3-22

3-22

Belgische Senaat

3-22

Handelingen - Nederlandse versie

DONDERDAG 27 NOVEMBER 2003 - NAMIDDAGVERGADERING


Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.


Verzending van wetsvoorstellen naar een andere commissie

Inoverwegingneming van voorstellen

Mondelinge vragen

Vraag om uitleg van mevrouw Fatma Pehlivan aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «het Executief van de moslims van België» (nr. 3-46)

Mondelinge vragen

Vraag om uitleg van de heer Pierre Galand aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over «de beperking van het aantal partnerlanden in de Belgische ontwikkelingssamenwerking» (nr. 3-61)

Wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet (Stuk 3-311)

Wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet (Stuk 3-312) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst van Locarno tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid, en met de Bijlage, ondertekend te Locarno op 8 oktober 1968 en gewijzigd op 28 september 1979 (Stuk 3-194)

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Republiek Costa Rica inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, gedaan te Brussel op 26 april 2002 (Stuk 3-195)

Stemmingen

Regeling van de werkzaamheden

Stemmingen

Berichten van verhindering

Bijlage


Voorzitter: de heer Armand De Decker

(De vergadering wordt geopend om 15.05 uur.)

Verzending van wetsvoorstellen naar een andere commissie

De voorzitter. - Het Bureau stelt voor de volgende wetsvoorstellen te verzenden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden:

Deze voorstellen werden eerder verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden. (Instemming)

Inoverwegingneming van voorstellen

De voorzitter. - De lijst van de in overweging te nemen voorstellen werd rondgedeeld.

Leden die opmerkingen mochten hebben, kunnen die vóór het einde van de vergadering mededelen.

Tenzij er afwijkende suggesties zijn, neem ik aan dat die voorstellen in overweging zijn genomen en verzonden naar de commissies die door het Bureau zijn aangewezen. (Instemming)

(De lijst van de in overweging genomen voorstellen wordt in de bijlage opgenomen.)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Jean-François Istasse aan de eerste minister over «de plechtigheden op 11 november» (nr. 3-79)

De voorzitter. - De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven, antwoordt namens de heer Guy Verhofstadt, eerste minister.

De heer Jean-François Istasse (PS). - Alle democratische leden van deze assemblee zijn gehecht aan de waarden die de viering van 11 november, dag van de wapenstilstand, omringen.

Dit jaar legde de pers er de nadruk op dat er geen overlevenden van de Grote Oorlog meer zijn. Ook de rangen van de strijders van 40-45 dunnen uit. Daarom wijs ik op een voorstel van de burgemeester van Verviers. Kan niet worden overwogen om de nagedachtenis van 11 november uit te breiden tot alle Belgen die zijn gevallen ter verdediging van onze democratische waarden, zoals bijvoorbeeld de mensenrechten? Dat maakt het mogelijk om niet enkel het offer te herdenken van de Belgen die op het veld van eer in 14-18 en 40-45 zijn gevallen, maar ook het offer van hen die meer recent tijdens vredesmissies van de VN zijn gesneuveld. De families, die door dat verlies zijn getroffen, kunnen daar dan bij worden betrokken. Wij kunnen de vakantiedag van 11 november aldus opdragen aan de verdedigers van onze fundamentele vrijheden, door ons bijvoorbeeld te inspireren op de Amerikaanse Memorial Day.

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - De facto heeft de herdenking van 11 november reeds een bredere betekenis gekregen. De tekst van de uitnodigingen die door de dienst van het protocol van het ministerie van Binnenlandse Zaken worden verstuurd, beperkt zich niet meer tot de Eerste Wereldoorlog.

Het doel van 11 november, de dag waarop altijd het einde van de oorlog en de terugkeer van de vrijheid en de vrede in ons land werd herdacht, kan gemakkelijk worden verbreed tot een dag ter ere van de vrede. Het is niet nodig daarover een politiek debat te voeren. Ik zal de suggestie om de plechtigheid van 11 november te verbreden, met inbegrip van de benaming, aan de eerste minister overbrengen.

Mondelinge vraag van de heer Jurgen Ceder aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «de gijzeling van de directie van het bedrijf Sigma Coatings door vakbondsmilitanten in het Waalse Manage» (nr. 3-83)

De heer Jurgen Ceder (VL. BLOK). - Op maandag 24 november 2003 werden zeven directieleden van het bedrijf Sigma Coatings in Manage, door vakbondsmilitanten in een kleine vergaderruimte van het bedrijf opgesloten. Ze zijn pas vanochtend vrijgelaten. Met die gijzelingsactie wilden de vakbonden van de directie een nieuw akkoord afdwingen.

Dinsdag probeerde de wanhopige directie via een dwangbevel bevrijd te worden. Daarop bezetten de werknemers het hele gebouw en sloten ze de toegangswegen af. Vakbondsvertegenwoordigers van ondernemingen uit de streek kwamen eveneens naar het gebouw om hun collega's bij te staan. Naar verluidt kwamen de politie en een gerechtsdeurwaarder een kijkje nemen, maar ze ondernamen niets.

Zonder een oordeel te vellen over het sociaal-economische gegeven waarbij meer dan de helft van het personeel van de firma ontslag aangeboden krijgt, en zonder de rol van de vakbonden te willen minimaliseren, stel ik mij toch vragen bij de actiemiddelen die de vakbonden hanteerden. Artikel 347bis van het Strafwetboek definieert `gijzeling' als volgt: "Gijzeling is de aanhouding, de gevangenhouding of de ontvoering van personen om deze borg te doen staan voor de voldoening aan een bevel of een voorwaarde (...)." Er is niet de minste juridische twijfel dat dit artikel op genoemde actie van toepassing is.

Waarom heeft de minister of haar collega van Binnenlandse Zaken niets ondernomen om aan de gijzeling een einde te maken? Zal de minister haar positief injunctierecht gebruiken om een onderzoek te openen naar de vakbondsleiders die zich schuldig hebben gemaakt aan gijzeling, zoals bepaald in artikel 347bis van het Strafwetboek?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - In sociale conflicten stellen de gerechtelijke autoriteiten zich doorgaans terughoudend op. Sociale conflicten behoren in eerste instantie tot het domein van de minister van Werk en niet tot het domein van de minister van Justitie. De oplossing van een dergelijk conflict schuilt immers in overleg, niet in een gerechtelijke interventie. Het verleden heeft bewezen dat gerechtelijke acties vooral aanleiding geven tot een verharding van de standpunten. Dat moet vermeden worden. Die vaststelling betekent niet dat ik steun wil geven aan de strategie die in dit conflict werd gevoerd.

Het parket van Charleroi heeft gisteren een dossier geopend. Er is een informatieonderzoek gestart naar aanleiding van de feiten. Wanneer dat zal zijn afgerond, zal met inachtneming van alle elementen geoordeeld worden over de opportuniteit van een eventuele vervolging.

De heer Jurgen Ceder (VL. BLOK). - Ik had gerekend op een ietwat duidelijker en kordater antwoord. Het is immers niet de eerste keer dat bestuurders worden gegijzeld. In 1994 werden door de vakbonden drie leden van de directie van Boël gegijzeld. In 1997 werden kaderleden in de kerncentrale van Tihange gegijzeld. Die moesten zelfs per helikopter worden bevoorraad. Begin dit jaar werd een bestuurder van Cockerill 24 uur vastgehouden.

Het lijkt een traditie te worden, die ongetwijfeld in de hand wordt gewerkt door de straffeloosheid van de daders. Gerecht en politie mogen dan wel een zekere terughoudendheid aan de dag willen leggen tegenover sociale acties, toch mogen we niet vergeten dat gijzeling een ernstig misdrijf is. Om een nieuwe gijzelingsactie te voorkomen die zelfs nog ergere vormen zou kunnen aannemen, kunnen we beter meteen duidelijk maken dat zoiets niet kan. Laten we niet vergeten dat ook de staat een werkgever is. Wat zou de reactie zijn mochten ambtenaren uit onvrede met het ambtenarenbeleid een of meerdere ministers zouden gijzelen? Ik denk dat dan al na drie minuten in plaats van na drie dagen zou worden ingegrepen.

Mondelinge vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «de verjaring in corruptiezaken» (nr. 3-84)

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Ik ben ervan overtuigd dat de strijd tegen de corruptie een prioriteit van het strafbeleid in België en Europa is. Dat staat ook in de regeringsverklaring en de beleidsverklaring.

Ik was dan ook verbaasd om deze morgen in de krant te lezen dat het Hof van Beroep te Brussel een verdachte in een corruptiezaak van politiek-gerechtelijke aard en waarbij een minister was betrokken, vrijsprak wegens verjaring van de zaak. Ik vraag de minister niet dat zij zich uitspreekt over dit dossier, maar wel of zij meent dat de traagheid van justitie in dergelijke zaken de beste manier is om het geloof in de efficiëntie en de onafhankelijkheid van ons gerechtelijk apparaat te bevorderen.

Het stoort de burger te horen dat een Hof van Beroep verjaring moet vaststellen in een zaak die al vijftien jaar aansleept. Er moet dus worden opgetreden. Ik zou het spijtig vinden indien het antwoord zich zou beperken tot de verwijzing naar de gerechtelijke achterstand. Ik weet dat de minister zij alles doet om die weg te werken. Het is in elk geval te betreuren dat dergelijke belangrijke en laakbare zaken verjaren. Wat is het standpunt van de minister hierover?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - Mevrouw Nyssens stelt geen vraag, maar slaakt een hartenkreet. Volgens haar is het te betreuren dat er af en toe een vrijspraak wegens verjaring wordt uitgesproken. Ik ga daar helemaal mee akkoord. Dat moet, voor zover mogelijk, absoluut worden voorkomen.

De verjaringsregels zijn belangrijk. Zij maken deel uit van de democratische garanties van een goede strafprocedure. Dat die procedure snel moet kunnen verlopen is echter een andere democratische garantie. Daarom moet ik toch wijzen op de gerechtelijke achterstand.

Er zijn twee elementen. De korpschefs moeten nagaan waarom op een bepaald ogenblik de verjaring wordt bereikt. Hoe is het zover kunnen komen? Welke fouten werden eventueel begaan? Daarna moet de achterstand worden aangepakt. Wij werken daaraan. Wij gaan elk arrondissement en elk Hof van Beroep de middelen geven, met name qua personeel, om de achterstand aan te pakken en te voorkomen dat bepaalde dossiers verjaren.

Er moet dus zowel op de verjaring als op de verantwoordelijkheid van de korpschefs worden gelet. Die moeten er met hun medewerkers voor zorgen dat in sommige dossiers, die al te lang opzij werden gelegd, de verjaring wordt voorkomen. Door die verjaring dooft de vordering immers uit, maar wordt de juridische waarheid niet bereikt.

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Uiteraard moet het debat op een algemeen niveau worden gevoerd. Toch ben ik erg verwonderd dat er niets werd gedaan om de verjaring in bepaalde belangrijke corruptiedossiers te voorkomen. Ik wil de minister vragen al haar bevoegdheden aan te wenden, met name inzake de prioriteiten in het strafbeleid, om vooruitgang te boeken in deze aangelegenheid.

Mondelinge vraag van de heer Patrik Vankrunkelsven aan de vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven over «het besteden van middelen van de Nationale Loterij aan jeugdspelers en topsporters» (nr. 3-85)

De heer Patrik Vankrunkelsven (VLD). - Via de pers vernamen we dat de minister middelen van de Nationale Loterij wil uitdelen aan jeugdspelers en topsporters. Dat hoeft ons niet te verwonderen: Sinterklaas is dichtbij.

Als collega-onderhandelaar doet het me pijn dat de minister misschien niet de letter, maar wel de geest van de Lambermont-onderhandelingen ondergraaft, te meer omdat hij destijds minister voor Institutionele Hervormingen was. Zijn medewerker schreef toen volgende commentaar bij het wetsontwerp betreffende de verdeling van de Lotto-middelen tussen de federale overheid en de gemeenschappen: "De toekenning van subsidies door de federale staat door middel van een gedeelte van de winst van de Nationale Loterij voor initiatieven of projecten die tot de bevoegdheid van de gemeenschappen behoren, strookt niet met de bevoegdheidsverdeling tussen de federale staat en de gemeenschappen. Dit artikel (artikel 33) wenst deze anomalie te ondervangen door aan de gemeenschappen een percentage van de nettowinst van de Nationale Loterij toe te wijzen." Als minister van Institutionele Hervormingen erkende minister Vande Lanotte dat er een anomalie bestond. De oplossing die eraan werd gegeven, volstaat blijkbaar niet.

Vanuit welke fractie van de Lotto-dotatie betrekt de minister de middelen die hij aan sport wil besteden? Gaat het om het federale of om gemeenschapsgedeelte? Heeft hij zijn initiatief onderhandeld met de gemeenschapsministers? Het lijkt ons evident dat als de minister zich op het bevoegdheidsdomein van een collega begeeft, hij daarover onderhandelingen voert. Waarom hevelt de minister de middelen die hij aan niet-federale bevoegdheden besteedt, niet over naar de gemeenschappen zodat de ministers van sport die middelen kunnen gebruiken?

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - Op het ogenblik besteedt de Nationale Loterij de federale middelen aan een viertal posten die betrekking hebben op sport. In de eerste plaats gaat het om de dotaties aan de federaties. Hiervoor behouden we de middelen voor 2004, maar vragen we de federaties wat ze ermee zullen doen. Tot nog toe werd die middelen vooral besteed aan jongeren en maatschappelijke integratie.

Aan het tweede onderdeel, de sponsoring, wordt in 2004 evenmin geraakt. Voor 2005 vragen we de sponsoring meer naar jonge talenten te richten. De Lotto doet niet aan sponsoring omwille van de naambekendheid, maar richt zich op een maatschappelijk doel.

Bij de verdeelde winst gaat dit jaar 1 miljoen euro naar sport en jongerensport. Zo werden EHBO-kits uitgedeeld aan sportclubs. In de toekomst zal met die enveloppe, die niet wordt verhoogd, materiaal worden bezorgd aan de jeugdploegen.

Het enige budget dat wordt verhoogd, heeft betrekking op de voorbereiding van de Olympische Spelen van 2012 waarvoor de Lotto extra middelen wil uittrekken. Omdat het om extra middelen gaat, wordt overleg gepleegd met de gemeenschappen. Het overleg tussen de gemeenschappen, het BOIC en mezelf is inmiddels aan de gang.

Aldus leef ik de Lambermont-akkoorden volledig na. Bijkomende inspanningen doen we in samenspraak met de gemeenschappen. Binnen de bestaande budgetten wordt het geld vooral verschoven naar investeringen ten gunste van jonge sporters.

De heer Patrik Vankrunkelsven (VLD). - Minister Vande Lanotte heeft reeds heel wat federale bevoegdheden. Vindt hij het logisch dat hij ook nog eens geld uitdeelt aan lokale jeugdsporters en topsporters en zodoende interfereert in het beleid van de gemeenschappen? Hij handelt in tegenspraak met wat hij zelf in de Lambermont-akkoorden heeft laten opnemen. Als de Nationale Loterij dan toch te veel middelen heeft, dan kan ze die beter overhevelen naar de gemeenschappen.

Mondelinge vraag van de heer Etienne Schouppe aan de vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven en aan de minister van Mobiliteit en Sociale Economie over «de Bergland Express» (nr. 3-87)

De heer Etienne Schouppe (CD&V). - We wisten reeds geruime tijd dat de NMBS besprekingen voerde met privé-maatschappijen over de mogelijke overname van bepaalde internationale diensten. De Tijd schreef gisteren dat The Train Company, een Nederlands spoorbedrijf, vanaf 19 december een skitrein wil laten rijden vanuit Amsterdam over Antwerpen, Brussel en Luik naar Oostenrijk, de Bergland Express. De maatschappij zou hierbij gebruik maken van het rijpad van de huidige treinverbinding Brussel-Wenen van de NMBS.

Stopt de NMBS vanaf 14 december 2003 definitief met alle klassieke internationale nachttreinen? Zo ja, is het juist dat de NMBS haar rijpaden ter beschikking van privé-operatoren heeft gesteld? Heeft de NMBS slaap-, lig- en zitrijtuigen aan een privé-operator doorverhuurd of is ze dit van plan? Hoe lang mogen de privé-operatoren in voorkomend geval die rijtuigen nog in dienst houden zonder dat een nieuwe technische revisie ervan nodig is?

Aangezien ik ervan uitga dat een privé-maatschappij geen mecenas is, vraag ik me af of de huurprijs van het materieel erg laag is, waardoor de privé-bedrijven rendabel kunnen werken waar de NMBS dat niet kon. Ik zou ook graag het kostprijsverschil kennen en vernemen waarom de NMBS zelf geen maatregelen genomen heeft om de kostprijs te drukken en de exploitatie van deze treinen te blijven verzekeren.

Is het juist dat vanaf de zomer 2004 door deze Nederlandse privé-operator ook andere internationale nachttreinen naar Zuid-Frankrijk worden georganiseerd? Ik denk dan aan de gecharterde bedevaarttreinen en aan de treinen naar de Franse Rivièra, Noord-Italië, Zwitserland en Oostenrijk? Ik had ook graag vernomen of de NMBS commerciële medewerking verleent via haar verkoopkantoren.

Ik heb het sterke vermoeden hier te maken te hebben met een sluikse manier van privatisering van de internationale dienstverlening van de NMBS. Ik zou dan ook graag het standpunt van de vice-eerste minister kennen omtrent de opportuniteit van deze maatregel op een ogenblik dat met de spoorwegvakbonden nog sociale besprekingen moeten worden aangevat over de voorgenomen herstructureringen. Vormen deze maatregelen geen hinderpaal voor de goede afwikkeling ervan?

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - Om budgettaire redenen stopt de NMBS met ingang van 14 december 2003 met de internationale nachttreinen, maar ze heeft haar rijpaden niet ter beschikking gesteld van privé-operatoren. Momenteel worden ook geen slaap-, lig- en zitrijtuigen doorverhuurd, hoewel de vraag wel werd gesteld. De vragen over de verhuurprijs en dergelijke niet kan ik dus niet beantwoorden. Indien er ooit materieel zal worden verhuurd, zal dat natuurlijk gebeuren tegen een kostendekkende prijs, inclusief revisies.

Het antwoord op de vraag waarom de NMBS geen maatregelen heeft genomen om die treinverbindingen rendabel te maken, kent de spreker beter dan ikzelf, daar hij langer verantwoordelijkheid terzake heeft gedragen. Ik veronderstel evenwel dat het moeilijk is die lijnen rendabel te maken, want anders zouden ongetwijfeld al maatregelen genomen zijn.

Het inleggen van internationale nachttreinen behoort niet tot de openbare dienstverlening. Als de NMBS deze onrendabele activiteit wil afstoten, heb ik daar niets aan te zeggen. Ik veronderstel dat er nog andere gegadigden zullen zijn. De aanvraag voor het gebruik van rijpaden verloopt normaal via Forum Train Europe, maar voor de rijperiode van 14 december 2003 tot 13 december 2004 zijn geen rijpaden van het NMBS-net toegewezen aan privé-bedrijven. Dat zou nochtans kunnen, want de transit is geliberaliseerd.

Bergland Express heeft de vraag gesteld via de Nederlandse Spoorwegen, maar hierop werd nog geen antwoord gegeven. Voor treinen naar Zuid-Frankrijk, Italië en Zwitserland werden nog geen aanvragen ingediend. De bedevaarttreinen vanuit Nederland worden al jarenlang georganiseerd met de betrokken spoorwegnetten. Vanuit Nederland gebeurt dat nog steeds met de Nederlandse Spoorwegen. Over de bedevaarttreinen van Belgische organisatoren worden zoals in het verleden afspraken met privé-organisaties gemaakt. Er is geen overeenkomst over het materiaal en evenmin een contractuele overeenkomst met de NMBS over het commercialiseren van de Bergland Expres via haar verkooppunten.

Wat de heer Schouppe de privatisering van de openbare dienstverlening noemt, heb ik derhalve niet goedgekeurd. We moeten heel waakzaam zijn. Wanneer de NMBS hierdoor extra inkomsten kan krijgen, moeten we dat nauwkeurig en kritisch bekijken. Wanneer er enige kans bestaat dat het geld kost in de plaats van opbrengt, mogen we het zeker niet doen. Ik ben van dergelijke zaken geen grote voorstander, maar we gaan dat met redelijkheid onderzoeken en in elk geval vermijden dat de lusten voor de enen en de lasten voor de anderen zijn.

De heer Etienne Schouppe (CD&V). - Ik neem nota van de verklaring van de vice-eerste minister dat de betrokken maatschappij geen enkele formele toezegging heeft gekregen. Ik zou het echter ten zeerste betreuren dat de NMBS vanuit een strakke principiële houding automatisch en zonder contact met de betrokken instanties een negatieve beslissing zou nemen over gecharterde bedevaarttreinen, treinen naar het zuiden van Frankrijk die slechts in het toeristisch seizoen rijden, treinen naar Zwitserland en Italië en treinen voor scholen. Dit is misschien geen openbare dienstverlening in de klassiek betekenis van het woord, maar we kunnen toch niet ontkennen dat het een dienst aan de Belgische bevolking is die ten zeerste wordt geapprecieerd. Bovendien zitten deze treinen altijd volledig vol. Ik vind dat de NMBS zich veel te gemakkelijk terugtrekt uit deze niche van het sociaal toerisme. Bovendien kreeg het materieel enkele jaren geleden nog een volledige revisie en kan het nog gemakkelijk vijf of zes jaar mee, zonder noemenswaardige kosten.

Vraag om uitleg van mevrouw Fatma Pehlivan aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «het Executief van de moslims van België» (nr. 3-46)

Mevrouw Fatma Pehlivan (SP.A-SPIRIT). - Op 3 mei 1999 werd bij koninklijk besluit het Executief van de Moslims van België erkend als officiële gesprekspartner voor de overheid. Bij de oprichting kreeg dit orgaan bij koninklijk besluit ook een takenpakket, met de bedoeling moskeeën te erkennen, islamleraars aan te stellen en subsidies te krijgen. Na ruim vier jaar is het overduidelijk dat het Executief niet heeft gewerkt, maar verlamd werd door tegenstellingen: persoonlijke vetes, nationale afkomst, religieuze strekkingen. De interne spanningen zijn zelfs geëscaleerd en hebben geleid tot gerechtelijke procedures.

In mei 2002 stelde de vorige regering twee senatoren aan als bemiddelaars. Het gevolg was dat een aantal mensen het Executief verlaten heeft en dat er nieuwe leden werden aangesteld. Een groot aantal mensen vanuit de Turkse en Marokkaanse gemeenschap maken zich zorgen over het functioneren van het Executief, een bezorgdheid die ik met hen deel.

Hoever staat het met de uitvoering van deze aanvankelijk opgelegde taken, en in het bijzonder met de erkenning van de moskeeën? En komen er - geruchten in die zin doen de ronde - nieuwe verkiezingen voor het Executief van de moslims van België?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - Volgens artikel 19bis, alinea twee van de wet van 4 maart 1970 over de erediensten, is het Executief van de moslims het representatief orgaan van de moslimeredienst en de officiële gesprekspartner van de overheid. De huidige samenstelling van het Executief is het gevolg van het koninklijk besluit van 18 juli 2003, waarin wordt verduidelijkt dat het mandaat van de leden op 31 mei 2004 verstrijkt.

Mijn kabinet voert op dit moment een gesprek met de vertegenwoordigers van de moslimeredienst om begin april 2004 gedeeltelijke verkiezingen van de constituante te organiseren, die op zijn beurt de nieuwe vertegenwoordigers van het Executief zal verkiezen. De basis van de dialoog is het strikte respect van het grondwettelijke beginsel van de scheiding van kerk en staat. Het Executief is verantwoordelijk voor de keuzes die het voor de organisatie van de verkiezingen maakt.

Wanneer het Executief de modaliteiten van deze gedeeltelijke verkiezingen zal hebben vastgelegd, zullen deze door mijn kabinet en door mijn administratie worden bekeken om hun juridische validiteit te bepalen. Deze gedeeltelijke verkiezingen moeten worden aangegrepen om tussen de moslimburgers en hun representatieve organen het vertrouwen te herstellen.

Wat de opdrachten van het Executief betreft, wil ik er uw aandacht op vestigen dat sommige aangelegenheden, zoals de erkenning van de moskeeën, niet meer tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren. De bijzondere wet van 13 juli 2001 geeft de gewesten immers de bevoegdheid om de "kerkfabrieken en de instellingen die voor het beheer van de erkende erediensten instaan" te beheersen.

Voor de initiatieven van de federale overheid, die nog voor de erkenning van de eredienst en ook voor de wedden en de pensioenen van de bedienaren van de eredienst bevoegd is, en anderzijds de bevoegdheden van de gewesten in verband met het beheer van de erediensten beter te coördineren, werd een samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en de deelstaten opgesteld. Het zal binnenkort klaar zijn en zal een ruim overleg tussen de verschillende partijen mogelijk maken. Het dossier betreffende de erkenning van de moskeeën zal op de gepaste manier kunnen worden behandeld.

Mevrouw Fatma Pehlivan (SP.A-SPIRIT). - Zoals de minister zelf heeft aangehaald, is er geen enkel vertrouwen meer ten opzichte van het Executief van de Moslims. Ik ervaar dat ook in mijn contacten met de moslimgemeenschap. Wat ik eigenlijk wou vragen is dat het Executief van de Moslims een transparante organisatie zou zijn. Dat is op het ogenblik niet het geval. Er gaan negatieve signalen naar de bevolking. De Islam is sinds 1974 officieel erkend. In 1999 werd een nieuw Executief opgericht, er was hoop, maar na vijf jaar is er geen enkel reëel resultaat en dat vind ik jammer.

De vraag is wie er nu bij de gedeeltelijke verkiezingen zal worden verkozen. Wie gaat eruit en wie niet? De eerste verkiezingen gingen door in 1998. Het was allemaal nieuw voor de moslimgemeenschap. De moslims wisten niet hoe ze het moesten aanpakken. Een aantal mensen werd niet verkozen op grond van deskundigheid of vertegenwoordiging. Ik denk dat de moslimgemeenschap nu ervaring genoeg heeft en dat de stem die ze nu zal uitbrengen een duidelijker signaal zou zijn. Daarom zou het beter zijn een volledige verkiezing te organiseren.

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Philippe Mahoux aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken, aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid en aan de minister van Leefmilieu, Consumentenzaken en Duurzame Ontwikkeling over «het transport van plutonium op ons grondgebied» (nr. 3-80)

De voorzitter. - De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Moeten we bang zijn voor het vervoer van plutonium over ons grondgebied? Volgens een recente studie van het bureau WISE wel... Die Parijse energie-experts wijzen op het grote risico dat de bevolking loopt bij het vervoer van deze radioactieve splijtstof over onze wegen. Er bestaat immers gevaar voor een kettingreactie.

Volgens die experts zouden de mechanische en thermische kenmerken van de verpakking minimaal zijn en zelfs onvoldoende rekening houden met de reële omstandigheden van het wegvervoer. Volgens officiële statistieken over ongevallen en vervoer van gevaarlijke stoffen zou de reglementering niet volstaan om de betrouwbaarheid van de verpakking te garanderen.

De conclusies van de studie zijn verontrustend. Ze bevatten verschillende scenario's bij een ongeval tijdens het vervoer. Zo zou een botsing met een tankwagen waarbij brand ontstaat gevolgen hebben voor een gebied van meer dan 10 km². Men kan zich gemakkelijk inbeelden welke zware gevolgen een ongeval of een aanslag op onze wegen zou hebben voor de gezondheid en het leefmilieu.

Volgens mijn informatie onderzoekt het Belgisch Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle deze studie zeer ernstig. Welke maatregelen heeft het departement getroffen om het hoofd te bieden aan dit probleem dat alle burgers aanbelangt?

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het gecoördineerde antwoord van alle bevoegde ministers.

Voor het vervoer van plutonium wordt gebruik gemaakt van verpakkingen die speciaal werden ontworpen en werden goedgekeurd door de bevoegde autoriteit. In ons land is dat het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle.

Uitgaande van de idee dat ze de veiligheid tijdens het vervoer moet waarborgen, moet de verpakking bestand zijn tegen mechanische en thermische belastingen die zich tijdens ernstige ongevallen kunnen voordoen. Daarom werden een aantal normen vastgelegd opdat de verpakking de veiligheid kan blijven waarborgen, met name inzake isolatie, bepantsering en de kritische drempel voor splijting. Die verpakkingsnormen werden opgenomen in internationale verdragen betreffende het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het Internationale Atoomenergieagentschap speelt daarin een centrale en actieve rol. Zijn vervoersreglement inzake radioactieve stoffen vormt de basis voor de reglementen die in internationale verdragen werden vastgelegd.

De reglementaire voorschriften worden voortdurend geëvalueerd, rekening houdend met de evolutie van de technologie en de ervaring. Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle neemt actief deel aan dat herzieningsproces. Deze zomer nog organiseerde het Internationaal Atoomenergieagentschap een conferentie over de veiligheid van het vervoer van radioactieve stoffen. Er waren vijfhonderd deelnemers van over de hele wereld.

Volgens één van de conclusies van deze conferentie dekken de testvoorwaarden van de reglementering 99% van de mogelijke ongevallen. Toch kan niet worden gezegd dat de verpakking volledig tekortschiet in de gevallen die niet worden gedekt. Overigens worden die transporten ook beheerst door specifieke maatregelen die voortvloeien uit de eisen inzake fysieke bescherming die worden opgelegd door het Non-proliferatieverdrag van atoomwapens, zowel op het vlak van de transportuitrusting als van de bijzondere bewaking. Die maatregelen spelen ook een rol om elke andere kwaadwillige daad te voorkomen.

De bevoegde dienst van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle onderzoekt het rapport van het bureau WISE grondig. Dat bureau kan evenwel niet als een onafhankelijk expertisebureau worden beschouwd. Het is een NGO die een bijzonder kritische houding aanneemt ten opzichte van het vreedzame gebruik van plutonium. De conclusies van het onderzoek door het agentschap zijn nog niet beschikbaar. Zij zullen worden gebruikt om de schriftelijke vraag over hetzelfde onderwerp van volksvertegenwoordiger Muriel Gerkens te beantwoorden. De heer Mahoux zal daarvan een kopie ontvangen.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Ik wacht met veel belangstelling op dat rapport. Ik veronderstel dat het niet lang op zich zal laten wachten. We zullen uiteraard waakzaam blijven.

Mondelinge vraag van de heer Yves Buysse aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over «de evolutie inzake de illegalenproblematiek in Zeebrugge» (nr. 3-82)

De voorzitter. - De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt namens de heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken.

De heer Yves Buysse (VL. BLOK). - Begin deze maand kwam het probleem van de illegalen in Zeebrugge tot een hoogtepunt. Na de afbraak van het safehouse werd beslist dat de illegalen die geen gevolg geven aan een bevel om het land te verlaten en die opnieuw worden aangehouden, in een gesloten centrum worden opgesloten in afwachting van repatriëring.

Kan de minister mij zeggen hoeveel illegalen sindsdien in Zeebrugge zijn opgepakt, hoeveel van hen een bevel om het land te verlaten hebben gekregen, hoeveel er in een gesloten centrum zijn opgesloten en hoeveel er effectief zijn gerepatrieerd? Is er volgens de minister een evolutie merkbaar, en zo ja, dewelke?

Burgemeester Moenaart meldde eergisteren in de Brugse gemeenteraad dat een nieuw safehouse in gebruik is. Zijn de federale diensten hiervan op de hoogte? Zal dit worden gedoogd? Aan de lokale politie van Brugge werden begin november en aan de Scheepvaartpolitie reeds eerder, agenten van de federale politie toegevoegd. De versterking van de lokale politie zou intussen alweer zijn afgebouwd. Bestaan er concrete afspraken om, als de nood zich voordoet, onmiddellijk extra agenten van de federale politie in te zetten?

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - De minister van Binnenlandse Zaken heeft me in verband met de vraag van de heer Buysse volgend antwoord bezorgd.

Sedert de getroffen maatregelen zijn er in Zeebrugge 140 illegalen opgepakt, 44 hebben een bevel gekregen het grondgebied te verlaten, 80 werden naar een gesloten centrum verwezen en 5 werden gerepatrieerd. De minister deelt mee dat er inderdaad een duidelijke evolutie merkbaar is inzake de aanwezigheid van illegalen te Zeebrugge. Er worden er nog weinig aangetroffen en sedert 22 november 2003 werden er zelfs helemaal geen meer geïntercepteerd.

Inzake het in gebruik nemen van een nieuw safehouse meldt de Scheepvaartpolitie dat er nog in één enkel onderdak wordt gezocht. Dit pand bestond echter al en wordt slechts door een zeer gering aantal illegalen gebruikt. Het gaat vandaag, net zomin als vroeger, om een aanwezigheid op permanente basis. Het is ook niet te vergelijken met het pand de Noordzee dat werd afgebroken. Het is trouwens de bevoegdheid van de bestuurlijke overheid, inzonderheid de lokale politie, om te beslissen al dan niet hiertegen op te treden. De versterking van de Scheepvaartpolitie blijft gehandhaafd. Sinds de afbraak van de Noordzee beschikt de Brugse politie dag en nacht over 9 politiemannen in versterking, afkomstig van de federale reserve. Indien de lokale politie het wenselijk acht, zal versterking worden verleend aan de betrokken dienst. Deze complexe problematiek werd op een gepaste wijze aangepakt zodat de situatie momenteel onder controle is.

De heer Yves Buysse (VL. BLOK). - Ik dank de staatssecretaris voor het voorlezen van het antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken. Er kan maar één conclusie worden getrokken: als de politieke wil er is, ook al moest die dit maal worden afgedwongen door de burgemeester van Brugge, blijven resultaten niet uit, alvast op korte termijn. Ik meen echter dat de situatie constant moet worden opgevolgd.

Mondelinge vraag van de heer Lionel Vandenberghe aan de minister van Landsverdediging over «het ontoelaatbaar seksueel of commercieel gedrag en overdadig alcoholgebruik bij recente militaire missies in het buitenland» (nr. 3-77)

De voorzitter. - Mevrouw Marie Arena, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen, antwoordt namens de heer André Flahaut, minister van Landsverdediging.

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - In de krant van gisteren las ik dat generaal August Van Daele in een nota van 19 november jongstleden militairen oproept zich correct te gedragen tijdens buitenlandse opdrachten. Het is evident dat militairen zich correct moeten gedragen, vooral bij de delicate peacekeeping-operaties waar zeer behoedzaam en deskundig moet worden opgetreden bij de plaatselijke bevolkingsgroepen. In de nota zou te lezen staan dat tijdens "recente ontplooiingen in het buitenland opnieuw ontoelaatbaar seksueel of commercieel gedrag en overdadig alcohol- en drugsgebruik werden vastgesteld bij militairen".

We moeten ons ernstig zorgen maken over dergelijke berichten. Reeds op 5 november heb ik in verband met dit onderwerp een vraag gesteld aan de minister in de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging. De heer Hostekint deed dat in de plenaire vergadering.

Is het juist dat deze nota werd rondgestuurd? Wie heeft ze ontvangen? Het antwoord heb ik reeds gelezen in de krant. De legertop heeft die vraag beantwoord op een in der haast bijeengeroepen persconferentie.

Het is goed dat er snel duidelijkheid komt, maar graag vernam ik ook van de minister welke maatregelen hij zal nemen om in de toekomst dergelijke mistoestanden te bestraffen. Welke initiatieven zal de minister nemen om zulke feiten in de toekomst te vermijden?

Mevrouw Marie Arena, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - Ik lees het antwoord voor van de minister van Landsverdediging.

De nota over het gedrag van het personeel van Defensie tijdens buitenlandse opdrachten, waarvan sprake in het artikel in De Morgen, werd door de chef defensie rondgezonden op 19 november 2003. Zij gold als herinnering aan een gelijkluidende nota die werd verzonden op 24 juni 2003 en die gericht was aan alle autoriteiten van Defensie tot en met de korpscommandanten en de ermee gelijkgestelde overheden.

Op initiatief van de detachementscommandanten zal ongepast gedrag van militairen en van burgers die onder Defensie ressorteren steeds ter kennis worden gebracht van de bevoegde strafrechterlijke en/of tuchtrechtelijke overheden.

Op een persconferentie heeft luitenant-generaal Van Remoortel gisteren beklemtoond dat de overgrote meerderheid van de Belgische militairen die aan buitenlandse operaties deelnemen, zich voortreffelijk gedragen en overigens zeer worden gewaardeerd door onze buitenlandse partners. Slechts een zeer kleine minderheid heeft zich in het verleden op een onaanvaardbare manier gedragen. Defensie is een weerspiegeling van de maatschappij, en ook in dit departement constateert men dus soms dat bepaalde individuen zich op ontoelaatbare wijze gedragen.

De nota van de CHoD toont eens te meer aan dat Defensie belang hecht aan deze problematiek. Deze nota past in een continue actie om militairen te wijzen op specifieke gedragsregels.

Verder heb ik het initiatief genomen om een dienst Algemene Inspectie en Bemiddeling op te richten, die rechtstreeks onder mijn gezag geplaatst is. Deze dienst werkt volledig autonoom en is belast met de behandeling van elke klacht die verband houdt met geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Op de derde vraag werd niet geantwoord. Ik ben van plan om de voorzitter van de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging te vragen om de minister persoonlijk te horen over deze zaak. Ik veroorloof me ook op te merken dat ik van een federaal minister een antwoord in het Nederlands verwacht.

De voorzitter. - Mevrouw de minister heeft het antwoord voorgelezen dat werd voorbereid door minister Flahaut en is dus niet verantwoordelijk voor de taal waarin het werd opgesteld.

Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS). - Ik ga akkoord met het voorstel van collega Vandenberghe om de minister uit te nodigen in de commissie.

De voorzitter. - Ik herinner eraan dat de krijgsauditoraten onlangs werden afgeschaft. Destijds heb ik daarop aanmerkingen gemaakt.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Inderdaad, ik heb samen met enkele leden onderstreept dat er bij buitenlandse missies van de Belgische troepen een vorm van justitieel gezag aanwezig moet zijn, al is het maar voor de vervolging. In beginsel is er immers in die landen geen justitiële organisatie die onmiddellijk kan optreden en bijvoorbeeld een aanhoudingsbevel kan vragen aan de Procureur des Konings te Brussel voor een feit dat plaatsvindt in Afghanistan. Het recht in ons land werkt zeer snel, maar is niet evident.

We moeten een wetsvoorstel indienen, op grond van de ervaring, om te voorzien in een ad hoc oplossing voor die problemen. Het gaat hier om de verwarring tussen disciplinaire maatregelen en gezag enerzijds en justitiële vorderingen anderzijds. Als beide worden vermengd is er een probleem.

De voorzitter. - Inderdaad, er zijn geen leden meer van het militair parket die meegaan op missie.

Mondelinge vraag van de heer Ludwig Caluwé aan de minister van Landsverdediging over «het onschadelijk maken van verkeerstellers» (nr. 3-86)

De voorzitter. - Mevrouw Marie Arena, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen, antwoordt namens de heer André Flahaut, minister van Landsverdediging.

De heer Ludwig Caluwé (CD&V). - Straatmeubilair dat moet bijdragen tot de verkeersveiligheid krijgt het de jongste dagen erg te verduren. Terwijl particulieren, meer bepaald de Tuf-tuf Club, zich vergrijpen aan de flitspalen, hebben officiële instanties blijkbaar de jacht op verkeerstellers geopend.

Naar verluidt heeft DOVO, de ontmijningsdienst van het leger, de voorbije week tot tweemaal toe een verkeersteller van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid tot ontploffing gebracht. Kan de minister dat bevestigen? Welke procedure wordt bij dergelijke operaties gevolgd? Volgens de kranten had de lokale politie een vreemd bakje aan een paal zien hangen heeft ze de ontmijningsdienst opgeroepen.

Gaat DOVO op basis van zijn ervaring inzake het onschadelijk maken van eventuele gevaarlijke objecten zelf na of het effectief gaat om een gevaarlijk object of wordt aan een oproep van de lokale politie steeds zonder controle gevolg gegeven?

DOVO heeft nog deze zomervakantie in Hove een tas tot ontploffing gebracht die uiteindelijk slechts een rekwisiet van een jeugdbewegingsspel bleek te zijn en alleen maar oude vodden en een karton sinaasappelsap bevatte.

Wordt er wel onderzocht of het object waarvoor men wordt opgeroepen, effectief gevaarlijk is?

Nu er twee keer op één week is opgetreden voor een niet-gevaarlijk voorwerp, vraag ik mij toch af of het team dat uitrukte voor de tweede teller, niet op de hoogte was van het gebeuren met de eerste teller?

Gebeurt het wel meer dat onschadelijke objecten tot ontploffing worden gebracht? Wie is er dan verantwoordelijk voor het betalen van een schadevergoeding? Hoeveel bedraagt de schade in dat geval? Wie zal er nu voor opdraaien?

Mevrouw Marie Arena, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - Mijnheer de voorzitter, aangezien het antwoord van collega Flahaut in het Frans is gesteld, zal ik ook nu weer in het Frans antwoorden, waarvoor mijn verontschuldiging.

De heer Ludwig Caluwé (CD&V). - Mevrouw de minister, ik verwijt u persoonlijk niets maar ik vind het wel bijzonder merkwaardig dat u een voorbereide tekst in het Frans hebt ontvangen. Op Franstalige kabinetten zijn er toch ook Nederlandstalige medewerkers die een antwoord in het Nederlands kunnen voorbereiden.

Ik hoop dat onze voorzitter hiertegen zal reageren. Ik weet niet of er tijdens dit vragenuurtje al veel bevoegde ministers zijn komen antwoorden. De regering vaardigt telkens één regeringslid af en die antwoordt dan vaak nog in een andere taal dan de taal waarin de vraag is gesteld.

Mijnheer de voorzitter, de toestand verglijdt meer en meer. Mijns inziens moet u meer op de strepen staan van de Senaat.

De voorzitter. - Ik zal uw grieven aan de regering meedelen.

Mevrouw Marie Arena, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - DOVO wordt opgeroepen door de lokale overheid om technische assistentie te verlenen bij de bestrijding van terrorisme of groot banditisme. De lokale overheid blijft verantwoordelijk voor het beheer van het incident, dit wil zeggen voor de evacuatie, de veiligheid, de beslissing om al dan niet tot interventie over te gaan. Defensie verleent alleen technische bijstand.

Op basis van de verkregen inlichtingen analyseert de equipechef de situatie en beslist hij over de interventieprocedure. Deze procedure wordt altijd ter goedkeuring voorgelegd aan de lokale overheid.

De veiligheid van het personeel dat zich ter plaatse bevindt, krijgt altijd voorrang. Als uit een analyse van de toestand blijkt dat het tuig als gevaarlijk moet worden beschouwd, wordt het vanop afstand met een robot vernietigd. Als het tuig niet als gevaarlijk wordt beschouwd, opent de equipe het zonder het te beschadigen.

DOVO is recent tussengekomen voor twee verkeerstellers: op 21 november op vraag van de lokale politie van Schaarbeek en op 26 november op vraag van de lokale politie van Brussel Hoofdstad. In het eerste geval werd het tuig onbeschadigd geopend, in het tweede geval werd het vanop afstand vernietigd.

De kosten zijn voor rekening van de lokale overheid die om de interventie heeft gevraagd. Defensie weet niet hoeveel de schade voor deze twee gevallen bedraagt.

De heer Ludwig Caluwé (CD&V). - Ik dank de minister voor haar antwoord.

Een discussie aangaan met een niet-bevoegde minister heeft uiteraard geen zin. Ik hoop dat er verandering komt in deze toestand want anders heeft het niet veel zin om nog mondelinge vragen te stellen in de Senaat.

Mondelinge vraag van de heer Jacques Devolder aan de minister van Mobiliteit en Sociale Economie over «het feit dat in België tijdens het weekend geen transitplaten worden afgeleverd voor het uitvoeren van tweedehands-voertuigen» (nr. 3-76)

De heer Jacques Devolder (VLD). - Bis repetita placent. Ik heb op 13 maart 2003 dezelfde vraag gesteld aan de vorige bevoegde minister.

Ik blijf betreuren dat het in ons land nog altijd onmogelijk is om op zaterdagen, zon- en feestdagen en tijdens verlengde weekends bij de Dienst Inschrijving van Voertuigen een transitplaat te bekomen voor een voertuig dat op die dagen op een tweedehands-markt wordt aangekocht en men onmiddellijk wil uitvoeren.

Een groot deel van die tweedehandsvoertuigen gaat naar de ons omringende landen en ook naar landen buiten de Europese grenzen. Frankrijk is onze grootste buitenlandse afzetmarkt. Momenteel gaat een groot marktaandeel echter verloren omdat bij onze Europese buren, Nederland, Frankrijk, Luxemburg en Duitsland, die tijdelijke inschrijving tijdens het weekend wel mogelijk is.

In 2001 werden ongeveer 110.000 van de 600.000 verkochte tweedehandsvoertuigen uitgevoerd. Het gaat hier dus een activiteit van groot economisch belang die de Staat ook heel wat inkomsten bezorgt. Dat is, gelet op de huidige spanningen rond het federale budget niet onbelangrijk. De Belgische tweedehandsvoertuigen zijn in het buitenland overigens erg gegeerd wegens de interessante prijzen, maar ook wegens de kwaliteit van de technische controle op ons wagenpark.

Dit probleem oplossen biedt bovendien tal van bijkomende voordelen. Zo zullen we onmiddellijk de identiteit kennen van de koper, wat toch wel belangrijk is. Het verhoogt de veiligheid op tweedehands-automarkten en het is een vorm van fraudebestrijding. Auto's worden nu vaak met een duplicaatnummerplaat en zonder enige verzekering uitgevoerd, wat tot meer criminaliteit leidt.

Op vraag van de sector, maar ook met het oog op het genereren van bijkomende inkomsten voor de Staat, die zeker welkom zijn, vernam ik graag of de minister bereid is om op korte termijn voor dit administratief probleem een oplossing uit te werken.

De heer Bert Anciaux, minister van Mobiliteit en Sociale Economie. - De Dienst Inschrijving van de Voertuigen van de FOD Mobiliteit en Vervoer hecht veel belang aan de verbetering van de dienstverlening aan de klanten. De DIV heeft daarom een doeltreffend project van e-government opgestart: er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden van het Internet om de inschrijvingen zo vlug mogelijk te kunnen uitvoeren.

Dat is nu al realiteit voor de burgers en de ondernemingen waarvan de verzekeringsmaatschappij of de leasingmaatschappij een samenwerkingsprotocol heeft gesloten met de FOD Mobiliteit en Vervoer. Dat is ook het geval voor een steeds groter aantal verzekeringsmakelaars die voor dezelfde vorm van samenwerking hebben gekozen.

In de loop van 2004 zal de DIV in dit kader een nieuwe actie voeren voor de uitreiking van de commerciële platen, die door verkopers en garagisten worden gebruikt.

De door de heer Devolder aangehaalde problematiek zal zo snel mogelijk worden voorgelegd aan de verantwoordelijken van de DIV of aan het betrokken directoraat-generaal. Ik ben bereid een overleg te organiseren met de betrokken sector - garagehouders en douaneagentschappen - om samen de stand van zaken en de concrete omvang van de problemen te bespreken.

Een wijziging van de behandeling van de aanvragen van transitplaten vergt een diepgaand onderzoek. Tot nu toe beschikken we niet over betrouwbare gegevens over het gemiddeld aantal voertuigen dat tijdens het weekend wordt verkocht en dat onmiddellijk moet worden ingeschreven. De behandeling van de aanvragen moet verplicht in nauwe samenwerking gebeuren met de gespecialiseerde diensten van de douane. De FOD Financiën moet dus bij het overleg worden betrokken.

Ten slotte is het onontbeerlijk dat een tweedehands voertuig vóór de inschrijving wordt gekeurd. Dat geldt ook voor de uitreiking van transitplaten. De vereniging van de keuringsondernemingen moet dus eveneens bij het overleg worden betrokken. Het is overigens niet zeker dat de keuring onmiddellijk na de aankoop dient te gebeuren. In vele gevallen heeft de technische keuring al vóór de verkoop plaatsgevonden.

Bij elke wijziging van de regels moeten de eventuele operationele problemen worden onderzocht: informaticatoepassingen, veiligheid van de dienst en van de klanten. Ik zal de DIV en het directoraat-generaal daarmee belasten en ik zal ook de andere diensten samenbrengen om het probleem te onderzoeken.

De heer Jacques Devolder (VLD). - Het verheugt me dat de minister bereid is een initiatief te nemen om deze problematiek aan te pakken. De vorige minister van Mobiliteit toonde zich niet geïnteresseerd. Volgens de mensen uit de sector gaat het nochtans over heel veel voertuigen.

Vraag om uitleg van de heer Pierre Galand aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over «de beperking van het aantal partnerlanden in de Belgische ontwikkelingssamenwerking» (nr. 3-61)

De voorzitter. - Mevrouw Marie Arena, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen, antwoordt namens de heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking.

De heer Pierre Galand (PS). - België heeft beslist het aantal partnerlanden in de Belgische ontwikkelingssamenwerking te verminderen van vijfentwintig naar achttien. Onder de landen die van dit partnerschap werden uitgesloten, bevinden zich vijf landen die voorkomen op de lijst van de MOL (Minst Ontwikkelde Landen). Ook het gebied van de SADC of Southern African Development Community werd van de lijst verwijderd, met uitzondering van Mozambique. Deze regio bestaat merendeels uit MOL. Ten minste zes MOL werden aldus van de lijst van de partnerlanden in de Belgische ontwikkelingssamenwerking geschrapt.

Hoe denkt de minister de verbintenis na te komen die België tegenover de Verenigde Naties heeft aangegaan om 15% van ontwikkelingssteun aan de MOL te besteden?

België heeft er zich in Monterrey ook toe verbonden om extreme armoede te bestrijden en uit de wereld te helpen tegen 2015. Heeft de minister met deze doelstelling rekening gehouden bij het opstellen van de nieuwe lijst?

Voor elk van deze vijfentwintig partnerlanden heeft de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking onder de vorige legislatuur een strategienota opgesteld die in 2002 aan het parlement werd voorgelegd. Deze nota's waren gericht op de vermindering van de armoede en op duurzame ontwikkeling. Hoe zal de minister de zeven gewezen partnerlanden meedelen dat ze zich voortaan alleen uit de slag moeten trekken - zonder Belgische overheidssteun - om de beleidsplannen uit te voeren die in partnerschap werden uitgewerkt?

Hoe zal men voorkomen dat er in de toekomst weer `onnodig werk' wordt gedaan, want dit getuigt van weinig respect voor de partners of voor het bestuur van ontwikkelingssamenwerking en de NGO's die gevraagd waren mee te werken aan de uitwerking van die nota's?

Heeft de minister bij het opstellen van de lijst van de achttien partnerlanden trouwens rekening gehouden met de keuzes die vooraf door de gewesten en de gemeenschappen werden gemaakt? Die moeten immers op grond van de Lambermont-akkoorden en de regeringsverklaring in de toekomst instaan voor een belangrijk deel van de Ontwikkelingssamenwerking.

De NGO's zijn ongerust want het bestuur zou van plan zijn de programma's te bevoordelen van de NGO's die zich aanpassen aan de regeringsbeslissing en die zich dus richten op de achttien landen die nog voorkomen op de lijst. De vijfjarenprogramma's voor het partnerschap van de NGO's werden echter vorig jaar aangenomen. Het gaat hier dus om een ernstige en discriminerende beslissing ten opzichte van de NGO's die een partnerschap hebben met verenigingen in de landen die werden geschrapt van de lijst.

Mevrouw Marie Arena, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - Het regeerakkoord bepaalt: "het aantal concentratielanden zal van 25 teruggebracht worden tot hoogstens 18". Het verduidelijkt dat deze vermindering moet bijdragen tot een grotere concentratie van de beschikbare middelen voor ontwikkelingssamenwerking.

De lijst van de vijfentwintig partnerlanden van de rechtstreekse bilaterale ontwikkelingssamenwerking werd vastgelegd bij koninklijk besluit van 26 juni 2000 tot uitvoering van artikel 6, §1, van de wet van 25 mei 1999 betreffende de Belgische internationale samenwerking.

De zeven criteria die in dit artikel zijn vermeld en die u ongetwijfeld kent, blijven uiteraard van kracht.

De keuze van de achttien partnerlanden is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

Ten eerste, de lijst van de vijfentwintig partnerlanden.

Ten tweede, de absolute voorrang dat door het regeerakkoord werd verleend aan Centraal-Afrika en in het bijzonder aan Congo, Rwanda en Burundi; landen die als gevolg van de genocide en de oorlog bij de armste ter wereld worden gerekend.

Ten derde, de graad van armoede van de betrokken landen op grond van de Human Development Index.

Ten vierde, de wens om aanwezig te zijn op elk continent waar onze ontwikkelingssamenwerking al werkzaam was.

Ten vijfde, de wil om het aantal landen werkelijk te beperken en de beschikbare middelen echt te concentreren.

Onze ontwikkelingssamenwerking met de vijfentwintig partnerlanden werd over de jongste vijf jaar geëvalueerd door de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking.

Bij het opstellen van deze lijst van achttien partnerlanden voor bilaterale ontwikkelingssamenwerking werd geen rekening gehouden met de keuzes die vooraf werden gemaakt door de gemeenschappen en de gewesten.

De verbintenis van België om 15% van de overheidssteun voor ontwikkelingssamenwerking aan de minst ontwikkelde landen te besteden, zal worden nageleefd. Tien van de achttien partnerlanden van de bilaterale ontwikkelingssamenwerking staan immers op de lijst van de minst ontwikkelde landen, volgens de Human Development Index.

De concentratie en de uitbreiding van de bilaterale ontwikkelingssamenwerking is te vinden in Centraal-Afrika, meer bepaald in de landen die met extreme armoede worden geconfronteerd. De Belgische overheidssteun is overigens niet beperkt tot rechtstreekse bilaterale ontwikkelingshulp. Er bestaan ook onder andere vormen van ontwikkelingshulp.

De minister van Ontwikkelingssamenwerking wijst erop dat het strategisch document voor de vermindering van de armoede niet mag worden verward met de strategienota's.

De strategische documenten voor de vermindering van de armoede zijn opgesteld door de partnerlanden zelf en omschrijven hun strategie inzake armoedebestrijding. In dat document schrijven de donorlanden en de financiële instellingen zich in.

In de strategienota's zet de minister van Ontwikkelingssamenwerking op een coherente en gefundeerde wijze zijn strategie en het hele Belgische beleid inzake rechtstreekse ontwikkelingssamenwerking met de betrokken landen uiteen. Deze nota's zijn richtinggevend voor het beleid van ons land en het partnerschap met de betrokken landen. De nota's zijn echter unilateraal opgesteld en houden geen enkele verplichting in ten opzichte van het partnerland. Ze beslaan een periode van vier jaar; nadien is een aanpassing en vernieuwing noodzakelijk.

Het is juist dat we voortdurend naar een samenwerkingsverband zoeken tussen de diverse actoren op het terrein die we financieren, maar de huidige wetgeving biedt de NGO's de mogelijkheid zelf hun geografische actieradius te kiezen. Bijgevolg heeft minister Verwilghen geen `instrumentalisering' van de NGO's op het oog, maar eerder een vrijwillig samenwerkingsverband dat gebaseerd is op een constructieve dialoog.

De heer Pierre Galand (PS). - Ik dank de minister voor het voorlezen van het antwoord van minister Verwilghen, ook al ben ik niet helemaal voldaan.

Vier jaar lang hebben universiteiten, NGO's en vakbonden een gigantisch werk verzet. Het nam oneindig veel tijd in beslag om proberen te weten te komen hoe coherente strategienota's konden worden opgesteld. De derdewereldlanden waarmee we voortdurend in contact stonden om dit soort partnerschap te realiseren, worden nu in de steek gelaten en staan met de mond vol tanden.

We hadden een debat op gang gebracht, we hadden vooruitzichten gesteld en bepaalde beloftes gedaan. Nu moeten we hen zeggen dat ze zich maar moeten zien te redden. Dat ergert mij. De Belgische regering spreekt voortdurend over partnerschap, maar neemt eenzijdige beslissingen. We hadden vooraf met de betrokken landen een debat moeten voeren.

Er is een zekere tijd nodig om ons los te maken. Door rekening te houden met de verwachtingen van deze landen, hadden we een beetje menselijker kunnen te werk gaan. Ontwikkelingssamenwerking verloopt via twee actoren en niet via een schenker die af en toe beslist iets te geven en die zich van tijd tot tijd onthoudt.

We zijn onsamenhangend en overhaast te werk gegaan. Ik weet dat dit niet de bevoegdheid is van minister Arena, maar ik hoop dat zij de boodschap zal overbrengen.

Wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet (Stuk 3-311)

Wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet (Stuk 3-312) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Ik stel voor deze wetsontwerpen samen te bespreken. (Instemming)

De heer Jean-Marie Happart (PS), rapporteur. - Deze wetsontwerpen werden ingediend in de Kamer en werden er goedgekeurd.

Het gaat om de wetsontwerpen houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77, respectievelijk artikel 78 van de Grondwet. Het eerste ontwerp moet worden behandeld volgens de verplicht bicamerale procedure, het tweede volgens de optioneel bicamerale procedure. Het tweede werd op 12 november 2003 geëvoceerd door de Senaat.

De commissie voor de Institutionele Aangelegenheden heeft de twee ontwerpen samen besproken tijdens haar vergadering van 20 november 2003 in aanwezigheid van de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. In zijn inleidende uiteenzetting heeft minister Dewael gepreciseerd dat de ministerraad wenst dat het verval van de zeventien ontwerpen wordt opgeheven omdat het zijns inziens om regeringsprioriteiten gaat. Verder vindt hij dat elk amendement dat beoogt een ontwerp aan de lijst toe te voegen, dient te worden verworpen omdat de meerderheidspartijen alleen een consensus hadden bereikt over de lijst van zeventien ontwerpen.

Op het eerste ontwerp, 3-311, heeft de heer Vandenberghe twee amendementen ingediend om aan de lijst toe te voegen het wetsontwerp houdende bepalingen inzake de titelbescherming voor erkende dienstverlenende intellectuele beroepen en het wetsontwerp houdende instelling van een procedure voor de evaluatie van de wetgeving. De voorzitter heeft verklaard dat over dat laatste wetsontwerp eerlang overleg zou plaatsvinden tussen de Senaatsvoorzitter, de Kamervoorzitter en de staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging. Dientengevolge heeft de heer Vandenberghe zijn tweede amendement op ontwerp 3-311 ingetrokken.

Nadat het eerste amendement werd verworpen, werd het wetsontwerp in zijn geheel aangenomen met tien stemmen tegen vier bij één onthouding.

Ook op het tweede wetsontwerp, 3-312, heeft de heer Vandenberghe een reeks amendementen ingediend om ontwerpen toe te voegen aan de lijst. Het gaat eerst en vooral om het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht, om de verkoop van alcoholpops in drankautomaten te verbieden en ten slotte om het wetsontwerp tot reglementering van de boekenprijs.

De heer Vankrunkelsven van zijn kant heeft een amendement ingediend tot toevoeging aan de lijst van het wetsontwerp tot openbaarmaking van de deelnemingen en de individuele bezoldigingen van de leiders van genoteerde vennootschappen. Volgens hem is de verklaring tot opheffing van het verval van bepaalde wetsontwerpen geen ideaal systeem. Men gaat uit van een door de regering ingediend wetsontwerp dat door de parlementsleden zou moeten worden geamendeerd. Volgens de heer Vankrunkelsven is dit een vorm van voogdij. Bijgevolg heeft hij de regering verzocht zich niet te verzetten tegen het amenderingsrecht van de parlementsleden. Minister Dewael heeft geantwoord dat in een volgende fase opnieuw overleg kan plaatsvinden en dat kan worden onderzocht of er een consensus bestaat om het verval van een tweede lijst van wetsontwerpen op te heffen.

Samen met andere commissieleden ben ik dat voorstel bijgetreden. Er moet noodzakelijkerwijze ruimte blijven voor parlementaire initiatieven die eventueel kunnen uitmonden in de voorstelling van een lijst van wetsontwerpen waarvan de parlementsleden het verval willen opheffen.

Uiteindelijk werden alle amendementen verworpen en werd het tweede wetsontwerp aangenomen met tien stemmen tegen vier bij één onthouding. Dit verslag is eenparig goedgekeurd door de aanwezige leden.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Deze beide wetsontwerpen zijn erg bescheiden geworden. Wij zijn gewoon aan een barokke presentatie met veel trompetgeschal en orgelmuziek wanneer het de voorstelling of begeleiding van de regeringspolitiek betreft. Toch vonden verschillende belangrijke wetsontwerpen die uitvoerig en langdurig werden bediscussieerd en die soms zelfs eenparig werden goedgekeurd, geen genade in de ogen van de regering. Hun verval werd dus niet opgeheven.

Zo heeft de Senaat in de zittingsperiode 1995-1999 reeds uitvoerig besproken hoe hij zijn taak van wetsevaluatie kan vervullen. In die zittingsperiode organiseerde de Senaat ook hoorzittingen met het Hof van Cassatie en de Raad van State. Dat leidde tot een zeer interessant verslag en tot het aannemen van negen beginselen van goede wetgeving. Dat initiatief werd in de vorige zittingsperiode hernomen. Het ontwerp terzake werd in de Senaat goedgekeurd. In de Kamer verhinderde `de Almachtige' - de heer De Croo - de bespreking ervan en aldus ook een goede taakverdeling tussen Kamer en Senaat. De heer De Croo meende immers dat de Senaat diende te worden afgeschaft. Het verwondert mij dan ook dat de regering niet onmiddellijk opnieuw aan dat initiatief gevolg heeft gegeven en een parlementaire arbeid van twee zittingsperiodes negeert. Ondertussen wordt in de Kamer met grote snelheid een wetsvoorstel inzake de wetsevaluatie besproken.

De voorzitter van de Senaat stelde voor dat leden van de Senaat een wetsvoorstel zouden indienen met de wetsontwerpen die niet in de lijst van de regering zijn opgenomen. Waarom kan dat niet kunnen gebeuren via een amendement? Het amenderingsrecht is een grondwettelijk recht.

Het alternatief van de voorzitter is trouwens geen echt alternatief. Als we in de Senaat een wetsvoorstel goedkeuren dat het verval van een aantal goedgekeurde wetsontwerpen opheft, moet ook de Kamer daar nog mee instemmen. Het probleem wordt niet opgelost wanneer dat initiatief enkel de wetsontwerpen betreft die in de Senaat werden goedgekeurd en zich in de Kamer bevinden.

Volgens de dienst Wetgeving van de Senaat zitten er in de wet die de opheffing van het verval regelt, een aantal hiaten. We zijn terecht niet ingegaan op de vraag die hiaten nu naar aanleiding van een concreet geval op te lossen. Het is beter om dat in algemene termen te bespreken.

We hebben zelf amendementen ingediend. Het zeer interessante amendement van collega Vankrunkelsven over de transparantie van de vergoedingen van personen met een leidinggevende functie in de economische sector wordt blijkbaar niet overgenomen in de plenaire vergadering. Een amendement dat bij het begin van de vergadering van de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden door de meerderheid werd ingediend, moet dus plots worden ingetrokken op bevel van de hiërarchische overste, wie dat ook mag zijn.

De heer Hugo Coveliers (VLD). - Als ik mij niet vergis, was dat net op het moment dat wij in een andere zaal discussieerden over die bijzonder slechte wet die stemrecht geeft aan vreemdelingen die de Belgische nationaliteit weigeren. De hiërarchie heeft zich blijkbaar maar met één tekst kunnen bezighouden.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Het is in ieder geval jammer. Ik vond het principieel goed dat collega Vankrunkelsven een amendement voorstelde. Het had ons ook de gelegenheid gegeven een aantal andere wetsontwerpen die hier ruime steun genieten, in dit ontwerp op te nemen.

Ik zal nu onze vier amendementen toelichten.

Amendement 1 betreft het wetsontwerp houdende bepalingen inzake de titelbescherming van erkende dienstverlenende intellectuele beroepen, dat in de Kamer in behandeling was. De collega's van de vorige regeerperiode weten dat heer Steverlynck een grote activiteit aan de dag heeft gelegd om de beoefenaars van een intellectueel dienstverlenend beroep een beschermende titel te verschaffen. Hij wees er bijvoorbeeld op dat parallelle titels voor psychiaters, de burgers de indruk geven dat ze zich tot een professioneel beoefenaar wenden. Hij had het ook over binnenhuisarchitecten, landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen. Het ontbreken van een beschermende titel maakt de weg vrij voor misbruiken. Het ontwerp was in de Senaat goedgekeurd. Ik vind het de moeite om het opnieuw te behandelen.

Amendementen 2, 3 en 4 hebben betrekking op het wetsontwerp houdende opheffing van verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Amendement 2 betreft het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht om de verkoop van alcoholpops in automaten te verbieden.

We kennen de plaag van de alcoholpops bij minderjarigen. Ik heb vastgesteld dat in Duitsland wel door een wet een algemene verbodsbepaling wordt ingevoerd om aan die plaag een einde te maken. Het gaat immers om een drank die de indruk wekt fruitsap te zijn, terwijl het in feite een zeer sterke alcoholische drank is die bovendien vrij door minderjarigen kan worden gekocht.

Op een ogenblik dat zoveel nadruk wordt gelegd op repressie, is het goed eens een wet over preventie goed te keuren. Dat is geen zaak van meerderheid of oppositie; het gaat om het voorkomen van mogelijke nieuwe vormen van verslaving. De meest recente studies over alcoholgebruik bij minderjarigen van steeds jongere leeftijd liggen nog vers in het geheugen. De sociale gevolgen hiervan zullen zich laten gevoelen binnen tien of vijftien jaar.

De eerste vraag die wij moeten stellen bij het uitwerken van een nieuwe wet is of de maatschappij aangeeft dat er een probleem is. Welnu, in dit geval zijn er signalen; er zijn studies en er is de bezorgdheid van de ouders. Hoe kunnen we aan ouders vragen de verantwoordelijkheid op te nemen voor hun kinderen als de overheid ze daar niet bij helpt in een positieve zin door het algemeen alcoholgebruik bij minderjarigen aan een wettelijke regeling te onderwerpen? We stellen zelfs geen nieuwe wet voor. We willen alleen nieuwe praktijken die ingaan tegen de wet, verbieden. Dit wetsontwerp verdient beter en het debat daarover moet worden voortgezet.

Amendement 3 heeft dezelfde draagwijdte als amendement 1 en betreft dus ook de dienstverlenende intellectuele beroepen.

Amendement 4 strekt ertoe het wetsontwerp tot reglementering van de boekenprijs aan de lijst toe te voegen. De discussie over de boekenprijs sleept reeds lang aan, zowel in de Senaat als in de Kamer. Het ontwerp werd weer naar de Senaat gezonden, maar werd nog niet besproken. De vraag is of we de discussie daarover opnieuw mogen voeren. Daarom moet dit wetsontwerp toegevoegd worden aan de lijst van de wetsontwerpen waarvan het verval wordt opgeheven.

De heer René Thissen (CDH). - Ik zou de stelling van de heer Vandenberghe willen bijtreden. Wij hebben geen principieel bezwaar tegen de opheffing van het verval van de wetsontwerpen. Het heeft immers geen zin om de werkzaamheden van vorige zittingperiode van voren af aan te herbeginnen, zeker niet wanneer een ruime consensus werd bereikt. De lijst die de regering heeft opgesteld, bewijst echter dat zij het oneens is over een aantal belangrijke problemen, zoals de boekenprijs, de verkoop van alcoholhoudende dranken aan jongeren en de titelbescherming.

Op die kwesties moeten wij dus terugkomen. Wij betreuren dat zo'n belangrijke onderwerpen volgens de regering niet voor een soepele afhandeling in aanmerking komen.

De voorzitter. - Dat kan het Parlement niet beletten om de behandeling ervan tot een goed einde te brengen, mijnheer Thissen.

De heer René Thissen (CDH). - Zeer zeker, maar dat zal veel meer moeite kosten dan wanneer de regering haar vastberadenheid had getoond. Uit ervaring weten wij dat de meerderheid zich vaak plooit naar de wensen van de regering.

Mijnheer de voorzitter, ik zou u een vraag willen stellen om te voorkomen dat de rol van de Senaat nog verder in het gedrang wordt gebracht. Als de Kamer een amendement aanvaardt op een ontwerp houdende opheffing van het verval, komt het geamendeerde ontwerp dan sowieso terug naar de Senaat?

De voorzitter. - Ik kan u helemaal geruststellen, mijnheer Thissen. Of het nu gaat om een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 of in artikel 78, een door de Senaat aangenomen tekst die door de Kamer wordt geamendeerd, moet opnieuw door de Senaat worden besproken. De Senaat moet het amendement in kwestie aannemen of verwerpen. Vervolgens gaat de tekst terug naar de Kamer die dan het laatste woord heeft. De `navette' blijft dus bestaan en zeker voor de integraal bicamerale aangelegenheden.

De heer René Thissen (CDH). - Ik neem er dus akte van dat de `navette' in elk geval behouden blijft.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet (Stuk 3-311)

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-175/4.)

De voorzitter. - Artikel 2 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 1 ingediend (zie stuk 3-311/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 2 ingediend (zie stuk 3-311/2) dat luidt:

-De stemming over de amendementen en over artikel 2 wordt aangehouden.

-De overige artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

-De aangehouden stemmingen en de stemming over het wetsontwerp in zijn geheel hebben later plaats.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet (Stuk 3-312) (Evocatieprocedure)

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-174/8.)

De voorzitter. - Artikel 2 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 2 ingediend (zie stuk 3-312/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 3 ingediend (zie stuk 3-312/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 4 ingediend (zie stuk 3-312/2) dat luidt:

-De stemming over de amendementen wordt aangehouden.

-De aangehouden stemmingen en de stemming over het wetsontwerp in zijn geheel hebben later plaats.

De voorzitter. - Ik wacht op een voorstel van de fracties wat de wetsontwerpen betreft waarvan ze de opheffing van het verval vragen.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst van Locarno tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid, en met de Bijlage, ondertekend te Locarno op 8 oktober 1968 en gewijzigd op 28 september 1979 (Stuk 3-194)

Voortzetting van de algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Paque voor een aanvullend verslag.

De heer Luc Paque (CDH), rapporteur. - Gisteren heeft de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging het tijdens de plenaire vergadering van 13 november teruggezonden ontwerp opnieuw onderzocht. Het ontwerp gaf geen aanleiding tot verdere bespreking en werd, net zoals artikel 1 en 2, eenparig aangenomen door de elf aanwezige leden. De commissie was zo vriendelijk vertrouwen te schenken aan de rapporteur voor een mondeling verslag in de plenaire vergadering.

De heer Luc Willems (VLD). - Twee weken geleden werd het debat over dit verdrag onverwacht afgebroken omdat sommigen meenden dat de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden bijeen diende te komen. Ik betreur dat omdat toen heel wat interessante opmerkingen van intern beleid gemaakt werden bij het voorliggende verdrag. Het is immers niet abnormaal dat er in het parlement vragen rijzen over het feit dat het 35 jaar duurt vooraleer een verdrag aan het parlement wordt voorgelegd.

Ik was de eerste keer bij de stemming in de commissie aanwezig. De tweede keer was ik echter weerhouden in de commissie voor de Justitie. De commissie is bij haar standpunt gebleven. Ik stel voor het ontwerp goed te keuren.

Ik wens mijn opmerkingen kort te hernemen. Het heeft 35 jaar geduurd vooraleer het parlement dit wetsontwerp over een verdrag dat in 1968 werd goedgekeurd, kon bespreken. Het verdrag gaat over de bescherming van de intellectuele eigendom, wat in een land waar creativiteit de enige grondstof is, van ongemeen grote betekenis is.

De classificatie die we vandaag goedkeuren, werd opgemaakt in 1979 en is in onze interne rechtsorde volledig achterhaald. In Europa en de Benelux wordt immers al een andere classificatie gehanteerd.

Over de bescherming van de intellectuele eigendom bestaan nog andere verdragen. Het Benelux-verdrag werd twee jaar geleden ingrijpend gewijzigd. Zo wordt onder meer een fusie van de twee Benelux-instellingen voorgesteld. Ook deze verdragswijziging moet nog door het parlement worden goedgekeurd. Door te lang te wachten, zal ook dit verdrag achterhaald zijn. De Europese Unie die ook in een bescherming van tekeningen en modellen voorziet, dreigt steeds belangrijker te worden. Het zou dus wel eens kunnen dat de Benelux-bescherming die voor KMO's heel gemakkelijk toegankelijk is, in de feiten vervalt en vervangen wordt door de duurdere Europese procedure.

Ik vraag de regering dringend een initiatief te nemen in verband met het Benelux-verdrag.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Dit verdrag van Locarno uit 1968 herinnert aan het gelijkaardige verdrag uit 1922. Het verschil zit hem erin dat in het eerste verdrag in een geest van pacificatie werd getracht enkele verfijningen aan te brengen aan het verdrag van Versailles. Een van de grote politici achter het verdrag van 1922 was Stresemann, de minister van Buitenlandse Zaken van de Weimar-republiek. De zogenaamde geest van Locarno heeft het echter niet gehaald en uiteindelijk werd de wereld met de bekende incidenten geconfronteerd.

Ik ben het met de opmerkingen van de heer Willems eens. Bovendien dring ik er als niet-lid van de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging bij de collega's die wel lid zijn op aan dat ze verdragen die op de agenda staan, ook bespreken. Uit het verslag blijkt immers dat de Senaat enkel akte neemt van het verdrag. Bij de bevoegdheidverdeling heeft de Senaat de bevoegdheid gekregen om als eerste internationale verdragen te behandelen omdat was gebleken dat de Kamer, toen die de verdragen als eerste behandelde, ze eigenlijk niet onderzocht.

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Ik was altijd aanwezig in de commissie bij de bespreking van die verdragen. Ik heb echter vastgesteld dat van sommige fracties, waaronder ook de uwe, niemand aanwezig was.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik stel enkel vast dat men er bij de bevoegdheidsverdeling vanuit ging dat de Senaat tijd zou besteden aan de internationale verdragen. Dit is nodig want de verdragen die in de interne rechtsorde worden opgenomen hebben dwingende kracht en ze primeren boven de wet. Het zou dan ook nuttig zijn om nu en dan eens na te gaan wat de gevolgen van de ratificatie zijn, ook al kunnen de verdragen niet worden geamendeerd.

Dit is politiek belangrijk omdat de minister van Buitenlandse Zaken bij de ondertekening van de verdragen weet dat hij rekening moet houden met de parlementaire controle op de uitoefening van het verdragsrecht. Als we ervan uitgaan dat het verdragsrecht volledig bij de uitvoerende macht ligt, dan is parlementaire controle onmogelijk, wat moeilijk aanvaardbaar is.

Het voorliggende verdrag van Locarno is typisch een verdrag dat we eigenlijk niet zouden moeten goedkeuren. Collega Willems heeft er terecht op gewezen dat de administratieve classificaties gedateerd zijn. Daarenboven bestaat binnen de Benelux een Bureau voor tekeningen en modellen en beschikt de Europese Unie over een nieuw ontwerp van verordening over tekeningen en modellen. Het zou een parlement dan ook sieren om de concordantie te onderzoeken tussen een verdrag uit 1968 en alle wetten, internationale verdragen en initiatieven van de Benelux en de Europese Unie die sindsdien zijn goedgekeurd.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp. Zie stuk 3-194/1.)

-De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Republiek Costa Rica inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, gedaan te Brussel op 26 april 2002 (Stuk 3-195)

Algemene bespreking

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT), rapporteur. - Allereerst wijs ik professor Vandenberghe erop dat het geen goed teken is als studenten brossen. Meestal leggen ze dan ook een slecht examen af. Jammer genoeg was er ook heel wat absenteïsme in de commissie, een opmerking die ik overigens ook heb gemaakt tegenover de voorzitter van die commissie. Ik stelde dan ook voor in het commissieverslag de aanwezigen te vermelden.

Het ontwerp werd tweemaal besproken. De eerste bespreking verliep vlot. In de tweede werd niet uitgeweid over toerisme en vakantie in Costa Rica. Het ontwerp werd goedgekeurd met elf stemmen voor.

De heer Hugo Coveliers (VLD). - Allereerst wil ik de heer Lionel Vandenberghe feliciteren met zijn prachtig mondeling verslag over de werkzaamheden van de commissie. Het absenteïsme in commissievergaderingen is een oud zeer, wat onder meer in de hand wordt gewerkt door de cumulatie van een parlementair mandaat met het burgemeesterschap en het schepenambt in grote steden. Met dat absenteïsme heb ik leren leven, maar niet met de leugenachtige berichtgeving over de Senaat.

Veertien dagen geleden had ik mij verdiept in de studie van Costa Rica, een bijzonder interessant land, maar ik kreeg niet de gelegenheid de Senaat daarvan kond te doen, omdat de heer Mahoux na een tweetal uur debat, een beroep deed op het Reglement - wat zijn recht was - en aandrong op de terugzending naar de commissie. Sommige media, die zichzelf eerbiedwaardig achten, hebben geschreven dat ik hier uit een reisgids over Costa Rica had voorgelezen. Dat was een grove leugen. Opvallend was trouwens dat zulks vooral werd geschreven door journalisten die hier niet waren. Vandaag worden onze werkzaamheden weer niet door journalisten gevolgd. Wees dus niet verwonderd als u volgende week in allerlei Knackerige brochures verhalen leest die niet kloppen.

Costa Rica is een bijzonder stabiel land. In dergelijke landen investeren - daarover gaat het uiteindelijk in deze overeenkomst - is belangrijk, omdat dat leidt tot een betere economische situatie, en dus ook tot een hogere levensstandaard, en wellicht ook tot een betere pers, misschien nog beter dan de Vlaamse!

Costa Rica is een buurland van Nicaragua en ligt niet erg ver van Mexico, het land waarvan de president - behorende tot de PAN-partij - overigens met de groenen die zich daar extreem rechts opstellen, een regering heeft gevormd. Ondanks die geografische context zien we dat Costa Rica een stabiele koers vaart.

Het lijkt met dus goed een akkoord te sluiten met Costa Rica ter bescherming van Belgische investeringen in dat land. Met aandrang vraag ik de minister ook veel aandacht te hebben voor investeringen in de media. Ik wil namelijk verhinderen dat de media in Costa Rica verglijden tot het niveau van de Vlaamse. Een zekere journalist van Knack, Draulans, - ik ken hem niet, maar aan zijn artikels te zien is hij een bioloog of zoiets - heeft zich ertoe laten verleiden senatoren te vergelijken met chimpansees en dat vind ik bijzonder erg. Als verzachtende omstandigheid wil ik nog aannemen dat deze weekbladjournalist schnabbelt bij de VRT, waar het natuurlijk bon ton is om niet-roden aan te vallen en met alles en nog wat te vergelijken, maar zijn uitspraak in Knack gaat me te ver.

Is het eigenlijk niet het ogenblik om journalisten, bijvoorbeeld tijdens een etentje - dan is de kans groter dat ze komen - het reglement van de Senaat en de essentie van de democratie uit te leggen? Journalisten moeten weten dat een reglement in een parlement niet gemaakt is voor de meerderheid, maar ter bescherming van de minderheid. Zo zou het eigenlijk ook de natuurlijke roeping van de pers moeten zijn om die minderheid niet altijd in de hoek te drummen en de machthebbers of een toevallige numerieke meerderheid ten gevolge van verkiezingen niet altijd te verdedigen.

Ik ga me niet verder uitputten. Ik wens de journalist een goede reis naar Costa Rica, maar daar zal hij waarschijnlijk niet heen gaan, want dit land gaat wellicht niet voldoende in zijn richting om ernaartoe te reizen. Voor zover ik weet zijn daar ook senatoren en volksvertegenwoordigers die het zeer zeker niet zouden nemen om met chimpansees te worden vergeleken. Twee weken geleden hadden we hier een interessante discussie kunnen hebben over de problematiek van de bescherming van investeringen in landen die zich uit een labiele situatie aan het werken zijn. We hadden ons kunnen buigen over de vraag of het zinvol is er één land uit te pikken, en of het niet beter is met de hele Mercosur te onderhandelen en op die manier investeringen te steunen? We hadden zo een debat kunnen voeren, maar aangezien journalisten van `eerbiedwaardige' bladen ons in dat geval met chimpansees vergelijken, is het misschien beter dat niet te doen en onze collega's in Costa Rica de raad te geven ervoor te zorgen dat hun pers het peil houdt dat ze nu heeft en niet te laten afzakken tot het Belgische niveau.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Ik ben het volkomen eens met de visie van de vorige spreker. Het is inderdaad op het randje van infaam is om parlementsleden met dieren te vergelijken. Even veroordeelbaar is het trouwens dat partijvoorzitters parlementsleden mestkevers noemen. Daarmee zal de heer Coveliers het ook eens zijn. Parlementsleden met dieren vergelijken, dat kan niet, zeker niet met het edele dier dat de mestkever is, want hij ruimt de vuiligheid van de anderen op.

De voorzitter. - Ik heb net een kopie van het artikel gekregen en ik zal ook reageren.

Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS). - Met alle eerbied voor de gefundeerde en democratische motieven die de heer Coveliers ertoe hebben aangezet het specifieke recht van het Parlement in het licht te stellen, herinner ik eraan dat ik had beloofd om de ambassadrice van het betrokken land op de hoogte te brengen van het verloop van het debat.

Zij heeft alles goed begrepen en heeft mij gevraagd om aan de Senatoren, die naar ik hoop het verdrag zullen goedkeuren, mee te delen dat zij heel graag aan een delegatie van de Senaat zou uitleggen hoe Costa Rica nu eigenlijk functioneert.

Ik denk dat de bespreking van dit ontwerp de banden met Costa Rica veeleer heeft aangehaald dan omgekeerd. Ik zeg u dat vandaag in alle vriendelijkheid, want de retoriek in onze debatten kan niet altijd rekenen op internationaal begrip.

De voorzitter. - Dat klopt en sommige journalisten zouden er mijns inziens goed aan doen de politieke geschiedenis er eens op na te slaan of terug te denken aan de film Citizen Kane van Orson Welles, maar ik vrees dat dit niet noodzakelijkerwijze tot hun cultuur behoort.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp. Zie stuk 3-195/1.)

-De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Stemmingen

(De naamlijsten worden in de bijlage opgenomen.)

Wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet (Stuk 3-311)

De voorzitter. - We stemmen eerst over amendement 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 1

Aanwezig: 55
Voor: 19
Tegen: 31
Onthoudingen: 5

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 2 van de heer Hugo Vandenberghe. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over artikel 2.

Stemming 2

Aanwezig: 55
Voor: 33
Tegen: 15
Onthoudingen: 7

-Artikel 2 is aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 3

Aanwezig: 56
Voor: 35
Tegen: 15
Onthoudingen: 6

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet (Stuk 3-312) (Evocatieprocedure)

De voorzitter. - We stemmen eerst over amendement 2 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 4

Aanwezig: 56
Voor: 19
Tegen: 32
Onthoudingen: 5

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 3 van de heer Hugo Vandenberghe. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 4 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 5

Aanwezig: 56
Voor: 23
Tegen: 31
Onthoudingen: 2

-Het amendement is niet aangenomen.

(Stemming 6 werd geannuleerd.)

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 7

Aanwezig: 56
Voor: 32
Tegen: 15
Onthoudingen: 9

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

De heer Michel Guilbert (ECOLO). - Ik zou onze onthouding willen verklaren. Net als andere collega's betreuren wij dat het verval van het ontwerp betreffende de vaste boekenprijs niet wordt opgeheven. Dat ontwerp was door de Kamer overgezonden. Einde maart besloot de commissie voor de Financiën en de Economische Aangelegenheden haar werkzaamheden te onderbreken aangezien sommige senatoren, meer bepaald van de VLD, toch systematisch obstructie voerden.

De vaste boekenprijs is al vijftien jaar lang een klare eis van de Belgische boekenwinkels en literaire uitgevers. In een tiental lidstaten van de EU is het een instrument ter ondersteuning van de culturele verscheidenheid. Ondanks veel mooie woorden verkiezen sommigen blijkbaar de vrije markt boven die verscheidenheid. Wij hebben in elk geval onthouden dat de partijen zich ertoe hebben verbonden om de werkzaamheden verder te zetten. Ik heb de tekst opnieuw ingediend in de hoop dat wij de draad opnieuw opnemen waar wij hem in maart lieten vallen.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst van Locarno tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid, en met de Bijlage, ondertekend te Locarno op 8 oktober 1968 en gewijzigd op 28 september 1979 (Stuk 3-194)

Stemming 8

Aanwezig: 58
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 1

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Regeling van de werkzaamheden

De voorzitter. - Het Bureau stelt voor volgende week deze agenda voor:

Donderdag 4 december 2003

's ochtends om 10 uur

Wetsvoorstel tot toekenning van het actief en passief kiesrecht bij de gemeente- en provincieraadsverkiezingen aan de buitenlandse onderdanen (van de heer Philippe Mahoux c.s.); Stuk 3-13/1 tot 6.

Toe te voegen:

Wetsvoorstel betreffende de uitbreiding van het gemeentelijk stemrecht en het recht om verkozen te worden tot de niet-Europese onderdanen die in België verblijven (van mevrouw Jacinta De Roeck); Stuk 3-65/1 en 2;

Wetsvoorstel tot wijziging van de gemeentekieswet en de nieuwe gemeentewet, met betrekking tot het stemrecht en de verkiesbaarheid van niet-Belgen bij gemeente- en provincieraadsverkiezingen (van mevrouw Fatma Pehlivan en de heer Lionel Vandenberghe); Stuk 3-86/1 en 2;

Wetsvoorstel tot instelling van een volksraadpleging over het stemrecht voor vreemdelingen (van de heer Frank Vanhecke c.s.); Stuk 3-245/1 en 2;

Wetsvoorstel betreffende de uitbreiding van het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraads- en districtraadsverkiezingen tot de niet-Europese onderdanen die in België verblijven (van mevrouw Jacinta De Roeck en mevrouw Isabelle Durant); Stuk 3-262/1 en 2;

Wetsvoorstel tot wijziging van de gemeentekieswet en de nieuwe gemeentewet, met betrekking tot het stemrecht en de verkiesbaarheid bij gemeenteraadsverkiezingen van onderdanen van lidstaten van de Europese Unie en van de andere staatsburgers van buitenlandse nationaliteit die langer dan vijf jaar in België verblijven (van de heer Christian Brotcorne c.s.); Stuk 3-274/1 en 2;

Wetsvoorstel tot wijziging van de gemeentekieswet, gecoördineerd op 4 augustus 1932, teneinde bij de gemeenteraadsverkiezingen kiesrecht te verlenen aan de vreemdelingen die geen ingezetenen van de Europese Unie zijn (van mevrouw Christine Defraigne en mevrouw Amina Derbaki Sbaï); Stuk 3-275/1 en 2;

Wetsvoorstel houdende organisatie van een volksraadpleging over de toekenning van stemrecht op gemeentelijk niveau aan de in België verblijvende niet-Europese Unie onderdanen (van de heren Jean-Marie Dedecker en Hugo Coveliers); Stuk 3-291/1 en 2.

's namiddags om 15 uur

Hervatting van de agenda van de ochtendvergadering.

eventueel, 's avonds om 19 uur

Hervatting van de agenda van de ochtendvergadering.

Vrijdag 5 december 2003

's ochtends om 10 uur

Evocatieprocedure

Wetsontwerp houdende overname door de Belgische Staat van de wettelijke pensioenverplichtingen van de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom ten opzichte van haar statutair personeel; Stuk 3-333/1 en 2.

Wetsontwerp houdende instemming met het Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven, gedaan te Straatsburg op 24 november 1983; Stuk 3-218/1 en 2.

Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie, gedaan te Straatsburg op 27 januari 1999; Stuk 3-230/1 en 2.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Polen tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontduiken en het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Warschau op 20 augustus 2001; Stuk 3-232/1 en 2.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Kroatië tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 31 oktober 2001; Stuk 3-233/1 en 2.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regeringen van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, enerzijds, en de Regering van de Slowaakse Republiek, anderzijds, betreffende de overname van onregelmatig binnengekomen of verblijvende personen, ondertekend te Bratislava op 21 mei 2002; Stuk 3-234/1 en 2.

Vragen om uitleg:

's namiddags om 14.30 uur

Inoverwegingneming van voorstellen.

Mondelinge vragen.

Vanaf 16 uur: Naamstemmingen over de afgehandelde agendapunten in hun geheel.

Vragen om uitleg:

De heer Hugo Coveliers (VLD). - Ik neem aan dat het wetsvoorstel betreffende het stemrecht voor vreemdelingen op de agenda staat op voorwaarde dat de Raad van State een advies heeft geformuleerd en dat ook heeft meegedeeld.

De voorzitter. - Dat zal zeker gebeuren, en in de beide landstalen, mijnheer Coveliers; met een officiële vertaling en u zult die ontvangen

De heer Hugo Coveliers (VLD). - Frans-Arabisch?

De heer Philippe Mahoux (PS). - Tegen wanneer mogen wij het advies van de Raad van State verwachten?

De voorzitter. - Op dit ogenblik is er een advies in het Frans. Wij moeten dus wachten op de vertaling, waarvan de officiële versie denkelijk morgen beschikbaar zal zijn.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Zal het advies dan snel worden rondgedeeld?

De voorzitter. - Uiteraard.

Stemmingen

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Republiek Costa Rica inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, gedaan te Brussel op 26 april 2002 (Stuk 3-195)

Stemming 9

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergaderingen vinden plaats donderdag 4 december 2003 om 10 uur, om 15 uur en eventueel om 19 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 17.25 uur.)

Berichten van verhindering

Afwezig met bericht van verhindering: de heren Chevalier, Destexhe en Germeaux, in het buitenland, de heer Nimmegeers, om gezondheidsredenen, mevrouw Crombé-Berton en de heer Roelants du Vivier, wegens andere plichten.

-Voor kennisgeving aangenomen.

Bijlage

Naamstemmingen

Stemming 1

Aanwezig: 55
Voor: 19
Tegen: 31
Onthoudingen: 5

Voor

Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Christel Geerts, Caroline Gennez, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Moureaux, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Jacinta De Roeck, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Stemming 2

Aanwezig: 55
Voor: 33
Tegen: 15
Onthoudingen: 7

Voor

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Christel Geerts, Caroline Gennez, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Moureaux, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Michel Delacroix, Francis Detraux, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, Luc Paque, René Thissen.

Stemming 3

Aanwezig: 56
Voor: 35
Tegen: 15
Onthoudingen: 6

Voor

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Michel Guilbert, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Moureaux, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Michel Delacroix, Francis Detraux, Clotilde Nyssens, Luc Paque, René Thissen.

Stemming 4

Aanwezig: 56
Voor: 19
Tegen: 32
Onthoudingen: 5

Voor

Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Christel Geerts, Caroline Gennez, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Moureaux, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Jacinta De Roeck, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.

Stemming 5

Aanwezig: 56
Voor: 23
Tegen: 31
Onthoudingen: 2

Voor

Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Christel Geerts, Caroline Gennez, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Moureaux, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux.

(Stemming 6 werd geannuleerd.)

Stemming 7

Aanwezig: 56
Voor: 32
Tegen: 15
Onthoudingen: 9

Voor

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Christel Geerts, Caroline Gennez, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Moureaux, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Tegen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Michel Delacroix, Jacinta De Roeck, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, Luc Paque, René Thissen.

Stemming 8

Aanwezig: 58
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 1

Voor

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Michel Guilbert, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Jan Van Duppen, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

Onthoudingen

Hugo Vandenberghe.

Stemming 9

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Michel Guilbert, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Jan Van Duppen, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.

In overweging genomen voorstellen

Wetsvoorstellen

Artikel 77 van de Grondwet

Wetsvoorstel tot wijziging van de wetten betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke (van de heer Stefaan De Clerck c.s.; Stuk 3-329/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsvoorstel tot wijziging van de kieswetgeving, met het oog op de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde (van de heer Lionel Vandenberghe c.s.; Stuk 3-346/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot instelling van een volksraadpleging op federaal niveau (van mevrouw Jacinta De Roeck; Stuk 3-349/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 390 van het Gerechtelijk Wetboek om rechters in sociale zaken en in handelszaken de mogelijkheid te bieden zitting te hebben na het bereiken van de leeftijd van zevenenzestig jaar (van mevrouw Clotilde Nyssens; Stuk 3-365/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Artikel 81 van de Grondwet

Wetsvoorstel tot wijziging van een aantal wetten betreffende de dotaties aan het Rekenhof, de Vaste Comités van toezicht op de politie- en de inlichtingendiensten, de Federale ombudsmannen en de Benoemingscommissies voor het notariaat (van de heren Jean-Marie Dedecker en Luc Willems; Stuk 3-319/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsvoorstel betreffende de internering van delinquenten met een geestesstoornis (van de heer Stefaan De Clerck c.s.; Stuk 3-328/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 53 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (van de heer Didier Ramoudt; Stuk 3-330/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsvoorstel betreffende de administratieve afdoening van bepaalde inbreuken op de wetgeving inzake het wegverkeer (van de heer Didier Ramoudt; Stuk 3-331/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsvoorstel tot instelling van een adoptieverlof voor werknemers en zelfstandigen (van mevrouw Annemie Van de Casteele c.s.; Stuk 3-334/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, met het oog op de afschaffing van de verminderingscoëfficiënt bij vervroegde pensionering (van mevrouw Annemie Van de Casteele c.s.; Stuk 3-335/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van de gecoördineerde ziekteverzekeringswet, met het oog op de organisatie van verkiezingen tot vaststelling van de vertegenwoordiging van de representatieve beroepsorganisaties van de verpleegkundigen in de organen van het RIZIV (van mevrouw Annemie Van de Casteele c.s.; Stuk 3-336/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot opheffing van de wet van 16 november 1993 houdende vaststelling van de civiele lijst voor de duur van de regering van Koning Albert II, tot toekenning van een jaarlijkse en levenslange dotatie aan Hare Majesteit Koningin Fabiola en van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip, alsook van de wet van 7 mei 2000 houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip, een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid en een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Laurent (van de heer Frank Creyelman c.s.; Stuk 3-337/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot oprichting van een bijzondere commissie er mede belast een met redenen omkleed advies uit te brengen over de toepassing van de grondwettelijke beginselen betreffende de uitoefening van de prerogatieven van de Koning, en over de verhoudingen der grote grondwettelijke machten onderling (van de heren Jurgen Ceder en Wim Verreycken; Stuk 3-341/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 12 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 (van de heer Didier Ramoudt; Stuk 3-344/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 5 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (van de heer Didier Ramoudt; Stuk 3-345/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en tot wijziging van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, met het oog op de afschaffing van de sociale zekerheidsbijdragen op premies toegekend voor ploegenarbeid, nachtarbeid en onregelmatige prestaties (van de heer Ludwig Caluwé; Stuk 3-347/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 104 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (van de heer Didier Ramoudt; Stuk 3-348/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wat schijnhuwelijken betreft (van de heer Jacques Germeaux; Stuk 3-354/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 14 van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij om de toepassingssfeer ervan uit te breiden tot ongewenste communicatie (van de heren Philippe Mahoux en Jean-François Istasse; Stuk 3-355/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot instelling van het gemeentelijk tutoraat voor jongeren tijdens de wachttijd (van mevrouw Marie-Hélène Crombé-Berton en mevrouw Christine Defraigne; Stuk 3-356/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van de artikelen 94 en 102 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, om elke daad van koophandel te verbieden die een minderjarige misleidt aangaande zijn rechten en plichten (van mevrouw Marie-Hélène Crombé-Berton; Stuk 3-357/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 216 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 (van mevrouw Annemie Van de Casteele c.s.; Stuk 3-358/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en zelfstandigen, wat de cumulatie van een overlevingspensioen en een ziekte- en invaliditeitsuitkering betreft (van mevrouw Annemie Van de Casteele c.s.; Stuk 3-359/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 29 maart 1976 betreffende de gezinsbijslag voor zelfstandigen (van mevrouw Annemie Van de Casteele c.s.; Stuk 3-360/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Voorstel van resolutie

Voorstel van resolutie teneinde tot een ruimere transparantie te komen wat betreft de standpunten die België inneemt ten opzichte van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (van de heren Philippe Mahoux en Pierre Galand; Stuk 3-353/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.

Voorstellen van verklaring tot herziening van de Grondwet

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 72 van de Grondwet, om het op te heffen (van de heer Wim Verreycken c.s.; Stuk 3-340/1).

-Verzonden naar de Commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Voorstel van verklaring tot herziening van het decreet nr. 5 van 24 november 1830 betreffende de eeuwige uitsluiting van de familie Oranje-Nassau van enige macht in België (van de heer Frank Creyelman c.s.; Stuk 3-342/1).

-Verzonden naar de Commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Vragen om uitleg

Het Bureau heeft volgende vragen om uitleg ontvangen:

van mevrouw Anke Van dermeersch aan de minister van Financiën over "de verlaging van het BTW-tarief voor bepaalde producten en diensten" (nr. 3-62)

van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "de commissie voor regularisatie van vreemdelingen" (nr. 3-63)

van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "de tenuitvoerlegging van de bepalingen over het nieuwe veiligheidskorps voor de politie van hoven en rechtbanken" (nr. 3-64)

van mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "de voortzetting van het Europees project `Insert' in de Franstalige gevangenissen" (nr. 3-65)

van de heer Hugo Vandenberghe aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken over "de Russische waardepapieren van vóór 1917" (nr. 3-66)

van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "het nationaal actieplan tegen geweld op vrouwen" (nr. 3-67)

-Deze vragen worden naar de plenaire vergadering verzonden.

Evocatie

De Senaat heeft bij boodschap van 26 november 2003 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die datum, van:

Wetsontwerp betreffende terroristische misdrijven (Stuk 3-332/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Boodschap van de Kamer

Bij boodschap van 20 november 2003 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat overgezonden, zoals het ter vergadering van dezelfde dag werd aangenomen:

Artikel 78 van de Grondwet

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 2 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het "handvest van de sociaal verzekerde" (Stuk 3-362/1).

-Het ontwerp werd ontvangen op 21 november 2003; de uiterste datum voor evocatie is maandag 8 december 2003.

Indiening van wetsontwerpen

De Regering heeft volgende wetsontwerpen ingediend:

Wetsontwerp houdende instemming met het Akkoord tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de arbitrage in verband met de reactivering en de modernisering van de IJzeren Rijn, gesloten te Den Haag bij wisseling van nota's gedagtekend op 22 juli 2003 en 23 juli 2003 (Stuk 3-363/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en Georgië tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 december 2000 (Stuk 3-364/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging.

Informele mededeling van een verdrag

Bij brief van 18 november 2003 heeft de minister van Financiën aan de Senaat ter kennisgeving overgezonden, de tekst van de Avenant bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van sommige andere aangelegenheden inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en het desbetreffende slotprotocol, ondertekend te Luxemburg op 17 september 1970.

Deze tekst zal tevens worden gepubliceerd op de website van de Federale Overheidsdienst Financiën (www.fiscus.fgov.be).

Dit Avenant werd nog niet aan de Kamers ter goedkeuring voorgelegd.

-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.

Arbitragehof - Arresten

Met toepassing van artikel 113 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Arbitragehof - Prejudiciële vragen

Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof aan de voorzitter van de Senaat kennis van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Centrale Raad voor het Bedrijfsleven

Bij brief van 17 november 2003 heeft de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, overeenkomstig artikel 1 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven aan de Senaat overgezonden:

goedgekeurd tijdens zijn plenaire vergadering van 13 november 2003.

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en Nationale Arbeidsraad

Bij brief van 17 november 2003 hebben de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Nationale Arbeidsraad, overeenkomstig artikel 1 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven en artikel 1 van de organieke wet van 29 mei 1952 tot inrichting van de Nationale Arbeidsraad aan de Senaat overgezonden, het gezamenlijke advies over het plan ter uitvoering van de Wereldtop van Johannesburg inzake duurzame ontwikkeling.

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden en naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.