediend (zie stuk 3-474/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Dit amendement heeft tot doel de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor de verkiezing van de Kamer te realiseren en geeft hiermede gevolg aan de arresten van het Arbitragehof nr. 30/2003 van 26 februari 2003 en nr. 73/2003 van 26 mei 2003.

Wij hebben dit amendement net als alle andere keurig en objectief verantwoord. Aangezien de voorzitter van de VLD het ogenblik aangebroken acht om de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen, maar de stemming daarover de week na 13 juni plant, vragen we hem hierover nu al te stemmen. Ons mag immers niet overkomen wat de Titanic overkwam, namelijk dat de in de buurt varende sleepboot op zijn noodsein pas reageerde nadat de Titanic was gezonken. Ik ben ervan overtuigd dat de VLD in het raam van haar profilering om net voor de verkiezingen opnieuw een Vlaamse partij te worden, dit standpunt ook tot uiting zal brengen in haar stemgedrag.

De voorzitter. - De heer Van Hauthem c.s. hebben amendement 1 ingediend (zie stuk 3-474/2) dat luidt:

De heer Joris Van Hauthem (VL. BLOK). - Ik ben zeer verheugd dat de voorzitter van de VLD de afgelopen dagen heeft gemerkt dat er, als men goed telt, eigenlijk wel een parlementaire meerderheid is om de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde goed te keuren. Onze amendementen maken deze splitsing mogelijk. Wij stellen een horizontale splitsing voor en als onze amendementen worden aangenomen geven we perfect uitvoering aan wat daarover in het Vlaams regeerakkoord staat.

De voorzitter. - De heer Van Hauthem c.s. heeft amendement 11 ingediend (zie stuk 3-474/2) dat luidt:

Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 15 ingediend (zie stuk 3-474/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De huidige volmachtregeling bepaalt dat iedere gemachtigde slechts één volmacht mag dragen. Voor sommige kiezers, in het bijzonder oudere kiezers, is dit problematisch. Amendement 15 is daarom een zeer humaan amendement dat voorstelt dat de gemachtigde twee volmachten kan dragen, op voorwaarde dat hij de echtgenoot of verwant is van de volmachtgever. Ik ben ervan overtuigd dat een dergelijk menslievend amendement door de Senaat niet verworpen kan worden.

De voorzitter. - De heer Van Hauthem c.s. heeft amendement 12 ingediend (zie stuk 3-474/2) dat luidt:

Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 16 ingediend (zie stuk 3-474/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De verantwoording voor dit amendement is dezelfde als voor de invoeging van artikel 46.

De voorzitter. - Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 17 ingediend (zie stuk 3-474/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Dit amendement heb ik reeds toegelicht.

-De artikelen 1 tot 33 worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over de amendementen wordt aangehouden.

-De aangehouden stemmingen en de stemming over het wetsontwerp in zijn geheel hebben later plaats.

Wetsontwerp tot regeling van de verdeling tussen de kiescolleges van het aantal in het Europees Parlement te verkiezen Belgische leden (Stuk 3-476) (Evocatieprocedure)

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-582/8.)

De voorzitter. - Op het opschrift heeft mevrouw de Bethune c.s. amendement 11 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Dit amendement past het opschrift van het ontwerp aan aan de amendementen die we indienen en die de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor de Europese verkiezingen regelen. Het ogenblik is gekomen om de daad bij het woord te voegen. Woorden kunnen niet vrijblijvend blijven. Ik weet dat er de VLD iets in die richting beweegt en daarom geeft ik alvast een voorzet om de VLD op dit punt te laten scoren.

De voorzitter. - Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 12 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Deze amendementen zijn het gevolg van de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde.

De voorzitter. - De heer Van Hauthem c.s. heeft amendement 1 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

De heer Joris Van Hauthem (VL. BLOK). - Ik vind het nogal sterk dat aan de overkant van de straat met veel bravoure een resolutie wordt goedgekeurd die duidelijk zegt dat in de huidige regeling de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde ongrondwettig is en dat aan die toestand een einde moet komen vóór de volgende Europese verkiezingen, dus vóór 13 juni van dit jaar. Met onze amendementen geven we gevolg aan deze resolutie en ik ben benieuwd wat de Vlaamse gemeenschapssenatoren van de meerderheid met deze amendementen zullen doen.

De voorzitter. - Artikel 2 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Van Hauthem c.s. amendement 2 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 16 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 17 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

Artikel 4 luidt:

Op dit artikel heeft mevrouw de Bethune c.s. amendement 14 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

Op amendement 14 heeft mevrouw de Bethune c.s. het subsidiair amendement 15 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

De heer Van Hauthem c.s. heeft amendement 3 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 18 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Met amendement 18 willen we de inspraak van de kiezer versterken. Het houdt verband met de dubbele kandidaatstelling en het loopt gelijk met het amendement dat ik op de bijzondere wet heb ingediend.

De voorzitter. - De heer Van Hauthem c.s. heeft amendement 4 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 19 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

De heer Van Hauthem c.s. heeft amendement 5 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

De heer Van Hauthem c.s. heeft amendement 6 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

De heer Van Hauthem c.s. heeft amendement 7 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

De heer Van Hauthem c.s. heeft amendement 8 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

De heer Van Hauthem c.s. heeft amendement 9 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

De heer Van Hauthem c.s. heeft amendement 10 ingediend (zie stuk 3-476/2) dat luidt:

-De stemming over de amendementen wordt aangehouden.

-De aangehouden stemmingen en de stemming over het wetsontwerp in zijn geheel hebben later plaats.

Stemmingen

(De naamlijsten worden in de bijlage opgenomen.)

Ontwerp van bijzondere wet houdende verschillende wijzigingen van de kieswetgeving (Stuk 3-473)

De voorzitter. - We stemmen eerst over amendement 19 van de heer Van Hauthem c.s.

Stemming 1

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 32
Voor: 9
Tegen: 19
Onthoudingen: 4

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 27
Voor: 2
Tegen: 25
Onthoudingen: 0

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft tegen gestemd.

De tweederde meerderheid is niet bereikt.

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 20 van de heer Van Hauthem c.s.

Stemming 2

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 13
Tegen: 24
Onthoudingen: 1

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 28
Voor: 2
Tegen: 26
Onthoudingen: 0

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft tegen gestemd.

De tweederde meerderheid is niet bereikt.

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 2 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 3

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 37
Voor: 14
Tegen: 23
Onthoudingen: 0

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 5
Tegen: 22
Onthoudingen: 2

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft tegen gestemd.

De tweederde meerderheid is niet bereikt.

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 3 van mevrouw de Bethune c.s. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 4 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 4

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 6
Tegen: 24
Onthoudingen: 8

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 5
Tegen: 22
Onthoudingen: 2

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft tegen gestemd.

De tweederde meerderheid is niet bereikt.

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 5 van mevrouw de Bethune c.s. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over artikel 3.

Stemming 5

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 24
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 22
Tegen: 4
Onthoudingen: 3

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.

De tweederde meerderheid is bereikt.

-Artikel 3 is aangenomen.

De voorzitter. - Amendement 21 van de heer Brotcorne strekt ertoe artikel 4 te schrappen. We stemmen dus over het artikel.

Stemming 6

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 24
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 22
Tegen: 7
Onthoudingen: 0

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.

De tweederde meerderheid is bereikt.

-Artikel 4 is aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 6 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 7

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 15
Tegen: 23
Onthoudingen: 0

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 2
Tegen: 22
Onthoudingen: 5

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft tegen gestemd.

De tweederde meerderheid is niet bereikt.

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over artikel 5.

Stemming 8

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 37
Voor: 22
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 22
Tegen: 4
Onthoudingen: 3

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.

De tweederde meerderheid is bereikt.

-Artikel 5 is aangenomen.

De voorzitter. - Amendement 7 van mevrouw de Bethune c.s. strekt ertoe artikel 6 te schrappen. We stemmen dus over het artikel.

Stemming 9

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 22
Tegen: 7
Onthoudingen: 9

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 25
Tegen: 4
Onthoudingen: 0

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.

De tweederde meerderheid is bereikt.

-Artikel 6 is aangenomen.

De voorzitter. - Amendement 8 van mevrouw de Bethune c.s. strekt ertoe artikel 7 te schrappen. We stemmen dus over het artikel.

Stemming 10

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 22
Tegen: 15
Onthoudingen: 1

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 25
Tegen: 4
Onthoudingen: 0

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.

De tweederde meerderheid is bereikt.

-Artikel 7 is aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor artikel 8, waarvan amendement 9 van mevrouw de Bethune c.s. de schrapping voorstelde. Het amendement is dus verworpen en het artikel aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 10 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 11

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 15
Tegen: 24
Onthoudingen: 0

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 3
Tegen: 22
Onthoudingen: 4

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft tegen gestemd.

De tweederde meerderheid is niet bereikt.

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over artikel 10.

Stemming 12

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 24
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 22
Tegen: 4
Onthoudingen: 3

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.

De tweederde meerderheid is bereikt.

-Artikel 10 is aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 11 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 13

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 15
Tegen: 24
Onthoudingen: 0

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 3
Tegen: 22
Onthoudingen: 4

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft tegen gestemd.

De tweederde meerderheid is niet bereikt.

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over artikel 12.

Stemming 14

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 24
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 22
Tegen: 4
Onthoudingen: 3

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.

De tweederde meerderheid is bereikt.

-Artikel 12 is aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 12 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 15

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 15
Tegen: 24
Onthoudingen: 0

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 3
Tegen: 22
Onthoudingen: 4

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft tegen gestemd.

De tweederde meerderheid is niet bereikt.

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over artikel 13.

Stemming 16

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 24
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 22
Tegen: 4
Onthoudingen: 3

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.

De tweederde meerderheid is bereikt.

-Artikel 13 is aangenomen.

De voorzitter. - Amendement 22 van de heer Brotcorne strekt ertoe artikel 14 te schrappen. We stemmen dus over het artikel.

(Stemming 17 wordt geannuleerd.)

Stemming 18

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 23
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 28
Voor: 21
Tegen: 7
Onthoudingen: 0

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.

De tweederde meerderheid is bereikt.

-Artikel 14 is aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 13 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 19

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 15
Tegen: 24
Onthoudingen: 0

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 5
Tegen: 22
Onthoudingen: 2

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft tegen gestemd.

De tweederde meerderheid is niet bereikt.

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 14 van mevrouw de Bethune c.s. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 15 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 20

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 15
Tegen: 24
Onthoudingen: 0

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 28
Voor: 5
Tegen: 21
Onthoudingen: 2

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft tegen gestemd.

De tweederde meerderheid is niet bereikt.

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 16 van mevrouw de Bethune c.s. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 17 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 21

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 15
Tegen: 24
Onthoudingen: 0

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 5
Tegen: 22
Onthoudingen: 2

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft tegen gestemd.

De tweederde meerderheid is niet bereikt.

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over artikel 17.

Stemming 22

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 24
Tegen: 6
Onthoudingen: 8

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 22
Tegen: 4
Onthoudingen: 3

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.

De tweederde meerderheid is bereikt.

-Artikel 17 is aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 18 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 23

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 15
Tegen: 24
Onthoudingen: 0

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 5
Tegen: 22
Onthoudingen: 2

Het quorum is bereikt; de gewone meerderheid is niet bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft tegen gestemd.

De tweederde meerderheid is niet bereikt.

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 24

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 23
Tegen: 7
Onthoudingen: 9

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 21
Tegen: 2
Onthoudingen: 6

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.

De tweederde meerderheid is bereikt.

-Het ontwerp van bijzondere wet is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van diverse bijzondere wetten (Stuk 3-475)

De voorzitter. - We stemmen over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 25

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 24
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 25
Tegen: 2
Onthoudingen: 2

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.

De tweederde meerderheid is bereikt.

-Het ontwerp van bijzondere wet is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp houdende verschillende wijzigingen in de kieswetgeving (Stuk 3-474)

De voorzitter. - We stemmen eerst over amendement 13 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 26

Aanwezig: 70
Voor: 8
Tegen: 52
Onthoudingen: 10

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 18 tot 28 van de heer Hugo Vandenberghe. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 14 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 27

Aanwezig: 68
Voor: 8
Tegen: 47
Onthoudingen: 13

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 1 van de heer Van Hauthem c.s.

Stemming 28

Aanwezig: 68
Voor: 15
Tegen: 50
Onthoudingen: 3

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 2 tot 10 van de heer Van Hauthem c.s. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 15 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 29

Aanwezig: 68
Voor: 18
Tegen: 47
Onthoudingen: 3

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 11 van de heer Van Hauthem c.s.

Stemming 30

Aanwezig: 69
Voor: 17
Tegen: 50
Onthoudingen: 2

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 12 van de heer Van Hauthem c.s.

Stemming 31

Aanwezig: 69
Voor: 16
Tegen: 50
Onthoudingen: 3

-Het amendement is niet aangenomen.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BLOK). - Ik heb me alleen maar onthouden om erop te kunnen wijzen dat de Vlaamse gemeenschapssenatoren van de meerderheid die in het Vlaams Parlement een resolutie over de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde met veel bravoure hebben goedgekeurd, vandaag toch maar weer hun staart intrekken.

Verder stel ik ook vast dat de Vlaamse senatoren die bij de Senaat een wetsvoorstel hebben ingediend om tot de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde te komen, nu tegen de amendementen stemmen die deze splitsing beogen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 16 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 32

Aanwezig: 69
Voor: 19
Tegen: 48
Onthoudingen: 2

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 17 van mevrouw de Bethune c.s. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 33

Aanwezig: 71
Voor: 45
Tegen: 13
Onthoudingen: 13

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het ontwerp, met de bijlagen 1 tot 6, zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp tot regeling van de verdeling tussen de kiescolleges van het aantal in het Europees Parlement te verkiezen Belgische leden (Stuk 3-476) (Evocatieprocedure)

De voorzitter. - We stemmen eerst over amendement 11 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 34

Aanwezig: 70
Voor: 17
Tegen: 48
Onthoudingen: 5

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 12 van mevrouw de Bethune c.s. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 1 van de heer Van Hauthem c.s.

Stemming 35

Aanwezig: 71
Voor: 8
Tegen: 52
Onthoudingen: 11

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 2 van de heer Van Hauthem c.s. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 16 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 36

Aanwezig: 71
Voor: 19
Tegen: 47
Onthoudingen: 5

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 17, 14 en 15 van mevrouw de Bethune c.s. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 3 van de heer Van Hauthem c.s.

Stemming 37

Aanwezig: 71
Voor: 8
Tegen: 52
Onthoudingen: 11

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 18 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 38

Aanwezig: 70
Voor: 21
Tegen: 47
Onthoudingen: 2

-Het amendement is niet aangenomen.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Ik wilde voor stemmen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 4 van de heer Van Hauthem c.s.

Stemming 39

Aanwezig: 71
Voor: 8
Tegen: 52
Onthoudingen: 11

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 19 van mevrouw de Bethune c.s.

Stemming 40

Aanwezig: 70
Voor: 22
Tegen: 46
Onthoudingen: 2

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 5 van de heer Van Hauthem c.s.

Stemming 41

Aanwezig: 71
Voor: 11
Tegen: 52
Onthoudingen: 8

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 6 tot 10 van de heer Van Hauthem c.s. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 42

Aanwezig: 70
Voor: 47
Tegen: 8
Onthoudingen: 15

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Regeling van de werkzaamheden

De voorzitter. - Het Bureau stelt voor volgende week deze agenda voor:

Donderdag 12 februari 2004

's ochtends om 10 uur

1. Wetsontwerp houdende instemming met het Besluit van de Raad van 25 juni 2002 en van 23 september 2002 tot wijziging van de Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, gehecht aan Besluit 76/787/EGKS, EEG, Euratom, en met de Bijlage; Stuk 3-436/1 en 2.

2. Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van misdrijven tegen internationaal beschermde personen, met inbegrip van diplomaten, gedaan te New York op 14 december 1973; Stuk 3-397/1 en 2.

3. Wetsontwerp houdende instemming met de volgende Internationale Akten:

4. Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regeringen van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, enerzijds, en de Regering van de Republiek Slovenië, anderzijds, betreffende de overname van onregelmatig binnengekomen of verblijvende personen, gedaan te Wenen op 16 november 1992; Stuk 3-399/1 en 2.

5. Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag inzake de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, en tot het Eerste en Tweede Protocol betreffende de uitlegging ervan door het Hof van Justitie, en met de Gemeenschappelijke Verklaring, gedaan te Brussel op 29 november 1996; Stuk 3-402/1 en 2.

6. Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Groothertogdom Luxemburg en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Regering van de Federale Republiek Joegoslavië betreffende de terug- en overname van personen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat, en met het Uitvoeringsprotocol en zijn Bijlagen 1 tot 8, gedaan te Belgrado op 19 juli 2002; Stuk 3-404/1 en 2.

7. Voorstel van resolutie betreffende de Akkoorden van Genève (van de heren Pierre Galand en Philippe Mahoux); Stuk 3-384/1 en 2.

8. Vragen om uitleg:

's namiddags om 15 uur

1. In memoriam de heer Arthur Gilson, Minister van Staat.

2. Inoverwegingneming van voorstellen.

3. Mondelinge vragen.

4. Evocatieprocedure

Wetsontwerp houdende toekenning van aanvullende voordelen inzake rustpensioen aan personen die werden aangesteld om een management- of staffunctie uit te oefenen in een overheidsdienst; Stuk 3-443/1 en 2.

Vanaf 17 uur: Naamstemmingen over de afgehandelde agendapunten in hun geheel.

5. Vragen om uitleg:

-De Senaat is het eens met deze regeling van de werkzaamheden.

Stemmingen

Verlenging van de werkzaamheden van de aanvullende kamers van de hoven van beroep (Stuk 3-490)

De voorzitter. - We stemmen over het voorstel van beslissing.

Stemming 43

Aanwezig: 69
Voor: 67
Tegen: 0
Onthoudingen: 2

-Het voorstel van beslissing is aangenomen.

-De beslissing zal worden meegedeeld aan de minister van Justitie.

Vraag om uitleg van de heer Philippe Mahoux aan de eerste minister over «de eventuele wijzigingen in het protocol bij officiële plechtigheden en manifestaties» (nr. 3-117)

De voorzitter. - Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, antwoordt namens de heer Guy Verhofstadt, eerste minister.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Tijdens de vorige regeerperiode werd een interministeriële commissie opgericht die tot doel had het staatsprotocol te herbekijken. Dit protocol is een symbool van de democratie en kan dus niet als onbelangrijk worden afgedaan. De commissie heeft bij mijn weten nog geen enkel officieel advies verleend, maar in 2001 heeft ze wel enkele voorstellen gedaan aan de Ministerraad.

Ik had graag informatie gekregen over de uitwerking van een mogelijke procedure door de huidige regering.

Er moet een concreet antwoord komen op de bekommernis om de integratie van alle burgers te bevorderen, waarbij erover wordt gewaakt dat geen enkele gemeenschap bevoordeeld wordt tegenover een andere.

Welke maatregelen zal de regering nemen om in dit gevoelige dossier een oplossing te vinden waarbij de préséance wordt gewaarborgd van de vertegenwoordigers van de gestelde lichamen, en in de eerste plaats de voorzitters van de assemblees, tegenover alle andere vertegenwoordigingen van de levensbeschouwelijke en religieuze gemeenschappen?

Ook de gelijkheid tussen de vertegenwoordigers van die gemeenschappen moet worden gewaarborgd met naleving van de grondwettelijke bepalingen. Zo zou de minister van Binnenlandse Zaken voor officiële manifestaties als die van 21 juli en 15 november beter geen oproepingen namens de regering meer versturen voor een plechtigheid met een strikt godsdienstig karakter zoals een Te Deum. Ook moet een burgerlijke plechtigheid met de gestelde lichamen worden georganiseerd.

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - De interkabinettenwerkgroep die de lijst van de protocollaire volgorde moet herzien, heeft nog geen definitieve resultaten voorgelegd. De Ministerraad heeft haar voorstellen niet goedgekeurd en ze werden doorgeschoven naar de huidige regeerperiode. Het dossier zal opnieuw in zijn geheel moeten worden bestudeerd.

Er werd beslist het gewone verloop van de nationale feestdag op 21 juli niet te wijzigen. In de ochtend organiseert de minister van Binnenlandse Zaken een Te Deum en in de namiddag is er een militair defilé. Het Te Deum op 15 november zal niet langer door de burgerlijke overheid worden georganiseerd. In plaats hiervan komt een jaarlijkse plechtigheid in het federaal parlement.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Ik dank de minister voor het laconieke, ontoereikende en onbevredigende antwoord.

De status-quo is voor ons onaanvaardbaar. Met de vastlegging van préséances willen we niemand tegen de borst stuiten. Wel moet op de lijst van het protocol préséance worden verleend aan de burgerlijke overheden, en in het bijzonder aan de voorzitters van de assemblees. Ook moeten alle confessionele en niet-confessionele bewegingen op gelijke voet worden behandeld.

Er is dus geen consensus bereikt. We willen dat de werkzaamheden worden hervat. De huidige toestand is onaanvaardbaar. Men heeft het over een compromis. Enerzijds wordt een officiële plechtigheid georganiseerd, anderzijds wordt het religieuze karakter van die plechtigheid behouden. Dat is geen compromis. Voor een van de plechtigheden werd een echt compromis uitgewerkt: de burgerlijke overheden organiseren een burgerlijke plechtigheid en de religieuze overheid kan, indien ze dat wenst, uitnodigingen versturen voor de plechtigheden die zij organiseert.

Zo willen we het burgerlijke karakter van die plechtigheden onderstrepen en iedereen de vrijheid geven om ter gelegenheid van burgerlijke of religieuze feesten plechtigheden te organiseren die eigen zijn aan de religieuze gemeenschap. We wensen dat de overtuiging van elkeen wordt gerespecteerd in een samenleving die pluralistisch is en waarin één religie geen voorrang kan hebben op een andere religie of op een levensbeschouwelijke stroming. In een dergelijke maatschappij moeten officiële plechtigheden een burgerlijk karaker hebben.

Vraag om uitleg van mevrouw Amina Derbaki Sbaï aan de eerste minister en aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over «de aangekondigde vermindering van de aardoliereserves: één van onze belangrijkste energiebronnen» (nr. 3-113)

Mevrouw Amina Derbaki Sbaï (Onafhankelijke). - Reeds in het begin van de jaren zeventig was men er zich van bewust dat de mondiale reserves aan petroleum niet oneindig waren en dat deze beperking een catastrofe zou betekenen voor de wereldeconomie. De kritische drempel zou zich ongeveer een vijftig jaar later voordoen. Deze wetenschappelijke voorspellingen werden belachelijk gemaakt. Men zou voor Cassandra spelen. Men overdreef evenwel niet. Die voorspellingen worden nu werkelijkheid.

Voor vier verbruikte vaten ontdekt men er nu slechts één. Het probleem ligt niet zozeer bij het volume aan reserves, dan wel bij de graad van succes van de exploratie. Petroleum die moeilijker te vinden en op te pompen is, doet de prijs stijgen en versmacht aldus de economie. Volgens wetenschapsmensen zoals Colin Campbell, een Iers geoloog en stichter van de Association for the Study of Peak Oil & Gas, een vereniging die is samengesteld uit topfiguren uit de geologie en de geofysica en die politieke sensibiliserings- en bewustwordingscampagnes voert, zullen de eerste negatieve effecten zich vanaf 2010 doen gevoelen.

Mondiaal gezien wordt 40% van de energie en 90% van de brandstof voor vervoer gehaald uit koolwaterstoffen.

Het is zeer moeilijk om een precies idee te krijgen van de reserves. Volgens een studie van ASPO zijn de gegevens erg fragmentair. Voor sommigen zijn ze overdreven. Toch bestaat er een consensus over de ernst van de situatie. Volgens het Amerikaans geologisch departement zal de toestand in 2037 kritiek worden. Dat departement geeft echter toe te optimistisch te zijn geweest om geen paniek te zaaien op de financiële markten.

Volgens andere experts, die zich minder om de financiële markten bekommeren, situeert de kritische drempel zich rond 2010-2015. Die kritische drempel is reeds bereikt in de Noordzee, waar de productie met 6% per jaar afneemt. Welke hypothese men ook volgt, het is evident dat de staten structurele hervormingen moeten doorvoeren.

Op geopolitiek vlak zijn de gevolgen groot. Naarmate de reserves slinken zullen de internationale spanningen toenemen. De Verenigde Staten lijken een frontale strategie te volgen. Het regime in Libië wordt opnieuw aanvaardbaar geacht door het Witte Huis. De motieven voor de interventie van de door de VS geleide coalitie in Irak worden ruim betwist, maar een geheim document doet sommige journalisten besluiten dat de reden voor die interventie de verdeling van de Iraakse reserves is tussen een dertigtal petroleummaatschappijen van landen die zich niet uitspraken tegen de invasie. Ons land stond op die lijst via het bedrijf Petrofina, een scenario dat dateert van vóór de fusie met Total-Elf.

Ook de Golf van Guinee is het theater van deze strijd. Er worden daar verdoken conflicten uitgevochten. Het tijdschrift Intelligence Online had het onlangs over een verhoogde aanwezigheid van wat men voorzichtig `militaire raadgevers' noemt. Ik herinner eraan dat er tot 500.000 van zulke Amerikaanse raadgevers in Vietnam waren.

Er rijzen ook vragen over de opmerkelijke topografische overeenkomsten tussen de plaatsen waar Amerikaanse basissen zijn gevestigd en de stockagecentra van petroleumreserves of hun vervoersknooppunten.

Van de kant van de Europese Unie blijft het oorverdovend stil. Wij zijn lid van het Internationaal Energieagentschap met zetel te Parijs. Dat schrijft jaarrapporten, maar volgens Campbell zijn zijn extrapolaties te lineair en weerspiegelen ze niet de ernst van de komende situatie. Het probleem moet economisch worden benaderd.

Wat eraan komt ligt voor de hand. Indien vanaf 2010 de petroleumprijzen beginnen te stijgen, zoals dat het geval was tijdens de crisis in 1973 toen de prijs per vat vervijfvoudigde, zou de prijs tot 80 à 100 dollar per vat kunnen oplopen. Die stijging zou zich doorzetten in de hele economische keten, van de landbouw, dus producten die de allereerste behoeften dekken, tot exorbitante vervoerskosten. Volgens een studie van 2003 werden de vijf jongste grote recessies voorafgegaan door prijsstijgingen per vat. Volgens Campbell was de crisis van 1973 slechts een kleine aardbeving. Nu gaat de hele aarde beven.

Voor het individuele vervoer bestaan er reeds alternatieven met de zogenaamde `hybride' voertuigen die rijden op fuel en elektriciteit. Een Japans bedrijf verkoopt jaarlijks zowat 100.000 van dergelijke voertuigen. De fiscale heffing gebeurt echter via belastingen en accijnzen op brandstof op basis van koolwaterstof. Andere modellen zijn uitgerust met zonnepanelen. Een Canadees bedrijf produceert al panelen die passen op klassieke auto's en die zorgen voor een constante lading van de accu's. Indien dergelijke modellen op grote schaal naar ons komen, betekent dat een substantiële daling van de fiscale inkomsten, een budgettaire nachtmerrie, temeer omdat de euro onze mogelijkheden tot ingrijpen aanzienlijk beperkt. Dat probleem zou al kunnen rijzen vanaf het einde van de volgende zittingsperiode.

Het is illusoir te denken dat een heffing op elektriciteit het probleem kan regelen. Indien het technisch mogelijk wordt een auto op elektrische panelen te laten rijden, is het moeilijk een taks te gaan heffen op zonne-energie.

Wij gaan geen brutale uitputting van de energiereserves tegemoet, maar de verdeling van de reserves speelt in ons nadeel.

De gegevens van de petroleummaatschappijen zijn niet betrouwbaar. Zij hebben immers financiële verplichtingen tegenover hun aandeelhouders. Ze willen de investeerder niet op de vlucht jagen door toe te geven dat deze industrie gaat verdwijnen bij gebrek aan grondstoffen. De feiten zijn echter wat ze zijn. Een verantwoordelijke van British Petroleum zei onlangs bij wijze van boutade dat BP ook `Beyond Petroleum' betekent. De petroleummaatschappijen investeren dus veel in zonne-energie. Het logo werd overigens gewijzigd.

Wij staan voor een maatschappijkeuze. De economische bloei van onze economie tijdens de vorige eeuw werd gebouwd op een goedkope en overvloedige energiebron. De zich nu aftekenende crisis kent geen voorgaande. We hebben echter nog een voordeel. Deze crisis is immers structureel en aangekondigd, terwijl recessies pas laat worden ontdekt. Stel u voor welke maatregelen zouden zijn genomen wanneer in het begin van de twintigste eeuw de gevolgen van de crash van 1929 zo in detail bekend waren als de huidige crisis. Dat betekent dat we kunnen voorkomen en verzachten door onze rol van politiek mandataris te spelen, een rol die ook visionair moet zijn.

Zou het niet interessant zijn om op EU-niveau een conferentie over deze aangelegenheid te organiseren?

Is het op zijn minst niet wenselijk om op Belgisch niveau een reflectiecomité van experts uit de civiele samenleving op te richten met als taak voorspellingen en ideeën voor concrete alternatieve oplossingen uit te werken?

Kan de minister zeggen wat de verwachtingen en denkrichtingen zijn in verband met concrete alternatieve oplossingen, de heffingen op brandstof en de gevolgen van een graduele en constante vermindering daarvan wanneer hybride voertuigen in de handel worden gebracht?

Bestaan er voorspellingen op lange termijn voor de globale economie?

Inmiddels heeft de minister, volgens een artikel in Le Soir van 2 februari, een reeks voorstellen gedaan tijdens het symposium in Gembloers. Heeft de minister een tijdschema voor de doelstellingen die zij zichzelf heeft gesteld, met name inzake de oprichting van de Europese vallei van de schone motor? Hoe denkt de minister haar voorstel inzake fiscale tegemoetkomingen voor de aankoop van een schone auto of voor het onderzoek naar schone technologie uit te voeren zonder in botsing te komen met de Europese richtlijnen inzake vrije mededinging?

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - De eerste vraag over een conferentie op het niveau van de Europese Unie betreft een delicaat punt.

Het debat over de vaststelling van een gemeenschappelijk energiebeleid op Europees niveau behoort tot de bevoegdheid van de Europese instellingen. Die materie ligt gevoelig voor veel lidstaten omdat het om geopolitieke en strategische aspecten gaat. Daarom bestaat er momenteel geen gemeenschappelijk beleid voor energie zoals dat voor de landbouw of de visserij bestaat.

Het voorstel voor een richtlijn van mevrouw Loyola de Palacio, Europees commissaris voor energie, over de mogelijkheid om de strategische olievoorraden van de verschillende lidstaten op communautair vlak samen te brengen, is daarom ook dode letter gebleven.

Op de tweede vraag kan ik antwoorden dat er concrete initiatieven voor reflectie zullen worden uitgewerkt in het programma `Clean technology'.

Op de ministerraad van Gembloux van 16 en 17 januari 2004 werd beslist een gunstig kader te scheppen voor de ontwikkeling en het op de markt brengen van schone technologieën.

Daartoe zal een interkabinettenwerkgroep worden samengesteld waarvan ook de kabinetten van de gewest- en de gemeenschapsregeringen deel zullen uitmaken, alsook een strategisch platform, samengesteld uit vooraanstaande experts van de civiele maatschappij, de industrie, het academisch milieu en particuliere onderzoeks- en ontwikkelingscentra. Dat platform zal een ontmoetingsplaats zijn voor experts van het terrein en voor personen die inzake de markt van de schone technologieën beslissingen nemen.

De opdracht van het platform zal erin bestaan een inventaris op te stellen van de bestaande initiatieven en om concrete alternatieve oplossingen te zoeken op het gebied van motoren, brandstoffen en bijkomende energievoorzieningsystemen.

De ontwikkeling van alternatieve koolstofarme energiebronnen voor de hele industrie, en meer in het bijzonder voor de automobielindustrie en de transportsector, is een concrete poging om tot alternatieve oplossingen te komen.

Die alternatieve energiebronnen hebben een dubbele verdienste: ze dragen bij tot het bereiken van de doelstelling inzake de beperking van de uitstoot in het kader van het klimaatbeleid en ze verminderen de druk op de natuurlijke energiebronnen, met name petroleum.

Verschillende maatregelen uit het programma `Clean technology' hebben betrekking op de vermindering van het verbruik en op het productief maken van technologische overgangsoplossingen. Die defensieve of overgangsoplossingen zijn nodig als tussenstap naar de echte oplossingen van de toekomst inzake energie en technologie, zoals de waterstofketen.

De federale en gewestregeringen nemen deel aan de besluitvorming in het kader van het programma `Clean technology'. De resultaten daarvan zullen worden voorgesteld in de Kamer: er zal dus een parlementair debat plaatsvinden over deze zeer concrete onderwerpen.

De vraag over de heffing op brandstof en de gevolgen van een lager brandstofverbruik door de omschakeling van de markt naar hybride voertuigen behoort eerder tot de bevoegdheid van de minister van Financiën.

Om te volgen in welke mate de markt is omgeschakeld zal er een barometer worden opgesteld om de penetratie van hybride voertuigen op de Belgische markt te meten.

Op het symposium `Clean technologies', dat georganiseerd werd op 2 februari jongstleden door de eerste minister en mezelf, is gebleken dat de klassieke brandstoffen op basis van koolwaterstof nog een mooie toekomst voor zich hebben voor verschillende decennia, zelfs indien, in een optimistische visie, de `clean technologies' 30% van het technologisch park zouden uitmaken.

Het verlies aan overheidsinkomsten door minder accijnzen als gevolg van een lager brandstofverbruik moet dus genuanceerd worden. Klassieke thermische motoren op basis van benzine en diesel verbruiken trouwens steeds minder. Klassieke brandstoffen op basis van koolwaterstoffen zullen niet zo gauw verdwijnen, maar zullen steeds meer vermengd worden met bio- of synthetische additieven.

In antwoord op de vierde vraag kan ik zeggen dat er op Europees vlak met de hulp van de lidstaten verschillende econometrische modellen bestaan of worden uitgewerkt. Sommigen gaan uit van de top-down-benadering, andere gaan uit van de bottom-up-benadering. België heeft bijvoorbeeld meegewerkt aan de ontwikkeling van de modellen MARKAL, PRIMES, HERMES, EPM, ECO-MOD, en andere. Die modellen maken voorspellingen over het globale economische klimaat.

Langetermijnbenaderingen zijn evenwel delicaat en moeilijk in overeenstemming te brengen met de verschillende modellen. Ze moeten dus omzichtig worden gehanteerd. Die voorspellingen bestaan en zijn een sleutelelement in het Europees beleid, zoals het Groenboek over de zekerheid van de energievoorziening in Europa.

Op de vijfde vraag kan ik antwoorden dat de Europese Raad voor Energie horizontale problemen behandelt, bijvoorbeeld de vrijmaking van de gasmarkt en de elektriciteitsmarkt. De specifieke problematiek van de biobrandstoffen en vervangende brandstoffen, zoals waterstof, wordt behandeld door de Europese Raad voor Milieu. Er zijn twee richtlijnen van kracht, een over de aanmoediging van biobrandstoffen, een andere over de brandstoffen met een zwavelgehalte van 10 ppm.

Het Symposium `Clean technologies' van 2 februari 2004 in het Egmontpaleis had precies ten doel een samenwerking met de industrie op te zetten, meer in het bijzonder met de automobiel- en transportindustrie, om `clean technologies' te ontwikkelen en te commercialiseren. De verslagen van het symposium zullen binnenkort worden gepubliceerd en ter beschikking worden gesteld van Kamer en Senaat.

(Voorzitter: de heer Hugo Vandenberghe, ondervoorzitter.)

In verband met de ontmoeting tussen onderzoekers, uitvinders en potentiële investeerders heeft de ministerraad van Gembloux van 16 en 17 januari 2004 een programma aangenomen dat `Clean technologies' werd gedoopt. Er wordt een strategisch platform opgericht. Actoren van het terrein en investeerders op het gebied van onderzoek, innovatie, industrialisatie en commercialisering van schone technologieën zullen er samenkomen. Het platform zal transversale acties opzetten, gesteund door het beleid van de departementen Economie, Energie, Buitenlandse Handel en van Wetenschappelijk onderzoek, teneinde de samenwerking te bevorderen. Er zal gewerkt worden in een optiek van `maatschappelijk rendement' op het vlak van werkgelegenheid en groei ten bate van allen.

Het doel bestaat erin een beleid op poten te zetten waardoor België een `low carbon economy' wordt. Dat beleid moet tevens concrete meerwaarden bieden op het vlak van werkgelegenheid en economische groei. De burgers zullen de baten daarvan merken op het vlak van zekerheid en volksgezondheid.

Ik kom tot de vraag over de overeenstemming van de maatregelen met de Europese richtlijnen. In de meeste landen van de Europese Unie bestaan er al fiscale stimulansen om het gebruik van schone technologieën aan te moedigen. Er zullen niet te veel moeilijkheden rijzen op dat vlak. Wij proberen goede leerlingen van Europa te zijn. We zullen er dus voor zorgen dat onze maatregelen in overeenstemming zijn met de bestaande richtlijnen.

Mevrouw Amina Derbaki Sbaï (Onafhankelijke). - Ik dank de minister voor haar antwoord. Op de vragen die tot de bevoegdheid van de minister van Financiën behoren, zal ik wellicht terugkomen.

In verband met de toekomst van de brandstoffen, beweer ik niet dat we voor een catastrofe staan. Het is wel raadzaam nu al te zoeken hoe we de onvermijdelijke vermindering moeten opvangen.

De minister zei dat de problematiek van de biobrandstoffen op een horizontale manier wordt onderzocht en dat er twee richtlijnen bestaan. Kan ik die documenten inzien?

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - De Europese richtlijnen worden gepubliceerd in het Publicatieblad en kunnen ook worden geraadpleegd op internet.

Mevrouw Amina Derbaki Sbaï (Onafhankelijke). - Excuseer, ik bedoelde het laatste document waarover de minister sprak.

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - Het verslag van het symposium zal ter beschikking worden gesteld van het Parlement.

Mevrouw Amina Derbaki Sbaï (Onafhankelijke). - Hoe staat het met het tijdsschema voor de oprichting van de Europese vallei van de schone motor? Welke doelstellingen zullen worden nagestreefd? Ik zal later op die vragen terugkomen.

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - Wat het tijdsschema betreft, heeft dat platform precies ten doel de inventaris op te stellen van de verschillende bestaande technologieën en om concrete voorstellen te doen. Het tijdsschema werd reeds gedeeltelijk vastgelegd door de Europese richtlijnen. De 10ppm-brandstoffen bijvoorbeeld moeten in ons land begin volgend jaar beschikbaar zijn. Er werden ook termijnen vastgesteld voor de bioadditieven in brandstoffen.

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over «het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen» (nr. 3-107)

De voorzitter. - Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, antwoordt namens de heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - De functie van commissaris-generaal is al een hele tijd vacant. De selectieprocedure hiervoor zou al begonnen zijn. De onafhankelijkheid van de commissaris-generaal is kapitaal. Ik ben van mening dat de benoeming van een commissaris-generaal op objectieve gronden moet gebeuren.

Ook de transparantie van het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen is van kapitaal belang. Zo is een jaarverslag een essentiële bron van informatie en is er ook nood aan regelmatige cijfers over beslissingen per nationaliteit, erkenningen per nationaliteit, achterstand per fase en nationaliteit, enzovoorts.

Sinds 2000 is er geen jaarverslag van het Commissariaat-generaal meer verschenen. Nochtans is de publicatie van een jaarverslag een wettelijke verplichting volgens artikel 57/28 van de vreemdelingenwet.

Graag had ik van de minister vernomen welke procedure hij zal volgen om de nieuwe commissaris-generaal voor de vluchtelingen te benoemen. Wordt daarvoor een examen uitgeschreven? Zo ja, binnen welke termijn zal dat gebeuren?

Ik verneem nu dat de jaarverslagen zopas ter griffie werden neergelegd. Waarom gebeurde dat met zoveel vertraging? Kan de minister garanderen dat die verslagen in de toekomst binnen de wettelijke termijn aan het parlement zullen worden overgezonden?

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - De minister van Binnenlandse Zaken wenst op korte termijn een kandidaat voor te dragen voor het ambt van commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. Aangezien de commissaris-generaal zijn ambt in volledige onafhankelijkheid moet kunnen uitoefenen, is het noodzakelijk dat die persoon op basis van objectieve criteria wordt gekozen. Bij gebreke aan een wettelijke regeling heeft de minister zijn diensten opgedragen een selectieprocedure uit te werken die de grootst mogelijke garanties biedt inzake onafhankelijkheid en geschiktheid.

Verder wijst de minister erop dat hij de in één band gebundelde jaarverslagen van het commissariaat-generaal met betrekking tot de jaren 2001 en 2002 ter beschikking heeft gesteld van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en van de Senaat. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan het jaarverslag 2003. Zodra de minister dat ontvangt, zal het aan de voorzitters van Kamer en Senaat worden overgezonden.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Dat de jaarverslagen zijn neergelegd, ben ik uiteindelijk ook te weten gekomen, het eerste wel met meer dan twee jaar vertraging. Ik noteer dat de voorbereiding van het jaarverslag 2003 vordert. Dat is hoopgevend. We moeten de kwaliteit van die verslagen natuurlijk nog afwachten.

Ik heb echter niet begrepen welke procedure de minister voorstelt voor de voordracht van een commissaris-generaal. Er is blijkbaar wel al met een procedure gestart, maar ik heb niet begrepen welke criteria in aanmerking worden genomen.

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - Ik heb precies geantwoord dat bij gebrek aan een wettelijke regeling de diensten werd opgedragen om een selectieprocedure uit te werken die de grootst mogelijke garanties kan bieden inzake onafhankelijkheid en geschiktheid.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - De procedure wordt dus uitgewerkt.

Wanneer kan de minister ons die procedure voorstellen?

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - Op dit moment kan ik dat niet meedelen, maar ik zal niet nalaten daarover bijkomende inlichtingen op te vragen en u die te laten geworden.

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over «de toestand van de Iraanse asielzoekers» (nr. 3-123)

De voorzitter. - Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, antwoordt namens de heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - In de maanden mei, juni, oktober, november en december 2003 werd ons land geconfronteerd met hongerstakingen van Iraanse asielzoekers in de Miniemenkerk en aan de ULB. Aan deze personen werd na onderhandelingen toegestaan een tweede asielaanvraag in te dienen op grond van nieuwe elementen, waaronder het gegeven dat zij tijdens de talrijke manifestaties en activiteiten zouden zijn herkend, zelfs gefilmd, door leden van de Iraanse ambassade. Desondanks werden de meeste aanvragen onontvankelijk verklaard.

Voor de betrokken personen is het echter niet altijd duidelijk op welke grond hun aanvraag werd afgewezen. Haast identieke dossiers worden de ene keer wel en de andere keer niet ontvankelijk verklaard.

België heeft op 22 december jongstleden een resolutie van de Algemene Vergadering van de VN goedgekeurd waarin Iran wordt terechtgewezen voor de aanhoudende verslechtering van de mensenrechtensituatie.

De Iraanse vluchtelingen krijgen in de ons omringende landen wel een statuut, omdat deze landen in hun wetgeving een soort van B-statuut hebben opgenomen dat geldt voor bepaalde gevallen waarin de Conventie van Genève niet van toepassing is. In Nederland is er bijvoorbeeld de voorwaardelijke vergunning tot verblijf, in Duitsland de Befugnis en de Duldung en in Frankrijk het asile territorial. Ook het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen hebben vergelijkbare regelingen.

Een B-statuut zou ook een alternatief kunnen bieden voor de regeling vervat in de wet van 18 februari betreffende de tijdelijke opvang van oorlogsslachtoffers, waarvan de toepassing geheel afhankelijk is van een beslissing van de Raad van de Europese Unie genomen met een gekwalificeerde meerderheid.

Dit B-statuut is trouwens het voorwerp van een Europese ontwerprichtlijn, gebaseerd op artikel 63 van het Verdrag, het actieplan van Wenen en de Raad van Tampere. Het ontwerp kreeg al in mei 2002 van het Economisch en Sociaal Comité een positief advies.

Ten eerste, welke criteria werden gehanteerd bij het beoordelen van de ingediende dossiers? Werden de criteria voor de tweede indiening aangepast aan de nieuwe elementen, zoals de goedkeuring van de resolutie over de mensenrechten in Iran op 22 december in de Algemene Vergadering van de VN?

Ten tweede, hoe komt het dat afgewezen Iraanse asielzoekers toch dreigen te worden uitgewezen of reeds werden uitgewezen niettegenstaande ons land bovenvermelde resolutie mee heeft goedgekeurd?

Ten derde, zal België wetgevende initiatieven nemen om een B-statuut uit te werken? Wat is het standpunt van de regering over de ontwerprichtlijn ter zake?

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - De asielaanvragen van de Iraanse hongerstakers werden, zoals alle asielaanvragen, individueel onderzocht volgens de wettelijk vastgestelde procedure. De criteria om een asielaanvraag ontvankelijk te verklaren, staan vermeld in artikel 52 van de vreemdelingenwet. De eventuele nieuwe elementen die bij een tweede asielaanvraag worden aangehaald, worden zonder meer in het licht van deze criteria beoordeeld.

De resolutie van de Algemene Vergadering van de VN verwijst naar de algemene situatie in Iran. Voor een mogelijke erkenning als vluchteling wordt nagegaan of er sprake is van een individuele vrees voor vervolging, zoals bepaald in de Conventie van Genève.

Dat de algemene situatie op het vlak van de mensenrechten niet gunstig evolueert, betekent niet automatisch dat een individu een gegronde vrees voor vervolging kan inroepen.

Een uitgeprocedeerde asielzoeker zal niet van het grondgebied worden verwijderd wanneer de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en staatlozen in toepassing van artikel 63/5, vierde lid van de vreemdelingenwet een niet-terugleidingsclausule uitvaardigt.

Zodra de Europese ontwerprichtlijn 2001/2007 wordt aangenomen, zal de minister van Binnenlandse Zaken erop toezien dat ze onmiddellijk wordt omgezet in Belgisch recht. Op die wijze zal een bijkomende beschermingsstatus in het leven worden geroepen.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Het antwoord van de minister heeft mij niets nieuws geleerd. Ik weet uiteraard dat elke asielaanvraag in ons land individueel wordt behandeld.

Vluchtelingen uit Iran en uit Afghanistan mogen in andere landen van de Europese Unie verblijven op grond van een ander statuut dan het vluchtenlingenstatuut. Hun verblijf wordt toegestaan wegens de oorlog of het niet naleven van de mensenrechten in hun land. Die landen hebben niet gewacht op de goedkeuring van een Europees B-statuut om hun wetgeving aan te passen. De Belgische wetgeving pas zal worden aangepast zodra er op Europees niveau een consensus wordt bereikt. Het is niet meer dan normaal dat dit gebeurt.

De toestand in andere Europese landen leert ons dat het mogelijk is voor bijzondere gevallen een bijzonder statuut uit te werken. Ik betreur dat de regering daartoe niet bereid is.

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - De minister is daartoe wel degelijk bereid, maar uitsluitend op basis van een algemene Europese regeling.

Vraag om uitleg van mevrouw Sfia Bouarfa aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over «de elektronische identiteitskaart» (nr. 3-118)

De voorzitter. - Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, antwoordt namens de heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken.

Mevrouw Sfia Bouarfa (PS). - Tijdens de vorige regeerperiode heeft het Parlement een wetsontwerp tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van natuurlijke personen en van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van natuurlijke personen aangenomen. Dit ontwerp had onder meer tot doel de elektronische identiteitskaart in te voeren en sloot hiermee aan bij het veralgemeend gebruik van de nieuwe technologieën in de relaties tussen de burgers en de overheden.

We zijn blij met de inhoud van artikel 6 van de wet van 19 juli 1991 zoals gewijzigd door de wet van 25 maart 2003. Alle Belgische identiteitskaarten, alle verblijfsvergunningen en alle identiteitskaarten van vreemdelingen zullen immers door elektronische identiteitskaarten worden vervangen. Dat zei althans de minister van Binnenlandse Zaken tijdens de bespreking van de beleidsverklaring.

Dankzij deze homogenisering zullen alle burgers op voet van gelijkheid kunnen worden behandeld, of het nu gaat om Belgen of om vreemdelingen die werden toegelaten of gemachtigd zich in België te vestigen. De kaarten zullen vijf jaar geldig zijn, terwijl de Belgische identiteitskaarten nu tien jaar geldig zijn en de verblijfsvergunningen en de identiteitskaarten voor vreemdelingen vijf jaar geldig zijn.

In maart 2003 werden in elf gemeenten proefprojecten opgestart waarbij de nieuwe identiteitskaarten aan de burgers werden uitgereikt. De minister zei dat de projecten begin 2004 zouden worden geëvalueerd. Is die evaluatie al klaar? Wanneer wordt ze aan het Parlement voorgelegd?

Ook zou het de bedoeling zijn om vanaf midden 2004 in alle gemeenten van start te gaan met de uitreiking van de nieuwe identiteitskaart. In drie jaar zou alles rond moeten zijn. Zullen we vanaf juni nieuwe identiteitskaarten zien in onze gemeenten?

In het hoofdstuk van de beleidsverklaring over de elektronische identiteitskaart staat ook dat de maatregelen tot gevolg zullen hebben dat alle Belgen in 2007 zullen beschikken over een betrouwbare, goedkope en gebruiksvriendelijke elektronische identiteitskaart. Wat de prijs betreft, zullen de Belgen die hun kaart om de vijf jaar in plaats van om de tien jaar moeten vernieuwen, tweemaal zoveel betalen.

Betekent dit dat de Europeanen en de niet-Europeanen met een vergunning om zich op het grondgebied te vestigen niet in aanmerking komen? Zo niet, onder welke omstandigheden zullen ze hun nieuwe elektronische identiteitskaart krijgen?

De zekerheid van verblijf en de gelijke behandeling zijn essentiële voorwaarden voor de integratie van personen van vreemde origine.

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - De proefperiode waarbij in elf proefgemeenten de elektronische identiteitskaart werd uitgereikt, wordt momenteel geëvalueerd.

De laatste proefgemeente is op 25 juli 2003 met de uitreiking gestart. Zes maanden later, dus vanaf 25 januari 2004, zou een evaluatie worden uitgevoerd. De FOD Binnenlandse Zaken houdt zich daarmee bezig.

De evaluatie gebeurt aan de hand van verslagen die twee maal per week door de gemeenten worden overgezonden, van maandelijkse vergaderingen tussen de proefgemeenten en de bevoegde dienst van de FOD Binnenlandse Zaken en van bezoeken ter plaatse van ambtenaren van de bevoegde administratie.

Een algemeen verslag met de resultaten van de evaluatie zal binnenkort aan de Ministerraad wordt overhandigd.

Artikel 19 van de wet van 27 maart 2003 tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen bepaalt dat de beslissing om de elektronische identiteitskaart veralgemeend in te voeren, wordt genomen bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na een evaluatie door de Ministerraad en door de bevoegde Kamercommissie, die vervolgens verslag uitbrengt aan de Kamer. Zodra de beslissing wordt genomen om de elektronische identiteitskaart veralgemeend in te voeren zal ook worden beslist wanneer dit zal gebeuren. In overeenstemming met de gemeentelijke autonomie zal elk college van burgemeesters en schepenen apart bepalen vanaf welke datum de kaart wordt ingevoerd. De FOD zal een begin- en een einddatum vastleggen; de gemeenten bepalen dan wanneer ze exact beginnen. Ze zullen hierbij rekening houden met de beschikbare infrastructuur die de FOD Binnenlandse Zaken de gemeenten ter beschikking stelt. De eerste instructies zullen in juni of juli van dit jaar worden verstrekt. Het is de bedoeling dat de elektronische identiteitskaart zo snel mogelijk ter beschikking wordt gesteld van de Europese en niet-Europese burgers die zich in België hebben gevestigd. De nodige bepalingen zijn reeds in de wet ingeschreven. Om praktische redenen - uitwerking van het informaticaprogramma, ter beschikking stellen van het nodige informaticamateriaal, opleiding en organisatie van het gemeentepersoneel enzovoort - werd het nuttig geacht het project tijdens de proefperiode te beperken.

Mevrouw Sfia Bouarfa (PS). - Ik stel met tevredenheid vast dat een verslag zal worden opgesteld van de evaluatie van de invoering van de elektronische identiteitskaart. Het verheugt me dat de kaart ook zal worden uitgereikt aan Europese en niet-Europese vreemdelingen. Ik hoop dat hiermee een einde komt aan de problemen die immigranten momenteel ondervinden bij de vernieuwing van hun identiteitskaart.

Regeling van de werkzaamheden

De voorzitter. - De vragen om uitleg van mevrouw de Bethune aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de preventieve opsporing van baarmoederhalskanker", aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de stijging van het aantal zwaarlijvige tieners in ons land" en aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over "de bespreking van het jaarlijks verslag van de Regering over de opvolging van de Wereldvrouwenconferentie in Peking in 1995" worden uitgesteld.

Samenstelling van commissies

De voorzitter. - Bij de Senaat zijn voorstellen ingediend tot wijziging van de samenstelling van bepaalde commissies:

Commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden:

Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging:

Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden:

Commissie voor de Sociale Aangelegenheden:

Controlecommissie betreffende de verkiezingsuitgaven en de boekhouding van de politieke partijen:

(Instemming)

Bijzondere commissie "Globalisering" en werkgroepen "Ruimtevaart", "Vergrijzing van de bevolking" en "Bio-ethiek"

De voorzitter. - Tijdens zijn vergadering van 29 januari jongstleden heeft de Senaat de bijzondere commissie "Globalisering" en de werkgroepen "Ruimtevaart", "Vergrijzing van de bevolking" en "Bio-ethiek" opgericht.

De bijzondere commissie en de werkgroepen bestaan elk uit 10 leden, aangewezen volgens de evenredige vertegenwoordiging van de fracties, overeenkomstig artikel 84.1 van het Reglement.

Ik heb de volgende kandidaturen ontvangen:

Voor de bijzondere commissie "Globalisering"

Aangezien het aantal kandidaten gelijk is aan het aantal te begeven mandaten, verklaar ik deze senatoren benoemd tot lid van de commissie.

Voor de werkgroep "Ruimtevaart"

Aangezien het aantal kandidaten gelijk is aan het aantal te begeven mandaten, verklaar ik deze senatoren benoemd tot lid van de werkgroep.

Voor de werkgroep "Vergrijzing van de bevolking"

Aangezien het aantal kandidaten gelijk is aan het aantal te begeven mandaten, verklaar ik deze senatoren benoemd tot lid van de werkgroep.

Voor de werkgroep "Bio-ethiek"

Aangezien het aantal kandidaten gelijk is aan het aantal te begeven mandaten, verklaar ik deze senatoren benoemd tot lid van de werkgroep.

Vraag om uitleg van de heer Patrick Hostekint aan de minister van Landsverdediging over «het mogelijk opzetten van een militair partnerschap met Burundi» (nr. 3-105)

De voorzitter. - Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid antwoordt in naam van de heer André Flahaut, minister van Landsverdediging.

De heer Patrick Hostekint (SP.A-SPIRIT). - Ik had gewenst dat de minister van Landsverdediging aanwezig was geweest. Ik heb deze vraag al twee maal uitgesteld opdat hij ze zelf zou kunnen beantwoorden.

Het voornemen van de regering om in haar buitenlands beleid prioritair aandacht te besteden aan Centraal-Afrika, in het bijzonder de oud-kolonies Congo, Rwanda en Burundi, heeft de voorbije maanden al heel wat concrete resultaten opgeleverd.

Zo steunt ons land in Congo op een vooraanstaande wijze het broze vredesproces dat afgelopen zomer na jaren van burgeroorlog op gang werd gebracht met de installatie van een overgangsbestuur waarin zowel de regering als de voormalige rebellen vertegenwoordigd zijn. De rechtstreekse hulp voor dit jaar werd verdubbeld tot 80 miljoen euro. Ook wordt de militair-technische samenwerking, die in 1990 was stopgezet, hervat. Begin vorige maand zette de regering het licht op groen voor het sturen van 190 militairen naar Kisangani. Die zullen instaan voor de vorming van de zogenaamde `gemengde' brigade van het Congolese leger, 2.500 eenheden die zullen worden opgeleid in operaties van vredesbehoud. De missie `Avenir-Toekomst' gaat begin februari van start.

In de pers vernemen we dat de minister er nu ook aan denkt om een militair partnerschap op te zetten met Burundi, vergelijkbaar met het partnerschap in Benin en de Democratische Republiek Congo. In het verlengde van de donorconferentie voor Burundi, die op initiatief van ons land in Brussel plaats vond, heeft de minister hierover een ontmoeting gehad met zijn ambtgenoot Vincent Niyungeko.

Er zou interesse bestaan in infrastructuur, huisvesting, kledij en de harmonisering van de graden tussen de regeringstroepen en de vroegere strijdende partijen. Er wordt ook gedacht aan een gepaste opleiding om het niveau van alle militairen op peil te houden en de vroegere oorlogvoerende partijen te integreren en met behulp van de Wereldbank tot demobilisatie te komen.

De minister liet zich ontvallen dat hij, om de Burundese noden beter te leren kennen, de ploeg van de Belgische defensieattaché in Bujumbura wil uitbreiden. Opmerkelijk is dat de minister er aan denkt de sociaal-economische georiënteerde opleidingen mee te kunnen financieren in overleg met het departement voor Ontwikkelingssamenwerking.

Er bestaat geen twijfel over dat Burundi de Belgische én de internationale hulp dringend nodig heeft. Na tien jaar van burgeroorlog met het verlies van meer dan 300.000 mensenlevens als gevolg, zit het land helemaal aan de grond. De donorconferentie is trouwens een succes geworden. In totaal werd 810 miljoen euro ingezameld. Daarvan kwam 35 miljoen euro van ons land.

Hoe concreet zijn de plannen voor een militair partnerschap voor Burundi en aan welke vormen van samenwerking wordt gedacht?

Heeft de minister een mogelijk militair partnerschap al aangekaart binnen de regering en is er reeds overleg geweest met de minister van Ontwikkelingssamenwerking over het financieren van opleidingen?

Welke bijkomende voorwaarden heeft hij voor ogen op het vlak van het garanderen van de maximale veiligheid van Belgische militairen in Burundi?

Denkt hij er aan om binnen het Europese defensiecollege andere landen te polsen om eveneens in dit initiatief in te stappen?

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - Op dit ogenblik bestaan er nog geen concrete plannen voor een militair partnerschap voor Burundi. De defensiestaf heeft opdracht gekregen om een globale studie uit te voeren inzake mogelijke partnerschapactiviteiten in de regio van de Grote Meren. In die context zal ook worden onderzocht in welke mate Burundi eventueel zou kunnen gesteund worden. Er dient benadrukt te worden dat het niet gaat om een herneming van een militair-technische samenwerking zoals in het verleden, maar dat er gestreefd wordt naar een partnerschap waarbij ons land tijdelijk expertise ter beschikking stelt die de partners op termijn in staat moet stellen om zelfstandig in te staan voor de organisatie en de goede werking van de defensie en de veiligheidssector.

In afwachting van de definitieve resultaten van de studie door de defensiestaf zijn er over Burundi nog geen formele contacten geweest met andere departementen en overheidsdiensten. Informele uitwisseling van informatie vindt wel plaats en het is de bedoeling om nauw samen te werken met de minister van buitenlandse zaken en de minister van ontwikkelingssamenwerking.

Zoals steeds wanneer Belgische militairen een opdracht in het buitenland uitvoeren is de factor veiligheid zeer belangrijk. Vooraleer definitieve voorstellen zullen worden geformuleerd, zal het aspect veiligheid eerst grondig worden onderzocht.

De omvang van de problemen in de regio van de Grote Meren is te groot voor ons land alleen. Waar mogelijk streeft België steeds een multilateraal kader na. We zullen onze inspanningen om de internationale gemeenschap te mobiliseren verder zetten in overeenstemming met de krachtlijnen van ons buitenlands beleid.

De heer Patrick Hostekint (SP.A-SPIRIT). - Ik dank de minister voor het antwoord. Ik zal niet alleen de toestand in Congo blijven opvolgen maar ook wat in Burundi gebeurt.

Vraag om uitleg van de heer René Thissen aan de minister van Werk en Pensioenen over «het sociaal akkoord dat in april 2003 in de bouwsector is gesloten» (nr. 3-96)

De heer René Thissen (CDH). - Het sociaal akkoord dat in april 2003 in de bouwsector is gesloten, bevat een nieuwigheid voor de arbeidstijdorganisatie.

De sociale partners wensen immers meer soepelheid in de toepassing van de arbeidstijdregelingen in de ondernemingen.

Het akkoord voorziet hiertoe in een verhoging tot 130 uren, in plaats van 64 uren thans, van het jaarlijkse krediet van bijkomende uren die de ondernemingen mogen presteren boven de normale arbeidstijd. Bovendien, en dat is nieuw, moeten die uren niet noodzakelijk worden gerecupereerd in de vorm van rusttijden, maar kan het ook in de vorm van een aanvulling op het loon. Dit verzoek is begrijpelijk. De bouwsector is onderhevig aan slechte weersomstandigheden, waarbij het werk vaak moet worden stopgezet.

Als dit akkoord door de administratie en het kabinet van werk wordt aanvaard, zou de gemiddelde jaarlijkse arbeidsduur, die in de bouw veel lager is dan in de andere sectoren, worden verhoogd. De in het zwart gepresteerde overuren zouden kunnen worden vermeden of althans verminderd.

De administratie weigert echter het sociaal akkoord van de sector te bekrachtigen en de maatregelen voor de uitvoering ervan te nemen.

Mijnheer de minister, kunt u me de redenen voor deze weigering meedelen? De sector kan immers een wezenlijke bijdrage leveren in de strijd tegen het zwartwerk en de sociale fraude, één van de prioriteiten van de regering.

Het verleden heeft ons geleerd dat het om een bijzonder gevoelige sector gaat. De maatregel die door de sociale partners wordt voorgesteld, zal dit enorme probleem niet oplossen, maar kan in elk geval een grote rol spelen.

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen. - In het kader van het sociaal akkoord dat in april 2003 in de bouwsector is gesloten, wensen de sociale partners dat artikel 7 van het koninklijk besluit nummer 213 van 26 september 1983 betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het paritair comité voor het bouwbedrijf ressorteren, wordt gewijzigd. De sociale partners wensen een verhoging van het jaarlijkse krediet van bijkomende uren van 64 naar 130 uren. Ze wensen dat die uren, naar keuze van de arbeider, door betaalde rusttijden of door een supplement van 20% op het loon op het moment van de prestatie kunnen worden gecompenseerd.

In de huidige omstandigheden kan de werkgever op grond van het koninklijk besluit nummer 213 deze uren betalen tegen het normale loon en is hij verplicht compenserende rustdagen toe te kennen binnen de zes maanden volgend op de periode waarin de grenzen werden overschreden.

Aangezien de sociale partners een akkoord hebben bereikt, heb ik er geen bezwaar tegen om het aantal bijkomende uren die boven de normale arbeidsduur mogen worden gepresteerd, te verhogen. De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur in de bouwsector is vastgelegd op 38 uur, maar door de toekenning van 12 inhaalrustdagen komt de effectieve wekelijkse arbeidsduur op 40 uur.

Als de gemiddelde jaarlijkse arbeidsduur in de sector laag is, dan is dit te wijten aan systematische tijdelijke werkloosheid.

De optie om de uren te betalen of ze te compenseren door rustdagen moet vooraf ernstig worden onderzocht.

Nogmaals, ik wijs het voorstel niet af, maar heb bedenktijd gevraagd om het dossier ernstig te kunnen bestuderen.

Artikel 7 van het koninklijk besluit nummer 213 valt onder het hoofdstuk "Maatregelen tot vermindering van de gedeeltelijke werkloosheid". Ondernemingen van de sector kunnen dus, voornamelijk tijdens de zomermaanden, maximaal presteren en mogen de normale arbeidsduur overschrijden. De overschreden uren kunnen worden gecompenseerd bij slecht weer of in periodes van minder activiteit. Dankzij de inhaalrustdagen komen de arbeiders minder snel in het systeem van de tijdelijke werkloosheid terecht.

De gevraagde wijziging komt erop neer de werknemers de keuze te geven tussen een onmiddellijk loonvoordeel en een betaalde compensatierust, die meestal in stille momenten wordt genomen. Men moet evenwel weten dat hun contract in elk geval zal worden geschorst tijdens periodes van slecht weer - of eventueel bij gebrek aan werk - en dat ze dan een uitkering zullen genieten in het kader van de tijdelijke werkloosheid, eventueel verhoogd met een uitkering van het Fonds voor Bestaanszekerheid.

De eerste optie heeft wel de instemming van de werknemers, maar men moet tenslotte ook rekening houden met de gemeenschap die op zijn minst gedeeltelijk moet bijdragen in de kosten van de overschreden uren, in plaats van de betrokken ondernemingen. Als minister lijkt het me gerechtvaardigd dit aspect te onderzoeken. Om die reden heb ik de wijziging dus nog niet goedgekeurd.

Voor de wijziging van het koninklijk besluit nummer 213 werden al contacten gelegd met de sector. Op 8 januari 2004 heeft de sector mij een nieuw dossier bezorgd dat ik de komende weken zal bestuderen. Ik hoop zo snel mogelijk een concreet antwoord te kunnen geven.

De heer René Thissen (CDH). - Het verheugt me dat u beslist hebt het probleem grondig aan te pakken en dat u uitgaat van het principe dat een oplossing kan worden gevonden voor de overschrijding van de gemiddelde arbeidsduur. De bouwsector is inderdaad een heel bijzondere sector. Beweren dat bij gebrek aan werk de gemeenschap de kosten op zich moet nemen, is geen goed uitgangspunt. De activiteiten in deze sector worden op sommige momenten door slechte weersomstandigheden beperkt. Dat is buiten de wil van de ondernemingen. In de meeste gevallen werken de bedrijven zo veel mogelijk, al zijn er soms misbruiken.

Het is vooral belangrijk dat het dossier vooruitgaat. De sector moet over voldoende gemotiveerde werknemers kunnen beschikken, maar er is een gebrek aan gekwalificeerde werknemers. Er bestaan nochtans stimuli, vooral op het gebied van loon, die ervoor kunnen zorgen dat mensen langer in deze sector blijven werken.

Ik had graag van u vernomen wanneer uw onderzoek afgerond zal zijn en wanneer u de onderhandelingen met de sector zult hervatten.

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen. - Men moet altijd voorzichtig zijn met het vastleggen van termijnen. Ik hoop de komende weken mijn antwoord klaar te hebben. Momenteel onderzoek ik een aanvullend voorzorgmechanisme voor de tijdelijke werkloosheid. Ik ga bij instanties als de RVA ook na welke instrumenten kunnen worden gehanteerd. Het is dus een kwestie van weken. Voor mij is het dringend, want het dossier sleept al een tijdje aan.

De heer René Thissen (CDH). - Ik begrijp dat het moeilijk is om een datum vast te leggen. Ik zou u willen vragen in elk geval een beslissing te nemen voor de lente, voor het nieuwe seizoen van start gaat.

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen. - Vast en zeker.

Vraag om uitleg van mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Financiën over «de nieuwe bepalingen ter bestrijding van het witwassen van kapitalen» (nr. 3-120)

De voorzitter. - Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, antwoordt namens de heer Didier Reynders, minister van Financiën.

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Ik verneem dat de nieuwe bepalingen van de wet van 12 januari 2004 tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 ter voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld interpretatieproblemen opleveren. Artikel 10ter bepaalt immers: "de prijs van de verkoop door een handelaar van een goed ter waarde van 15.000 euro of meer mag niet in contanten worden vereffend." Bij niet-naleving van deze bepaling geldt de sanctie van artikel 23 van de wet van 11 januari 1993.

De economische inspectie kan de minister van Economische Zaken een administratieve boete voorstellen waarvan het bedrag 10% van de sommen die onregelmatig in contanten werden betaald, niet mag overschrijden, met een maximum van 1.250.000 euro.

Wanneer treedt deze bepaling in werking? Is dit op 2 februari van dit jaar ter toepassing van het gemeen recht en bij gebrek aan overgangsbepalingen in de wet van 12 januari 2004, zijnde de tiende dag na de publicatie? Of moet artikel 25 van de wet van 11 januari 1993 worden toegepast, volgens hetwelk de Koning de datum van inwerkingtreding bepaalt?

Bevat de beperking tot 15.000 euro, vermeld in het nieuwe artikel 10ter, ook de BTW? Zo ja, luidt het antwoord dan niet anders wanneer een goed wordt verkocht aan iemand die aan de BTW is onderworpen?

Mag een handelaar die verschillende goederen verkoopt waarvan het totale bedrag meer dan 15.000 euro bedraagt, nog een betaling in contanten aanvaarden voor het geheel? Is hier een positief antwoord niet raadzaam, omdat de wettekst restrictief moet worden geïnterpreteerd en deze spreekt over "een artikel..." en niet over "artikelen..."?

Ik ben er me van bewust dat dit een technische vraag is, maar de advocaten moeten hun cliënten correct kunnen inlichten. Aangezien dit een actueel onderwerp betreft, heb ik er een vraag om uitleg en geen schriftelijke vraag over gesteld.

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - De wet van 12 januari 2004 tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 ter voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 23 januari 2004. Het gemeen recht is van toepassing aangezien deze wet geen afwijkende regels bevat. Al haar bepalingen, ook het nieuwe artikel 10ter, zijn dus de tiende dag na de publicatie, dit is op 2 februari 2004, in werking getreden. Artikel 25 van de wet van 11 januari 1993 is enkel op deze wet zelf van toepassing en niet op de wet die deze heeft gewijzigd.

De tekst van artikel 10ter van de wet van 11 januari 1993 heeft tot doel de betalingen in contanten te beperken tot een bedrag van ten hoogste 15.000 euro. Voor de toepassing van deze bepaling moet worden gekeken naar de prijs die de koper moet betalen. Indien het totale bedrag de 15.000 euro bereikt of overschrijdt, kan de betaling niet in contanten gebeuren.

Artikel 10ter houdt er geen rekening mee of de koper BTW-plichtig is of niet. Wat telt, is het bedrag dat moet worden betaald.

Artikel 10ter van de wet van 11 januari 1993 steunt op internationale normen inzake de strijd tegen het witwassen van geld. Zowel richtlijn 2001/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2001 tot wijziging van richtlijn 91/308/EEG van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, als de nieuwe 40 aanbevelingen van de Financiële Actiegroep beogen goederen van grote waarde omdat ze gemakkelijker kunnen worden aangewend voor witwasoperaties.

De beperking van de betaling in contanten in artikel 10ter beoogt dus enkel die goederen van grote waarde, dat wil zeggen goederen die minstens 15.000 euro kosten. Voor de verkoop van verschillende goederen waarvan de prijs lager is dan 15.000 euro, maar waarvan de totale prijs gelijk of hoger is dan 15.000 euro, is artikel 10ter dus niet van toepassing.

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Ik dank de minister voor de technische preciseringen. Ze zijn van groot belang voor de toepassing van de wet die, zoals de minister bevestigt, op 2 februari in werking is getreden.

Vraag om uitleg van de heer Jacques Germeaux aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over «het verzekeren van risico's bij activiteiten van verenigingen» (nr. 3-114)

De heer Jacques Germeaux (VLD). - Twee toevallige gebeurtenissen, namelijk een vriend die ik na jaren terugzag in een rolstoel en die me een onwaarschijnlijk verhaal vertelde, en het jaarverslag van het FAVV 2004, hebben aanleiding gegeven tot deze vraag.

Mijn vriend was na het eten van kippenvlees tijdens een barbecue van een plaatselijke vereniging ziek geworden. Hij vertoonde de klassieke symptomen van koorts en diarree. Na enkele dagen ontwikkelde hij het syndroom van Guillain-Barré met verlamming als gevolg. Ik heb in mijn praktijk nog een ervaring met een miskraam na een zwangerschap van 34 weken, eveneens na een campylobacterinfectie.

Uit een studie over de periode 1998-2001 van campylobacter- en salmonellakringlopen bij de productie van braadkuikens blijkt dat er de jongste decennia in de Westerse wereld een dramatische toename wordt vastgesteld van menselijke salmonelloses en campylobacterioses. Het jaarverslag van het FAVV 2002 bevestigt dat. Cijfers van epidemiologische onderzoeken tonen aan dat ongeveer 10% te wijten is aan consumptie van besmet pluimveevlees. Naast het Guillain-Barré-syndroom, kunnen het Miller-Fishersyndroom en de ziekte van Reiter opduiken, maar ook appendicitis, carditis en meningitis kunnen het gevolg zijn. De gevolgen van die infecties blijven beperkt tot een endemische kring. De patiënten hebben er meestal niet veel last van en recupereren vrij snel.

De besmetting in het productieproces door campylobacter verloopt niet helemaal hetzelfde als met de salmonellabacterie. Beide zijn echter altijd het gevolg van het niet naleven van hygiënevoorschriften zoals schoeisel- en drinkwaterontsmetting, onvoldoende gereinigde en ontsmette transportcontainers, niet correcte slachtprocessen, antibioticaresistentie enzovoort.

De bewaar- en bereidingsmethoden zijn een uiterst belangrijke schakel in een mogelijke besmetting. Verenigingen en organisaties zijn meestal niet of slecht uitgerust om een elementaire voedselveiligheid te garanderen. Naast een onvoldoende of slecht onderhouden infrastructuur die veelal slechts sporadisch wordt gebruikt, is er vaak ook een zeer gebrekkige kennis omtrent het bewaren en bereiden van voedsel.

Vlaanderen heeft een zeer rijk verenigingsleven en culinaire activiteiten zijn er bijzonder talrijk.

Vele organisatoren zijn zich niet bewust van hun aansprakelijkheid en de mogelijke gevolgen van een incident. Binnen goed georganiseerde vzw's kan de aansprakelijkheid opgevangen worden in de rechtspersoon. Individuele aansprakelijkheid, bijvoorbeeld door onvoorzichtig gedrag, blijft echter mogelijk. Bij feitelijke verenigingen zijn de leden elk individueel aansprakelijk. Een goede verzekering bijzondere aansprakelijkheid kan dat opvangen, maar vele organisatoren sluiten er geen af. De consument staat in dat geval nergens en blijft niet alleen met de lichamelijke en familiale gevolgen, maar mogelijk ook met een zeer zwaar kostenplaatje zitten.

Een verplichte verzekering lijkt niet wenselijk. Een overheidscampagne om verenigingen te sensibiliseren des te meer.

Is hierover reeds studiewerk verricht? Is de verzekeringsmarkt aangepast aan het verzekeren van risico's bij activiteiten van verenigingen? Zijn er tekortkomingen die niet door de verzekeringsmarkt kunnen worden opgevangen? Is de minister bereid in het voorjaar een sensibiliseringscampagne te organiseren bij het verenigingsleven?

Mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - De verzekeringsmarkt is aangepast aan het verzekeren van risico's bij activiteiten van verenigingen. Er bestaat op de markt een uitgebreide keuze aan polissen die zowel de burgerlijke aansprakelijkheid van de verenigingen zelf als van hun leden dekken. Bovendien wijs ik erop dat de verzekeringsovereenkomsten tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid met betrekking tot het privé-leven eveneens dekking verlenen voor de persoonlijke fouten die aan de leden van vrijwilligersverenigingen zouden kunnen worden aangerekend.

Ik zie geen tekortkomingen die niet door de verzekeringsmarkt kunnen worden opgevangen.

Uiteraard ben ik bereid om mee te werken aan de sensibilisering van het verenigingsleven.

Er werd over dit thema inderdaad reeds studiewerk verricht. Op 11 april 2002 heeft de commissie voor verzekeringen advies uitgebracht bij eerder ingediende wetsontwerpen. Ik leg dat advies bij deze neer ter griffie van de Senaat.

De heer Jacques Germeaux (VLD). - Ik dank de minister voor haar beknopt, maar duidelijk antwoord en zal het advies alleszins raadplegen.

Vraag om uitleg van de heer Jean-Marie Dedecker aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de aangekondigde initiatieven tegen het roken» (nr. 3-109)

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Er gaat geen dag voorbij of er wordt gepraat over de oorlog tegen tabak.

Onlangs las ik in dat verband een artikel over COPD, het chronisch obstructief longlijden, waarover ik nog nooit gehoord had en wat, als ik de ziekteprofeten mag geloven, de malaria van de lage landen is: 12% van de Belgen tussen 12 en 44 jaar zouden eraan lijden.

Er gaat ook geen dag voorbij of er wordt gepraat over passief roken. Daarover bestaan evenveel tegenstrijdigheden als over het gat in de ozonlaag. Professor Wim Offeciers, een van onze vooraanstaande klimatologen, wijst erop dat in de 13e eeuw de kloosters in onze streken wijngaarden hadden, zeker niet als gevolg van de opwarming van de aarde door uitlaatgassen, maar omdat de aarde een ellipsvormige baan rond de zon volgt.

Volgens een artikel in The Economist van 12 maart 1998 zou een studie van 1989 van de Wereldgezondheidsorganisatie, die nochtans fanatiek tegen roken is, geen verband hebben kunnen leggen tussen meeroken en longkanker. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft geprobeerd dat onderzoek in de doofpot te stoppen.

Tijdens een bezoek van de commissie voor de Sociale Aangelegenheden had de Gentse professor Delbeke het over een onderzoek naar de vraag of het passief meeroken van cannabis zou kunnen leiden tot doping. De professor had bij wijze van proef vier personen in een wagen geplaatst waarin volop cannabis werd gerookt. Geen enkele van die personen werd nadien positief bevonden.

Roken is ontzettend vervelend, vooral in een auto, maar dat kunnen we ook zeggen van zweetvoeten, een lijfgeur en bepaalde parfums. Je kan gewoon een beetje opschuiven.

De kern van mijn vraag is eigenlijk de `reglementitis' in ons land. Men moet al een beetje gek zijn om te twijfelen aan de schadelijke invloed van roken. Wie rookt, speelt Russische roulette met zijn gezondheid. Daar ben ik van overtuigd. Ik heb het er alleen een beetje moeilijk mee dat de roker de nieuwe melaatse van de maatschappij wordt en dat niet alleen in ons land. Het lijkt wel besmettelijk te zijn. In Egypte bijvoorbeeld heeft Imam-moefti Nasr Farid Wasel zelfs verkondigd dat roken een grond voor echtscheiding is. Ook de paus bemoeit er zich mee. Allen die zich onthouden van een plezier of verslaving, zoals roken of drinken, zijn bezig met boetedoening. Dat reinigt hen en bereidt hen voor op het hiernamaals. Wie stopt met roken, krijgt een halve aflaat; wie ook nog stopt met drinken, krijgt er nog een halve bij...

Maar laten we ernstig blijven. In een interview met de minister vorige week las ik dat er in België ongeveer 20.000 mensen sterven aan roken en 2.500 aan passief roken. Ik heb er even de studies op nagelezen en vond onder andere een brief van 12 februari 2003 van het OIVO, het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties, over de doden in ons land. Er zouden 6.522 mensen gestorven zijn ten gevolge van longkanker; 5.538 mannen en 984 vrouwen. Ongeveer 29% van de Belgen zijn rokers. Dat is 1% meer dan het jaar voordien.

Ik weet dat het roken een zeer ernstig probleem vormt, maar ik heb het vooral moeilijk met de hypocrisie daaromheen. De grote tabaksfabrikanten kijken aan tegen een claim van 6 biljoen oude Belgische franken, maar ik heb nog nooit gehoord dat Kalasjnikov of FN voor de rechtbank zijn gedaagd omdat ze wapens maken. Ik heb het er ook moeilijk mee dat de wet op de tabaksreclame op het circuit van Francorchamps werd goedgekeurd. Ook een belangrijk dossier voor de partij van de minister... Ik wil echter niet persoonlijk worden, want ik heb heel veel respect voor de strijd die de minister voert. Ik ga ook voor de sport en ik kan alvast zeggen dat ik niet rook en dat ik roken zelfs haat, maar ik ben tegen de overdreven betutteling en tegen de hypocrisie. Waar gaat dat immers eindigen? Senator de Bethune wil dat de minister met boodschappen op zakjes chips en colaflesjes de strijd tegen suikers en vetten aangaat. Hoe lang duurt het dan nog voor er op een flesje bier een foto van een bloedende lever verschijnt of op een zak frieten de foto van een darmcyste? Ergens moeten we de betutteling, de wettendiarree en de `reglementitis' een halt toeroepen. Vandaag werd de minister nog geciteerd in een Belgische krant in verband met de funboxen. Toevallig heb ik een veertiental dagen geleden contact gehad met Olaf Cornelis en dat was voor een stuk de basis voor deze vraag om uitleg. Olaf Cornelis woont in Meise en is gehandicapt. Als bijverdienste maakt hij dergelijke doosjes voor sigaretten. Ik vind dat een elementair recht.

Mevrouw Annemie Neyts, een vooraanstaand lid van onze partij, heeft ook een sigarettenhoesje, maar dan wel van Louis Vuitton. Ik zie niet hoe de minister dat in de toekomst kan verbieden. Ik zie ook niet hoe de minister de sigarettenautomaten kan verbieden. Hoe zal hij jongeren onder de zestien verbieden te roken? Ik vrees dat er wetten zullen worden uitgevaardigd die niet controleerbaar zijn. Dat leidt tot een overvloed aan wetgeving. Ik heb gelezen in een interview dat de moeder van de minister overleden is aan de gevolgen van roken. Mijn vader is ook overleden aan longkanker. Ik weet hoe verwoestend het is, maar als liberaal vind ik dat we niet moeten overreguleren.

Om te eindigen lees ik een stukje voor uit het boek The Nazi War on Cancer van Robert Proctor. Ruim een halve eeuw geleden was er ook al een modern, vooruitstrevend land dat een stevige anti-rook campagne voerde. Het was het eerste land ter wereld dat met gedegen wetenschappelijk onderzoek het verband tussen roken en longkanker aantoonde. Men probeerde de burger er via confronterende advertenties en posters van te overtuigen dat roken een vieze, ongezonde en vooral stomme bezigheid is. Op sigaretten werden hoge accijnzen geheven en advertenties voor rookwaren moesten aan allerlei regels voldoen en mochten niet gericht zijn op de jeugd. Roken werd verboden in bussen, treinen, ziekenhuizen, sommige bedrijven en vele overheidsgebouwen. Dat land was Nazi-Duitsland.

Ik ben ook te rade gegaan bij mevrouw Marleen Lambert, expert tabakspreventie bij het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie. Ik citeer haar: "Een shockerende mediacampagne in een land als Vlaanderen is geen aangewezen keuze, je riskeert zelfs een averechts effect te bereiken ... Hoe meer je de emoties bespeelt, hoe meer kans je loopt dat rokers zich gestigmatiseerd voelen en zich afkeren van de boodschap." Wie iets verbiedt creëert een verboden vrucht. Dat is gevaarlijker dan het gebruik zelf. Het is een zieke maatschappij die het gezond verstand in wetten wil gieten.

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik wil de problematiek met iets meer nuances benaderen. De vergelijking met het nazisysteem lijkt me hier alleszins overdreven.

De wetenschappelijke bronnen waarop ik mij baseer is de studie Tobacco Smoke and Involuntary Smoking, monographs, volume 83, 2004 van het International Agency for Research on Cancer van de WHO. Onlangs heeft dit IARC de invloed van passief roken op de gezondheid van de mensen herzien. De genoemde publicatie wordt in de eerstkomende weken verwacht.

Passief roken of het inademen van andermans sigarettenrook kan de gezondheid duidelijk ernstige schade toebrengen. Met onvrijwillig roken bedoelt men het inademen van carcinogene en andere giftige componenten zoals nicotine en dioxine die in uitgeademde tabaksrook aanwezig zijn.

De uitgeademde tabaksrook wordt soms aangeduid als milieutabaksrook of secundaire tabaksrook. De concentraties van nicotine in de lucht in huizen van rokers en in werkplaatsen waar roken toegelaten wordt, varieert van gemiddeld twee tot tien microgram per kubieke meter.

Meer dan vijftig studies, uitgevoerd in meerdere landen, over passief roken en longkankerrisico bij nooit-rokers, vooral echtgenoten van rokers, werden de voorbije 25 jaar gepubliceerd. De meeste van deze studies tonen een verhoogd risico aan, vooral voor personen met hogere blootstelling aan passief roken.

Om de informatie gezamenlijk te kunnen evalueren, werden er meta-analyses uitgevoerd. Deze analyses tonen een statistisch significant en consistent verband tussen het longkankerrisico bij echtgenoten van rokers en de blootstelling aan uitgeademde tabaksrook van de rokende echtgenoot. Het verhoogde risico ligt op 20 procent voor vrouwen en 30 procent voor mannen. Dit blijft gelijk ook als de personen aan andere risicofactoren worden blootgesteld. Het risico stijgt bij toenemende blootstelling.

Het verhoogde risico bij nooit-rokers die aan passief roken op het werk werden blootgesteld, is eveneens statistisch significant: het ligt tussen zestien en negentien procent. Het IARC besluit dat er afdoende bewijs bestaat om te stellen dat passief roken longkanker veroorzaakt bij nooit-rokers. De vastgestelde risico's komen overeen met de voorspellingen gebaseerd op studies van actief roken bij verschillende volkeren.

In tegenstelling tot het actief roken is er niet voldoende bewijsmateriaal om een verband te leggen tussen passief roken en risico op andere kankers dan longkanker.

Enkele epidemiologische studies hebben wel aangetoond dat blootstelling aan secundaire tabaksrook samengaat met de incidentie van coronair hartlijden. Op basis van de beschikbare meta-analyses wordt geschat dat passief roken het risico op acute coronaire aandoeningen met 25 tot 35 procent verhoogt.

Er zijn voldoende wetenschappelijke bewijzen dat passief roken een risicofactor voor longkanker is.

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Ik beschik over de resultaten van een ander wetenschappelijk onderzoek. Een twintigtal stellingen worden met de grond gelijk gemaakt. Het is een strijd van de ene wetenschapper tegen de andere. Ik betwijfel de schadelijkheid van roken niet. Ik lees voor uit het wetenschappelijk onderzoek in kwestie: "... de belangrijkste reden daarvan is dat de dosis rook waar een meeroker aan wordt blootgesteld extreem laag is, ongeveer één duizendste van wat rokers binnenkrijgen."

Een niet-roker die zich in een gesloten ruimte bevindt samen met iemand die 1000 sigaretten rookt, krijgt het equivalent van één sigaret binnen. Is dat de moeite waard om alle mensen te verbieden een sigaretje te roken op de trein?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik ben ook zeer gehecht aan de individuele vrijheid. Op dat vlak ben ik misschien geen socialist, maar veeleer een liberaal - in de Noord-Amerikaanse zin van het woord welteverstaan.

Het is onaanvaardbaar dat zoveel mensen sterven aan ziektes als gevolg van het roken: niet alleen aan longkanker, maar ook aan hart- en vaatziekten en andere kankers zoals keelkanker en zelfs maagkanker. De overheid moet dus een duidelijk signaal geven. Dat gebeurt zelfs in de meest liberale landen ter wereld. Het kan niet meer dat mensen nog roken zonder duidelijk het risico ervan te kennen. Het debat is zo moeilijk omdat een individu de risico's van zijn gewoontes niet wil erkennen. Een mens heeft het altijd moeilijk om te erkennen dat hij een vorm van zelfmoord pleegt. Mijn moeder bijvoorbeeld, die gestorven is op 57-jarige leeftijd, heeft steeds het gevoel gehad dat haar rookgedrag geen risico opleverde voor haar gezondheid. Onze maatschappij moet duidelijk maken dat roken gevaarlijk is, en niet alleen voor de rokers.

De heer Dedecker heeft cijfers geciteerd. Ik kan andere cijfers aanhalen. Er zijn natuurlijk oneindig veel bronnen. In de horecasector zijn er vijftig keer meer mensen die aan longkanker lijden dan bij de doorsnee bevolking. Dat bewijst duidelijk dat er een verband bestaat tussen hun werk en hun gezondheid.

De heer Jacques Germeaux (VLD). - Ik ben er niet trots op, maar ik ben een verwoed roker en ook arts. Artsen worden vaak geconfronteerd met problemen van `te', `te veel' of `te weinig'.

Ik denk niet dat wij moeten discussiëren over de nefaste gevolgen van tabaksgebruik. Iedereen kent de nefaste gevolgen voor de COPD. De minister heeft zelf de coronaire aandoeningen aangehaald. Van dat alles is men overtuigd. Het causaal verband is bewezen. Voor gezwelziekten is het causaal verband echter nooit bewezen.

Mocht ooit worden aangetoond dat dit vermeende causale verband met gezwelziekten achterhaald is, dan vrees ik dat het laatste schrikbeeld tegen tabaksgebruik zal wegvallen. Rokers gaan er ook nu al van uit dat er voor COPD en vasculaire aandoeningen gepaste medicamenten bestaan. Ondanks de mijns inziens weinig gepaste ontrading dat tabak doodt, roken er vandaag nog meer mensen dan vroeger. Dat is toch het beste bewijs.

U hoeft het met mij niet eens te zijn, maar van alle vermageringsmiddelen is tabak nog altijd het minst gevaarlijke. Tabak wordt gediaboliseerd, maar dat is niet de juiste aanpak.

Ik heb alle respect voor de persoonlijke ervaring van de minister en hij heeft in mijn ogen ook gelijk. Zodra echter wordt aangetoond dat er geen causaal verband bestaat tussen tabaksgebruik en gezwelziekten, zullen alle remmen op het gebruik van tabak wegvallen. Zo redeneer ik, ook al zal ik niemand aanraden om te roken, integendeel.

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - We moeten ons niet beperken tot een verbod op tabaksverkoop of tot een algemeen verbod van tabaksgebruik. Er moeten ook voorlichtingscampagnes worden gevoerd die het tabaksgebruik niet alleen diaboliseren, maar tevens een positief imago ophangen van tabaksonthouding als een manier van gezond leven. Mijn benadering verschilt misschien enigszins, maar zij gaat toch in dezelfde richting. Wij mogen de zaken niet op hun beloop laten.

De heer Germeaux heeft gelijk: er roken meer mensen dan vroeger, vooral in bepaalde categorieën. Ik denk meer bepaald aan tieners jonger dan zestien jaar. Jongeren beginnen nu te roken rond de gemiddelde leeftijd van veertien jaar en dat geldt nog meer voor de meisjes dan voor de jongens.

Dit bewijst dat onze maatschappij meer aandacht moet opbrengen voor deze problematiek en een globaal plan moet uitwerken. Enkele maatregelen volstaan niet.

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - De staat moet de burgers wijzen op de gevaren. Wie echter het gevaar negeert, het niet wil zien of er niet om maalt, is zelf verantwoordelijk voor de gevolgen.

We kunnen ook hypocriet zijn. De staat int jaarlijks voor 2 miljard euro aan accijnzen. De gezondheidszorg van de rokers kost jaarlijks 1,46 miljard euro. De staat wint jammer genoeg dus nog geld aan de rokers.

We voeren een gedoogbeleid ten opzichte van cannabisgebruik, maar cannabisgebruik veroorzaakt vijf keer meer depressies dan normaal en tot 30% meer schizofrenie dan normaal. Het roken is door de jaren heen een bijna normaal sociaal gedrag geworden, maar wij behandelen de rokers haast als de paria's van de samenleving.

Een bepaald deel van de horecazaken moet rookvrij zijn. Dat heeft niet veel zin. Men is ook niet een beetje zwanger. De overheid zou de horeca-uitbater moeten laten kiezen voor het al dan niet rookvrij maken van zijn zaak.

Ik vrees dat de overheid meer en meer lijdt aan reglementitis en dat ze daardoor aan het doel voorbijgaat.

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Het is niet waar dat de staat meer geld opstrijkt aan accijnzen dan hij uitgeeft aan de gezondheidszorg van de rokers. Een mensenleven heeft toch geen prijs. We zouden al tevreden zijn mocht onze symbolische campagne tot gevolg hebben dat enkele personen het roken zouden opgeven. We moeten daar durven voor uitkomen en ik zeg dat niet uit budgettaire overwegingen.

Een tweede opmerking betreft de persoonlijke keuze. Wie rookt, kiest daar zelf voor. Dat is zijn persoonlijke vrijheid. Ik aanvaard echter niet dat personen die niet roken schadelijke gevolgen ondervinden van het passief roken. Het is immers wetenschappelijk bewezen dat passief roken schadelijk is.

Een derde opmerking betreft de maatregelen zelf, bijvoorbeeld het deel van de horecazaken dat voorbehouden wordt voor niet-rokers en rokers. Ik onderhandel daarover met de sector, maar we hebben de ideale oplossing nog niet gevonden. We zouden de restaurants kunnen verplichten om heel het lokaal rookvrij te maken. We zouden daar gemakkelijk een consensus kunnen voor vinden. De restaurants worden immers overwegend bezocht door mensen die over een beter inkomen beschikken, die van een hoger sociaal niveau zijn. De kleine populaire cafés, waarin iedereen zou kunnen roken, zouden dan buiten de reglementering vallen. Dat zou een slechte en hypocriete oplossing zijn. De sector is zelf vragende partij voor een goede regeling.

Thans wordt daarover met de sector overlegd, die zelf vragende partij is. In Californië vreesde de sector aanvankelijk veel klanten te zullen verliezen. Het tegengestelde bleek het geval te zijn. Iedereen is tevreden en er wordt nu niet meer gerookt in de horecasector. Ook in de Scandinavische landen zijn de uitbaters van cafés en restaurants tevreden over het rookverbod. Het aantal klanten is toegenomen en de inkomsten zijn hoger dan verwacht.

Dit is helemaal geen karikaturaal debat. Het is niet mijn bedoeling voortdurend dwars te liggen. We moeten trachten samen de beste oplossing te zoeken. De commissie voor de Sociale Aangelegenheden van de Senaat zal binnenkort een aantal wetsvoorstellen over die materie bespreken.

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Dit debat is natuurlijk eindeloos. Ik ben blij dat ik de kans heb gekregen mijn mening naar voren te brengen en wens de minister veel succes in zijn strijd tegen de tabak.

Vraag om uitleg van de heer Jean-Marie Dedecker aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «het reduceren van het aantal gerechtelijke arrondissementen» (nr. 3-125)

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - In uw toespraak naar aanleiding van een studiedag in Leuven op 15 december 2003 over werklastmeting en kwaliteitsmanagement in de Belgische parketten, rechtbanken en hoven deelde u impliciet mee dat tegen midden 2005 het aantal gerechtelijke arrondissementen en dus ook het aantal parketten zou worden gereduceerd. Een aantal kleinere rechtbanken zou verdwijnen, meer in het bijzonder in de arrondissementen met minder dan 250.000 rechtsonderhorigen.

Het spreekt vanzelf dat de betrokken rechters, griffiers en griffiepersoneel zich ongerust maken.

Wanneer zal de reductie van het aantal arrondissementen plaatsvinden? Wat zal het resultaat zijn van de hervorming?

Zal de rechtbank van Ieper worden samengevoegd met de rechtbank van Kortrijk en de rechtbank van Veurne met de rechtbank van Brugge?

Wat zijn de doelstellingen van een samenvoeging van kleinere rechtbanken?

Hoe worden de gevolgen ingeschat op budgettair vlak en op het vlak van het personeelsbestand van de huidige rechtbanken?

Meent de minister dat hierdoor de dienstverlening voor de rechtsonderhorige zal worden verbeterd?

Hoe schat de minister de invloed in van de hervorming op de gerechtelijke achterstand die vooral in grote rechtbanken voorkomt?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - De sterk gecentraliseerde bestuursvorm van Justitie werd herhaaldelijk scherp bekritiseerd. Zij is nadelig voor de werking van alle gerechtelijke arrondissementen. Naast de heersende bureaucratie veroorzaakt zij een gerechtelijke achterstand die door onze medeburgers als negatief wordt ervaren. Met het oog op de uitbreiding van de bevoegdheden van de korpsoversten heb ik dus beslist verschillende buitenlandse systemen te onderzoeken. Er is een delegatie naar Nederland geweest en binnenkort vertrekken er naar Duitsland en Frankrijk. Ik verwacht de resultaten tegen eind maart. Daarna zal ik een beslissing nemen over de bevoegdheden die zullen worden gedecentraliseerd. Op grond van dit pakket bevoegdheden - beheer van menselijke middelen, financieel beheer - zal ik me buigen over de kritische omvang die nodig is om deze bevoegdheden uit te oefenen. Er zijn twee opties. Een eerste optie zou bestaan in een herstructurering van de gerechtelijke arrondissementen via bepaalde fusies. In een tweede optie worden de arrondissementen behouden maar gehergroepeerd in administratieve zones die de bevoegdheden zouden krijgen die nu toegewezen zijn aan de centrale administratie. In ieder geval zullen we ervoor zorgen dat het personeel van de hoven en de rechtbanken en de justitiabelen geen nadeel ondervinden. Alle rechtbanken zullen immers blijven bestaan.

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Ik wacht met ongeduld op de bevindingen van de studies.

Vraag om uitleg van de heer René Thissen aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de financiering van de BSE-testen» (nr. 3-115)

De heer René Thissen (CDH). - Sedert 2001 moeten in de lidstaten van de Europese Unie BSE-tests worden uitgevoerd op runderen ouder dan dertig maanden. In België worden jaarlijks meer dan 450.000 tests uitgevoerd. Na twee jaar heeft de regering nog geen oplossing gevonden voor de financiering van die tests. Ze weigert de tests te financieren ofschoon de Europese Unie een subsidiëring ten belope van 40 euro toelaat. Ze heeft van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau (BIRB) de tijdelijke prefinanciering ervan geëist. Het systeem dat ze in 2003 voorstelde, werd door Europa afgewezen omdat het een dubbele belasting op de import betekende. Uiteindelijk besliste de federale regering op 19 december 2003 om bij de slachthuizen een retributie te heffen van 17 euro per rund waarop een verplichte BSE-test wordt uitgevoerd en een gezondheidsbijdrage in te stellen die uitgedrukt wordt in euro per kilo vlees. Die bijdrage is van toepassing op alle dieren die in een slachthuis worden geslacht. Ze schommelt tussen 0,74 eurocent voor kippen en 5,42 eurocent voor runderen, schapen en wilde herkauwers. Met de opbrengst van de retributie en de gezondheidsbijdrage moet de prefinanciering door de BIRB ten belope van 64 miljoen euro terugbetaald worden en moeten de tests in de toekomst worden gefinancierd.

De recente politieke beslissingen nemen evenwel niet alle vragen weg, voeden helaas zelfs een communautair debat en zetten de verschillende sectoren van de landbouwverenigingen tegen elkaar op.

Het ontwerp van koninklijk besluit bepaalt dat de heffing in het slachthuis wordt geïnd. Dat is niet in overeenstemming met het beginsel dat de heffing zo dicht mogelijk bij de consument moet worden geïnd. Waarom koos de minister voor het slachthuis? Hoe gaat hij die heffing in overeenstemming brengen met het wettelijk en politiek doel dat tijdens de vorige legislatuur werd vooropgesteld? Zal de minister de inhoud van het koninklijk besluit in die zin aanpassen?

De gezondheidsbijdrage wordt berekend op basis van het gewicht van de karkassen. Niet alle delen hiervan komen in de distributieketen. Moet het gewicht van het afval daarvan niet worden afgetrokken?

Het is in ieders belang van de tests zo betrouwbaar, snel en goedkoop mogelijk zijn. Daarom pleitte u ervoor dat het federaal Voedselagentschap (FAVV) het grootste deel van die tests, zowat 300.000, op zich neemt zodat de kostprijs per test niet hoger is dan 31 euro. Denkt u dat het FAVV momenteel over voldoende menselijke en logistieke middelen beschikt om een verlaging van de kostprijs mogelijk te maken zodat de kostprijs weer in evenwicht komt met de marktprijs? Overweegt u bij de evaluatie van de financiering van het FAVV een verhoging van de dotatie, met name met het oog op grotere efficiëntie van de laboratoria? Moet er tenslotte ook niet voor worden gezorgd dat de resultaten van de BSE-tests sneller beschikbaar worden?

Wellicht is de minister op de hoogte van wat zich gisteren in de Waalse Landbouwfederatie heeft voorgedaan. Deze problematiek verontrust de landbouwers heel erg.

Zou men, naar het voorbeeld van het gezondheidsfonds dat producenten vergoedt die schade lijden als gevolg van de ontdekking van een ziekte in hun veestapel, geen gelijkaardig mechanisme instellen zodat ten aanzien van de consument preventie en voedselveiligheid gewaarborgd zijn?

Inzake preventieve tests zal het wellicht niet bij BSE-tests blijven, denken we maar aan de vogelpest. Daarom denk ik dat enkel met een specifiek fonds de solidariteit echt zal kunnen spelen.

Een laatste opmerking betreft de ongerustheid die in sommige slachthuizen heerst. Ons land is niet groot en het buitenland is vlakbij. De slachthuizen vrezen dat de heffing die hen nu wordt opgelegd hun concurrentiepositie danig zal aantasten en een aanzienlijke delokalisatie zal teweegbrengen. De werking van deze bedrijven, waar nochtans niets op aan te merken valt, komt hierdoor in gevaar.

De heer Ludwig Caluwé (CD&V). - Gisteren heeft de minister een aantal vertegenwoordigers van de vleessector ontvangen om met hen te overleggen over de financiering van de BSE-tests. Ik ben blij dat dit overleg eindelijk, zij het in beperkte mate, heeft kunnen plaatsvinden.

Uit wat in de pers hieromtrent verschijnt blijkt dat de minister toegezegd heeft dat de sector een nieuw alternatief plan mag voorleggen en dat hij erkent dat de kostprijs van de BSE-testen momenteel te hoog is. Wel blijft hij erbij dat de overheid geen enkele euro op zich zal nemen. Ik blijf dat betreuren en vrees dat zolang hij dit standpunt niet wijzigt er geen werkbare oplossing uit de bus zal komen.

Als de kostprijs van de BSE-testen in vergelijking met het buitenland te hoog is, is het dan niet logisch dat minstens de last van het verleden, namelijk het totaal van 60 miljoen euro aan BSE-testen dat sinds 2001 door onoordeelkundig overheidsbestuur ontstaan is, door de overheid ten laste zou worden genomen?

De minister pleit voor het doorrekenen aan de consument. Dat was mogelijk via de vleestaks die ook zou worden opgelegd voor ingevoerd vlees. Zoals kon worden verwacht, verzette Europa zich daartegen. Is de minister het niet met mij eens dat een heffing die enkel zou gelden voor Belgisch vlees, waar in de keten die ook wordt geheven, in een open markt steeds tot gevolg zal hebben dat de Belgische boer een lagere prijs krijgt? Als het Belgisch vlees te duur wordt, zal de consument voor buitenlands vlees kiezen zodat de prijs van Belgisch vlees toch zal moeten dalen. De boer zal als laatste in de keten daarvoor uiteindelijk de prijs betalen.

Bovendien leven we in een klein land. Elk onderdeel van ons land behoort tot een grensstreek. Wanneer de heffingen te hoog zijn, zal dat automatisch aanleiding geven tot verschuivingen en tot slachten in het buitenland. Ik zelf woon vlak bij de Nederlandse grens. Ik zie het zo gebeuren dat de slachtingen in Nederland zullen gebeuren. Ik zie dan ook slechts één logische conclusie. De kostprijs van de tests moet op Europees niveau worden gebracht. De last van het verleden moet door de overheid op zich worden genomen.

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - De twee sprekers geven mij de gelegenheid om mijn standpunt te verduidelijken.

De oplossing voor dit belangrijke probleem heeft op zich laten wachten want we mochten zeker niet improviseren.

Ik begin met de slachthuizen. Europa heeft beslist dat de distributie niet mag opdraaien voor de kostprijs van de tests, dus blijven alleen de slachthuizen en de producenten over. Aangezien we de producenten echter buiten schot willen laten, blijven alleen de slachthuizen over. Die vinden dat aan deze oplossing te veel risico's zijn verbonden. De distributiesector heeft evenwel de verzekering gegeven dat ze een correcte rol zal spelen in het systeem dat zal worden uitgewerkt voor het doorberekenen van de kosten. De distributiesector is bereid samen met de slachthuizen onderzoeken hoe de maatregel het best in de praktijk kan worden gebracht.

De markttheorie is niet eenduidig. Er is de elasticiteit van vraag en aanbod. We mogen bij de vraag niet alleen uitgaan van de prijs, maar moeten ook rekening houden met de kwaliteit. De bevolking is immers meer en meer vragende partij voor een hoge kwaliteit tegen een lage prijs, maar die twee begrippen gaan niet altijd goed samen.

De consument kan het dus perfect eens zijn met een hogere prijs voor een uitstekende kwaliteit. Ik zal altijd oog hebben voor het sociale aspect, maar ik moet ook rekening houden met het aspect kostprijs.

Door de Europese beslissing konden wij ons alleen maar verhalen op het slachthuis, de laatste schakel vóór de producent. Het koninklijke besluit dat eindelijk klaar is, bevat een grendel want we voorzien in controlemechanismen om er zeker van te zijn dat de kostprijs van de tests niet wordt afgewenteld op de basisproducent. Het Voedselagentschap zal voor die controlemechanismen borg staan.

Aangezien de gezondheidsbijdragen in de slachthuizen worden geïnd, zijn de tarieven bepaald op basis van het gewicht van het karkas. Op deze manier wordt wel een groot deel van het slachtafval niet meegerekend, maar niet alle slachtafval. De bijdrage kan enkel worden doorberekend in de prijs van het vlees dat voor de consumptie bestemd is. De prijsverhoging per kilogram vlees in de winkel of bij de beenhouwer zal dus groter zijn dan de tarieven in de slachthuizen. De praktische aspecten van die berekening zullen worden geregeld in het protocolakkoord. De hele consumptieketen tot en met de eindverbruiker zal hierbij worden betrokken.

Het voedselagentschap beschikt over voldoende middelen en personeel om de tests te doen. De investeringen en opleidingen zijn er. Daar alle kosten, dus ook de personeelskosten, de reagentia, de investeringen, enzovoort, in de kostprijs verrekend worden, is het niet nodig het agentschap méér middelen te verschaffen.

Wat betreft de betrouwbaarheid, de snelheid en de kostprijs van de test vind ik dat in het belang van de volksgezondheid de betrouwbaarheid de absolute voorrang moet krijgen. Geen enkele politieke verantwoordelijke kan ook maar het geringste risico nemen op het vlak van de betrouwbaarheid van de tests. Het duurt gemiddeld 25 tot 27 uur vooraleer het verslag van de test beschikbaar is. Ondertussen onderzoekt het voedselagentschap grondig of de test correct is uitgevoerd. Iedereen is het ermee eens dat een inkorting van die periode onvermijdelijk een weerslag zal hebben op de betrouwbaarheid van de test. Het karkas van een rund moet bovendien gemiddeld 48 uur in het slachthuis blijven voor de nodige afkoeling. Een wachttijd van 25 uur is dus geen probleem.

De reglementering voor de BSE-tests sluit een financiering van gelijksoortige controles in andere vleessectoren niet uit. Een uitbreiding van het systeem is dus mogelijk. Daarmee kunnen we ook een communautair debat uit de weg gaan. Men weet immers niet wat de toekomst ons brengt. Bij die uitbreiding zullen altijd dezelfde criteria worden gehanteerd, namelijk het doorberekenen naar de eindverbruiker en de solidariteit tussen de verschillende sectoren want het is onmogelijk te voorspellen in welke sector er morgen een nieuwe crisis zal uitbreken. Ik ben ervan overtuigd dat we op deze manier tot een duurzame oplossing zullen komen.

Zoals gezegd, ben ik blij dat ik de gelegenheid krijg de problematiek in de Senaat toe te lichten. Zo kan ik een aantal zaken verduidelijken en ook een aantal onwaarheden ontkrachten.

De heer Caluwé laat uitschijnen dat gisteren voor het eerst overleg zou zijn gepleegd zijn, maar het overleg met de sector is al een hele tijd bezig en duurt in feite al twee jaar. Verschillende oplossingen werden onderzocht en geen enkele oplossing is ideaal. We hebben lang gezocht naar een oplossing die te verzoenen is met de principes die ik zojuist heb opgesomd.

Gisteren heb ik ook herhaald dat ik bereid ben om valabele voorstellen van de sector te bestuderen en te bespreken. Natuurlijk moet zo een voorstel rekening houden met genoemde principes en in overeenstemming zijn met de bakens die door de Europese Commissie zijn uitgezet.

Dan kom ik tot de kostprijs van de BSE-test. Tot 1 januari 2002 heeft de federale overheid de kosten van de BSE-testen volledig op zich genomen. Daarover heeft bijna niemand geklaagd.

De grote last van het verleden is te wijten aan het feit dat de voorbije twee jaar geen structurele oplossing werd gevonden. Ons voorstel beantwoordt aan de basisprincipes die eertijds werden vastgelegd om tot een structurele oplossing te komen.

De kostprijs van de BSE-test is zeker niet laag, maar is evenmin uitzonderlijk hoog in vergelijking met andere Europese lidstaten. Bovendien mag niet uit het oog worden verloren dat de kostprijs niet enkel het uitvoeren van de laboratoriumtesten dekt, maar tevens ook de strenge controle op het correct opsporen van BSE.

Momenteel kan inderdaad gewerkt worden aan een prijsverlaging. Ik ben daarmee begonnen en zal daar verder werk van maken. De prijsverlaging is enkel mogelijk omdat nu alle investeringen voor een sluitend controlesysteem, zowel bij de laboratoria als bij het voedselagentschap niet meer verrekend moeten worden in de kostprijs. Recent is ook de prijs van de reagentia, die door de laboratoria worden aangekocht voor het uitvoeren van de tests, gevoelig gedaald. Dat is het gevolg van de beslissing van Europa om verschillende soorten tests toe te staan.

De toestand in onze buurlanden vind ik een zeer belangrijk gegeven. We zijn het er ongetwijfeld over eens dat een goed overheidsbestuur de hoogste prioriteit moet geven aan de voedselveiligheid. Incidenten met dieren die niet werden onderzocht in Duitsland en Nederland hebben niet alleen belangrijke economische gevolgen, maar kunnen ook het vertrouwen van de consument ernstig schaden. Tienduizenden dieren werden afgeslacht, zonder één enkele compensatie. We moeten rekening houden met het evenwicht tussen de prijs en de doeltreffendheid van het stelsel.

Ik pleit niet alleen voor een doorrekening aan de consument. Ik heb dat in de financieringsregeling ook uitdrukkelijk ingeschreven. In artikel 9 van het ontwerp-KB is bepaald dat de gezondheidsbijdragen in geen geval mogen worden doorgerekend aan de veehouder maar moeten worden doorgerekend aan de volgende stadia van de keten, tot de consument.

De interpretatie die ik gisteren hoorde, is vanuit economisch oogpunt niet de enig mogelijke. We mogen wat optimistischer zijn. In het buitenland weet men dat ons vlees van hoge kwaliteit is en dat voor kwaliteit ook moet worden betaald.

Het is juist dat het gebrek aan harmonisering binnen de Europese Unie een probleem vormt. Elke lidstaat heeft een eigen systeem van financiering ingevoerd. Europa zou in dat opzicht wat meer moed aan de dag moeten leggen.

De heer René Thissen (CDH). - Ik neem er akte van dat de minister aan het probleem werkt en dat er snel definitieve maatregelen zullen komen.

Ik ben nog niet helemaal gerustgesteld wat betreft de prijs van de tests. Volgens de minister zou het aantal tests moeten worden ingeperkt, maar zouden er nog heel wat andere kosten zijn die daarmee verband houden.

Ik heb nog een andere vraag. Zal de commercialisering van de tests leiden tot echte concurrentie zodat de prijzen dalen?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik kan u aankondigen, en dat is een primeur, dat we morgen in de ministerraad een besluit zullen nemen voor het in concurrentie brengen van de laboratoria. Ik wens de huidige situatie om te buigen, want ze veroorzaak tal van problemen.

De heer Ludwig Caluwé (CD&V). - Ik dank de minister voor zijn omstandig antwoord, maar moet daarbij toch enkele bedenkingen formuleren.

De minister is van oordeel dat de doorrekening aan de consument geen aanleiding zal vormen tot concurrentieproblemen, omdat de mensen Belgisch kwaliteitsvlees zullen kopen, ook al is dat duurder. Van een socialist had ik een ander antwoord verwacht, want dit betekent dat wie het zich kan veroorloven kwaliteitsvlees kan kopen en wie dat niet kan het moet doen met buitenlands vlees van mindere kwaliteit. Ik had verwacht dat de minister zou antwoorden dat de overheid kwaliteitsvolle tests zou financieren, zodat iedereen goedkoop kwaliteitsvlees uit België zou kunnen kopen. Alleszins had ik iets anders verwacht van een socialist, maar daarnet zei de minister dat hij ook enigszins liberaal is. Allicht zal dit de oorzaak zijn van zijn antwoord.

De minister voegt eraan toe dat de kosten aan de consument effectief worden doorgerekend als dit uitdrukkelijk in wetteksten zal zijn gegoten. Ik vrees evenwel dat hij te veel planeconoom is en dat in ons economisch stelsel niet de consument, maar de producent ervoor zal opdraaien.

De minister verwees naar het overleg dat in het verleden zou hebben plaatsgevonden. Toen werd evenwel gesproken over de vleestaks. Nadat Europa die onmogelijk had gemaakt, werd met de sector nauwelijks nog overlegd. Die was dan ook veeleer verrast over de beslissing van de ministerraad van 19 december jl.

Met betrekking tot de kostprijs van de tests moet ik voortgaan op de gegevens van de Federatie van Europese slachthuizen. Daaruit blijkt dat het enig vergelijkbare land Portugal is. De kostprijs in de overige landen is veel lager, gaande van de helft tot zelfs een derde van het totaal, en het gaat dan om de globale kostprijs, dus niet alleen de kostprijs bij laboratoria.

De minister acht het voor het imago van ons vlees in het buitenland belangrijk kwalitatieve tests uit te voeren. Inderdaad, maar ik ben ervan overtuigd dat ook de sector rekening houdt met deze overweging. Als de tests onvoldoende kwalitatief zijn en problemen ontstaan, kan de sector immers worden geconfronteerd met grote economische schade. Desalniettemin kan de sector niet instemmen met het voorstel dat ter tafel ligt.

De minister heeft niet meer herhaald dat de overheid de kostprijs vanaf 1 januari 2002 tot op heden in geen enkel geval op zich zal nemen. Is dit een opening?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Dat ben ik inderdaad vergeten te vermelden.

De heer Ludwig Caluwé (CD&V). - Dat betreur ik. Dat zal de minister alleszins grondig in overweging moeten nemen, anders zie ik geen oplossing.

Vraag om uitleg van de heer Christian Brotcorne aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over «de hervorming van de loopbanen van de ambtenaren van niveau A» (nr. 3-116)

Vraag om uitleg van de heer Christian Brotcorne aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over «de nieuwe selectieprocedure voor de topmanagers» (nr. 3-124)

De voorzitter. - Ik stel voor deze vragen om uitleg vragen samen te voegen. (Instemming)

De heer Christian Brotcorne (CDH). - Mijn eerste vraag om uitleg heeft betrekking op de loopbaan van de ambtenaren van niveau A die een essentiële schakel zijn in onze openbare diensten. Om aan hun verzuchtingen tegemoet te komen en hen opnieuw te motiveren, heeft de minister aangekondigd dat ze hen duidelijke en interessante loopbaanperspectieven wil bieden.

De Copernicushervorming bevatte een loopbaansysteem waar bepaalde vakbondsorganisaties, de ambtenaren en de ministerraad zich niet in konden vinden. De minister heeft van in het begin verklaard dat het herzien van deze situatie voor haar een prioriteit is. Ze wil dus een loopbaan uitwerken die de ambtenaren klare en duidelijke perspectieven biedt. Tegelijkertijd streeft ze naar objectiviteit en transparantie in de toegang van experts en bestuurders tot ambten en promoties. Het niveau A zou aldus dynamischer moeten worden dan het vroeger was. Om dat te bereiken, gaat de minister uit van het idee van beroepen terwijl haar voorganger het had over functiefamilies.

Hoever is dat dossier gevorderd? Werden er al concrete voorstellen voorgelegd, onder meer aan het bevoegde comité? Indien ja, welke? Welke nuance is er tussen het begrip beroep en het begrip functiefamilies? Zijn er, los van de herwaardering via vormingen in de loop van de carrière, ook geen behoeften op het financiële vlak? Heeft de minister, als ze het daarmee eens is, op dat vlak al initiatieven genomen en beschikt ze over een budget?

Ik stel nu mijn tweede vraag om uitleg. Als gevolg van een opschortingsbesluit van de Raad van State moeten nog 170 managementposten en 130 omkaderingsposten worden toegewezen.

De ministerraad heeft onlangs de principes van een nieuwe benoemingsprocedure goedgekeurd. Daarin staat dat alle kandidaten voor een bepaalde post zullen worden geëvalueerd door een commissie die zal worden voorgezeten door een tweetalige afgevaardigde van Selor. De commissie zal bestaan uit vier externe experts in management en human resources, twee externe experts gespecialiseerd in de materie met betrekking tot de openstaande functie en vier ambtenaren, twee Nederlandstalige en twee Franstalige.

We verheugen ons over de beslissing om de dure en niet altijd efficiënte assessment-procedures af te schaffen. Toch kunnen er nog vragen gesteld worden bij de transparantie en objectiviteit van de selectieprocedures. De resultaten van de vorige methode stonden in geen verhouding tot de ambitie van de paarsgroene regering om komaf te maken met de politisering van de benoemingen. We hebben immers vastgesteld dat haast alle aangestelde voorzitters van directiecomités uit ministeriële kabinetten kwamen.

In welk opzicht zal de nieuwe selectieprocedure transparanter en objectiever zijn dan de vorige? Acht de minister het niet nuttig, of zelfs opportuun, de selectie en de aanwijzing van topmanagers te ontkoppelen en een brevet in te voeren dat een kwaliteitswaarborg biedt en toegang verschaft tot bepaalde leidinggevende functies?

Welke bepalingen en criteria gelden er voor de aanwijzing van de externe experts en ambtenaren die in de toekomstige selectiecommissie zitting zullen hebben? Welke rol is er weggelegd voor de gedelegeerd bestuurder van Selor?

Welk niveau van tweetaligheid wordt verwacht van de afgevaardigde van Selor, die de selectiecommissie zal voorzitten? Zijn er geen juridische bezwaren tegen het beoordelen door eentalige commissieleden van kandidaten van een andere taalrol? Welke garantie hebben de kandidaten dat de leden van de selectiecommissie die tot een andere taalrol behoren in staat zullen zijn om hen correct te evalueren?

Mevrouw Marie Arena, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - Eerst zal ik de stand van het dossier `nieuwe loopbaan A' toelichten. Dat is een belangrijke hervorming, gelet op het belang van de universitaire ambtenaren voor de werking van de openbare diensten.

De oriëntatienota met betrekking tot de voorstellen voor deze hervorming zal binnenkort informeel worden besproken in het Comité B. Tegelijk zal ze worden voorgesteld aan het kernkabinet vooraleer ze ter goedkeuring aan de ministerraad wordt voorgelegd.

Zoals de heer Brotcorne aanstipte, wordt in de voorstellen over de nieuwe loopbanen gewerkt met verschillende categorieën of `families'. Een familie omvat alle functies die betrekking hebben op eenzelfde activiteitsdomein. Zo heeft men bijvoorbeeld de familie Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) of de familie Personeel en Organisatie (P&O).

In de voorstellen met betrekking tot loopbaan A die tijdens de vorige legislatuur werden gedaan, ging men vooral uit van de individuele weging van alle functies van dat niveau. De voorgestelde groepering in families was horizontaal en was enkel gericht op de vereenvoudiging van de meting van de competenties noodzakelijk voor het opklimmen op de loopbaanladder.

De herwaardering van de functies in overheidsdienst is cruciaal. Deze herwaardering zal voor de personeelsleden van loopbaan A gestimuleerd worden door de instelling van een gecertificeerd opleidingenprogramma dat toegespitst is op de uitgeoefende functie. Die herwaardering gaat natuurlijk gepaard met het aanbieden van duidelijke promotiekansen, met de toekenning van premies voor het met vrucht volgen van een gecertificeerde opleiding en met een herwaardering van de weddenschalen. Dit zijn de grondvesten van mijn voorstellen over de nieuwe loopbaan A.

Eens de beginselnota over de loopbaan A door de ministerraad is goedgekeurd, zullen de budgettaire middelen nodig voor de uitvoering ervan, die reeds besproken zijn tijdens het laatste conclaaf, daar automatisch voor aangewend worden.

Wat het tijdschema betreft, beschouwde ik de hervorming van de loopbaan A als prioritair binnen de hervorming van de openbare dienst, maar we werden verrast door het arrest-Dewaide. We hebben onze prioriteiten moeten herschikken om zo snel mogelijk te voldoen aan dat arrest van de Raad van State met betrekking tot de selectieprocedures.

Ik heb het daarnet al gehad over de nieuwe selectieprocedures. De vragen van de heer Brotcorne gaan meer over de manier waarop tegemoet is gekomen aan het arrest-Dewaide. Welnu, er wordt een enige commissie samengesteld die bestaat uit een gelijk aantal Franstalige en Nederlandstalige deskundigen. Ze wordt voorgezeten door de directeur van Selor, die tweetalig is of een tweetalige adjunct heeft.

Bovendien heeft de ministerraad beslist goed op te volgen wat het advies van de Raad van State is over deze nieuwe procedure. We hebben de Raad gevraagd bijzondere aandacht te besteden aan de verdere evaluatie bij rekrutering voor een bepaalde functie. Als de Raad van oordeel is dat bepaalde punten moeten worden verduidelijkt, zullen we dat zeker doen omwille van de rechtszekerheid.

In de nieuwe procedure zijn drie aspecten van groot belang: rechtszekerheid, snelheid, en transparantie en competentie.

Op de allereerste plaats wilden we dat deze nieuwe procedure niet opnieuw zou worden aangevochten.

Het tweede concept is snelheid: de competenties inzake management en human resources evenals de functionele competenties worden geëvalueerd door éénzelfde commissie. Daarmee sparen we niet alleen tijd en geld uit. Er wordt ook veel efficiënter gewerkt, aangezien een persoon niet deelbaar is in managementcompetentie en functionele competentie. De wisselwerking tussen beide kwaliteiten van een persoon kan wel geobjectiveerd worden en dit kan best gebeuren door de leden van eenzelfde commissie.

Het derde criterium is transparantie en competentie van de mandaathouders. Omwille van de transparantie zijn de commissies samengesteld uit twee deskundigen inzake human resources, twee managementdeskundigen, twee functionele deskundigen en vier ambtenaren die de openbare dienst goed kennen. De verschillende competenties moeten getest worden, maar er moet ook nagegaan worden of de kandidaat oog heeft voor het algemeen belang. Daarom lijkt het mij belangrijk dat ook ambtenaren van de commissie deel uitmaken.

Selor zal de profielen vastleggen in overleg met de functioneel bevoegde minister. Zo moet voor een rekrutering op Buitenlandse Zaken iemand met ervaring in international politiek worden aangewezen om de profielen vast te leggen en enkel de profielen.

De leden van de commissie worden door Selor gekozen.

Nieuw zijn ook de human resources managers. Selor zal een pool van deskundigen samenstellen die aangeworven worden via een landelijke oproep tot kandidaten. Ze worden op een lijst opgenomen volgens hun rijksregisternummer. Selor volgt deze lijst en moet de weigering van een deskundige verantwoorden. Daarna moet de volgende op de lijst aan bod komen. Het is de bedoeling dat men vooraf niet weet wie zal aangewezen worden en dat de vrije keuze wordt uitgesloten. We willen de objectiviteit zoveel mogelijk garanderen, maar als het om mensen gaat is 100% objectiviteit moeilijk te waarborgen. De leden van de commissie kunnen ook beschikken over een reeks computertests die de kandidaten vooraf hebben afgelegd.

Op deze manier willen we rechtszekerheid, snelheid, een goede kosten-batenratio en transparantie en competentie verzekeren.

Ziedaar de doelstellingen die ik wou verdedigen. Ik hoop dat de verschillende besluiten tegen juni gepubliceerd zullen zijn zodat de rekruteringsprocedures rond die tijd kunnen starten. We zullen zien in welke administraties er gebrek is aan leidende ambtenaren en overeenkomstig prioriteiten vastleggen.

De heer Christian Brotcorne (CDH). - Ik dank de minister voor haar antwoord en voor haar enthousiaste aanpak. Haar daden liggen in de lijn van de verklaringen die ze eerder in de commissie voor de Binnenlandse Zaken heeft afgelegd.

Wat de eerste vraag om uitleg betreft, blijft men het vooropgestelde doel voor ogen houden, ook al moesten de prioriteiten als gevolg van het arrest van de Raad van State herschikt worden. Als jurist waardeer ik de bekommernis van de minister voor de rechtszekerheid en ben ik blij dat ze het advies van de Raad van State heeft gevraagd. Ze stelt meer rechtlijnigheid in het vooruitzicht en dat kan de minister en de gehele regering enkel ten goede komen.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergaderingen vinden plaats donderdag 12 februari 2004 om 10 uur en om 15 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 21.25 uur.)

Bijlage

Naamstemmingen

Stemming 1

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 32
Voor: 9
Tegen: 19
Onthoudingen: 4

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Mimount Bousakla, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Onthoudingen

Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Marc Van Peel.

Franse taalgroep

Aanwezig: 27
Voor: 2
Tegen: 25
Onthoudingen: 0

Voor

Michel Delacroix, Francis Detraux.

Tegen

Sfia Bouarfa, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Clotilde Nyssens, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Duitstalige gemeenschapssenator

Tegen

Berni Collas.

Stemming 2

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 13
Tegen: 24
Onthoudingen: 1

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Onthoudingen

Luc Van den Brande.

Franse taalgroep

Aanwezig: 28
Voor: 2
Tegen: 26
Onthoudingen: 0

Voor

Michel Delacroix, Francis Detraux.

Tegen

Sfia Bouarfa, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Clotilde Nyssens, Francis Poty, François Roelants du Vivier, René Thissen, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Duitstalige gemeenschapssenator

Tegen

Berni Collas.

Stemming 3

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 37
Voor: 14
Tegen: 23
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 5
Tegen: 22
Onthoudingen: 2

Voor

Christian Brotcorne, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Tegen

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux.

Duitstalige gemeenschapssenator

Tegen

Berni Collas.

Stemming 4

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 6
Tegen: 24
Onthoudingen: 8

Voor

Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Tegen

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 5
Tegen: 22
Onthoudingen: 2

Voor

Christian Brotcorne, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Tegen

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux.

Duitstalige gemeenschapssenator

Tegen

Berni Collas.

Stemming 5

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 24
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Voor

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Tegen

Ludwig Caluwé, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 22
Tegen: 4
Onthoudingen: 3

Voor

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Duitstalige gemeenschapssenator

Voor

Berni Collas.

Stemming 6

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 24
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Voor

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Tegen

Ludwig Caluwé, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 22
Tegen: 7
Onthoudingen: 0

Voor

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Christian Brotcorne, Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Duitstalige gemeenschapssenator

Voor

Berni Collas.

Stemming 7

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 15
Tegen: 23
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 2
Tegen: 22
Onthoudingen: 5

Voor

Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Tegen

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Michel Delacroix, Francis Detraux, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Duitstalige gemeenschapssenator

Tegen

Berni Collas.

Stemming 8

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 37
Voor: 22
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Voor

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Tegen

Ludwig Caluwé, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 22
Tegen: 4
Onthoudingen: 3

Voor

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Duitstalige gemeenschapssenator

Voor

Berni Collas.

Stemming 9

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 22
Tegen: 7
Onthoudingen: 9

Voor

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Tegen

Ludwig Caluwé, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Jacinta De Roeck, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 25
Tegen: 4
Onthoudingen: 0

Voor

Sfia Bouarfa, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, René Thissen, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Duitstalige gemeenschapssenator

Voor

Berni Collas.

Stemming 10

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 22
Tegen: 15
Onthoudingen: 1

Voor

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Tegen

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Onthoudingen

Jacinta De Roeck.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 25
Tegen: 4
Onthoudingen: 0

Voor

Sfia Bouarfa, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, René Thissen, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Duitstalige gemeenschapssenator

Voor

Berni Collas.

Stemming 11

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 15
Tegen: 24
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 3
Tegen: 22
Onthoudingen: 4

Voor

Christian Brotcorne, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Tegen

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Duitstalige gemeenschapssenator

Tegen

Berni Collas.

Stemming 12

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 24
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Voor

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Tegen

Ludwig Caluwé, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 22
Tegen: 4
Onthoudingen: 3

Voor

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Duitstalige gemeenschapssenator

Voor

Berni Collas.

Stemming 13

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 15
Tegen: 24
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 3
Tegen: 22
Onthoudingen: 4

Voor

Christian Brotcorne, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Tegen

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Duitstalige gemeenschapssenator

Tegen

Berni Collas.

Stemming 14

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 24
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Voor

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Tegen

Ludwig Caluwé, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 22
Tegen: 4
Onthoudingen: 3

Voor

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Duitstalige gemeenschapssenator

Voor

Berni Collas.

Stemming 15

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 15
Tegen: 24
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 3
Tegen: 22
Onthoudingen: 4

Voor

Christian Brotcorne, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Tegen

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Duitstalige gemeenschapssenator

Tegen

Berni Collas.

Stemming 16

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 24
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Voor

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Tegen

Ludwig Caluwé, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 22
Tegen: 4
Onthoudingen: 3

Voor

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Duitstalige gemeenschapssenator

Voor

Berni Collas.

(Stemming 17 werd geannuleerd.)

Stemming 18

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 23
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Voor

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Tegen

Ludwig Caluwé, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Franse taalgroep

Aanwezig: 28
Voor: 21
Tegen: 7
Onthoudingen: 0

Voor

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Christian Brotcorne, Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Duitstalige gemeenschapssenator

Voor

Berni Collas.

Stemming 19

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 15
Tegen: 24
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 5
Tegen: 22
Onthoudingen: 2

Voor

Christian Brotcorne, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Tegen

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux.

Duitstalige gemeenschapssenator

Tegen

Berni Collas.

Stemming 20

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 15
Tegen: 24
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Franse taalgroep

Aanwezig: 28
Voor: 5
Tegen: 21
Onthoudingen: 2

Voor

Christian Brotcorne, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Tegen

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux.

Duitstalige gemeenschapssenator

Tegen

Berni Collas.

Stemming 21

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 15
Tegen: 24
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 5
Tegen: 22
Onthoudingen: 2

Voor

Christian Brotcorne, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Tegen

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux.

Duitstalige gemeenschapssenator

Tegen

Berni Collas.

Stemming 22

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 24
Tegen: 6
Onthoudingen: 8

Voor

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Tegen

Ludwig Caluwé, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 22
Tegen: 4
Onthoudingen: 3

Voor

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Duitstalige gemeenschapssenator

Voor

Berni Collas.

Stemming 23

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 15
Tegen: 24
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 5
Tegen: 22
Onthoudingen: 2

Voor

Christian Brotcorne, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Tegen

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux.

Duitstalige gemeenschapssenator

Tegen

Berni Collas.

Stemming 24

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 23
Tegen: 7
Onthoudingen: 9

Voor

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Tegen

Ludwig Caluwé, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Jacinta De Roeck, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 21
Tegen: 2
Onthoudingen: 6

Voor

Sfia Bouarfa, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Michel Delacroix, Alain Destexhe, Francis Detraux, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Duitstalige gemeenschapssenator

Voor

Berni Collas.

Stemming 25

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 39
Voor: 24
Tegen: 7
Onthoudingen: 8

Voor

Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Patrick Hostekint, Jeannine Leduc, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille.

Tegen

Ludwig Caluwé, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Franse taalgroep

Aanwezig: 29
Voor: 25
Tegen: 2
Onthoudingen: 2

Voor

Sfia Bouarfa, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Francis Poty, François Roelants du Vivier, René Thissen, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux.

Duitstalige gemeenschapssenator

Voor

Berni Collas.

Stemming 26

Aanwezig: 70
Voor: 8
Tegen: 52
Onthoudingen: 10

Voor

Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 27

Aanwezig: 68
Voor: 8
Tegen: 47
Onthoudingen: 13

Voor

Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, René Thissen, Jacques Timmermans, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Jacinta De Roeck, Francis Detraux, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 28

Aanwezig: 68
Voor: 15
Tegen: 50
Onthoudingen: 3

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux.

Stemming 29

Aanwezig: 68
Voor: 18
Tegen: 47
Onthoudingen: 3

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Etienne Schouppe, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux, Lionel Vandenberghe.

Stemming 30

Aanwezig: 69
Voor: 17
Tegen: 50
Onthoudingen: 2

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux.

Stemming 31

Aanwezig: 69
Voor: 16
Tegen: 50
Onthoudingen: 3

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux, Joris Van Hauthem.

Stemming 32

Aanwezig: 69
Voor: 19
Tegen: 48
Onthoudingen: 2

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux.

Stemming 33

Aanwezig: 71
Voor: 45
Tegen: 13
Onthoudingen: 13

Voor

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Alain Destexhe, Clotilde Nyssens, René Thissen, Lionel Vandenberghe, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 34

Aanwezig: 70
Voor: 17
Tegen: 48
Onthoudingen: 5

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, René Thissen, Jacques Timmermans, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Jacinta De Roeck, Francis Detraux, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe.

Stemming 35

Aanwezig: 71
Voor: 8
Tegen: 52
Onthoudingen: 11

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Stemming 36

Aanwezig: 71
Voor: 19
Tegen: 47
Onthoudingen: 5

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Michel Delacroix, Francis Detraux, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Stemming 37

Aanwezig: 71
Voor: 8
Tegen: 52
Onthoudingen: 11

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Stemming 38

Aanwezig: 70
Voor: 21
Tegen: 47
Onthoudingen: 2

Voor

Christian Brotcorne, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux.

Stemming 39

Aanwezig: 71
Voor: 8
Tegen: 52
Onthoudingen: 11

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Stemming 40

Aanwezig: 70
Voor: 22
Tegen: 46
Onthoudingen: 2

Voor

Christian Brotcorne, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux.

Stemming 41

Aanwezig: 71
Voor: 11
Tegen: 52
Onthoudingen: 8

Voor

Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Michel Delacroix, Francis Detraux, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Stemming 42

Aanwezig: 70
Voor: 47
Tegen: 8
Onthoudingen: 15

Voor

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.

Stemming 43

Aanwezig: 69
Voor: 67
Tegen: 0
Onthoudingen: 2

Voor

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Jan Van Duppen, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux.

In overweging genomen voorstellen

Wetsvoorstellen

Artikel 81 van de Grondwet

Wetsvoorstel betreffende de bescherming van minderjarigen in de informatiemaatschappij tegen schadelijke inhoud (van mevrouw Mia De Schamphelaere; Stuk 3-484/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (van de heren Michel Delacroix en Francis Detraux; Stuk 3-488/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsvoorstel houdende wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde het gebruik van de sport- en cultuurcheques aan te moedigen (van de heer Marc Wilmots en mevrouw Christine Defraigne; Stuk 3-489/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Voorstel van resolutie

Voorstel van resolutie met betrekking tot het statuut van journalisten en redacties ten einde de optimale uitoefening van de vrijheid van informatie en van hun overige democratische opdrachten van openbare dienstverlening te waarborgen (van de heren Philippe Mahoux en Jean Cornil; Stuk 3-492/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Intrekking van een wetsvoorstel

De heer Jean-Marie Dedecker deelt mee dat hij zijn wetsvoorstel tot wijziging van artikel 44 van het BTW-Wetboek wenst in te trekken (3-390/1).

-Voor kennisgeving aangenomen.

Vragen om uitleg

Het Bureau heeft volgende vragen om uitleg ontvangen:

van mevrouw Anne-Marie Lizin aan de minister van Werk en Pensioenen over "de regeringsbeslissingen in verband met de langdurig werklozen" (nr. 3-126)

van de heer Jacques Germeaux aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de terugbetaling van patiëntenvervoer" (nr. 3-127)

van de heer Berni Collas aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "de personeelsformatie van de magistraten in het gerechtelijk arrondissement Eupen" (nr. 3-128)

van de heer Berni Collas aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "de publicatie op het Internet van gecoördineerde teksten in het Duits" (nr. 3-129)

van de heer Christian Brotcorne aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over "de invoering van een bestelsysteem voor alle federale diensten" (nr. 3-130)

van de heer Hugo Vandenberghe aan de vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven en aan de staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het werk over "het pesten binnen de overheidsbedrijven" (nr. 3-131)

van mevrouw Christel Geerts aan de minister van Werk en Pensioenen over "de dienstencheques" (nr. 3-132)

van de heer Hugo Vandenberghe aan de minister van Financiën over "de toepassing van het koninklijk besluit van 8 november 1989 op de openbare overnameaanbiedingen en de wijzigingen in de controle op vennootschappen en de noodzakelijke verduidelijkingen" (nr. 3-133)

van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over "de aandacht voor de gelijke kansen voor mannen en vrouwen op de agenda van het Iers Europees Voorzitterschap" (nr. 3-134)

van de heer Christian Brotcorne aan de minister van Middenstand en Landbouw over "de 9,32 miljoen Europese landbouwsubsidies die België moet terugbetalen" (nr. 3-135)

-Deze vragen worden naar de plenaire vergadering verzonden.

Indiening van wetsontwerpen

De Regering heeft volgende wetsontwerpen ingediend:

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst ter regeling van de activiteiten van Staten op de maan en andere hemellichamen, gedaan te New York op 18 december 1979 (Stuk 3-486/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging.

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol van 1997 tot wijziging van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978, en met de Bijlage, gedaan te Londen op 26 september 1997 (Stuk 3-487/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging.

Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag nr. 181 betreffende de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, aangenomen te Genève op 19 juni 1997 (Stuk 3-491/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging.

Informele mededeling van een verdrag

Bij brief van 27 januari 2004 heeft de minister van Financiën aan de Senaat ter kennisgeving overgezonden, de tekst van de Aanvullende Overeenkomst tot wijziging van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Federatieve Republiek Brazilië tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van sommige andere aangelegenheden inzake belastingen naar het inkomen, en het Slotprotocol, ondertekend te Brasilia op 23 juni 1972.

Deze tekst zal tevens worden gepubliceerd op de website van de Federale Overheidsdienst Financiën (www.fiscus.fgov.be).

Deze Aanvullende Overeenkomst werd nog niet aan de Kamers ter goedkeuring voorgelegd.

-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.

Arbitragehof - Prejudiciële vragen

Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof aan de voorzitter van de Senaat kennis van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Vast Comité van toezicht op de inlichtingendiensten

Bij brief van 2 februari 2004 heeft de voorzitter van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingendiensten, overeenkomstig artikel 35 van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op de politie- en inlichtingendiensten aan de Senaat overgezonden, het activiteitenverslag van het Vast Comité voor het jaar 2002.

-Verzonden naar de commissie belast met de begeleiding van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.