3-216

3-216

Belgische Senaat

3-216

Handelingen - Nederlandse versie

DONDERDAG 26 APRIL 2007 - NAMIDDAGVERGADERING


Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.


Inoverwegingneming van voorstellen

In memoriam mevrouw Irène Pétry, minister van Staat

Mondelinge vragen

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (Stuk 3-2362) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen (Stuk 3-2363) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie (Stuk 3-2364) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot aanpassing van het Gerechtelijk Wetboek aan de wetgeving ter bestrijding van discriminatie en tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (Stuk 3-2365)

Mondelinge vragen

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (Stuk 3-2362) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen (Stuk 3-2363) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie (Stuk 3-2364) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot aanpassing van het Gerechtelijk Wetboek aan de wetgeving ter bestrijding van discriminatie en tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (Stuk 3-2365)

Wetsontwerp betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg (Stuk 3-2397) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp met betrekking tot de regeling van de geschillen in het kader van de wet van ... betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg (Stuk 3-2398)

Wetsontwerp tot verbetering van het sociaal statuut van de betaalde sportbeoefenaar (Stuk 3-2400) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek ter bevordering van de erfrechtelijke bescherming van buitenhuwelijkse kinderen (Stuk 3-2392) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp houdende diverse arbeidsbepalingen (Stuk 3-2438) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen (Stuk 3-2439) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 26 maart 2003 houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen inzake het waardevast beheer van in beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties (Stuk 3-2428)

Wetsontwerp tot tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000, van het Europees Verdrag van Luxemburg van 20 mei 1980 betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, en van het Verdrag van 's-Gravenhage van 25 oktober 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (Stuk 3-2435)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid (Stuk 3-2437) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (Stuk 3-2429) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp betreffende bepaalde bankdiensten (Stuk 3-2416) (Evocatieprocedure)

Wetsvoorstel dat ertoe strekt te waarborgen dat zichtrekeningen bij kredietinstellingen kosteloos kunnen worden gesloten (van mevrouw Joëlle Kapompolé en mevrouw Olga Zrihen, Stuk 3-1406)

Wetsontwerp betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten (Stuk 3-2419) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 11 augustus 1987 houdende waarborg van werken uit edele metalen (Stuk 3-2421) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp betreffende de oprichting van een commerciële vastgoedmaatschappij door de Staat (Stuk 3-2415) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles (Stuk 3-2422) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2006 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E voor het kalenderjaar 2007 (Stuk 3-2417) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp houdende dringende spoorwegbepalingen (Stuk 3-2434) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008 (Stuk 3-2436) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten (Stuk 3-2440) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 190 en 195 van het Wetboek diverse rechten en taksen, wat het bedrag betreft van de belasting voor aanplakking en de betaling ervan (Stuk 3-2441) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen (Stuk 3-2444) (Evocatieprocedure)

Ontwerp van programmawet (Stuk 3-2427) (Evocatieprocedure)

Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen met het oog op de invoering van de deelname op afstand aan de algemene vergadering (van mevrouw Stéphanie Anseeuw en de heer Luc Willems, Stuk 3-2111)

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 119ter van de Nieuwe Gemeentewet, betreffende de invoering van herstelmaatregelen voor minderjarigen in het raam van administratieve sancties (van de heer Christian Brotcorne c.s., Stuk 3-1963)

Voorstel van resolutie over het Belgisch beleid betreffende de hervorming van het bestuur en het beleid van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (van de heer Pierre Galand en mevrouw Olga Zrihen, Stuk 3-1920)

"BRIC" (Brazilië, Rusland, India en China) (Stuk 3-1517)

Mondelinge vragen

Vraag om uitleg van de heer Hugo Vandenberghe aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «het stopzetten van de Nederlandstalige publicatie van de arresten van het Hof van Cassatie» (nr. 3-1418)

Vraag om uitleg mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «de Europese spaarrichtlijn en de inkomsten uit heffing van niet-residenten» (nr. 3-2322)

Vraag om uitleg van de heer Stefaan Noreilde aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «het verlaagd BTW-tarief bij heropbouw van een woning» (nr. 3-2339)

Vraag om uitleg van de heer Jan Steverlynck aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de uitvoering van de integratie van de kleine risico's in het sociaal statuut van de zelfstandigen» (nr. 3-2281)

Vraag om uitleg van de heer Stefaan Noreilde aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de beloofde informatie naar aanleiding van de wet betreffende de rechten van vrijwilligers» (nr. 3-2340)

Vraag om uitleg mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen en aan de minister van Werk en aan de staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap over «de reïntegratie van de positie van gehandicapte personen op de arbeidsmarkt» (nr. 3-2324)

Vraag om uitleg van de heer Stefaan Noreilde aan de staatssecretaris voor Overheidsbedrijven over «het negeren van stopseinen» (nr. 3-2338).

Vraag om uitleg mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Leefmilieu en minister van Pensioenen over «de impact van bio-ethanol op de ozonlaag en het milieu» (nr. 3-2323)

Vraag om uitleg mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Leefmilieu en minister van Pensioenen over «de slechte werking van de emissiehandel» (nr. 3-2325)

Vraag om uitleg van de heer Yves Buysse aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over «de ontradingscampagnes met betrekking tot de illegale immigratie» (nr. 3-2319)

Vraag om uitleg mevrouw Fatma Pehlivan aan de minister van Buitenlandse Zaken over «de houding van de Belgische regering inzake het politiek, cultureel en economisch isolement van Noord-Cyprus» (nr. 3-2333)

Stemmingen

Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet (Stuk 3-2377)

Voorstel van verklaring tot herziening van titel II van de Grondwet, om nieuwe bepalingen in te voegen betreffende de rechten van het kind (van mevrouw Sabine de Bethune, Stuk 3-155)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 72 van de Grondwet, om het op te heffen (van de heer Wim Verreycken c.s., Stuk 3-340)

Voorstel van verklaring tot herziening van het decreet nr. 5 van 24 november 1830 betreffende de eeuwige uitsluiting van de familie Oranje-Nassau van enige macht in België (van de heer Frank Creyelman c.s., Stuk 3-342)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 62, derde lid, eerste volzin, van de Grondwet, om de stemplicht af te schaffen (van de heer Jacques Germeaux c.s., Stuk 3-830)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 59 van de Grondwet, teneinde de senatoren van rechtswege niet langer te onttrekken aan de gewone rechtsgang (van de heer Wim Verreycken, Stuk 3-858)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 113 van de Grondwet (van de heer Wim Verreycken, Stuk 3-1045)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 59 van de Grondwet (van de heer Michel Delacroix, Stuk 3-1156)

Voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet, met als doel in de gebruikte terminologie de geslachtsgelijkheid tot uitdrukking te brengen (van mevrouw Sabine de Bethune c.s., Stuk 3-1372)

Voorstel van verklaring tot herziening van de artikelen 66, eerste lid, en 71, eerste en tweede lid, van de Grondwet, teneinde de bepalingen betreffende de parlementaire vergoeding te actualiseren (van mevrouw Sabine de Bethune, Stuk 3-1416)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 30 van de Grondwet, om de bescherming der talen uit te breiden (van de heren Joris Van Hauthem en Karim Van Overmeire, Stuk 3-1560)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 24, §1, vierde lid, van de Grondwet, ertoe strekkende er de keuze in op te nemen voor een cursus filosofie in het laatste jaar van het hoger secundair onderwijs (van mevrouw Amina Derbaki Sbaï c.s., Stuk 3-1608)

Voorstel van verklaring tot herziening van titel III, hoofdstuk I, van de Grondwet, teneinde daarin een artikel 48bis in te voegen houdende de verplichting voor een verkozene om zijn mandaat ook op te nemen (van de heer Francis Delpérée, Stuk 3-1640)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 1 van de Grondwet, teneinde hierin het begrip scheiding van Kerk en Staat in te voeren (van mevrouw Amina Derbaki Sbaï c.s., Stuk 3-2112)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 1 van de Grondwet, ten einde er het beginsel van de scheiding van Kerk en Staat in op te nemen (van de heer François Roelants du Vivier, Stuk 3-2134)

Voorstellen van verklaring tot herziening van de Grondwet (van de heer Joris Van Hauthem c.s., Stuk 3-2140 tot 3-2341)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 21, tweede lid, van de Grondwet om het aan te vullen met het principe dat de wet altijd boven religieuze akten staat (van mevrouw Christine Defraigne, Stuk 3-2379)

Voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet (van de heer Luc Van den Brande c.s., Stuk 3-2381)

Voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet met betrekking tot de gewaarborgde vertegenwoordiging van de Duitstalige Gemeenschap in de federale kamers, de constitutieve autonomie en de overname van de provinciale bevoegdheden en financiën door de Duitstalige Gemeenschap (van de heer Berni Collas, Stuk 3-2413)

Berichten van verhindering

Bijlage


Voorzitter: mevrouw Anne-Marie Lizin

(De vergadering wordt geopend om 15.10 uur.)

Inoverwegingneming van voorstellen

De voorzitter. - De lijst van de in overweging te nemen voorstellen werd rondgedeeld.

Leden die opmerkingen mochten hebben, kunnen die vóór het einde van de vergadering mededelen.

Tenzij er afwijkende suggesties zijn, neem ik aan dat die voorstellen in overweging zijn genomen en verzonden naar de commissies die door het Bureau zijn aangewezen. (Instemming)

(De lijst van de in overweging genomen voorstellen wordt in de bijlage opgenomen.)

In memoriam mevrouw Irène Pétry, minister van Staat

De voorzitter (voor de staande vergadering). - Irène Pétry, een vrouw die in meer dan een opzicht uitzonderlijk was, heeft ons verlaten.

Zij was een van de eerste vrouwen die een politieke loopbaan heeft opgebouwd die haar tot op het hoogste niveau heeft gevoerd.

Centraal in haar strijd stond heel haar leven lang de idee van de gelijkheid en de emancipatie van man en vrouw.

Ze werd geboren in Borgworm in juni 1922, waar zij met haar vijf broers opgroeide in een arbeidersgezin. Haar ouders waren actieve leden de Belgische Werkliedenpartij. Als jonge vrouw nam Irène zeer vroeg deel aan de plaatselijke vergaderingen van de partij.

Ondanks de crisis kon zij in 1942 de moderne humaniora, economische afdeling, afmaken in het Koninklijk Atheneum van Borgworm. Wegens de oorlog en het gebrek aan financiële middelen kon zij echter niet voortstuderen.

Zij werd bediende in een privéfirma, daarna in de Clinique Joseph Wauters, het ziekenhuis van de Socialistische Ziekenfondsen van Borgworm, waar zij belast werd met de oprichting van een afdeling van de Socialistische Vooruitziende Vrouwen.

Haar activiteiten werden opgemerkt door de Luikse Federatie, die haar voordroeg als secretaresse van de nationale secretaris van de toenmalige SVV.

Zij vestigde zich te Brussel en werd weldra tevens hoofdredactrice van het maandblad `La Femme prévoyante'.

In 1953 kwam zij aan de top van de SVV als Franstalig nationaal secretaris, een functie die zij uitoefende tot in 1982.

In die jaren nam Irène Pétry op de RTB de presentatie van het programma `La Pensée socialiste' gedeeltelijk voor haar rekening.

In 1966 werd zij ondervoorzitster en daarna voorzitster van de Internationale Vrouwenraad van de Socialistische Internationale en ten slotte bracht zij het tot ondervoorzitster van de Socialistische Internationale.

In het raam van haar optreden binnen de socialistische vrouwenbewegingen hield zij reeds in de jaren 1950 pleidooien voor de economische en juridische gelijkheid van man en vrouw in onze samenleving. Zij speelde eveneens een voortrekkersrol wanneer het ging om abortus uit het strafrecht te halen en op het vlak van de geboorteregeling, en zij ijverde er dan ook voor dat de vrouw vrij moet kunnen beslissen over haar moederschap. Ook het verantwoord vaderschap vormde samen daarmee een van haar strijdpunten.

Voorts distantieerde zij zich van de extremistische neofeministische bewegingen van de jaren zeventig. Zij verklaarde met name dat specifiek vrouwelijke problemen als dusdanig niet bestaan en dat de problemen waarmee vrouwen af te rekenen hebben, onderzocht moeten worden binnen de maatschappelijke context in zijn geheel.

Sinds 1973 maakte Irène Pétry deel uit van het dagelijks bestuur van de Socialistische Partij.

In 1978 richtte zij samen met Ernest Glinne en Jacques Yerna de politieke denkgroep `Tribunes socialistes' op. Deze beweging stelde zich links op ten opzichte van de partijlijn en was openlijk Waalsgezind.

Zij vervulde talrijke politieke mandaten en functies.

Op gemeentelijk vlak was zij raadslid in Ukkel en later in Sprimont.

Van januari tot oktober 1973 bekleedde zij als extraparlementair de functie van staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking in de regering Leburton-Tindemans-De Clercq.

Toen Irène Pétry aan het hoofd van het departement kwam, verklaarde zij een efficiënter beleid te willen voeren en koos zij voor een betere geografische en sectoriële verdeling van de hulp aan de derdewereldlanden en vooral voor een doelmatiger coördinatie tussen de bilaterale hulp en de multilaterale hulp, welke laatste meer aandacht verdiende.

Zij zorgde er met name voor dat Chili onder de regering van Salvador Allende op aanzienlijke hulp kon rekenen. Toen Generaal Pinochet de macht greep, liet zij deze hulp echter stopzetten.

Tevens spoorde zij de regering aan noodhulp te verlenen tijdens de dramatische droogte in de Sahel.

Zij verliet de regering toen het kabinet in oktober 1973 gewijzigd werd.

Bij de daaropvolgende vervroegde verkiezingen werd Irène Pétry verkozen als lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers voor het arrondissement Luik.

In maart 1977 nam zij zitting in de Senaat als rechtstreeks verkozene voor het arrondissement Luik.

In het Parlement bleef ze zich actief bezighouden met de betrekkingen tussen België en Chili, met het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking in het algemeen en tevens met levensvragen zoals de abortusproblematiek.

Zij nam actief deel aan de bespreking van de wet van 1976 op de huwelijksvermogensstelsels, waardoor met name de rechtsgelijkheid van de echtgenoten bekrachtigd werd.

Ondertussen werd zij bij de oprichting van de Franse Gemeenschapsraad in 1980 verkozen tot voorzitster. Deze functie zou ze neerleggen in 1982.

Wanneer in 1984 het Arbitragehof werd ingesteld werd zij door de Senaat verkozen tot lid van dat Hof, waar zij medevoorzitster werd.

Irène Pétry ging in juni 1992, op haar zeventigste verjaardag, definitief met pensioen en werd door de Koning benoemd tot Minister van Staat.

Zowel een grote vrouw als een overtuigde socialiste is ons ontvallen.

Namens de Senaat en uit eigen naam bied ik haar familieleden en nabestaanden onze blijken van medeleven aan.

(De vergadering neemt een minuut stilte in acht.)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Alain Destexhe aan de eerste minister over «de kernreactor van Kinshasa» (nr. 3-1511)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

De heer Alain Destexhe (MR). - Onlangs heb ik in Kinshasa de kernreactor bezocht. Het is de oudste in Afrika.

Die reactor verkeert in een erbarmelijke staat: weinig externe beveiliging, geen beschermingsmaatregelen tegen straling en een besturingssysteem beneden alle peil. RTL-TVI heeft destijds beelden uitgezonden waarop te zien was dat de knop waarmee de reactor in gang wordt gezet, enkel met een plastic dopje was afgeschermd en dat uraniumstaven met een vishengel werden gemanipuleerd.

Volgens het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie beantwoorden slechts 10% van de maatregelen voor veiligheid en bescherming tegen straling aan de internationale normen. Die centrale is gevaarlijk, zowel wegens het stralingsrisico als het risico van proliferatie. Als de staven niet gebruikt worden, kunnen ze immers nog verkocht worden om te worden verwerkt in `vuile' bommen. Dat risico is reëel! Eind jaren '70 zijn in die kerncentrale twee uraniumstaven verdwenen. Eén daarvan is twintig jaar later teruggevonden; ze was in handen van de Siciliaanse maffia.

Enkele weken geleden heeft de eerste minister zich ertoe verbonden verduidelijking te vragen, met name over de samenwerking met het Studiecentrum voor Kernenergie van Mol. De reactor werd immers gebouwd met de steun van België.

Welke informatie heeft hij gekregen over de reactor en de mogelijke gevaren?

Zal België het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie steunen om meer veiligheid en bescherming te garanderen, of zullen we aansturen op de definitieve ontmanteling van de reactor?

Heeft de Congolese overheid of het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie contact opgenomen met de Belgische regering over dit dossier?

Zelfs als de kernreactor in de eerste plaats wordt aangepast aan de internationale voorschriften inzake stralingsbescherming, zal hij op middellange termijn toch moeten worden ontmanteld. Er bestaan alternatieven, zoals de deeltjesversnellers. Ik pleit ervoor dat de reactor wordt ontmanteld en dat de nucleaire brandstof naar de Verenigde Staten wordt teruggebracht.

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - We hebben een voorafgaand onderzoek laten uitvoeren door het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) in Mol. Het resultaat van die eerste analyse is vertrouwelijk.

Net als het SCK, denken we dat elk Belgisch initiatief moet kaderen in een optreden van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA), dit met het oog op transparantie en coherentie.

Het IAEA bevestigt dat deze reactor, die al twintig jaar stilligt, door de reactorbrandstof een veiligheidsrisico inhoudt. Het heeft een vertrouwelijk actieplan opgezet om de beveiliging en de veiligheid in de DRC aan te pakken. De maatregelen moeten de veiligheid van de onderzoeksreactor verbeteren. Of de reactor definitief wordt stilgelegd, of terug zal worden opgestart, doet er niet toe. Die beslissing kan alleen de Congolese overheid nemen.

Het IAEA heeft onlangs in de DRC ook en veiligheidsmissie uitgevoerd.

Wij zijn voorstander van een Belgische inbreng ter ondersteuning van het actieplan van het IAEA. In welke vorm dat kan gebeuren, wordt nog bestudeerd. We zouden technische bijstand kunnen leveren, bijvoorbeeld door Belgische deskundigen en de expertise van het SCK ter beschikking te stellen.

Met onze vrijwillige bijdrage aan het budget van het IAEA leveren we ook een financiële bijstand. We zouden een deel van die bijdrage kunnen reserveren voor maatregelen met betrekking tot de reactor van Kinshasa.

De Congolese overheid heeft over dit dossier geen formeel contact opgenomen met de Belgische regering.

De heer Alain Destexhe (MR). - Ik ben blij te vernemen dat de Belgische regering met deze zaak ernstig begaan is. Momenteel beantwoorden slechts 10% van de beschermings- en veiligheidsmaatregelen aan de internationale normen. In de eerste plaats moet ervoor gezorgd worden dat de installaties aan de internationale voorschriften beantwoorden.

Op middellange termijn moeten het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie, Congo en ook de overige partners - deze reactor gaat immers mede de internationale gemeenschap aan - de ontmanteling van de reactor overwegen en een oplossing vinden voor het afval, dat momenteel op de site verspreid ligt.

Mondelinge vraag van de heer Frank Creyelman aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en aan de staatssecretaris voor Overheidsbedrijven over «de incidenten met allochtone jongeren op 21 april op de lijn Brussel-Antwerpen» (nr. 3-1513)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

De heer Frank Creyelman (VL. BELANG). - Op zaterdag 21 april maakten een twintigtal allochtone jongeren, verspreid over de hele lengte van trein E3287, dat is lijn 25 van Antwerpen-Centraal naar Brussel-Zuid met tussenstop in Mechelen, om 17.57 uur enig amok. Daarbij vielen ze het treinpersoneel en de reizigers lastig. Ze werden door de politie van Mechelen van de trein gehaald.

Om 19.00 uur hebben dezelfde allochtone agressievelingen bij aankomst van de E3288, dat is de daaropvolgende trein, opnieuw reizigers en personeel van de NMBS lastiggevallen en verbaal en fysiek bedreigd.

Welke feiten vonden er precies plaats op deze treinreis, zowel tijdens de heen- als tijdens de terugreis? Hebben passagiers, treinpersoneel of manschappen van de ordehandhavingsdiensten lichamelijke schade opgelopen? Graag de nodige precisering. Hoeveel schade werd daarbij aangericht en wordt die verhaald op de amokmakers?

Hoeveel amokmakers werden geïdentificeerd en opgepakt, en hoeveel werden er administratief of gerechtelijk aangehouden? Hoeveel onder hen waren al bekend bij de politiediensten en voor welke feiten? Waarom werden bepaalde betrokkenen zo snel opnieuw losgelaten zodat ze op de terugweg opnieuw last konden verkopen?

Worden uit dit en voorgaande incidenten eindelijk eens de nodige politieke conclusies getrokken voor de aanpak van dergelijke probleemjongeren op treinen?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van vice-eersteminister Dewael.

Een groep jongeren, komend van de Nekker, stapte in Mechelen-Nekkerspoel op trein 3286 en maakte daar moeilijkheden. De treinbegeleidster weigerde door te rijden. Een vijftiental jongeren werd zonder problemen in het station Mechelen door de lokale politie van Mechelen uit de trein verwijderd. De trein kon met 19 minuten vertraging opnieuw vertrekken.

Dertien jongeren werden geïdentificeerd en op de volgende trein, 3287, richting Brussel gezet. Na vertrek van de spoorwegpolitie maakten ze ook daar amok. Niemand raakte gewond en de schade bleef beperkt tot het bevuilen van de trein met yoghurt. De spoorwegpolitie stelde een proces-verbaal op wegens verstoring van de openbare orde. Niemand werd gerechtelijk aangehouden. Tot zover de feiten.

Uit elk incident probeert de partij van de heer Creyelman garen te spinnen om haar stelling kracht bij te zetten dat onze maatschappij een en al onveiligheid is en dat dit te wijten is aan het falende veiligheidsbeleid van de regering. Welnu, de regering heeft maatregelen genomen om de veiligheid te verhogen. Er is meer blauw op straat en het jeugdsanctierecht werd aangescherpt. Specifiek voor de stations wordt de spoorwegpolitie versterkt en werd samen met de minister voor overheidsbedrijven Securail opgericht, de bewakingsdienst van de NMBS, die bij wet bepaalde politiële bevoegdheden kreeg. Toch zal er, ondanks alle maatregelen, nooit absolute veiligheid zijn. De regering zou duizenden agenten extra in dienst kunnen nemen, maar dan nog zal er criminaliteit en geweld blijven bestaan.

Mondelinge vraag van de heer Josy Dubié aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over «het bedrag van de `schandelijke' schuld van België» (nr. 3-1512)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

De heer Josy Dubié (ECOLO). - Gisterenavond organiseerde het Nationaal Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking (NCOS), in de BOZAR in Brussel een openbaar debat waaraan de minister heeft deelgenomen. Er werden vragen gesteld aan de politieke sprekers over de problematiek van de ontwikkelingssamenwerking.

In het debat over de schuld van de derde wereld werd gevraagd een parlementair onderzoek over de Belgische schuldvordering te organiseren om de medeverantwoordelijkheid te onderzoeken van België voor illegitieme of schandelijke schulden, zoals dat in 2006 ook in Noorwegen is gebeurd.

De minister antwoordde dat een dergelijk onderzoek nutteloos was aangezien hij reeds over die cijfers beschikte en dat die cijfers konden gevraagd worden via een parlementaire vraag.

Dat is precies het onderwerp van mijn vraag.

Hoeveel bedragen, per land, de illegitieme of schandelijke kredieten die door België werden verleend?

Is de minister van plan die schulden kwijt te schelden? Zo ja, is de minister van plan het bedrag van die kwijtschelding op te nemen in het jaarresultaat voor ontwikkelingssamenwerking, zoals dat het geval is voor de schuldverlichting van andere vorderingen ten opzichte van ontwikkelingslanden?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van minister De Decker.

Deze vraag is een nuttige aanvulling bij het debat over de toekomst van de Belgische ontwikkelingssamenwerking dat gisterenavond in het Paleis voor Schone Kunsten plaatsvond.

Op de vraag een parlementair onderzoek over de Belgische schuldvorderingen te organiseren om de medeverantwoordelijkheid van België inzake mogelijke illegitieme schulden vast te stellen, heb ik geantwoord dat de Belgische Staat, door toedoen van de Thesaurie van het ministerie van Financiën, de bedragen van de schuldvorderingen inderdaad kent.

Om uit te maken welke schulden achteraf als illegitiem of als schandelijk kunnen worden beschouwd, beschikken we niet over een internationale definitie, noch over criteria. De omstandigheden en de voorwaarden met betrekking tot die leningen moeten daarvoor worden onderzocht.

Ik heb er in principe geen enkel bezwaar tegen om alle schuldvorderingen te laten onderzoeken, maar rekening houdend met het ethische aspect van die problematiek, moet dat op wetenschappelijke basis gebeuren, eventueel ondersteund met een expertise van onze universiteiten.

Ik neem deze gelegenheid te baat om eraan te herinneren dat België, zowel op bilateraal als op multilateraal niveau, sterk pleit voor de kwijtschelding van schulden aan de armste landen of aan landen met een zware schuldenlast. In deze regeerperiode werden belangrijke bedragen kwijtgescholden. Zo werd aan de DRC schulden kwijtgescholden ten bedrage van meer dan 600 miljoen euro en wordt er nog in ongeveer 300 miljoen euro kwijtscheldingen voorzien.

De heer Josy Dubié (ECOLO). - Wat de minister zegt is niet juist, want er bestaat wel degelijk een internationale definitie van schandelijke schuld. Een schandelijke schuld is elke schuld die is aangegaan door een dictatoriale machthebber, zonder toestemming van de bevolking, zonder voordeel voor de bevolking en aangegaan met toestemming van de kredietverstrekkers. Een dergelijke schuld moet als niet bestaand worden beschouwd bij de val van het dictatoriale regime. Die definitie wordt in het internationale recht aanvaard.

Ik herinner eraan dat het begrip schandelijke schuldenlast voor het eerst werd gebruikt in 1898, na de oorlog tussen Spanje en de Verenigde Staten, en dat de Amerikanen weigerden de schulden te betalen die Spanje had aangegaan tegenover Cuba. Dat begrip bestaat dus sinds die periode.

De minister heeft gisteren tegenover een menigte specialisten gezegd dat hij over cijfers over de schandelijke schuld beschikt. Het spijt me te moeten zeggen dat hij gelogen heeft.

Mondelinge vraag van de heer Jean Cornil aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken over «de studie die alternatieven aanreikt voor het opsluiten van gezinnen met kinderen in gesloten centra met het oog op hun verwijdering» (nr. 3-1508)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

De heer Jean Cornil (PS). - Het studiebureau Sum Research heeft onlangs een studie afgerond over alternatieven voor de opsluiting van gezinnen met kinderen. De minister had iets minder dan een jaar geleden zelf de opdracht tot die studie gegeven.

Experts, die centra hebben bezocht, interviews hebben afgenomen, aan debatten en onderzoeken in het buitenland hebben deelgenomen, reiken een aantal alternatieven aan voor de opsluiting van gezinnen met kinderen wiens ouders illegaal verblijven in gesloten centra.

Wat denk de vice-eerste minister van in de studie voorgestelde maatregelen zoals individuele opvolging van de gezinnen, regularisatie van gezinnen met kinderen die reeds lang in het land verblijven, een meer open immigratiebeleid, evenals alternatieven voor de opsluiting van gezinnen met kinderen in gesloten centra?

Ik denk in het bijzonder aan de niet-opsluiting van gezinnen voortvloeiend uit de toepassing van het Verdrag van Dublin, met andere woorden, terugsturing naar het Europees land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, aan het principe van de opsluiting als heel uitzonderlijke maatregel en aan de oprichting van een familiaal terugkeercentrum.

Die maatregelen kunnen misschien niet vlug in praktijk worden gebracht, maar de vice-eerste minister heeft wel onmiddellijke maatregelen aangekondigd ter verbetering van de situatie van gezinnen die nu opgesloten zijn. Om welke maatregelen gaat het?

Mijn collega, Jean-Claude Maene, heeft gisteren dezelfde vragen gesteld in de Kamer. Hij stelt een moratorium op de opsluiting van kinderen en gezinnen voor.

Ik besef dat het niet mogelijk is tijdens de laatste weken van de regeerperiode deze problematiek ten gronde aan te pakken. De vice-eerste minister moet echter wel weten dat dit voor de socialistische partij een erg belangrijk punt is. Als we aan regeringsonderhandelingen deelnemen, zal dat één van onze prioriteiten zijn op het gebied van vreemdelingenrechten.

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van minister Dewael.

Tijdens de voorbije twee weken is in de commissie voor de Binnenlandse Aangelegenheden een uiteenzetting en een debat gehouden over de studie waarnaar de heer Cornil verwijst. Daaruit is gebleken dat er beslist een aantal interessante mogelijkheden zijn, maar dat er ook alternatieven worden voorgesteld die niet haalbaar zijn en soms zelfs in strijd zijn met de Europese reglementering.

Niet alle aanbevelingen kunnen worden toegepast.

Tijdens het debat in de Kamer is ook gebleken dat de studie toch heel wat kritiek en bemerkingen oogst. Het lijkt me nuttig die grondig te bestuderen.

In de studie wordt inderdaad een breed debat over het immigratiebeleid aanbevolen. Ik ben niet geneigd daarover nu al grote verklaringen af te leggen.

Het klopt dat ik gepoogd heb om, in de zin van het regeerakkoord, de humanisering van gesloten centra voort te zetten. Er werden afdelingen uitsluitend voor gezinnen met kinderen, opgericht. Het personeelsbestand werd versterkt. Er is begonnen met de indienstneming van 57 bijkomende personeelsleden, namelijk verplegers, maatschappelijk werkers, opvoeders en onderwijzers.

Ik heb ook de nodige maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat het verouderde transitcentrum 127 wordt vervangen door een splinternieuw centrum met het nodige comfort. Dat dossier zal nog deze week op de ministerraad worden besproken.

Het is ten slotte erg voorbarig om nu al te zeggen welke dossiers op de volgende regeringsonderhandelingen zullen worden besproken of op de verkiezingsresultaten. vooruit te lopen.

Mondelinge vraag van de heer Pierre Galand aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over «het gebruik van het NAIRU-concept door het Federaal Planbureau» (nr. 3-1509)

De heer Pierre Galand (PS). - Met enige emotie neem ik plaats op de tribune. Ik heb vanochtend mijn laatste cursus gegeven aan de universiteit en nu stel ik mijn laatste vraag in de Senaat. Wat een memorabele dag!

Beste collega's, ik neem deze gelegenheid te baat om u te danken voor het werk dat we samen konden verwezenlijken en voor de uitstekende relaties die we met elkaar hebben onderhouden.

In zijn verslag van mei 2006 Economische vooruitzichten 2006-2011, snijdt het Federaal Planbureau (FPB) het probleem van de arbeidsmarkt aan. In het onderdeel `Arbeidsreserve en werkloosheid' stelt het FPB in het bijzonder de resultaten voor van de NAIRU-berekening voor België. NAIRU staat voor `de werkloosheidsgraad die verzoenbaar is met stabiele inflatie'. Die term betekent met andere woorden de werkloosheidsgraad die nodig is om spanningen op de arbeidsmarkt te voorkomen die een loonsverhoging zouden kunnen teweegbrengen en dus een inflatie zouden kunnen veroorzaken.

Het FPB raamt de NAIRU voor ons land op iets meer dan 13% voor de periode van 2006 tot 2011. Moeten we daaronder verstaan dat, volgens het FPB, elke daling van de werkloosheid onder de 13% nadelig zou zijn voor de competitiviteit van ons land, omdat ze zou kunnen leiden tot een loonsverhoging?

Andere elementen lijken deze interpretatie in elk geval te bevestigen. In hetzelfde verslag benadrukt de instelling van openbaar nut haar vrees dat er loonspanningen kunnen ontstaan vanaf 2011, `wanneer de toename van de beroepsbevolking snel aan kracht begint in te boeten'.

Expliciet verwijzend naar de analyse van het FPB concludeert de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven dan ook dat `de participatie (aan de arbeidsmarkt) van de sociale groepen die thans te kampen hebben met een lage werkgelegenheidsgraad, t.w. de jongeren, de oudere werknemers, de laaggeschoolde werknemers, de vrouwen en de actieve allochtonen' moet worden aangemoedigd. Onder `participatie' verstaat de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven niet de daling van de werkloosheid bij die sociale groepen, maar wel hun terbeschikkingstelling voor de arbeidsmarkt. Die twee instellingen van openbaar nut lijken het dus eens te zijn over de noodzaak om een hoge werkloosheidsgraad te behouden door de concurrentie tussen de werknemers te doen toenemen.

Overeenkomstig de door de EU aangenomen `Richtsnoeren voor werkgelegenheid' leggen het FPB en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven dus geen kwantitatieve doelstellingen meer vast inzake de verlaging van de werkloosheid, maar spannen ze zich in om de toename van het arbeidsaanbod, de voorwaarde voor loonmatiging en prijsstabiliteit, te verhogen.

Wat denkt de minister over de verwijzing naar de NAIRU in het verslag van een instelling van openbaar nut? Moeten we daaruit besluiten dat de regering niet wenst dat de werkloosheid onder de 13% daalt om loonspanningen te vermijden? Gaat dat niet in tegen haar eigen doelstellingen op het gebied van de verlaging van de werkloosheid en de jobcreatie? Denkt de minister dat de verhoging van het werkaanbod een goede maatregel is in een context van hoge werkloosheid?

De heer Marc Verwilghen, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - Het Federaal Planbureau gebruikt de methodologie die door de Europese Commissie werd gekozen in het kader van de evaluatie van de stabiliteitsprogramma's en die bijgevolg door de Europese Raad werd goedgekeurd.

De methode wordt door het Federaal Planbureau toegepast op een ruim concept van werkloosheid, een concept dat steunt op een administratieve definitie die ook de oudere werklozen bevat.

Het NAIRU-concept wijst er alleen op dat onder een bepaald niveau, de werkloosheid niet blijvend kan dalen louter en alleen door een opleving van de conjunctuur. Er zijn dus ook andere factoren vereist. Alle maatregelen die ertoe strekken de vraag naar en het aanbod van werk op elkaar af te stemmen, kunnen het werkloosheidspercentage doen dalen.

Het welslagen van een dergelijk beleid moet dus een blijvende daling van de werkloosheid mogelijk maken zonder dat er inflatoire neigingen ontstaan.

De reeds doorgevoerde hervormingen op het gebied van de follow-up en de begeleiding van werkzoekenden en de maatregelen om het vervroegde uittreden uit de arbeidsmarkt te ontmoedigen, zouden een tastbare daling van de structurele werkloosheid mogelijk moeten maken.

Die hypothese wordt overigens opgenomen in de volgende vooruitzichten van het Federaal Planbureau die op 11 mei aan de sociale partners worden voorgesteld: zo zou de NAIRU met meer dan 1 percent dalen tussen 2006 en 2012.

Het beleid dat de participatie aan de arbeidsmarkt van de sociale groepen die thans te kampen hebben met een lage werkgelegenheidsgraad wil bevorderen, is er dus niet op gericht een hoog werkloosheidspercentage te behouden, maar integendeel een duurzame daling van de werkloosheid mogelijk te maken in een periode van gunstige economische conjunctuur zoals we er nu één kennen.

De heer Pierre Galand (PS). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. Ik heb evenwel enkele opmerkingen.

Vandaag is het beroep op de NAIRU een optie van de economen. De sociale organisaties zijn daar geen vragende partij voor. In de commissie mondialisering heeft de heer Joseph Stiglitz gezegd dat de NAIRU niet pertinent is om het verband tussen werkloosheid en inflatie te bepalen en dat het geloof in dat verband de regeringen belet een beleid te voeren dat gericht is op werkgelegenheid. De heer Stiglitz is een econoom met internationale faam ...

De heer Josy Dubié (ECOLO). - En hij heeft de Nobelprijs economie gekregen ...

De heer Pierre Galand (PS). - Ik stel voor dat rekening wordt gehouden met de woorden van een titularis van de Nobelprijs, dat er in de volgende regeerperiode een debat gehouden wordt om het NAIRU-concept opnieuw te definiëren en dat België, namens de Europese Unie, ervoor zorgt dat de noties werkgelegenheidsgraad en NAIRU opnieuw worden bestudeerd en geëvalueerd.

De heer Marc Verwilghen, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - Ik ben mij ervan bewust dat de NAIRU niet eenparig wordt aanvaard. Gelet op de meningsverschillen tussen scholen en personaliteiten over de begrippen werkgelegenheidsgraad en de NAIRU, zou het nuttig zijn dat in de Europese Unie en meer bepaald in de Raad en met de hulp van de Commissie, daarover een debat wordt gehouden.

11 mei is ook een belangrijke datum want dan vindt er een bespreking plaats tussen het Planbureau en de sociale partners. Hopelijk wordt daardoor ook een debat over de evaluatie van de NAIRU mogelijk.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (Stuk 3-2362) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen (Stuk 3-2363) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie (Stuk 3-2364) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot aanpassing van het Gerechtelijk Wetboek aan de wetgeving ter bestrijding van discriminatie en tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (Stuk 3-2365)

Voortzetting van de algemene bespreking

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik heb vanmiddag de voorzitter horen zeggen dat het de taak is van de Senaat wetten aan te passen, die juridisch-technisch slecht ineen zitten of die niet het noodzakelijke maatschappelijke draagvlak hebben. Welnu, dit is een typisch voorbeeld van een wet die slecht in mekaar zit en die geen maatschappelijk draagvlak heeft.

In het eerste deel van mijn uiteenzetting heb ik al gewezen op het gebrek aan verantwoording, op de beknotting van de vrije meningsuiting en op de gebrekkige en niet correcte definities in de wet. Ik wees op het problematische karakter van de rechtvaardigingsgronden en op alle bezwaren tegen het systeem van forfaitaire schadevergoedingen. Nu wil ik het nog hebben over de strafrechtelijke bepalingen, meteen ook het meest kwaadaardige gedeelte.

Artikel 20 bestraft degenen die aanzetten tot discriminatie of segregatie. De beoordeling daarvan is voor de rechters een subjectief gegeven en ook voor de rechtzoekende dreigt willekeur.

Wat eveneens opvalt in artikel 20 is dat het aanzetten tot handelingen verboden is, waar de handelingen zelf het niet zijn. Ik vermoed dat een degelijke bepaling een unicum is in dit land en in de andere landen van Europa.

Artikel 23 stelt discriminatie strafbaar voor ambtenaren en andere dragers van het openbaar gezag, maar niet voor burgers.

De artikelen 24 en 25 bestraffen burgers voor daden van discriminatie op de arbeidsmarkt en bij het leveren van goederen en diensten.

Artikel 20 bestraft het aanzetten tot elke vorm van discriminatie, ook buiten het toepassingsgebied van artikel 5 en de rest van deze wet.

Het is volstrekt onredelijk dat, waar bepaalde handelingen op zich niet verboden zijn, ook niet wat de burgerrechtelijke bepalingen van deze wet betreft, het aanzetten tot die handelingen niet alleen verboden, maar zelfs strafbaar is.

Bovendien is `het aanzetten tot' steeds een meningsuiting. In het licht van de rechtspraak van het EVRM is het duidelijk dat meningen nog minder aan beperkingen onderhevig mogen zijn dan handelingen en de voorwaarden van de EVRM voor de toelaatbaarheid van deze beperkingen zijn strenger dan voor het beperken van de vrijheid van handelen.

Het gaat niet op dat in een Belgische wet het omgekeerde principe wordt gehuldigd. Hoe zou men immers kunnen beweren, in een poging tot antwoord op de vaste rechtspraak van het EVRM, dat er hier een soort dwingende maatschappelijke nood is om het aanzetten tot bepaalde vormen van discriminatie strafrechtelijk aan te pakken, waar de wetgever die bepaalde vormen van discriminatie zelfs niet als fout beschouwt in burgerrechtelijke zin. Dit artikel is dan ook het beste bewijs dat deze wet niet ingegeven is door bezorgdheid voor slachtoffers van discriminatie, maar wel door de wil om politiek correcte opinies van politieke tegenstanders te bestraffen en onmogelijk te maken.

Dan komen we bij het fameuze artikel 21, dat het verspreiden van racistische ideeën strafbaar stelt. Discriminatiedeskundige Jogchum Vrielink haalt tegen deze bepaling bezwaren aan in het tijdschrift Samenleving en Politiek van maart 2007. Hij noemt artikel 21 zonder meer revolutionair. Journalist John De Wit van Gazet van Antwerpen wijdde aan die tekst een bijzonder interessant artikel. Ik citeer daaruit volgende passages:

`Wordt het verspreiden van de ideeën van Plato, de Koran, Voltaire en Montesquieu binnenkort strafbaar? Volgens discriminatiedeskundige Jogchum Vrielink alvast wél omdat de nieuwe antidiscriminatiewet, die donderdag door de Kamer wordt goedgekeurd, een wel erg verregaande bepaling bevat, die deze literatuur buiten de wet stelt.

In het jongste nummer van Samenleving en Politiek, een tijdschrift dat aanleunt bij de sp.a, heeft discriminatiedeskundige Jogchum Vrielink (auteur van het standaardwerk Handboek voor Discriminatierecht) ernstige vragen bij de nieuwe strafbaarstelling van het "verspreiden van denkbeelden die gegrond zijn op rassensuperioriteit". Het gaat om artikel 21 van de nieuwe antiracismewet.

Volgens Vrielink kunnen nu wel erg veel boeken verboden worden, want er worden bij dit nieuwe misdrijf geen verdere vereisten gesteld aan de bedoeling van de dader, de gevolgen voor de samenleving of voor de slachtoffers. Bij de verspreiding van dit soort ideeën moet de dader niet meer aanzetten tot haat, hij moet niet willen beledigen, hij moet alleen maar de geviseerde ideeën verspreiden.

Niet alleen de verspreiding van Hitlers Mein Kampf wordt strafbaar (dat is trouwens al zo op andere gronden), maar ook die van talloze filosofen: Plato, Kant, Nietzsche, pater De Las Casas (die in de renaissance vond dat Indianen een ziel hadden, maar "negers" niet), een reeks founding fathers van de democratie zoals Voltaire en Montesquieu en uiteindelijk bijna alle denkers uit de negentiende eeuw, toen het evolutionisme van de rassen centraal stond in de wetenschap. Ook Het Oude Testament, de Thora en de Koran komen in het vizier van de strafrechter.

Boeken die uittreksels uit die werken bevatten om ze aan te klagen, vallen eveneens onder de wet. Zoals bv. Karl Poppers The Open Society and Its Enemies, waarvan de vertaling in het Nederlands [nog niet zo lang geleden werd] voorgesteld door premier Verhofstadt in Antwerpen (...).

Volgens Vrielink voert men noch min noch meer de censuur opnieuw in.

Nu zal men zeggen: al deze filosofen worden niet bedoeld met de wet. Dat is inderdaad zo, maar het punt blijft dat de formulering vervolging van die filosofen wél mogelijk maakt. Zodat altijd een zwaard van Damocles boven de hoofden van de verspreiders blijft hangen. En dat leidt tot willekeur bij de vervolgingen en zoiets kan in een democratische samenleving niet.'

Vergeten we tussen haakjes niet dat de vervolging volledig geprivatiseerd wordt en aan willekeur blootstaat, doordat een private vereniging deze vervolging op gang kan brengen.

`Volgens Vrielink,' zo gaat het artikel verder, `wordt de dooddoener dat "de vrijheid van meningsuiting niet absoluut is" een soort van carte blanche die om het even welke beperking rechtvaardigt in het kader van de strijd tegen racisme.

De regering beweert in haar memorie van toelichting op de nieuwe antidiscriminatiewet, dat ze deze nieuwe strafbaarstelling moet invoeren van het Internationaal Verdrag inzake de Uitbanning van alle vormen van Rassendiscriminatie (IVUR). Dat verdrag werd in België goedgekeurd door de wet van 9 juli 1975.

Vrielink zegt dat de regering ongelijk heeft. Uitgerekend op het bewuste artikel dat nu wordt ingevoerd, maakte de toenmalige regering een voorbehoud. Ze ging er niet mee akkoord omdat het haaks op de vrijheid van meningsuiting stond. Liefst 19 andere staten maakten een soortgelijk voorbehoud, het artikel werd bijna nergens ingevoerd.

Volgens Vrielink is het dus absoluut niet nodig om deze nieuwe strafbaarstelling in te voeren, omdat men al "aanzetten tot haat, discriminatie en geweld" strafbaar heeft gemaakt.

De auteur vreest ook dat het nieuwe artikel 21 de toets van het Arbitragehof niet zal doorstaan. Wie het loutere "verspreiden van ideeën die gegrond zijn op rassuperioriteit of rassenhaat" strafbaar stelt, gaat aanmerkelijk verder dan wie "zijn voornemen tot haat of discriminatie bekend maakt" bestraft. Het Arbitragehof vernietigde die laatste strafbaarstelling.

Dit laatste misdrijf was vooral populair in de jaren zeventig, toen nogal wat cafés bordjes met daarop Interdit aux Nord-Africains voor hun ramen zetten. De bordjes werden strafbaar gemaakt, maar het Arbitragehof vernietigde die strafbaarstelling (tenminste in de antidiscriminatiewet) omdat ze botste met de vrijheid van meningsuiting. Zo'n bordje geeft volgens het Arbitragehof slechts aan dat je die allochtonen wil weigeren, niét dat je het ook effectief zal doen. Je kan immers nog van mening veranderen, vond het Hof.

Vrielink vreest dat het strafbaar maken van het loutere "verspreiden van ideeën" zeker kan sneuvelen bij het Arbitragehof, omdat dat Hof eerder al vond dat dit soort bordjes niet strafbaar mag worden gesteld. Vrielink besluit dat de vrijheid van meningsuiting door de nieuwe antidiscriminatiewet véél te zwaar wordt ingeperkt.

Opmerkelijk blijft bovendien dat het verspreiden van de idee van rassensuperioriteit strafbaar wordt, maar niet het verspreiden van ideeën over de inferioriteit van vrouwen, homo's of gehandicapten. De antidiscriminatiewet voert in deze zin zelfs nieuwe discriminaties in.'

Einde citaat.

Er zijn tegen dit voorgestelde artikel twee enorme bezwaren. Ten eerste zijn de begrippen veel te vaag en te open om een beperking op de vrijheid van mening te organiseren. Wat racisme is voor de ene mens, is gezond verstand voor de andere. Het minste wat kan worden gezegd is dat de meningen over wat racisme is, in hoever het toelaatbaar is, en hoe er strijd tegen moet worden geleverd, sterk uiteenlopen.

Ook rechters zijn mensen. Bij de bespreking van artikel 20 heb ik er al op gewezen dat we hen niet in een positie mogen plaatsen waarin ze worden gedwongen begrippen uit de strafwet in te vullen louter of vooral aan de hand van hun persoonlijke levensbeschouwelijke, ideologische en politieke opvattingen. Anderzijds moeten de rechtsonderhorigen vooraf perfect kunnen weten wanneer ze strafbare meningen verkondigen. De regering beperkt zich in de toelichting bij dit voorgestelde artikel tot - alweer - de verwijzing naar het Verdrag van New York van 1965, wat als verantwoording ruimschoots onvoldoende is. België diende immers, net als andere ondertekenende staten een voorbehoud in waarin precies naar de vrijheid van meningsuiting werd verwezen. Ook in de oorspronkelijke antiracismewet, die een dergelijke bepaling niet bevatte, werd verschillende keren naar dit voorbehoud verwezen. Verschillende staten, ook staten die het voorbehoud niet hebben gemaakt, hebben bovendien geen enkele strafbepaling opgenomen over het verspreiden van ideeën. Geen van de betreffende staten wordt op de vingers getikt door het bevoegde VN-comité.

De afwezigheid van de voorwaarde van een bijzonder opzet is onaanvaardbaar. Onlangs nog werd een boekhandelaar die een SS-pamflet had gereproduceerd en verkocht, vrijgesproken door een Belgische rechtbank. De vrijspraak was terecht. Er was immers op geen enkele wijze aangetoond dat de boekhandelaar de bedoeling had aan te zetten tot racisme. Hij verspreidde willens en wetens het pamflet, wetende ook welke ideeën erin vervat lagen, zonder de bedoeling wie dan ook tot wat dan ook aan te zetten, tenzij tot historische nieuwsgierigheid. Onder het regime van voorliggend artikel 21 kon die man niet worden vrijgesproken, noch de boekhandelaar die Mein Kampf verkoopt of enig ander minder manifest racistisch historisch werk, omdat aan de rechter niet wordt gevraagd te onderzoeken of de beschuldigde effectief de bedoeling had tot rassenhaat aan te zetten. Het loutere feit dat hij deze op schrift gestelde ideeën verspreidt, volstaat.

Artikel 22 stelt strafbaar `zij die lid zijn van of medewerking verlenen aan een vereniging die discriminatie of segregatie verkondigt.' Het is onduidelijk waarom wordt gesproken over `verkondigen' en niet over `aanzetten tot', zoals in artikel 20. Dat is alweer een onvergeeflijke slordigheid in de redactie. Ook valt op dat artikel 22 het aanzetten tot haat en geweld door de betrokken groep niet strafbaar stelt. We kunnen toch veronderstellen dat geweld in de meeste gevallen erger is dan discriminatie. Artikel 20 beoogt wel de bestraffing van aanzetten tot geweld. Waarom wordt `geweld' niet in artikel 22 opgenomen? Wat is de dwingende maatschappelijke noodzaak om een zelfstandig misdrijf te maken van het louter `lidmaatschap van of medewerking aan een vereniging of groep die aanzet tot discriminatie'? Op zijn minst zijn dat onvoldoende redenen om het fundamentele recht op vereniging hiervoor aan te tasten. De gewone regels inzake daderschap, mededaderschap, medeplichtigheid, bendevorming volstaan ruimschoots om het aanzetten tot discriminatie in groepsverband aan te pakken. Ook het geven van een opdracht wordt in deze wet als zelfstandige grond opgenomen. Hoe kan worden verklaard dat passief lidmaatschap van een vereniging die discriminatie verkondigt, tot precies dezelfde straffen leidt als het aanzetten tot discriminatie of tot het verspreiden van racistische theorieën zelf? Of men nu lid is van een vereniging die strafbare feiten begaat of zelf strafbare feiten begaat, de straf is identiek. Ook de dienst wetsevaluatie heeft zijn verwondering daarover geuit. Deze verwondering is uiteraard het gevolg van de naïviteit van eerlijke juristen. Wij, die reeds het slachtoffer van dit artikel zijn geweest, het vroegere artikel 3 uit de racismewet, weten waarvoor het moet dienen, namelijk om de georganiseerde politieke tegenstander aan te pakken en `het kwaad' met wortel en tak uit te roeien. Daartoe zijn alle middelen goed.

De strafbaarstelling in artikel 22 is enorm uitgebreid: elke vorm van medewerking wordt beoogd, ook al heeft de medewerker of het lid zelf geen enkele slechte bedoeling. Ik geef een paar voorbeelden: een fotokopiewinkel die willens en wetens en een fotokopieerapparaat ter beschikking stelt van een in het artikel bedoelde groep of vereniging, is strafbaar, ook al hebben de gekopieerde teksten zelf geen enkele racistische inhoud. Een exploitant van een zaal is strafbaar indien hij zijn zaal ter beschikking stelt van een dergelijke groep, ook al heeft de activiteit die in zijn zaal wordt georganiseerd niets te maken met het aanzetten tot racisme. De activiteit kan zelfs een geldinzamelingsactie voor de derde wereld zijn.

Een taxichauffeur die willens en wetens een leider van de bedoelde groep of vereniging naar een meeting voert, ook al heeft die bijeenkomst niets te maken met aanzetten tot racisme, is strafbaar. Nergens wordt vereist dat er bijzonder opzet is van betrokken medewerker of lid om medewerking te verlenen aan het aanzetten tot discriminatie. Als de betrokken vereniging de vorm aanneemt van een politieke partij, zijn er tienduizenden potentiële daders die volledig naar willekeur voor de rechtbank kunnen worden gedaagd en bestraft. Ik benadruk `naar willekeur' voor de in artikel 32 vermelde verenigingen, want de beslissing tot vervolging wordt niet genomen door het parket maar door een rist van private clubjes, voor wie het volstaat in hun statuten te vermelden dat ze tegen discriminatie gekant zijn, om rechtstreeks te kunnen dagvaarden.

Zulk een draconische strafbaarstelling is volstrekt onnodig en zelfs gevaarlijk. De daders, de opdrachtgevers en de medeplichtigen aanpakken moet toch wel ruimschoots volstaan om de bedoelde fenomenen aan te pakken. Wil men toch met artikel 32 volharden, dan dient er op zijn minst een voorwaarde van bijzonder opzet te worden aan toegevoegd.

Ik heb besloten er de terrorismewetgeving van België en Nederland op na te slaan. Artikel 140, §1, van de wet op de terroristische misdrijven bepaalt dat `Iedere persoon die deelneemt aan enige activiteit van een terroristische groep, zij het ook door het verstrekken van gegevens of materiële middelen aan een terroristische groep of door het in enigerlei vorm financieren van enige activiteit van een terroristische groep, terwijl hij weet dat zijn deelname bijdraagt tot het plegen van een misdaad of wanbedrijf door de terroristische groep, wordt gestraft met ...'. Met andere woorden, er wordt geëist dat betrokkene om strafbaar te zijn, goed weet waarmee hij bezig is. Het kan moeilijk worden aangenomen dat het aanzetten tot discriminatie een ernstiger misdrijf is dan het plegen van terroristische activiteiten. Anders verwacht ik daarover een gedegen verklaring.

Bijgevolg is het evenmin te verklaren dat de medewerking aan een groep die discriminatie verkondigt, veel ruimer en veel draconischer moet worden gestraft dan wie meewerkt aan een terroristische groep.

Tenslotte een woordje over de bepalingen van de bewijslast. In de pers was er al heel wat te doen over de zogenaamde praktijktests. Op zichzelf is die opschudding natuurlijk wel terecht, want alleen bij dat soort van misdrijven tegen de politieke correctheid worden er speciale bewijstrucjes ingevoerd, waarbij de burger zelf de taak van politieman moet of mag waarnemen en zelfs aan uitlokking mag doen. Ook de omkering van de bewijslast is altijd een algemene indicatie dat de sfeer van de politieke correctheid is binnengetreden. Voor wie beschuldigd wordt van racisme, ook in een niet-juridisch debat, wordt de bewijslast onmiddellijk omgekeerd, want het gegooide slijk blijft altijd aan de kleren hangen en dat is ook het geval met deze wet.

De bepalingen inzake de bewijslast, zijn niet minder draconisch, niet minder gevaarlijk voor de democratie en de rechtsstaat dan de andere bepalingen die ik heb besproken, maar die belicht de pers helaas niet. Ik betwijfel trouwens of veel journalisten, laat staan burgers, weten dat hier vandaag een gloednieuwe racismewet wordt goedgekeurd.

Over de genderwet en de discriminatiewet wil ik mutatis mutandis dezelfde opmerkingen maken als over de racismewet, met uitzondering van de aspecten die ik nu nog wil belichten. Ik heb er al op gewezen dat de hier ingevoerde antidiscriminatiewet weinig of niets van de specificiteit bevat van de EU-richtlijn waarop ze zogezegd is gebaseerd.

Het gaat hier over een antidiscriminatiewet met een algemeen toepassingsgebied en over een lijst van verboden criteria is die veel uitgebreider is dan in de richtlijn. Nog meer dan de racismewet wijkt ze dus af van de desbetreffende richtlijn. Anders dan de racismewet stelt de antidiscriminatiewet het bedrijven van discriminatie door burgers, ik bedoel dus niet door ambtenaren of dragers van de openbare macht, helemaal niet strafbaar, ook niet op de arbeidsmarkt of bij het leveren van goederen en diensten. Het aanzetten tot een dergelijke discriminatie is echter wel strafbaar, wat niet alleen onrechtvaardig of zelfs discriminerend is, maar ook symptomatisch voor de hypocrisie waarmee de tekst werd opgesteld. Die schijnheiligheid en huichelarij komt ook tot uiting in artikel 3 dat een specifieke rechtvaardigingsgrond invoert voor publieke of particuliere organisaties gegrond op geloof of levensbeschouwing. Over wie gaat het?

Het gaat hier inderdaad over de zuilenorganisaties. Niemand mag discrimineren behalve de vakbonden, de mutualiteiten en aanverwanten. Wat een hypocrisie. Men maakt draconische regels voor de gewone mensen, maar op de vriendjes van de indieners is de wet niet van toepassing.

In de drie wetten duikt het merkwaardige begrip segregatie op. Dat begrip kwam vroeger alleen voor in artikel 3 van de antiracismewet. Nu duikt het op in bijna alle strafbaarstellingen inzake het uiten van een opinie. Het begrip is afkomstig uit de antiracismewet van 1981 en het verdrag van New York. Beide teksten kwamen tot stand ten tijde van het apartheidsregime in Zuid-Afrika, een politiek systeem dat men expliciet wilde veroordelen.

Ik zie niet in hoe het aanzetten tot segregatie niet zou samenvallen met het aanzetten tot discriminatie of haat op grond van ras. Het begrip op zich voegt dus niets toe. De regering verwijst naar het verdrag van New York, wat op zich niet kan verklaren waarom dit begrip ook opduikt in de genderwet en de antidiscriminatiewet. Het is anachronistisch en ongepast deze terminologie te willen overnemen in een algemene en moderne antidiscriminatiewet. Het begrip roept ook specifieke problemen op. Het wordt nu immers gebruikt in conjunctie met het begrip discriminatie en dat wordt in de wet goed omschreven. Er wordt zelfs uitgelegd wat rechtstreekse en onrechtstreekse discriminatie is en er worden zelfs rechtvaardigingsgronden aan toegevoegd. Het begrip segregatie is daarentegen niet duidelijk gedefinieerd. In de commissie antwoordde de minister dat segregatie nooit te rechtvaardigen valt. De rechtvaardigingsgronden gelden daarvoor dus niet. Aanzetten tot segregatie op grond van geslacht bijvoorbeeld is dus strafbaar en nooit te rechtvaardigen. Voor damestoiletten, aparte sportevenementen voor vrouwen en Miss Belgiëverkiezingen mag men problemen verwachten. Het opnemen van de term segregatie is in werkelijkheid potsierlijk en het gevolg van een alweer erg zwakke wetsredactie. Slechte conceptie en redactie zijn altijd het noodzakelijke neveneffect van politiek of ideologisch geïnspireerde wetten. Dat zijn verwerpelijke wetten. Het is logisch dat ze ook technisch slecht in elkaar zitten. Het zal mij en anderen de mogelijkheid geven aan het Arbitragehof de vernietiging van de wet te vragen en de onwerkbaarheid ervan te verkrijgen.

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «de werking van de strafuitvoeringsrechtbanken» (nr. 3-1517)

De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Nu al blijkt dat de strafuitvoeringsrechtbanken het aantal dossiers dat hun wordt voorgelegd, niet kunnen verwerken. Ze zouden de wettelijke termijnen niet kunnen respecteren. De afschaffing van de personeelsconferentie zou hierbij een rol spelen. Ook zou een groot deel van het werk betrekking hebben op vroegere dossiers van voorwaardelijke invrijheidstelling.

Kan u dat bevestigen? Wat zijn de exacte oorzaken van die overbelasting? Om welk soort dossiers gaat het in het bijzonder? Welke schikkingen zal u nog treffen om de komende maanden een volledige blokkering te vermijden?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van de minister van Justitie.

Mevrouw Nyssens onderstreept terecht dat, in tegenstelling tot wat ik al meermaals heb moeten horen, de strafuitvoeringsrechtbanken wel degelijk werken, zittingen houden en dagelijks beslissingen nemen. Tot op vandaag werden meer dan 500 beslissingen genomen, zowel positieve als negatieve.

Zoals ik al meermaals in het parlement heb gezegd, zal de werklast van de strafuitvoeringsrechtbanken grondig worden geëvalueerd. Ik heb het NICC een opdracht gegeven die ons moet toelaten de criteria te bepalen waardoor we zowel de huidige werklast als de inwerkingtreding van andere in het vooruitzicht gestelde hervormingen - de internering, de terbeschikkingstelling en de straffen van minder dan drie jaar - precies en objectief kunnen evalueren. Voor de invoering van die drie belangrijke hervormingen moeten de strafuitvoeringsrechtbanken uiteraard over bijkomende middelen kunnen beschikken. Dat is overigens al het geval voor de internering waarvoor vier kamers aan de huidige negen kamers zullen worden toegevoegd.

U beweert dat een groot deel van het werk op het ogenblik betrekking heeft op vroegere dossiers van voorlopige invrijheidstelling. De bepalingen van de wet met betrekking tot de straffen van minder dan drie jaar - een materie die momenteel geregeld wordt door de circulaire van 2005 over de voorlopige invrijheidstelling - zijn nog niet van kracht. Deze dossiers kunnen dus onmogelijk een overbelasting van de strafuitvoeringsrechtbanken veroorzaken.

Een dergelijke belangrijke hervorming op de sporen zetten, vergt onvermijdelijk een aanpassingsperiode waarin problemen moeten worden opgelost. Daarom roep ik ook geregeld het begeleidingscomité voor de strafuitvoeringsrechtbanken bijeen. Dat is comité is samengesteld uit vertegenwoordigers van de verschillende sectoren: magistraten, bijzitters, penitentiaire instellingen, administratie, justitiehuizen. Het spant zich op dag na dag in om de samenwerking tussen alle betrokken instanties te verbeteren. Er is helemaal geen sprake van een blokkering van de werking van de strafuitvoeringsrechtbanken, niet nu en niet over enkele maanden.

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Het verheugt mij dat een begeleidingscomité de dagelijkse werking opvolgt zodat werkoverlast kan worden vermeden.

Mondelinge vraag van de heer Berni Collas aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «de vrijstelling van de dienstencheques toegekend aan vrouwelijke zelfstandigen in het kader van de moederschapshulp» (nr. 3-1510)

De heer Berni Collas (MR). - Begin vorig jaar werden zowel in de Kamer als in de Senaat aan de minister vragen gesteld over de niet-aftrekbaarheid van de dienstencheques toegekend aan vrouwelijke zelfstandigen, met toepassing van het koninklijk besluit van 17 januari 2006 tot invoering van een stelsel van uitkeringen voor moederschapshulp.

In zijn antwoord bevestigde de minister dat geen enkele belastingvermindering kon worden overwogen met betrekking tot de dienstencheques voor bevallingsverlof. De minister verklaarde ook dat die dienstencheques in principe een belastbare tegemoetkoming vormden.

De moederschapscheques die worden verstrekt door de sociale zekerheidskassen vertegenwoordigen echter zo'n laag bedrag dat het eigenlijk om een sociale steun gaat, die naar analogie met artikel 38 van het Wetboek op de inkomstenbelastingen, dezelfde vrijstelling zouden moeten genieten als de lage sociale voordelen.

Zou de minister er niet beter aan doen zijn standpunt te herzien en deze steun te beschouwen als een belastingvrij sociaal voordeel?

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Financiën. - De dienstencheques toegekend met toepassing van het koninklijk besluit van 17 januari 2006 tot invoering van een stelsel van uitkeringen voor moederschapshulp ten gunste van vrouwelijke zelfstandigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, geven geen enkel recht op een belastingvermindering.

Ik verwijs ook naar artikel 7 van dat besluit waarin uitdrukkelijk wordt vermeld dat het uitgiftebedrijf aan de gebruiker geen fiscaal attest mag afgeven.

Los daarvan ben ik het met u eens dat de beperkte tegenwaarde van die dienstencheques, maximaal 70 cheques van 6,70 euro, oftewel 469 euro, verantwoordt dat die toelage wordt beschouwd als een bescheiden steun. Mijn administratie zal voortaan aan die cheques die vanaf 2006 worden uitgegeven, geen enkel belastbaar voordeel verbinden voor de begunstigden. Zij hoeven die cheques dan ook niet te vermelden in hun belastingaangifte 2007. De begunstigden van die dienstencheques zullen dus niet worden belast.

De heer Berni Collas (MR). - Ik ben zeer tevreden over deze evolutie en over het feit dat die dienstencheques voortaan worden beschouwd als een bescheiden steun. De betrokkenen zullen dat erg appreciëren.

Mondelinge vraag van mevrouw Elke Tindemans aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken over «de verkiezingen van 10 juni 2007 en de implicaties voor de studenten» (nr. 3-1514)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

Mevrouw Elke Tindemans (CD&V). - Op zondag 10 juni trekken we weer met z'n allen naar de stembus. We zijn ervan overtuigd dat de meerderheid van de burgers deze gelegenheid graag te baat nemen om hun mening te uiten over het gevoerde beleid en de voorgestelde alternatieven.

Niettemin levert dit voor sommigen onder ons ernstige praktische problemen op, zoals moeilijke verplaatsing of lange wachtrijen. Voor studenten ontstaan bijkomende problemen doordat zij zich niet zelden dienen te verplaatsen van de stad waar ze studeren, naar de stad waar ze zijn ingeschreven. Bovenop deze verplaatsing moeten ze soms nog lang in de rij staan in het stembureau.

Daar de verkiezingsdatum midden in de examenperiode valt, is CD&V van mening dat van deze studenten een disproportionele inspanning wordt gevraagd.

Is de minister zich bewust van de extra moeilijkheden die de keuze van de verkiezingsdatum voor de studenten veroorzaakt?

Is de minister van plan op dit vlak richtlijnen aan de gemeenten te geven?

Overweegt de minister eventueel de gemeenten te vragen om aan studenten, op vertoon van hun studentenkaart, voorrang te verlenen bij het uitbrengen van de stem, zodat ze niet onnodig tijd verliezen in het stembureau?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken.

Op 1 maart 2007 hebben mijn diensten een specifieke omzendbrief naar de kantonhoofdbureaus en naar de burgemeesters gezonden betreffende de situatie van de studenten tijdens de verkiezingsperiode.

Wat de stemplicht betreft, voorziet het Kieswetboek uitdrukkelijk in het geval van de student(e) die om studieredenen in de onmogelijkheid verkeert om te stemmen. Hij of zij kan een andere persoon machtigen om in zijn of haar naam te stemmen, op voorwaarde dat hij of zij een attest voorlegt van de instelling waar hij of zij onderwijs geniet.

Wat de bijzitters betreft, dient de voorzitter van het kantonhoofdbureau op het moment dat hij de bijzitters oproept, bijzonder te letten op het statuut van student dat sommige bijzitters kunnen hebben. Indien studenten worden aangewezen en de uitoefening van deze functie het slagen voor hun examens in gevaar zou kunnen brengen, worden ze uitgenodigd hun wettige redenen zo snel mogelijk te melden aan de voorzitter van het kantonhoofdbureau. De formulieren hiervoor zijn beschikbaar op de website www.verkiezingen.fgov.be. De voorzitters van de kantonhoofdbureaus worden verzocht deze redenen van verhindering met het nodige begrip te beoordelen. Om een ruime publiciteit aan deze maatregelen te geven, hebben mijn diensten deze informatie naar de directeurs van de verschillende onderwijsinstellingen verzonden.

Met de genoemde maatregelen is het volgens mij niet noodzakelijk specifieke voorrang aan de studenten te verlenen bij het uitbrengen van hun stem.

Mevrouw Elke Tindemans (CD&V). - Ik vind dit antwoord onvoldoende. Mijn vraag ging specifiek over het verlenen van voorrang aan studenten die de moeite hebben gedaan zich te verplaatsen naar de stad of gemeente waar ze ingeschreven zijn, om hun kiesplicht te vervullen. Blijkbaar kan deze voorrang niet officieel worden geregeld. Het feit dat ze niet kunnen worden opgeroepen als bijzitter, doet hierbij niet ter zake. Ik vind het jammer dat geen rekening wordt gehouden met mijn bekommernis om de studenten zo weinig mogelijk tijd te doen verliezen bij het vervullen van hun stemplicht.

Mondelinge vraag van mevrouw Margriet Hermans aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de opvolging van harddrugsverslaafde zwangere vrouwen» (nr. 3-1507)

Mevrouw Margriet Hermans (VLD). - Met deze vraag begeef ik mij op de dunne grens tussen de bevoegdheid van de deelgebieden en van het federale niveau.

Deze week raakte bekend dat de baby van aan harddrugsverslaafde ouders gestorven was ingevolge de drugsverslaving van de moeder. Meer in het bijzonder bleek dat de moeder tijdens haar zwangerschap zowel heroïne als cocaïne gebruikte. Hierdoor was de baby al van bij de geboorte verslaafd aan drugs. Ook na de geboorte bleef de moeder drugs nemen. Omdat ze de baby toen borstvoeding gaf, kreeg ook het kind een dagelijkse dosis drugs binnen via de moedermelk en bleef het verslaafd. Toen de moeder overschakelde op poedermelk in zuigflessen, wou de baby niet meer eten. Uit onderzoek bleek duidelijk dat de baby uiteindelijk overleed door ontbering en het gebrek aan heroïne en cocaïne in het voedsel.

Welke eventuele bijzondere voorzorgen worden er getroffen voor het kind bij een vermoeden van drugsverslaving van zwangere moeders?

Wordt de aan harddrugs verslaafde moeder voorgelicht over de impact van haar verslaving op het kind en over het feit dat haar kind zelf verslaafd kan worden?

Welke stappen worden er ondernomen wanneer wordt vastgesteld dat de moeder aan harddrugs verslaafd is? Wordt ze eventueel doorverwezen naar een afkickcentrum?

Wordt heden borstvoeding van een aan harddrugs verslaafde moeder aan haar kind actief ontraden, gezien de impact op de gezondheid van het kind? Kan de minister dit uitvoerig toelichten?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Wanneer een zwangere vrouw medicijnen neemt en wanneer de verslaving bekend is of vermoed wordt, wordt de zwangerschap risicovol genoemd en zal ze volgens de good clinical practices met veel aandacht worden opgevolgd. Ook bij de geboorte zal een kinderarts worden gewaarschuwd. Een behandeling tegen de verslaving zal aan de moeder worden voorgesteld.

Verschillende gespecialiseerde centra voor de behandeling van verslaafden, die op basis van een revalidatieovereenkomst met het RIZIV worden gefinancierd, hebben heel wat expertise en ervaring opgebouwd inzake de begeleiding van verslaafde zwangere vrouwen en verslaafde ouders.

Onder deze gespecialiseerde centra zijn er zowel ambulante als residentiële. Zo zijn er verschillende medisch-sociale opvangcentra voor verslaafden (MSOC) die dergelijke patiënten ambulant begeleiden. In enkele gespecialiseerde residentiële behandelingscentra voor verslaafden kunnen verslaafde moeders, en eventueel ook verslaafde vaders, samen met hun jonge kinderen in internaatsverband in de inrichting worden opgenomen: dit kan met name in de inrichtingen De Kiem in Gavere en Trempoline in Charleroi.

In 2006 bedroegen de totale uitgaven voor de RIZIV-revalidatiecentra voor verslaafden bijna 34 miljoen euro. Welk deel daarvan specifiek voor de begeleiding van verslaafde ouders is gebruikt, is niet bekend.

Er bestaan inderdaad wetenschappelijke studies over de invloed van drugsgebruik door zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven. Een bekend artikel over dit onderwerp is bijvoorbeeld: Breast-feeding and drug exposure van C.R. Howard en R.A. Lawrence in Obstetrics and Gynecology Clinics of North America, 1998; 25(1), 195-217.

Er is een grote waakzaamheid binnen de medisch-sociale structuren en wanneer het gevaar voor het kind duidelijk is kan er een onderzoek worden gestart en kunnen maatregelen worden genomen, waaronder natuurlijk het informeren van de ouders.

Mevrouw Margriet Hermans (VLD). - Ik dank de minister voor het antwoord. Helaas zijn er dus altijd mensen die de sociale diensten ontglippen en situaties waar het misloopt.

Ik ben blij met dit positieve antwoord. De minister bevestigt dat borstvoeding, ingeval van een verslaving aan harddrugs, best wordt ontraden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (Stuk 3-2362) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen (Stuk 3-2363) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie (Stuk 3-2364) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot aanpassing van het Gerechtelijk Wetboek aan de wetgeving ter bestrijding van discriminatie en tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (Stuk 3-2365)

Voortzetting van de algemene bespreking

Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BELANG). - De voorliggende ontwerpen, aangevuld door technische wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek, zijn zogenaamd middelen om het Belgisch wetgevend arsenaal voor de bestrijding van de discriminatie te verbeteren en bij te sturen. Over deze materie bestaan Europese richtlijnen die in interne wetgeving moeten worden omgezet. Men gaat echter vele stappen verder en mijns inziens één stap te ver. Niet alleen wordt principieel een verbod ingesteld op elke rechtstreekse of indirecte discriminatie. Er wordt ook een procedure ingevoerd om slachtoffers een forfaitaire schadevergoeding te geven. Bovendien wordt de bewijslast omgekeerd. Ik heb vragen over de uitbreiding van die nieuwe wetgeving, niet alleen inhoudelijk, maar ook wegens de bevoegdheidsoverschrijding. Het toepassingsgebied wordt immers te ruim gedefinieerd. In geen geval mag de federale staat tornen aan de bevoegdheden van gemeenschappen en gewesten om een eigen discriminatiebeleid te voeren. Ik vrees dat hiermee te weinig rekening werd gehouden.

Voorts stel ik vast dat het ontwerp werkt met een gesloten lijst van criteria, waardoor zowel daders van discriminatoire daden als eventuele slachtoffers van discriminatie ongelijk worden behandeld. Nochtans was het de bedoeling discriminatie te vermijden. In de memorie van toelichting lees ik dat een gesloten lijst werd ontworpen op basis van internationale instrumenten die de gelijkheid en de non-discriminatie waarborgen, zoals bijvoorbeeld het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet van Europa. Dat ontwerp van Europese Grondwet, dat door onze buurlanden Frankrijk en Nederland werd verworpen, is bijgevolg geen goede basis om door ons land naar aanleiding van de voorliggende wetgeving te worden gehanteerd. Een open systeem biedt de rechter de mogelijkheid een oordeel te vellen over de rechtvaardigheid van de ongelijke behandeling. Een gesloten systeem daarentegen is veel stugger omdat op basis van een vooraf vastgestelde discriminatiegrondenlijst het altijd verboden is een onderscheid te maken, tenzij de wet in een expliciete uitzondering voorziet.

Zelfs onze Grondwet kent in beginsel een open systeem. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet noemen, op geslacht en ideologische en filosofische gezindheid na, geen discriminatiegronden. Artikel 14 van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden en artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten, evenals het genoemde Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, bevatten allemaal open lijsten. Het overnemen van criteria uit die open lijsten om ze dan te verankeren in een gesloten lijst heeft veel te verstrekkende gevolgen. Het evenredigheidsbeginsel komt hierdoor in de verdrukking omdat een ongelijke behandeling wordt ingesteld.

In de wetsontwerpen vind ik ook een gedeelte over positieve actie. Laten we een kat een kat noemen: het gaat hier gewoon over discriminatie, zogenaamde positieve discriminatie. Eigenlijk gaat het om een discriminatie van welbepaalde mensen om anderen voor te trekken. Ik vind de aanvaardbaarheid van positieve discriminatie bediscussieerbaar. De essentie van de positieve actie is dat men bewust een ongelijkheid in het leven roept met als enige doel achtergestelde groepen voor te trekken. Positieve actie bestaat er immers in dat een juridische ongelijkheid wordt gecreëerd met de bedoeling de feitelijke gelijkheid van achtergestelde groepen te bereiken. Wie bepaalt wie achtergesteld is? Wie bepaalt of positieve discriminatie niet te negatief uitvalt voor de hierdoor achtergestelden? Wat met de rechten van diegenen die men achterstelt om andere achtergestelden meer feitelijke gelijkheid te geven? Het is een vicieuze cirkel.

Los van die inhoudelijke opmerkingen, wordt ook aan de Koning te veel macht gegeven. De Raad van State stelde in zijn advies dat die bepaling grondig herzien dient te worden. De regering heeft hierop niet gereageerd zodat de veel te ruime bepaling nog steeds in het wetsontwerp staat.

De meerderheid is zo ijverig om iedereen, tot zichzelf toe, te beschuldigen van discriminatie dat men zich niet realiseert hoe absurd de gevolgen van deze wetgeving werkelijk zijn. Binnenkort is er bijvoorbeeld de preselectie van de Miss Belgiëverkiezing. De organisatoren stellen daarbij enkele toelatingsvoorwaarden waaraan de kandidaten moeten voldoen. Elk van die voorwaarden zal weldra een verboden discriminatie inhouden. Een kandidaat moet bijvoorbeeld geboren zijn tussen 1984 en 1989, wat een discriminatie is op grond van leeftijd. Dit is strijdig met artikel 14 van de antidiscriminatiewet. In strijd met artikel 12 van de antiracismewet eist men ook dat kandidaten de Belgische nationaliteit hebben. Kandidaten moeten ongehuwd zijn en kinderloos, wat een discriminatie is op grond van burgerlijke staat. Aangezien kandidaten vrouwelijk moeten zijn, is er discriminatie op grond van artikel 19 van de genderwet. De Miss Belgiëverkiezing wordt zo het symbool van een land dat door dit soort wetgeving meer en meer verwordt tot een `Absurdistan'.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (Stuk 3-2362) (Evocatieprocedure)

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2720/11.)

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 1) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 1 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - In de artikelen 1 en 2 wordt het wetsontwerp verantwoord. Er wordt verwezen naar de Europese richtlijn 2000/43/EG en het verdrag van New York. Deze verantwoording volstaat niet, want het voorliggende wetsontwerp vormt zonder enige twijfel een inperking van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging zoals vastgelegd in de Grondwet. Die inperking moet goed doordacht zijn en mag niet verder gaan dan strikt noodzakelijk. Wellicht tracht de regering daarom om internationale teksten en verdragen in te roepen als rechtvaardiging voor deze wet. Door expliciet te vermelden dat het wetsontwerp een Europese richtlijn en een internationaal verdrag uitvoert, hoopt de regering te verdoezelen dat de beperking van de vrijheden veel verder gaat dan door de aangehaalde teksten wordt beoogd.

In artikel 1 van richtlijn 2000/43/EG staat dat er een kader wordt gecreëerd voor de bestrijding van discriminatie op grond van ras of etnische afstamming. Artikel 3, waarin de werkingssfeer wordt bepaald, vermeldt uitdrukkelijk dat de richtlijn niet van toepassing is op verschillen in behandeling gebaseerd op nationaliteit.

Het aangehaalde internationaal verdrag van 7 maart 1966 inzake de verbanning van alle vormen van rassendiscriminatie vermeldt in artikel 1 dat onder rassendiscriminatie elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur op grond van ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming wordt verstaan. Ook in dit verdrag is de nationaliteit dus geen `verboden' criterium. Er wordt expliciet aan toegevoegd dat het verdrag niet van toepassing is op vormen van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur die door een staat die partij is bij het verdrag, in acht worden genomen tussen onderdanen en anderen.

Toch bepaalt het wetsontwerp dat nationaliteit een verboden criterium is. Zo worden de fundamentele vrijheden dan ook veel verder ingeperkt dan de richtlijnen en het Verdrag voorschrijven.

Ons eerste amendement strekt ertoe de tekst van het voorgestelde artikel 1 waarheidsgetrouw te maken en de poging tot misleiding duidelijk te maken, door de woorden `wordt richtlijn 2000/43' te vervangen door `wordt onder meer richtlijn 2000/43/EG'. Deze nieuwe bepaling is veel correcter.

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 2) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 2 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement gaat in dezelfde richting als het vorige, alleen gaat het hier om het Verdrag van New York. Ik verwijs dus naar mijn verantwoording bij amendement 1.

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 3) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 3 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ook dit amendement gaat in dezelfde richting. Het strekt ertoe het woord `nationaliteit' te schrappen uit deze bepaling van de wet, omdat het er niet thuishoort. Ik verwijs opnieuw naar de toelichting bij amendement 1.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 28 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

Artikel 3 (ontworpen art. 4) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 4 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Opnieuw willen we het woord `nationaliteit' schrappen en ik verwijs naar de toelichting bij amendement 1.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 5 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement strekt ertoe alle bepalingen die te maken hebben met het indirect onderscheid en de indirecte discriminatie te schrappen. Ik verwijs naar de toelichting bij het vorige amendement.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 6 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement strekt ertoe de zinsnede `personen gekenmerkt door een bepaald beschermd criterium in vergelijking met andere personen bijzonder kan benadelen' te veranderen naar `die in hoofde van de dader de bedoeling heeft personen gekenmerkt door een bepaald beschermd criterium in vergelijking met andere personen bijzonder te benadelen'.

In tegenstelling tot wat sommigen in de commissie hebben verklaard, vereist het wetsontwerp geen bijzonder opzet bij indirecte discriminatie. De tekst van de wet is duidelijk. De dader kan inderdaad een onderscheid voorstellen dat op het eerste gezicht niet gebaseerd is op een van de beschermde criteria, terwijl het in de praktijk wel een benadeling inhoudt van een groep of een persoon gekenmerkt door een bepaald beschermd criterium. De vraag is echter of de dader de bedoeling heeft de wet te omzeilen. Iemand kan immers in alle eerlijkheid een onderscheid op grond van een niet-beschermd criterium maken en bepleiten zonder het onderscheid op grond van een beschermd criterium dat er het gevolg van is of kan zijn, echt te willen, zelfs indien hij weet dat dit laatste onderscheid er het gevolg van is of kan zijn.

Tijdens de algemene bespreking heb ik al het voorbeeld van de deeltijdse arbeid aangehaald. Indien iemand pleit voor een of andere benadeling van deeltijdse arbeid, bijvoorbeeld fiscaal, dan is hij onmiddellijk strafbaar wegens indirecte discriminatie, want, zo lees ik, `kan in het licht van de bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie worden betwist dat degenen die de werkgevers ertoe aanzet deeltijdse werknemers op het vlak van het loon te benadelen, pertinent weet dat hij door dit te doen aanzet tot een gedrag dat vooral de vrouwen benadeelt?'. In artikel 19 en 20 van de wet wordt het aanzetten tot discriminatie en ook tot indirecte discriminatie strafbaar gesteld. Zo zou een econoom die argumenten meent te hebben gevonden tegen deeltijdse arbeid, volgens de toelichting bij het wetsontwerp onmiddellijk en rechtstreeks een strafbaar feit plegen.

Ons amendement is erop gericht dergelijke absurde gevolgen te vermijden, meer bepaald door `in hoofde van de dader een bijzonder opzet tot discriminatie' te vereisen.

Zoals gezegd wordt dit begrip van indirecte discriminatie ook gebruikt bij de strafbaarstellingen van de artikelen 19, 20 en 22. Het legaliteitsbeginsel vereist dat de burger perfect kan voorspellen wanneer hij al dan niet een strafbaar feit pleegt. Precies daarom vernietigde het Arbitragehof de bepalingen over indirecte discriminatie in de vorige antidiscriminatiewet. De regering meent dat ze nu een nieuwe formulering heeft gevonden die tegemoetkomt aan de bezwaren van het Arbitragehof. De Raad van State is al een andere mening toegedaan en zegt zelfs letterlijk dat de nieuwe definitie de zaken nog erger maakt.

Dit amendement strekt ertoe het legaliteitsbeginsel te herstellen. De intentie moet bewezen worden en kan niet zomaar ontegensprekelijk vermoed worden door de al dan niet voorspelbare en al dan niet gewilde gevolgen van het voorgestelde onderscheid.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 29 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik verwijs naar de verantwoording van mijn amendement.

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 7) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 7 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - De Europese richtlijn van 2000 wil een kader creëren voor de bestrijding van discriminatie op basis van ras of etnische afstamming. In artikel 2 wordt discriminatie zonder meer als verwerpelijk aangeduid. Er is absoluut geen sprake van rechtvaardigingsgronden. Enkel voor indirecte discriminatie kan er rechtvaardiging zijn indien er een legitiem doel is en middelen passend en noodzakelijk zijn.

Volgens artikel 5 van de richtlijn kan een lidstaat specifieke maatregelen handhaven of aannemen om de nadelen die verband houden met ras of etnische afstamming, te voorkomen of te compenseren. De richtlijn stipuleert nergens dat positieve actie ooit een rechtvaardiging kan zijn voor directe discriminatie.

De opstelling van de richtlijn is op dat punt volkomen terecht, want indien men poneert dat de benadeling in individuele gevallen van een Belg van Turkse afkomst tegenover een Belg van Vlaamse afkomst verwerpelijk is, dan is er geen reden om te oordelen dat de benadeling van een Belg van Vlaamse afkomst tegenover een Belg van Turkse origine minder verwerpelijk is. Er bestaat een zeer ruime consensus bij de publieke opinie en ook in de juridische wereld dat datgene dat ooit werd verdedigd als positieve discriminatie, in geen geval positief is. Men kan dus acties opzetten, maar die mogen geenszins doorslaan naar discriminatie van de autochtone bevolking.

Voorliggend wetsontwerp volgt een ander spoor dan de richtlijn en stelt onder meer in artikel 10 dat een positieve actie nooit een vorm van directe discriminatie kan zijn. Op die manier wordt een vrijbrief gegeven voor openlijke en manifeste discriminatie ten nadele van de autochtone bevolking, zowel in de publieke als de private sector, in onderwijs en overheidsapparaat. Een dergelijke vrijbrief voor flagrante discriminatie is verwerpelijk.

Ik verwijs ook naar het Amerikaanse voorbeeld waar men geloofd heeft in affirmative action. Nu heeft men er de nadelen van ingezien. De staten die het systeem hebben ingevoerd, komen er nu van terug. Het zou een beetje idioot zijn als we in dezelfde val zouden trappen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 8 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Het criterium nationaliteit werd in het ontwerp ingevoerd, hoewel het door geen enkele internationale tekst wordt voorgeschreven. De regering besefte naderhand dat een onderscheid op grond van nationaliteit niet hetzelfde is als een onderscheid op grond van ras of afkomst. Voor dit laatste zijn nauwelijks rechtvaardigingsgronden. Onderscheid op grond van nationaliteit moet wel kunnen, want ook onze staat maakt onderscheid op grond van het al dan niet bezitten van het staatsburgerschap. De regering moest dus een nieuwe constructie maken. Ze maakte een aparte rechtvaardigingsgrond die alleen van toepassing is op het criterium van nationaliteit en niet op de andere criteria. In artikel 7, paragraaf 2, staat dat elk direct onderscheid op grond van nationaliteit een directe discriminatie vormt, tenzij het direct onderscheid objectief wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dit doel passend en noodzakelijk zijn.

Dat wordt een heel gecompliceerde zaak voor de burger die deelneemt aan het politieke debat en zich misschien uitspreekt over het niet toelaten van niet-staatsburgers tot het openbaar ambt, het leger of het stemrecht. Hij moet dus telkens de vraag stellen of zijn doel wel legitiem is en of zijn middelen voor dat doel passend en noodzakelijk zijn. Het is een afweging die zelfs de wetgever niet altijd afdoende maakt. Zo is al meermaals gebleken dat Belgische wetten niet voldoen aan het discriminatiebegrip dat wordt gehanteerd door het Arbitragehof. Dan komt men natuurlijk tot situaties dat die wet wordt verbroken.

Voor een burger is het natuurlijk veel erger. Indien hij een gelijkaardige discriminerende maatregel voorstelt, worden niet alleen zijn woorden of zijn teksten verbroken, maar wordt hij bestraft met correctionele straffen en kan hij zijn politieke rechten verliezen. Om meer dan een reden is deze bepaling dan ook onaanvaardbaar.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 30 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

Artikel 3 (ontworpen art. 9) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 9 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Voor amendement 9 verwijs ik naar de toelichting bij andere amendementen tot schrapping van bepalingen die te maken hebben met indirecte discriminatie en indirect onderscheid.

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 10) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 10 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar de toelichting bij amendement 7.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 31 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

Artikel 3 (ontworpen art. 11) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 11 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - In het voorgestelde artikel 11, paragraaf 1, wordt gezegd dat er geen sprake is van discriminatie wanneer het onderscheid bij wet wordt geregeld. Dat houdt uiteraard in dat een dergelijk onderscheid door een nieuwe wet moet kunnen worden ingevoerd. Dat betekent op zijn beurt dat politici een dergelijke wet moeten kunnen nastreven en bepleiten, ook buiten het parlement.

Wat geldt voor politici, moet uiteraard ook voor burgers gelden. Ook zij moeten kunnen deelnemen aan het politieke debat. Dat is de essentie van democratie. Zij moeten dus ook dergelijke voorstellen kunnen lanceren in het politieke debat.

Het voorgestelde artikel 22 van het wetsontwerp stelt echter `het aanzetten tot discriminatie' strafbaar. Dit amendement strekt ertoe te verduidelijken dat politieke actie en politiek gekleurde woorden en geschriften die niet op directe wijze aanzetten tot het bedrijven van onwettige discriminatie, maar die door impliciete of expliciete vermelding of gewoonweg door de politieke context laten vermoeden dat in feite een wijziging van de bestaande wet wordt nagestreefd, niet strafbaar zijn.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 32 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

Artikel 3 (ontworpen art. 12) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 12 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar de toelichting van mijn andere amendementen met betrekking tot het begrip indirecte discriminatie.

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 15) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 36 ingediend (zie stuk 3-2362/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement en de volgende zijn ingegeven door opmerkingen van de dienst Wetsevaluatie. Door tijdsgebrek hebben we die niet kunnen behandelen in de commissie voor de Justitie en hebben we de opmerkingen van de dienst Wetsevaluatie niet tijdig in amendementen kunnen omzetten. Daarom dienen we ze alsnog in.

De dienst Wetsevaluatie van de Senaat merkt op dat een eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden niet altijd nadelig hoeft te zijn voor de werknemer. In sommige gevallen is een wijziging zelfs gerechtvaardigd, bijvoorbeeld wanneer het gaat om de overplaatsing van een werknemer naar een andere dienst, waar hij een vergelijkbare taak kan uitvoeren en hiermee ontkomt aan discriminerend gedrag van zijn diensthoofd.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 37 ingediend (zie stuk 3-2362/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement vloeit voort uit een opmerking van de dienst Wetsevaluatie.

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 16) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 13 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

Artikel 3 (ontworpen art. 18) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 38 ingediend (zie stuk 3-2362/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement is eveneens het resultaat van een opmerking van de dienst Wetsevaluatie. Het heeft tot doel een fout die in het wetsontwerp is geslopen, recht te zetten.

In de vijfde paragraaf wordt nu verwezen naar de gecoördineerde wetten van 12 juni 1973 op de Raad van State. Deze verwijzing is niet correct. Het moet 12 januari 1973 zijn.

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 19) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 14 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Wij zijn nu aanbeland bij het hoofdstuk van de strafbepalingen. Indien we een democratische rechtsstaat willen behouden, dan moeten de meeste ervan worden geschrapt.

De eerste strafbepaling die moet worden geschrapt is die uit artikel 19. Uit de formulering van artikel 19 blijkt dat het wetsontwerp een aantal niet-strafrechtelijke rechtsfiguren, zoals bepaald in richtlijn 2000/43 van de Europese Unie, wil transponeren naar een strafrechtelijke context. Dat is niet noodzakelijk en zelfs onwenselijk. De richtlijn bepaalt in artikel 15 dat sancties `doeltreffend, evenredig, afschrikwekkend' moeten zijn. Ze bepaalt geenszins dat een strafrechtelijke aanpak is vereist. De voorziene ontslagbescherming, forfaitaire schadevergoeding, dwangsom en stakingsvordering kunnen ruimschoots volstaan.

Bovendien is de formulering ongrondwettig, want ze is strijdig met het beginsel van de voorzienbaarheid die in een rechtsstaat moet gelden wanneer het over strafrecht gaat. Elke burger moet vooraf kunnen weten welke daad een misdrijf is en welke niet.

Voor het overige verwijs ik naar het advies van de Raad van State over dat artikel en naar de toelichting bij de andere amendementen in dezelfde zin.

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 20) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 15 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Artikel 20 stelt het aanzetten tot discriminatie of segregatie strafbaar. Tevens wordt het aanzetten tot haat of geweld strafbaar gesteld. In de algemene bespreking heb ik erop gewezen hoe moeilijk het is voor de burger te voorspellen wanneer hij aanzet tot discriminatie of tot haat. Een negatieve opmerking over een persoon of een groep, hoe waarheidsgetrouw ook, kan door een andere altijd worden beschouwd als aanzetten tot haat.

Het publieke debat wordt bijna onmogelijk gemaakt, vooral omdat vergelijkbare bepalingen worden ingevoerd in de `algemene' antidiscriminatiewet, die niet enkel betrekking heeft op discriminatie op grond van ras of afkomst, maar ook op discriminatie op grond van bijvoorbeeld geslacht.

Het amendement stelt voor de verwijzing naar het aanzetten tot discriminatie en naar het aanzetten tot haat te schrappen. Enkel het aanzetten tot geweld mag strafbaar worden gesteld.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 16 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit is een antwoord op een toch wel heel straf stukje in artikel 20, waarin bepaald wordt dat het aanzetten tot discriminatie strafbaar is, niet alleen in gevallen waarin de discriminatie zelf strafbaar is, maar zelfs op terreinen waarop de discriminatie zelf niet strafbaar is. Er wordt duidelijk gezegd: `en dit zelfs buiten in artikel 5 bedoelde domeinen'.

Dat is natuurlijk volstrekt onredelijk. Bepaalde handelingen zijn op zich niet verboden, ook niet wat de burgerrechtelijke bepalingen van de wet betreft, maar het aanzetten tot die handelingen is verboden én strafbaar. Bovendien zullen de `aanzetten tot discriminatie' meestal meningsuitingen betreffen.

Het Europees Hof voor de rechten van de mens is daar altijd zeer duidelijk over geweest. Het stelt dat de inperkingen van de vrijheid van meningsuiting veel restrictiever moeten zijn dan de inperkingen van de handelingsvrijheid. Wanneer de meningsuiting toch wordt ingeperkt, moeten ook de voorwaarden daarvoor veel stringenter zijn dan voor de inperking van de handelingsvrijheid. Het kan toch niet dat in de Belgische wet het omgekeerde principe van het Europees Verdrag van de rechten van de mens wordt gehuldigd. Dit amendement strekt ertoe dat recht te zetten.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 17 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Indien artikel 20 toch behouden blijft, dan moeten de strafbaarstellingen ten minste beperkt blijven tot de gevallen waarin de discriminatie zelf strafbaar is. Dat geldt enkel voor de discriminatie op de arbeidsmarkt en voor de discriminatie bij de levering van goederen en diensten. In die gevallen is ook het bedrijven van discriminatie strafbaar.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 18 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Hier duikt het woord segregatie op. Het is een wat moeilijk begrip dat dateert uit een andere periode en uit een andere wetgeving. Tijdens het Apartheidsbeleid in Zuid-Afrika bedoelde men met segregatie rassensegregatie. De term wordt in dit artikel en ook op andere plaatsen in conjunctie gebruikt met de term discriminatie. Discriminatie wordt evenwel gedefinieerd in de wet en opgesplitst in indirecte en directe discriminatie en bovendien wordt er een hele reeks rechtvaardigingsgronden opgenomen voor gevallen waarin discriminatie of het aanzetten tot discriminatie niet strafbaar is.

Van de term segregatie, die pas in artikel 20 opduikt, wordt geen enkele definitie gegeven. Er wordt niet gezegd wat het betekent en de term wordt zo maar ingevoerd in de genderwet en de antidiscriminatiewet en ik weet niet goed wat ik me moet voorstellen bij het aanzetten tot segregatie op grond van gender. Mocht het bestaan, dan denk ik aan aparte zwemuren voor vrouwen in bepaalde zwembaden. Segregatie betekent in die omstandigheden, zoals de minister heeft uitgelegd: gelijk, maar apart. Er is geen sprake van benadeling. De minister heeft er overigens aan toegevoegd dat, aangezien de wet in geen enkele rechtvaardigingsgrond voorziet, er dan ook geen enkel rechtvaardiging kan zijn. Aparte zwemtijden voor dames zouden dus onmiddellijk zonder enige twijfel strafbaar zijn.

Het is evenmin duidelijk of er iets bestaat als indirecte segregatie, waarbij segregatie wordt voorgesteld op grond van een niet-beschermd criterium, terwijl men eigenlijk segregatie op grond van een wel beschermd criterium beoogt.

Eigenlijk kan ik me moeilijk voorstellen in welke gevallen aanzetten tot rassensegregatie geen haat of een pleidooi voor discriminatie zou inhouden.

Die term voegt niets toe aan de bepaling en kan alleen tot verwarring leiden. Dit amendement en verschillende andere amendementen hebben tot doel de term segregatie uit deze wet te halen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 33 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 39 ingediend (zie stuk 3-2362/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Mijn amendement beoogt een verbetering in de Franse tekst die ook door de dienst Wetsevaluatie werd gedaan.

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 21) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 19 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement betreft het volgens discriminatiedeskundige Jogchum Vrielink revolutionaire artikel 21. Ik zal het artikel van Vrielink of van John De Wit in Gazet van Antwerpen niet opnieuw voorlezen. Ik zal de problemen wel kort samenvatten.

Ten eerste zijn de begrippen veel te vaag en open om een beperking op de vrijheid van meningsuiting te organiseren. Wat racisme is voor één persoon, zal gezond verstand zijn voor de andere. Men zal minstens moeten toegeven dat in de maatschappij heel wat tegengestelde meningen over racisme bestaan en in hoeverre het toelaatbaar of strafbaar is, hoe en of er strijd tegen moet worden geleverd. Ook rechters zijn mensen en we mogen hen niet in de positie plaatsen waarin ze gedwongen worden om begrippen uit de Strafwet in te vullen aan de hand van hun persoonlijke levensbeschouwing of hun ideologische of politieke opvatting. Voor de rechtzoekende geldt natuurlijk het beginsel dat hij of zij perfect moet kunnen voorspellen wanneer hij of zij strafbare meningen verkondigt. Nu is dat niet zo.

Ten tweede, is het vooral onaanvaardbaar dat er geen bijzonder opzet vereist is. In de algemene bespreking heb ik verwezen naar de boekhandelaar die louter uit historische interesse een document van de SS had afgedrukt. Nergens werd aangetoond dat de man enige andere bedoeling had. Dat soort teksten worden trouwens ook tentoongesteld in musea die gewijd zijn aan de strijd tegen het racisme en het negationisme.

Het probleem is dat men volgens dit ontwerp op die manier aan verspreiding doet van dergelijke teksten en dat geen bijzonder opzet wordt vereist. In het voorbeeld dat ik gaf, had die boekhandelaar onder dit artikel niet kunnen worden vrijgesproken. Een boekhandelaar die boeken uit de 19de eeuw verspreidt die racistische theorieën verkondigen, zij het minder manifest dan in Mein Kampf, zal automatisch strafbaar zijn, omdat niet moet worden onderzocht of de beschuldigde de bedoeling heeft tot rassenhaat aan te zetten. Het loutere feit van de verspreiding van deze geschriften volstaat als strafbaar feit. Daarom stel ik voor artikel 21 te schrappen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 34 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

Artikel 3 (ontworpen art. 22) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 20 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Artikel 22 van het ontwerp verwijst naar artikel 3 van de oude antiracismewet. Artikel 22 stelt een persoon strafbaar die behoort tot of zijn medewerking verleent aan een groep of vereniging die discriminatie of segregatie verkondigt.

Opnieuw is hier de definitie van discriminatie van het grootste belang. Het ontwerp gaat ook hier nodeloos verder dan de Europese richtlijn en het verdrag door het begrip `nationaliteit' als discriminatiecriterium op te nemen.

De richtlijn schrijft geen strafrechtelijke aanpak voor. Er is geen noodzaak om personen die lid zijn van een vereniging die aanzet tot discriminatie of die er medewerking aan verlenen, strafbaar te stellen voor het loutere feit van het lidmaatschap of de medewerking. Er zijn onvoldoende redenen om het fundamentele recht op vereniging aan te tasten. De gewone regels inzake daderschap, mededaderschap, medeplichtigheid en bendevorming en het geven van een opdracht, zoals opgenomen in het ontwerp, volstaan ruimschoots om het aanzetten tot discriminatie in groepsverband aan te pakken.

Dit artikel kan al te gemakkelijk worden misbruikt, zelfs tegen partijen en verenigingen die niet politiek correct zijn volgens de huidige meerderheid.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 21 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement sterk ertoe het woord segregatie te schrappen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 22 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Indien artikel 22 wordt behouden, moet de voorwaarde van een bijzonder opzet worden toegevoegd. De strafbaarstelling in dit artikel is bijzonder ruim. Elke vorm van medewerking wordt geviseerd, ook al heeft de medewerking of het lidmaatschap geen enkele slechte bedoeling. Ik heb tijdens de algemene bespreking daarvan drie duidelijke voorbeelden gegeven.

Artikel 140, §1, van de wet op de terroristische misdrijven bepaalt: `Iedere persoon die deelneemt aan enige activiteit van een terroristische groep, zij het ook door het in enigerlei vorm van financieren van enige activiteit van een terroristische groep, terwijl hij weet dat zijn deelname bijdraagt tot het plegen van een misdaad of wanbedrijf door een terroristische groep, wordt gestraft met ...'.

Er wordt dus geëist, in tegenstelling met wat in dit ontwerp wordt bepaald, dat de betrokkene goed weet waarmee hij bezig is. Er kan moeilijk worden aangenomen dat het aanzetten tot discriminatie ernstiger is dan het plegen van terroristische activiteiten. Er kan dus helemaal niet worden verklaard waarom de medewerking aan een groep die discriminatie verkondigt, veel ruimer en draconischer strafbaar moet worden gesteld dan de medewerking aan een terroristische groep.

Dit amendement strekt ertoe deze manifeste discriminatie weg te werken en de bijkomende voorwaarden van de wet op de terroristische activiteiten ook in deze wet op te nemen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 23 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - In tegenstelling tot andere artikelen en de genderwet en de antidiscriminatiewet wordt in dit artikel gesproken over `verkondigen' in plaats van over `aanzetten tot'. Is dat een ander begrip? Dit is geen behoorlijke wetgeving. Ik stel dus voor `verkondigen' te vervangen door `aanzetten tot'.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 40 ingediend (zie stuk 3-2362/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement strekt ertoe alle bepalingen die te maken hebben met het indirect onderscheid en de indirecte discriminatie te schrappen. Ik verwijs naar de toelichting bij het vorige amendement.

Dit amendement verwijst naar een opmerking van de dienst Wetsevaluatie, die enigszins verbaasd vaststelt dat aan mensen die, zelfs passief, lid zijn van of medewerking verlenen aan een groep die discriminatie verkondigt, dezelfde straffen worden gegeven als aan personen die eigenlijk aanzetten tot discriminatie, bijvoorbeeld de leidende figuren van die groep.

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 23) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 41 ingediend (zie stuk 3-2362/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement op artikel 23 verwijst eveneens naar een opmerking van de dienst Wetsevaluatie, die voorstelt de bepaalde straffen en boeten te vervangen en te verlagen. De dienst Wetsevaluatie merkt op dat de bestraffing van het misdrijf mogelijk dermate onsamenhangend is dat ze leidt tot een kennelijk onredelijk verschil in behandeling tussen vergelijkbare misdrijven, wat tot vernietiging door het Grondwettelijk Hof zou kunnen leiden. Het Arbitragehof heeft hierover trouwens al verschillende uitspraken gedaan en ook hier rijst dit probleem. Terwijl artikel 81, eerste lid, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende pesterijen voorziet in een gevangenisstraf van 8 dagen tot 1 jaar en een geldboete van 50 tot 1.000 euro of in één van die straffen alleen, voorziet dit wetsontwerp in een gevangenisstraf van 2 maanden tot 2 jaar.

Volgens de dienst Wetsevaluatie straft dit wetsontwerp ambtenaren die zich schuldig maken aan discriminatie, zwaarder dan ambtenaren die zich schuldig maken aan pesterijen of geweld op het werk, terwijl het om vergelijkbare problemen gaat, die elkaar gedeeltelijk overlappen en die ook door het Europees recht gezamenlijk worden aangepakt. Dit amendement brengt de strafmaat op hetzelfde niveau van de wet van 4 augustus 1996.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 42 ingediend (zie stuk 3-2362/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement betreft een voorstel van de dienst Wetsevaluatie om in het ontworpen artikel 23 het vierde lid te schrappen. Volgens de dienst voegt deze bepaling, die ambtenaren ertoe verplicht de schuldigen aan te geven, niets toe aan de algemene regel die in artikel 29 van het Wetboek tot Strafvordering staat.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 43 ingediend (zie stuk 3-2362/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement strekt ertoe het vijfde lid van artikel 23 te schrappen. De dienst Wetsevaluatie merkt op dat deze bepaling weinig nut heeft, daar artikel 194 van het Strafwetboek al bepaalt dat ambtenaren die zich schuldig hebben gemaakt aan valsheid in geschrifte of gebruik ervan, worden gestraft met opsluiting van 10 tot 15 jaar.

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 26) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 44 ingediend (zie stuk 3-2362/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement betreft eveneens een opmerking van de dienst Wetsevaluatie. Ook hier worden personen die zich schuldig maken aan discriminatie, zwaarder gestraft dan personen die zich schuldig maken aan pesterijen of geweld op het werk, terwijl het om vergelijkbare problemen gaat die elkaar bovendien gedeeltelijk overlappen.

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 28) luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 35 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

Artikel 3 (ontworpen art. 29) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 24 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Er is volgens ons geen enkele reden om in deze problematiek speciale regels inzake bewijslast en bewijsvoering in te voeren. Die speciale regels worden alleen ingevoerd wanneer het gaat om misdrijven tegen de politieke correctheid. Dan wordt er een speciale regeling getroffen voor de burger, die moet kunnen optreden als politieagent en zelfs aan uitlokking moet kunnen doen, terwijl de gewone regels kunnen volstaan. In het bijzonder wordt in dit ontwerp de bewijslast veel te gemakkelijk omgekeerd. Tevens is de open mogelijkheid tot het gebruik van praktijktests uit het standpunt van de rechtsstaat niet aanvaardbaar.

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 30) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 25 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar de toelichting bij het vorige amendement.

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 31) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 26 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Het lijkt geen slecht idee om aan het ontworpen artikel 31 iets toe te voegen. We kennen allen het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding. Het is niet bepaald een neutrale overheidsinstelling, maar wel een instelling die zich actief mengt in het politieke debat en actief één politieke partij bestrijdt. Het is daarom niet overbodig de door ons voorgestelde bepaling aan dit artikel toe te voegen.

De beheerraad wijzigt nogal vaak in samenstelling, maar bijvoorbeeld ten tijde van de vervolging van de partij Vlaams Blok zaten volgende personen erin: VLD-politicus Stefan Ector, SPIRIT-boegbeeld Vic Anciaux, CD&V-kamerlid Nahima Lanjri, SP.A-politicus Tarik Fraihi, politicus El Mouden en zelfs de adjunct-kabinetschef van de minister van Buitenlandse Zaken. Het zal niemand verbazen dat deze samenstelling van de beheerraad heel wat kan verklaren over de door dit centrum genomen initiatieven en in het bijzonder over welke politieke partijen wel aangevallen worden en welke niet. Dit amendement is bedoeld om daar iets aan te doen.

De voorzitter. - Artikel 3 (ontworpen art. 32) luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 27 ingediend (zie stuk 3-2362/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - In artikel 32 wordt georganiseerd wat, in navolging van professor Senelle, door juristen de privatisering van de strafvervolging wordt genoemd.

In een democratische rechtsstaat is het principieel het openbaar ministerie dat beoordeelt of het instellen van een strafvervolging juridisch mogelijk en maatschappelijk opportuun is. Met het uitbesteden van het recht om deze beoordeling te maken, dient niet lichtzinnig omgesprongen te worden. Niet alleen worden mensen aldus lichtzinnig voor de rechtbank gesleept en zo verplicht om juridische kosten te maken, ook zorgen de daarop volgende vrijspraken voor een uitholling van het draagvlak van de bestreden wet.

De praktijk in België leert dat de privatisering van de strafvervolging tot onaanvaardbare ontsporingen leidt. De vervolging tegen de politieke partij Vlaams Blok werd opgestart door de Liga voor mensenrechten, een door extreemlinks gekaapte club, die de mogelijkheid tot toetreding van leden op een compleet ondemocratische manier vergrendeld heeft. Het kan niet dat dit soort clubjes zonder legitimiteit of representativiteit zomaar de strafvervolging kunnen op gang brengen. Ze kunnen door rechtstreekse dagvaarding om het even wie voor de rechtbank dagen, zonder daar zelf de gevolgen van te moeten ondervinden. We vinden dat dit niet kan en dat deze bepaling daarom moet geschrapt worden.

-De stemming over de amendementen wordt aangehouden.

-De stemmingen over de amendementen en over het wetsontwerp in zijn geheel hebben later plaats.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen (Stuk 3-2363) (Evocatieprocedure)

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2721/8.)

De voorzitter. - Artikel 4 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 2 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement is ingegeven door een nota van de afdeling wetgeving van de Raad van State. Er werd ook op gewezen door de dienst wetsevaluatie van de Senaat dat het beter zou zijn om de indeling in paragrafen op te heffen, aangezien elke paragraaf slechts uit één lid bestaat en de opdeling in dit geval niet verantwoord is.

De voorzitter. - Artikel 5 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 3 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Het gaat hier opnieuw over directe en indirecte discriminatie. Net zoals in de antiracismewet willen we alle verwijzingen ernaar schrappen. Ik verwijs voor de toelichting van dit amendement en van de volgende naar de toelichting die ik in dat verband al gegeven heb bij de antiracismewet.

De voorzitter. - Artikel 6 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 4 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

Artikel 8 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 5 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Het amendement betreft een taalkundige correctie in de Franstalige tekst. De dienst Wetsevaluatie stelt voor de woorden `sauf des les' te vervangen door `sauf dans les'.

De voorzitter. - Artikel 9 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 6 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Wij vragen de schrapping van artikel 9. Het begrip indirecte discriminatie is dermate vaag dat het onmogelijk is het begrip te definiëren op een wijze die elke burger toelaat te weten wat hij mag doen en niet mag doen. Nochtans is voorzienbaarheid in een democratische rechtsstaat een absolute vereiste. De vraag of een burger wettig of onwettig handelt, wordt nu te veel overgelaten aan de rechter die volkomen volgens eigen inzicht en vooral volgens eigen politieke overtuiging en levensbeschouwing, een oordeel zal vellen. Een dergelijke toestand is ontoelaatbaar. Zo hebben nogal wat grote bedrijven een interne regel die verbiedt een relatie te hebben met een collega waarmee men samenwerkt. Indien men een relatie aangaat, wordt men geacht dat te melden, waarna men elders in het bedrijf werk krijgt aangeboden. Volgens de definitie van het voorliggende ontwerp gaat het hier om een onderscheid en minstens om een indirect onderscheid. De burgerlijke staat is een van de beschermde criteria en zorgt ervoor dat persoon X wel mag samenwerken met persoon Y in dezelfde dienst, maar niet met persoon Z. Een bedrijf kan vooraf onmogelijk weten of het veroordeeld kan worden omdat de vraag of het zich aan directe of indirecte discriminatie bezondigt, uitsluitend afhangt van de mening van de rechter of voldaan is aan de vage begrippen van gerechtvaardigd door een legitiem doel en passende en noodzakelijke middelen. Het zal dus afhangen van de rechter of men veroordeeld wordt of niet. Dat is ontoelaatbaar in een Strafwet.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 7 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 8 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Het amendement betreft een voorstel van de dienst Wetsevaluatie die vraagt om in artikel 9, paragraaf 3, de woorden `en uiterlijk op 21 december 2007' te schrappen. De dienst vraagt zich af of een uiterste datum wel nodig is. Zoals de tekst oorspronkelijk werd opgesteld, kan de rechter na 21 december 2007 niet meer nagaan of aan de voorwaarden voor de afwijking van paragraaf 1 voldaan is, aangezien vanaf die datum Richtlijn 2004/113 van de Europese Unie moet zijn omgezet en bij KB een limitatieve lijst met goederen en diensten moet zijn opgesteld waarvoor een afwijking mogelijk is. Als die KB's niet tijdig worden genomen, ontstaat er een juridisch vacuüm.

De voorzitter. - Artikel 10 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 9 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Net als in de antiracismewet strekt amendement nr. 9 ertoe in de parallelle artikelen het woord `gerechtvaardigd' in te voegen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 10 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Het amendement betreft een technische verbetering waarin gevraagd wordt in artikel 10, paragraaf 2, `deze bepaling' te vervangen door de woorden `de afwijking inzake verzekeringscontracten bedoeld in paragraaf 1'. In de oorspronkelijke versie is immers niet duidelijk over welke bepaling, waarnaar verwezen wordt, het precies gaat. Wellicht wordt gedoeld op de afwijking bepaald in paragraaf 1 inzake de verzekeringscontracten. Het volstaat echter niet terug te verwijzen naar paragraaf 1 aangezien die zelf verwijst naar artikel 8 dat op zijn beurt alleen betrekking heeft op artikel 6, paragraaf 1, 1º, terwijl de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid waarvan sprake in paragraaf 2, vermeld worden in artikel 6, paragraaf 3. Er moet dus worden verwezen naar het principe van de afwijking.

De voorzitter. - Artikel 16 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 11 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - De opstellers van dit ontwerp willen een positieve actie toelaatbaar maken, ook al gaat het om een vorm van discriminatie. Wij hebben ons daartegen verzet. Het probleem is immers hoe kan worden bepaald wat toegelaten is in het kader van positieve actie. Men slaagt er niet een goede definitie te vinden en dus laat men het over aan de Koning om een lijst op te stellen van de situaties en de voorwaarden waarbij aan positieve discriminatie mag worden gedaan. Het gaat om een volstrekt ongrondwettelijke delegatie aan de Koning die de wet willekeurig kan inperken. De Raad van State heeft daarop uitdrukkelijk gewezen. Wij vragen artikel 16 te schrappen.

De voorzitter. - Artikel 18 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 12 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit is vergelijkbaar met het amendement tot toevoeging van paragraaf 3 bij artikel 11 van de racismewet en ik verwijs naar de toelichting bij dat amendement.

De voorzitter. - Artikel 19 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 13 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ook dit amendement strekt ertoe alle verwijzingen naar indirecte discriminatie te schrappen.

De voorzitter. - Artikel 22 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 14 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Net als bij de racismewet vragen we met dit amendement om het woord `onrechtvaardige' in artikel 22 in te voegen.

De voorzitter. - Artikel 24 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 15 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement brengt een materiële verandering aan in artikel 24. Het vervangt namelijk `1385novies' door `1385nonies'. Hoewel beide vormen correct zijn, zegt de Dienst Wetsevaluatie dat `nonies' het meest correct is en dat ook in het Gerechtelijk Wetboek die term wordt gebruikt.

De voorzitter. - Artikel 25 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 16 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ook dit is een voorstel van de Dienst Wetsevaluatie, namelijk om artikel 25, paragraaf 4, derde lid als volgt te vervangen: `Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid, ten eerste, de dag, de maand en het jaar; ten tweede de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de verzoeker; ten derde, de naam en het adres van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon tegen wie de vordering wordt ingesteld; ten vierde, het onderwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering.' Hiermee wordt de tekst in overeenstemming gebracht met artikel 134ter van het Gerechtelijk Wetboek dat de inhoud van het verzoek bepaalt en eveneens bovenvermelde termen hanteert.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 17 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement strekt ertoe een materiële fout te verbeteren. In artikel 25 wordt verwezen naar de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 juni 1973, terwijl het 12 januari 1973 moet zijn.

De voorzitter. - Artikel 26 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 18 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar de parallelle amendementen bij de antiracismewetgeving.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 19 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ook hier verwijs ik naar alle parallelle amendementen over indirecte discriminatie.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 20 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ook hier wordt het aanzetten tot handelingen strafbaar gesteld, terwijl de handelingen op zich niet strafbaar zijn. Ik blijf dat zeer merkwaardig vinden en net zoals bij de antiracismewet vragen we dit artikel te schrappen.

De voorzitter. - Artikel 27 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 21 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit is een vergelijkbare aanpassing als bij de antiracismewet en ik verwijs dan ook naar de toelichting bij de desbetreffende amendementen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 22 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Hier geldt opnieuw hetzelfde.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 23 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Zoals gezegd is de term `segregatie' in de genderwet nog minder van toepassing dan in de antiracismewet. Ik vraag dan ook deze term te schrappen.

De voorzitter. - Artikel 28 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 24 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ook dit is een voorstel van de Dienst Wetsevaluatie. Het is inderdaad merkwaardig dat voor een bepaald misdrijf dezelfde straffen worden opgelegd als voor een ander, zwaarder misdrijf. Het amendement wil op dat punt toch een onderscheid - noem het een discriminatie - maken.

De voorzitter. - Artikel 32 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 25 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar het equivalente amendement bij de antiracismewet.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 26 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement gaat over indirecte discriminatie en ik verwijs naar de toelichting bij andere amendementen van dezelfde strekking.

De voorzitter. - Artikel 33 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 1 ingediend (zie stuk 3-2363/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 27 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs ook hier naar de toelichting bij parallelle amendementen bij de antiracismewet.

De voorzitter. - Artikel 35 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 28 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Opnieuw verwijs ik naar de toelichting bij equivalente amendementen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 29 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement houdt een tekstverbetering in. Het Franse woord `données' moet veranderd worden naar de enkelvoudige en mannelijke vorm.

De voorzitter. - Artikel 38 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 30 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement vraagt de woorden `artikel 54 van voornoemde wet' te vervangen door de woorden `artikel 54 van de hierboven vermelde wet van 28 april 2003'. De laatste expliciet vermelde wet is immers die van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. Artikel 54 van die wet betreft de werking van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen en vermeldt geen strafbepalingen. Bedoeld is wel degelijk de wet van 28 april 2003.

De voorzitter. - Artikel 42 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 31 ingediend (zie stuk 3-2363/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Het laatste amendement, nummer 31, gaat over de rechtzetting van een grammaticale fout in de Franstalige tekst.

(Voorzitter: de heer Staf Nimmegeers, eerste ondervoorzitter.)

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie (Stuk 3-2364) (Evocatieprocedure)

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2722/8.)

De voorzitter. - Artikel 2 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 1 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 9 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement heeft tot doel de verwijzingen naar de uitvoering van richtlijnen te schrappen.

De voorzitter. - Artikel 3 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 2 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Op amendement 2 heeft de heer Hugo Vandenberghe het subsidiair amendement 3 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 10 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Er worden hier een aantal criteria opgesomd op basis waarvan niet mag worden gediscrimineerd en dat enkel op het domein van de arbeidsmarkt. Onze wetgever vindt het nodig er nog een aantal criteria aan toe te voegen. Met dit amendement wordt gevraagd de toevoegingen zoals de burgerlijke staat, geboorte, vermogen, huidige gezondheidstoestand, ernstige ziekten of genetische eigenschappen, sociale afkomst te doen vervallen. Men kan zich alleen vragen stellen over wat een fysieke eigenschap in praktijk kan betekenen. Met dit amendement vragen we dan ook die onnodige uitbreidingen te schrappen.

De voorzitter. - Artikel 4 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 47 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Amendement 47 is ingegeven door een opmerking van de dienst Wetsevaluatie van de Senaat om de streepjes onder alinea 1 te vervangen door respectievelijk a), b), c), ...

De dienst Wetsevaluatie wijst er terecht op dat streepjes in de wetgeving best worden vermeden. Ze bemoeilijken de identificatie van de bepalingen en maken het wijzigen van de tekst nodeloos ingewikkeld.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 4 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 11 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 12 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Met dit amendement wordt gevraagd alle verwijzingen naar het indirecte onderscheid en de indirecte discriminatie die door het Arbitragehof en de Raad van State werden verworpen te schrappen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 13 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 14 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 13 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Amendement 13 bij artikel 4 heeft tot doel een bijzonder opzet te vereisen van daders die aan indirecte discriminatie doen en de wet zo toch nog een beetje redelijk te houden. Ik verwijs naar de toelichting van gelijkaardige amendementen bij de genderwet en de antiracismewet.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 14 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Amendement 14 bij artikel 4 is een technische aanpassing.

Artikel 4 moet er minstens een aanvulling krijgen. In artikel 52 §2 is immers sprake van "het Instituut" en artikel 4 geeft alle definities die verder in de wet voorkomen, maar niet van `het Instituut'. We vermoeden dat het niet gaat om het Koninklijk Meteorologisch Instituut of het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, maar om het Instituut voor de gelijkheid van mannen en vrouwen, opgericht bij wet van 16 december 2002. We willen die verduidelijking ook laten opnemen in de wet.

(Voorzitter: mevrouw Anne-Marie Lizin.)

De voorzitter. - Artikel 5 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 15 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 48 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 49 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Amendement 49 heb ik ingediend omdat op het eerste gezicht het artikel een uitvoering is van de bepalingen van artikel 4 van de richtlijn. Bij nader inzien is dat niet het geval en is de voorgestelde uitvoering vanuit het standpunt van de democratische rechtsstaat bovendien ontoelaatbaar vaag.

In de eerste plaats wordt gezegd dat een onderscheid op basis van leeftijd, seksuele geaardheid, geloof of levensbeschouwing, handicap in de context van arbeid en beroep geen discriminatie vormt, indien dit gerechtvaardigd wordt op grond van wezenlijke en bepalende beroepsvereisten. De wet doet evenwel geen enkele poging om dit nochtans cruciale begrip nader in te vullen. De werkgever heeft dus geen enkel houvast om te weten voor welk beroep hij leeftijd, seksuele geaardheid, geloof en levensbeschouwing of handicap mag hanteren als criterium.

Het artikel bepaalt verder dat de Koning een exemplatieve lijst kan opstellen van situaties waarin een bepaald kenmerk een wezenlijke en bepalende beroepsvereiste vormt. Niet alleen rijst de vraag of men aan de Koning kan delegeren om te bepalen hoe een bijzonder vage wettelijke term wordt ingevuld. Bovendien gaat het om een exemplatieve lijst, die dus geen rechtszekerheid biedt. Het artikel zegt ook dat de Koning deze lijst kan opstellen en is hij daartoe niet eens verplicht. Het artikel maakt zich er ten slotte van af met de vermelding dat de rechter in elk concreet geval zal onderzoeken of een bepaald kenmerk een wezenlijke of bepalende beroepsvereiste vormt. Zo kan men in de strafwet ook opnemen dat in elk concreet geval zal worden nagegaan of een burger iets strafbaars heeft gedaan, zonder hem daar enige uitleg over te geven. Aangezien we bezwaarlijk kunnen aannemen dat elke werkgever elke aanwerving vooraf aan de rechter moet voorleggen, gaan we ervan uit dat met `elk concreet geval' wordt bedoeld de situatie waarin een werkgever via klacht of dagvaarding al voor de rechtbank is gesleept om dan post factum zich te verantwoorden. Dat hij pas dan uitsluitsel krijgt over de vraag of een gebruikt criterium wezenlijk was als beroepsvereiste, kan men bezwaarlijk verenigen met het voorzienbaarheidsbeginsel van een democratische rechtsstaat.

De voorzitter. - Artikel 7 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 5 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 16 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement strekt ertoe alle verwijzingen naar indirecte discriminatie uit de wet te schrappen. Ik verwijs ook naar andere amendementen in die zin.

De voorzitter. - Artikel 8 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 17 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Artikel 9 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 6 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 18 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 50 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement berust op een voorstel van de dienst Wetsevaluatie van de Senaat om de streepjes te vervangen door alinea's. De dienst Wetsevaluatie wijst erop dat wetgevingstechnisch streepjes best worden vermeden omdat ze de identificatie van bepalingen bemoeilijken en een tekstwijziging nodeloos ingewikkeld maakt.

De voorzitter. - Artikel 10 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 19 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement is parallel aan het amendement betreffende het wetsontwerp over positieve discriminatie. Ik verwijs naar de toelichting bij de amendementen bij de twee andere wetsontwerpen over hetzelfde onderwerp.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 7 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 51 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ook dit amendement is gebaseerd op opmerkingen van de dienst Wetsevaluatie, waarvoor helaas geen tijd was in de commissie voor de Justitie. Daarom konden we dat amendement pas nu, in plenaire vergadering, indienen.

In dit amendement wordt voorgesteld de streepjes in paragraaf 2 te vervangen door 1), 2), 3), 4) enzovoort, en in paragraaf 4 door 1) en 2). Ik verwijs naar gelijkaardige amendementen op basis van suggesties van de dienst Wetsevaluatie.

De voorzitter. - Artikel 11 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 8 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 52 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - De dienst wetsevaluatie van de Senaat merkt terecht op dat dit ontwerp vier concepten definieert: direct onderscheid, directe discriminatie, indirect onderscheid en indirecte discriminatie. Daardoor wijkt het af van de Europese richtlijnen op dat gebied, waarin enkel de concepten directe en indirecte discriminatie worden gedefinieerd. Ook het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen meent in zijn advies betreffende het wetsontwerp over gender dat het naast elkaar bestaan van de vier begrippen een groot probleem oplevert en een bron is van rechtsonzekerheid. Het Instituut is er dan ook voorstander van om enkel gebruik te maken van de begrippen directe en indirecte discriminatie en geen toevlucht te zoeken tot andere concepten die een bron van complexiteit en fouten vormen of kunnen vormen. Dit amendement sterkt er dan ook toe de begrippen direct en indirect onderscheid te schrappen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 20 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar de toelichting bij parallelle amendementen bij de twee vorige wetsontwerpen.

De voorzitter. - Artikel 12 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 53 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement stelt ook voor de streepjes in het artikel te vervangen door cijfers of letters omdat anders de artikels moeilijk te identificeren zijn.

De voorzitter. - Artikel 13 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 21 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement strekt ertoe artikel 13 te schrappen. Hoewel in het wetsontwerp alle mogelijke vormen van discriminatie strafbaar worden gesteld, maakt artikel 13 een uitzondering voor discriminatie door zuilenorganisaties - de vakbonden en de mutualiteiten. Het illustreert de enorme hypocrisie van het wetsontwerp. Het wil de slachtoffers van discriminatie verdedigen, behalve wanneer de daders de vakbonden of de mutualiteiten, de echte machthebbers in dit land, zijn.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 54 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement werd gesuggereerd door de dienst Wetsevaluatie. Er wordt op gewezen dat indien de wetgever aan deze bepalingen een normatieve inhoud wil geven, het beter is om het woord `derhalve' te schrappen en daartoe strekt dit amendement.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 55 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Een van de redenen waarom het Arbitragehof zo moeilijk deed over de vorige wet tegen discriminatie, was de specifieke verwijzing naar discriminatie op grond van geloof en levensbeschouwing, terwijl het duidelijk was, ook in de commissie, dat discriminaties op grond van een politieke overtuiging hier niet in aanmerking worden genomen.

Volgens het Arbitragehof was dat onaanvaardbaar omdat in elk internationaal verdrag, het EVRM of het BUPO, altijd expliciet wordt verwezen naar het verbod van discriminatie op grond van politieke overtuiging. We weten natuurlijk waarom het niet de bedoeling was om dat in de discriminatiewet op te nemen, namelijk omdat wij er ons niet zouden kunnen op beroepen om ons te beschermen. Dat is met evenveel woorden in de commissie gezegd.

Het Arbitragehof heeft alle criteria geschrapt, omdat de wet anders een ontoelaatbare discriminatie zou inbouwen. Nu wordt een uitzondering gemaakt voor verenigingen en instituten die gebaseerd zijn op een geloof of een levensbeschouwing, maar niet voor organisaties die steunen op een politieke overtuiging. Met andere woorden, vakbonden en mutualiteiten mogen rustig verder discrimineren, maar politieke partijen niet. We vragen om de logica van het Arbitragehof door te trekken en in de bepalingen die gewagen van overtuiging of geloof ook de term politieke overtuiging op te nemen.

We vragen dus om in het eerste en het derde lid tussen de woorden `geloof' en `of levensbeschouwing', de woorden `, politieke overtuiging' in te voegen.

De voorzitter. - Artikel 14 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 22 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar mijn motivering voor andere amendementen met betrekking tot de indirecte discriminatie.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 56 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar mijn schriftelijke toelichting.

De voorzitter. - Artikel 16 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 57 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik wens de streepjes te vervangen door 1º, 2º, enzovoorts.

De voorzitter. - Artikel 20 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 58 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - De dienst Wetsevaluatie wijst er terecht op dat de gecoördineerde wetten op de Raad van State dateren van 12 januari 1973 en niet van 12 juni 1973.

De voorzitter. - Artikel 21 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 23 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar mijn schriftelijke motivatie die parallel loopt met die bij soortgelijke amendementen op beide andere wetsontwerpen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 59 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - De dienst Wetsevaluatie wijst er terecht op dat de Nederlandse en de Franse tekst niet volledig overeenstemmen doordat in de Nederlandse tekst de meervoudsvorm wordt gebruikt en in de Franse tekst de enkelvoudsvorm. Dit amendement strekt ertoe in de Nederlandstalige tekst de enkelvoudsvorm te gebruiken en de woorden `de beschermde criteria' te vervangen door de woorden `een beschermd criterium'.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 24 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar mijn motivering voor andere amendementen met betrekking tot de indirecte discriminatie.

De voorzitter. - Artikel 22 luidt:

Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft:

1º hij die in een van de in artikel 444 van het Strafwetboek bedoelde omstandigheden aanzet tot discriminatie jegens een persoon wegens een van de beschermde criteria, en dit, zelfs buiten de in artikel 5 bedoelde domeinen;

2º hij die in een van de in artikel 444 van het Strafwetboek bedoelde omstandigheden aanzet tot haat of geweld jegens een persoon wegens een van de beschermde criteria, en dit, zelfs buiten de in artikel 5 bedoelde domeinen;

3º hij die in een van de in artikel 444 van het Strafwetboek bedoelde omstandigheden aanzet tot discriminatie of tot segregatie jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan, wegens een van de beschermde criteria, en dit, zelfs buiten de in artikel 5 bedoelde domeinen;

4º hij die in een van de in artikel 444 van het Strafwetboek bedoelde omstandigheden aanzet tot haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan, wegens een van de beschermde criteria, en dit, zelfs buiten de in artikel 5 bedoelde domeinen.

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 25 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar mijn schriftelijke motivatie die parallel loopt met die bij soortgelijke amendementen op beide andere wetsontwerpen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 26 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar mijn schriftelijke motivatie die parallel loopt met die bij soortgelijke amendementen op beide andere wetsontwerpen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 27 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar mijn schriftelijke motivatie die parallel loopt met die bij soortgelijke amendementen op beide andere wetsontwerpen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 28 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar mijn motivatie bij andere amendementen die ertoe strekken het begrip `segregatie' te schrappen.

De voorzitter. - Artikel 23 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 60 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - De dienst Wetsevaluatie merkt terecht op dat hier merkwaardig genoeg zwaardere straffen worden opgelegd dan voor soortgelijke misdrijven in de wet op pesterijen en geweld op het werk. Het amendement strekt ertoe om de strafmaat verhoudingsgewijs te verlagen.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 61 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - We vragen het vierde en vijfde lid van het artikel te schrappen omdat de Dienst Wetsevaluatie terecht opmerkt dat lid 4 redundant is met artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering en lid 5 volledig overbodig is gelet op artikel 194 van het Strafwetboek.

De voorzitter. - Artikel 24 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 62 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - De Dienst Wetsevaluatie heeft ook hier opgemerkt dat strafbaarstellingen worden ingevoerd die de non-discriminatietoets van het Arbitragehof in vergelijking met andere misdrijven van dezelfde aard niet doorstaat. We vragen dus de straffen te verlagen.

De voorzitter. - Artikel 25 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 63 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - We willen de woorden "in geval van een inbreuk op" vervangen door "in geval van toepassing van". De Dienst Wetsevaluatie merkt terecht op dat de artikelen 22, 23 en 24 van het ontwerp geen betrekking hebben op inbreuken, maar op strafbepalingen.

De voorzitter. - Artikel 27 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 29 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar gelijklopende amendementen op de andere ontwerpen en de toelichting daarbij.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 30 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar de schriftelijke verantwoording.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 64 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik vraag de vervanging van de streepjes door cijfers.

De voorzitter. - Artikel 28 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 31 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar de gelijklopende amendementen op de andere ontwerpen en de toelichting daarbij.

De voorzitter. - Op hetzelfde artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 65 ingediend (zie stuk 3-2364/4) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Het betreft een taalkundige verbetering op advies van de Dienst Wetsevaluatie. Het amendement strekt ertoe in §2 de woorden "onder meer, doch niet uitsluitend" te vervangen door "onder andere". Hetzelfde geldt voor §3.

De voorzitter. - Artikel 29 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 32 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar de schriftelijke toelichting.

De voorzitter. - Artikel 30 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 33 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Ik verwijs naar de schriftelijke toelichting.

De voorzitter. - Artikel 31 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 34 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Dit amendement handelt opnieuw over het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding. Ik verijs terzake naar de toelichting bij het gelijklopende amendement bij de antiracismewet.

De voorzitter. - Artikel 33 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 35 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Artikel 34 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 36 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Artikel 35 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 37 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Artikel 36 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 38 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Artikel 37 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 39 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Artikel 38 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 40 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Artikel 39 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 41 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Artikel 40 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 42 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Artikel 41 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 43 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Artikel 42 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 44 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Artikel 43 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 45 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

Artikel 44 luidt:

Op dit artikel hebben de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch amendement 46 ingediend (zie stuk 3-2364/2) dat luidt:

-De stemming over de amendementen wordt aangehouden.

-De stemmingen over de amendementen en over het wetsontwerp in zijn geheel hebben later plaats.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp tot aanpassing van het Gerechtelijk Wetboek aan de wetgeving ter bestrijding van discriminatie en tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (Stuk 3-2365)

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2723/3.)

-De artikelen 1 tot 17 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg (Stuk 3-2397) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp met betrekking tot de regeling van de geschillen in het kader van de wet van ... betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg (Stuk 3-2398)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Ik stel voor deze wetsontwerpen samen te bespreken. (Instemming)

De heer Vankrunkelsven verwijst naar zijn schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg (Stuk 3-2397) (Evocatieprocedure)

(Voor de tekst verbeterd door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden, zie stuk 3-2397/4.)

De voorzitter. - Artikel 2 luidt:

Op dit artikel heeft mevrouw De Schamphelaere amendement 2 ingediend (zie stuk 3-2397/2) dat luidt:

Mevrouw De Schamphelaere heeft amendement 4 ingediend (zie stuk 3-2397/2) dat luidt:

Mevrouw De Schamphelaere heeft amendement 5 ingediend (zie stuk 3-2397/2) dat luidt:

Mevrouw De Schamphelaere heeft amendement 6 ingediend (zie stuk 3-2397/2) dat luidt:

Mevrouw De Schamphelaere heeft amendement 7 ingediend (zie stuk 3-2397/2) dat luidt:

Mevrouw De Schamphelaere heeft amendement 8 ingediend (zie stuk 3-2397/2) dat luidt:

Mevrouw De Schamphelaere heeft amendement 9 ingediend (zie stuk 3-2397/2) dat luidt:

Mevrouw De Schamphelaere heeft amendement 10 ingediend (zie stuk 3-2397/2) dat luidt:

Mevrouw De Schamphelaere heeft amendement 11 ingediend (zie stuk 3-2397/2) dat luidt:

Mevrouw De Schamphelaere heeft amendement 12 ingediend (zie stuk 3-2397/2) dat luidt:

Artikel 35 luidt:

Op dit artikel heeft mevrouw De Schamphelaere amendement 15 ingediend (zie stuk 3-2397/2) dat luidt:

-De stemming over de amendementen wordt aangehouden.

-De aangehouden stemmingen en de stemming over het wetsontwerp in zijn geheel hebben later plaats.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp met betrekking tot de regeling van de geschillen in het kader van de wet van ... betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg (Stuk 3-2398)

(Voor de tekst verbeterd door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden, zie stuk 3-2398/3.)

-De artikelen 1 tot 5 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp tot verbetering van het sociaal statuut van de betaalde sportbeoefenaar (Stuk 3-2400) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Mevrouw De Schamphelaere verwijst naar haar schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst verbeterd door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden, zie stuk 3-2400/3.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek ter bevordering van de erfrechtelijke bescherming van buitenhuwelijkse kinderen (Stuk 3-2392) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Seminara voor een mondeling verslag.

De heer Franco Seminara (PS), rapporteur. - Dit ontwerp vloeit voort uit een parlementair initiatief. Het beoogt de uitbreiding van het toepassingsgebied van artikel 1465 van het Burgerlijk Wetboek tot de buitenhuwelijkse kinderen, met inbegrip van kinderen verwekt in overspel, waarbij de afstamming met de erflater vaststaat.

In de huidige stand van het recht houdt deze bepaling een discriminatie in tussen de kinderen die geboren zijn tijdens het huwelijk en die welke daarbuiten zijn geboren. Het artikel houdt onvoldoende rekening met de nieuw samengestelde gezinnen. Dit standpunt wordt gedeeld door de rechtsleer en werd bevestigd door een arrest van het Arbitragehof. Op grond van de unanieme rechtsleer en dit arrest werd voorgesteld het toepassingsgebied van artikel 1465 van het Burgerlijk Wetboek uit te breiden tot de buitenhuwelijkse kinderen, met inbegrip van kinderen verwekt in overspel, teneinde iedereen gelijke fundamentele rechten te bieden.

Het artikel zou echter ook van toepassing moeten zijn op kinderen die geboren zijn uit een vorig huwelijk van dezelfde echtgenoten. De term huidig huwelijk is nogal vaag en lijkt de kinderen uit een vorig huwelijk tussen dezelfde personen uit te sluiten.

Artikel 295 moet dus duidelijker worden geformuleerd. Als gescheiden echtgenoten opnieuw met elkaar huwen, zal artikel 1465 niet van toepassing zijn als er kinderen zijn die niet van hen beiden zijn.

De commissie heeft besloten de woorden `buiten het huidige huwelijk' in het voorgestelde artikel 295 van het Burgerlijk Wetboek te vervangen door de woorden `die niet gezamenlijk zijn'.

Het verbeterde ontwerp in zijn geheel werd door de negen aanwezige leden eenparig aangenomen. Met dezelfde eenparigheid werd vertrouwen geschonken aan de rapporteur voor dit verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst verbeterd door de commissie voor de Justitie, zie stuk 3-2392/3.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp houdende diverse arbeidsbepalingen (Stuk 3-2438) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - De heer Beke verwijst naar zijn verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-3067/5.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen (Stuk 3-2439) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan mevrouw De Roeck voor een mondeling verslag.

Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn verslag, maar wens in eigen naam te zeggen dat dit wetsontwerp belangrijk is, vooral voor een aantal chronische patiënten, die het dankzij dit ontwerp eindelijk een beetje makkelijker zullen krijgen.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-3057/4.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 26 maart 2003 houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen inzake het waardevast beheer van in beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties (Stuk 3-2428)

Algemene bespreking

De voorzitter. - De heer Mahoux verwijst naar zijn verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-3092/1.)

-De artikelen 1 tot 5 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp tot tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000, van het Europees Verdrag van Luxemburg van 20 mei 1980 betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, en van het Verdrag van 's-Gravenhage van 25 oktober 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (Stuk 3-2435)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Mevrouw Nyssens verwijst naar haar verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst verbeterd door de commissie voor de Justitie, zie stuk 3-2435/4.)

-De artikelen 1 tot 15 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid (Stuk 3-2437) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De heer Franco Seminara (PS), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-3081/3.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (Stuk 3-2429) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan mevrouw Zrihen voor een mondeling verslag.

Mevrouw Olga Zrihen (PS), rapporteur namens de commissie voor de Justitie. - De bepalingen van dit wetsontwerp vallen onder de facultatieve bicamerale procedure en maakten oorspronkelijk deel uit van de programmawet die op 4 april 2007 bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers werd ingediend als wetsontwerp van de regering.

Aangezien het geen begrotingsbepalingen zijn werden ze, met toepassing van artikel 72.4 van het reglement van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, uit het ontwerp van programmawet gelicht en toegevoegd aan het ontwerp van wet houdende diverse bepalingen.

Dat wetsontwerp werd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers aangenomen op 25 april 2007 en onmiddellijk overgezonden naar de Senaat, die het dezelfde dag heeft geëvoceerd.

De commissie voor de Justitie heeft artikel 4 besproken op haar vergadering van 25 april 2007, in aanwezigheid van de minister van Justitie.

De minister preciseerde dat uit een arrest van de Raad van State gebleken is dat de controle op de toegang van minderjarigen tot bioscoopzalen een bevoegdheid is van de federale overheid en niet van de gemeenschappen. In overleg met de gemeenschappen, die hun eigen filmcontrolecommissies hebben georganiseerd, stelt artikel 4 van het ontwerp voor voorlopig een federale filmcontrolecommissie op te richten.

Tijdens de bespreking verwees mevrouw Talhaoui naar een wetsvoorstel over hetzelfde onderwerp dat ze samen met de heer Lionel Vandenberghe heeft ingediend en dat naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden werd verzonden. Ze meende te begrijpen dat de federale filmcontrolecommissie voorlopig is en dat de wet zal worden gewijzigd. De minister heeft bevestigd dat het wel degelijk een voorlopige oplossing is, in afwachting van een institutioneel akkoord.

Mevrouw Nyssens vroeg wat de controle door die commissie inhoudt, en of dat orgaan bepaalt of de film het label `kinderen toegelaten' of `kinderen niet toegelaten' krijgt, wat de minister bevestigd heeft.

Het artikel dat naar de commissie voor de Justitie werd verzonden werd eenparig aangenomen door de negen aanwezige leden. Met dezelfde meerderheid werd vertrouwen gegeven aan de rapporteur voor de redactie van dit verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissies is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-3074/6.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp betreffende bepaalde bankdiensten (Stuk 3-2416) (Evocatieprocedure)

Wetsvoorstel dat ertoe strekt te waarborgen dat zichtrekeningen bij kredietinstellingen kosteloos kunnen worden gesloten (van mevrouw Joëlle Kapompolé en mevrouw Olga Zrihen, Stuk 3-1406)

Algemene bespreking

De voorzitter. - De heer Van Nieuwkerke verwijst naar zijn schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2988/5.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten (Stuk 3-2419) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Mevrouw Hermans verwijst naar haar verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2978/5.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 11 augustus 1987 houdende waarborg van werken uit edele metalen (Stuk 3-2421) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Mevrouw Bousakla verwijst naar haar verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-3060/5.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp betreffende de oprichting van een commerciële vastgoedmaatschappij door de Staat (Stuk 3-2415) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan mevrouw Kapompolé voor een mondeling verslag.

Mevrouw Joëlle Kapompolé (PS), rapporteur. - Dit wetsontwerp valt onder de facultatieve bicamerale procedure en werd oorspronkelijk ingediend in de Kamer van Volksvertegenwoordigers als wetsontwerp van de regering.

Het werd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 19 april 2007 met 91 tegen 31 stemmen aangenomen. Het werd op 20 april 2007 overgezonden naar de Senaat, waar het dezelfde dag werd geëvoceerd.

De commissie heeft het wetsontwerp besproken op haar vergadering van 23 april 2007.

In zijn inleidende uiteenzetting verwees de staatssecretaris naar stuk 51/2995/001 van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Op vraag van mevrouw Hermans zei de staatssecretaris dat de ambassades van België in het buitenland waarvan de Staat eigenaar is, niet in aanmerking komen om te worden verkocht. Hij wees erop dat een eerste totaallijst van eigendommen werd opgesteld. Het technisch comité dat werd geraadpleegd, zal bij de Ministerraad verslag uitbrengen over deze lijst. De Ministerraad zal beslissen welke goederen zullen worden geveild en volgens welke zeer precieze voorwaarden. De ambassades staan niet op die lijst.

Er werden geen amendementen ingediend. Het wetsontwerp in zijn geheel werd eenparig aangenomen door de negen aanwezige leden. Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor een mondeling verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2995/3.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles (Stuk 3-2422) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Collas voor een mondeling verslag.

De heer Berni Collas (MR), rapporteur. - Ook dit ontwerp is optioneel bicameraal. Het werd aangenomen door de Kamer van Volksvertegenwoordigers met 97 stemmen bij 33 onthoudingen. Het werd op 20 april jongstleden overgezonden en dezelfde dag geëvoceerd. Op 23 april heeft onze commissie het ontwerp besproken.

De staatssecretaris verwees naar zijn uiteenzetting voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

De heer Willems stelt vast dat de richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG door de regering op vrij korte tijd in Belgisch recht worden omgezet. De staatssecretaris verklaart dat de regering momenteel de opmerkingen bestudeert die de Raad van State heeft geformuleerd over het voorontwerp van wet dat de omzetting van de MiFID-richtlijn moet regelen.

Er werd geen enkel amendement ingediend.

Het geheel van het ontwerp werd met eenparigheid door de negen aanwezige leden aangenomen. Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor dit mondeling verslag.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-3047/3.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2006 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E voor het kalenderjaar 2007 (Stuk 3-2417) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Van Nieuwkerke voor een mondeling verslag.

De heer André Van Nieuwkerke (SP.A-SPIRIT), rapporteur. - Dit ontwerp werd door de commissie eenparig aangenomen.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-3027/2.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp houdende dringende spoorwegbepalingen (Stuk 3-2434) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

Mevrouw Margriet Hermans (VLD), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-3055/5.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008 (Stuk 3-2436) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan mevrouw Kapompolé voor een mondeling verslag.

Mevrouw Joëlle Kapompolé (PS), rapporteur namens de commissie voor de Financiën en de Economische Aangelegenheden. - Het wetsontwerp strekt ertoe nieuwe fiscale maatregelen in te voeren of bestaande fiscale maatregelen aan te passen. Het werd eenparig goedgekeurd in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

De staatsecretaris verwees naar zijn inleidende uiteenzetting in de Kamercommissie voor de Financiën en de Begroting.

Tijdens de algemene bespreking vroeg de heer Collas uitleg over de fiscale bepaling die betrekking heeft op de cumulatie van een overlevingspensioen en inkomsten uit een eigen activiteit. Tot nog toe werd een overlevingspensioen fiscaal voordelig behandeld. Wanneer de begunstigde van een overlevingspensioen geen andere inkomsten heeft, krijgt hij een belastingvermindering. Als de betrokkene naast het pensioen nog andere inkomsten heeft, wordt het bedrag van de belastingvermindering echter beperkt in functie van de verhouding tussen het nettopensioen en het bedrag van de netto-inkomsten. De andere inkomsten worden dus zwaar belast omdat de belastingvermindering degressief is.

Spreker merkt op dat hijzelf, via een wetsvoorstel tot wijziging van artikel 147 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, evenals zijn collega Steverlynck, via een wetsvoorstel tot wijziging van artikel 147 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de belastingvermindering op pensioenen, precies gepoogd hebben deze te radicale fiscale techniek af te schaffen omdat die vooral begunstigden van kleine pensioenen treft, die daardoor soms genoopt worden om opnieuw te gaan werken.

Ofschoon het sociale gedeelte al in de goede richting werd gewijzigd, merkt de spreker op dat het fiscale gedeelte zeker ook zou moeten worden aangepast. De staatsecretaris wijst er aan de hand van voorbeelden op dat de filosofie van de aangehaalde voorstellen werd overgenomen in de voorliggende bepalingen en becijferde de impact van de bepaling in een voorbeeld.

De heer Collas zegt dat de voorgestelde maatregel in de goede richting gaat.

Het ontwerp werd in zijn geheel eenparig door de tien aanwezige leden aangenomen. Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor een mondeling verslag.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Mijn uiteenzetting heeft betrekking op de fiscaliteit van het inkomen dat men kan verwerven naast het pensioen. Collega Berni Collas en ikzelf hebben een wetsvoorstel ter zake ingediend vanuit de vaststelling, die ook in het Raadgevend Comité voor de Pensioensector werd gedaan, dat de fiscale behandeling van de pensioeninkomens nefast is wanneer men naast het pensioen ook nog een inkomen verwerft. Dat is des te pijnlijker wanneer het gaat om een overlevingspensioen. Wie naast zo een pensioen nog een inkomen verwerft, wordt pas na een paar jaar belast en dient soms meer belasting te betalen dan het verworven inkomen.

Het voorliggende wetsontwerp gaat in elk geval in de goede richting en komt tegemoet aan de bekommernis om gepensioneerden met lage pensioenen hun fiscaal gunstig pensioen te laten behouden wanneer ze daarnaast nog iets bijverdienen. Zo wordt er meer gelijkheid gecreëerd wordt tussen mensen met hoge pensioenen en mensen met lage pensioenen. Ik vind evenwel dat men iets verder had kunnen gaan. Mijn wetsvoorstel ging inderdaad verder.

Ik wil ook de complexiteit van de maatregel aankaarten. Enkel doorgewinterde fiscalisten kunnen hem op zijn juiste merites beoordelen.

Het is niettemin een signaal en een eerste stap. In de volgende legislatuur kunnen nog bijkomende maatregelen worden genomen met het oog op meer rechtvaardigheid voor diegenen die naast hun pensioen nog een inkomen willen verwerven.

De heer Berni Collas (MR). - De analyse van de heer Steverlynck is zeer pertinent. We hebben een wetsvoorstel ingediend om de afroming van de belastingvermindering tegen te gaan, want die is onrechtvaardig.

Ik heb hier een document dat de impact van de nieuwe maatregel duidelijk illustreert. Voor iemand die naast een pensioen van 11.000 euro een netto belastbaar inkomen verwerft van 11.000 euro, en zo een totaal belastbaar inkomen heeft van 22.000 euro, is het belastingvoordeel 926,92 euro.

Men moet ook rekening houden met de opcentiemen die van gemeente tot gemeente verschillen, maar de koopkracht van personen in deze situatie verhoogt met zo'n 1.000 euro en dat is niet te verwaarlozen. De maatregel gaat in de goede richting, ook al kan hij nog scherper gesteld worden.

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik dank mevrouw Kapompolé voor haar uitstekend verslag.

Over dit dossier bestaat al van bij het begin eensgezindheid. Dat is niet zonder belang, want het gaat om het interprofessioneel akkoord.

We hebben rekening gehouden met de wetsvoorstellen van de heren Collas en Steverlynck. Het is natuurlijk altijd mogelijk om verder te gaan, maar dankzij het interprofessioneel akkoord kon een maatregel concreet worden doorgevoerd die zonder enige twijfel de koopkracht zal verhogen van gepensioneerden die over andere inkomsten beschikken.

We zijn op de goede weg. We zullen proberen nog verder te gaan met het oog op een volgend interprofessioneel akkoord of een volgende wet.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissies is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-3011/10.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten (Stuk 3-2440) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan mevrouw Bousakla voor een mondeling verslag.

Mevrouw Mimount Bousakla (SP.A-SPIRIT), rapporteur. - De wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten heeft een wettelijk statuut ingevoerd voor de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten. De wet bepaalt dat geen enkele persoon in België de activiteit van bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten mag uitoefenen, zonder vooraf ingeschreven te zijn in het register van de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten dat daartoe door de CBFA wordt bijgehouden. De wet is in werking getreden op 1 juli 2006.

Een verplichte verandering van statuut voor de betrokken tussenpersonen bemoeilijkt uit organisatorisch oogpunt in belangrijke mate de overstap voor de betrokken kapitalisatieonderneming. Dergelijke verandering van statuut bemoeilijkt dan ook de doelstelling van artikel 27bis van het koninklijk besluit nr. 43, dat de noodzaak erkent van het nemen van passende overgangsmaatregelen om de overgang van het statuut van kapitalisatieonderneming te begeleiden.

Om deze redenen is de regering de mening toegedaan dat de mogelijkheid moet geboden worden om de tussenpersonen die bemiddelen in kapitalisatieverrichtingen voor rekening van kapitalisatieondernemingen, met het oog op een vlotte overgang van deze laatste naar het statuut van verzekeringsonderneming, indien de onderneming voor dit statuut zou opteren, reeds tijdens de overgangsperiode in te schrijven in het Register van verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen in plaats van in het register van de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten.

Het voorliggend wetsontwerp strekt er dan ook toe de overgangssituatie te regelen met betrekking tot de registratie van personen die bemiddelen in bank- en beleggingsdiensten. Er loopt een overgangsregeling tot 31 december 2009.

Tijdens de inleidende uiteenzetting verwees de staatssecretaris naar de stukken van de Kamer.

Tijdens de algemene bespreking stelde de heer Willems vast dat het voorliggende ontwerp al uitwerking heeft met ingang van 1 juli 2006. Dat betekent concreet dat er een regularisatie komt voor zij die een inschrijving dienden te hebben vanaf 1 januari, bijvoorbeeld.

Bij de artikelsgewijze bespreking werden er geen amendementen ingediend.

Het wetsontwerp in zijn geheel werd eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-3062/4.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 190 en 195 van het Wetboek diverse rechten en taksen, wat het bedrag betreft van de belasting voor aanplakking en de betaling ervan (Stuk 3-2441) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan mevrouw Zrihen voor een mondeling verslag.

Mevrouw Olga Zrihen (PS), rapporteur. - Het wetsontwerp dat onder de optioneel bicamerale procedure valt, werd eerst in de Kamer van volksvertegenwoordigers als wetsvoorstel ingediend door de heer Alain Mathot c.s., op 12 januari 2005. Het werd op 25 april 2007 in de Kamer van volksvertegenwoordigers unaniem aangenomen door de 137 aanwezige leden. Het werd diezelfde dag overgezonden aan de Senaat, die het op 25 april 2007 heeft geëvoceerd.

De commissie heeft het wetsontwerp tijdens haar vergadering van 25 april 2007 onderzocht.

Dit ontwerp legt de maximumbelasting voor affiches in papier die zonder enige bescherming zoals vernis, glas, perspex, enzovoort op panelen worden geplakt, vast op 5 euro per affiche. Daartoe wordt een nieuw lid in artikel 190 van het Wetboek van met het zegel gelijkgestelde taksen, gewijzigd in het Wetboek diverse rechten en taksen, ingevoegd.

In een tijdperk waarin zeer veel aandacht uitgaat naar de bescherming van het leefmilieu, kan dit ontwerp ons er enkel toe aanzetten spaarzaam om te gaan met affiches.

Over dit ontwerp werden geen vragen gesteld. Er werd geen enkel amendement ingediend.

Het wetsontwerp in zijn geheel werd eenparig aangenomen door de tien aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor een mondeling verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-1546/5.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen (Stuk 3-2444) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Mevrouw Anseeuw verwijst naar haar verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-3073/3.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Ontwerp van programmawet (Stuk 3-2427) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Collas voor een mondeling verslag.

De heer Berni Collas (MR), rapporteur namens de commissie voor de Financiën en de Economische Aangelegenheden. - Het wetsontwerp valt onder de optionele bicamerale procedure. Het werd op 25 april 2007 aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers en dezelfde dag overgezonden naar de Senaat, die het eveneens op 25 april 2007 heeft geëvoceerd.

De commissie heeft het wetsontwerp tijdens haar vergadering van 25 april 2007 onderzocht. In zijn inleidende uiteenzetting wijst de minister erop dat tijdens de begrotingscontrole 2007 de regering beslist heeft een Federaal Energie Instituut te creëren. De minister werd door de regering gemandateerd om voor de financiering van dit instituut een begrotingsfonds op te richten waarin een bedrag van 5 miljoen euro zal worden gestort afkomstig van de eenmalige bijdrage ten belope van 12 miljoen euro gestort door de petroleumsector. Deze financiering moet het Federaal Energie Instituut toelaten om onderzoeksprojecten te voeren inzake petroleum. Bijgevolg werd dan ook in het voorontwerp van wet een hoofdstuk ingevoerd voor de creatie van een dergelijk begrotingsfonds.

De Raad van State heeft er in zijn advies op gewezen dat de oprichting van een begrotingsfonds niet nodig is omdat artikel 46 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen reeds voorziet in een fonds beheerd door de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie waarin de eenmalige bijdrage wordt gestort. Er was dus reeds een voldoende wettelijke basis aanwezig. Daarom heeft de minister geopteerd niet te werken met een begrotingsfonds, maar wel met een wachtrekening bij de Thesaurie beheerd door de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie. De Koning kan in overleg met de petroleumsector de eigenlijke bestemming van de eenmalige bijdrage bepalen.

Staatssecretaris Jamar stipt in zijn inleidende uiteenzetting aan dat dit ontwerp van programmawet een aantal bepalingen bevat inzake fraudebestrijding en inning van de belastingen. Tevens worden enkele specifieke wijzigingen aan het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 beoogd, waarbij het meer bepaald gaat om fiscale maatregelen ter bevordering van energiebesparingen. Andere bepalingen hebben dan weer betrekking op de vennootschapsbelastingen: bedrijfswagens, belastingaftrek voor octrooi-inkomsten, vestiging van belastingen.

Na de artikelsgewijze bespreking heeft de commissie beslist enkele tekstwijzigingen goed te keuren.

Alle artikelen die naar de commissie werden teruggezonden, werden eenparig aangenomen door de negen aanwezige leden.

Vertrouwen werd gegeven aan de rapporteur voor het uitbrengen van een mondeling verslag.

De heer Jean Cornil (PS), rapporteur namens de commissie voor de Sociale Aangelegenheden. - Het gedeelte van de programmawet dat gewijd was aan Sociale Zaken, gaf aanleiding tot heel wat interventies.

De heer Demotte, minister van Sociale zaken en Volksgezondheid, geeft een toelichting bij de bepalingen van Titel III Sociale Zaken.

De artikelen 13 tot 27 maken deel uit van Hoofdstuk 1 `Kinderbijslagen - Toekenning van een maandelijkse bijslag aan sommige eenoudergezinnen'. Dat hoofdstuk voert in de kinderbijslag voor werknemers een toeslag in, die specifiek verschuldigd is voor eenoudergezinnen wier inkomen lager ligt dan het maximumbedrag dat als voorwaarde geldt voor de toekenning van sociale toeslagen.

De artikelen 28 en 29 van Hoofdstuk 2 handelen over het kadaster van de kinderbijslag. Het hoofdstuk is er gekomen op initiatief van leden van de Kamercommissie. De bepalingen hebben betrekking op bepaalde werkgevers van de overheidssector. Het beheer en de betaling van de kinderbijslagen van die werkgevers zullen vanaf 1 oktober 2008 automatisch worden overgeheveld naar de RKW. Die werkgevers zullen aan de RKW de kinderbijslagen terugstorten die zij aan hun personeel hebben uitbetaald, vermeerderd met de administratiekosten.

Hoofdstuk 3 voert een wettelijke basis in voor de overdracht van financiële middelen van het RIZIV naar het Instituut voor Veteranen en het Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers.

De minister geeft vervolgens toelichting bij artikel 31 van hoofdstuk 4. Het artikel preciseert de oorsprong van de middelen die aan de RSZ worden toegekend bij wijze van steun voor het fundamenteel onderzoek. Uit bepaalde contacten was gebleken dat zonder die precisering de in de wet geplande financiering niet mogelijk was geweest.

Hoofdstuk 5 heeft betrekking op het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen. Het bevat twee wijzigingen in twee wetgevingen die betrekking hebben op de opdrachten van het Agentschap. Elke wijziging maakt het voorwerp uit van een afzonderlijke afdeling.

Hoofdstuk 6 bevat de artikelen 35, 36 en 37 die een wettelijke basis geven aan de oprichting van de Hoge Gezondheidsraad, die het Hoog Comité voor de Hygiëne moet vervangen. De Raad van State had voorgesteld de oprichting van de Raad een wettelijke basis te geven.

Artikel 8 beoogt maatregelen met betrekking tot sectoren die gelegenheidswerknemers in dienst nemen.

Hoofdstuk 9 heeft betrekking op de sociale zekerheidsbijdragen en de inhoudingen op brugpensioenen en de zogenaamde Canada Dry-uitkeringen.

De heer Tobback licht de bepalingen van Titel IV van het wetsontwerp toe, die betrekking heeft op de pensioenen en meer in het bijzonder de coördinatie van de artikelen 26, 27bis en 26ter van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen, enerzijds, en de overdracht tussen pensioenstelsels, anderzijds.

Mevrouw Laruelle, minister van Landbouw en Middenstand, geeft toelichting bij Titel V, die betrekking heeft op de middenstand. Het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen voorziet in de toekenning, onder bepaalde voorwaarden, van een maandelijkse financiële uitkering tijdens een maximale duur van zes maanden.

In het kader van de strijd tegen de armoede beoogt de regering om, vanaf 1 juli 2007, het bedrag van die uitkering te verhogen tot hetzelfde bedrag als dat van het minimumpensioen voor zelfstandigen, als `gezin' of als `alleenstaande', naargelang het geval, tijdens een periode van maximaal twaalf maanden.

De heer Vanvelthoven, minister van Werk, geeft toelichting bij de bepalingen van Titel VI van het wetsontwerp, met onder meer de volgende maatregelen: de registratieprocedure voor de bouwsector, de afwezigheid op het werk met het oog op het verstrekken van pleegzorg, de start- en stagebonus, de financiering van de RSZ in het kader van de moederschapshulp ten gunste van zelfstandige vrouwen in de vorm van dienstencheques.

Ik kom tot de bevoegdheden van de heer Dupont, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. De minister herinnert eraan dat een vzw Sociaal Verwarmingsfonds werd opgericht, dat voorschotten betaalt aan de OCMW's en daarna ook belast is met de afrekening van de bijdragen van de OCMW's aan de toelagen voor de aankoop van huisbrandolie voor de verwarming van privéwoningen.

De voorgestelde wetswijziging heeft tot doel de vzw Sociaal Verwarmingsfonds toe te staan, via een variabel krediet, een bedrag te storten om Smals te betalen in het kader van het project `stookoliefonds'.

De algemene bespreking had voornamelijk betrekking op de volgende gedeelten: Sociale Zaken en Volksgezondheid, Middenstand en Landbouw evenals op de bepalingen inzake Werk.

De commissie heeft de artikelen 2, 24 en 27 van het wetsontwerp ongewijzigd aangenomen met eenparigheid van de 9 aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het uitbrengen van een mondeling verslag.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Ik wil het hebben over de faillissementsverzekering voor zelfstandigen. Ik vind het positief dat er net op de valreep nog iets gebeurt en dat wetsvoorstellen van gewone senatoren toch een inspiratiebron zijn.

De uitbreiding van de periode van de uitkeringen is in elk geval positief. Ik vind het echter jammer dat van de gelegenheid geen gebruik werd gemaakt om ook de periode voor het indienen van de aanvraag uit te breiden. Vandaag moet de aanvraag voor de uitkering van de faillissementsverzekering gebeuren in het kwartaal volgend op het kwartaal van het faillissement. In vele gevallen komen de brieven die aan de gefailleerden worden gestuurd, terecht bij de curator. Voor de curator die aan de betrokkenen doorstuurt, is de periode soms verstreken waardoor de gefailleerden te laat zijn met hun aanvraag. Ik heb in mijn wetsvoorstel dan ook voorgesteld de periode tot vier kwartalen te verlengen. Het oorspronkelijk voorziene budget werd overigens nooit volledig opgebruikt, zelfs niet voor de helft, precies omdat vele betrokkenen geen aanvraag indienden.

Men had nog verder kunnen gaan door de regeling uit te breiden tot degenen die gedwongen hun zaak moeten stopzetten en nog niet in aanmerking komen voor een vervroegde oppensioenstelling. Zij kunnen ook geen aanspraak maken op een werkloosheidvergoeding.

De paarse regering had veel meer kunnen doen tegen de armoede. Voor de zelfstandigen kunnen beperkte maatregelen die niet veel kosten, een hemelsbreed verschil maken. Voor sociale schulden in het kader van het sociaal statuut van de zelfstandigen, is geen kwijtschelding van schulden mogelijk. Nochtans heeft de minister ervoor gezorgd dat bij een afbetalingsakkoord voor fiscale schulden de interesten wel kwijtgescholden worden.

Vervolgens zou het ook zinvol zijn om zelfstandigen in moeilijkheden die bij de commissie voor vrijstelling een vrijstelling krijgen, de mogelijkheid te bieden hun rechten voor een beperkte periode op te bouwen.

Die twee maatregelen gelden voor een beperkte groep en kosten heel weinig geld. Voor de betrokkenen zijn ze echter zeer belangrijk. Een volgende regering zal er moeten voor zorgen dat zelfstandigen die in de armoede zijn terechtgekomen, geholpen worden.

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik hoor dat kritiek wordt gegeven op het regeringsbeleid voor de zelfstandigen. Ik herinner eraan dat wij in vier jaar meer hebben gedaan voor de zelfstandigen dan in de veertig jaar die eraan voorafgingen, zowel wat betreft het begrotingsevenwicht van de RKW als in andere begrotingsrubrieken die de zelfstandigen ten goede komen. Ik zal niet alle maatregelen opsommen. Ik weet dat de heer Steverlynck zeer objectief is. In de commissie heeft hij altijd uitstekende suggesties en voorstellen gedaan; niettemin vind ik dat hij in zijn uiteenzetting te ver is gegaan.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Ik heb het niet gehad over het sociaal statuut waarvoor belangrijke maatregelen werden genomen. Ik had het over de armoede bij zelfstandigen die onvoldoende aandacht kreeg. Kleine risico's voor zelfstandigen werden wettelijk verankerd, maar de uitvoeringsbesluiten bleven uit.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Wij ondersteunen uiteraard de activiteiten en de sociale bescherming van alle zelfstandigen. Wij hebben dat overigens al meermaals aangetoond.

Het probleem van het statuut van de zelfstandigen en van hun sociale bescherming ligt bij de inkomsten. De inkomsten van het stelsel kunnen in geen enkel opzicht worden vergeleken met die in het stelsel van de werknemers.

Voor de inkomsten die een maximumgrens overschrijden, moeten zelfstandigen geen bijdrage betalen.

Vier of vijf jaar geleden kwam ik, op basis van een rapport van de RKW, tot de vaststelling dat we, door de bijdrageplafonds af te schaffen, een spectaculaire vooruitgang kunnen maken in de sociale bescherming van de zelfstandigen. Een dergelijke maatregel zou betrekking hebben op maximaal 5% van de zelfstandigen, namelijk die van wie het inkomen minstens 2,3 miljoen Belgische frank bedroeg. De afschaffing van de plafonnering zou leiden tot een grotere solidariteit tussen de zelfstandigen en zou hun belangrijke voordelen verschaffen.

Wij vinden ook dat elke inspanning van de hoogste inkomens in het stelsel van de zelfstandigen door een evenwaardige overheidsinspanning moet worden aangevuld.

Het behoud van de plafonnering komt alleen ten goede aan een kleine minderheid van zelfstandigen met hoge inkomsten en is nadelig voor de zelfstandigen met kleine inkomens, die het zeer moeilijk hebben.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - In de sociale zekerheid zijn zowel de solidariteit als het verzekeringsprincipe belangrijk. Het verzekeringsprincipe kan voorkomen dat de solidariteit te groot moet worden. Uit de studie van professor Cantillon blijkt duidelijk dat de zelfstandigen een systeem hebben waarin de solidariteit reeds hoog is. Op basis van minimale uitkeringen betalen sommigen reeds erg veel. Er is geen probleem met de financiering indien de overheid voor elke actieve burger dezelfde tegemoetkoming wil hanteren.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2928/7.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen met het oog op de invoering van de deelname op afstand aan de algemene vergadering (van mevrouw Stéphanie Anseeuw en de heer Luc Willems, Stuk 3-2111)

Algemene bespreking

Mevrouw Joëlle Kapompolé (PS), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

In artikel 5 werd een vertaalfout verbeterd en de Franse tekst werd aangepast aan de oorspronkelijke tekst. We hebben geopteerd voor `houders van obligaties'.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden, zie stuk 3-2111/4.)

-De artikelen 1 tot 6 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsvoorstel in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 119ter van de Nieuwe Gemeentewet, betreffende de invoering van herstelmaatregelen voor minderjarigen in het raam van administratieve sancties (van de heer Christian Brotcorne c.s., Stuk 3-1963)

Algemene bespreking

De voorzitter. - De heer Collas verwijst naar zijn schriftelijk verslag.

-De stemming over de conclusie van de commissie heeft later plaats.

Voorstel van resolutie over het Belgisch beleid betreffende de hervorming van het bestuur en het beleid van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (van de heer Pierre Galand en mevrouw Olga Zrihen, Stuk 3-1920)

Bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging zie stuk 3-1920/4.

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Nimmegeers voor een mondeling verslag.

De heer Staf Nimmegeers (SP.A-SPIRIT), rapporteur. - Dit voorstel van resolutie werd ingediend op 17 november 2006 en werd in de commissie besproken op 24 en 25 april 2007. De indieners betogen dat het Internationaal Muntfonds en de Wereldbank een evolutie ondergaan. De stabiliteit van het internationaal financieel systeem en de financiering van de ontwikkeling zijn niet langer hun hoofdbekommernis. Ze moeten nu vooral de ontwikkelingslanden bijstaan in de hervorming van hun economie en de regeling van hun schuldenlast. Dat beleid, dat wordt geïnspireerd door zuinigheid, liberalisering en privatisering, heeft vaak geleid tot armoede in plaats van vooruitgang.

Een vroegtijdige liberalisering van de kapitaalbalans heeft een aantal landen, zoals Mexico in 1994, Oost-Azië in 1997, Rusland in 1998, Brazilië in 1999 en Argentinië in 2000, in een diepe financiële crisis gestort.

Die ongunstige invloed en de onmacht van de internationale financiële instellingen om de armoede te bestrijden heeft het vertrouwen dat de wereldgemeenschap in hen stelt grote schade toegebracht.

Het voorstel van resolutie gaat in op het beheer van de internationale financiële instellingen en op het gevoerde monetaire beleid en het beleid voor handel en begroting. De hervorming van de arbeidsmarkt, die als onderdeel van de structurele aanpassingen door de internationale financiële instellingen werd opgelegd, wordt kritisch doorgelicht. Dit gebeurde eveneens met de soms rampzalige aanpak van financiële crises.

Het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren vormt de rode draad in de 28 aanbevelingen. Dit kan worden bereikt door het principe van `één staat, één stem' toe te passen en door het starre en strenge beleid van de internationale financiële instellingen tegenover de ontluikende economieën te laten varen.

Mevrouw Annane diende zeven amendementen in op dit voorstel van resolutie, die na overleg en kleine correcties eenparig door de elf aanwezige commissieleden werden goedgekeurd.

De heer Pierre Galand (PS). - Als voorzitter van de commissie Globalisering ben ik zeer blij dat deze resolutie nog voor het einde van deze zittingsperiode wordt goedgekeurd. Onze commissie heeft dit thema langdurig besproken. Bijna een jaar lang hebben we hoorzittingen gehouden, met als hoogtepunt de komst van Nobelprijswinnaar economie Joseph Stiglitz, voormalig vicepresident van de Wereldbank en groot voorstander van een herziening van het bestuur en het conditionaliteitsbeleid van die instelling.

De hervorming van de internationale financiële instellingen is een actueel thema. De heisa rond huidig voorzitter van de Wereldbank Wolfowitz toont aan dat het noodzakelijk is die instellingen op een meer democratische wijze te laten functioneren, daar hun beslissingen een grote invloed hebben op de toekomst van de armste landen ter wereld.

De resolutie bevat 28 aanbevelingen en is erop gericht het zelfbeschikkingsrecht opnieuw aan bod te laten komen bij de vastlegging van het ontwikkelingsmodel. Opdat met dit beginsel rekening kan worden gehouden, moeten enerzijds de financiële instellingen democratisch functioneren en moet de regel `één staat, één stem' worden gehuldigd, en moet anderzijds het stellen van strenge voorwaarden, die de mogelijkheden inzake economisch en sociaal beleid beknotten, worden herzien.

-De bespreking is gesloten.

-De stemming over het voorstel van resolutie in zijn geheel heeft later plaats.

"BRIC" (Brazilië, Rusland, India en China) (Stuk 3-1517)

Bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging zie stuk 3-1517/2.

Mevrouw Olga Zrihen (PS), corapporteur. - Het verslag dat ik samen met de heer Wille mocht opstellen, heeft ons de kans geboden vier van de grootste opkomende landen te bestuderen: Brazilië, Rusland, India en China.

Die landen staan in het brandpunt van de economische actualiteit. Elke dag is er wel een gebeurtenis die van ver of van dicht met die landen te maken heeft.

Het rapport van Goldman Sachs voorspelt dat China en India zich in 2050 zullen opwerken tot respectievelijk de nummer één en twee van de wereld. De Verenigde Staten en Japan zullen teruggedrongen worden naar de tweede en vierde plaats. Rusland kent een minder spectaculaire groei, maar wordt toch als de toekomstige eerste Europese grootmacht beschouwd, vóór Duitsland. De demografie is geen doorslaggevende factor in de verklaring voor de opkomst van die nieuwe reuzen. Immers, volgens de voorspellingen van de VN zou de structuur van de wereldbevolking in die periode niet sterk wijzigen. Het aandeel van China in de wereldbevolking zou dalen, dat van India zou zich stabiliseren. Het model van Goldman Sachs berust op een sterke hypothese van geleidelijke convergentie van de levensstandaarden.

Aangezien het bruto binnenlands product per inwoner toeneemt, zou de afstand tussen de BRIC-landen en de ontwikkelde economieën moeten verkleinen. Dat betekent niet dat dit convergentieproces minder traag zal verlopen. De verschillen qua levensstandaard zullen in 2050 kleiner zijn, maar zullen niet verdwenen zijn.

De studie van Goldman Sachs is zeker geen exacte voorspelling van de wereldgroei in de komende jaren. Zijn scenario is op een aantal fundamentele voorwaarden gebaseerd. Het gaat ervan uit dat factoren waardoor landen als Korea, Taiwan of Portugal in één generatie het statuut van geïndustrialiseerd land konden bereiken, op een heel andere schaal kunnen worden getransponeerd naar China, India of Rusland.

Zo is de inhaaloperatie van de BRIC-landen aan een hele reeks interne en externe voorwaarden onderworpen: de ontwikkeling van het menselijk kapitaal, de toegang tot natuurlijke hulpbronnen, de afwezigheid van grote internationale conflicten, het voeren van een aangepast beleid, de oprichting van geschikte instellingen, en tot slot, het behoud van open internationale markten.

Er werden verschillende vragen gesteld in het verslag:

Wat is een macht? Kunnen we zeggen dat de BRIC-landen mondiale regionale machten zijn? Wat is hun onderlinge wisselwerking? Is er een vorm van heerschappij van de BRIC-landen over Afrika? Het verslag besluit met een reeks aanbevelingen aan de regering. Die moeten België in staat stellen waakzaam te blijven voor de sociale ontwikkelingen, de ontwikkelingen op het vlak van milieu en de economische ontwikkelingen in de BRIC-landen en, net zoals de Europese Unie, in de komende jaren een volwaardige partner te blijven.

Het verslag werd eenparig goedgekeurd.

De heer Paul Wille (VLD), corapporteur. - Ik kan het verslag van mevrouw Zrihen onmogelijk verbeteren en voel me daarom bevrijd van mijn taak als rapporteur. Ik wil dan ook een uiteenzetting houden namens de VLD.

Nergens beter dan in de Senaat kan de belangrijke vraag worden beantwoord naar de kwaliteit van de groei in de vier grote landen Brazilië, Rusland, India en China, en naar de invloed ervan op de Belgische en Europese situatie, nu en in de toekomst. We hebben daar dan ook de tijd voor genomen en met `we' bedoel ik, zonder te willen polemiseren, de democratische families van de Senaat. Het moet me echter van het hart dat de afwezigheid van de christendemocratische familie in dit debat elke keer zo groot was dat ik me er eigenlijk door beledigd voel. Ik heb dat vanmiddag ook aan de fractievoorzitter van de CD&V gezegd. Deze problematiek zou iedereen moeten interesseren en ik kan me niet voorstellen dat voor deze familie, waarvoor ik respect heb, de buitenlandse politiek gelijkstaat met Afrikaanse politiek en de Afrikaanse politiek zich beperkt tot Broederlijk Delen. Ik hoop dat ze ten minste het respect zullen hebben de teksten te lezen.

In een paar grote lijnen wil ik proberen omvang en gewicht van dit werkstuk naar voren te brengen. Het gaat over vier landen die een gemeenschappelijk punt hebben, namelijk een merkwaardige groei, waarvan de kwaliteit echter vaak zeer verschillend is. Er wordt gezegd dat de duurzaamheid van de groei in India groter is dan in China. Dat is een waardeoordeel. Wij hebben in elk geval nooit de bedoeling gehad, zoals in een songfestival, een winnend land te kiezen. Wel wilden we nagaan hoe we de kwaliteit van de groei konden inschatten, zowel om de levenskwaliteit van de grootste groepen van het betrokken land te verbeteren, als om die groei op een juiste manier te gebruiken voor het wegwerken van grote onbalansen.

Op dat punt zien we bepaalde grondige gelijkenissen, maar ook grote verschillen. In de Aziatische landen en dan vooral in China zien we dat de aanpak van de problemen uit het verleden ten koste van het leefmilieu ging. De uitspraak van Deng Xiaoping, `No matter if it is a white cat or a black cat; as long as it can catch mice, it is a good cat', bleek desastreuze gevolgen te hebben, te meer omdat opnieuw de zwakste groepen in de maatschappij er het slachtoffer van zijn. De gevolgen op het vlak van infrastructuur, milieu, bodemverontreiniging, drinkwater zijn eigenlijk nauwelijks te overzien.

In India is het de bedoeling op zeer korte termijn, ongeacht de samenstelling van de regering, een aantal zaken te realiseren voor de minderen in de maatschappij. Tot spijt van velen kunnen echter bepaalde gevolgen van de globalisering niet altijd op korte termijn worden weggewerkt.

Voortdurende groei zal nodig zijn om een en ander weg te werken. In China is er momenteel een spanningsveld over de mogelijke oplossing van het vergrijzen van de bevolking. Er is nog altijd de one child policy en een grote groei van een jonge bevolking is voor de ene een probleem en voor de andere een troef.

In Europa beschouwt men India als het werkatelier en het servicekantoor van de wereld. Dat is een totaal achterhaalde conservatieve benadering. Ze stemt niet meer overeen met de realiteit.

Mevrouw Zrihen en ikzelf hebben geprobeerd over een land waarover we minder wisten, veel te weten te komen. De medewerking van de ene ambassade was al wat beter dan de andere, maar mevrouw Zrihen is erin geslaagd de groei en de ontwikkeling van Brazilië, een enorm land met een grote bevolking en een grote achterstand, in kaart te brengen. Het wegwerken van de onbalansen en de aanpak van het armoedeprobleem is de grote uitdaging. Wanneer men daar onvoldoende mee bezig is, dan ontstaan er extreem rechtse bewegingen die proberen veiligheid te creëren in de favelas en in de grote steden. Dan misbruikt men het onrecht tegenover de minderbedeelden om politieke groepen te versterken. Niemand kan daar achter staan.

We hebben geprobeerd de groei van deze landen niet tegenover de achteruitgang van ons werelddeel te stellen. Dat is trouwens een kortzichtige visie. We zijn er vast van overtuigd dat de groei van die vier landen, met de zogenaamde foreign direct investment, een absolute win-winsituatie kan zijn. België kan naast een rol in de internationale politiek, ook een bilaterale rol spelen. De gevolgen van de groei uiten zich meestal in grote monetaire reserves van vreemde munten en in een afwezigheid in sectoren als distributie en de handel. Welnu, we zouden met die landen kunnen onderhandelen om in de toekomst hun investeringsbeleid in Europa te situeren, al dan niet binnen de huidige EU.

Zelfs op het vlak van de kennis is het oude idee van de braindrain ondertussen al lang geëvolueerd. Een aantal landen die we altijd als de daders van migratie naar ons gebied hebben beschouwd, zijn intussen op basis van een eigen groei netto immigratielanden.

We hebben de problematiek van Rusland, meer bepaald de energievoorziening, besproken en de manier waarop de aanwezigheid van grondstoffen wordt gebruikt om zich strategisch en geopolitiek een positie te verwerven. We hebben erop gewezen dat het geen goede politiek zou zijn mochten de groeilanden voor de eigen energiebevoorrading een politiek ontwikkelen ten opzichte van een aantal landen die grondstoffen hebben.

Terwijl prijzen van dergelijke grondstoffen, bijvoorbeeld uit India of China fors stegen, waardoor die landen een veel sterkere groei kennen dan vroeger, moeten een aantal arme landen uit Afrika die hoge grondstofprijzen betalen en kunnen zij die hoge prijzen alleen compenseren met de export van landbouwproducten.

De aanbevelingen van de resolutie zijn dan ook een boodschap aan de regering om op een positieve manier de win-winsituatie te helpen implementeren, zonder te betuttelen of een moreel oordeel uit te spreken. We moeten tegenover hen durven erkennen dat wij, toen wij in onze groeifase waren, vaak onvoldoende het recht van de armen onder ogen hebben genomen, dikwijls landen hebben geplunderd en de principes van good governance vaak schromelijk geschonden. Toch moeten we er bij die landen op aandringen dat zij beter dan wij in het verleden omspringen met hun groei. Vaak gaat het om landen die in hun regio niet alleen decision makers zijn, maar ook op militair cruciale beslissingen over oorlog en vrede zullen nemen.

Als conclusie wijs ik er nog op dat het niet evident was om met alle politieke families die aan de commissiewerkzaamheden deelnamen, spanningen en discussies te vermijden. Mevrouw Zrihen heeft me bijvoorbeeld bijzonder weinig toegegeven in een aantal discussies, maar we hebben wel een grondige discussie kunnen voeren met elkaar en met leden van andere fracties. We zijn uiteindelijk tot een brede consensus gekomen over de houding die we moeten aannemen tegenover die snel groeiende landen. Ik kan alleen maar hopen dat het verslag van onze werkzaamheden moreel hoogstaand genoeg is, zodat het nog lang en vaak zal worden gelezen.

(Langdurig en levendig applaus)

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Het verheugt me dat de resolutie het ook heeft over mensen- en volkenrechten en dat ze niet alleen oog heeft voor het economische perspectief voor ons, maar ook en zelfs vooral voor de mensen ter plekke. Mensrechten zijn niet altijd evident in de landen die werden bestudeerd. Ik hoop alleen maar dat ook de volgende regering daar voldoende aandacht zal aan besteden.

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Hugo Vandenberghe aan de minister van Middenstand en Landbouw over «de erkenning van de droogteschade van de zomer 2006» (nr. 3-1516)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - In augustus 2006 deed de minister via de gouverneur en de voorzitter van de Boerenbond, een oproep om de schade veroorzaakt door de extreme droogte, te laten vaststellen.

Drie voorwaarden moesten daarbij vervuld zijn: de schade moest uitzonderlijk zijn - dat betekent dat de schade hoogstens eens om de 20 jaar mag voorkomen, dat de globale landbouwschade groter moet zijn dan 1,4 miljoen euro en dat de gemiddelde schade per dossier of per landbouwer minstens 5.580 euro moet bedragen.

De gemeentelijke commissies voor vaststelling van schade moesten de nodige processen-verbaal opstellen. De gemeenten ontvingen de herziene en geactualiseerde richtlijnen over deze commissies.

De Noord-Limburgse gemeenten besloten tot een gezamenlijke aanpak, aangezien de schade aan landbouwgewassen in deze regio immens en definitief was. Deze gemeenten stelden een standaardbrief op waarmee alle landbouwers aangeschreven werden, samen met een meldingsformulier om de geleden schade te melden voor 15 september 2006.

Op 1 september werd de commissie voor de gemeente Peer samengesteld en werden de expert-landbouwers aangewezen. In de loop van september werden in Peer in totaal 1.781 ha schade aangegeven door 109 landbouwers. Op 1.048 ha werd daadwerkelijk 100% schade vastgesteld door de gemeentelijke commissie. Dit betekent een gemiddelde schade van 9.620 euro per gezin.

Voor heel Noord-Limburg werd bij 365 landbouwgezinnen schade vastgesteld. Van de 5.639 ha die door de commissies werd bezocht zijn er 3.678 ha met 100% schade. Dat komt neer op 10,08 ha schade per gezin aan 100%, wat een gemiddelde schade van 10.070 euro per landbouwer betekent.

Die dossiers werden bezorgd aan de Limburgse gouverneur. Ze vertrokken eind december 2006 naar het kabinet van de bevoegde minister.

Volgens de gegevens van het KMI, die we ontvingen in november 2006, voldoet de hele regio Noord-Limburg aan de voorwaarden tot erkenning als rampgebied. Dat houdt in dat de weersomstandigheden in juli 2006 als extreem beschouwd mogen worden en hoogstens eens om de 20 jaar voorkomen.

Ook aan de andere voorwaarden, namelijk dat de globale landbouwschade groter moet zijn dan 1,4 miljoen euro en dat de gemiddelde schade per dossier minstens 5.580 euro moet bedragen, is voldaan voor het Noord-Limburgse dossier.

Kunnen de landbouwers rekenen op een erkenning van het schadedossier dat helemaal tegemoet komt aan de door de minister vooropgestelde voorwaarden?

(Voorzitter: de heer Staf Nimmegeers, eerste ondervoorzitter.)

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van minister Laruelle.

Half april heb ik de laatste verslagen, van de provincie Oost-Vlaanderen, ontvangen. Ik zal morgen aan de ministerraad een voorstel voorleggen met het oog op de erkenning als landbouwramp van de droogte van juni en juli 2006, alsook van de overvloedige regenval van augustus 2006.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik heb een concreet antwoord gekregen: de ministerraad zal morgen over het probleem dat ik heb aangekaart, beslissen!

Vraag om uitleg van de heer Hugo Vandenberghe aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «het stopzetten van de Nederlandstalige publicatie van de arresten van het Hof van Cassatie» (nr. 3-1418)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Gedurende deze legislatuur heb ik over het stopzetten van de Nederlandstalige publicaties van de arresten van het Hof van Cassatie meermaals vragen gesteld.

Op mijn mondelinge vraag van 3 februari 2005 antwoordde de minister dat er gesprekken aan de gang waren.

Op mijn vraag om uitleg van 24 maart 2005 antwoordde de minister van Justitie: `Het Belgisch Staatsblad kan de Nederlandstalige arresten publiceren voor zover het Hof van Cassatie de arresten elektronisch en in pdf-formaat overmaakt. Volgens de diensten van het Belgisch Staatsblad en van het Hof van Cassatie zal de publicatieachterstand in anderhalf jaar worden ingehaald. Dat houdt in dat alle vroegere documenten worden omgezet. De lopende publicaties kunnen onmiddellijk worden verwerkt. Een definitieve beslissing zal in de komende dagen worden genomen'.

Op mijn vraag om uitleg van 2 juni 2005 heeft de minister geantwoord: `Er werd geen enkel contract gesloten met een privé-uitgever voor de publicatie in het Nederlands van de arresten van het Hof van Cassatie. Men is thans aan het werk om het Hof van Cassatie de mogelijkheid te bieden aan het Belgisch Staatsblad elektronische bestanden over te maken die dadelijk kunnen worden gedrukt. Deze werkzaamheden vlotten goed, maar een definitieve oplossing kan nog niet worden genomen. Indien deze oplossing niet kan doorgaan, dan zou een beroep op de diensten van een privé-uitgever noodzakelijk zijn'.

Op mijn vraag om uitleg van 13 oktober 2005 ben ik opnieuw op het probleem teruggekomen, daar mevrouw de vice-eerste minister een oplossing op korte termijn had beloofd. Ze verklaarde het volgende: `Ik heb mijn diensten gevraagd een aanvraag in te dienen bij de Inspecteur van Financiën. Die aanvraag wordt momenteel behandeld. Ik zal de heer Vandenberghe op de hoogte houden van het gevolg dat eraan wordt gegeven ... Er is een oplossing in de maak.'

Ik volg dit probleem reeds sedert januari 2005. De rechtspraktijk moet de arresten van het Hof van Cassatie kunnen lezen. Ze verschijnen op het internet, dus zijn ze publiek. De Franstalige arresten worden gepubliceerd, de Nederlandstalige niet.

Ik had graag vernomen of ondertussen reeds een contract werd gesloten met een privé-uitgever voor het drukken en publiceren van de Nederlandstalige arresten van het Hof van Cassatie?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van mevrouw Onkelinx.

Er werd geen enkele overeenkomst gesloten met een particuliere uitgever voor de publicatie van de arresten van het Hof van Cassatie in het Nederlands.

Die publicatie wordt verzorgd door de diensten van het Belgisch Staatsblad, die sinds de zomer van 2006 met een nieuw systeem werken. De omzetting van de arresten in gegevensbestanden in PDF-formaat wordt uitgevoerd door het Hof van Cassatie, terwijl het Belgisch Staatsblad zorgt voor de publicatie op papier.

Tussen augustus 2006 en januari 2007 werden alle teksten van het jaar 2002 behandeld en geleverd. In 2007 werden de teksten van de vier eerste maanden van 2003 aan de abonnees bezorgd. Die van mei 2003 worden deze week verstuurd en die van juni, juli en augustus 2003 zijn klaar medio mei.

De diensten van het Belgisch Staatsblad hebben van het Hof van Cassatie ook de arresten van september 2003 gekregen.

Afhankelijk van de snelheid waarmee het Hof van Cassatie kan zorgen voor de omzetting van de gegevensbestanden in PDF-formaat en van de beschikbaarheid van de geschikte pers bij het Belgisch Staatsblad, kunnen we dus zeggen dat de achterstand snel wordt weggewerkt. Het is in ieder geval één van de huidige prioriteiten van de diensten van het Belgisch Staatsblad.

Vraag om uitleg mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «de Europese spaarrichtlijn en de inkomsten uit heffing van niet-residenten» (nr. 3-2322)

De voorzitter. - mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - De spaarrichtlijn van de Raad voorziet in een systeem van automatische informatie-uitwisseling tussen de lidstaten over rentebetalingen die worden verricht door uitbetalende instanties van een lidstaat aan particulieren die in een andere lidstaat wonen.

In België, Luxemburg en Oostenrijk wordt een overgangsregeling toegepast waarbij bronbelasting wordt geheven en de opbrengsten daarvan gedeeld worden met de woonstaat van de belastingplichtige.

Sinds 1 juli 2005 zijn gelijkwaardige maatregelen als die van de spaarrichtlijn, in werking getreden tussen de Europese Gemeenschap en vijf belangrijke Europese derdelanden, Zwitserland, Andorra, Liechtenstein, Monaco en San Marino, en tussen elk van de 25 EU-lidstaten en elk van de afhankelijke of geassocieerde gebieden die daarvoor als relevant beschouwd werden namelijk Jersey, Guernsey, het eiland Man, de Caymaneilanden, Anguilla, Montserrat, de Britse Maagdeneilanden, de Turks- en Caicoseilanden, de Nederlandse Antillen en Aruba.

Naar verluidt zou de verhoopte opbrengst niet worden gehaald, daar er diverse loopholes zouden zijn en zeer welstellende burgers uitwijken naar Macau of Hongkong.

Hoeveel brengt de bronbelasting op die met toepassing van de afgesloten akkoorden door derde landen wordt geheven? Kan de minister dat toelichten?

Kan de minister aangeven welke bedragen Luxemburg en Oostenrijk als heffing van bronbelasting voor niet residenten aan België hebben doorgestort?

Hoe evalueert de minister de impact van de spaarrichtlijn op het internationale spaargedrag en kan hij aangeven welke elementen kunnen worden aangescherpt en bijgestuurd? Ik denk hier in het bijzonder aan de landen die nog geen soortgelijke overeenkomst met de EU hebben gesloten teneinde oneerlijke concurrentie op fiscaal vlak te vermijden.

Stemmen de bedragen die voortvloeien uit het principe van de bronheffing voor België overeen met het begrote bedrag en kan de minister dat toelichten?

Kan de minister aangeven op hoeveel de ingevolge de spaarrichtlijn in België ingehouden bronbelasting wordt begroot, alsook aangeven hoeveel hiervan reeds werd doorgestort aan de andere lidstaten?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van de minister.

Ik bezorg u een tabel die een globaal overzicht geeft van de bedragen die werkelijk aan België werden gestort door de EU-lidstaten en door de derde landen in het kader van richtlijn 2003/48/EG, de zogenaamde Europese spaarrichtlijn, gedurende het jaar 2006. Het betreft dus enkel de op de Belgische rijksmiddelenbegroting 2006 geboekte ontvangsten.

Voor 2007 zullen de totale geïnde bedragen pas eind dit jaar bekend zijn, aangezien het grootste gedeelte van de ontvangsten maar vanaf juni wordt gestort.

Het is moeilijk om in te schatten wat het gevolg van de spaarrichtlijn zal zijn voor het gedrag van de spaarders. Toch is het duidelijk dat de internationale financieringscentra niet op voet van gelijkheid worden behandeld door deze richtlijn.

Daarom was België er altijd voorstander van om met de belangrijke financiële centra van Azië - Hongkong, Singapore en Macau - gelijkaardige akkoorden te sluiten als de akkoorden met de derde staten die u opsomt. De Raad van de Europese Unie heeft daartoe opdracht gegeven aan de Europese Commissie. Die heeft contact genomen met die financiële centra en de onderhandelingen zijn thans aan de gang.

Op de jongste begrotingsherziening voor 2006 werd rekening gehouden met een geraamd bedrag van 25 miljoen euro. Aangezien het systeem pas in werking treedt, is het vanzelfsprekend dat er een verschil was tussen de ramingen en de realiteit. Dat verschil is hoofdzakelijk te wijten aan het feit dat het heel moeilijk is een uitsplitsing te maken tussen de personen die hun geld in het buitenland zouden laten en zij die het naar België zouden terugbrengen, net als gevolg van de invoering van de Europese richtlijn en/of de maatregelen die werden genomen in het kader van de EBA.

Die beide maatregelen hebben duidelijk een belangrijk gevolg voor het terugbrengen van geld naar België. Dat werd ondubbelzinnig vastgesteld op basis van de evolutie van de ontvangsten inzake roerende voorheffing. De teruggewonnen roerende voorheffing voor directe herinvesteringen in België ging uiteraard ten koste van de ontvangsten die uit het buitenland werden gestort.

In België wordt geen aparte prognose gemaakt met betrekking tot de bronbelasting in het kader van de Europese spaarrichtlijn. Voor het jaar 2006 bedraagt de ingehouden bronbelasting in het totaal 22.048.777,90 euro. Overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn werd door België 25% of 5.512.194,47 euro ingehouden als dekking van de administratiekosten. Dat bedrag werd op de rijksbegroting als niet-fiscale ontvangst geboekt. Het saldo, 16.536.583,43 euro, werd overgemaakt aan de betrokken landen.

Voor 2007 bedraagt de totale bronbelasting die tot en met maart werd ingehouden, 14.566.150,51 euro. Na aftrek van de administratiekosten betekent dit een te storten bronbelasting van 10.924.612,89 euro.

Vraag om uitleg van de heer Stefaan Noreilde aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «het verlaagd BTW-tarief bij heropbouw van een woning» (nr. 3-2339)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

De heer Stefaan Noreilde (VLD). - Wie sinds 1 januari 2007 een oude woning afbreekt en daar in de plaats een nieuwe woning bouwt, kan in bepaalde gevallen genieten van een verlaagd BTW-tarief van 6% in plaats van 21%. Samen met andere centrumsteden komt Gent in aanmerking voor deze maatregel die eind vorig jaar via de programmawet werd goedgekeurd.

Omdat de uitvoeringsbesluiten nog niet beschikbaar zijn, beschikken de respectieve stadsbesturen op dit ogenblik nog over onvoldoende informatie om de burgers degelijk te informeren over de nieuwe maatregel. Zo zou de bouwheer voor de aanvang van de werken aangifte moeten doen bij het BTW-controlekantoor en zou de afbraak en heropbouw aangevraagd moeten worden in één bouwvergunning. Het valt te vrezen dat er al heel wat gedupeerden zullen zijn omdat ze uit onwetendheid geen melding deden voor de aanvang van de werken.

Wanneer zullen de uitvoeringsbesluiten beschikbaar zijn?

Wat zullen de exacte vereiste voorwaarden zijn om van het verlaagde tarief te genieten?

Blijft de maatregel met terugwerkende kracht tot 1 januari 2007 geldig?

Hoe zal de minister de stadsbesturen en eventueel de burgers daarover informeren?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van minister Reynders.

Het ontwerp van programmawet dat nu in het Parlement wordt behandeld, wijzigt de nieuwe rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 inzake BTW-tarieven. Deze wijziging heeft tot gevolg dat het verlaagde tarief van 6% voor de afbraak met heropbouw van gebouwen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2007 onmiddellijk en zonder voorafgaand besluit van het stadbestuur van toepassing zal zijn voor het hele grondgebied van de desbetreffende stad.

De voorwaarden voor de toepassing van het verlaagde tarief zijn opgenomen in vermelde rubriek. Na de publicatie van de wijziging in het Belgisch Staatsblad begin mei zal, om een antwoord te kunnen geven op de meeste vragen, een eerste toelichting worden gepubliceerd via de fiscale databank www.fisconet.fgov.be.

Vraag om uitleg van de heer Jan Steverlynck aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de uitvoering van de integratie van de kleine risico's in het sociaal statuut van de zelfstandigen» (nr. 3-2281)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Met ingang van 1 januari 2008 worden de kleine risico's in de gezondheidszorg geïntegreerd in het sociaal statuut van alle zelfstandigen. Zelfstandigen zijn dan via de betaling van hun sociale bijdragen verzekerd voor de grote én kleine risico's in de ziekteverzekering. De wet houdende diverse bepalingen met het oog op de integratie van de kleine risico's in de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor de zelfstandigen is inmiddels goedgekeurd.

De regering wil de zelfstandigen en de gepensioneerden daarvoor ook hogere sociale bijdragen laten betalen. De modaliteiten van die bijdrageverhoging zullen worden vastgelegd in een koninklijk besluit.

Dat besluit is er nog niet. Dat is eigenaardig, want de minister van Middenstand vroeg een hele tijd geleden aan de verschillende organisaties van zelfstandigen om, binnen de krijtlijnen die door de regering waren uitgezet, een advies te geven over de manier waarop die bijdrageverhoging moest worden doorgevoerd. De zelfstandigenorganisaties gaven ook een hele tijd geleden een eensgezind advies dat perfect in een koninklijk besluit kan worden gegoten. En toch is dat besluit nog altijd niet klaar. Naar verluidt zouden de coalitiepartners binnen de federale regering niet op dezelfde golflengte zitten en zou deze interne verdeeldheid de oorzaak zijn van het uitblijven van het bewuste koninklijk besluit.

In een interview in de krant De Standaard van 2 april 2007 stelde de gedelegeerd bestuurder van UNIZO, Van Eetvelt, dat het besluit klaar is, doch dat de beslissing niet valt omdat met name de PS, de partij van de minister, een en ander zou tegenhouden. Nochtans dringt de tijd want de instellingen die de wet met ingang van 1 januari 2008 moeten toepassen, dienen zich immers tijdig daarop te kunnen voorbereiden.

Waarom werd nog geen koninklijk besluit genomen inzake de verhoging van de sociale bijdragen voor actieve en gepensioneerde zelfstandigen om de integratie van de kleine risico's in het sociaal statuut te financieren?

Zal de regering het voorstel dat de organisaties voor zelfstandigen, binnen de door de regering opgestelde krijtlijnen, hebben uitgewerkt onverkort verwerken in het nog te nemen koninklijk besluit, of overweegt zij nog aanpassingen aan dit voorstel?

Heeft de regering reeds een standpunt ter zake ingenomen, of is er nog geen regeringsvoorstel? Welke verschillende opties liggen in dat geval op tafel?

Wanneer denkt de regering het koninklijk besluit te kunnen nemen?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van de minister van Volksgezondheid.

Net zoals u betreur ik dat de financieringsmodaliteiten voor de integratie van de kleine risico's in het sociaal statuut van de zelfstandigen nog niet gedefinieerd zijn. Het zou inderdaad coherenter zijn geweest een akkoord te bereiken over alles: de aanpassing van de regels voor verzekerbaarheid en toekenning van de prestaties ten gevolge van de verdwijning van de notie van gunstiger regime, de toekomst van de financiële reserves van de diensten kleine risico's georganiseerd door de ziekenfondsen, de evaluatie van de kost voor de integratie van de kleine risico's maar ook de financieringswijze van deze integratie.

De regering heeft zich er niet toe beperkt deze belangrijke hervorming, die op 1 januari 2008 van kracht wordt, voor te leggen aan het Parlement. Ze heeft, via een wijziging van de wet betreffende het generatiepact, een radicale hervorming van de financiering van de gezondheidszorg doorgevoerd via een globaal beheer van, enerzijds, de werknemers en, anderzijds, de zelfstandigen.

Daardoor werden de sociale partners gerustgesteld dat de financiering van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging in de toekomst betaalbaar blijft. Er was echter niet genoeg tijd om met de representatieve zelfstandigenorganisaties overleg te plegen over de nodige aanpassingen in de tarieven van de sociale bijdragen.

Op 7 maart 2006 hebben de Minister van Economie en ikzelf de representatieve zelfstandigenorganisaties uitgenodigd om onder andere een voorstel te formuleren over de financiering van de integratie van de kleine risico's. Er werd gevraagd hoe de structuur van de bijdragen kan worden gewijzigd met behoud van de rechtvaardigheids- en solidariteitsprincipes.

Op 12 januari 2007 werd een unaniem voorstel van de beroepsorganisaties voorgesteld aan de vertegenwoordigers van onze beide beleidscellen. Dat voorstel heeft tot gevolg dat het supplement van de sociale bijdragen 521 euro bedraagt voor de laagste inkomens, lager dan 10.000 euro per jaar, en 1.194 euro voor de hoogste inkomens, hoger dan 65.000 euro per jaar.

Aangezien de fiscale aftrekbaarheid van de sociale bijdragen tot gevolg heeft dat voor de hoogste inkomens 50% van het supplementaire bedrag kan worden gerecupereerd, komen we tot de conclusie dat de nettobedragen ten laste van de laagste inkomens en van de hoogste inkomens praktisch identiek zijn, namelijk 521 euro in het eerste geval en 597 euro in het tweede geval.

We stellen dus vast dat het geformuleerde voorstel neerkomt op de invoering van een forfaitaire bijdrage en dat het niet tegemoet komt aan de beoogde rechtvaardigheids- en solidariteitsprincipes. De last zou immers proportioneel veel groter zijn voor de minder welstellende zelfstandigen. Dit bericht werd vorige week door de vertegenwoordigers van mijn beleidscel naar alle beroepsorganisaties van zelfstandigen gezonden.

Overleg tussen de regeringspartners heeft niet geleid tot een alternatief gemeenschappelijk voorstel.

Mijn vertegenwoordigers hebben de beroepsverenigingen van zelfstandigen dan ook gevraagd een nieuw voorstel te formuleren dat beter past in het regeringsakkoord en dat rechtvaardiger is. Uiteraard kan het niet meer worden geconcretiseerd in deze regeerperiode, maar het lijkt me toch belangrijk de besprekingen voort te zetten om zo een akkoord te kunnen bereiken dat desgevallend door de volgende regering kan worden overgenomen.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Het lange antwoord heeft geen duidelijkheid gebracht. Het is evident dat er zeker geen onenigheid zou zijn bij de organisaties. Het is binnen de regering dat men niet op dezelfde golflengte zit. De tijd dringt, want als deze regeling in voege moet treden op 1 januari en als men weet dat het parlement binnenkort ontbonden wordt, is de kans groot dat hierover een verkiezingsstunt wordt uitgehaald. Men belooft de kleine risico's te dekken voor iedereen, maar uiteindelijk is er in de realiteit niets, behalve een vage wettekst die niet is gerealiseerd via een uitvoeringsbesluit.

Vraag om uitleg van de heer Stefaan Noreilde aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de beloofde informatie naar aanleiding van de wet betreffende de rechten van vrijwilligers» (nr. 3-2340)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

De heer Stefaan Noreilde (VLD). - Na een lange parlementaire procedure kwam op 3 juli 2005 de wet betreffende de rechten van de vrijwilligers tot stand. Die vertoonde al gauw enkele praktische disfuncties, die werden bijgesteld door de wet van 19 juli 2006. Een belangrijke drijfveer van die wetsaanpassing was het verdere streven naar administratieve vereenvoudiging, bijvoorbeeld via de vervanging van de organisatienota door een informele informatieplicht, de afschaffing van de kwartaalgrens voor de forfaitaire onkostenvergoeding, de wijziging van de aansprakelijkheidsregeling en het uitstellen van de verzekeringsplicht tot 1 januari 2007.

Intussen hebben ook de beleidsmakers op het Vlaamse niveau niet stilgezeten. Zo werd vorige maand in het Vlaams Parlement een resolutie aangenomen betreffende een duurzaam ondersteunend en flankerend beleid voor het vrijwilligerswerk in de jeugd-, sport- en cultuursector in Vlaanderen. Daarin werd onder meer aangedrongen op zo minimaal mogelijke administratieve verplichtingen en het ontwerpen van een modelinhoud van een individuele of collectieve verzekeringspolis.

Niettegenstaande dat blijft het onvermijdelijk dat vrijwilligers en de organisaties die met vrijwilligers werken, zich naar een aantal wettelijke bepalingen moeten schikken. Daarom is het van belang dat de betrokkenen door de overheid goed geïnformeerd worden. Vanuit het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk wordt gesteld dat er op dit vlak tot op heden amper iets gerealiseerd werd. De organisatie dringt dan ook aan op de concretisering van de beloofde informatie vanuit de overheid naar aanleiding van de nieuwe vrijwilligerswet. Uit het explosief gestegen aantal vragen dat wordt gericht aan sectoren, steunpuntstructuren en dergelijke blijkt dat de nood aan informatie op het werkveld hoog is.

De vrijwilligerswet bestrijkt de bevoegdheidsdomeinen van meerdere ministers, maar aangezien het grootste deel ervan betrekking heeft op de bevoegdheid van de minister van Sociale Zaken, wil ik de minister volgende vragen voorleggen:

Welke initiatieven om de vrijwilligers en de organisaties die met vrijwilligers werken te informeren over de na te leven vereisten van de vrijwilligerswet heeft de minister, en bij uitbreiding de regering, reeds genomen?

Staan er op korte termijn nieuwe initiatieven dienaangaande op stapel?

Zal de minister op korte termijn met zijn bevoegde collega's overleg plegen over de manier waarop alle betrokken partijen zullen worden geïnformeerd over de bepalingen van de vrijwilligerswet?

Op welke manier wil de minister de beloofde informatie concretiseren?

Zal het werkveld hierbij actief betrokken worden?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van de minister van Sociale Zaken.

Het klopt dat de Vlaamse regering een punt betreffende de reglementering van de rechten van vrijwilligers op de agenda van het overlegcomité heeft gezet.

Er wordt meer informatie gevraagd over de verplichte verzekering van de organisaties, de vereisten van de collectieve verzekering en de financiering van bepaalde verzekeringen via het fonds dat ter beschikking is gesteld door de Nationale Loterij. Deze zaken vallen niet onder mijn bevoegdheid. Mijn medewerkers hebben evenwel voorgesteld om zo snel mogelijk een nota op te stellen en, in samenwerking met de betrokken kabinetten, de antwoorden zo snel mogelijk onder de betrokkenen te verspreiden.

Vraag om uitleg mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen en aan de minister van Werk en aan de staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap over «de reïntegratie van de positie van gehandicapte personen op de arbeidsmarkt» (nr. 3-2324)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - In Nederland wordt volop werk gemaakt van een marktgeoriënteerde benadering om chronisch zieke werknemers of andersvaliden terug een plaats op de arbeidsmarkt te geven. Hiervoor wordt samengewerkt met reïntegratiebedrijven.

Een ander spoor dat in Nederland wordt bewandeld, is de werkgeversgeoriënteerde aanpak. Een voorbeeld hiervan is het Poortwachtercentrum in Noord-Holland. Bedrijven uit de regio kunnen zich gratis aanmelden en betalen alleen voor geleverde reïntegratiedienstverlening in het eerste en tweede spoor. Dat het initiatief opmerkelijk effectief lijkt, heeft te maken met het regionale en sectoroverschrijdende karakter van de benadering en de hoge mate van onderling vertrouwen en steun. Voorts hanteert het Poortwachtercentrum een bijzonder voortvarende en probleemgerichte aanpak.

De hoofddoelstelling van het Poortwachtercentrum is het matchen van de vraag van arbeidsongeschikten en het aanbod van vacatures en meer bepaald van werkervaringsplaatsen door werkgevers binnen de diverse bedrijvengroepen.

Wat vindt de minister van de aanpak in Nederland om werkgevers te betrekken bij de herintegratie van chronisch zieke of andersvalide werknemers op de arbeidsmarkt?

Wat vindt hij van het Nederlands initiatief om de privémarkt te betrekken bij het herinschakelen van zieke of andersvalide werknemers op de arbeidsmarkt? Is hij bereid een gelijkaardig initiatief in ons land te steunen en kan hij dat uitvoerig toelichten?

Wat had hij nog willen doen om de werkgelegenheidsgraad onder de chronisch zieken en de andersvaliden te verhogen door de ondersteuning uit te bouwen en financiële barrières weg te werken?

Welke maatregelen zou hij hieromtrent verder bepleiten?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van de minister.

Met betrekking tot de reïntegratie van personen met een handicap, heb ik ook de sporen onderzocht die in Nederland worden gevolgd.

Ik denk dat de werkgevers inderdaad meer aandacht moeten hebben voor en beter betrokken moeten worden bij de werkgelegenheid voor gehandicapten.

Daartoe werd reeds een aanzet gegeven. Denken we bijvoorbeeld aan de inspanningen van het beleid - via informatiecampagnes, bewustmaking, radio- en televisie-uitzendingen - en van de bedrijven - door het ontwikkelen van een diversiteitsmanagement, door stichtingen, enzovoort.

Via contacten met gehandicaptenverenigingen, partners van de federale regering en van de deelgebieden, en via contacten met bedrijven en sociale partners heb ik ervoor gezorgd dat de bekommernis om meer gehandicapten in dienst te nemen wel degelijk aanwezig is.

In België valt een groot gedeelte van de arbeidsparticipatie van personen met een handicap onder de bevoegdheid van de gemeenschappen en de gewesten. Er bestaan mechanismen van mentoraat, premies en financiële steun voor de aanpassing van werkposten. Van die maatregelen werd een inventaris gemaakt voor de interministeriële conferentie `Welzijn, sport en gezin'.

De Nationale Hoge Raad voor Gehandicapten heeft een werkgroep over werkgelegenheid opgericht. Op 5 februari 2007 heeft de werkgroep een zeer leerzaam advies verstrekt waarin verwezen werd naar verschillende mogelijke oplossingen op het vlak van de sociale regelgeving, de overgang van onderwijs naar het beroepsleven en de reglementering met betrekking tot de toelagen voor gehandicapten.

Die sporen zouden moeten worden bestudeerd door de verschillende bevoegde ministers.

Mevrouw Anseeuw verwijst in het Nederlandse voorbeeld meer bepaald naar het werk van gespecialiseerde reïntegratiebedrijven en de maatregelen ten behoeve van de privéwerkgevers.

Dergelijke initiatieven bestaan ook in ons land, maar er is wellicht niet voldoende ruimte voor coördinatie en voor precieze informatie terzake.

Er zou een enig loket kunnen worden opgericht om de werkgever in staat te stellen snel te weten op welke steun hij aanspraak kan maken en welke stappen hij moet ondernemen om die steun te krijgen.

Nu moeten de werkgevers informatie inwinnen bij de diverse bevoegde instanties die afhangen van de Federale Staat, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het Waals Gewest, de Vlaamse Gemeenschap en/of de Duitstalige Gemeenschap.

De analyse van de diverse steunmaatregelen en de vele administratieve beslommeringen vormen dikwijls een reële belemmering voor de indienstneming van werknemers met een handicap.

Het enig loket zou dan ook een gecentraliseerde, snelle en aangepaste informatieverstrekking mogelijk maken ten behoeve van de werkgever.

Ik denk ook dat bedrijven moeten worden gesteund om een beroep te doen op experts inzake toegang tot werkposten, die opleiding geven aan de collega's.

Gehandicapten de garantie geven dat ze hun uitkering grotendeels mogen behouden wanneer ze een beroepsactiviteit uitoefen, is uiteraard een goede manier om de werkloosheidsvallen te bestrijden.

De doelstelling van de hervorming van mei 2006 bestond erin het cumuleren van uitkeringen en beroepsinkomsten mogelijk te maken. Het effect van die hervorming zou nog kunnen worden versterkt door een nieuwe verhoging van de inkomstenplafonds waarmee rekening wordt gehouden bij de berekening van de uitkeringen: dat kan gaan om de inkomsten van de gehandicapte zelf of de inkomsten van de persoon met wie de uitkeringstrekker een gezin vormt.

Ik heb die maatregelen voorgesteld tijdens de begrotingsbesprekingen, maar er is jammer genoeg geen gevolg aan gegeven.

Minister Dupont en ikzelf hebben nauw samengewerkt aan de verhoging van de arbeidsparticipatie van gehandicapten in de federale overheidsdiensten. Onze werkzaamheden hebben geleid tot de goedkeuring van het koninklijk besluit van 5 maart 2007 tot organisatie van de werving van personen met een handicap in het federaal administratief openbaar ambt, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 maart.

Een quotum van 3 percent zal worden voorbehouden voor personen met een handicap. Wanneer dat quotum niet wordt nageleefd, wordt de administratie onderworpen aan een wervingsstop. Er worden ook begeleidings- en opleidingsmaatregelen uitgewerkt om een zo goed mogelijke integratie van werknemers met een handicap mogelijk te maken en hun werkomgeving aan te passen.

Ik hoop dat de maatregelen die op federaal niveau werden aangenomen zullen bijdragen tot een verhoogde arbeidsparticipatie van gehandicapten over het algemeen en dat ze talrijke ondernemingen zullen inspireren in hun wervingsbeleid.

Vraag om uitleg van de heer Stefaan Noreilde aan de staatssecretaris voor Overheidsbedrijven over «het negeren van stopseinen» (nr. 3-2338).

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

De heer Stefaan Noreilde (VLD). - In 2001 botsten in Pécrot twee passagierstreinen nadat een treinbestuurder een stopsein had genegeerd. Na deze ramp daalde het aantal incidenten waarbij rode seinen werden genegeerd. In 2004 en in 2005 werd echter opnieuw een stijging vastgesteld. De treinbestuurders wezen de verhoogde werkdruk aan als oorzaak. De NMBS voert intussen versneld een beveiligingssysteem in om te vermijden dat treinen stopseinen negeren. Bovendien investeert de NMBS-groep momenteel ook volop in het GSM-R-netwerk, waardoor de communicatie tussen treinbestuurder en dispatching wordt verbeterd.

Hoeveel seinoverschrijdingen op of naar hoofdsporen vonden plaats in 2006? Hoe verklaart de staatssecretaris die stijging of daling van het aantal seinoverschrijdingen ten opzichte van de voorbije jaren? In hoeveel gevallen leidde dit effectief tot een aanrijding?

Aan hoeveel treinbestuurders werd een preventief rijverbod opgelegd? Bij hoeveel van deze treinbestuurders werd dat rijverbod nadien bevestigd? Hoeveel treinbestuurders kregen uiteindelijk geen nieuw geschiktheidsbrevet?

Hoever staat het met de invoering van het systeem dat treinen die een signaal negeren, automatisch tot stilstand brengt? Wat is de timing ter zake?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - In 2006 waren er 49 seinoverschrijdingen op of naar hoofdsporen, terwijl er 48 waren in 2005. In 2006 was er een zijdelingse aanrijding ten gevolge van een seinoverschrijding. De NMBS nam in 2005 maatregelen om het stijgend aantal seinoverschrijdingen te beperken. De stijging werd afgeremd, maar de tendens werd niet omgekeerd.

De maatregelen behelzen onder meer een intensieve controle van de banden die de snelheid registreren, en een versterkte begeleiding van jonge bestuurders door het omkaderingspersoneel. Voorts was er een affichecampagne in de lokalen voor dienstaanvang en in de opleidingslokalen, waarbij werd gewezen op de beroepsmatige handelingen en de correcte attitude om seinoverschrijdingen te voorkomen. Er werden ook uiteenzettingen gehouden over de meest kenmerkende seinoverschrijdingen. Daarbij werd aandacht besteed aan nuttige beroepsmatige handelingen, zoals het voorzichtig naderen van een gesloten sein en het onthouden van een voorbijgereden sein met twee gele lichten.

Alle treinbestuurders die tussen 2002 en 2006 een seinoverschrijding begingen, kregen preventief rijverbod opgelegd en werden onderworpen aan de procedure voor herkwalificatie, zoals werd beschreven in het antwoord op schriftelijke vraag 3-4663.

Enkele treinbestuurders kregen na deze procedure geen nieuw geschiktheidsbrevet. In 2002 waren dat er vijf, in 2003 één, in 2004 twee, in 2005 één en voor 2006 zijn er nog drie gevallen in behandeling.

Er werd beslist om op termijn de signalisatie op het net aan te passen zodat elk stopsein een stopfunctie krijgt. Op het ogenblik zijn er op de klassieke lijnen twee systemen in gebruik. Het eerste is het TBL1-systeem, waarmee 13 procent van de seinen is uitgerust en dat de trein automatisch laat remmen bij overschrijding van een rood sein.

Het tweede systeem is dat van borstel-krokodil, waarbij het naleven van een sein dat voorbijrijden verbiedt, berust op de waakzaamheid van de treinbestuurder. Alle seinen op hogesnelheidslijnen L1 en L2 zijn uitgerust met een automatisch beveiligingssysteem.

Vanaf 2007 zal het systeem TBL1+, dat uit het bestaande TBL1-systeem werd ontwikkeld, geleidelijk op het hele spoornet worden ingevoerd. De helft van het net, waarop 80 procent van het treinverkeer circuleert, zal tegen 2009 ermee worden uitgerust. Tegen 2012 moet het hele net met dit systeem worden uitgerust. Het overschrijden van een rood sein zal dan een noodremming tot gevolg hebben. Bijkomende veiligheid wordt verzekerd doordat er ook een noodremming wordt uitgevoerd indien een trein driehonderd meter voor het gesloten sein sneller rijdt dan veertig kilometer per uur.

Vraag om uitleg mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Leefmilieu en minister van Pensioenen over «de impact van bio-ethanol op de ozonlaag en het milieu» (nr. 3-2323)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Grootschalig gebruik van alcohol als brandstof voor auto's zal de milieuvervuiling door het verkeer niet verbeteren, maar slechts veranderen, aldus een uitvoerige Amerikaanse chemisch-meteorologische modelstudie. Sommige verbrandingsproducten van alcohol blijken net zo kankerverwekkend te zijn als die van benzine. Maar belangrijker nog is dat het gebruik van alcohol de ozonvorming kan versterken. Dat leidt weer tot ernstige ademhalingsproblemen die karakteristiek zijn voor zomersmog, aantasting van de longcapaciteit en astma.

De modelstudie werd uitgevoerd door Mark Jacobson van Stanford University en gepubliceerd in het tijdschrift Environmental Science & Technology. Voor het eerst zijn de milieugevolgen van een grootschalig gebruik van alcohol in kaart gebracht. Bij vervanging van benzine door alcohol komt er minder benzeen en butadieen in de lucht, maar hun plaats wordt ingenomen door methanol en ethanol die bij verbranding van alcohol ontstaan en evenzeer kankerverwekkend zijn. De studie ziet echter in de toenemende ozonconcentratie het grootste gezondheidsrisico.

Alcohol uit planten, bio-ethanol, dankt zijn milieuvriendelijk imago aan het feit dat het minder bijdraagt aan het broeikaseffect. Toch wordt ook hieraan getwijfeld. Voor de productie van de plantaardige grondstof en de distillatie van de alcohol is veel fossiele brandstof nodig en het telen van de vele gewassen die vereist zijn voor de productie gaat ook ten koste van de regenwouden.

Hoe reageert de minister op de resultaten van dit onderzoek?

Kan de minister de onderzoeken aanhalen waarop hij zich steunt om bio-ethanol beleidsmatig te ondersteunen?

Hoe reageert de minister op de kritiek op bio-ethanol, als zou de productie ervan ten koste gaan van de voedselvoorziening van arme landen aangezien voedsel als brandstof wordt aangewend?

Hoe reageert de minister op de stelling dat het verbouwen van gewassen voor bio-ethanol zal leiden tot het wegkappen van de laatste regenwouden en oerbossen?

Kan de minister dit toelichten en aangeven waarom op milieuvlak de baten toch opwegen tegen de kosten?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - In de studie van de Universiteit van Stanford wordt ervan uitgegaan dat in het jaar 2020 alle Amerikaanse voertuigen, inclusief vrachtwagens en tractors, zijn overgeschakeld op het gebruik van brandstof die voor 80% bestaat uit alcohol, bio-ethanol. Niet alleen zijn hiervoor aangepaste auto's nodig, maar in de Europese Unie zijn er geen plannen om verder te gaan dan een bijmenging van een paar procent bio-ethanol in benzine.

In de Europese Unie is de discussie van start gegaan over de bepaling van nieuwe kwaliteitsnormen voor motorbrandstof, met inbegrip van de bepaling van het bijmengingspercentage van bio-ethanol. Zulke nieuwe normen moeten de brandstof doorheen de gehele levenscyclus zuiverder maken.

Ter ondersteuning van het biobrandstoffenbeleid in België hebben we verschillende onderzoeken gebruikt om onder meer de uitstoot van mogelijk schadelijke stoffen gedurende de gehele levenscyclus te analyseren. Onderzoeken zowel van Belgische als buitenlandse onderzoeksinstellingen en universiteiten - VUB, RUG en de Universiteit van Aalborg in Denemarken - hebben hierbij hun nut gehad.

Het is duidelijk dat de productiemethoden zo energievriendelijk mogelijk moeten zijn, een gunstige CO2-balans moeten vertonen en in geen geval aanleiding mogen geven tot ontbossing of verlies aan biodiversiteit. Uiteraard moeten we erover waken dat de ingevoerde biomassa duurzaam wordt geproduceerd, dat het transport ervan niet voor een onaanvaardbare bijkomende uitstoot van CO2 zorgt en dat het gebruik ervan geen schadelijke impact heeft op de gezondheid.

Naar analogie met de producten uit duurzaam bosbeheer die momenteel een FSC-certificaat dragen, moet er een certificering van biomassa en biobrandstoffen komen. Deze certificering moet rekening houden met een reeks factoren waaronder CO2-reductie, duurzame productie en mogelijke gezondheidseffecten.

Vraag om uitleg mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Leefmilieu en minister van Pensioenen over «de slechte werking van de emissiehandel» (nr. 3-2325)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Het systeem van de emissiehandel European Union Emission Trading Scheme, EU ETS, is door de Europese Unie opgezet om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Voor elk vervuilend bedrijf is bepaald hoeveel broeikasgassen het per jaar maximaal mag uitstoten. Bedrijven die minder uitstoten dan dat quotum, kunnen wat zij hebben overgehouden verkopen aan bedrijven die boven hun maximum zitten.

Inmiddels zijn de prijzen van de ETS-emissierechten echter gezakt tot onder 1 euro per ton CO2. De rechten zijn dus bijna niets meer waard.

De maximale hoeveelheid broeikasgassen die elk bedrijf mag uitstoten, wordt steevast te hoog geschat en de prijsontwikkeling van de rechten is onvoorspelbaar, waardoor investeerders passief blijven.

Door de problemen met de Europese en mondiale emissiehandel zal het doel daarvan, een reële prijs verbinden aan de uitstoot van broeikasgassen, waarschijnlijk niet worden gerealiseerd.

Erger is dat sommige onderzoekers stellen dat het systeem op een gegeven moment zal instorten.

De slechte werking van de emissiehandel heeft grote consequenties voor het tegengaan van klimaatverandering. De handel is opgezet om landen en bedrijven te stimuleren minder broeikasgassen te produceren.

Is de minister op de hoogte van de slechte werking van de emissiehandel en kan hij dit toelichten? Kan de minister aangeven wat volgens hem de oorzaken van het falen zijn?

Kan de minister toelichten welke stappen hij terzake heeft ondernomen?

Welke maatregelen moeten er volgens de minister worden getroffen om de emissiehandel recht te trekken?

Deelt de minister de stelling als zou de situatie niet meer recht te trekken zijn en kan hij dit illustreren?

Wat vindt hij van de suggestie om de emissiehandel te vervangen door bijvoorbeeld een internationale broeikasgasbelasting, gezien dit aan investeerders en de consumenten een stuk meer zekerheid biedt? Kan hij de pro's en de contra's overlopen en aangeven of hij voorstander is van dergelijke belasting?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van de minister.

Ik heb de reacties in de pers vernomen over de werking van emissiehandel van o.m. de Nederlandse professor Jepma van de Rijksuniversiteit Groningen die vorige week kritiek uitte. De sceptici drukken onterecht hun vrees uit over de mogelijke ineenstorting van het systeem.

De voornaamste oorzaak voor de forse daling van de prijs van emissierechten is het feit dat er momenteel een overvloed aan emissierechten is, waardoor de prijs dramatisch is ingezakt. Er werden tijdens de eerste proefperiode 2005-2007 te veel emissierechten toegewezen aan de bedrijven.

Van de beoordeelde nationale allocatieplannen voor de volgende periode, 2008-2012, besliste de Europese Commissie dat er ongeveer 5 à 9% minder emissierechten mochten worden toegewezen. Dat is belangrijk om de Kyotodoelstelling te halen, maar ook om ervoor te zorgen dat er in 2008 voldoende schaarste ontstaat op de markt, waardoor de prijs opnieuw zal stijgen. Bij een sterke stijging van de prijs, bijvoorbeeld rond 30 euro, zullen de bedrijven aangezet worden om emissierechten op de markt te brengen, waardoor de prijs opnieuw zal dalen. Enige prijsvolatiliteit zal dus wel blijven bestaan.

Met de steun van de federale regering, wens ik de beslissing van de Europese Commissie over het Belgische allocatieplan niet in vraag te stellen door bijvoorbeeld naar het Europese Hof te trekken.

Essentieel is dat de nationale allocatieplannen geharmoniseerd worden en dit om concurrentieverstoring tussen de verschillende bedrijven die onder het systeem vallen te vermijden. De Europese Commissie wijst in haar mededeling over de herziening van de richtlijn over de emissiehandel trouwens op de noodzaak voor gestandaardiseerde toewijzingsmethoden, teneinde gelijke regels te garanderen. Uiterlijk einde 2007 zal de Europese Commissie een wetgevend voorstel voorleggen met het oog op het versterken en het verruimen van de werkingssfeer. Bovendien kent het systeem geen einddatum. Het systeem gaat na 2012 door, onafhankelijk van de uitkomst van de internationale klimaatonderhandelingen over het post-2012 klimaatregime.

In antwoord op de vraag aangaande de voor- en nadelen van internationale belastingen, kan ik aangeven dat bepaalde sectoren zich beter lenen tot een regulering via belastingen. Het nadeel is echter dat de opvolging van de emissiebronnen zeer omslachtig is en dat dit voorstel op verzet van de Wereldhandelsorganisatie zal stuiten. Het voornaamste voordeel van emissiehandel is dat het instrument de kosten voor het halen van de Kyotodoelstelling doet dalen en dat men weet of de bedrijven de Kyotodoelstelling halen. Met een belasting weet men hoeveel inkomsten het instrument kan incasseren, maar niet of de doelstelling gerealiseerd wordt.

Vraag om uitleg van de heer Yves Buysse aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over «de ontradingscampagnes met betrekking tot de illegale immigratie» (nr. 3-2319)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

De heer Yves Buysse (VL. BELANG). - Op 14 december 2004 stelde ik de minister van Binnenlandse Zaken een schriftelijke vraag betreffende projecten in het buitenland die erop gericht zijn om de illegale immigratie vanuit een aantal landen naar België tegen te gaan.

Uit het antwoord van de minister bleek toen dat het budget hiervoor was overgeheveld van de Dienst Vreemdelingenzaken naar het directoraat-generaal voor Ontwikkelingssamenwerking.

Kan de minister mij een overzicht bezorgen van de projecten die met dit budget werden opgezet met het doel illegale immigratie naar België tegen te gaan? Of werd dit budget voor andere doeleinden aangewend? Zo ja, dewelke?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - In 2004 werden kredieten voor de financiering van internationale projecten op het vlak van migratie, die vroeger ingeschreven waren op het budget van het ministerie van Binnenlandse Zaken, overgeheveld naar het budget van Ontwikkelingssamenwerking.

Het ging om ongeveer 560.000 euro, ingeschreven op begrotingsartikel 31.35.01, bijdragen aan instellingen met een internationale bestemming en van multisectorale aard.

Sedert 2006 zijn de kredieten ingeschreven op begrotingsartikel 31.35.02. De bestemming van die kredieten wordt gezamenlijk bepaald door de FOD Binnenlandse Zaken en het DGOS. De gefinancierde projecten zijn geconcentreerd op verschillende thema's: de capaciteitsopbouw, ontradingscampagnes, migratie en ontwikkeling.

Ziehier een kort overzicht van de projecten van 2006 die betrekking hebben op deze problematiek. Eerst en vooral is er een informatie- en bewustmakingscampagne in de DRC, waarvoor België een bijdrage levert van 50.000 euro en die tot doel heeft illegale migratie te ontmoedigen. De doelgroep bestaat uit potentiële illegale immigranten in Kinshasa die van de DRC naar België willen. De activiteiten omvatten het verstrekken van informatie over de gevolgen van illegale immigratie in België.

Een ander project bestaat uit de ontrading van die vorm van immigratie en de bewustmaking van de betrokken bevolking om zich in te zetten voor de ontwikkeling van hun eigen land. Daartoe werden, met de hulp van de dienst Vreemdelingenzaken televisieproducties gemaakt in Kinshasa en in België. Die producties zullen op minstens tien televisiekanalen worden uitgezonden. Er zal ook een theatervoorstelling plaatshebben waarin bekende acteurs optreden. Er wordt een tiental voorstellingen in het vooruitzicht gesteld.

Het programma voor de versterking van de capaciteit inzake migratiebeheer in de Democratische Republiek Congo heeft als hoofddoel het voorkomen van migratie door samenwerking, versterking en organisatie van de migratiediensten in de DRC. De activiteiten hebben een weerslag op vier niveaus: de versterking van de instellingen door de oprichting van een centrum voor nationale vorming en migratiebeheer; de verbetering van de capaciteit van de algemene directie voor de migratie en die van de belangrijke grensposten; technische bijstand met het oog op de actualisering en de verbetering van het juridisch kader inzake migratie; het uitwerken van concrete mechanismen die de capaciteit van de regering moeten vergroten om corruptie op het gebied van migratie te bestrijden.

Ten slotte zal een informatiecampagne worden gevoerd voor de preventie van illegale migratie. Voor de MEDMA, de Marokkanen die in het buitenland verblijven voor de ontwikkeling van Marokko, wordt het bedrag, dat in 2007 wordt betaald, geraamd op 50.000 euro. De studie heeft tot doel een project uit te werken dat bijdraagt tot de economische ontwikkeling van Marokko door het overdragen van kennis en kapitaal van de Marokkaanse diaspora in België.

De heer Yves Buysse (VL. BELANG). - Als ik antwoord moet krijgen in een taal die niet de mijne is, dan vrees ik dat bijkomende vragen niet veel zin hebben.

Vraag om uitleg mevrouw Fatma Pehlivan aan de minister van Buitenlandse Zaken over «de houding van de Belgische regering inzake het politiek, cultureel en economisch isolement van Noord-Cyprus» (nr. 3-2333)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

Mevrouw Fatma Pehlivan (SP.A-SPIRIT). - Dit is wellicht mijn laatste vraag in de Senaat, want ik neem afscheid van de Senaat, maar niet van de politiek.

Een verenigd Cyprus waar Turks-Cyprioten en Grieks-Cyprioten vreedzaam en op basis van gelijkheid samen kunnen leven, is van grote betekenis voor de vrede in het oostelijk deel van het Middellandse zeegebied.

Het plan Annan, dat door de hele wereld werd beschouwd als een noodzaak om de conflictsituatie op het eiland te beëindigen, werd door een grote meerderheid, namelijk 64,8%, van de Turks-Cyprioten goedgekeurd in tegenstelling tot de Grieks-Cyprioten die het plan met een nog grotere meerderheid, namelijk 75,8%, verworpen hebben. De Turks-Cyprioten, die zich voor de hereniging van hun eiland hebben uitgesproken, worden verder politiek, cultureel en economisch geïsoleerd.

De belofte van de EU om financiële steun te verlenen aan Noord-Cyprus ten bedrage van 259 miljoen euro, wordt in de praktijk niet nagekomen. Op 22 januari laatstleden hebben de Ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie overeenstemming bereikt over het aanknopen van handelsbetrekkingen met Noord-Cyprus. Tot op heden is dat dode letter gebleken. Een recente enquête onder de Turks-Cypriotische bevolking wijst op een verdere daling van het vertrouwen in de EU. Een verdere, langdurige isolatie van de Turks-Cyprioten verhoogt in aanzienlijke mate de kans op onherstelbare schade in hun relatie met Europa.

Wat is de houding van de Belgische regering ten aanzien van de belofte van de Europese Commissie en de Europese Raad om het isolement van Noord-Cyprus op te heffen? Wat is de houding van de Belgische regering ten aanzien van de effectieve uitvoering van de regels om de directe handelsbetrekkingen tussen de EU en Noord-Cyprus onmiddellijk op gang te brengen? Hoe staat de Belgische regering tegenover de opening van de luchthaven Ercan?

Hoe staat de Belgische regering tegenover de aanvaarding en erkenning van de Turkse taal als tweede ambtelijke taal van Cyprus in de EU? Hoe staat de Belgische regering tegenover de vertegenwoordiging van de Turks-Cyprioten in de EU en in het Europees parlement? Hoe staat de Belgische regering tegenover het stopzetten van de discriminatie en uitsluiting van Noord-Cyprus, als deel van Europa, op het gebied van onder meer sport, hoger onderwijs en cultuur?

Heeft de Belgische regering reeds rechtstreeks stappen ondernomen bij de Europese Commissie en bij de Griekse en Turkse regering om het politieke, culturele en economische isolement van Noord-Cyprus te doorbreken? Zo ja, wanneer, hoe en op welke punten zijn er stappen ondernomen? Zo neen, is de Belgische regering alsnog van plan om in de nabije toekomst initiatieven te ondernemen die kunnen bijdragen tot de opheffing van het isolement van Noord-Cyprus of de beëindiging van het Cypriotische conflict?

(Voorzitter: mevrouw Anne-Marie Lizin.)

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van minister De Gucht.

België houdt vast aan de besluiten van de Europese Raad van april 2004 en januari 2007 en ondersteunt initiatieven die het isolement van de Turks-Cypriotische gemeenschap kunnen doorbreken. België wenst dat er snel vooruitgang wordt gemaakt met de bespreking van het voorstel van reglement van de Commissie voor directe handelsrelaties tussen de Europese Unie en het noordelijke deel van Cyprus en ondersteunt de pogingen van het Duitse voorzitterschap om een gemeenschappelijke basis te vinden voor een akkoord.

In mijn contacten met de betrokken actoren heb ik herhaaldelijk benadrukt dat alle betrokken partijen zich flexibel moeten opstellen en toegevingen moeten doen om een evenwichtige oplossing te vinden. Deze oproep vindt tot nu toe onvoldoende gehoor zodat voor concrete dossiers, zoals voor de luchthaven Ercan, geen onmiddellijke oplossing in zicht is.

Op 1 mei 2004 werd het hele eiland lid van de Europese Unie onder de naam Republiek Cyprus. De toepassing van het communautaire acquis is in het noorden van het eiland opgeschort. De regering van Cyprus is dus de enige wettelijke vertegenwoordiger van deze lidstaat.

Voor sport, hoger onderwijs en cultuur zijn uitsluitend de gemeenschappen bevoegd.

In het kader van de financiële enveloppe van 259 miljoen euro die aan het noordelijke deel van het eiland ter beschikking werd gesteld, werd het project Community Scholarship Programme goedgekeurd, een studiebeurzenprogramma ter waarde van vijf miljoen euro. Zowat 240 Turks-Cypriotische studenten en 75 Turks-Cypriotische leerkrachten kunnen met deze beurs één jaar aan een hogeschool of een universiteit van de Europese Unie studeren. In het raam van dit programma studeren binnenkort twee Turks-Cypriotische studenten een jaar in Brussel.

België eerbiedigt het internationaal wettelijk kader en houdt zich meer in het bijzonder aan resoluties 541 en 550 van de VN-Veiligheidsraad. Daarin wordt bepaald dat er geen daden mogen worden gesteld die kunnen worden geïnterpreteerd als een erkenning van het noordelijke deel van het eiland. België houdt vast aan de raadsbesluiten van april 2004 en ondersteunt initiatieven die het isolement van Turks-Cyprioten kunnen doorbreken. In die samenhang verwelkomt ons land de goedkeuring van de veroordeling inzake financiële hulp.

Mevrouw Fatma Pehlivan (SP.A-SPIRIT). - Ik dank de staatssecretaris voor haar antwoord. Ik had een dergelijk antwoord wel verwacht, maar ik hoop toch dat België in de toekomst zowel Noord- als Zuid-Cyprus zal helpen in hun zoektocht naar een oplossing voor het probleem waarmee ze geconfronteerd worden. België kan misschien zelfs het voortouw nemen.

Stemmingen

(De naamlijsten worden in de bijlage opgenomen.)

Wetsontwerp betreffende de civiele veiligheid; (Stuk 3-2403) (Evocatieprocedure)

De heer Philippe Mahoux (PS). - Wij zijn ingenomen met deze hervorming van de brandweerdiensten. Ze omvat drie belangrijke elementen: het personeelsstatuut, de interventiesnelheid en de behoefte aan opleiding. We hebben onderstreept hoe belangrijk het is, met betrekking tot de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de burgemeesters, de aansprakelijkheid van elkeen vast te stellen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 5 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere.

Stemming 1

Aanwezig: 55
Voor: 14
Tegen: 37
Onthoudingen: 4

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 2 van de heer Brotcorne.

Stemming 2

Aanwezig: 55
Voor: 14
Tegen: 37
Onthoudingen: 4

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 6, 7 en 8 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 3

Aanwezig: 55
Voor: 41
Tegen: 0
Onthoudingen: 14

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet (Stuk 3-2423) (Evocatieprocedure)

Stemming 4

Aanwezig: 55
Voor: 53
Tegen: 0
Onthoudingen: 2

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 8 augustus 1981 houdende de oprichting van het Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers en van de Hoge Raad voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers en van het koninklijk besluit van 22 juni 1983 houdende statuut van nationale erkentelijkheid ten gunste van de leden van het Expeditiekorps voor Korea, teneinde "27 juli 1953" te vervangen door "15 september 1954" in het statuut van nationale erkentelijkheid ten gunste van de leden van het expeditiekorps voor Korea (Stuk 3-2369) (Evocatieprocedure)

Stemming 5

Aanwezig: 55
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen van het actief kader van de krijgsmacht (Stuk 3-2406) (Evocatieprocedure)

Stemming 6

Aanwezig: 55
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

-De goedkeuring van het wetsontwerp impliceert dat het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van ... tot vaststelling van het statuut van de militairen van het actief kader van de Krijgsmacht (van mevrouw Sabine de Bethune c.s., Stuk 3-2075) vervalt.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (Stuk 3-2362) (Evocatieprocedure)

De voorzitter. - We stemmen over amendement 1 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 7

Aanwezig: 54
Voor: 9
Tegen: 45
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 2 en 3 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 28 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 8

Aanwezig: 55
Voor: 14
Tegen: 41
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 4 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 9

Aanwezig: 56
Voor: 9
Tegen: 47
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de volgende amendementen:

-Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 30 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 10

Aanwezig: 55
Voor: 14
Tegen: 41
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 9 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 11

Aanwezig: 54
Voor: 9
Tegen: 40
Onthoudingen: 5

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 10 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 31 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 12

Aanwezig: 56
Voor: 14
Tegen: 42
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 11 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 13

Aanwezig: 55
Voor: 8
Tegen: 47
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 32 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 14

Aanwezig: 56
Voor: 14
Tegen: 42
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 12 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 15

Aanwezig: 55
Voor: 9
Tegen: 41
Onthoudingen: 5

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 36 en 37 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 13 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 16

Aanwezig: 56
Voor: 9
Tegen: 47
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 38 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 14 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 17

Aanwezig: 56
Voor: 9
Tegen: 42
Onthoudingen: 5

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 15 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 18

Aanwezig: 53
Voor: 12
Tegen: 41
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 16 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 19

Aanwezig: 56
Voor: 9
Tegen: 42
Onthoudingen: 5

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 17 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 20

Aanwezig: 55
Voor: 9
Tegen: 41
Onthoudingen: 5

Mevrouw Olga Zrihen (PS). - Ik wou tegen stemmen.

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 33 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 21

Aanwezig: 56
Voor: 14
Tegen: 42
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 18 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 22

Aanwezig: 54
Voor: 11
Tegen: 43
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 39 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 19 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 23

Aanwezig: 55
Voor: 9
Tegen: 41
Onthoudingen: 5

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 34 van de heer Vandenberghe.

Stemming 24

Aanwezig: 55
Voor: 14
Tegen: 41
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 20 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 25

Aanwezig: 53
Voor: 9
Tegen: 44
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 21 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 22 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 26

Aanwezig: 56
Voor: 9
Tegen: 42
Onthoudingen: 5

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 23 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 27

Aanwezig: 56
Voor: 9
Tegen: 47
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 40 tot 44 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 35 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 28

Aanwezig: 57
Voor: 14
Tegen: 43
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 24 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 29

Aanwezig: 57
Voor: 14
Tegen: 43
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 25 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 30

Aanwezig: 57
Voor: 9
Tegen: 48
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 26 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 31

Aanwezig: 57
Voor: 9
Tegen: 43
Onthoudingen: 5

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 27 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 32

Aanwezig: 57
Voor: 43
Tegen: 9
Onthoudingen: 5

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen (Stuk 3-2363) (Evocatieprocedure)

De voorzitter. - We stemmen over amendement 2 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 33

Aanwezig: 56
Voor: 8
Tegen: 48
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 3 tot 26 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 34

Aanwezig: 57
Voor: 14
Tegen: 41
Onthoudingen: 2

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 27 tot 31 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 35

Aanwezig: 57
Voor: 43
Tegen: 9
Onthoudingen: 5

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie (Stuk 3-2364) (Evocatieprocedure)

De voorzitter. - We stemmen over amendement 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 36

Aanwezig: 56
Voor: 14
Tegen: 42
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 9 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 37

Aanwezig: 54
Voor: 9
Tegen: 45
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 2 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 38

Aanwezig: 56
Voor: 14
Tegen: 42
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de volgende amendementen:

-Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 5 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 39

Aanwezig: 55
Voor: 14
Tegen: 41
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 16 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 40

Aanwezig: 55
Voor: 9
Tegen: 46
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de volgende amendementen:

-Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 8 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 41

Aanwezig: 56
Voor: 14
Tegen: 42
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 52 van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch.

Stemming 42

Aanwezig: 56
Voor: 9
Tegen: 47
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de overige amendementen van de heer Ceder en mevrouw Van dermeersch. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - De wetten die op één dag door de commissie voor de Justitie werden gejaagd en waarover we vandaag in plenaire vergadering nauwelijks hebben kunnen debatteren, organiseren de meest verregaande beperking op de vrijheid van meningsuiting in de geschiedenis van dit land en in de hele Westerse wereld. Gelukkig zijn die wetten bijzonder slecht geconcipieerd en geredigeerd, zodat we erop kunnen rekenen dat het oordeel van het Grondwettelijk Hof niet mals zal zijn.

Wat niettemin toch altijd blijft verbazen is dat de zogenaamde liberale partijen die zich opwerpen als de verdedigers van de vrijheid, dat soort wetten blijven goedkeuren. Ooit was het motto van de liberalen `De gedachten zijn vrij'. Vandaag zijn ze vrij zolang je niet ingaat tegen de politieke correctheid, je erin slaagt je onschuld te bewijzen als de bewijslast wordt omgekeerd, en je niet valt op een van de vele praktijktesten waaraan je kan worden onderworpen. De tijden zijn veranderd.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Net zoals de antidiscriminatiewet van 2003, de wet-Moureaux ter bestrijding van racisme en de vorige wet ter bestrijding van discriminatie op basis van geslacht, strekt deze wet de democratie tot eer. Het siert een samenleving dat ze verhindert dat de zwaksten, de mensen van een andere afkomst, zieken of gehandicapten worden gediscrimineerd. We steunen, met respect voor de Grondwet, alle wetten die een dam opwerpen tegen hen die een aanslag willen plegen op de democratie.

De heer Paul Wille (VLD). - Senator Ceder heeft de reputatie een ideoloog te zijn. De gedachten zijn inderdaad vrij. Wat volgens mij evenwel niet vrij is, is te spreken over een `zogenaamde liberale partij'. Het ligt niet in onze traditie om ons zo nodig uit te spreken over wat ethisch en niet ethisch is, met dien verstande dat, als wij daarmee als wetgevend orgaan worden geconfronteerd, we onze leden vrij laten, maar onze ethische waarden wel hooghouden.

De benadering over de `zogenaamde liberale partijen' is dan ook een totaal verkeerde benadering. Er bestaat maar één soort liberale partij, een ethisch hoogstaande partij die van een ondemocratische partij als die van senator Ceder geen enkele ethische of andere les wenst te ontvangen.

Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - Racisme is geen mening. Racisme is een misdrijf. Wij hebben aan deze tekst meegewerkt en zullen hem zonder voorbehoud goedkeuren.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - De Vlaamse christendemocraten ondersteunen met overtuiging het doel van de voorliggende ontwerpen. We zullen ons echter onthouden omdat we willen protesteren tegen de wijze waarop ze in het parlement werden behandeld. Deze materie verdient beter dan de slordige wijze waarop ze hier is aangepakt. De mensen die we voor discriminatie willen behoeden verdienen beter dan een wetgeving die zal leiden tot andere misverstanden en nieuwe processen. De beste manier om dergelijke wetten op termijn overbodig te maken is het voeren van een preventief beleid en ervoor te zorgen dat die discriminaties op het terrein niet meer bestaan. Daarin is de regering gedurende vier jaar te kort geschoten. De armoede is de voorbije jaren verdubbeld.

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - De CDH zal deze ontwerpen goedkeuren omdat ze slechts de bevestiging zijn van de beginselen die wij in het kader van vorige wetten hebben vastgesteld.

Ik verwijs voorts naar het Arbitragehof, dat ons in een arrest gevraagd heeft de betrokken wetgeving te verbeteren. De Europese Unie heeft ons bovendien verzocht om nog verder te gaan en de wetteksten met betrekking tot discriminatie in overeenstemming te brengen met het Europees recht. Om al die redenen zullen wij deze ontwerpen goedkeuren.

(Applaus)

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 43

Aanwezig: 55
Voor: 42
Tegen: 9
Onthoudingen: 4

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot aanpassing van het Gerechtelijk Wetboek aan de wetgeving ter bestrijding van discriminatie en tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (Stuk 3-2365)

Stemming 44

Aanwezig: 56
Voor: 42
Tegen: 9
Onthoudingen: 5

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorgen (Stuk 3-2397) (Evocatieprocedure)

De voorzitter. - We stemmen over amendement 2 van mevrouw De Schamphelaere.

Stemming 45

Aanwezig: 56
Voor: 14
Tegen: 38
Onthoudingen: 4

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 4 tot 12 en voor amendement 15 van mevrouw De Schamphelaere. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 46

Aanwezig: 56
Voor: 40
Tegen: 0
Onthoudingen: 16

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp met betrekking tot de regeling van de geschillen in het kader van de wet van ... betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg (Stuk 3-2398)

Stemming 47

Aanwezig: 56
Voor: 40
Tegen: 0
Onthoudingen: 16

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp tot verbetering van het sociaal statuut van de betaalde sportbeoefenaar (Stuk 3-2400) (Evocatieprocedure)

Stemming 48

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid (Stuk 3-2437) (Evocatieprocedure)

Stemming 49

Aanwezig: 54
Voor: 54
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Mevrouw Sfia Bouarfa (PS). - Ik wou voor stemmen.

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp houdende diverse arbeidsbepalingen (Stuk 3-2438) (Evocatieprocedure)

Stemming 50

Aanwezig: 57
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 1

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen (Stuk 3-2439) (Evocatieprocedure)

Stemming 51

Aanwezig: 56
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 26 maart 2003 houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen inzake het waardevast beheer van in beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties (Stuk 3-2428)

Stemming 52

Aanwezig: 56
Voor: 44
Tegen: 5
Onthoudingen: 7

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp tot tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000, van het Europees Verdrag van Luxemburg van 20 mei 1980 betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, en van het Verdrag van 's-Gravenhage van 25 oktober 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (Stuk 3-2435)

Stemming 53

Aanwezig: 55
Voor: 53
Tegen: 0
Onthoudingen: 2

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek ter bevordering van de erfrechtelijke bescherming van buitenhuwelijkse kinderen (Stuk 3-2392) (Evocatieprocedure)

Stemming 54

Aanwezig: 55
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (Stuk 3-2429) (Evocatieprocedure)

Stemming 55

Aanwezig: 55
Voor: 38
Tegen: 10
Onthoudingen: 7

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp betreffende bepaalde bankdiensten (Stuk 3-2416) (Evocatieprocedure)

Stemming 56

Aanwezig: 56
Voor: 51
Tegen: 0
Onthoudingen: 5

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

-De goedkeuring van het wetsontwerp impliceert dat het wetsvoorstel dat ertoe strekt te waarborgen dat zichtrekeningen bij kredietinstellingen kosteloos kunnen worden gesloten (van mevrouw Joëlle Kapompolé en mevrouw Olga Zrihen, Stuk 3-1406) vervalt.

Wetsontwerp betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten (Stuk 3-2419) (Evocatieprocedure)

Stemming 57

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 11 augustus 1987 houdende waarborg van werken uit edele metalen (Stuk 3-2421) (Evocatieprocedure)

Stemming 58

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp betreffende de oprichting van een commerciële vastgoedmaatschappij door de Staat (Stuk 3-2415) (Evocatieprocedure)

Stemming 59

Aanwezig: 57
Voor: 41
Tegen: 5
Onthoudingen: 11

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Ik wilde neen stemmen.

De heer Francis Delpérée (CDH). - Ik wilde neen stemmen.

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles (Stuk 3-2422) (Evocatieprocedure)

Stemming 60

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2006 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E voor het kalenderjaar 2007 (Stuk 3-2417) (Evocatieprocedure)

Stemming 61

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp houdende dringende spoorwegbepalingen (Stuk 3-2434) (Evocatieprocedure)

Stemming 62

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008 (Stuk 3-2436) (Evocatieprocedure)

Stemming 63

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten (Stuk 3-2440) (Evocatieprocedure)

Stemming 64

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 190 en 195 van het Wetboek van diverse rechten en taksen, wat het bedrag betreft van de belasting voor aanplakking en de betaling ervan (Stuk 3-2441) (Evocatieprocedure)

Stemming 65

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen (Stuk 3-2444) (Evocatieprocedure)

Stemming 66

Aanwezig: 55
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (Stuk 3-2430)

Stemming 67

Aanwezig: 57
Voor: 48
Tegen: 9
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister (Stuk 3-2431) (Evocatieprocedure)

Stemming 68

Aanwezig: 55
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten (Stuk 3-2432) (Evocatieprocedure)

Stemming 69

Aanwezig: 57
Voor: 48
Tegen: 0
Onthoudingen: 9

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Ontwerp van programmawet (Stuk 3-2427) (Evocatieprocedure)

Stemming 70

Aanwezig: 57
Voor: 42
Tegen: 11
Onthoudingen: 4

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik wilde mij onthouden.

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen met het oog op de invoering van de deelname op afstand aan de algemene vergadering (van mevrouw Stéphanie Anseeuw en de heer Luc Willems, Stuk 3-2111)

Stemming 71

Aanwezig: 56
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsvoorstel is aangenomen.

-Het wetsontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 119ter van de Nieuwe Gemeentewet, betreffende de invoering van herstelmaatregelen voor minderjarigen in het raam van administratieve sancties (van de heer Christian Brotcorne c.s., Stuk 3-1963)

De voorzitter. - Wij stemmen over de conclusie van de commissie die voorstelt dit wetsvoorstel te verwerpen.

Stemming 72

Aanwezig: 57
Voor: 39
Tegen: 9
Onthoudingen: 9

-De conclusie is aangenomen.

-Bijgevolg is het wetsvoorstel verworpen.

Voorstel van resolutie over het Belgisch beleid betreffende de hervorming van het bestuur en het beleid van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (van de heer Pierre Galand en mevrouw Olga Zrihen, Stuk 3-1920)

Stemming 73

Aanwezig: 55
Voor: 46
Tegen: 9
Onthoudingen: 0

-Het voorstel van resolutie is aangenomen.

-De resolutie zal aan de eerste minister en aan de minister van Buitenlandse Zaken worden meegedeeld.

"BRIC" (Brazilië, Rusland, India en China) (Stuk 3-1517)

De voorzitter. - We stemmen over de aanbevelingen van de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.

Stemming 74

Aanwezig: 56
Voor: 47
Tegen: 0
Onthoudingen: 9

-De aanbevelingen zijn aangenomen.

-Ze zullen aan de eerste minister en aan de minister van Buitenlandse Zaken worden meegedeeld.

Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet (Stuk 3-2377)

Voorstel van verklaring tot herziening van titel II van de Grondwet, om nieuwe bepalingen in te voegen betreffende de rechten van het kind (van mevrouw Sabine de Bethune, Stuk 3-155)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 72 van de Grondwet, om het op te heffen (van de heer Wim Verreycken c.s., Stuk 3-340)

Voorstel van verklaring tot herziening van het decreet nr. 5 van 24 november 1830 betreffende de eeuwige uitsluiting van de familie Oranje-Nassau van enige macht in België (van de heer Frank Creyelman c.s., Stuk 3-342)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 62, derde lid, eerste volzin, van de Grondwet, om de stemplicht af te schaffen (van de heer Jacques Germeaux c.s., Stuk 3-830)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 59 van de Grondwet, teneinde de senatoren van rechtswege niet langer te onttrekken aan de gewone rechtsgang (van de heer Wim Verreycken, Stuk 3-858)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 113 van de Grondwet (van de heer Wim Verreycken, Stuk 3-1045)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 59 van de Grondwet (van de heer Michel Delacroix, Stuk 3-1156)

Voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet, met als doel in de gebruikte terminologie de geslachtsgelijkheid tot uitdrukking te brengen (van mevrouw Sabine de Bethune c.s., Stuk 3-1372)

Voorstel van verklaring tot herziening van de artikelen 66, eerste lid, en 71, eerste en tweede lid, van de Grondwet, teneinde de bepalingen betreffende de parlementaire vergoeding te actualiseren (van mevrouw Sabine de Bethune, Stuk 3-1416)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 30 van de Grondwet, om de bescherming der talen uit te breiden (van de heren Joris Van Hauthem en Karim Van Overmeire, Stuk 3-1560)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 24, §1, vierde lid, van de Grondwet, ertoe strekkende er de keuze in op te nemen voor een cursus filosofie in het laatste jaar van het hoger secundair onderwijs (van mevrouw Amina Derbaki Sbaï c.s., Stuk 3-1608)

Voorstel van verklaring tot herziening van titel III, hoofdstuk I, van de Grondwet, teneinde daarin een artikel 48bis in te voegen houdende de verplichting voor een verkozene om zijn mandaat ook op te nemen (van de heer Francis Delpérée, Stuk 3-1640)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 1 van de Grondwet, teneinde hierin het begrip scheiding van Kerk en Staat in te voeren (van mevrouw Amina Derbaki Sbaï c.s., Stuk 3-2112)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 1 van de Grondwet, ten einde er het beginsel van de scheiding van Kerk en Staat in op te nemen (van de heer François Roelants du Vivier, Stuk 3-2134)

Voorstellen van verklaring tot herziening van de Grondwet (van de heer Joris Van Hauthem c.s., Stuk 3-2140 tot 3-2341)

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 21, tweede lid, van de Grondwet om het aan te vullen met het principe dat de wet altijd boven religieuze akten staat (van mevrouw Christine Defraigne, Stuk 3-2379)

Voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet (van de heer Luc Van den Brande c.s., Stuk 3-2381)

Voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet met betrekking tot de gewaarborgde vertegenwoordiging van de Duitstalige Gemeenschap in de federale kamers, de constitutieve autonomie en de overname van de provinciale bevoegdheden en financiën door de Duitstalige Gemeenschap (van de heer Berni Collas, Stuk 3-2413)

Bespreking

De voorzitter. - Ik stel voor het ontwerp en de voorstellen samen te bespreken. (Instemming)

De heer Francis Delpérée (CDH), corapporteur. - De commissie voor de Institutionele Aangelegenheden van de Senaat heeft het ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet samen met de 219 toegevoegde voorstellen besproken tijdens haar vergaderingen van 19 en 20 april 2007. De heer Wille en ikzelf hebben samen het verslag opgesteld. Ik behandel de eerste 100 artikelen van de Grondwet en de heer Wille de 98 volgende.

Er zijn drie inleidende opmerkingen.

De regering heeft, via minister Landuyt, duidelijk haar methodologie te kennen gegeven. Ze is uitgegaan van de idee dat de verklaring tot herziening van de Grondwet van 10 april 2003 als basis moest dienen voor de huidige verklaring tot herziening. De artikelen die inmiddels werden gewijzigd, onder meer het artikel over de afschaffing van de doodstraf, moesten in het nieuwe document worden weggelaten.

De regering is van oordeel dat de verklaring van 2003 bruikbaar en actueel is en kan dienen voor een grondige hervorming van de tekst van de Grondwet, zowel inzake de rechten en vrijheden, als wat betreft de hervorming van het tweekamerstelsel.

Een tweede opmerking is dat een politieke partij voorstellen heeft ingediend tot wijziging van alle artikelen van de Grondwet. Ze gaat ervan uit dat een grondige hervorming van de structuur van het land nodig is en dat moet worden overgegaan tot de splitsing. Daarom moet volgens haar elke bepaling van de Grondwet, van artikel 1 tot artikel 198, worden herzien.

Alle voorstellen werden door de commissieleden unaniem verworpen.

Een derde opmerking is dat een andere politieke partij, de CD&V, een erg volledig voorstel tot herziening van de Grondwet heeft ingediend, met een dubbel perspectief, namelijk de realisatie van het confederale model en het behoud van de grondwettelijke stabiliteit.

In het confederale model is de Staat gebaseerd op sterke en goed bestuurde gemeenschappen, Vlaanderen en Wallonië. De gefedereerde entiteiten moeten hun plaats vinden in een sterk en dynamisch Europa.

De verwijzing naar het confederale model betekent ook dat de basisgemeenschappen in staat moeten zijn om met wederzijdse toestemming de lijst op te stellen van de bevoegdheden die door de confederatie zullen worden uitgeoefend, de wijze te bepalen waarop de confederatie die functies zal uitoefenen en vast te stellen welke instellingen daartoe zullen worden opgericht.

De grondwettelijke stabiliteit vereist dat niet mag worden geraakt aan de procedure voor de herziening van de Grondwet, zoals vastgelegd in artikel 195 van de Grondwet.

Senator Collas wees op de bezorgdheid van de Duitstalige gemeenschap. Hij pleitte voor een specifieke vertegenwoordiging van deze gemeenschap in het federale parlement en voor de toekenning van de bevoegdheden en middelen van een deel van de provincie Luik aan die gemeenschap.

De grondwettelijke bepalingen moeten een voor een worden onderzocht. Ik zal gemakshalve de opmerkingen weergeven per titel en opeenvolgende hoofdstukken van de Grondwet.

De eerste titel van de Grondwet gaat over het federale België, zijn componenten en zijn grondgebied.

Er werd gesuggereerd de titel om structurele en functionele redenen te wijzigen.

Het structurele perspectief heeft tot doel de verwijzing naar het bestaan van een federale staat te schrappen en te opteren voor een confederale staat. Dit voorstel werd verworpen met acht stemmen tegen één. Verschillende sprekers, meer bepaald de heer Moureaux en mevrouw Defraigne, verwezen naar hun gehechtheid aan het federale regeersysteem en aan een grondwettelijk kader dat kan worden hervormd, maar dat in de eerste plaats behoorlijk functioneert.

Er was een voorstel om in artikel 1 van de Grondwet het begrip scheiding van Kerk en Staat in te voeren, naar het voorbeeld van hetgeen in 1958 met de Franse Grondwet is gebeurd. Het voorstel werd verworpen met zeven stemmen bij twee onthoudingen.

Titel I bis van de Grondwet, die binnenkort in het Belgisch Staatsblad verschijnt, is gewijd aan het beleid dat door de federale staat, de gemeenschappen en de gewesten kan worden gevoerd.

Artikel 7bis gaat over duurzame ontwikkeling. De Senaat heeft dit onderwerp uitgebreid behandeld en er een colloquium over georganiseerd. Er werd lang gedebatteerd over de formulering van het artikel. De Kamer heeft uiteindelijk het voorstel van de Senaat overgenomen.

Eind goed, al goed? Neen, want er is een compromis gesloten tussen de meerderheid en een deel van de oppositiepartijen, namelijk hetzelfde artikel 7bis weer inschrijven in de verklaring tot herziening van de Grondwet. Het amendement van mevrouw Vanlerberghe, de heer Vankrunkelsven en mevrouw Defraigne werd aangenomen met dertien stemmen tegen één.

Ik ben hier niet om mijn persoonlijke mening weer te geven, maar ik denk dat artikel 7bis zal opgenomen worden in de grondwettelijke kronieken: op woensdag wordt het artikel aangenomen en op donderdag staat het op de lijst van de voor herziening vatbare bepalingen. Dat is wellicht een uiting van onze cultuur van vergankelijkheid!

Titel II gaat over de Belgen en hun rechten. Onze assemblee heeft zich over drie punten gebogen.

Het voorstel van de regering voor een harmonisatie van de grondwettelijke teksten met de bepalingen van de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens en haar aanvullende protocollen werd aangenomen met dertien stemmen tegen één.

Het voorstel van mevrouw de Bethune om de genderdimensie in de grondwettelijke terminologie op te nemen, werd verworpen.

Tot slot was er een belangrijke discussie over de rechten van het kind. De Senaat heeft op dat vlak een belangrijke rol gespeeld en heeft nieuwe, hedendaagse rechten geformuleerd. De commissie, in het bijzonder mevrouw de T' Serclaes, heeft moeten vaststellen dat de Kamer niet enthousiast was - en dat is een eufemisme - om rekening te houden met de voorstellen die de Senaat heeft overgemaakt. Persoonlijke opmerking: wat een knoeiboel!

Gisteren heeft de Kamer artikel 22bis opgenomen in de lijst van de voor herziening vatbaar verklaarde artikelen. Er wordt ons gevraagd hetzelfde te doen.

Met artikel 33 komen we bij Titel III van de Grondwet, die betrekking heeft op de machten. De tekst begint uiteraard met de plechtige verklaring `Alle machten gaan uit van de Natie'.

De voorstellen van de heren Van Hauthem en Van den Brande beogen een herziening van deze fundamentele bepaling, die professor Jacques Velu als `de hoeksteen' van de Grondwet kwalificeert. Deze voorstellen werden door de commissie niet aangenomen, evenmin als de wijziging van artikel 35, die de rechtsregeling van de restbevoegdheden impliceert.

Het eerste hoofdstuk van titel III is gewijd aan de federale kamers. Twee fundamentele aspecten kregen de aandacht van de commissie.

Het eerste was de hervorming van de Senaat. Ik zal er niet lang bij stilstaan, want de aangenomen lijst is precies dezelfde als die van april 2003; alle hervormingen van de Hoge Vergadering zijn mogelijk.

(Voorzitter: de heer Hugo Vandenberghe, ondervoorzitter.)

Voorts was er een amendement van mevrouw Vanlerberghe, mevrouw Defraigne en de heer Vankrunkelsven dat ertoe strekte een tweede lezing te organiseren in de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Het idee was om, zoals bij de parlementen van de gemeenschappen en de gewesten, een tweede beraadslaging in te lassen over alle of een deel van de wetteksten die worden behandeld. Sommigen vonden dat dit neerkwam op een reorganisatie van het werk van de Kamer, van de methode, anderen beschouwden het als een ernstige bedreiging van het tweekamerstelsel en dus van de Senaat.

Dit amendement veroorzaakte heel wat deining en na overleg binnen de meerderheid werd het ingetrokken. Artikel 77, dat betrekking heeft op de wetten waarvoor de beide kamers gelijkelijk bevoegd zijn, staat immers al in de verklaring tot herziening van de Grondwet.

De heer Delacroix stelde voor het systeem van de parlementaire onschendbaarheid te herzien. Dit voorstel werd unaniem verworpen.

Hoofdstuk II van titel III betreft de federale wetgevende macht, artikelen 74 en volgende. Hierover waren geen bijzondere opmerkingen.

Hoofdstuk III, Afdeling I, is gewijd aan de Koning. De voorstellen van de heer Van den Brande en de heer Van Hauthem werden niet aangenomen.

De bespreking van de verklaring tot herziening van de Grondwet verliep kalm en sereen. Dat is het voorrecht van onze assemblee en de charme van onze werkzaamheden.

De heer Paul Wille (VLD), corapporteur. - De optie van de regering om de verklaring tot herziening van 2003 over te nemen, is niet verrassend. Zoals afgesproken, zal ik volgende drie reeksen artikelen toelichten.

De eerste reeks betreft de waarborgen betreffende de klassieke grondrechten, onder meer de garantie op persvrijheid, die werd uitgebreid naar andere communicatiekanalen.

De tweede reeks betreft de hervorming van gerecht en politie en heeft onder meer betrekking op de beperking van de voorlezing van vonnissen tot het beschikkend gedeelte, het tuchtrecht van magistraten en de moderne aanpak van de verhoogde werklast in de hoven en rechtbanken.

Een derde reeks betreft de hervorming van het tweekamerstelsel. De regering gaat er immers vanuit dat het klassieke tweekamerstelsel niet meer voldoet, zoals duidelijk bleek uit de commentaar van minister Landuyt in de commissie. Het is de bedoeling om van de Senaat een reële ontmoetingsplaats van de gemeenschappen en de gewesten te maken. De regering verwijst daarbij naar gewijzigde bevoegdheden in het kader van de Grondwet, bijzondere wetten, samenwerkingsakkoorden en verdragen die de rechten en de belangen van de deelgebieden voldoende eerbiedigen. Het is evident dat wanneer men die richting uitgaat, de Senaat er morgen anders zal zijn uitzien van vandaag. De regering is van mening dat haar plannen kunnen worden verwezenlijkt met uit 2003 overgenomen lijst van de voor herziening vatbaar verklaarde grondwetsartikelen.

Voor de reeksen die ik toelicht spitste de discussie zich vooral toe op artikel 195. De CD&V-fractie heeft gezegd dat de herziening van dat artikel helemaal niet kan worden opgenomen, omdat er helemaal geen reden is om af te wijken van de principiële strengheid van de grondwetgever ten aanzien van de herziening van de Grondwet. Collega Hugo Vandenberghe stelt vast dat er omtrent de herziening van artikel 195 geen consensus bestaat binnen de meerderheid en ziet het akkoord van 26 april 2002 betreffende de kieskringen en de hervorming en de incorporatie van de Senaat in de Kamer als een voorteken. Hij heeft het over een totaal afgezwakt en in wezen niet bestaand nieuw tweekamerstelsel. Hij zegt dat de meerderheid niets beslist heeft omdat ze het niet eens raakte en dat ze niet op CD&V moet rekenen. Wie wil dat herziening en hervorming in één regeerperiode worden doorgevoerd, neigt naar autoritarisme en riskeert in de toekomst geen tweederde meerderheid te zullen vinden.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - De heer Vandenberghe heeft het nog vrij genuanceerd gezegd. Hij had het veel harder kunnen zeggen.

De heer Paul Wille (VLD). - Ik doe mijn best om mijn taak als rapporteur te vervullen, maar dat is niet altijd gemakkelijk.

De fractie van het Vlaams Belang was eerlijk en duidelijk. Vlaams Belang streeft de opheffing van de Belgische Staat na en de opsplitsing van het land. Dat kan volgens haar logica enkel met de herziening van alle grondwetsartikelen. De voorstellen van Vlaams Belang zullen ons morgen dan ook tot enig kwantitatief werk verplichten.

Namens de MR heeft Berni Collas een resolutie en een voorstel van herziening ingediend in vier fases. Zijn commentaar over de overname van provinciale bevoegdheden en financiën lokte een aantal reacties uit. Ik laat de verwijzing naar het ideale Brusselse voorbeeld geheel voor rekening van de heer Collas.

Collega Moureaux zette de toon namens de PS-fractie door te zeggen dat er geen nood is aan een nieuwe leest. Op het ogenblik holt men achter de instellingen aan, terwijl men ze beter zou moeten laten functioneren, dixit de heer Moureaux. De PS, zegt hij, is een federalistische politieke partij maar denkt toch in een Belgisch kader. Er is bij de PS een uitgesproken gehechtheid aan de nationale solidariteit, vooral wat betreft de sociale zekerheid en werk. Ook al is er geen unanimiteit binnen de PS, toch zal de fractie instemmen, maar hij kan geen garantie van unanimiteit beloven rond artikel 195. We zullen morgen zien waartoe dat uiteindelijk zal leiden. De heer Moureaux wijst ten slotte de idee van een tweede lezing af.

Voor CDH kwam de heer Delpérée aan het woord. Hij vond dat er eigenlijk geen reden is voor een verklaring tot herziening van de Grondwet. Zijn uitleg is dat men een aantal politieke partijen en stromingen geen illusies mag geven. Hij vindt ook dat artikel 195 beter niet voor herziening in aanmerking komt. Wat de regering wil is constitutioneel snelrecht, aldus de heer Delpérée, terwijl je `de tijd de tijd moet geven'. Een tweede lezing is volgens hem niet goed. De CDH wil consequent zijn met zichzelf en zal dus zoals in 2003 tegenstemmen.

De MR oordeelde bij monde van mevrouw Defraigne dat voorliggende verklaring een goede basis is. Ze bracht nuances aan in de motivering voor de mogelijke herziening van artikel 144.

De heer Lionel Vandenberghe stelde zich filosofisch op en zei dat wat hem vooral interesseerde in deze oefening een goede toekomst voor de gemeenschappen is. Solidariteit tussen de gemeenschappen mag er voor hem zijn, maar die mag geen onrechtvaardigheid als basis hebben.

Collega Vankrunkelsven zei dat de VLD het voorstel van de regering zal steunen. Artikel 195 mag voor herziening vatbaar worden verklaard, maar de herziening moet niet te snel gaan. Voor belangrijke overhevelingen naar de gemeenschappen en de gewesten is er volgens collega Vankrunkelsven overigens niet altijd een wijziging van de Grondwet nodig. Er kan zelfs veel gebeuren in het kader van de huidige grondwet.

De heer Vankrunkelsven zegt dat de VLD voorstander is van een solidariteit aan de inkomstenzijde op voorwaarde dat de gemeenschappen met die middelen de bevoegdheden kunnen uitoefenen die ze willen.

De VLD wil een slecht functionerend tweekamerstelsel hervormen zonder de Senaat af te schaffen.

Een aantal collega's zei teleurgesteld te zijn over het lot dat in de Kamer is voorbehouden aan een aantal artikelen die in de Senaat waren goedgekeurd, bijvoorbeeld over de rechten van het kind. Mevrouw de T' Serclaes heeft haar ergernis daarover uitgesproken.

Ik zou nu de uitslag van de stemmingen kunnen meedelen. Ik denk echter dat met het aangeven van de pijnpunten en verschilpunten ook duidelijk is geworden op welke manier achteraf werd gestemd.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Mijnheer de voorzitter, het is waarschijnlijk niet toevallig dat u de debatten leidt, waarmee ik geen uitspraak doe over de grondwettelijke opdracht van de Senaatsvoorzitter. Vanuit constitutioneel oogpunt vind ik het echter wel enigszins geruststellend dat de voorzitter van de commissie voor de Justitie, eminent constitutionalist en jurist, de debatten leidt.

Rapporteur Delpérée heeft zeer analytisch en schematisch aangegeven hoe de werkzaamheden zijn verlopen. Rapporteur Wille heeft aan plastische rapportering gedaan. Hij bracht de leden onder in filosofische en mystieke categorieën.

Het uitgangspunt van de Vlaamse christendemocraten is klaar en duidelijk. Het zou te gemakkelijk zijn het regeringsontwerp te bekritiseren zonder zelf aan te geven wat onze visie is. Een verklaring tot herziening van de Grondwet houdt in dat men een visie ontwikkelt op het instrument grondwet en wat men met dat instrument doet, niet om een samenleving te moduleren, maar om enige stabiliteit te brengen in de dagelijkse vluchtigheid van het wettelijke verkeer en van wat er in de samenleving gebeurt.

De Vlaamse christendemocraten zien de Grondwet als een element van stabiliteit. Onze houding over artikel 195 is duidelijk: wij zijn geen voorstander van wat de regering voorstelt. Ik heb begrip voor alle opvattingen. Als men echter uitgaat van een redelijke stabiliteit, houdt dat ook in dat men niet opteert voor een overflexibele Grondwet die men als `een vodje papier' behandelt. Collega Vandenberghe heeft verwezen naar de Weimarrepubliek en de Derde Franse Republiek. In Roemenië wordt vandaag op een wijze zoals de regering nu voorstelt, onverhoeds, zonder tussenstappen, zonder reflectie, een grondwetswijziging doorgevoerd.

De Grondwet moet natuurlijk het houvast zijn en mag niet abstract zijn of losgekoppeld worden van de geëvolueerde samenleving zoals wij die georganiseerd willen zien. Ons uitgangspunt is geen communautair uitgangspunt als het over de Grondwet gaat. Ons uitgangspunt is eenvoudigweg goed bestuur met een Grondwet als instrument om goed en beter te besturen.

Ons eerste belangrijke uitgangspunt is het geloof in een confederale staatsinrichting. Volgens sommigen kan men slechts over een confederatie spreken indien men te maken heeft met twee onafhankelijke staten. Wij hebben echter ook geen federalisme zoals elders reeds bestaat. Ik pleit er dan ook voor om een confederalisme sui generis te maken met als kernpunt een democratische basis die steunt op het subsidiariteitsprincipe. Dat betekent dat de basisbevoegdheden in België bij de deelstaten moeten liggen. Zij kunnen dan opwaarts aangeven welke toegevoegde waarde er is verbonden aan het toewijzen van bevoegdheden aan volgende beleidsniveaus.

Het is een volstrekte fictie om nog te stellen dat één beleidsniveau exclusief alle bevoegdheden kan opnemen. Die hiërarchische benadering werd ook veel te lang op Europees niveau gevolgd. Wij zijn ervan overtuigd dat multilevel governance nodig is. Vertrekkend vanuit een lokale democratie, gaande over de regionale en statelijke democratie kan men Europa tegemoet treden. Als wij een confederaal model voorstaan, is het vanuit een bestuursfunctionaliteit die niet steunt op hiërarchie, maar wel op partnerschap. Daaruit volgt dat de basisbevoegdheden moeten liggen bij de twee deelstaten. Vanzelfsprekend zou Brussel een eigen statuut hebben en verschillende opdrachten vervullen. De stad geldt als hoofdstad van de Gemeenschappen, het land en Europa. Ook de autonomie van de Duitstalige Gemeenschap, die een juweel is binnen onze staatsvorming, moet behouden blijven. Wij zijn ervan overtuigd dat vrijwillige samenwerking die gericht is op toegevoegde waarden, betere resultaten bereikt dan een centraal bestuur dat bevoegdheden toewijst.

Als tweede kernpunt in onze verklaring willen we artikel 35 open verklaren, omdat we ondertussen weten hoe moeilijk het is om dit artikel uit te voeren. Bovendien willen we aangeven dat het niet het federale of het nationale niveau is waar de residuaire of exclusief federale bevoegdheden liggen. We willen het systeem omkeren en de deelstaten laten aangeven wat de bevoegdheid is van het confederale niveau. In een moderne en redelijke democratie is dit mogelijk. Niet alleen is het een fictie om te geloven dat staten kunnen worden opgebouwd vanuit een centraal bestuursniveau, maar het is ook een fictie te denken dat institutionele bestuurslagen alle oplossingen kunnen aanreiken. Als christendemocraten geloven wij dat er verantwoordelijkheid moet worden gegeven aan de actoren op het veld. Ik noem dat de horizontale dimensie van de subsidiariteit, waarop ons standpunt steunt.

Vanuit die benadering willen we niet enkel artikel 35 herzien door de basisbevoegdheid bij de deelgebieden te leggen, maar ook artikel 170 moet voor herziening vatbaar worden verklaard. Nu hangt het louter van de federale overheid af in welke mate er financiële en fiscale verantwoordelijkheid wordt toebedeeld.

We leven met een enorme paradox: we hebben in ons land ruime bevoegdheden toegemeten aan gemeenschappen en gewesten, maar in vergelijking met andere federale staten, is er bij ons een totale wanverhouding tussen de inhoudelijke bevoegdheid en de fiscale en financiële verantwoordelijkheid. Deze bedraagt op het ogenblik 11%. Met veel goede wil kan die, bij toepassing van het Lambermontakkoord, tegen 2011 opklimmen tot 21, 22, 23% en als ik er nog een schijfje bij toe, zoals bij de slager, komen we misschien aan 25%. Dat is natuurlijk een vorm van onverantwoord en onverantwoordelijk federalisme. Zelfs los van de confederale staatsinrichting is dit een van de paradoxen. Als ik in Europa rondkijk, zie ik dat de evolutie in het Verenigd Koninkrijk heeft geleid tot meer bevoegdheden voor de deelgebieden, zoals voor Schotland, dat een redelijke evenredigheid heeft tussen bevoegdheden en fiscale en financiële verantwoordelijkheid.

Vanuit het oogpunt van een goed bestuur en op basis van subsidiariteit willen de Vlaamse christendemocraten dit onverantwoord en onverantwoordelijk federalisme dan ook niet doorzetten. We willen inzake fiscale en financiële verantwoordelijkheid ten minste tot een 50/50-verhouding komen. De eerste belasting die daarvoor in aanmerking komt is uiteraard de personenbelasting, omdat dit het dichtst ligt bij wat mensen voelen. Het dotatiesysteem zoals het intussen is geëvolueerd, kunnen we overigens niet aanhouden, wegens de omvang van de financieringsstromen. Ik verwijs hier naar de wet van 16 januari 1989.

In dezelfde geest willen we een aantal gezagsopdrachten binnen de meerlagigheid van de moderne Europese staten toebedelen aan de deelstaten. De Vlaamse christendemocraten pleiten niet voor een Vlaams burgerlijk wetboek of voor een Vlaams strafwetboek. Maar, opnieuw vanuit een goed en redelijk bestuur, mag de huidige organisatie van de justitie niet langer bepalen welke oplossing we geven aan de zorgen en de vragen van de mensen en de rechtsbedeling. Daarom vragen we dat de deelstaten hun gerechtelijke organisatie voor een heel groot deel zelf kunnen invullen. Zonder in detail te treden, stellen we ons voor dat vanuit het verschillende landschap en vanuit de verschillende vragen en bezorgdheden, er werk kan worden gemaakt van een andere administratieve rechtspleging en van de omvorming naar familiale of gezinsrechtbanken. Vandaag beschikken we niet eens over de mogelijkheid om een betere organisatie voor te stellen. Voor ons is het dan ook vanzelfsprekend dat we een aantal bevoegdheden overhevelen, niet uit een splitsingsobsessie of niet vanuit le juste retour, maar om de instrumenten in te zetten die beter met de verschillende realiteiten overeenstemmen en die beter dienstig zijn voor elk van de delen van dit koninkrijk. Dat is de reden waarom we opkomen voor een samenhangend gezins- en gezondheidsbeleid.

De logica zit al ingebakken in de huidige bijzondere wetgeving. Daarom zegt men soms dat we voor die domeinen sommige grondwettelijke bepalingen niet nodig hebben en dat we het ook met de bijzondere wetten kunnen stellen. Maar als we komen bij de artikelen 35 en 170, dan hebben we de verklaring tot herziening van de grondwet natuurlijk wel nodig om voeding en draagvlak te kunnen geven aan de verantwoordelijkheden die we willen heruittekenen.

Verder zijn we ook voorstander van een herverkaveling van het werkgelegenheidsbeleid en van de sociaal-economische hefbomen. Het wordt uiteraard geen gemakkelijke operatie.

De wet op de collectieve arbeidsovereenkomsten dateert van 1968, de periode waarin zoals vader Eyskens al voorspelde, de aanzet is gegeven voor het ontstaan van gemeenschappen en gewesten. Toch zit alles wat vandaag met gemeenschapsopbouw te maken heeft, nog gebetonneerd in collectieve regelingen die dateren van eind de jaren 60. Dat leidt tot Chinees schaduwboksen: de gemeenschappen hebben inhoudelijke bevoegdheden maar niet de mogelijkheid om afdwingbare afspraken te maken.

Voor een aantal hervormingen, bijvoorbeeld om te komen tot een volwaardige belastingbevoegdheid, moet artikel 35 absoluut voor herziening vatbaar worden verklaard. De Vlaamse collega's zijn gewaarschuwd. Ze moeten zich niet laten wijsmaken dat een Vlaamse benadering mogelijk is zonder herziening van artikel 35, en al evenmin een Waalse of Franstalige benadering. Ik denk daarbij aan de huurwetgeving, het mobiliteitsbeleid en het volledige wetenschapsbeleid. Die beleidsonderdelen hadden al lang geregionaliseerd moeten zijn, al was het maar om redenen van goed bestuur.

Een vierde onderdeel heeft te maken met een samenleving van en voor mensen en een samenleving van en voor waarden. We wensen dat een aantal grondrechten en waarden uitdrukkelijk in de Grondwet worden verankerd. Op dat vlak is er enige convergentie tussen de ingediende voorstellen. Het recht op veiligheid, de vrijheid van ondernemen, een betrouwbare overheid die aandacht heeft voor de zwaksten - kinderen en mensen in het zuiden, en internationale solidariteit zijn vanzelfsprekend doelstellingen die zowel de federale overheid als de deelstaten vooropstellen. Het zijn universele waarden die de samenleving rijkdom verlenen.

Ik ben voorstander van wat onder meer de Amerikaanse politicoloog Putnam stelt, namelijk dat een staatsordening pas goed kan worden waargemaakt als het sociale en maatschappelijke kapitaal wordt ingezet op de plaats waar het zich het sterkst uit. Door de jaren heen is gebleken dat het sociale en maatschappelijke kapitaal in de twee grote gemeenschappen anders gestalte heeft gekregen. De grondwettelijke bepalingen op die vaststelling enten, is dus geen retrograde maar een toekomstgerichte benadering.

We geloven dat we redelijkerwijze, en los van de klassieke communautaire tegenstellingen, eensgezindheid moeten kunnen bereiken om tenminste het debat aan te gaan in plaats van ons gesloten op te stellen. Het ontwerp van de regering getuigt wel van een gesloten opstelling. Het geeft ons een déjà vu-gevoel, wat niet verwonderlijk is, want het is een kopie van de lijst van 2003. Daarenboven, en dat is het belangrijkste, getuigt het niet van een globaal inhoudelijk concept op de noodzakelijke toekomstige herinrichting van het land. Anderzijds heeft de eerste minister, daarin gesteund door de meerderheidspartijen, sinds 2002 maar één absolute obsessie en dat is de afschaffing van de Senaat.

Er zijn inderdaad goede redenen om een aantal zaken in ons tweekamerstelsel opnieuw te bekijken en dat kan niet los worden gezien van het huidige systeem waarin er geen hiërarchie van normen is tussen gemeenschappen en gewesten, én het federale niveau, wat zijn gevolgen heeft op het buitenlandse en Europese niveau.

En dan is er, zoals ik al zei, die absolute obsessie om de Senaat af te schaffen en waarvoor ik moet verwijzen naar het akkoord van 26 april 2002. In feite wil men de plaats van paard en kar omkeren. Dat is gewoon hilarisch. Wat heeft het voor zin een afschaffing van de Senaat voor te stellen en tegelijkertijd voor pariteit te pleiten, die naar wat de senaatsvoorzitter vanmiddag heeft verklaard, nu al bestaat voor de gemeenschapssenatoren? Merkwaardige vaststelling voor wie het nog niet wist!

Wat mij in dat idee van de eerste minister vooral treft, is dat hij de Senaat wil afschaffen los van enig concept. Ik wens hem en de meerderheid veel geluk als hij dat wil proberen, maar ik geloof niet dat hij een tweederde meerderheid zal vinden die hem daarin steunt.

Er is al veel gezegd over het disfunctioneren van het huidige tweekamerstelsel. Bij een hervorming is het is echter ondenkbaar abstractie te maken van de bestaande bestuurslagen en een Senaat van gemeenschappen en gewesten te creëren die als `voogdijkamer' toezicht zou houden op de exclusieve bevoegdheden. Zo een voorstel houdt geen steek. De Vlaamse christendemocraten zullen zoiets nooit steunen, terwijl ze nog wel zouden kunnen aanvaarden, zoals de heer Vandenberghe aangaf, om op bij de verkiezingen van de deelstaten een aantal federale senatoren aan te wijzen als sparringpartner in de federale kamer. Bij gebrek aan concept koestert de eerste minister dan maar een obsessie.

Wat titel II betreft, denken we dat de incorporatie van de grondrechten van de tweede generatie gebeurd is door de wijziging van de bijzondere wet op het Arbitragehof. De voornaamste mensenrechtenverdragen moeten zelfsprekend behoren tot ons rechtsgoed, tot onze interne rechtsorde. Maar met dit ontwerp van de regering wordt wel de verkeerde weg bewandeld.

Een aantal andere voorstellen getuigen van een ontiegelijke lichtheid van het grondwettelijk bestaan van deze regering. Wat de regering voorstelt is een vluchtweg. De regering wordt bestuurd door een piloot die zijn route moeilijk kan volgen. Hoe verklaar je anders dat de regering denkt aan een verruiming van de constitutieve autonomie voor Brussel terwijl dat probleem veel prangender is voor Vlaanderen en Wallonië? Ik kan dan ook niet anders dan te zeggen dat de regering blijkt geeft van intellectuele luiheid of lafheid door het voorstel van 2003 over te schrijven.

Men zou beter wat aan grondwettelijke onthaasting kunnen doen en eens grondig nadenken over een nieuw gemeenschappelijk concept voor een moderne staat gegrondvest op de deelstaten.

Enkele woorden over artikel 195.

`Werp alle kommer niet op de Heer, maar op artikel 195 van de Grondwet'! Dat is het einde van de geschiedenis! Met de wijziging van artikel 195 zal alles kunnen, zullen we de structuren kunnen aanpassen zoals we dat wensen! Dat is natuurlijk je reinste hypocrisie en er blijven dan ook nog enkele gevaarlijke stippellijnen te bewandelen. Er heerst natuurlijk niet de minste overeenstemming bij de meerderheid. De rapporteurs hebben het al aangegeven. Ik heb begrepen dat we morgen nog een verkwikkend moment zullen meemaken omdat de houding van de meerderheidspartijen ten aanzien van artikel 195 nog niet definitief vastligt.

Wat ik helemaal onbegrijpelijk vind is dat collega Wille die graag aantreedt als de heraut van zijn liberale troepen, en voor alles en nog wat pleit voor referenda, het consulteren van de kiezer helemaal overbodig vindt als het over ons grondhandvest gaat.

Artikel 195 is niet de sleutel op de deur die velen denken. Als de grondwet binnen één legislatuur kan worden herzien, zal dat de zaken op termijn bemoeilijken, zoals collega Vandenberghe al heeft aangegeven.

Men zou nog de weg die Nederland bewandelt, kunnen overwegen waar de grondwet in één legislatuur kan worden gewijzigd, maar waar de kiezer moet worden geconsulteerd voor de voorgestelde grondwetswijzigingen grondwettelijke kracht krijgen. Dat stemt overigens overeen met onze benadering om de kiezer te raadplegen over de opties voor een nieuw grondwettelijk bestel. Wij denken dat het voorstel over artikel 195 een vluchtweg is, bij gebrek aan cohesie en samenhang in de meerderheid.

Ik richt me nu tot de Vlaamse partijen. Er was een goede afspraak gemaakt die ik zou kunnen samenvatten als: `Zie, we maken alles nieuw!', wat erop neerkwam dat de Vlaamse partijen op het federale vlak exact dezelfde standpunten zouden verdedigen als op het Vlaamse niveau, in de Vlaamse regering en in het Vlaams Parlement. Vandaag blijft van die afspraak, weinig over.

Aan de Franstalige collega's wil ik zeggen dat niet de christendemocraten de zaken bemoeilijken, maar alle Vlaamse partijen die de resoluties van 3 maart 1999 hebben goedgekeurd als redelijke basis voor de staatshervorming. De houding van de Vlaamse partijen op federaal niveau, is uiteraard veel erger dan een woordbreuk. Het was ooit anders. Ten tijde van mijn Schrikkelnota heb ik de liberaal André Denys nog moeten intomen om niet uit de bocht te gaan. Had ik hem laten doen, dan zou de federale overheid voor de uitoefening van haar residuaire bevoegdheden net voldoende Belgische franken hebben overgehouden om zich niet tot een Europees OCMW te moeten wenden.

Ik heb de heer André Denys en andere liberalen ervan moeten overtuigen om redelijk te blijven. Nu stel ik vast dat een woord zeer snel kan worden vergeten. Ik herinner me nog goed de plechtige verklaring van de heren Somers en De Batselier, die uiteindelijk hun handtekening plaatsten. In het regeerakkoord van 1999 werd een paragraaf opgenomen waarin werd vermeld dat de eenvoudige dingen zouden worden gedaan tussen 1999 en 2001, terwijl de moeilijkere zaken zouden worden afgehandeld tussen 2001 en 2004. Wat ondertussen niet kon gebeuren wou men verwezenlijken na de federale verkiezingen van 2003, die zouden toelaten om de Grondwet grondig te wijzigen om te komen tot de toepassing en de uitvoering van de Vlaamse resoluties. Ik wens geen polemiek te voeren, maar ik meen te kunnen zeggen dat er niets meer overblijft van die dure eden.

Deze Senaat moet goed nadenken hoe men in het belang van goed en degelijk bestuur voor iedereen aan een Grondwet de waarde hecht die eraan moet worden gehecht. De Grondwet moet een basis vormen voor het democratische maatschappelijke verkeer, opdat men houvast heeft in de alledaagse drukte. Het moet een referentieinstrument zijn dat zekerheid geeft en toelaat een samenleving op te bouwen die zich niet in de 19de, maar wel in de 21ste eeuw bevindt. Wij stellen voor om een redelijke democratie te hebben die steunt op de Grondwet en haar als instrument gebruikt. Ik hoop dat onze voorstellen zullen leiden tot reflectie, met de verwachting dat er intellectuele, politieke en maatschappelijke bereidheid is om de discussie te voeren.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Wat indien de heer Van den Brande nu eens onredelijk en onbeleefd zou zijn? Ik hoor hem de collega's lafaards noemen.

Ik ga ervan uit dat de heer Van den Brande zich, nu we voor de ontbinding van de Kamers staan, meer tot de Vlaamse partijen heeft gericht dan tot het hele land en dat hij een redevoering heeft gehouden met een electorale inslag ten aanzien van zijn eigen gemeenschap. Hij had het over een unitair confederalisme en separatisme. Als ik de heer Van den Brande goed heb begrepen, zou de federale Staat enkel nog de bevoegdheden hebben die de deelgebieden hem willen toekennen.

Hij heeft natuurlijk recht op die mening. Maar waarom maskeert hij dergelijke uitspraken door andere uitspraken op andere plaatsen, ook van de voorzitter van zijn eigen partij? Waarom blijft hij in die hypothese het woord unitair gebruiken?

Dat is uiteraard niet onze visie op de organisatie van de samenleving en de Staat.

Ik heb de heer Van den Brande horen zeggen dat zijn uitspraken de algemeen heersende opvatting van de christendemocraten in Vlaanderen weergeven.

Het solidariteitsprincipe moet worden gerespecteerd. In het verleden heeft ons land hoogtes en laagtes gekend op het vlak van economische welvaart, demografie en geografie. De ontwikkelingen zijn niet altijd verlopen volgens een scheidingslijn van oost naar west die het land in noord en zuid verdeelt.

De diepe overtuiging van de heer Van den Brande blijkt duidelijk uit zijn uiteenzetting. Het is de overtuiging van de CD&V. De heer Van den Brande pleit voor confederalisme en separatisme.

Dat is niet onze overtuiging en ook, denk ik, gelukkig ook niet die van de gehele bevolking. Ik heb het steeds vreemd gevonden dergelijke opinies te vergelijken met de Vlaamse opinie in het algemeen.

We kunnen ons slechts een mening vormen aan de hand van opiniepeilingen. Tijdens een verkiezingscampagne zal de vraag nooit uitsluitend over het Belgische institutionele bestel gaan. Toen ik de heer Van den Brande en andere van zijn collega's hoorde, kreeg ik het gevoel dat zijn mening door een ruime meerderheid van de Vlaamse bevolking wordt gedeeld. Volgens de peilingen is dat niet helemaal het geval. Ik kan in ieder geval bevestigen dat dit zeker niet de mening is van de meerderheid van het Franstalige landsgedeelte. Bij alle democratische partijen hoor ik telkens opnieuw dat we een unitair federalisme nodig hebben.

Ik kom tot de grondwetsartikelen waarvan de herziening wordt voorgesteld.

Voor de aanwezige eminente grondwetspecialisten is het een gemeenplaats eraan te herinneren dat we in onze hoedanigheid van preconstituante de redenen uiteenzetten waarom we artikelen voor herziening vatbaar verklaren, maar dat de grondwetgever als dusdanig niet gebonden is aan de redenen die aanleiding hebben gegeven tot de opstelling van de lijst van de te herziene artikelen. Tijdens deze regeerperiode wilden sommigen aan artikel 23 zowel de rechten van het kind als het recht op water toevoegen, maar ik heb andere eminente grondwetspecialisten horen zeggen dat er niets aan kan worden toegevoegd. Dat is niet de algemeen heersende opvatting. Ik ben ervan overtuigd dat er grondwetspecialisten zijn die menen dat een artikel dat voor herziening vatbaar is verklaard, kan worden gewijzigd.

Over de Senaat deel ik misschien één standpunt met de heer Van den Brande. Ik heb de indruk dat de Senaat een obsessie vormt voor de regering en voor de eerste minister in het bijzonder. Eerlijk gezegd weet ik niet wat de onderliggende reden is van deze steeds terugkerende obsessie van de eerste minister. Misschien zal de heer Verhofstadt het ons ooit uitleggen.

Elk parlementair systeem kan worden gewijzigd. We leven in een federale Staat. De samenstelling van de Kamer en de Senaat kunnen verschillen, dat is reeds ten dele het geval. De bevoegdheden kunnen verschillen. We hebben daar een idee over, dat ergens in een tekst staat waarvan het statuut op dit moment slecht is gedefinieerd. Als er iets aan de Senaat moet worden gewijzigd, wensen we dat hij een Senaat van de gemeenschappen en gewesten wordt.

We willen een paritaire Senaat die over dezelfde wetgevende bevoegdheid beschikt als nu, die een parlementair initiatief kan nemen, die meer bevoegdheden op het vlak van internationale verdragen heeft en die belast is met de regeling van de betrekkingen tussen de gemeenschappen, de gewesten en de federale Staat in het kader van de bijzondere wetten en de grondwetswijzigingen.

Als de Senaat moet worden hervormd, moeten ook de voorwaarden voor het evocatierecht worden herzien. Voor ons is het echter essentieel dat het evocatierecht blijft bestaan. Zoals ik hier al vaak heb gezegd, wordt het evocatierecht vaak gebruikt om andere redenen dan die waarvoor het bedoeld is. Aan het einde van de regeerperiode zien we inderdaad dat de meerderheid het evocatierecht systematisch gebruikt om ervoor te zorgen dat teksten die in de Kamer op het laatste nippertje zijn goedgekeurd, kunnen worden aangenomen en aan de koning ter bekrachtiging kunnen worden voorgelegd. In dat geval worden de teksten niet geëvoceerd om te worden geamendeerd, maar om wet te worden. Die techniek werd al door verschillende meerderheden toegepast.

Kortom, het is jammer dat het evocatierecht van de Senaat niet steeds oordeelkundig wordt gebruikt. Het is belangrijk dat de Senaat op dat punt zijn rol blijft spelen en, met andere woorden, de teksten verbetert of er belangrijkere wijzigingen in aanbrengt. De verschillende samenstelling van onze twee assemblees kan ertoe leiden dat de opinie van de fracties in de Kamer verschilt van die van de fracties in de Senaat. We moeten inzien dat niet alle teksten binnen een regeerperiode kunnen worden geëvoceerd. Wat ook de meerderheid is, het is niet redelijk een lange reeks teksten, zoals we nu hebben gedaan, in vier dagen te onderzoeken. We willen immers dat de teksten legistiek in orde zijn. Over die manier van werken kunnen we ons vragen stellen.

In de loop van de jaren heeft het parlementaire initiatief van de Senaat tot grote veranderingen in de organisatie van onze samenleving geleid. De Senaat heeft in onze samenleving een stuk vrijheid teweeggebracht die voorheen niet bestond. Hij heeft fundamentele wijzigingen aangebracht in teksten over individuele vrijheid en levenskeuzes.

De voorbije jaren heeft de Senaat geregeld teksten gewijzigd die door de Kamer waren goedgekeurd. De nieuwe wet op de echtscheiding is het eerste voorbeeld dat me te binnen schiet. De heer De Croo versprak zich en had het over een verbetering, maar herpakte zich en noemde het een wijziging. De Kamervoorzitter is over het algemeen karig met lof over het werk van de Senaat, maar versprekingen zijn altijd veelzeggend. Er is sprake van een herziening van de samenstelling, de werking en de bevoegdheden van de Senaat. Vanuit dat oogpunt vraag ik u na te denken over wat ik daarnet heb gezegd.

Te slotte wil ik nog iets over artikel 195 zeggen. In 2003 hebben we beslist dat artikel voor herziening vatbaar te verklaren. In het begin van de regeerperiode hadden we de Grondwet misschien, in overeenstemming met het nieuwe artikel 195, met een tweederde meerderheid kunnen wijzigen, maar uiteindelijk is daar niets van gekomen.

Er is een tweederde meerderheid nodig om de Grondwet te herzien. De stemming met een gewone meerderheid die we straks gaan houden, betekent niet dat de grondwetgever een tweederde meerderheid zal hebben. Bovendien zou elke wijziging van artikel 195 aan bepaalde voorwaarden onderworpen zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot het tijdstip van de regeerperiode waarop de Grondwet kan worden veranderd, tot de termijn tussen het werk van wat de preconstituante zal worden en het werk van de constituante tijdens dezelfde regeerperiode en tot de vereiste meerderheden om een artikel te wijzigen dat voor herziening vatbaar is verklaard tijdens dezelfde regeerperiode. Er zijn bijzondere meerderheden, er kunnen ook meerderheden in elke taalgroep zijn. Die voorwaarden kunnen eventueel worden gecumuleerd. Wie weet?

Hoe dan ook, de historische verwijzing naar artikel 195 baart me niet echt zorgen aangezien er niets is gebeurd in de regeerperiode die nu afloopt. De stemming met een tweederde meerderheid biedt ons een garantie als de meningen ongewijzigd blijven. Bovendien ligt de inhoud van een eventuele wijziging van artikel 195 nog niet vast.

In het ontwerp van de preconstituante hebben we ervoor gekozen de artikelen die tijdens deze regeerperiode konden worden herzien, opnieuw op te nemen. Het was een goed idee van de regering haar voorstel van verklaring tot herziening van het artikel over de tweede lezing door de Kamer in te trekken.

We mogen niet zeggen dat er twee parlementaire assemblees moeten zijn die allebei bevoegdheden hebben, en tegelijkertijd het omgekeerde zeggen als we een grondwetsartikel wijzigen of dat willen doen. Het voorbeeld dat ons vandaag wordt gegeven, noopt ons tot extreme waakzaamheid. Ik herinner eraan dat de Kamer op onopvallende wijze een amendement op een ontwerp heeft ingediend dat gelukkig van de agenda is afgevoerd. Dat amendement verleende de Kamer de bevoegdheid om niet alleen het statuut van het Comité P vast te stellen, wat logisch is, maar ook dat van het Comité I, dat onder de bevoegdheid van de Senaat valt. Die handelwijze aan het einde van de regeerperiode, terwijl onze assemblee snel de teksten onderzoekt, getuigt niet van veel wil tot transparantie.

Wij zullen voor dit ontwerp stemmen.

Tot slot wil ik nog één opmerking maken. Als ik het goed begrepen heb, is het de bedoeling een artikel voor herziening vatbaar te verklaren waardoor onze assemblee niet langer het recht zou hebben parlementaire onderzoekscommissies op te richten. Ik zie het nut van een dergelijke wijziging niet goed in. Als ik me niet vergis, wil men onze assemblee ook de bevoegdheid ontnemen om de leden van de Hoge Raad voor de Justitie aan te wijzen. Vier jaar geleden werden die artikelen, in tegenstelling tot artikel 195, niet aanvaard.

(Voorzitter: mevrouw Anne-Marie Lizin.)

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - We hebben het over de herziening van de Grondwet. In politieke kringen hoor ik zeggen dat de mensen daar niet wakker van liggen. Natuurlijk liggen ze niet wakker van het juridisch kluwen dat het resultaat is van het zoeken naar evenwichten, geschipper en afspraken tussen de politieke partijen in het noorden, het zuiden, het midden en het oosten van ons land. De mensen kunnen de ingewikkelde structuur van de Belgische staat inderdaad niet meer volgen. Maar legt men ze concreet uit waarom de politieke besluitvorming in België zo ingewikkeld, traag en inefficiënt is geworden, dan begrijpen ze het wel. Legt men de mensen uit dat bepaalde maatregelen onmogelijk kunnen worden genomen - en ik geef straks voorbeelden - omdat het noorden en het zuiden van het land van mening verschillen en daaruit niet de consequenties willen of kunnen trekken, dan begrijpen ze het wel. Ik zal niet reageren op de vorige sprekers en wil geen technische uiteenzetting houden. Wel wil ik enkele algemene beschouwingen geven en ik beloof daarbij hoffelijk te blijven.

Ik werd lid van de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden en had gehoopt dat we daar een ernstig debat zouden voeren over de institutionele toekomst van België. Vier jaar lang is daarover niets gezegd. Zelfs Brussel-Halle-Vilvoorde is in de commissie nooit ter sprake gekomen, wel op andere fora. Vorige week donderdagochtend hebben we inderdaad twee uur vergaderd over de grondwetsherziening en dan nog eens vrijdag, van tien tot half twaalf. Het was een boeiend debat, maar kort en onvolledig. Veertig dagen voor de federale verkiezingen kan dat inderdaad niet anders. In België is er nooit een echt open communautair debat. Pas op crisismomenten of bij een regeringvorming wordt er over dat onderwerp gesproken. Dan is een sereen debat natuurlijk onmogelijk, want alles moet snel worden afgehaspeld.

Tijdens mijn doortocht in de Senaat heb ik geleerd dat de standpunten van Vlamingen en Franstaligen ook in deze vergadering op zeer veel punten van het maatschappelijk gebeuren verschillen. Er zijn nog verschillen. Gewoontes, koopgedrag, smaken, enzovoort zijn in de beide landsdelen niet dezelfde. Dat hebben de boeiende reportages in De Standaard en Le Soir aangetoond. Is dit erg? Natuurlijk niet; het maakt de rijkdom uit van onze samenleving. Wat een saaie bedoening zou het zijn als we allemaal gelijk waren! De politieke klasse moet daaruit echter consequenties durven te trekken en er rekening mee houden in haar besluitvorming en dat hebben we niet gedaan. Aangezien dit mijn laatste toespraak is op dit spreekgestoelte, wil ik concrete voorbeelden halen uit mijn persoonlijke, recente ervaringen. Twee heel frappante voorbeelden.

Samen met enkele Vlaamse collega's diende ik een wetsvoorstel in om het beroep van klinisch psycholoog wettelijk te erkennen. Geen communautair vraagstuk dacht ik zo. Gewoon een wettelijke bescherming geven aan een beroep dat in onze samenleving nodig is. Dat is belangrijk voor zowel de psychologen als hun cliënten. Enkele dagen nadat we het voorstel hadden ingediend, lag er een voorstel op tafel van Franstalige collega's waaruit een totaal andere visie op de problematiek naar voren kwam. Op basis van dat Franstalige voorstel maakte minister Demotte een eigen wetsontwerp, dat echter nooit de commissie heeft gehaald. Het resultaat is dat er niets verandert en dat is heel erg, want er is nood aan een degelijke regeling.

Ik heb er geen probleem mee dat het noorden en het zuiden van dit land zelfs over de geestelijke gezondheidszorg van mening verschillen. De enige conclusie is dan dat men in het belang van de burger moet zorgen voor een regelgeving die beantwoordt aan de behoeften van de mensen, die verschillen per regio. Waarom dan geen regeling treffen per regio?

Een tweede voorbeeld is de zo noodzakelijke hervorming van de archiefwet. Eén van de conclusies van het SOMA-onderzoek over de verantwoordelijkheid van de Belgische overheden in verband met de jodenvervolging was dat de archiefwet van 1955 dringend moet worden gemoderniseerd. Een paar Franstaligen collega's hebben, op suggestie van de rijksarchivaris, vlug een wetsvoorstel ingediend met een aantal waardevolle voorstellen. Ze waren echter vergeten dat de Belgische Staat sinds 1955 sterk is veranderd. Ik wilde hun voorstel aanpassen aan de hedendaagse staatsstructuren, maar dat was een brug te ver. Inmiddels moeten de wetenschappers blijven wachten. Ik hoop dat dit probleem tijdens de volgende legislatuur zal worden opgelost.

Ik haalde twee voorbeelden aan die betrekking hebben op mijn parlementaire initiatieven. In de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden werd vorige week gesproken over de solidarité nationale en daarnet ook nog. Daarover bestaat in het zuiden van het land een groot misverstand. Het wordt bijna een Waals schaamlapje om alles bij het oude te laten. Ik heb echter nergens in een programma van een politieke partij of van een Vlaamse pressiegroep gelezen dat de solidariteit in twijfel wordt getrokken. Het moet wel een transparante solidariteit zijn die berust op duidelijke afspraken en regels. Ik verwijs altijd naar de solidariteit in Vlaanderen, die bijvoorbeeld tot uiting komt in het steunen van ontwikkelingsprojecten en in de verdediging van asielzoekers. Waarom zouden wij niet solidair zij met onze naaste buur? Vlaanderen heeft er alle belang bij dat zijn buurlanden economisch welvarend zijn. Professor Van Parijs van de UCL zei in De Standaard van dit weekend: `Er zijn heel wat zaken, ook wat werkgelegenheid en gezondheidzorg betreft, waar regionalisering mogelijk is zonder de solidariteit te verbreken.'

Een ander voorbeeld betreft de werkgelegenheid: werk voor de mensen. De SP.A, die niet van separatistische neigingen kan worden verdacht, vindt dat het werkgelegenheidsbeleid moet worden geregionaliseerd. Het is een logische conclusie wanneer men de structuur van de werkloosheid per regio bekijkt. De conservatieve houding van de vakbonden op dat vlak verbaast me. Een werkgelegenheidsbeleid per regio zal werk voor iedereen bevorderen.

Over de koninklijke functie werd in alle talen gezwegen. Of toch niet. In de commissie werd gestemd over decreet nr. 5 van 24 november 1830. Na enkele incidenten met onze drie collega's-senatoren, de drie koninklijk prinsen, wordt in Vlaanderen een pleidooi gehouden om van het koningschap een protocollaire functie te maken.

In Wallonië blijft men het koningschap verdedigen. Het is ooit anders geweest. Mijn eerste politieke daad in Vlaanderen was gaan schilderen: `Ja, Hij komt terug!' Het kan echter verkeren. Ik vind dat er een kentering komt, nu onze eminente collega PS-burgemeester Moureaux letterlijk heeft vastgesteld dat er een probleem is. Sommigen zeggen dat de koninklijke functie nu al protocollair is. Ik betwijfel dit, aangezien er zeker wel 33 grondwetsartikelen handelen over de Koning. En daar is het artikel over de Koning die de munt slaat, niet inbegrepen. De artikelen die over de Koning handelen, worden niet voor herziening vatbaar verklaard, omdat de Franstaligen in deze bijna symbolische materie met de Vlamingen van mening verschillen.

Ook ditmaal zal de staatsstructuur niet grondig worden hervormd. Misschien zullen de verkiezingsresultaten voor enige verrassing en beweging zorgen. Vlaanderen vraagt geen splitsing om te splitsen, maar een verdere regionalisering om een coherent bestuur mogelijk te maken in het voordeel van Vlaanderen, Wallonië, Brussel en de Duitstalige Gemeenschap. Op cruciale domeinen zoals gezondheidszorg, werkgelegenheid, maatschappelijke bijstand in het algemeen en vele andere domeinen, is de versnippering van bevoegdheden hinderlijk. Wanneer zeven of acht ministers bevoegd zijn voor één domein, kan niet efficiënt worden bestuurd. Het strakke non van onze Franstalige collega's bevordert razendsnel de separatistische stroming in Vlaanderen, maar zij beseffen dat onvoldoende.

Ik heb de afgelopen vier jaar graag samengewerkt met collega's en ambtenaren, in het bijzonder van de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging, en ook met de voorzitter, onder meer tijdens onze OVSE-zendingen. Ik heb altijd geprobeerd onze collega's te laten aanvoelen dat niet alle Vlaamsgezinden zo separatistisch zijn als zij denken, dat niet alle Vlaams-nationalisten mentaal gehandicapt zijn zoals Kamervoorzitter De Croo onlangs nog zei, dat er nog een open, sociaal, progressief flamingantisme bestaat.

Ik dank jullie allen en wens jullie vrede en alle goeds.

De heer Francis Delpérée (CDH). - We zijn op een belangrijk punt aanbeland, een punt van leven en dood voor onze vergadering.

We zijn ons daarvan bewust. Zodra de drie takken van de wetgevende macht een verklaring tot herziening van de Grondwet hebben aangenomen en het Belgisch Staatsblad die heeft gepubliceerd, zal de Senaat ontbonden zijn. De Senaat zal dan niet meer bestaan. Hij zal zich terugtrekken na de belangrijkste taak in zijn vierjarig bestaan te hebben vervuld.

Dit is zoiets als een antieke tragedie. Het weerspiegelt een essentiële idee. De herziening van de Grondwet is nooit een banale aangelegenheid.

Dat begrijpt iedereen. Als we de fundamentele regels wijzigen die de instellingen van de Staat regelen, de rechten van de persoon vastleggen, de basis leggen van de federale organisatie van een politieke samenleving, dan raken we, of we dat nu willen of niet, aan de fundamenten van de tempel.

Een herziening mag nooit op een drafje of op een improviserende manier gebeuren. Ze heeft haar tijd nodig. Ik verzet me dus tegen het verdovende discours van ofwel `des te beter' ofwel `niets aan te doen'.

De verdedigers van `des te beter' zeggen: `Laten we het erop wagen: een goede kleine herziening is als een zuivering en kan geen kwaad. Wie mooi wil zijn, moet lijden. Laten we het decor en de spelregels veranderen, ongeacht de omvang en de aard van de wijzigingen. Een aangepaste Grondwet is altijd beter dan de vorige.'

De aanhangers van het `niets aan te doen' zeggen: `Laten we ons erbij neerleggen. Er zijn gevaren en risico's, maar er is altijd een geluk bij een ongeluk. Bij tegenspoed kunnen we laten zien dat we weerwerk kunnen bieden aan tegenslag en dodelijke manoeuvres. Uiteindelijk zal het erop aankomen op het gepaste moment waakzaam te zijn. Laten we ertegenaan gaan. Als het moet, dan moet het maar.'

Ik behoor noch tot de onverbeterlijke optimisten, noch tot hen die zich altijd bij de zaken neerleggen. Ik behoor tot degenen die menen dat de verklaring tot herziening van de Grondwet en de herziening zelf uiterst belangrijke momenten zijn in het bestaan van een politieke samenleving.

De verklaring tot herziening is geen wetgevende handeling als een andere.

Vanavond moet ik een antwoord geven op drie vragen: moet er een verklaring zijn, moet er een herziening komen en, indien het antwoord op die twee vragen positief is, wat moet er dan staan in een verklaring tot herziening?

Moet een aantal artikelen van de Grondwet voor herziening vatbaar worden verklaard? Ik heb hierover twee opmerkingen. De eerste is een algemene opmerking. Ik zeg eerlijk dat ik de institutionele hervormingen van 1993 betreur. Ik heb dat toen gezegd en ik heb dat anderhalf jaar geleden herhaald op deze tribune naar aanleiding van de 175ste verjaardag van onze Grondwet. De invoeging van een nieuw artikel 46 perverteert de interpretatie die aan artikel 195 van de Grondwet kan worden gegeven. Het betreft een echte afwending van de procedure.

Wat is het probleem? Vroeger ging het kiezerskorps om een eenvoudige reden naar de stembus: de wetgevende macht besliste dat het nodig was de Grondwet te herzien en dat het nuttig was de bevolking te ondervragen over de oriëntaties van de hervorming die in voorbereiding was. De ontbinding van de Kamers opende de weg naar wat de rechtsleer als een niet als dusdanig genoemd referendum beschouwde.

Sinds 1993 werd het systeem op zijn kop gezet. Er werd een volledige perspectiefwisseling doorgevoerd. Artikel 46 heeft overigens nooit gewerkt. Wat doet de wetgevende macht in dergelijke omstandigheden? Zij gaat over tot een verklaring tot herziening van de Grondwet om naar de stembus te gaan en verkiezingen te organiseren bij het einde van de zittingsperiode. Indien er in de Grondwet één artikel is, een enkel, dat moet worden herzien, is het wel artikel 46. Waarom? Om de elementaire regels van het parlementaire systeem te eerbiedigen, om aan de eerste minister, zoals in Groot-Brittannië, moeder der parlementen, het recht te geven om op het ogenblik dat hij het opportuun acht, de Kamers te ontbinden. Dat moet niet gebeuren via een onnuttige procedure, die van de herziening van de Grondwet.

Mijn tweede opmerking is omstandiger. Ik ben nooit de behoeder geweest van een grondwettelijk museum. Heel mijn leven heb ik in onderwijs, publicaties en conferenties gepleit voor de wijziging van de meest uiteenlopende grondwettelijke teksten om ze met de werkelijkheid van vandaag, met de evolutie van politieke en sociale ideeën en van de samenleving en met de Europese en internationale omgeving in overeenstemming te brengen.

De Grondwet is, zoals de Italiaanse juristen zeggen, een levende regel. Het is een regel die evolueert en verandert wanneer het moet, uiteraard volgens de procedures die door de Grondwet zelf worden voorgeschreven.

In normale omstandigheden zou ik dus ontwerpen tot herziening moeten kunnen onderschrijven. Waarom vandaag die houding veranderen? Waarom getuigen van een voorzichtigheid die sommigen overdreven vinden? Om een eenvoudige reden: tussen hen die een herziening willen, zitten verantwoordelijke mannen en vrouwen. Ze zijn talrijk in deze vergadering. Het zijn hervormers die een betere organisatie van onze Staat willen. Toch zijn er ook anderen, die het bestaande systeem niet willen verbeteren, maar het willen vernietigen. Ze wachten slechts op één zaak: dat de deur op een kier wordt gezet om er de voet te kunnen tussen steken en aldus radicale hervormingen te forceren.

Ik vraag enkel de garantie dat zij die vandaag de Grondwet willen herzien, vanavond voor zichzelf en hun opvolgers het engagement aangaan om de Grondwet, de federale staatsvorm en het principe van de federale loyaliteit te respecteren.

Al de rest is kletspraat.

Ik wacht op antwoorden, want het stilzwijgen over een dergelijk engagement tot loyalisme doet mijn vrees alleen maar toenemen. In die omstandigheden wil ik geen kat in een zak kopen en wil ik de doos van Pandora niet openen.

Tweede vraag: moet er een herziening komen? Moet de ene of de andere deur vandaag worden opengezet? Ik beperk me tot de opmerking dat alle grondwettelijke bepalingen dezelfde waarde hebben. Er zijn geen supragrondwettelijke bepalingen en andere bepalingen die gewoon grondwettelijk zijn. Dat belet niet dat sommige grondwettelijke bepalingen een grotere politieke impact hebben dan andere omdat ze aan de essentie van de Staat raken. Ze verdienen met meer voorzichtigheid te worden behandeld dan andere.

Ik geef twee voorbeelden. Volgens mij moeten twee bepalingen morgen niet worden herzien. Ze zouden vandaag zelfs niet in een verklaring tot herziening van de Grondwet mogen staan.

De eerste, het zal u niet verbazen, is artikel 195 van de Grondwet over de herziening van de Grondwet. Vooral op dat vlak zijn de bedoelingen niet duidelijk, zelfs duister.

Voor de enen betreft het enkel het voorschrift van een meerderheid in elke taalgroep zoals die is voorgeschreven voor bijzondere wetten. Daarvoor volstaat echter een herziening van alinea 4 van artikel 195. Dat is een concreet voorstel.

Voor anderen gaat het erom een bijzondere herzieningsprocedure voor de Grondwet te organiseren, om ze bijvoorbeeld in overeenstemming te brengen met internationale verbintenissen, in het bijzonder op Europees niveau. Daarvoor moet artikel 195 echter niet worden herzien, maar kan een nieuw artikel 195bis worden ingevoegd. Dat is een tweede concreet voorstel.

Voor nog anderen gaat het om een volledige herziening van de procedure om te komen tot een grondwettelijk snelrecht.

Alles is mogelijk, zei de heer Mahoux. Ik nodig hem uit de woorden van de eerste minister zelf te herlezen. Volgens hem moet het mogelijk zijn een grondwettelijke tekst te wijzigen zonder verklaring tot herziening van de Grondwet en om een tekst van de Grondwet te herzien tijdens eenzelfde zittingsperiode. Beide mogelijkheden moeten zelfs tegelijk voorhanden kunnen zijn: geen verklaring en tijdens eenzelfde zittingsperiode. Dat maakt de discussie van vandaag overigens overbodig. Wat een wapen in de handen van de vernietigers van België! Ik ben niet bereid een doosje lucifers te geven aan brandstichters.

Ik heb twee concrete voorstellen gedaan en ben bereid daarover te discussiëren. Dat is eigen aan het parlementaire debat. De bal ligt nu in het kamp van de democraten en hervormers.

De tweede bepaling is die in Titel II van de Grondwet en betreft de rechten en vrijheden die aan de Belgen en de vreemdelingen worden gegarandeerd.

Ik houd vast aan de fundamentele rechten zoals die al voorkomen in de oorspronkelijke Grondwet en die nu worden erkend door het EVRM en zijn protocollen. Ik erken ook de profetische waarde van de beloftescheppende economische, sociale en culturele rechten.

Het zijn zovele duidelijke doelstellingen voor de overheid.

Het ontwerp van 2007, zoals dat van 2003, wil zonder veel duidelijkheid Titel II van de Grondwet herzien.

Gaat het er, zoals in het ontwerp van verklaring staat, enkel om nieuwe bepalingen in de Grondwet in te voegen zonder aan de oude te raken? Dat kan ik begrijpen. Maar wat brengt het EVRM bij aan de rechten en vrijheden die al in onze Grondwet staan? Niets.

Gaat het er meer fundamenteel om de gehele Titel II te herzien en een nieuwe redactie van de grondwettelijke bepalingen te overwegen, rekening houdend met de principes, grenzen en afwijkingen van de internationale instrumenten? Inzake vrijheid is één plus één dikwijls minder dan twee en soms zelfs minder dan één. Wat is de meerwaarde voor onze burgers, voor de Belgen en vreemdelingen die in België wonen?

Op die twee punten ben ik een duidelijke tegenstander van het ontwerp.

Er blijft een derde vraag. Welke bepalingen zouden in de verklaring tot herziening van de Grondwet van 2 mei 2007 moeten staan?

Ik had het reeds over de redenen om artikel 195 en Titel II niet in de verklaring op te nemen. Ik kom daar niet op terug.

De meerderheid wilde de herziening van 10 april 2003 overnemen. Dat is een operatie `knippen en plakken'.

Ik heb twee opmerkingen.

Ik denk dat de hervorming van de Senaat in de sterren staat geschreven. Ik herinner aan wat ik 35 jaar geleden in La Revue Nouvelle schreef: `Het parlement van morgen zou best worden samengesteld uit twee verschillend samengestelde Kamers. De Kamer van volksvertegenwoordigers zou dan op rechtstreekse en globale wijze de Natie vertegenwoordigen. De burgers zouden de kamerleden aanwijzen bij rechtstreekse verkiezing. De Senaat van zijn kant zou de gemeenschappen en gewesten vertegenwoordigen.'

Ik moet daarvan geen woord terugnemen, maar er enkel één ding aan toevoegen. Als de Senaat morgen de instelling wil zijn die conflicten tussen gemeenschappen en gewesten oplost, dan moet zijn intern evenwicht gegarandeerd zijn en moeten beide taalgroepen zich op voet van gelijkheid kunnen uitspreken over de geschillen tussen de gemeenschappen.

Ik ben een voorstander van een paritaire Senaat voorzover die werkelijke en geen papieren bevoegdheden krijgt.

Tijdens deze zittingsperiode heb ik een voorstel ingediend om een artikel 49bis in de Grondwet in te voegen. Waarom? Artikel 49 bepaalt dat niemand tegelijk lid van beide Kamers kan zijn. Het bepaalt echter niet dat niemand tegelijk kandidaat voor Kamer en Senaat kan zijn. Het is de federale kieswet die dat verbiedt. Het Arbitragehof heeft in 2003 een wet vernietigt die de cumulatie van kandidaturen mogelijk maakte. Het meende dat deze praktijk tot doel had `de kiezer te bedriegen'. Men kan moeilijk strenger oordelen.

Toch duikt, ondanks die onvoorwaardelijke veroordeling door de grondwettelijke rechter, de idee van een dubbele kandidatuur regelmatig terug op. Hoe kan men dit beter beletten dat dit verbod in een bepaling ad hoc in te schrijven?

Mijn mandaat in de Senaat wordt enigszins samengevat in deze redevoering. Het is daarvoor dat ik werd verkozen. Het is daarvoor dat ik in de Senaat heb gewerkt, in het bijzonder in de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Mijn mandaat wordt samengebald in de stemming die ik weldra zal uitbrengen. Het zal een duidelijke stemming zijn. Wij hebben de verklaring tot herziening in 2003 niet goedgekeurd. Waarom zouden wij vier jaar later enthousiaster zijn voor dezelfde verklaring? Integendeel, alles brengt ons ertoe om nog voorzichtiger te zijn.

Los van deze redevoering en die stemming wil ik de wens formuleren dat de nationale vertegenwoordiging, die van vandaag en die van morgen, haar opdracht waardig zou zijn. Ze mag de boodschap van wijsheid, redelijkheid en vooruitgang die de Grondwet waarborgt via de aanpassing van de instellingen en de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens, niet vergeten. Ze mag die boodschap, die we al 175 jaar in de wereld uitdragen en sinds 50 jaar vorm geven in de verschillende Europese en mondiale organisaties, niet uit het oog verliezen. Ik hoop dat de vergadering waarvan wij deel uitmaken, die beginselen voor zichzelf kan waarmaken: wijsheid, redelijkheid, vooruitgang.

Die opdracht ligt binnen ons bereik. Indien we het echt willen, kunnen we een einde maken aan het verdriet der Belgen en kunnen we hun in hun eigen land hoop geven. Zoals Paul-Henri Spaak op de tribune van de VN in 1948 zeg ook ik dat het niet te laat is, maar wel tijd. Het is tijd om aan België, aan zijn gemeenschappen en zijn gewesten en aan alle Belgen opnieuw hoop te geven.

Het is niet te laat, maar het is de hoogste tijd om ons te herpakken indien we de Belgen gelukkig willen maken.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Vandaag neem ik als een vrij parlementslid het woord in een debat over de toekomst, over de herziening van de Grondwet, waarbij ikzelf niet meer rechtstreeks betrokken zal zijn. Ik spreek dus niet namens de VLD. Ik wil een eigen statement maken. Het geeft mij de kans even stil te staan bij een aantal belangrijke uitdagingen en vragen die, in de soms technische discussies die we hebben gevoerd, verloren dreigen te gaan.

Om te beginnen wil ik de rapporteurs danken. Ze hebben elk op hun manier een boeiend verslag uitgebracht van de besprekingen in de commissie. Weinigen zijn blijkbaar gepassioneerd door de Grondwet. Gezien het late uur, maar ook gezien de traditie in dit huis, zijn nog maar weinig collega's aanwezig. Ikzelf ben er wel door gepassioneerd, zij het niet op dezelfde wijze als collega Delpérée, want voor hem is dat thema duidelijk zijn levenswerk.

Toen ik indertijd in Gent de lessen van professor Senelle in grondwettelijk recht volgde, vlak na de staatshervorming van 1980, was dat voer voor heel wat discussies in onze lessen. Nadien heb ik alle fases van de staatshervorming, behalve de fameuze derde fase, van dichtbij gevolgd als mandataris van de Volkunie. Ik zal steeds fier blijven op wat daarbij werd verwezenlijkt, ook al liep het meestal niet van een leien dakje en ook al is de partij er uiteindelijk aan ten onder gegaan. Telkens was een deel van de achterban ongelukkig omdat het resultaat een compromis was of, zoals nu vaak wordt gezegd: van verraad op verraad naar een Vlaamse staat.

Vandaag leven we dus in een federale staat, zij het dat die ook wat confederale elementen vertoont. Van professor Senelle leerden we wat het verschil is tussen een unitaire, een federale en een confederale staat. We leerden ook dat een confederatie meestal een tussenstap is en we leerden dat veruit de belangrijkste staatsvorm het federalisme is. En toch willen we verder gaan.

Elke stap in de staatshervorming draagt de kiemen in zich van een volgende stap stelde Jean-Luc Dehaene indertijd in het parlement en ik denk dat hij gelijk heeft. Dat is ook de reden waarom de staatshervorming nooit af zal zijn. De collega's van CD&V wil ik even in herinnering brengen wat ik ten tijde van de laatste regering-Dehaene over de grondwetsherziening gezegd heb. Het staat ook in de Handelingen van 28 april 1999, overmorgen precies 8 jaar geleden. Toen was er geen echte grondwetsherziening, omdat het volgens de toenmalige CVP onverantwoord zou zijn geweest met de crisis in Kosovo de regering ontslag te laten nemen na een oeverloos communautair debat. Omdat een verklaring tot herziening van de Grondwet nodig was om het Parlement te ontbinden, werd een minimale lijst van voor herziening vatbare artikelen goedgekeurd en daarmee ook het lijstje met de verzuchtingen van het Vlaams Parlement, opgesteld onder leiding van toenmalig minister-president Van den Brande, naar de prullenmand verwezen, inclusief de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Dat was dus niet de verantwoordelijkheid van de regering-Verhofstadt, die pas nadien aan de macht kwam. Dehaene kon toen niet weten dat de dioxinecrisis voor zo'n aardverschuiving zou zorgen, maar hij was ervoor verantwoordelijk dat de Grondwetsherziening van 1999 de uitvoering van de verzuchtingen van het Vlaams Parlement onmogelijk maakte.

Vandaag kiest CD&V wel radicaal voor confederalisme, met als sleutelartikel het artikel 35 van de Grondwet. Collega Van den Brande heeft hier daarnet het ideale model geschetst, zoals CD&V dat ziet. Hij gaat evenwel voorbij aan de knelpunten, waarvan Brussel niet het minste is; hij maakt niet duidelijk hoe ze die zullen aanpakken. Hij gaat ook voorbij aan het feit dat de Franstaligen geen volgende stappen in de staatshervorming willen zetten.

Zowel collega Mahoux als collega Delpérée, die behoort tot de zusterpartij van CD&V, hebben dat gezegd. De kern van het confederalisme is precies dat deelstaten samen beslissen wat ze nog gezamenlijk willen doen. De vraag rijst hoe ze dat dan zullen realiseren.

Willen wij de weg van dialoog verder volgen, dan moeten de Vlamingen de Franstaligen kunnen overtuigen van het belang van meer eigen verantwoordelijkheid, eigen middelen, coherente bevoegdheden en dus de overheveling van gezondheidszorg en kinderbijslag. Dat de uitgaventransfers inmiddels sterk zijn afgebouwd, is dan ook een goede zaak.

Door meer echte dialoog tussen verantwoordelijke leiders moeten Vlaanderen, Wallonië en Brussel beseffen dat hun respectieve arbeidsmarkt aan totaal verschillende kwalen leidt, die verschillende remedies vergen waarvoor ze zelf bevoegd moeten zijn. Daarbij is het evident dat Vlaanderen bereid moet zijn, en bereid zal zijn, solidair te zijn op basis van transparante en omkeerbare mechanismen, op voorwaarde dat op termijn duidelijk is dat elk de verantwoordelijkheid draagt voor de eigen gemeenschap.

Confederalisme vraagt bij uitstek een dialoog tussen de deelstaten. Ik zie daarvoor echter op het ogenblik twee handicaps. De Vlaamse regeringspartijen doen liever aan opbod ten opzichte van elkaar dan te zoeken naar een gemeenschappelijke strategie. Het moet gezegd: het dode gewicht van het Vlaams Belang speelt daarbij in het voordeel van de Franstaligen.

(Protest van de heer Van Hauthem)

Het is goed in eigen hart te kijken.

De tweede handicap is de nieuwe federale dynamiek die is ontstaan. Wij verwachtten veel bij de oprichting van de eigen instellingen. Dehaene waarschuwde indertijd dat eens de eigen instellingen zouden functioneren er niet alleen een eigen dynamiek van de deelstaten zou ontstaan maar ook van de federale kamers. Hij kreeg gelijk. Steeds meer bepaalt de federale regering de dans (mede onder druk van tal van zichtbare en onzichtbare unitaire structuren). Partijen leggen zelf het zwaartepunt op het federale niveau. Wat dat betreft is de stoelendans, die ondertussen aan de gang lijkt, pijnlijk duidelijk. Dat de VLD daar vandaag niet aan mee doet heeft niet zozeer met principes te maken, dan wel met de verontwaardiging in de publieke opinie toen Dewael hetzelfde deed en het federale vicepremierschap verkoos boven het Vlaamse premierschap. Ook de interne pikorde aan de top speelt daarbij een rol. Er is in ons land geen hiërarchie van de normen maar duidelijk wel van de macht en het prestige van politici en dus van hun ambities.

Het feit dat de verkiezingen opnieuw zouden samenvallen zal dit fenomeen nog versterken. Ik geef collega Moureaux gelijk als hij stelt dat wij beter de mensen vertrouwd zouden maken met onze federale structuur.

Als u echt confederalisme betracht, collega's van CD&V dan zou Leterme beter kiezen voor zijn job als minister-president van Vlaanderen en niet alleen bomen gaan planten met Di Rupo maar daar een bondgenoot zoeken om het zwaartepunt van onze instellingen bij de gemeenschappen en gewesten te leggen.

Ook premier Verhofstadt geeft met zijn pleidooi voor meer samenhang van de federatie de indruk dat hij de federale dynamiek nog meer wil aanwakkeren. Ik kan me daar niet in vinden, laat dat duidelijk zijn.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Mevrouw Van de Casteele, ik heb even de zaal verlaten en heb dus een deel van uw betoog gemist. Hebt u net herhaald wat ik gemist heb, of heb ik nog meer gemist?

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - U hebt nog veel meer gemist, mijnheer Van den Brande. Ik heb onder andere verwezen naar de Grondwetsherziening van 1999, onder Dehaene, waarin ik, toen als lid van de oppositie, het woord heb genomen. Onder invloed van de oorlog in Kosovo werd er toen een minireeks grondwetsartikelen goedgekeurd waardoor uw lijstje van het Vlaams Parlement in de prullenmand is terechtgekomen. U kunt dan wel zeggen dat Verhofstadt de hervorming niet heeft uitgevoerd, maar eigenlijk moet u ook in eigen hart kijken en de verantwoordelijkheid ook voor een deel bij Dehaene leggen.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Ik heb daar geen moeite mee en voor een stuk hebt u gelijk. U mag alleen niet vergeten - en dat doet u ook niet - dat de vier grote hervormingen er zijn gekomen onder leiding van een christendemocraat, met de steun van andere partijen. Toeval of niet, maar de hervormingen van 8 augustus 1980, van 8 augustus 1988 en van 1993, na de Sint-Michielsakkoorden, waren fundamentele hervormingen en in 1968 werd de basis gelegd van de nieuwe richting die we moesten uitgaan. Die veranderingen verlopen ook in cycli.

Er zal nu ongeveer 18 jaar liggen tussen de laatste grondige hervorming en een mogelijke toekomstige. De realiteit in het land en de samenleving is niet meer dezelfde als 18 jaar geleden. We moeten echter niet proberen elkaar vliegen af te vangen.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Absoluut niet en ik heb daarnet trouwens eveneens gezegd dat ik zelf ook alle fases, behalve de derde, heb meegemaakt als mandataris van de Volksunie, die de toenmalige CVP voor een stuk mee geduwd heeft in een richting waarover we alleen maar trots kunnen zijn.

Ik was in mijn betoog aanbeland bij het feit dat premier Verhofstadt met zijn pleidooi voor meer samenhang van de federatie, de indruk wekt de federale dynamiek nog meer aan te wakkeren. Ik heb ook duidelijk gezegd dat ik me daar niet in kan vinden. Bepaalde bevoegdheden horen wel thuis op het overkoepelend niveau, onder meer de geluidsnormen. Al denk ik dat we dat concrete probleem alleen verplaatsen als we het opnieuw op het federale niveau brengen en we waarschijnlijk beter voor een Europese norm pleiten.

Ik heb me de voorbije vier jaar vooral gebaseerd op de Novemberverklaring van 2002, waarin letterlijk staat: `De VLD wil een beter statuut voor Vlaanderen door een definitieve keuze voor een confederaal model. Het zwaartepunt komt bij de deelstaten te liggen, die bepalen welke bevoegdheden ze aan het federale niveau laten.' U herkent er waarschijnlijk een stukje van uzelf in, mijnheer Van den Brande. Ik dacht dus dat we op dezelfde golflengte zaten.

Persoonlijk ben ik nooit een separatist geweest. Voor mij is het doel niet een eigen Vlaamse staat. Of zoals Hugo Schiltz het in een van zijn laatste interviews zei: `Niet hoever we moeten gaan is belangrijk, wel waar we naartoe willen.' Intussen is ook het begrip `staat' geëvolueerd. Dromen van een eigen natiestaat, terwijl er intussen een Europese evolutie is, is eigenlijk achterhaald. Schiltz zei echter ook: `Ik wil wel voor onze instellingen de formule kiezen die het best past om onze belangen te realiseren: het vrijwaren van onze taal, onze integriteit, onze welvaart.' En daar gaat het ook mij om.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - U zegt dat, gelet op de Europese Unie, het begrip `natiestaat' achterhaald is. U zult het echter met me eens zijn dat de Raad het belangrijkste orgaan is van de Europese Unie en die wordt toch gevormd door de ministers van de nationale staten. Dus zomaar beweren dat de nationale staten voorbijgestreefd zijn, is een beetje gratuit, precies omdat ze de bouwstenen van de Europese Unie vormen.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Mijn punt is dat we intussen een groot deel van onze bevoegdheden aan andere niveaus hebben afgestaan. We zullen dus nooit meer alleen, binnen onze eigen kleine staat, kunnen beslissen. Dat is trouwens ook niet wenselijk. Het subsidiariteitsbeginsel moet worden toegepast: beslissingen moeten worden genomen op het niveau dat het dichtst bij de mensen staat. In dat opzicht betekent federalisme ook samenwerking, zoeken naar structuren waarbij ieder zijn eigen identiteit bepaalt.

In datzelfde interview zei Schiltz echter ook dat, indien we er niet in slagen dat te bereiken via de weg van de dialoog, er andere wegen moeten worden gezocht. Ik citeer: `De socialisten plakten voor de Eerste Wereldoorlog heel Vlaanderen vol met de slogan: heel het raderwerk valt stil, als uw sterke arm het wil.' Schiltz vraagt zich af waar de sterke arm van de Vlamingen zit. `Het zijn uiteindelijk de Vlamingen zelf die het zullen moeten doen. Als de Vlamingen morgen zeggen dat het nu lang genoeg heeft geduurd en dat ze niet meer meewerken aan een regering, wat zou er dan gebeuren? Als de Vlaamse regering de macht in handen neemt, wie kan dat dan tegenhouden?' Aldus Schiltz in één van zijn laatste interviews.

De Franstaligen moeten die boodschap ook begrijpen. Ik durf een stuk van de verantwoordelijkheid bij de Vlamingen zelf te leggen, maar de Franstaligen moeten ook beseffen dat zij het niet alleen voor het zeggen hebben in België.

Voor mij moet een debat over de herziening van de Grondwet ook over de grote uitdagingen gaan, over de verdieping van de democratie, over de vraag hoe de kloof tussen de mensen en het bestuur kan worden gedicht. Het is opvallend dat de roep naar meer democratie, referenda en de afschaffing van de stemplicht is stilgevallen. Is de toestand vandaag dan zoveel beter dan in de tijd dat velen hun bezorgdheid daarover hebben geuit in zaal F van de Senaat? Vandaag werkt noch de rechtstreekse democratie, noch de parlementaire democratie. Kan er nog een pijnlijker staaltje zijn van het falen van de parlementaire democratie dan wat de voorbije dagen is vertoond? Dit wordt een gevaarlijke situatie.

De macht verschuift steeds meer naar de uitvoerende macht. Het merendeel van de wetteksten is feitelijk zelfs geschreven door kabinetsmedewerkers, terwijl de wetgevende macht enkel nog mag goedkeuren. De lijststem wordt afgeschaft om de kiezer meer inspraak te geven over wie zal zetelen in het parlement, maar met veel plezier wordt het systeem van opvolgers behouden, waardoor vooral brave parlementsleden zetelen in plaats van mensen die hun legitimiteit krijgen van hun kiezers. Het respect van de uitvoerende macht voor de wetgevende macht kan waarschijnlijk niet via de Grondwet worden afgedwongen, maar in een debat als dit is het gepast er aandacht voor te vragen.

Ook over de werking van de Senaat kan veel worden gezegd. Wie, zoals ik, ook in de Kamer heeft gezeteld, begrijpt de frustratie die vaak in de Senaat heerst. Als reflectiekamer hebben we in bepaalde dossiers onze rol kunnen spelen. We worden ook als eerste kamer erkend voor de goedkeuring van verdragen, al schieten we misschien nog tekort in het proactief opvolgen van de Europese besluitvorming. De rest van het plaatje is minder fraai, in ieder geval minder fraai dan de helikoptervisie die de voorzitster vanmiddag bracht.

We moeten de regering controleren, maar we kunnen niet stemmen over het vertrouwen in de regering. We beschikken enkel over het instrument van de schriftelijke vragen en, wegens het uitblijven van snelle antwoorden - duizend vragen bleven onbeantwoord - kunnen we alleen nog vragen om uitleg stellen, waarop de antwoorden bij toerbeurt door een staatssecretaris, soms in het holst van de nacht en in een onbegrijpelijke taal, worden voorgelezen. Zo wordt een debat per definitie onmogelijk.

We kunnen wetten goedkeuren, maar collega's van de Kamer kunnen die, wanneer ze het er inhoudelijk niet mee eens zijn of omdat ze het de Senaat niet gunnen, naar de prullenmand verwijzen. Zo zijn de ontwerpen over de ordes en over de gevaarlijke honden, waaraan in de commissie voor de Sociale Aangelegenheden dagen is gewerkt en waarover urenlang met tal van experts is gedebatteerd, verloren omdat collega Mayeur weigerde ze tijdig op de agenda van de Kamercommissie te zetten.

Als zelfs onze collega's in de Kamer zo minachtend tegenover ons werk staan, hoe kunnen we dan van anderen verwachten dat ze nog enige waarde hechten aan een stemming in de Senaat? Als in de Kamer wordt gestemd, vergeet men zelfs te vermelden dat de Senaat in sommige gevallen nog moet of kan evoceren.

Hier is sprake van ongezonde concurrentie. We moeten waken voor de kwaliteit van de wetgeving. De Senaat heeft schitterende diensten om ons daarin bij te staan. Onder tijdsdruk worden we echter meestal verplicht fouten in de teksten goed te keuren met de afspraak dat ze nadien in een of andere programmawet zullen worden rechtgezet.

We zijn de ontmoetingsplaats van de gemeenschappen, maar we zijn er nooit in geslaagd ook maar één conflict op te lossen, laat staan te voorkomen. Gemeenschapssenatoren zijn overbelast en worden vaak opgezadeld met een loyaliteitsconflict.

Onder impuls van onze voorzitster zijn we een ontmoetingsplaats geworden met de civiele gemeenschap. De mensen vinden de weg naar de Senaat. Er werden talrijke interessante colloquia georganiseerd, maar ik weet niet of dat volstaat om onze geloofwaardigheid te versterken.

Ten slotte, zijn we de vergeetput voor de pers, met uitzondering natuurlijk van de trouwe verslaggevers van Belga. Een pers die, zo blijkt uit recent onderzoek, niet zozeer de machtsverhouding tussen partijen kan beïnvloeden, maar die zeker de verkoopswaarde van parlementsleden bepaalt. De pers kan parlementsleden maken of kraken.

Het gevolg is dat er steeds minder animo is om het werk te doen in het parlement. In commissievergaderingen wordt bijvoorbeeld steeds minder onder elkaar gedebatteerd omdat men meer en meer rechtstreeks via de pc met de pers en de buitenwereld communiceert. Hierdoor wordt politiek een soap met steeds meer stuntwerk en symboolgevechten. Niets is wat het lijkt. Optredens van ministers en partijvoorzitters leiden tot plaatsvervangende schaamte.

Redenen genoeg dus om na te denken over de hervorming van de Senaat. Dat die hervorming gevoelig ligt, werd in de commissie al duidelijk. Dat senatoren zichzelf afschaffen is immers te veel gevraagd. Al kan de Senaat natuurlijk in 2008 beslissen de Senaat af te schaffen vanaf 2011. De VLD-fractie heeft zich daarover herhaaldelijk bezonnen. Ze kwam tot de conclusie dat de Senaat in haar huidige vorm moet worden afgeschaft. Kiest men voor een monocameraal systeem en een Senaat van de gemeenschappen, zoals in vele federale staten en zoals een akkoord binnen de regering van 2002 ook vooropstelde, dan kan dat voor mij zeker niet met een paritair samengestelde Senaat. De heer Mahoux en de heer Delpérée willen een paritair samengestelde Senaat. Dat kan alleen in een federaal systeem waar alle andere grendels en beschermingsmogelijkheden wegvallen.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Sommigen mogen dan overwegen de Senaat te hervormen, ik stel vast dat er geen eensgezindheid bestaat over de aanpak van die hervorming. Ik herhaal dat voor zulk een wijziging een tweederde meerderheid vereist is.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - De deux choses l'une. Men kan niet de volkskamer met een aantal grendels opzadelen en tegelijkertijd een paritaire Senaat vragen. Het is óf het ene óf het andere. In andere landen is het aantal leden van de volkskamer richtinggevend voor de besluitvorming, maar zonder dubbele meerderheden, zonder grendels, zonder alarmbellen. In die hypothese kan een paritaire Senaat perfect, maar niet de twee samen.

Hetzelfde geldt voor de bepalingen van het minderhedenverdrag. In mijn ogen is er, behalve de Duitstalige, geen enkele minderheid in België. Men kan niet deze mechanismen in stand houden en tegelijkertijd zeggen dat het minderhedenverdrag ook uitvoering moet krijgen. Ook hier zeg ik: de deux choses l'une.

De heer Francis Delpérée (CDH). - Ik zou er de heer Van den Brande allereerst op willen wijzen dat de Franse Gemeenschap zeker geen minderheid is. Het is een partner en partner zijn betekent op voet van gelijkheid behandeld worden, anders is men geen partner.

Aan mevrouw Van den Casteele stel ik volgende vraag: als de Senaat morgen een ontmoetingsplaats wordt, waar gemeenschappen en gewesten met elkaar de dialoog aangaan, overleggen en samenwerken, kan hij dan anders worden ingericht dan op voet van gelijkheid? Als de Senaat moet bemiddelen en geschillen moet beslechten - dat is toch het idee - hoe kan hij daarin lukken als hij niet paritair is samengesteld? Als dat niet het geval is, dan kan er geen sprake zijn van arbitrage, dialoog of samenwerking.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Er zijn andere formules mogelijk dan die van de paritaire Senaat. Alle mogelijke samenstellingen kunnen in overweging worden genomen. Ook in een niet-paritaire vergadering kunnen we elkaar op voet van gelijkheid behandelen. De stemmechanismen kunnen dat waarborgen. We zijn dat trouwens gewoon in ons ingewikkelde land.

Over de hervorming van de Senaat zal nog heel wat worden gepraat. Mocht inderdaad worden geopteerd voor een monocameraal systeem en voor een Senaat van de gemeenschappen, dan is een tweede lezing in de Kamer wel nodig. We ondervinden vandaag dat het zinvol is om sommige wetteksten een tijdje te laten rusten en vervolgens door anderen te laten nakijken. De bepaling met betrekking tot een tweede lezing door de Kamer stoort mij dus helemaal niet zo zeer als onze collega's van de PS.

Misschien zal men de rol van de Senaat blijvend trachten bij te sturen en zal men blijven zoeken naar een legitimatie voor de huidige Senaat. Voor een aantal functies blijft de Senaat uiterst geschikt. Toch vrees ik dat er nog heel wat water naar de zee zal vloeien alvorens we hierover een vergelijk bereiken.

De heer Philippe Mahoux (PS). - In een federale Staat als de onze lijkt het nut van een tweede Kamer voor de hand te liggen. Maar men kan ook een omgekeerde redenering volgen - die ik niet bijval - en die erin zou bestaan een legitimatie te vinden om de instelling te behouden zoals ze is. Ik geloof in de Senaat uit overtuiging; hij is noodzakelijk in een federale Staat. Als een dergelijke Kamer ontbreekt, zouden we het moeten stellen met een Kamer waarin alleen de macht van het getal geldt, terwijl de Staat toch gebaseerd is op eerbied voor ongelijkheden en verschillen, dus eerbied voor de gemeenschappen en gewesten. In dat geval zouden we het federale karakter miskennen van de Staat die we hebben opgericht. Dat is ons standpunt. Wie het tegenovergestelde beweert, speelt in de kaart van hen die denken dat de Senaat zich alleen maar schrap zet om als instelling te kunnen blijven bestaan. Dat is beslist niet het geval.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik wil er alleen voor waarschuwen dat we buiten deze vergadering wel die indruk dreigen te wekken, gewoonweg omdat de huidige toestand noch vis noch vlees is. Blijkbaar slaagt men er niet in om de knoop door te hakken. Kiezen we voor één federale kamer en een federale ontmoetingsplaats van gemeenschappen en gewesten, dan moet deze vergadering volkomen anders worden geconcipieerd dan vandaag het geval is. Die functie kan de huidige Senaat niet vervullen. Dat hebben we herhaaldelijk kunnen vaststellen. We hebben geen enkel conflict kunnen voorkomen. We zitten in een tussenfase en we moeten daaruit raken. Ik vrees echter dat dit ook in de volgende zittingsperiode niet zal lukken omdat ik aanvoel dat daarover geen eenduidige visie bestaat.

De heer Philippe Mahoux (PS). - De Senaat kan trachten geschillen bij te leggen, maar in een federale Staat is de Senaat wel betrokken partij.

Toen de grondwetgever de bevoegdheden van de Senaat destijds heeft herzien, dacht hij dat de Senaat geschillen zou kunnen bijleggen. Om een geschil bij te leggen moet er uiteraard overeenstemming worden bereikt in beide Kamers. Als één van beide Kamers geen akkoord bereikt, blijft het geschil bestaan, wat erop neerkomt dat de wijzigingen die sommigen voorstaan, niet worden verwezenlijkt. Dat is de normale manier van werken van twee Kamers in een federaal systeem.

Ik kan erin komen dat niet iedereen daarmee gelukkig is, maar wij verdedigen in elk geval deze opvatting.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Mijnheer Mahoux, zo verduidelijkt u uw standpunt en zo blijkt meteen ook dat anderen daarover een andere mening hebben. We moeten het debat dus voortzetten.

Mevrouw de voorzitter, er is heel wat gediscussieerd over artikel 195. De heer Delpérée beweert dat dit een wapen wordt van les déconstructeurs de la Belgique. Eerlijk gezegd, ik ben al jaren voorstander van een wijziging van artikel 195. België is vrijwel het enige land met zo'n logge procedure van grondwetsherziening, waarover de burger zich in theorie moet kunnen uitspreken. In de praktijk is dat niet het geval. De mensen liggen niet wakker van de politiek in het algemeen, laat staan van institutionele debatten. Ik denk dat de verkozenen hun verantwoordelijkheid op zich moeten nemen en moeten doen wat nodig is. Het leuke aan de herziening van artikel 195 is, zoals de heer Van den Brande heeft beklemtoond, dat de indruk wordt gewekt dat nu alles mogelijk wordt, ook zaken die niet zijn opgenomen in het voorstel tot herziening van de Grondwet dat de regering heeft opgesteld.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Onze zwaarste kritiek op het ontwerp van de regering is dat het niet uitgaat van een visie en een concept. Het getuigt van een gebrek aan democratische transparantie, want het verhult wat men wil doen.

Over de herziening van artikel 195 wil ik toch twee cijfers meegeven. Tussen 1831 en 1969 werden 35 grondwetsartikelen herzien, tussen 1970 en 2003 waren dat er 126. Als er een politieke wil en een consensus is, dan is het ook met het huidige artikel 195, dat de grondwetsherziening regelt, perfect mogelijk om op een adequate en zelfs snelle manier bepaalde wijzigingen aan te brengen. Het argument van de snelheid is eigenlijk een van de vreemdste paradoxen: de regering heeft geen visie, maar verhult dat door artikel 195 voor herziening vatbaar te verklaren, want dat zou de enige manier zijn om snel te kunnen werken en tot resultaten te komen. De geschiedenis bewijst eigenlijk het tegendeel.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Dit is een punt waarop ik in elk geval met u van mening verschil. Ik heb niet gepleit voor snelle procedures. Ik heb gezegd dat onze procedure, in vergelijking met die van andere Europese landen, zeer log is en gebaseerd is op iets wat eigenlijk niet meer gebeurt, namelijk het raadplegen van de burger. Als wij hier buiten gaan, zal geen enkele partij de burger vragen hoe we de volgende legislatuur moeten omgaan met de artikelen die voor herziening vatbaar zijn verklaard. Daar geloof ik niets van. (Protest van de heer Delpérée) U misschien wel, mijnheer Delpérée, maar u bent bij wijze van spreken met de Grondwet getrouwd. Het zou erg zijn als u dat in uw campagne niet zou gebruiken. De meeste van onze collega's zullen dat echter niet doen.

We moeten er inderdaad voor zorgen dat onze Grondwet geen vodje papier wordt en dat ze niet kan worden gewijzigd zonder een voorafgaand grondig debat. Daarom zijn in de procedure stevige waarborgen nodig en daarover zal ook nog moeten worden gediscussieerd, als artikel 195 voor herziening vatbaar wordt verklaard en als het ook effectief wordt herzien. Er kunnen echter stevige waarborgen worden uitgewerkt die, zoals collega Moureaux opmerkte, ons moeten behoeden voor een constitutioneel snelrecht.

Ik besluit. Instellingen zijn geen doel, maar een middel om de samenleving vorm te geven. Een Grondwet is daarin een belangrijk element dat ook moet kunnen worden aangepast aan de wijzigende omstandigheden. In dat opzicht is het goed dat het hoofdstuk over de Belgen en hun rechten wordt uitgebreid. De grote ideeën van vrijheid en gelijkheid liggen al sinds het begin aan de basis van onze samenleving en ze worden steeds meer geconcretiseerd met non-discriminatiebepalingen, gendergelijkheid, de basisrechten om een menswaardig leven te leiden en waarbij werk, sociale zekerheid, huisvesting, een gezond leefmilieu, culturele en maatschappelijke ontplooiing belangrijk zijn. Dat het besef dat we verantwoordelijk zijn voor de toekomst, voor de rechten van onze kinderen en kleinkinderen en alle generaties na hen de jongste jaren is toegenomen, is ook een goede zaak. De afgelopen maanden werd iedereen wakker geschud met de wetenschap dat we om de wereld leefbaar te houden, dringend bepaalde zaken moeten bijsturen. Ik ben daarom ook blij dat we een begin van dat besef via het begrip `duurzame ontwikkeling' in de Grondwet konden laten opnemen.

Na alle institutionele gedachtewisselingen blijft de drijfveer van mijn politiek handelen uiteindelijk: werken aan een wereld waar vrede, vrijheid, verdraagzaamheid en een eerlijke verdeling van de welvaart bestaat en het recht is van iedere mens, vandaag en morgen. Ik hoop en ik weet dat velen, in verschillende partijen trouwens, dat engagement met mij delen. Ik zal hen blijven steunen en ik hoop zelf via andere wegen daaraan een bijdrage te kunnen leveren. (Applaus)

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Ik dank mevrouw Van de Casteele. Zij was een uitstekend voorzitter van de commissie voor de Sociale Aangelegenheden. Dankzij haar hebben we heel wat ontwerpen tot een goed einde gebracht.

Het voorstel betreffende de bio-ethiek werd in de werkgroep uitgebreid behandeld. Dat geldt ook voor het voorstel betreffende de verkoop van honden en katten. Dankzij mevrouw Van de Casteele en de manier waarop zij gedurende vier jaar de debatten heeft geleid, hebben we deze teksten kunnen behandelen en heeft de Senaat zijn rol van reflectiekamer voluit kunnen spelen. Zij heeft zich onvermoeibaar ingezet.

Ik maak voor de eerste keer het einde mee van een federale legislatuur, al heb ik er al wel een meegemaakt in het Waalse parlement. We gaan lang niet met vakantie! We moeten wel afscheid nemen, en dat doet ons iets. De zittingsperiode zit erop en we weten niet wat de toekomst brengen zal. Met wie zullen we na de verkiezingen verder werken? Wat staat ons te wachten op institutioneel vlak?

Is dit ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet een kopie van dat van 2003? Als we zien wat er in deze regeerperiode uiteindelijk maar is verwezenlijkt, dan was de verklaring van 2003 misschien wel enigszins aanmatigend. We hebben artikel 22bis gewijzigd; de rechten van het kind werden aangepakt - mevrouw de T' Serclaes gaat daar straks nog op in -; er is artikel 7bis betreffende de duurzame ontwikkeling - volgens de minister het wereldrecord institutioneel zappen -; we hebben met de invoeging van artikel 14bis de doodstraf geschrapt en we hebben de terminologie betreffende het Arbitragehof aangepast.

Het zou niet correct zijn te beweren dat het om kwalitatief onbelangrijke hervormingen gaat. Op het gebied van de rechten van het kind en inzake duurzame ontwikkeling hebben we nuttig werk verricht. Er staat ons de komende legislatuur nog belangrijk institutioneel werk te wachten. Sommigen hadden het nogal pejoratief over `een vodje papier'. Ik spreek liever van een intentieverklaring waarvan af te wachten valt wat ervan gerealiseerd zal worden. De weddenschap is open.

We moeten ons evenwel hoeden voor een irrealistisch avontuur. Ik ben voorstander van een eenheidsfederalisme, wat niet hetzelfde is als confederalisme. Een zekere aarzeling om artikel 35 voor herziening vatbaar te stellen, is opzij geschoven. Openen we de doos van Pandora? Voor sommigen biedt dat alleszins mogelijkheden, maar onze opvolgers zullen beslissen of ze daar al dan niet op ingaan en wat ze daarmee aanvangen.

Bepaalde artikelen, onder meer artikel 144 van de Grondwet, werden aan de herzieningsverklaring van 2003 toegevoegd.

Voor sommigen gaat het om een beperking van de verantwoordelijkheid van de overheid tegenover de rechterlijke macht. Een arrest van het hooggerechtshof kan inderdaad soms vervelend zijn, maar artikel 144 mag niet dienen voor persoonlijke afrekeningen of om te bekomen wat via een andere weg niet mogelijk was. Als we een herziening van artikel 144 overwegen, dan is dat wellicht met de bedoeling de mogelijkheid tot een gerechtelijke actie te versterken.

Artikel 195 heeft al heel wat inkt doen vloeien en blijft controversieel. In verband met artikel 7bis werd de term `zappen' gebruikt. Met de wijziging van artikel 195 zouden we als het ware in real time de grondwet kunnen aanpassen aan de evolutie van het internationaal recht en de nieuwe sociale uitdagingen. Ik weet niet of het er werkelijk zal van komen. Sommigen, en niet de minsten, waren enigszins terughoudend ten opzichte van de tekst. Dat kan zich als een olievlek verspreiden. Morgen maken we de rekening.

Een hervorming van de Senaat is misschien niet echt noodzakelijk, maar het houdt ons wel bezig. De vraag of de Senaat al dan niet paritair moet worden samengesteld verhit momenteel de gemoederen. Met de grondwetsherziening van 1993, die door onze fractie niet werd gesteund, werden de opdrachten en de functies van de Senaat grondig herschikt. Het louter bicamerisme en het evocatierecht kwamen echter met elkaar in conflict.

De Senaat heeft maar de helft van de teksten geëvoceerd. Hij heeft van zijn evocatierecht blijkbaar geen misbruik gemaakt. Waar het evocatierecht echter voor de oppositiepartijen een middel zou zijn om hun stem te laten horen, is gebleken dat men er vaak is aan voorbij gegaan. We stellen vast dat de meerderheid in stormpas evoceert om te vermijden dat de termijnen lopen. We weten zeer goed dat we toneel spelen. Als we intellectueel eerlijk zijn, moeten we bekennen dat het evocatierecht soms dient om een evenwicht te creëren waar dat niet nodig is.

De Senaat is met de hervorming van 1993 afgezwakt, maar heeft nu zijn plaats gevonden. De Senaat gaat in op grote maatschappelijke debatten en meet zich het profiel aan - niet van ontvangstkamer zoals kwatongen beweren - maar van reflectiekamer. De Senaat was vaak de voortrekker om buiten elke media- of politieke druk grote debatten te houden.

Wat gaat men nu doen met de Senaat? Zal men hem specifieke materies toevertrouwen? Zal men hem een besloten jachtgebied toekennen? Zal men hem uitsluitend bevoegd maken voor de goedkeuring van internationale verdragen die aan onze zeven parlementen moeten worden voorgelegd? Het is misschien enigszins denkbeeldig om het vanuit die invalshoek te zien, maar als het om internationale verdragen gaat zouden de deelstaten dan een evocatierecht kunnen hebben.

In een federale logica is pariteit, waardoor iedereen op gelijke voet wordt gesteld en de belangen van de deelstaten vertegenwoordigd worden, een conditio sine qua non. Zonder pariteit kan een Senaat van de gemeenschappen en de gewesten niet functioneren.

Artikel 36 dat handelt over het initiatiefrecht van de Senaat, is niet voor herziening vatbaar gesteld. We zouden dus te maken krijgen met een paritaire Senaat met initiatiefrecht. Dat zal uiteraard veel pennen in beweging zetten en bij sommigen het aantal decibels doen toenemen ... We hebben nog heel wat mooie discussiedagen voor ons.

Als we niet tot een oplossing komen, waarom behouden we dan niet het huidige systeem? Dat werkt toch zo slecht niet? De Senaat heeft zich het minst overtuigend getoond in belangenconflicten, nu bevoegdheidsconflicten genoemd. Het is het verhaal van de slang die zichzelf in de staart bijt. We hebben om het probleem heen gedraaid en dat is telkens uitgelopen op een bekentenis van onmacht van onze assemblee. Het is een vicieuze cirkel. Als onze assemblee morgen de Senaat van de gewesten en de gemeenschappen wordt, zullen dan de conflicten die niet binnen de uitvoerende macht of tussen de uitvoerende machten onderling kunnen worden geregeld plots, dankzij de rustgevende toverkracht van de plaats, in de Senaat kunnen worden opgelost? Ik zie niet in waarom degenen die door hun assemblee naar de Senaat worden afgevaardigd plots zacht als lammetjes zouden worden en in staat de zaken op een vreedzame manier te regelen. Er is dus nog heel wat stof tot nadenken en tot discussie.

Wat er ook van zij, als Senaat hebben we hoe dan ook kwaliteitswerk geleverd. We zijn niet tekortgeschoten. Zoals mevrouw de voorzitter het zopas verwoordde hebben we, als we alle voorstellen die wet zijn geworden in rekening nemen, verhoudingsgewijs heel goed gewerkt, beter zelfs dan de volksvertegenwoordigers.

We moeten in elk geval ons parlementair initiatiefrecht behouden. Als dat recht geschrapt wordt heeft deze assemblee, paritair samengesteld of niet, geen enkele reden van bestaan. Ze zal, erger nog dan een rompparlement, in een palliatief stadium treden en enkel nog discours spuien om de parlementaire Handelingen te vullen.

Morgen zullen wij deze verklaring tot herziening van de Grondwet goedkeuren. Dat is uiteraard goed nieuws, en tegelijkertijd een primeur. Het is echter geen geheim dat we het stemgedrag van bepaalde fracties zullen gadeslaan. Het is belangrijk dat voor de bijzonder gevoelige artikelen de partijen van de meerderheid en de taalgroepen in de meerderheid zich bij de stemming solidair opstellen.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Uit wat we hier hoorden is al duidelijk dat we ook na de verkiezingen in de impasse zullen zitten, niet alleen wat de staatsstructuur zelf betreft, maar ook wat betreft de toekomstige rol van de Senaat, voor zover die er nog zal zijn.

Het in herziening stellen van een reeks grondwetsartikelen is een belangrijk moment in het leven van een parlement en zeker van deze Senaat. Wij bepalen nu de manoeuvreerruimte waarbinnen het volgende parlement kan opereren. Wij willen als fractie traditiegetrouw alle artikelen in herziening stellen vanuit de filosofie om zo vlug mogelijk te kunnen overgaan tot de ontbinding van het Belgische staatsverband en de oprichting van twee onafhankelijke staten, Vlaanderen en Wallonië. Sommigen hebben daaruit afgeleid dat onze partij een fervent tegenstander zou zijn van welke grondwet dan ook. Dat is pertinent onjuist. Het basisprincipe van een grondwet waarin, enerzijds, de rechten en vrijheden van de burgers worden opgesomd en, anderzijds, de basisorganisatie van de instellingen wordt vastgesteld, basisorganisatie waarvan de werking de grondslag vormt van elke democratische samenleving, willen wij niet betwisten. Degenen die menen dat ons voorstel ongrondwettig zou zijn en dat wij geen grondwet zouden willen, wil ik herinneren aan enkele feiten.

In 1992 werd in Kamer en Senaat het Verdrag van Maastricht goedgekeurd waarin een clausule was opgenomen over het gemeentelijk stemrecht van de EU-onderdanen. De Raad van State zei toen dat dit ongrondwettelijk was omdat eerst de Grondwet diende te worden gewijzigd alvorens het verdrag kon worden goedgekeurd. Dat werd genegeerd en de betreffende richtlijn werd goedgekeurd. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, de heer Vandenbroucke, heeft toen met één pennentrek de Grondwet veranderd. Dat was in feite een aanslag op de Grondwet.

In 1999 werd de Senaat ongrondwettelijk samengesteld omdat er geen senator was uit Brussel. Toch zijn toen alle wetten en bijzondere wetten door de Senaat goedgekeurd. Toen artikel 150 van de Grondwet werd besproken om een onderscheid te maken tussen gewone en racistische persdelicten heeft de Raad van State dat ongrondwettelijk verklaard. Ook dat is gepasseerd. Een voorstel om alle artikelen in herziening te stellen betekent dus niet automatisch dat men ondemocratisch aankijkt tegen het concept van een grondwet zelf.

Artikel 1 van onze Grondwet bepaalt dat België een federale staat is. Ik hoorde vandaag verschillende meningen over de wijze waarop we onze staatsstructuur, de federale instellingen, zouden moeten aanpassen aan de gewijzigde omstandigheden, met daarin een specifieke rol voor de Senaat waarop ik nog terugkom.

Wij gaan uit van een fundamenteel ander concept, namelijk de vaststelling dat het federalisme zoals dat hier bestaat, mislukt is, gewoon omdat het in dit land niet kon lukken. Dat betekent niet dat federale staatsstructuren niet levensvatbaar zijn. Een federale staatsstructuur is mogelijk op twee voorwaarden. Het federalisme moet het resultaat zijn van onafhankelijke entiteiten die gezamenlijk iets willen doen én er moeten meer dan twee entiteiten zijn. Geen van beide voorwaarden is vervuld. De federale staatsstructuur is in ons land niet van onderuit gegroeid, zoals dat wel het geval is in Zwitserland, Duitsland, de Verenigde Staten. Daar is de federale structuur wel het resultaat van onafhankelijke entiteiten die wilden samenwerken. Ons federalisme is niet ontstaan uit centripetale krachten, maar uit middelpuntvliedende krachten, krachten dus die de zaken wilden uiteentrekken omdat ze ervan overtuigd waren dat ze wat ze zelf deden, beter zouden doen.

Het federalisme in ons land zal dan ook nooit slagen, vooral omdat het bij ons op een bijzonder eigenaardige manier tot stand is gekomen. Uiteindelijk is federalisme in zekere zin het opgeven van de macht van het getal. In ons land is het uitgerekend de meerderheid die naar federalisme gesnakt heeft, de meerderheid die in feite gevraagd heeft de macht van het getal op te geven omdat ze die macht eigenlijk nooit heeft kunnen uitspelen om te krijgen waar ze rechtmatig recht op had. Dat is de geschiedenis van de Vlaamse beweging en van de Vlaamse ontvoogding. Hoewel de Vlamingen in de meerderheid waren, zijn ze er blijkbaar niet in geslaagd te realiseren wat in elk ander land en voor elk ander volk als bijzonder evident zou worden beschouwd. Dat is zowat de thesis van Lode Claes die destijds zei: `Hoe is het mogelijk; wij hebben de macht van ons getal opgegeven in dit land!', terwijl Hugo Schiltz vond dat `wij niets anders konden doen dan kiezen voor het federalisme', wat niets anders is dan het opgeven van de macht van het getal.

Ook in Wallonië bestond de roep naar federalisme, maar dan vooral op sociaal-economisch gebied. Het federalisme is voor de Vlamingen dan ook een soort fuik geworden. Het breekpunt was volgens mij Leuven Vlaams, waar sommige Franstaligen nog altijd een trauma aan hebben overgehouden. Toen speelde voor één keer de macht van het getal en de Vlaamse meerderheid, maar toen heeft het establishment beslist het federalisme in te voeren om die meerderheid uiteindelijk te neutraliseren.

Die meerderheid is geneutraliseerd door de Grondwet van 1970 die, zoals mevrouw Van de Casteele terecht zegt, de grendelgrondwet wordt genoemd. Een aantal zaken kunnen namelijk niet gewijzigd worden zonder de toestemming van de twee grote gemeenschappen in dit land. Denk maar aan de bijzondere meerderheden, tweederde meerderheden wat de Grondwet betreft, alarmbelprocedures enzovoort. Vanaf dat ogenblik zijn we van staatshervorming naar staatshervorming gegaan vanuit twee verschillende visies. Aan Franstalige zijde een autonomie op sociaal-economisch vlak, die weliswaar wordt betaald met de centen van anderen, en aan de andere zijde de culturele autonomie. We hebben nu gemeenschappen en gewesten in een bijzonder ingewikkeld systeem, waaraan bijna niet meer kan worden gesleuteld omdat het te complex is.

Ik geef een voorbeeld: artikel 35 van de Grondwet is naar aanleiding van het Sint-Michielsakkoord ingevoerd. Artikel 35 en de residuaire bevoegdheden waren op dat ogenblik een beetje het zoethoudertje voor de Volksunie. In de Grondwet moest staan wat de bevoegdheden zijn van de federale staat en de rest zou automatisch naar de gemeenschappen en de gewesten gaan. In alle eerlijkheid vraag ik mij af hoe zoiets in godsnaam te realiseren is.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Dat is een karikatuur. Van de tien punten die toen door de Vlaamse Raad naar voren zijn geschoven zijn er uiteindelijk zeven gerealiseerd in het Sint-Michielsakkoord en dat was niet noodzakelijk een kwestie van Vlamingen tegen Walen. Wat de heer Van Hauthem er niet bij zegt is dat door een gebrek aan hiërarchie tussen de rechtsnormen en door het tot stand komen van het Verdrag van Maastricht en nadien het Verdrag van Amsterdam, er een rechtstreekse vertegenwoordiging tot stand is gekomen van de deelstaten in de Europese context. Ik zou dus niet van een zoethoudertje spreken.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Ik heb het over artikel 35.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Een dergelijk artikel behoort tot de mogelijkheden in elke gewone federale staat. Dat artikel uitvoeren is echter problematisch. Ik heb destijds een verslag gevraagd aan de professoren Rimanque, Van Orshoven en Velaers over de mogelijkheden tot uitvoering van artikel 35. Ik denk dat artikel 35 door de gewijzigde omstandigheden niet langer uitvoering kan krijgen en daarom willen we het ook voor herziening open stellen. Ik wil er wel aan herinneren dat in 1977 en 1978 de eerste weg die gevolgd werd het omgekeerde was van wat we nadien hebben gedaan. Eerst is er een toewijzing geweest van bevoegdheden aan het federale niveau, wat eigenlijk een anticipatieve uitvoering van artikel 35 zou kunnen genoemd worden. Pas nadien is het mechanisme veranderd. Kortom, daar is veel over te zeggen.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - In 1977-1978 bestond het Brussels Gewest nog niet.

Met gewesten en gemeenschappen die elkaar territoriaal al overlappen, is artikel 35 onuitvoerbaar. Een mooi principe, maar op het ogenblik onuitvoerbaar. Vanaf de staatshervorming van 1970 zijn we van staatshervorming naar staatshervorming gegaan, met twee constanten: bevoegdheden in ruil voor geld enerzijds en een verdere betonnering van de rechten van de Franstaligen anderzijds, meestal op de kap van de Brusselse Vlamingen en van de Vlamingen in de rand.

De staatshervorming van 1988 heeft gezorgd voor de grondwettelijke betonnering van de faciliteiten na de actie van mijnheer Happart, daarin gesteund door alle Franstalige partijen. Daardoor kunnen de faciliteiten niet meer worden afgeschaft zonder een tweederde meerderheid en een meerderheid in beide taalgroepen. Dat is altijd het mechanisme van staatshervormingen geweest. Nu men er niet meer uitraakt, kondigt men na de volgende verkiezingen een groot communautair debat aan. De heer Van den Brande moet toch weten dat de afspraken worden gemaakt bij de regeringsvorming en niet tijdens de regeerperiode. Ik stel vast dat niemand nog weet welke richting we nu uitgaan. Vier jaar lang is er gewerkt aan de resoluties van het Vlaams Parlement.

De heer Paul Wille (VLD). - Uw partij heeft zich onthouden.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Wij hebben ons inderdaad op sommige punten onthouden omdat de zaken werden opgedeeld om de socialisten mee te krijgen die wat de financiering van de gezondheidszorg betreft, tegen hebben gestemd.

Als ik de jongste maanden de Vlaamse partijen over die resoluties van 1999 bezig hoor, vraag ik mij af wat er nog van overblijft. De Franstaligen hoeven niet bang te zijn.

Naar aanleiding van dit constitutionele debat vragen wij ons af wat de meerwaarde van het Belgische staatsverband nog is. Van Franstalige kant zou men ermee rekening moeten houden dat meer en meer geledingen van de Vlaamse gemeenschap op een nuchtere en niet-romantische manier, de balans opmaken en zich afvragen wat de meerwaarde nog is van het Belgische staatsverband. In verschillende beleidsdomeinen leidt het altijd opnieuw tot immobilisme. Het gaat al lang niet meer over communautaire problemen alleen. Dat ziet men in Vlaanderen ook wel in, ook in de bedrijfswereld. De communautaire problemen, de taalproblemen, zijn er nog altijd maar daarnaast merken we in tal van maatschappelijke domeinen een verschil in visie, een verschil in cultuur. Dat is een vaststelling. De niet-splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde is een katalysator geweest. Aan Vlaamse kant vindt een heel grote meerderheid dat een splitsing niet meer dan rechtvaardig is. Ondanks de uitspraak van het hoogste juridische hof, weigert een minderheid de splitsing.

Wij wensen dus alle artikelen te herzien, niet omdat wij separatist zouden zijn. Separatisme is een negatieve term. Hoewel de heer Van den Brande een heel redelijk en samenhangend discours heeft gehouden, wordt hij door de heer Mahoux als cryptoseparatist afgescheept. Wij zien de ontbinding van België als een positief project. Laten we niet meer vastgeklonken zitten in een gedwongen huwelijk. Ik zie de heer Wille gniffelen. Ik zou hem willen vragen hoe het moet als het in een huwelijk niet meer gaat.

Het is beter uit elkaar te gaan dan elkaar te gijzelen.

De voorstellen van de regering omvatten niet veel nieuws. Het is een kopie van de lijst van 2003. Men wil de zogenaamde derdegeneratierechten in de Grondwet versterken. Op zich heb ik daar geen probleem mee. Ik zie er de goede bedoelingen van in, maar het zou ook wel eens tot conflicten en tot een systeem van gouvernement des juges kunnen leiden. De sociaal-economische rechten, de culturele rechten, het recht op een goed leefmilieu, het recht op wonen enzovoort zijn geen afdwingbare rechten. Ze werden naar aanleiding van het Sint-Michielsakkoord in artikel 23 van de Grondwet opgenomen met de goede bedoeling dat elke meerderheid er zo veel mogelijk zou naar streven die rechten te realiseren. Dat is een nobel doel. Als men echter nadien het Arbitragehof bevoegd maakt om de grondwettelijkheid op basis van de artikelen van titel II te toetsen, dan zou men wel eens een probleem kunnen krijgen.

Dat is al gebeurd met de geluidshinder rond Zaventem. Een rechter legde op basis van artikel 23 van de Grondwet een vliegverbod op, maar de minister van Verkeer repliceerde dat de werknemers van Zaventem naar de rechter zouden kunnen stappen om op basis van datzelfde artikel, namelijk het recht op arbeid, ook hun gelijk te halen.

Het Vlaams Belang heeft een andere optie, zonder de nobele doelstellingen over boord te gooien, namelijk een Grondwet met rechten en vrijheden die afdwingbaar zijn. Het is goed dat het Arbitragehof nu bevoegd is voor alle artikelen van titel II. Als men vroeger naar het Arbitragehof stapte om zijn recht op vrije meningsuiting af te dwingen, dan moest dat gebeuren op basis van de artikelen 10 en 11, wat een omweg was. Nu kan het rechtstreeks. Als men titel II zodanig uitbreidt, zonder intentieartikelen, dan is er een probleem met de afdwingbaarheid. Dan komt men misschien wel zonder het te willen in een systeem van een gouvernement des juges. Dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Voor een overdracht van bevoegdheden is niet altijd een grondwetsherziening nodig. Het kan ook via de bijzondere wet. In de motivering van de regering staat dat regionale en federale verkiezingen best zouden samenvallen. Het argument is dat de burgers te veel naar de stembus moeten gaan. Welnu, er waren in 1985 en 1987 parlementsverkiezingen, in 1988 gemeenteraadsverkiezingen, in 1989 verkiezingen voor de Brusselse Gewestraad en het Europees parlement en in 1991 parlementsverkiezingen.

Op zes jaar tijd waren er vijf verkiezingen. Niemand heeft ervoor gepleit om alle verkiezingen te doen samenvallen. Pleiten om alle verkiezingen te laten samenvallen gebeurt met een bepaalde bedoeling. De invoering van de rechtstreekse verkiezing voor het Vlaams Parlement met het Sint-Michielsakkoord had ook een doel, namelijk dat dit parlement zijn eigen dynamiek laten ontwikkelen, ook op het vlak van de staatshervorming. Dat was mogelijk omdat het Vlaams parlement nu eenmaal gelegitimeerd was door een rechtstreekse verkiezing en niet de afgeleide was van de federale Kamer en Senaat. De verkiezingen voor de verschillende niveaus nu opnieuw samenvoegen is een vorm van federale recuperatie. Het behoeft immers geen uitleg welke thema's in zulke verkiezingen zullen overheersen.

Nog een paar woorden over het tweekamerstelsel. Ik ben geen fetisjist van het éénkamerstelsel, noch van het tweekamerstelsel. Ik ben wel voorstander van een éénkamerstelsel, zonder de gebreken daarvan onder de mat te vegen, maar er zijn voorbeelden van zowel een tweekamerstelsel als van een éénkamerstelsel dat goed werkt, en ook van het omgekeerde. Veel hangt af van de mentaliteit waarmee die instellingen worden benaderd. Zolang het tweekamerstelsel bestaat, moeten beide parlementaire assemblees door de uitvoerende macht worden gerespecteerd. Dat was helemaal niet het geval voor de Senaat de voorbije vier jaar. De Senaat is als parlementaire assemblee geschoffeerd door de meerderheid. Dat staat volledig los van de fundamentele keuze voor een éénkamer- dan wel voor een tweekamerstelsel. De heer Mahoux zei dat de meerderheid soms eens iets te vlug heeft geëvoceerd en niet heeft geamendeerd om de termijnen te halen. Dat is niet waar. De meerderheid heeft het systeem van evocatie in feite zelf belachelijk gemaakt en onderuit gehaald. Er heerst een mentaliteit waarin instellingen en parlementaire procedures zo nodig worden misbruikt. De meerderheid heeft de procedures gewoon misbruikt. Hoe kan een normaal mens begrijpen dat een ontwerp wordt geëvoceerd met de bedoeling het zo vlug mogelijk niet te amenderen? Die werkwijze werd niet op het einde van een regeerperiode gevolgd, wanneer zoiets eventueel nog kan worden verantwoord, maar ze is vier jaar lang gevolgd. Ook de ministers, die staatssecretarissen naar de Senaat sturen die zelfs nog niet weten welk antwoord ze aan het voorlezen zijn, laat staan dat ze de taal ervan begrijpen, geven niet bepaald een blijk van respect voor de wetgevende macht, en dat is de Senaat uiteindelijk nog altijd, zelfs in zijn functie van controleorgaan. Is het de bedoeling van de meerderheid om de Senaat in een zodanig slecht daglicht te stellen dat hij later als overbodig kan worden afgedaan? Dat spel speel ik niet mee. Ik ben dan wel principieel voor een éénkamerstelsel, hoewel ik me bewust ben van de nadelen ervan, maar ik ga helemaal niet akkoord met de wijze waarop de meerderheid een parlementaire assemblee vier jaar lang heeft geschoffeerd.

In de discussie over de grondwetsherziening gaat het in feite niet over de vraag of we al dan niet een tweekamerstelsel behouden of we de Senaat gaan hervormen of afschaffen? Voor mij is het al duidelijk dat de Senaat niet wordt afgeschaft, maar zal worden omgevormd tot een paritaire instelling, een ontmoetingsplaats tussen gemeenschappen en gewesten.

Alsof die ontmoetingsplaatsen er nog niet zijn. De Kamer is op zich al een ontmoetingsplaats tussen de gemeenschappen, want ze is samengesteld volgens de taalgroepen. Met het Sint-Michielsakkoord kreeg de Senaat een wetgevende, controlerende taak en werd hij de ontmoetingsplaats voor de gemeenschappen. Wat heeft dit opgebracht? Van alle belangenconflicten werden er twee opgelost. Het idee om de Senaat niet meer rechtstreeks te verkiezen en samen te stellen uit leden van de gemeenschapsparlementen op basis van pariteit omdat België zogezegd een federale staat is, is volgens mij gewoon federale recuperatie. De vergelijking met de Verenigde Staten gaat niet op. Er zijn tweeënvijftig staten in de Verenigde Staten en twee senatoren per staat. Hier gaat alweer om een soort betonnering van het vetorecht van de minderheid in het land. Dat is de essentie zoals het ook de essentie is van het federalisme van de Belgische staat.

De heer Mahoux beweert dat de verhouding paritair moet zijn. Dat is de arrogantie van de macht. In de regeringsvoorstellen blijft de Senaat het initiatiefrecht, de bevoegdheden over de Grondwet, een aantal zaken van justitie en zelfs een evocatierecht ten aanzien van het verdragsrecht van de deelstaten behouden. Als dat geen federale recuperatie is, dan weet ik het niet meer. Wie nog geen flamingant is, wordt het als hij de heer Mahoux in al zijn arrogantie bezig hoort. Iemand zei dat de Parti socialiste veertig procent van de stemmen vertegenwoordigt. In Wallonië ja, maar niet voor het hele land. De PS heeft minder stemmen dan mijn partij, maar mijn partij heeft minder zetels dan de PS. Ook dat is België. Het is de logica van een federalisme dat op zich geen federalisme kan zijn omdat het vanaf het begin verkeerd geconstrueerd is. Het was vanaf het begin immers de bedoeling om de macht van het getal te fnuiken.

Met voorliggende lijst van artikelen tot herziening van de Grondwet komen we geen stap verder. Maar als men denkt dat het behoud van het status-quo, zal beletten dat de geesten evolueren, dan heeft men het verkeerd voor.

Mevrouw Van de Casteele las hier zowat haar politieke testament voor. Ze beweerde dat onze partij een `dood gewicht' is.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - U hebt dat zelf gezegd. U zei dat uw partij meer stemmen heeft dan de PS, maar dat u er niets mee kunt doen.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Ik heb de term `dood gewicht' niet gebruikt.

Samengevat is dat uw stelling, mevrouw Vande Casteele.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Dat is geen stelling van mij, dat is een vaststelling.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Neen, daarmee ben ik het niet eens. Dat is een stelling.

U zou immers veel meer kunnen doen. U zou dat dood gewicht kunnen mobiliseren. U zou er de Franstaligen op kunnen wijzen welk stemmenpercentage we vertegenwoordigen. Ik zou u bijna smeken om ons als stok achter de deur te gebruiken. Als u er echter zelf vanuit gaat dat we een dood gewicht zijn en de Franstaligen duidelijk maakt dat ze daarmee toch geen rekening moeten houden, dan staat u meteen in een zwakke positie.

Gebruik ons electoraal gewicht en wijs er de Franstaligen op dat we er de volgende keer misschien bij zullen zijn en we in dat geval een stap verder zullen willen doen als ze niet redelijk zijn.

Mevrouw Van de Casteele, volg ook eens dat denkspoor. Gebruik ons om uw eigen doelstellingen veel dichter te benaderen dan u ooit had kunnen dromen. U speelt de Franstaligen in de kaart door ons als dood gewicht voor te stellen.

Artikel 195 herzien om de verklaring tot herziening en de herziening zelf in een zelfde legislatuur te laten plaatsvinden is een punt van discussie en kan gevaarlijk worden. In ons globaal concept om alle artikelen voor herziening vatbaar te verklaren, speelt dat niet zo een belangrijke rol. Hoewel, zelfs in een onafhankelijke Vlaamse staat zou ik met dat principe vanuit inhoudelijk oogpunt ook wel problemen hebben. Het is inderdaad niet slecht om daarover de kiezer te laten oordelen, hoewel ik toegeef dat zulks in de praktijk een fictie is. De grondwet, ook al is dat een Vlaamse Grondwet, moet een democratische staat grondvesten, desgevallend een Vlaamse onafhankelijke staat. Over die kwestie moet men dus twee keer nadenken.

De standpunten zijn vandaag duidelijk naar voren gebracht. Men streeft naar een institutioneel status-quo, meer nog men bereidt een federale recuperatie voor door een paritaire Senaat met grondwetgevende bevoegdheid en met evocatierecht over het verdragsrecht van de deelstaten, voor te stellen. Met deze verklaring tot herziening van de Grondwet staan we geen stap verder, maar blijven we in het immobilisme steken. Voor ons niet gelaten, we hebben daarvoor genoeg gewaarschuwd.

Onze boodschap luidt anders. Laten we na de verkiezingen van 10 juni niet meer onderhandelen over de toekomst van het land, maar laten we onderhandelen over het verleden. Laten we aan tafel gaan zitten zoals de Tsjechen en de Slowaken hebben gedaan, op een perfect democratische manier een boedelscheiding afspreken en op een redelijke en ordentelijke manier elk onze eigen weg gaan.

Het zou niet de eerste keer zijn dan vechtende partners die uit de echt scheiden, de beste vrienden worden. Laten we elk onze eigen toekomst kiezen en ophouden met ter plaatste te trappelen. Laten we het pad verlaten van de vergeefse pogingen om een federaal systeem in stand te houden, dat in se van bij zijn ontstaan verkeerd geconcipieerd is.

Laten we over het verleden praten en ieder zijn verantwoordelijkheid geven in de Europese Unie. Als dat ooit gebeurt, zal men ons daarvoor binnen dertig, veertig of vijftig jaar nog dankbaar zijn.

Mevrouw Nathalie de T' Serclaes (MR). - Het zal niemand verbazen dat ik het over artikel 22bis heb.

Tijdens de vorige zittingperiode hebben wij een artikel 22bis in de Grondwet ingevoegd om te waarborgen dat het recht op eerbiediging van de morele, lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit van kinderen beschermd wordt. Talrijke sprekers hadden destijds de wens uitgesproken om de leidende principes van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind in de Grondwet op te nemen. De verklaring tot herziening van de Grondwet van 10 april 2003 voorzag in die mogelijkheid door artikel 22bis voor herziening vatbaar te verklaren om er een lid aan te kunnen aan toevoegen betreffende de bescherming van aanvullende rechten van het kind.

Ik heb een tekst ingediend die door de commissie diepgaand werd geanalyseerd, waarover de commissie hoorzittingen heeft georganiseerd en die geleid heeft tot een gemeenschappelijke tekst. Op 10 december 2004 heeft de Senaat die tekst nagenoeg eenparig aangenomen.

Sindsdien is er bijna niets meer gebeurd. Pas in december 2005 werd de door de Senaat goedgekeurde tekst na druk lobbywerk door de commissie voor herziening van de Grondwet onder het voorzitterschap van Kamervoorzitter Herman De Croo overgezonden aan een werkgroep die vragen ter zake van de volksvertegenwoordigers moest bespreken. Die werkgroep heeft snel doorgewerkt en heeft in maart 2006 verslag uitgebracht. Daarin werden alle technische kwesties uit de weg geruimd en zodoende bleef geen enkel belangrijk bezwaar tegen de tekst overeind. Het kwam de commissie toe om zelf de knoop door te hakken.

Sinds maart 2006 kwam er niet het minste schot meer in de zaak. We moesten wachten tot de laatste twee weken van de zittingsperiode voordat de tekst op de agenda verscheen. Doordat de Franstalige socialistische fractie afwezig was, werd de bespreking van de tekst, jammer genoeg, een eerste keer uitgesteld. De keer daarop was de minister van Justitie afwezig: de tekst is dus blijven steken en we moeten van nul beginnen, hoewel de Kamer meer dan voldoende tijd heeft gekregen om zich uit te spreken en zo nodig wijzigingen aan te brengen waar ze dat nuttig achtte.

Het spijt me te moeten vaststellen dat noch de regering, noch de Kamer het de moeite hebben gevonden om het dossier aan te pakken en af te ronden. Laten we er geen doekjes om winden, in de rechten van het kind zijn nog maar weinigen geïnteresseerd. De zaak-Dutroux ligt al ver achter ons; de prioriteiten zijn waarschijnlijk veranderd.

Een grondwettelijke bepaling verandert weliswaar de wereld niet, maar kan wel aantonen hoe belangrijk men een problematiek vindt. Zoals men kan lezen in het verslag van de Werkgroep van de Kamer levert de wijziging van artikel 22bis geen betekenisvolle juridische doorbraak op, maar brengt ze veeleer een belangrijke symbolische boodschap over de plaats die we geven aan kinderen en aan hun rechten in de Belgische samenleving.

De tekst van het uitgebreide artikel 22bis is de enige door de Senaat aangenomen grondwettekst die niet gedurende de lopende zittingperiode is afgerond. De Kamer heeft de bepalingen die wij hebben besproken geratificeerd. Ik denk met name aan de grondwettelijke benaming van het Arbitragehof en de duurzame ontwikkeling. Artikel 22bis is echter blijven steken. Ik betreur dat ten zeerste.

Bijgevolg hebben we op de valreep een amendement moeten goedkeuren op het ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet om gedurende de volgende zittingperiode artikel 22bis eventueel toch nog te kunnen herzien. Wat een verloren tijd voor de kinderen! Ik vind dat bijzonder betreurenswaardig en wilde dat vanop het spreekgestoelte beklemtonen.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Als intermezzo of als kers op de taart - dat mag u zelf kiezen - heeft mijn uiteenzetting geen betrekking op het voorstel van de meerderheid, maar op het voorstel van verklaring tot herziening van het decreet nr. 5 van 24 november 1830 betreffende de eeuwige uitsluiting van de familie Oranje-Nassau van enige macht in België.

De tekst van het voorstel dateert van 17 november 2003. Ik maakte toen nog geen deel uit van deze vergadering, anders had ik hem zeker medeondertekend. Eigenlijk is de tekst een kopie van een voorstel dat al op 6 december 2002 in de Senaat werd ingediend en heel eenvoudig luidt: `De kamers verklaren dat er reden bestaat tot herziening van het decreet nr. 5 van 24 november 1830 betreffende de eeuwige uitsluiting van de familie Oranje-Nassau van enige macht in België.'

Dit decreet is hopeloos verouderd, maar vooral manifest onrechtvaardig. Ik vraag me trouwens af of het nog wel compatibel is met de steeds strenger wordende antidiscriminatiewetgeving. Past het nog wel in onze tijd? Past het Belgische regime hier niet toe wat de nazi's de Sippenhaft noemden, het principe dat een hele familie verantwoordelijk was en gestraft kon worden voor de misstappen van één enkel lid?

Waarom één familie uitsluiten van de macht? Wat heeft Willem I van Oranje-Nassau, destijds vorst van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, misdaan? Was hij een massamoordenaar en zit die boosaardigheid in de genen of het bloed van de familie van Oranje-Nassau? Ik ben ervan overtuigd dat Willem I de beste vorst was die onze gewesten ooit hebben gekend.

België en Nederland bestaan intussen al 176 jaar als onafhankelijke staten naast elkaar. Achteraf gezien lijkt het wel alsof het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden niet meer is geweest dan een mislukt experiment, een dwaasheid van het Congres van Wenen, een staatkundige constructie die nooit levensvatbaar was en uiteindelijk wel tot een breuk moest leiden.

Pikant detail: het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden had een bicameraal parlementair stelsel en een van de kamers was paritair samengesteld. In elk Belgisch en belgicistisch geschiedenisboekje kan men lezen dat die paritaire samenstelling in het nadeel was van het meerderheidsvolk, het zuiden op dat ogenblik, en een van de argumenten vormde om uiteindelijk tot afscheiding en Belgische onafhankelijkheid te komen.

Nogal wat geschiedkundigen leggen een belangrijk deel van de schuld voor de scheiding bij koning Willem en zijn minister Van Maanen, die een te stroeve politiek zouden hebben gevoerd. Misschien is het tegendeel waar. Elke toegeving - en er werden heel veel toegevingen gedaan, tegen het einde zelfs op het vlak van de taalwetgeving - was voor de oppositie een aanmoediging om nieuwe eisen te stellen. Voor het Fransgezinde deel van de oppositie konden de toegevingen nooit voldoende zijn. Ze was gewoon uit op de vernietiging van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en op de aanhechting bij Frankrijk.

Anders dan Leopold I, die hier minzaam toekijkt, was Willem I, van wie de buste in een van de commissiezalen van de Kamer staat, wél en al vrij vroeg geïnteresseerd in de Zuidelijke Nederlanden. In 1789, het jaar van de Brabantse Omwenteling, vertrok een delegatie uit de Zuidelijke Nederlanden onder leiding van Hendrik Van der Noot naar het noorden om het bestuur van de Zuidelijke Nederlanden aan de familie van Oranje-Nassau aan te bieden. Als student schreef de latere koning Willem een scriptie over de beste regeringsvorm voor de Zuidelijke Nederlanden en ook tijdens zijn ballingschap liet de gedachte aan een hereniging hem niet los, hoewel op dat ogenblik Napoleon over heel Europa heerste en de kans op een hereniging dus heel klein was.

In 1796 schreef hij aan zijn moeder een brief over de hereniging van Noord en Zuid. Hij schreef: `Je désirais beaucoup cette réunion, qui a fait l'objet de mes voeux depuis sept ans, et c'est mon rêve le plus agréable que d'en supposer l'exécution.'

Die droom kwam achttien jaar later, in 1814, uit en zou zestien jaar duren. Koning Willem is de geschiedenis ingegaan als een koning die zijn tijd vooruit was, als een eenzame reus die zijn wat suffe onderdanen wakker schudde door zelf het goede voorbeeld te geven. Hij was een `liberale' monarch.

Koning Willem was de drijvende kracht achter dat koninkrijk. Zijn levensdoel was de stichting van een nieuwe, moderne en bloeiende staat. Hij was een actief man. De Amsterdamse rabbijn Carillon schreef: `Hij slijt zijne dagen niet in dwaze vermaken, in wellustige tijdsverdrijven, in jachtpartijen, zeetochtjes, serails en andere wulpse ijdelheden.'

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Zegt u dat in tegenstelling tot de huidige federale regering?

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Ik maak voortdurend de tegenstelling tussen het huis Oranje-Nassau en het huis Saksen-Coburg.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Ik maak de vergelijking met de federale regering.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Dat is ook een interessante vergelijking.

Koning Willem was een harde werker die van 's ochtends tot 's avonds stukken doornam. Zijn schoondochter Louise schreef over hem: `Hij heeft dag noch nacht rust en veroorlooft zich geen ledigheid dan wanneer hij aan tafel is.' Zelfs op zon- en feestdagen werkte de koning gewoon door.

De aanleg van land- en waterwegen waren voor hem een noodzakelijke voorwaarde om tot grotere welvaart te komen. Hij zorgde voor de heropening van de Antwerpse haven, de verdere ontwikkeling van de Antwerpse haven, het aanleggen van het Canal du Centre en het kanaal Gent-Terneuzen, het uitgraven van de Gentse haven, het graven van een kanaal tussen Brussel en Charleroi, het kanaliseren van de Samber, het aanleggen van in totaal 800 kilometer verharde wegen. Zelfs de Belgische geschiedschrijver Pirenne schreef: `In den vooravond van de omwenteling van 1830 schijnt het wel dat het Koninkrijk der Nederlanden de welvarendste staat van het Europese vasteland was. Die voorspoed komt ten voorschijn veel meer nog in zijn Belgisch dan in zijn Hollandsch gedeelte. België heeft zonder de minste twijfel in economisch opzicht veel meer voordeel gehaald dan zijn nabuur uit de versmelting.'

Ik heb het dan nog niet gehad over de oprichting van de eerste naamloze vennootschappen in onze contreien: de verzekeringmaatschappij Securitas in 1918, de oprichting van de Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt, de latere Société Générale, in 1822. Koning Willem steunde de familie Cockerill in Luik. Er was de oprichting van de Gentse Universiteit en de heroprichting van de Universiteit van Leuven, nadat ze door de Fransen was gesloten. De Pruisische gezant schreef in 1826 naar Berlijn dat koning Willem `zijn land rijk, gelukkig en bloeiend heeft gemaakt en naar buiten toe onafhankelijk en gerespecteerd.' Welke andere vorst kunnen we ons wensen?

In 1830 moet Koning Willem evenwel verdwijnen. Het huis van Oranje-Nassau moet weg. Daarom het verschrikkelijk decreet van de junta.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Ik verwijs naar de onlangs verschenen biografie van koningin Louise, waaruit duidelijk blijkt dat hij een uiterst trieste, droevige echtgenoot was, een nagenoeg onuitstaanbare zeurpiet. Dat doet uiteraard geen afbreuk aan zijn staatkundige prestaties.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Ook hij was een man die met de politiek getrouwd was. Dat kan misschien ook van ons worden gezegd. Het is nu kwart voor één 's nachts en we zijn nog in de Senaat.

Koning Willem moest in 1830 weg en Leopold van Saksen-Coburg, een compromisfiguur, kwam in de plaats. Hij was zowat de enige in Europa die aanvaardbaar was als koning van België, nadat een hele reeks andere figuren de revue waren gepasseerd. Hij was pas aanvaardbaar door zijn huwelijk met de Franse prinses Louise, als onderdeel van het compromis. Hij had eigenlijk niet zo veel zin in de troon van België. Hij had eerst de troon van Griekenland geweigerd en werd pas na grote financiële beloftes bereid gevonden koning van België te worden. Hij had weinig achting voor België. Hij noemde de Belgen `de meest onuitstaanbare creaturen die er bestaan'. Aan zijn kabinetchef schreef hij: `België heeft geen nationaliteit en gezien het karakter van zijn inwoners kan het er ook nooit een hebben. In feite heeft België geen politieke reden van bestaan.'

Met het separatisme, waarvoor daarnet nog werd gewaarschuwd en als des duivels wordt voorgesteld, was in 1830 niets mis. Integendeel. Het Belgische separatisme was een soort plan B, nadat plan A, de aanhechting bij Frankrijk, was mislukt. Dat plan B bestond in de oprichting van een Franstalige en op Frankrijk georiënteerde staat. Het separatisme was toen een perfecte doelstelling, vandaag wordt het als des duivels afgeschilderd.

Voor Vlaanderen was het opbreken van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden een ramp. Het was het afscheid van een middelgrote Europese mogendheid was, die vandaag 26 miljoen inwoners zou hebben geteld, waarvan 22 miljoen Nederlandstaligen. Indien het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was blijven bestaan, dan was Brussel niet verfranst geweest, hadden we geen problemen in Vlaams-Brabant en was er zelfs geen Vlaamse beweging nodig geweest, omdat de doelstellingen van de Vlaamse beweging overeenstemmen met de regeringspolitiek in het Koninkrijk der Nederlanden. Dan heb ik nog niet gesproken over het economisch verlies en het verlies op het gebied van taal en cultuur. In 1830 daalde de catastrofe op Vlaanderen en de Vlamingen neer.

Wat heeft de familie Oranje-Nassau ons misdaan? Niets. Integendeel! In het eenwordende Europa, in een wereld waar elke vorm van discriminatie wordt verbannen en discriminatie op grond van afkomst wordt verboden, is het niet langer houdbaar om die éne familie, het huis van Oranje-Nassau, uit alle gezagsfuncties te bannen.

De heer Berni Collas (MR). - Dat soort van discussies tussen Nederlands- en Franstaligen is voor ons, Duitstaligen, altijd leerrijk. Heel verhelderend zijn ze evenwel niet, want men weet nooit welke richting we uitgaan. U beslist over de toekomst van dit land.

Dat gezegd zijnde, zou ik twee zaken willen vaststellen. Eerst en vooral hebben onze collega's Wille en Delpérée een zeer goed verslag opgesteld, want ik vind er mijn weg in. Vervolgens kunnen drie van de vier punten van de resolutie die met eenparigheid door de Duitse Gemeenschap is goedgekeurd en die ik heb omgezet in een voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet, worden verwezenlijkt op voorwaarde dat daartoe ook na de verkiezingen de politieke wil bestaat.

Het vierde punt, waar we al vijftien jaar naar uitkijken, namelijk de overdracht van de bevoegdheden van de verkozen organen van de provincie naar de organen van de Duitstalige Gemeenschap, werd niet in de voorstellen opgenomen. We pleiten daarvoor omdat we een efficiënter beheer van de overheidsfinanciën wensen. We zijn van oordeel dat dit tussenniveau tussen de Gemeenschap en de negen gemeenten van haar grondgebied niet langer noodzakelijk is.

We moeten de mogelijkheden benutten die artikel 139 van de Grondwet biedt, namelijk bilaterale onderhandelingen tussen de Duitstalige Gemeenschap en het Waals Gewest, in de hoop dat we de principes van behoorlijk bestuur kunnen realiseren.

Vooral de Franstaligen heb ik hier veel over een paritaire Senaat horen spreken. Ik vraag me af welke plaats de Duitstaligen in zulke context mogen verwachten.

Bespreking van de voor herziening voorgestelde artikelen

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Ik zal een korte toelichting geven bij een aantal artikelen waarop ik in mijn algemene uiteenzetting niet ben ingegaan.

Ik vind het merkwaardig dat we bijna een atonale benadering hanteren van gemeenschappen en gewesten. Zelfs in federale staten waarvan de graad van decentralisatie of overdracht van bevoegdheden nauwelijks met de Belgische situatie te vergelijken is, hebben deelgebieden een grondwettelijke verankering.

Artikelen 1 tot en met 3 worden voor herziening vatbaar verklaard om duidelijk te maken dat België bestaat uit twee deelstaten, een bijzonder grondwettelijk gebied Brussel en een Duitstalige Gemeenschap. Het heeft mij altijd verbaasd dat een aantal van onze ministers op een ongedefinieerde wijze spreken over gemeenschappen en gewesten. Daarom vind ik dat grondwettelijk moet worden verankerd wat evident aanwezig is.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Voor een aantal artikelen is geen voorstel van verklaring tot herziening ingediend. Het betreft bijvoorbeeld de artikelen over de vergoedingen van de kamerleden en de senatoren, maar ook de artikelen over de samenstelling van de Senaat, in het bijzonder de bepaling over de senatoren van rechtswege, die nog altijd in de Grondwet staat. Niemand, noch de meerderheid noch de oppositie, wil daar iets aan veranderen. Over de rol van de koning is naar aanleiding van de incidenten van de voorbije twee jaar opnieuw de idee geopperd om de monarch een louter protocollaire rol toe te kennen, maar behalve het Vlaams Belang vraagt niemand de herziening van de artikelen die voor die omvorming nodig is.

Voor het overige heb ik zowel in de commissie als in de plenaire vergadering voldoende duidelijk uiteengezet waarom het Vlaams Belang alle artikelen van de Grondwet voor herziening vatbaar wil verklaren.

Mevrouw de voorzitter, aan collega Van Overmeire heb ik gevraagd om het boek dat hij over de periode van 1830 en over koning Willem heeft geschreven, aan u te overhandigen.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Bij contacten in een Europees of multilateraal kader begrijpt niemand de begrippen `gemeenschappen en gewesten'. De verklaring tot herziening van de artikelen 1 tot en met 3 hangt dus samen met de artikelen 4, 5, 6, 7, 33, 38, 39, 42 en 115 en moet in samenhang gelezen worden met onze verklaring tot herziening van artikel 35.

Wij willen de genderneutraliteit invoeren. Om hiervoor geen hele reeks artikelen in herziening te moeten stellen, stellen wij voor artikel 10, derde lid aan te passen. Wij vinden dat de Grondwet, de wetten, de decreten en de in artikel 134 bedoelde regelen genderneutraal dienen te worden geformuleerd.

De voorzitter. - Indien de door de commissie goedgekeurde tekst door de plenaire vergadering wordt goedgekeurd, vervalt dit amendement.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - We stemmen niet over amendementen. Er worden geen amendementen ingediend. We stemmen over de artikelen die op de verschillende lijsten voor herziening worden voorgesteld. Er wordt niet geamendeerd.

De voorzitter. - Als het voorstel van de commissie van verklaring tot herziening van een artikel wordt goedgekeurd, dan is het duidelijk dat de tegenvoorstellen vervallen.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Neen. Er werd mij gezegd dat vanmiddag op de vergadering van het Bureau duidelijke afspraken gemaakt zijn. Als die niet worden nagekomen, maak ik alle voorbehoud.

Er zijn twee methodes en ze hebben beide voor- en nadelen. Er werd afgesproken artikel per artikel, lijst per lijst, te stemmen. De referentie is niet wat in de commissie goedgekeurd werd. Mocht de voorzitter daarop terugkomen, dan vraag ik een schorsing.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - In het Bureau werd zelfs overeengekomen dat over de verschillende voorstellen, bijvoorbeeld op artikel 1, apart zou worden gestemd. Desnoods drie keer over hetzelfde artikel. Het kan niet dat, als een voorstel van de meerderheid wordt goedgekeurd, de rest vervalt.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - De collega's Van den Brande en Van Hauthem hebben gelijk. De motivering voor de herziening van een grondwetsartikel is belangrijk en kan verschillen van voorstel tot voorstel.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Wij willen artikel 180 in herziening stellen om de mogelijkheid te creëren om de voordrachten voor de leden van het Rekenhof ook door de deelstaten te laten gebeuren. Vlaanderen heeft nu, en dat geldt ook voor de andere deelgebieden, in het kader van de bestuurlijke hervorming een basisdecreet op de administratieve inrichting, een algemeen decreet op de adviesgeving en een comptabiliteitsdecreet, dat nog moet worden afgerond. De inwerkingtreding van dit laatste is om begrijpelijke redenen uitgesteld tot 2008. Het is dan ook nodig dat de deelgebieden worden betrokken bij de werkzaamheden van het Rekenhof. Ze moeten ook de mogelijkheid krijgen om zelf de regels te bepalen over het beheer van en de controle op hun financiën. De herziening van artikel 180 is geen communautaire kwestie, maar een kwestie van goed bestuur.

In alle federale staten behoort de bevoegdheid over de lokale politie tot de deelgebieden. Het was, ook gelet op de historische context, belangrijk om met het Octopusakkoord een aantal hervormingen door te voeren, maar daardoor werd vergeten dat in een normale bevoegdheidsverdeling de lokale politie een bevoegdheid van de deelstaten is. Daarom moet artikel 184 in herziening worden gesteld.

Ik wijs erop dat de huidige bepaling van decreet nr. 5 formeel in tegenstrijd is met het EVRM en de Europese regelgeving inzake het vrij verkeer van personen. Ik vind het buitengewoon storend dat een dergelijk decreet, dat de toets met de Europese regelgeving niet doorstaat, in de Belgische Grondwet overeind blijft. Ik denk niet dat velen vinden dat we moeten teruggaan naar de tijd van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, maar in het kader van goed nabuurschap en van algemene rechtsregels vind ik dat het decreet voor herziening vatbaar moet worden verklaard, zodat het uit de Grondwet kan worden geschrapt.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Ik zou de precieze waarde van het commissiewerk willen kennen. We hebben een reeks teksten besproken, waaronder het ontwerp van de regering. De voorstellen van de commissieleden werden behandeld als amendementen op het regeringsontwerp aangezien het wijzigingen aan de te herziene artikelen betreft. De commissie heeft gestemd en de heren Delpérée en Wille hebben uitstekend verslag uitgebracht.

Toch heb ik vragen bij de gevolgde procedure. De plenaire vergadering beschouwt blijkbaar al het werk van de commissie als niet bestaand, tenzij ze alle voorgelegde teksten beschouwt als teksten die na de goedkeuring van het verslag zijn ingediend.

Ik zou willen weten of dat al dan niet het geval is. Met andere woorden zijn de op de banken rondgedeelde teksten de door de commissie verworpen amendementen die ter informatie aan de plenaire vergadering worden meegedeeld? Of vormen ze een uitzondering op de regel en zijn het amendementen ingediend na de goedkeuring van het verslag?

De voorzitter. - Het zijn geen amendementen, mijnheer Mahoux.

De heer Philippe Mahoux (PS). - De teksten zijn in commissie besproken, mevrouw de voorzitter. Ik zou willen dat men tegen morgen nakijkt hoe we in vorige zittingperiodes te werk zijn gegaan.

De voorzitter. - Voor alle duidelijkheid, we moeten stemmen over de ingediende teksten. Het ligt voor de hand dat een aantal stemmingen morgen identiek zullen uitvallen en dat iedereen daarmee rekening zal houden.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - De heer Mahoux heeft gelijk dat er duidelijkheid moet zijn. Mij werd evenwel gezegd dat we artikel per artikel zouden stemmen en dat er geen amendementen worden ingediend. Er werden trouwens soms vanuit een heel andere context verschillende voorstellen gedaan om een artikel voor herziening vatbaar te verklaren.

De voorzitter. - Ik zal een advies vragen aan onze juridische dienst.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Ik begrijp dat de heer Mahoux vraagt wat de waarde is van wat in de commissie gebeurd is. Ik vind dat een redelijke vraag. Er moet natuurlijk waarde worden gehecht aan bepalingen die in een commissie een meerderheid hebben gehaald. Daarom zeggen wij heel duidelijk dat niets vervalt en dat is ook de afspraak.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Mevrouw de voorzitter, u zegt dat u advies zult vragen aan de juridische dienst. Ons werd gezegd dat we geen amendementen moesten indienen. Als u nu zegt dat u tegen morgen advies zult vragen, moeten we eventueel wel de mogelijkheid krijgen onze voorstellen als amendement in te dienen.

De heer Renaat Landuyt, minister van Mobiliteit. - Ik heb enorm genoten van de commissiewerkzaamheden en van de uiteenzettingen in de plenaire vergadering. Ik heb daar niets aan toe te voegen.

-De bespreking is gesloten.

-De stemmingen over het ontwerp en over de voorstellen van verklaring tot herziening van de Grondwet hebben later plaats.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergadering vindt plaats vrijdag 27 april om 10 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 01.30 uur.)

Berichten van verhindering

Afwezig met bericht van verhindering: de heer Chevalier, in het buitenland, de heer Cheffert, om gezondheidsredenen, de heren Dedecker en Wilmots, wegens andere plichten.

-Voor kennisgeving aangenomen.

Bijlage

Naamstemmingen

Stemming 1

Aanwezig: 55
Voor: 14
Tegen: 37
Onthoudingen: 4

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Francis Delpérée, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux, Josy Dubié, Isabelle Durant.

Stemming 2

Aanwezig: 55
Voor: 14
Tegen: 37
Onthoudingen: 4

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Francis Delpérée, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Michel Delacroix, Francis Detraux, Josy Dubié, Isabelle Durant.

Stemming 3

Aanwezig: 55
Voor: 41
Tegen: 0
Onthoudingen: 14

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 4

Aanwezig: 55
Voor: 53
Tegen: 0
Onthoudingen: 2

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Josy Dubié, Isabelle Durant.

Stemming 5

Aanwezig: 55
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 6

Aanwezig: 55
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 7

Aanwezig: 54
Voor: 9
Tegen: 45
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 8

Aanwezig: 55
Voor: 14
Tegen: 41
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 9

Aanwezig: 56
Voor: 9
Tegen: 47
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 10

Aanwezig: 55
Voor: 14
Tegen: 41
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 11

Aanwezig: 54
Voor: 9
Tegen: 40
Onthoudingen: 5

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 12

Aanwezig: 56
Voor: 14
Tegen: 42
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 13

Aanwezig: 55
Voor: 8
Tegen: 47
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 14

Aanwezig: 56
Voor: 14
Tegen: 42
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 15

Aanwezig: 55
Voor: 9
Tegen: 41
Onthoudingen: 5

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 16

Aanwezig: 56
Voor: 9
Tegen: 47
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 17

Aanwezig: 56
Voor: 9
Tegen: 42
Onthoudingen: 5

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 18

Aanwezig: 53
Voor: 12
Tegen: 41
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 19

Aanwezig: 56
Voor: 9
Tegen: 42
Onthoudingen: 5

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 20

Aanwezig: 55
Voor: 9
Tegen: 41
Onthoudingen: 5

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 21

Aanwezig: 56
Voor: 14
Tegen: 42
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 22

Aanwezig: 54
Voor: 11
Tegen: 43
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Francis Detraux, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 23

Aanwezig: 55
Voor: 9
Tegen: 41
Onthoudingen: 5

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 24

Aanwezig: 55
Voor: 14
Tegen: 41
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 25

Aanwezig: 53
Voor: 9
Tegen: 44
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 26

Aanwezig: 56
Voor: 9
Tegen: 42
Onthoudingen: 5

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 27

Aanwezig: 56
Voor: 9
Tegen: 47
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 28

Aanwezig: 57
Voor: 14
Tegen: 43
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 29

Aanwezig: 57
Voor: 14
Tegen: 43
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 30

Aanwezig: 57
Voor: 9
Tegen: 48
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 31

Aanwezig: 57
Voor: 9
Tegen: 43
Onthoudingen: 5

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 32

Aanwezig: 57
Voor: 43
Tegen: 9
Onthoudingen: 5

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 33

Aanwezig: 56
Voor: 8
Tegen: 48
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 34

Aanwezig: 57
Voor: 14
Tegen: 41
Onthoudingen: 2

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Francis Detraux, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Luc Van den Brande.

Stemming 35

Aanwezig: 57
Voor: 43
Tegen: 9
Onthoudingen: 5

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 36

Aanwezig: 56
Voor: 14
Tegen: 42
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 37

Aanwezig: 54
Voor: 9
Tegen: 45
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 38

Aanwezig: 56
Voor: 14
Tegen: 42
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 39

Aanwezig: 55
Voor: 14
Tegen: 41
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 40

Aanwezig: 55
Voor: 9
Tegen: 46
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 41

Aanwezig: 56
Voor: 14
Tegen: 42
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 42

Aanwezig: 56
Voor: 9
Tegen: 47
Onthoudingen: 0

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 43

Aanwezig: 55
Voor: 42
Tegen: 9
Onthoudingen: 4

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe.

Stemming 44

Aanwezig: 56
Voor: 42
Tegen: 9
Onthoudingen: 5

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 45

Aanwezig: 56
Voor: 14
Tegen: 38
Onthoudingen: 4

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Francis Delpérée, Josy Dubié, Isabelle Durant, Clotilde Nyssens.

Stemming 46

Aanwezig: 56
Voor: 40
Tegen: 0
Onthoudingen: 16

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Francis Detraux, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 47

Aanwezig: 56
Voor: 40
Tegen: 0
Onthoudingen: 16

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Francis Detraux, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 48

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 49

Aanwezig: 54
Voor: 54
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 50

Aanwezig: 57
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 1

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Michel Delacroix.

Stemming 51

Aanwezig: 56
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 52

Aanwezig: 56
Voor: 44
Tegen: 5
Onthoudingen: 7

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Sabine de Bethune, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 53

Aanwezig: 55
Voor: 53
Tegen: 0
Onthoudingen: 2

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Josy Dubié, Isabelle Durant.

Stemming 54

Aanwezig: 55
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 55

Aanwezig: 55
Voor: 38
Tegen: 10
Onthoudingen: 7

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Josy Dubié, Isabelle Durant, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Wim Verreycken.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Francis Delpérée, Clotilde Nyssens, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 56

Aanwezig: 56
Voor: 51
Tegen: 0
Onthoudingen: 5

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Sabine de Bethune, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 57

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 58

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 59

Aanwezig: 57
Voor: 41
Tegen: 5
Onthoudingen: 11

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Sabine de Bethune, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Francis Detraux, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 60

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 61

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 62

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 63

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 64

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 65

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 66

Aanwezig: 55
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 67

Aanwezig: 57
Voor: 48
Tegen: 9
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 68

Aanwezig: 55
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 69

Aanwezig: 57
Voor: 48
Tegen: 0
Onthoudingen: 9

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 70

Aanwezig: 57
Voor: 42
Tegen: 11
Onthoudingen: 4

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Josy Dubié, Isabelle Durant, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Onthoudingen

Francis Delpérée, Clotilde Nyssens, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 71

Aanwezig: 56
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 72

Aanwezig: 57
Voor: 39
Tegen: 9
Onthoudingen: 9

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Francis Detraux, Clotilde Nyssens, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Josy Dubié, Isabelle Durant, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 73

Aanwezig: 55
Voor: 46
Tegen: 9
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 74

Aanwezig: 56
Voor: 47
Tegen: 0
Onthoudingen: 9

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, François Roelants du Vivier, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Nele Jansegers, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Indiening van een voorstel

Het volgende voorstel werd ingediend:

Voorstel tot herziening van de Grondwet

Herziening van artikel 150 van de Grondwet

(Verklaring van de wetgevende macht, zie "Belgisch Staatsblad" nr. 128, tweede uitgave, van 10 april 2003) (van de heer Philippe Mahoux; Stuk 3-2446/1).

-Dit voorstel zal worden vertaald, gedrukt en rondgedeeld.

-Dit voorstel zal worden verzonden naar de Commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

In overweging genomen voorstellen

Wetsvoorstellen

Artikel 77 van de Grondwet

Wetsvoorstel tot wijziging van het Kieswetboek, met het oog op de invoering van het stemmen via internet voor de Belgen die in het buitenland verblijven (van de heer Alain Destexhe; Stuk 3-2425/1).

-Te verzenden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 12 januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu (van de heer Bart Martens c.s.; Stuk 3-2442/1).

-Te verzenden naar de commissie voor de Justitie.

Artikel 81 van de Grondwet

Wetsvoorstel tot invoering van een door de rechter opgelegde behandeling zodra de veroordelingsbeslissing voor plegers van seksuele misdrijven definitief is en van mobiel elektronisch toezicht door middel van een enkelband, bij hun invrijheidstelling (van mevrouw Christine Defraigne en de heer Alain Destexhe; Stuk 3-2424/1).

-Te verzenden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsvoorstel tot hervorming van het Hof van Assisen (van de heer Philippe Mahoux; Stuk 3-2426/1).

-Te verzenden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsvoorstel tot uitbreiding van de tax shelter-regeling tot de ontwikkeling en de productie van letterkundige werken (van de heer Philippe Mahoux; Stuk 3-2447/1).

-Te verzenden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Voorstel van resolutie

Voorstel van resolutie tot invoering van een Label Gelijkheid en Diversiteit (van mevrouw Fatma Pehlivan; Stuk 3-2445/1).

-Te verzenden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Evocaties

De Senaat heeft bij boodschappen van 20, 23, 24, 25 en 26 april 2007 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die datum, van:

Wetsontwerp betreffende de oprichting van een commerciële vastgoedmaatschappij door de Staat (Stuk 3-2415/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp betreffende bepaalde bankdiensten (Stuk 3-2416/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2006 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E voor het kalenderjaar 2007 (Stuk 3-2417/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het instellen van een immuniteit van tenuitvoerlegging ten overstaan van tegoeden van buitenlandse centrale banken en internationale monetaire autoriteiten (Stuk 3-2418/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsontwerp betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten (Stuk 3-2419/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 11 augustus 1987 houdende waarborg van werken uit edele metalen (Stuk 3-2421/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles (Stuk 3-2422/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet (Stuk 3-2423/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Ontwerp van programmawet (Stuk 3-2427/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de volgende commissies:

-commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden;

-commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (Stuk 3-2429/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de volgende commissies:

-commissie voor de Justitie;

-commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsontwerp waarbij de bevoegdheid om toegang te verlenen tot de informatiegegevens van het wachtregister en van het register van de identiteitskaarten toevertrouwd wordt aan het sectoraal comité van het Rijksregister (Stuk 3-2431/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsontwerp op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten (Stuk 3-2432/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsontwerp houdende dringende spoorwegbepalingen (Stuk 3-2434/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008 (Stuk 3-2436/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de volgende commissies:

-commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden;

-commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid (Stuk 3-2437/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsontwerp houdende diverse arbeidsbepalingen (Stuk 3-2438/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen (Stuk 3-2439/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten (Stuk 3-2440/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 190 van het Wetboek diverse rechten en taksen, wat het bedrag betreft van de belasting voor aanplakking en de betaling ervan (Stuk 3-2441/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen (Stuk 3-2444/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle voor wat betreft de financiering van het Agentschap (Stuk 3-2448/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Niet-evocatie

Bij boodschap van 26 april 2007 heeft de Senaat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers terugbezorgd, met het oog op de bekrachtiging door de Koning, het volgende niet geëvoceerde wetsontwerp:

Wetsontwerp betreffende de minimale technische veiligheidsnormen voor tunnels in het trans-Europese wegennet (Stuk 3-2420/1).

-Voor kennisgeving aangenomen.

Boodschappen van de Kamer

Bij boodschappen van 25 april 2007 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat overgezonden, zoals ze ter vergadering van dezelfde dag werden aangenomen:

Artikel 77 van de Grondwet

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 26 maart 2003 houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen inzake het waardevast beheer van in beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties (Stuk 3-2428/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (Stuk 3-2430/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (Stuk 3-2433/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsontwerp dat de tenuitvoerlegging beoogt te waarborgen van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000, van het Europees Verdrag van Luxemburg van 20 mei 1980 betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, en van Verdrag van 's-Gravenhage van 25 oktober 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (Stuk 3-2435/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Mededeling van koninklijke besluiten

Bij brief van 24 april 2007 heeft de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid aan de Senaat overgezonden, vóór de publicatie in het Belgisch Staatsblad, overeenkomstig de artikelen 102 en 103, §1, van de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen, volgende koninklijke besluiten:

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wereldvrouwenconferentie in Peking 1995

Met toepassing van artikel 2 van de wet van 6 maart 1996 zendt de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen aan de Senaat over, het verslag voor het jaar 2004-2005.

-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging en naar het Adviescomité voor gelijke kansen voor vrouwen en mannen.

Arbitragehof - Arresten

Met toepassing van artikel 113 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Arbitragehof - Prejudiciële vragen

Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof aan de voorzitter van de Senaat kennis van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Arbitragehof - Beroepen

Met toepassing van artikel 76 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Hof van Beroep

Bij brief van 17 april 2007 heeft de eerste voorzitter van het Hof van Beroep te Luik, overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het activiteitenverslag 2006 van het Hof van Beroep te Luik, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 23 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Rechtbank van koophandel

Bij brief van 23 april 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Charleroi overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2006 van de Rechtbank van koophandel te Charleroi, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 27 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Rechtbank van eerste aanleg

Bij brief van 6 april 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk overeenkomstig artikel 340, §2, 2º lid van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 26 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Arbeidsrechtbank

Bij brief van 18 april 2007 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbanken te Kortrijk-Ieper-Veurne overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Arbeidsrechtbanken te Kortrijk-Ieper-Veurne, goedgekeurd tijdens hun algemene vergadering van 20 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Economische Overheidsbedrijven - Infrabel

Bij brief van 26 april 2007 heeft de Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken, overeenkomstig de artikelen 23, §6 en 27, §3, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, aan de Senaat overgezonden, het verslag in toepassing van titel III van voormelde wet voor het dienstjaar 2005.

-Verzonden aan de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Economische Overheidsbedrijven - NMBS

Bij brief van 26 april 2007 heeft de staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken, overeenkomstig artikel 230, §5, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, aan de Senaat overgezonden, de jaarverslagen voor 2004 en 2005.

-Verzonden aan de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Economische Overheidsbedrijven - NMBS Holding

Bij brief van 26 april 2007 heeft de Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken, overeenkomstig de artikelen 23, §6 en 27, §3, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, aan de Senaat overgezonden, het verslag in toepassing van titel I en V van voormelde wet voor het dienstjaar 2005.

-Verzonden aan de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer

Bij brief van 24 april 2007 heeft de Voorzitter van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, overeenkomstig artikel 28 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, het voor eensluidend verklaard afschrift over, in het Nederlands en in het Frans, van het huishoudelijk reglement, goedgekeurd door de commissie tijdens de vergadering van 11 april 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Europees Parlement

Bij brief van 23 april 2007 heeft de voorzitter van het Europees Parlement aan de Senaat overgezonden:

aangenomen tijdens de vergaderperiode van 28 en 29 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging en naar het Federaal Adviescomité voor Europese Aangelegenheden.

Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas

Bij brief van 25 april 2007 heeft de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, overeenkomstig artikel 23, §3, van de wet van 29 april 1999 aan de Senaat overgezonden, het jaarverslag van de Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas voor het jaar 2006.

-Verzending naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.