3-143

3-143

Belgische Senaat

3-143

Handelingen - Nederlandse versie

VRIJDAG 23 DECEMBER 2005 - OCHTENDVERGADERING


Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.


Ontwerp van programmawet (Stuk 3-1492) (Evocatieprocedure)

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de belastbare materie bepaald in artikel 94, 1º, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen inzake de belasting op de inverkeerstelling (Stuk 3-1494)

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (Stuk 3-1493) (Evocatieprocedure)

Voorstel van resolutie betreffende de politieke toestand in Iran en de betrekkingen van dat land met de Europese Unie (van de heer François Roelants du Vivier, Stuk 3-1057)

Voorstel van resolutie betreffende het bewind in Iran en de oppositie ertegen (van de heer Staf Nimmegeers c.s., Stuk 3-1065)

Verwelkoming van een groep jongeren

Voorstel van resolutie betreffende de politieke toestand in Iran en de betrekkingen van dat land met de Europese Unie (van de heer François Roelants du Vivier, Stuk 3-1057)

Voorstel van resolutie betreffende het bewind in Iran en de oppositie ertegen (van de heer Staf Nimmegeers c.s., Stuk 3-1065)

Voorstel van resolutie over de toestand in Ethiopië (van mevrouw Sabine de Bethune c.s., Stuk 3-1470)

Voorstel van resolutie over de situatie in Ethiopië (van de heer Christian Brotcorne c.s., Stuk 3-1471)

Berichten van verhindering

Bijlage


Voorzitter: mevrouw Anne-Marie Lizin

(De vergadering wordt geopend om 10.10 uur.)

Ontwerp van programmawet (Stuk 3-1492) (Evocatieprocedure)

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de belastbare materie bepaald in artikel 94, 1º, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen inzake de belasting op de inverkeerstelling (Stuk 3-1494)

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (Stuk 3-1493) (Evocatieprocedure)

De voorzitter. - Ik stel voor deze wetsontwerpen samen te bespreken. (Instemming)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Mevrouw Pehlivan, mevrouw Talhaoui, de heren Mahoux en Van Nieuwkerke, rapporteurs over het ontwerp van programmawet en over het ontwerp van bijzondere wet, verwijzen naar hun schriftelijk verslag.

De heren Willems, Galand en Cornil, mevrouw De Schamphelaere en mevrouw Talhaoui, rapporteurs over het wetsontwerp houdende diverse bepalingen, verwijzen naar hun schriftelijk verslag.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - We hebben vanochtend de eer een staatssecretaris onder ons te hebben voor het debat over de programmawet. Wanneer het over de essentie gaat, moet het debat in de Senaat blijkbaar worden gedood. Colloquia en tentoonstellingen zijn veel belangrijker dan een politiek debat over maatregelen die de essentie van het regeringsbeleid moeten vertalen.

De bespreking van programmawetten of daarmee samenhangende wetten geeft telkens aanleiding tot een ongelooflijke tijdsdruk. Dat is niet de schuld van de oppositie. Ik heb in de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden een gericht betoog van 45 minuten gehouden over de fiscale regularisatie. Ik stel vast dat dit werd samengevat in vier alinea's waarin geen enkel van mijn argumenten werd weergegeven. Deze wijze van het weergeven van argumenten van de oppositie in een verslag over een dergelijk belangrijke materie ervaar ik als een tekortkoming. Ik verwijt de rapporteur niets persoonlijk, want is het gevolg van de wijze waarop in het Parlement thans belangrijke punten worden aangepakt. Ook de media melden dat de wijze waarop het Parlement, en de Senaat in het bijzonder, deze week al deze belangrijke ontwerpen moet behandelen de zoveelste illustratie is van de visie van paars op het beleid. Paars is in 1999 aan het bewind gekomen met het voornemen een breekpunt te zijn in de politieke geschiedenis van ons land. Paars streefde een totaal nieuwe aanpak na, zowel wat de verbale presentatie als de beleidsopties betreft, een vorm van politiek radicalisme die moest leiden tot een nieuwe politieke cultuur.

Met een cocktail van beelden, voorstellen en maatregelen diende te worden geïllustreerd wat de gangbare opinie moet zijn en wat politiek correct is, namelijk de opvatting van de meerderheid. Het voeren van oppositie zou in se al het bewijs zijn van niet politiek correct denken. Dat heeft geleid tot ideologische of politieke polarisering over concrete politieke problemen, die door de aanwezigheid van het Vlaams Belang in het Vlaamse politieke landschap niet is verzacht. Voor de meerderheid betekent dit dat de wijze waarop men de politieke tegenstrever aanziet en aanpakt ook fundamenteel is veranderd. Het komt erop aan de politieke tegenstander te destabiliseren en in ieder geval de oppositie geen ruimte te geven om echt deel te nemen aan het politieke debat.

Daaruit volgt een negatieve visie op het politieke debat als zodanig, want de publiciteit van dat debat moet erop gericht zijn die nieuwe politieke cultuur en die nieuwe opvattingen naar voren te brengen. Het is een objectief gegeven dat de politieke rol van het parlement verder wordt afgezwakt. Ik laat nog even buiten beschouwing of dit zo bedoeld is of een louter gevolg is. Enkel in het parlement is de oppositie nog aan het woord, maar als het de bedoeling is om de tegenstrever geen zuurstof te geven om politiek te ademen, moet het debat worden voorgesteld als overbodig. Dus: de Senaat is overbodig, alsof de 87 parlementsleden van het Brusselse Gewest een veel hoger niveau zouden bereikt hebben dan de 71 senatoren.

Dat is de reden voor al die minachtende verklaringen vanwege mensen van wie vroeger gedacht werd dat ze opkwamen voor democratische waarden en die nu het parlementaire debat en de manier waarop het verloopt ontkennen en a priori discrediteren. Iedere toespraak op deze tribune wordt bijgevolg als totaal nutteloos en feitelijk ongepast aangezien. De achterliggende filosofie gaat terug tot een bepaalde visie op de politiek die naar mijn mening zowel in de maatregelen als in de stijl van deze regering tot uiting komt. Het betreft de visie van Carl Schmitt, die soms wordt aangezien als de grote nazi-jurist en die zegt dat men alles bipolair moet bekijken: in de economie is er winst of verlies, in de moraal is er goed of kwaad, in de esthetische benadering is er mooi of lelijk.

Dat is ook zo in de politiek: je hebt de aanhanger en de tegenstrever. Die tegenstrever moet je als de vijand bekijken en je moet je niet laten leiden door idealisten als Montesquieu of de Tocqueville die het hebben over de scheiding der machten en het respect voor de tegenstrever, of over de redelijkheid in de parlementaire democratie.

De tegenstander is de vijand en de vijand moet worden vernietigd. Dat is in het kort de theorie van Carl Schmitt, die in feite de opvattingen van Hobbes en Machiavelli overneemt. Mensen zijn zeer pragmatisch. Ze laten zich gemakkelijker leiden door individuele materiële voordelen dan door een ideologische of ideële voorstelling van het algemeen welzijn. Men moet de laagste instincten van de mensen herkennen en ze manipuleren. De politieke tegenstrever moet daarom met brutaal geweld worden aangepakt. De politiek heeft immers maar één doel: winnen en de tegenstrever doen verliezen. Een dergelijke opvatting verschilt volledig van de stelling dat in de politiek een redelijk debat moet kunnen plaatsvinden, dat winnen of verliezen niet noodzakelijk altijd absoluut moet worden nagestreefd en dat een andere aanpak mogelijk is.

Deze fundamentele cesuur is niet alleen in België, maar ook in het buitenland in het politieke discours merkbaar. De voorstelling van de politiek in de media waar alles in 20-secondenboodschappen moet worden verpakt, werkt die bipolaire benadering van de politiek in de hand.

Dat betekent concreet dat ook de vorm van het politieke debat fundamenteel moet worden veranderd. Ten eerste moeten de argumenten ad hominem worden geactiveerd. Dat is typisch paars: de politieke analyse van mevrouw Van den Bossche komt neer op een aanval op de Nederlandse minister-president Balkenende en de minister van Justitie Donner - die in Nederland is uitgeroepen tot minister van het jaar - en dit niet met objectieve argumenten, maar met commentaar op het kapsel, de kledij, de vorm van de das. Onder het mom van de politieke correctheid van het pluralisme en de tolerantie zal iedereen zich uiteindelijk, net als onder Mao Tse-Tung, op dezelfde manier moeten gaan kleden. De kledij is dan de uiting van de ideologische superioriteit of inferioriteit om aan politiek te doen. Dat is een typische toepassing van de onderrichtingen van Carl Schmitt.

Vervolgens moet de uitvoerende macht worden versterkt, waardoor alleen de regering een politieke rol speelt. Met de rest hoeft niet te veel rekening te worden gehouden: dat zijn babbelaars die niets nuttigs doen. Het gaat om de macht, het gebruik van de macht. Wie de macht heeft, moet ze gebruiken. Alle middelen zijn goed om aan de macht te komen en eens de macht in handen, moet men met alle middelen aan de macht blijven.

In deze analyse moet de uitvoerende macht dan ook alle trucs gebruiken. Om begin volgend jaar een begroting in evenwicht te kunnen voorstellen, moeten alle onroerende goederen van België - het nieuwe justitiepaleis van Antwerpen zelfs de dag voor Kerstmis - worden verkocht. De middelen en de beoordeling van de gebruikte middelen spelen geen rol. Alleen het resultaat is belangrijk in het machtsdenken.

In die zin is paars inderdaad een cesuur: paars betekent een belangrijke verandering in de wijze waarop aan politiek wordt gedaan. De manier waarop in één week de commissies en de plenaire vergadering zowel een programmawet, een wet diverse bepalingen en een wet bijzondere opsporingstechnieken moeten behandelen, is een parlement onwaardig.

Als oppositielid kan ik dat alleen maar aanklagen. Ik bekijk al die nummertjes van democratische verontwaardiging van de leden van de meerderheid dan ook met scepticisme. In het debat over de invulling van het parlementaire mandaat en het parlementaire debat, dat essentieel een debat is tussen meerderheid en oppositie, blijven de leden van de meerderheid vaak in gebreke.

Dat bleek eens te meer bij de bespreking van de programmawet in de commissie. De leden van de meerderheid hadden de instructie gekregen dat ze het woord niet mochten nemen. Minister Reynders hoefde ook niet te antwoorden op de argumenten van de oppositie, want hij heeft als minister per definitie gelijk en de oppositie heeft per definitie ongelijk. Dat is alweer een voorbeeld van de opvatting van Carl Schmitt dat wie politieke macht heeft, per definitie gelijk heeft.

Een parlementaire democratie kan niet op een dergelijke wijze werken omdat hierdoor ook de kwaliteit van de samenleving wordt aangetast. De politiek heeft een zeer grote voorbeeldfunctie. Plato en Aristoteles hadden dat al zeer goed aangevoeld met de stelling dat `de rust en de orde in de geest en het hart van de mensen wordt bevorderd door de rust en de orde in de samenleving, de politieke organisatie.' Als het politieke debat enkel en alleen op grond van het machtsdenken wordt gevoerd en de normen niet langer essentieel zijn, dan leidt dat tot onrust in de samenleving en mogelijk ook tot politieke verschuivingen.

Dat is misschien een hooggestemde gedachte op een vrijdagmorgen, maar die Gedanken sind frei. De oppositie kan die gedachte enkel maar naar voren brengen voor het verslag. Ik kan er op rekenen dat het verslag van de plenaire vergadering volledig is in tegenstelling tot dat van de commissie waar mijn woorden zijn gecensureerd.

De eenmalige bevrijdende aangifte is een illustratie van de manier waarop in ons land nu aan politiek wordt gedaan. De regering gaat enkel en alleen uit van het machtsdenken en laat zich niet leiden door het rechtvaardigheidsgevoel. Over de gevolgde methode kan heel wat worden gezegd. De toon maakt immers de muziek.

De Raad van State stelt in zijn advies over de regeringsvoorstellen voor fiscale regularisatie het volgende: `Bij hoofdstuk VII (de artikelen 118 tot 123 van het voorontwerp) worden in de wetgeving betreffende de federale belastingen en in het strafrecht bepalingen van bijkomende aard ingevoegd die van aanzienlijk belang zijn. Die bepalingen moeten worden opgenomen in een afzonderlijke wet, niet in een hoofdstuk van de programmawet'. Dat is normaal. Zo verbiedt het Franse constitutionele hof dat door de stemming van de ene wet een amendement op een andere wet wordt goedgekeurd.

Men had beide onderwerpen dus afzonderlijk moeten bespreken. Dit illustreert nogmaals het machtsdenken. Alle afspraken, zelfs over de kleinste details, omtrent een tekst die als het ware meer dan bijbelwaarde heeft, worden voorgelegd aan het kernkabinet en in het kader van het politiek compromis door Kamer en Senaat goedgekeurd.

De fiscale regularisatie komt neer op fiscale amnestie en getuigt volgens CD&V niet van enig rechtvaardigheidsgevoel. Analyse wijst uit dat de tekst over de fiscale regularisatie te vergelijken valt met deze over de eenmalige bevrijdende aangifte van enkele jaren geleden, aangezien daarin de woorden `eenmalige bevrijdende aangifte' gewoon werden vervangen door `regularisatieaanvraag' of `regularisatieaangifte'. Het tarief vormt het enige verschil. Hoe langer men fraudeert, hoe beter de amnestievoorwaarden worden die men krijgt. Destijds werd gezegd dat wie geen eenmalige bevrijdende aangifte deed, een boete van 100% zou krijgen, maar twee jaar later is de fiscale sinterklaas terug.

Ook dit vormt een illustratie van de politiek volgens de opvatting van Carl Schmitt: louter pragmatisch, met het oog op macht en opbrengst. Men verkiest dat de burger belastingen betaalt, want anders verliest de overheid die inkomsten. Om het succes van deze tweede ronde fiscale amnestie te verzekeren wordt het tarief van de boete daarom zelfs lager dan dat van de eenmalige bevrijdende aangifte.

Dat men met de fiscale regularisatie verwarring zaait en probeert de tegenstander te destabiliseren blijkt uit volgende vaststellingen. De federale overheid beweegt zich op het domein van de deelstaten, is terzake niet bevoegd en neemt de bijzondere wet tot hervorming der instellingen niet in acht.

In de verschillende artikelen betreffende de fiscale regularisatie vinden we een zeer algemene, dubbelzinnige omschrijving van de inkomsten, roerende, onroerende en andere, die onder de regularisatie kunnen vallen. Bovendien lees ik in artikel 123 de volgende bepaling: `Personen die zich schuldig hebben gemaakt aan misdrijven, bedoeld in de artikelen 449 en 450 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in de artikelen 73 en 73bis van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, in de artikelen 133 en 133bis van het Wetboek der successierechten, in de artikelen 206 en 206bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, in de artikelen 207/1 en 207bis van het Wetboek van de met het zegel gelijkgestelde taksen of aan misdrijven omschreven in artikel 505 van het Strafwetboek, in zoverre die betrekking hebben op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de voormelde misdrijven zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, of op de inkomsten uit de belegde voordelen, evenals personen die mededaders of medeplichtigen zijn aan deze misdrijven in de zin van de artikelen 66 en 67 van het Strafwetboek, blijven vrijgesteld van strafvervolging uit dien hoofde, ...'

Dat is klaar en duidelijk: amnestie. Opheffing van strafvervolging, dat is amnestie. Het staat er letterlijk. Al wie een inbreuk pleegt op al die bepalingen van het Strafwetboek en van de fiscale regels die strafrechtelijk worden bestraft, wordt vrijgesteld van strafvervolging.

U hebt gehoord over welke belastingen het allemaal gaat. Het gaat ook over successierechten en registratierechten. Is de federale overheid daarvoor bevoegd? Neen. In het arrest van het Arbitragehof over de eenmalig bevrijdende aangifte van 20 april 2005 staat het hele probleem zeer keurig geanalyseerd. Wie dat arrest leest, weet dat de collega's straks een regularisatie zullen goedkeuren die in strijd is met de wet op de bevoegdheidsverdelende bepalingen van 1989.

Het Arbitragehof onderzocht welke bepalingen ter zake van toepassing zijn en somde ze op. Artikel 3 van de bijzondere wet bepaalt dat de federale overheid blijft instaan voor de inning van de successierechten van de rijksinwoners en het recht van overgang bij overlijden van niet-rijksinwoners, de registratierechten, enzovoort, maar dat de regio's de bevoegdheid erover in handen hebben. De Raad van State had vroeger reeds opgemerkt dat de eenmalig bevrijdende aangifte geen betrekking kon hebben op de fiscale materies die naar de regio's zijn overgedragen. Het Arbitragehof herinnert daaraan en, om aan het bezwaar van de afdeling Wetgeving van de Raad van State tegemoet te komen, zijn, volgens de memorie van toelichting bij het wetsontwerp dat tot de bestreden wet heeft geleid, alle verwijzingen naar gewestelijke belastingen geschrapt. Volgens de minister van Financiën was het de bedoeling een wet uit te vaardigen die uitsluitend betrekking heeft op federale aangelegenheden.

Uit wat voorafgaat, volgt dat de bestreden wet enkel de regularisatie van de federale belastingen beoogt. Met die maatregel heeft de federale wetgever een bevoegdheid uitgeoefend die hem eigen is. Bovendien zijn de gewesten betrokken geweest bij de invoering van de bestreden wet. Er zijn met het oog op de naleving van de bevoegdheidsverdelende regels specifieke wetgevende gewestelijke regelingen tot stand gekomen. Het Arbitragehof verwijst dan naar het Overlegcomité, naar een samenwerkingsovereenkomst die werd gesloten met de Waalse regio en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en naar het decreet dat door het Vlaams Parlement werd aangenomen.

De argumentatie van het Arbitragehof is dubbel: ten eerste, dat de regering zegt dat ze enkel bij federale materies blijft en, ten tweede, dat de gewesten bij de eenmalig bevrijdende aangifte betrokken zijn geweest. Bijgevolg beschouwd het Arbitragehof de regeling als conform de Grondwet.

De regering had echter een subsidiair argument ingeroepen, dat ze ook nu inroept, maar dan als hoofdargument, namelijk dat de inning van de gewestbelasting door de federale overheid gebeurt. Ze beweert dat fiscale amnestie of fiscale regularisering een sanctie is of een regeling van procedurele aard in verband met de inning van de belastingen en dus een federale bevoegdheid is. Met andere woorden, de federale overheid kan onder het mom dat het gaat om een procedureregeling vrijstelling van belasting verlenen, vrijstelling verlenen van de lopende intresten die van rechtswege lopen vanaf de datum van aangifte, of van de bepaalde boetes.

Het Arbitragehof heeft deze argumentatie, die werd ingeroepen door de advocaten van de ministerraad, reeds verworpen. Ik citeer overweging B.13.4 van het arrest. `Voor zover de betrokken gewesten de gevolgen van de bestreden wet uitbreiden tot de gewestelijke belastingen die tot hun bevoegdheid behoren, vermag de federale overheid, die de inning van die gewestelijke belastingen verzorgt, besluiten af te zien van de strafvordering die aan haar bevoegdheid inzake de dienst van de gewestelijke belastingen is verbonden.' Kan de federale regering meedelen krachtens welke beslissingen de betrokken gewesten de gevolgen van het bestreden wetsontwerp uitbreiden tot de gewestelijke belastingen? Welk decreet van het Vlaams Gewest is ter zake goedgekeurd? Is er met Vlaanderen een samenwerkingsovereenkomst gesloten over deze materie? Dat is de kern van de argumentatie van het Arbitragehof.

Het antwoord is bekend. Er is geen akkoord, er is geen decreet, er is geen samenwerkingsovereenkomst. De regering geeft vrijstelling voor de betaling van successierechten en registratierechten, voert de fiscale amnestie in, heft strafrechtelijke bepalingen op, terwijl de tekst van het arrest van het Arbitragehof ondubbelzinnig klaar en duidelijk is.

De eminente vice-eerste minister en minister van Financiën, die tussen de verschillende verkopen van onroerende goederen nog even de tijd heeft om de Kamer of de Senaat binnen en buiten te gaan, zegt nu dat de argumentatie van het Arbitragehof niet geldt omdat het om een verwerping van een beroep gaat. Er wordt werkelijk gelachen met de juridische competentie die in de Senaat aanwezig is! In een verwerpingsarrest wordt aangegeven hoe de artikelen moeten worden geïnterpreteerd om conform de grondwet te zijn. Dat betekent natuurlijk niet dat de overwegingen niet gelden. De overwegingen van het Arbitragehof hebben de constitutionele grens vastgelegd waarbinnen de eenmalige bevrijdende aangifte of waarbinnen de regularisatie mogelijk is.

De regeling is ingegeven door machtsdenken, dat zich aan geen enkele regel van de rechtsstaat onderwerpt, dat de laagste houdingen van de burgers - namelijk het niet betalen van belastingen - wil honoreren, en bereid is alles prijs te geven voor de opbrengst van de belastingen. Het is een illustratie van de politieke cultuur die de geloofwaardigheid van de politiek ten zeerste aantast.

In ieder geval toont deze regeling nogmaals aan dat deze meerderheid geen rechtvaardigheidsgevoel heeft. De meerderheid voert een politiek die gericht is op de onmiddellijke bevrediging van individuele voordelen van de aanhangers van de meerderheidspartijen of van degenen die geacht worden de aanhangers van die partijen te zijn. Ik wil niet beweren dat de MR of de VLD de partijen zijn van de fraudeurs. Er wordt wel gezegd dat de eis om fiscale amnestie eerder een wens is van de liberale partijen, die steeds gevoelig geweest zijn voor belastingen, maar niemand heeft ter zake een monopolie.

Vroeger werden de socialistische partijen in ons land wél gedreven door een rechtvaardigheidsgevoel. Ze vonden dat politiek, ook ethisch moest zijn. De klassieken van de liberale filosofie plaatsten trouwens de politiek ook tussen de moraal en de economie. Maar zelfs op het punt van de rechtvaardige inning van belastingen en de rechtvaardige betaling van belastingen wordt met dergelijke argumenten geen rekening meer gehouden. Het enige doel van het gevoerde beleid is een begroting in evenwicht voor te leggen, terwijl daarmee fundamentele elementen van een democratische staat op de helling worden gezet.

In het parlement moet ook ruimte zijn voor een rechtvaardigheidstoets. Er worden allerlei toetsen, zoals milieueffectrapporten, opgesteld, maar er zijn ook andere rapporteringen nodig om het regeringsbeleid te beoordelen. Zowel wat de gevolgde methode, de doelstellingen als de voorstellen van de meerderheid betreft, is het voor ons onmogelijk met deze optie te kunnen instemmen.

De heer Paul Wille (VLD). - In de gezagsgetrouwe krant Het Belang van Limburg lees ik: `Parlementen met vakantie. Gisteren hebben Kamer, Senaat en Vlaams Parlement hun werkzaamheden voor 2005 beëindigd.' Als ik dat lees dan vraag ik me af waar de Senaat mee bezig is!

Toen ik bij de aanvang van de vergadering naast de voorzitter alleen een paar VLD'ers en de heer Hugo Vandenberghe zag, dacht ik: we kunnen in de gegeven omstandigheden mekaar maar beter niet jennen. Ik ben niet van gedachten veranderd, maar wil toch een kritisch betoog houden, zij het gezagsgetrouw zoals van een fractieleider van een meerderheidspartij mag worden verwacht.

Ik kan me niet ontdoen van een déjà vu-gevoel. Dat is niet verwonderlijk voor een bespreking die jaarlijks terugkomt. De inhoud van de programmawet kan wel verschillend zijn vergeleken bij vorig jaar, maar naar de vorm en de methode is er weinig of geen verschil.

Vorig jaar heb ik gezegd dat ik mij aan het einde van het jaar altijd een geprogrammeerde stemmachine voel, iemand die alles moet goedkeuren wat de regering voorstelt en nauwelijks of geen recht heeft om fouten te herstellen. Dat is geen verwijt aan de regering, maar een kritiek op de werking van het apparaat. In dat opzicht sta ik niet ver van het eerste deel van het betoog van Hugo Vandenberghe.

Natuurlijk maakt niet alleen de paarse bewindsploeg gebruik van vuilbakwetten en ik ga me ook niet amuseren met de achterhalen welke regering daarmee is begonnen. Ik zal me beperken tot de uitspraak die kamervoorzitter heeft gedaan toen op een zeldzaam ogenblik van eerlijkheid de praktijk van de programmawetten werd aangeklaagd. Ziehier wat voorzitter De Croo, dixit het Beknopt Verslag, over dit reële probleem zegt: `Dit is een zwakte. Zo zou men ook de bijzondere onderzoeksmaatregelen via een programmawet kunnen proberen te regelen. De ministers zouden stevig genoeg in hun schoenen moeten staan om hun werk in de commissies te doen in plaats van maatregelen te nemen via een programmawet. Dit wordt voornamelijk verklaard - en dat is een belangrijke uitspraak - door de praktijk die vóór 1995 gangbaar was. Toen beschikten Kamer en Senaat over identieke bevoegdheden. Elke assemblee keurde een wetsontwerp goed, dat vervolgens naar de andere assemblee werd verzonden. Door de wisselwerking tussen Senaat en Kamer kon de politieke overeenstemming binnen de meerderheid nog versterkt worden. Nu is het bicamerisme ingeperkt en heeft de Senaat minder bevoegdheden. De compromissen worden nu binnen één wet gezocht. Aan de aangeklaagde situatie moet rustig en op een correcte wijze een einde worden gemaakt.'

Daarmee is niet gezegd dat `het einde' voor de kamervoorzitter hetzelfde betekent als voor ons senatoren.

Het is natuurlijk waar dat wij en anderen in de loop der jaren hebben toegestaan dat het parlement louter een noodzakelijke etappe geworden is voor wat de uitvoerende macht wil. Het evenwicht van de trias politica is verstoord. Het parlement krijgt op het einde van het jaar een turf voorgelegd. De timing is onhaalbaar. De teksten bevatten veel onvolmaaktheden wat leidt tot amendementen, of erger nog, tot rechtzettingen door de regering zelf van onvolkomenheden die in de vorige programmawetten waren ingeslopen. Alleen door allerlei inventieve krachttoeren kunnen we de klus net voor Kerstmis klaren.

Niemand is blij met die gang van zaken en het is goed dat dit niet alleen in de wandelgangen wordt gezegd, maar ook hier. De heer Vandenberghe klaagt de situatie aan vanuit de oppositie, terwijl ik de onbalansen in de trias politica niet zie als een spel tussen meerderheid en oppositie, maar wel als een kwestie van machtsuitoefening en daar heb ik een probleem mee. Trouwens België kampt niet alleen met dat probleem van machtuitoefening. Ook andere landen hebben ermee te maken.

Over de grond van de zaak kan ik kort gaan. Enige tijd geleden zei de oppositie, vooral de CD&V, dat de programmawetten veel te omvattend waren. Vandaag hoor ik ze gelukkig niet klagen dat ze zo leeg zijn dat er haast niets in staat. Ik vind wel dat een goede programmawet een relatief kleine wet moet zijn van praktische politieke bijsturingen en dit keer is dat meer het geval dan vroeger, maar naar mijn gevoel nog niet genoeg.

Ik ga geen grote pleidooien afsteken over allerlei bepalingen in de programmawet zoals de oprichting van een staatsdienst met afzonderlijk beheer van Belgische paspoorten of visa, de aanmoedigende maatregelen inzake de verzoening van het professionele leven en het privé-leven bij de zelfstandigen, de sancties bij fraude inzake pensioenen, de maximumfactuur...

Als ik even stereotiep mag zijn, dan som ik nu enkele VLD-vriendelijke maatregelen op die ik inderdaad goed vind. Ik denk aan de integratie van de fiscale maximumfactuur in de sociale maximumfactuur, aan een aantal begeleidende maatregelen zoals de integratie van een aantal nieuwe prestaties in de maximumfactuur en aan de afschaffing van het hoogste plafond. Die maatregelen zullen ongetwijfeld leiden tot een betere bescherming.

De VLD blijft wel wat op zijn honger zitten omdat er voor de maximumfactuur geen evaluatie van het systeem is ingevoerd die mogelijke misbruiken moet tegengaan.

De maatregelen die de zelfstandigen in staat stellen hun gezins- en beroepsleven beter met elkaar te verzoenen, juichen we vanzelfsprekend toe.

Bij het lezen van al die kritiek op de techniek van de programmawet in de Kamer en elders, vroeg ik me af of het nog zin had dat ik daar zelf iets zou over zeggen. Als gezagsgetrouwe fractieleider kan ik echter niet anders dan ook nog vandaag, al zeggen de media dat het parlement al met vakantie is, te pleiten voor een nieuwe en betere praktijk. Het zou goed zijn dat we volgend jaar kunnen zeggen dat de kritiek die we vandaag uiten tot een resultaat heeft geleid en aangezien de kritiek op de omgang tussen regering en parlement nogal eensluidend is, stellen we voor om over de grenzen van oppositie en meerderheid heen een initiatief te nemen om te zeggen dat het volgende keer beter moet zijn.

De heer Jacques Brotchi (MR). - Ik zal het namens de MR-fractie hebben over de programmawet en de wet houdende diverse bepalingen. De beide wetten betekenen een vooruitgang in verschillende sectoren.

Het verheugt onze fractie dat een van de bepalingen van de programmawet betrekking heeft op de tandheelkundige verzorging voor kinderen van zelfstandigen. De verplichte verzekering voor zelfstandigen zal immers een deel van de honoraria voor de tandheelkundige verzorging voor kinderen jonger dan twaalf jaar ten laste nemen, overeenkomstig het persoonlijk aandeel van toepassing voor de gerechtigden van de algemene regeling ouder dan 12 jaar. Met deze maatregel wordt de gelijkstelling op het gebied van tandheelkundige verzorging beoogd tussen kinderen van zelfstandigen en kinderen van werknemers, die onder de algemene regeling vallen. Onze fractie steunt een dergelijk initiatief uiteraard.

De programmawet geeft de Koning ook de mogelijkheid de maatregelen te bepalen om het professionele leven en het privé-leven van de zelfstandigen beter met elkaar te verzoenen.

We zouden willen wijzen op een aantal bepalingen met betrekking tot de gezondheidszorg.

We zijn verheugd over de invoering van de wettelijke basis die vereist is voor de oprichting van het impulsfonds voor de huisartsgeneeskunde, dat financiële steun geeft aan huisartsen die zich wensen te vestigen of die zich wensen aan te sluiten bij een groepspraktijk.

We wijzen op de maatregelen inzake vruchtbaarheidsbehandeling. Er wordt voorzien in de forfaitaire terugbetaling van de gezondheidszorg die in het kader van een vruchtbaarheidsbehandeling aan vrouwen wordt verstrekt door centra die terzake over de nodige expertise beschikken. Dankzij die maatregel krijgen meer vrouwen toegang tot behandelingen om vruchtbaarheidsproblemen te verhelpen. Heel de bevolking moet immers voordeel kunnen halen uit de vooruitgang van de geneeskunde. Door die terugbetaling zullen onvruchtbare koppels in-vitrofertilisatie niet langer als de enige oplossing beschouwen. Daardoor kunnen ze, als dit mogelijk is, hun toevlucht nemen tot minder zware behandelingen.

De wet houdende diverse bepalingen bevat maatregelen inzake tabaksontwenning. Zo heeft de Koning de mogelijkheid om de voorwaarden te bepalen voor de terugbetaling van de hulp voor tabaksontwenning bij zwangere vrouwen en hun partner, alsook om de tegemoetkoming voor de bijstand die tijdens de zwangerschap werd aangevat, te verlengen tot zes maanden na de bevalling. Het tabaksgebruik bij de bevolking en meer bepaald bij zwangere vrouwen verminderen, lijkt ons in dat opzicht fundamenteel. De maatregelen uit deze wet gaan in die zin. We zijn dan ook zeer verheugd en we steunen dat initiatief. We zouden graag hebben dat de inspanningen van verschillende leden van de MR-fractie in de strijd tegen het tabaksgebruik worden voortgezet, inzonderheid in de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Verschillende bepalingen in de programmawet en de wet houdende diverse bepalingen verwijzen naar koninklijke besluiten voor de toepassing van de wetgevingsmaatregelen. Ik zal erop toezien dat de koninklijke besluiten die betrekking hebben op de door mij opgesomde maatregelen inzake gezondheidszorg, vlug worden genomen.

(Voorzitter: de heer Hugo Vandenberghe, ondervoorzitter.)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Daags voor Kerstmis moeten opnieuw honderden artikelen worden besproken en niemand twijfelt eraan dat ze straks zullen worden goedgekeurd. De gekozenen van het volk, die krachtens de Grondwet de wetten moeten goedkeuren en de regering controleren, hebben het debat over die sliert artikelen pas woensdagavond kunnen aanvatten. Van de verkozenen wordt nochtans terecht verwacht dat ze waken over de goede werking van de parlementaire democratie, zodat die meer is dan een mediatiek gestuurde vierjarige stembusslag.

Ik overloop de programmawet en de wet houdende bijzondere bepalingen in vogelvlucht.

Pragmatisch als we zijn, kunnen we een aantal wetsbepalingen steunen. Ik denk bijvoorbeeld aan de verhoging van het maximumbedrag voor de belastingvermindering voor energiebesparende maatregelen tot 1000 euro niet-geïndexeerd, de korting op de stookoliefactuur door een gedeeltelijke terugbetaling van de BTW, de herinvoering van het belastingkrediet voor lage activiteiteninkomsten voor ambtenaren, de maatregelen voor de lichte vrachtwagens, de maatregelen met betrekking tot de accijnzen die sommige bedrijven moeten betalen, de vermindering van de bewaartermijn van de facturen en de elektronische archivering waardoor de administratieve rompslomp voor bedrijven afneemt. In dat grote pakket vinden we maatregelen terug, waarmee we het eens zijn; voor sommige ervan hebben we ooit zelf nog wetsvoorstellen ingediend.

Andere maatregelen echter kunnen we principieel absoluut niet aanvaarden. Ik wil daarvan drie voorbeelden geven.

Ik denk eerst en vooral aan de tweede fiscale en, deze keer, permanente amnestie. Wie zonder opzet zijn aangifte verkeerd heeft ingevuld, moet de kans krijgen om ze te wijzigen zonder een sanctie op te lopen. Dat is verdedigbaar. Wie echter bewust belastingen ontduikt, mag toch niet op dezelfde wijze behandeld worden als wie zijn aangifte correct invult. Dat is niet verdedigbaar.

CD&V heeft zich om ethische redenen fel verzet tegen de eenmalig bevrijdende aangifte en verzet zich vandaag even sterk tegen de hier voorgestelde regeling. Dat de regering verder gaat op de ingeslagen weg, kan niet verwonderen. Wij begrijpen evenwel niet hoe deze regeling er kan komen na de eenmalig bevrijdende aangifte van vorig jaar. Hoe kan een overheid geloofwaardig blijven, als ze de ene dag een eenmalig fiscale amnestie verleent en ze die fiscale amnestie de volgende dag permanent maakt? Door op zo'n korte tijd twee keer fiscale amnestie te verlenen wordt bovendien het fiscaal antifraudebeleid volledig onderuitgehaald.

Ten tweede zijn we het volkomen oneens met de verhoging van de belasting op de beveks. De pirouettes hierrond van de regering en vooral van minister Reynders zullen ons nog lang bijblijven. Het bevestigt het hoge improvisatiegehalte van de begroting 2006.

Op 13 oktober gaf minister Reynders een persconferentie, die de mist over het dossier had moeten doen optrekken. Dat een minister van Financiën aangeeft hoe de belastingplichtige een nieuwe taks kan omzeilen, was nog nooit gezien. De minister liet uitschijnen dat de maatregel in het verlengde van de Europese spaarrichtlijn lag, terwijl iedereen weet dat de spaarrichtlijn geldt voor buitenlanders die interesten innen in een andere lidstaat, maar de lidstaten niet verplicht om de spaargelden van de eigen burgers te belasten.

Of de meerwaarde van de fondsen al dan niet zou worden belast - een absolute primeur voor het Belgische fiscale beleid - bleef lang onduidelijk. Het kwam uiteindelijk tot een typisch paars compromis: de meerwaardebelasting wordt wel in de wet ingeschreven, maar de uitvoering ervan wordt voorlopig nog even uitgesteld.

Al even ongehoord was het advies van de minister van Financiën om over te stappen van een risicoloze naar een risicovolle belegging. Is de minister de beurscrash van 2002 en 2003 vergeten, toen heel wat mensen veel geld hebben verloren? Misschien was de slordige communicatie over de beveks wel gewild en diende de vaudeville vooral om de aandacht af te leiden van de nieuwe regeling inzake fiscale amnestie in de programmawet.

Ten derde is er de ingreep in het educatief verlof. Nu iedereen beseft dat kennis de toekomst is voor onze economie en dat permanente vorming ontzettend belangrijk is, hervormt de regering het betaald educatief verlof. De terugbetaling aan de werkgever van het geplafonneerd loon wordt herleid tot een beperkte forfaitaire bijdrage. CD&V is expliciet tegen die besparing, omdat ze volledig ingaat tegen de filosofie van, onder meer, het Generatiepact om vorming en opleiding te stimuleren.

Volgens CD&V vergen de meeste bepalingen van de programmawet en van de wet houdende diverse bepalingen een fundamenteel debat. Dat debat zou niet alleen boeiend en interessant kunnen zijn, maar ook kunnen bijdragen tot een betere wetgeving.

Ik wil daarvan graag één voorbeeld geven, namelijk de artikelen met betrekking tot het geneesmiddelenbeleid. Sommige van die artikelen zijn voor discussie en voor verbetering vatbaar. Collega's Beke en De Schamphelaere hebben daarop in de commissie voor de Sociale Aangelegenheden uitdrukkelijk gewezen. Die maatregelen passen niet in een coherent geneesmiddelenbeleid op lange termijn. De minister `saucissoneert' de wetgeving en zo wordt het onmogelijk om tot een verantwoorde geneesmiddelenwet te komen.

Wij zijn bezorgd voor de goede werking van de parlementaire democratie in ons land. In de voorliggende wetsontwerpen staat er nog nauwelijks een artikel waarin geen bevoegdheid aan de koning wordt gedelegeerd. De belastingen worden verhoogd en verlaagd bij bericht in het Belgisch Staatsblad. Pensioenfondsen worden in de kas gestoken om de begroting in evenwicht te krijgen. De voorbije maanden was het overduidelijk dat de paarse regering bestuurt zonder het Parlement. Op een paar dagen tijd moet de Senaat een groot aantal wetten bespreken en goedkeuren zonder dat er tijd is voor een grondig debat.

Een zelfde crescendo kende de eerbied voor de Senaat niet. De Senaat is de jongste maanden dieper in zijn waardigheid aangetast dan ooit tevoren door staatssecretarissen die de antwoorden op vragen van de parlementsleden kwamen afdreunen, als zij ze al niet resumeerden en daarvoor inriepen dat uiteindelijk iedereen toch kan lezen.

De parlementaire democratie kende deze week opnieuw een dieptepunt. CD&V wil de regering ontmaskeren en zal daarom en om al de andere redenen die ik heb aangegeven, tegen de programmawet en tegen de wet houdende diverse bepalingen stemmen.

De heer Berni Collas (MR). - Ik zal het hebben over drie belangrijke maatregelen:

Er werd beslist de fiscale stimulans voor energiebesparende uitgaven uit te breiden. De tegemoetkoming bedraagt voortaan 1.000 euro, ongeacht het type woning. Het onderhoud van een verwarmingsketel maakt voortaan deel uit van de prestaties waarvoor een belastingvermindering geldt, wat wij in het bijzonder toejuichen.

Door de regeringstegemoetkoming in de vorm van stookoliecheques is het mogelijk een toelage te geven aan iedere eigenaar, huurder of bewoner van een woning die de stookoliefactuur betaalt. Die bepaling heeft betrekking op de leveringen tussen 1 juni en 31 december. Sommige toelagen werden al uitbetaald. Onze fractie is ook tevreden omdat eveneens gedacht wordt aan een forfaitaire korting voor de gezinnen die een verwarmingsinstallatie hebben die werkt op gas of elektriciteit. We zijn ook verheugd over het regeringsinitiatief dat voorziet in de gespreide betaling van de stookoliefacturen, zonder interest en zonder bijkomende kosten. We zijn tevreden dat deze maatregel niet discriminerend is.

De fiscale regularisatie geldt voor alle soorten inkomsten en zowel voor natuurlijke als voor rechtspersonen. De belastingplichtigen genieten zowel fiscale als strafrechtelijke immuniteit.

Ik laat het over aan de staatssecretaris om te antwoorden op de interventies van de twee vertegenwoordigers van de CD&V-fractie die deze maatregel hebben gestigmatiseerd. Dat is hun recht zoals ook de meerderheid het recht heeft om daarop te antwoorden.

(Voorzitter: mevrouw Anne-Marie Lizin.)

Op de inkomsten en handelingen die onderworpen zijn aan de BTW, wordt een heffing verricht die bepaald wordt overeenkomstig de regels met betrekking tot de belasting die van toepassing is volgens de aard van de geregulariseerde inkomsten en rekening houdend met de periode waarin die inkomsten werden geïnd. Na de betaling van die heffing krijgt de belastingplichtige meer vrijheid om over die kapitalen te beschikken. Wij zien daarin een extra stimulans, en wijzen daarbij overigens op de voorwaarden voor de alternatieve financiering van de sociale zekerheid.

De bepaling met betrekking tot de kosten voor kinderopvang is een verduidelijking van de maatregelen die genomen werden krachtens de wet van 6 juli 2004. De wijziging die werd aangebracht in het overeenkomstige artikel van het Wetboek op de inkomstenbelastingen 1992 heeft tot doel de kosten voor de opvang van kinderen van minder dan twaalf jaar fiscaal aftrekbaar te maken. Die maatregel wordt uitgebreid tot de opvangcentra die een band hebben met een openbare instelling. De betaling van de kosten belet uiteraard niet dat de ouders die kosten kunnen aftrekken. Ook die maatregel steunen wij volledig.

We wijzen ten slotte op de maatregel betreffende de PC voor iedereen, die geconcretiseerd werd in het kader van dit ontwerp. Voor 60% van de niet-gebruikers is de kostprijs een belangrijke factor, voor meer dan 50% zijn PC en internet te moeilijk om te begrijpen. Met de maatregel inzake internet voor iedereen wordt een totale korting van 40% gegeven. Dat fiscale voordeel wordt verleend in de vorm van een belastingkrediet dat in mindering gebracht wordt van de personenbelasting en overeenstemt met 21% van de aankoopprijs van het materiaal, met een maximum van 147,5 euro voor een desktop en 172 euro voor een laptop. Elk pakket omvat een basisopleiding van minimum vier uur. Die maatregel past perfect in de wil van de regering om de toegang tot internet en de instrumenten die daarvoor nodig zijn, te democratiseren.

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik heb aandachtig geluisterd naar de verschillende uiteenzettingen. Wat mij daarbij vooral is opgevallen, zijn de opmerkingen over de problemen inzake de organisatie van de parlementaire werkzaamheden en over de geringe waardering van sommigen voor de Senaat. Namens de regering wijs ik erop dat we ons zoveel mogelijk ter beschikking stellen van de parlementsleden. De regering is evenwel niet volledig verantwoordelijk voor de moeilijkheden rond het tijdschema of de overzending van stukken, ook tussen beide kamers.

Bij de aanvang van het nieuwe parlementaire jaar werden ter gelegenheid van de regeringsverklaring van de eerste minister ontwerpbegrotingen overgezonden en grote lijnen bekendgemaakt. Het is waar dat de termijnen soms beperkt zijn, maar we proberen er toch voor te zorgen dat iedereen correct kan werken.

Ik kom nu tot de inhoud van de dossiers. De heer Vandenberghe, mevrouw de Bethune en de heer Collas hadden het over de fiscale regularisatie. Ik wijs er nogmaals op dat dit geen tweede eenmalige bevrijdende aangifte is. De EBA was immers, per definitie, eenmalig. De regularisatie die nu in het kader van de programmawet wordt voorgesteld, bevat talrijke verschilpunten. Sommige Europese landen hebben een echte tweede bevrijdende aangifte georganiseerd. Een van die landen heeft voor de tweede operatie zelfs het tarief verlaagd. België heeft dat niet gedaan. De eerste en echte eenmalige bevrijdende aangifte, die door minister Reynders en mezelf werd verdedigd, werd in de publieke opinie enigszins vertekend, en veel mensen geraakten er niet wijs uit. Eind december 2004 hebben ze echter goed begrepen dat het hoog tijd was voor die aangifte. Alleen voor de maand december 2004 hebben we dan ook meer EBA's geregistreerd dan voor het hele betrokken jaar.

De mensen waren evenwel verbaasd dat de Europese spaarrichtlijn op 1 juni daaropvolgend van kracht ging. Dat betekende dat, als zij geld in het buitenland behielden, ze hoe dan ook zouden worden belast. Voor een reden die mij ontgaat, werd dat punt niet voldoende belicht in de informatie aan de bevolking.

Tijdens de eerste zes maanden van 2005 groeiden de bankrekeningen aan als nooit voorheen. Geld werd teruggebracht zonder dat een beroep werd gedaan op de regularisatie. Die bedragen kwamen in kleine hoeveelheden toe in alle agentschappen van het Koninkrijk. Het was uiteindelijk niet mogelijk dit te controleren, ondanks de fiscale controles die we uitoefenen.

Beekjes werden grote stromen. Overal in België, van Ieper tot Aarlen en van Moeskroen tot Kelmis, een streek die de heer Collas goed kent, stroomde geld naar de bankrekeningen.

Toen het regularisatievoorstel bekend raakte, noemden sommigen het een `eenmalige bevrijdende aangifte bis'. Dat is het niet. De EBA verleende helemaal geen amnestie, aangezien een boete van 6 of 9% moest worden betaald. Amnestie betekent dat helemaal niets hoeft te worden betaald. De hier aanwezige eminente juristen weten toch wat amnestie betekent.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De amnestie is geen toepassing van het strafrecht; zij is uitdrukkelijk bij de wet bepaald.

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - De regularisatie die u vandaag wordt voorgesteld, houdt in dat de normale belasting wordt betaald. Het verrast me dat ervaren parlementsleden vergeten te vermelden dat overeenkomstig artikel 444 van de administratieve commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen, de goed geïnformeerde belastingplichtige die zich dure advocaten kan veroorloven, met de belastingdirecteur over zijn belastingen kan onderhandelen.

Dat artikel werd door alle opeenvolgende ministers toegepast. Met de invoering van de eenmalige bevrijdende aangifte en de regularisatie tegen de normale belastingvoet kan nu in alle openheid gebeuren wat zich vroeger achter de rug van de meeste burgers afspeelde. Als de aangifte niet binnen de eerste zes maanden wordt ingediend, wordt een verhoging met 5 procent toegepast.

Ik begrijp dat het de oppositie enigszins stoort te moeten vaststellen dat wij een middel hebben gevonden om zowel de economische opleving - de Belgische begroting is voor de zesde keer in evenwicht - als het evenwicht van de sociale zekerheid te realiseren.

Op 2 januari 2005 heeft niemand zich erover beklaagd dat met de EBA 550 miljoen euro kon worden binnengehaald. Iedereen zweeg omdat dit geld broodnodig was voor de financiering van de sociale zekerheid, die alle parlementsfracties van Kamer en Senaat na aan het hart ligt.

Het is gemakkelijk filosofische, theoretische, juridische kritiek te spuien. Het Arbitragehof ging daar overigens niet op in. Als echter middelen moeten worden gevonden voor de financiering van de sociale zekerheid en voor de wezenlijke opdrachten van de Staat, vindt men het normaal dat dergelijke maatregelen worden getroffen.

De stortingen op spaarboekjes en op rekeningen bereikten nooit eerder een dergelijke omvang. Het verheugt me dat de Belgische rijkdom terugkeert naar ons land. Al wie het daarmee niet eens is, moet het maar zeggen.

Het is veel beter dat het geld terugkomt naar België en in onze economie wordt geïnvesteerd. Ook de Europese spaarrichtlijn heeft als doelstelling dat de spaargelden naar het thuisland van de spaarder worden gerepatrieerd.

Men kan filosoferen zoveel men wil. Wij zeggen alleen dat iedereen zijn normale belastingen betaalt en dat wie nalaat dat binnen de eerste zes maanden te doen, vijf procent meer betaalt. Op die manier kunnen velen hun toestand regulariseren. In elk geval zal vroeg of laat een regularisatie nodig zijn, maar dan met de gepaste strafsancties. We moeten ons geen illusies maken. Als duizenden burgers overal in het land enkele tienduizenden euro aangeven, beschikken we over onvoldoende middelen om strafrechtelijk of fiscaal te vervolgen. We weten dat. Laten we eerlijk zijn en dat aanvaarden.

De heer Vandenberghe heeft gewezen op het probleem van de gewest- en gemeenschapsbevoegdheden, een belangrijk argument dat ook tijdens de bespreking van het ontwerp op de EBA aan bod kwam. Men waarschuwde toen voor het negatieve advies van de Raad van State. Er werd beroep aangetekend. In de Kamer gaf Hendrik Bogaert een twee en een half uur durende uiteenzetting om te zeggen dat de EBA er nooit zou komen omdat de successie- en registratierechten gewestbevoegdheden zijn.

De heer Vandenberghe heeft er zelf op gewezen dat het arrest van het Arbitragehof van 20 april 2005 alle beroepen heeft verworpen. Arresten zijn altijd voor interpretatie vatbaar. Dat is het werk van de juristen. De heer Vandenberghe is in elk geval een briljante spreker die niet alleen vragen stelt, maar tegelijk ook antwoorden geeft, wat het werk van de staatssecretaris vergemakkelijkt.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Mijnheer de staatssecretaris, als we alleen maar vragen hadden gesteld, had men ons verweten niet constructief te zijn. Als we antwoorden geven, krijgen we ook kritiek.

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik geef geen kritiek. Integendeel, ik geef u een compliment. U hebt de precieze datum van het arrest overigens bevestigd.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - 20 april...

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Het is dus niet 1 april en evenmin 1 mei!

Ik herinner eraan dat de Staat de successie- en registratierechten int en ze aan de gewesten doorstort. Ik herinner aan de overlegcomités die daarover hebben vergaderd. Ik herinner aan de ondertekende samenwerkingsakkoorden en decreten. U hebt er overigens zelf op gewezen.

Fundamenteel is ook dat voor gewone belastingen geen samenwerkingsakkoord moet worden afgesloten. Waar gaat het naartoe als morgen samenwerkingsakkoorden met de gewesten moeten worden afgesloten om gewone belastingen te innen?

Ik kan aannemen dat men alle juridische moeilijkheden opwerpt; misschien zal beroep worden aangetekend; we hebben er echter alle vertrouwen in. Het Arbitragehof heeft het probleem alleszins al een eerste keer geregeld. Eventuele varianten zullen worden bestudeerd. Het Arbitragehof zal de knoop doorhakken.

De heer Vandenberghe heeft ook de economie en de moraal tegenover elkaar geplaatst en beriep zich daarvoor op Plato, Aristoteles en Schmitt. Zelf ben ik ervan overtuigd dat er in ons land handelaars en ondernemers zijn die in hun beroep morele regels in acht nemen. Het zou erg zijn mocht dat niet het geval zijn. (Applaus bij de liberale fracties). Ik was enigszins verbaasd hem te horen zeggen ...

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - U verdraait mijn woorden. Ik heb gezegd dat het klassieke liberalisme de politiek tussen de moraal en de economie plaatste. Dat is niet hetzelfde ...

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Denkt u niet dat moraal en economie kunnen samengaan?

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik plaatste moraal en economie in de context van rechtvaardigheid.

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik was alleszins verrast te moeten vaststellen dat in uw opvatting over de politiek beide termen elkaar niet kunnen dekken.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Dieven hebben geen moraal.

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Er zijn geen dieven. Als staatssecretaris voor de strijd tegen de fiscale fraude, hoor ik vaak spreken over fraude. Ik wens er toch aan te herinneren dat wat de EBA en de regularisatie betreft, alle witwasoperaties eruit worden gefilterd. De voorbije twee jaar heb ik niemand de bekwaamheid van de mensen van de Cel voor Financiële Informatieverwerking, de CFI, in twijfel horen trekken. Zij leveren zeer goed werk en behandelen alle witwaspogingen.

U weet hoe onze wetgeving ter zake is geëvolueerd. België werd door de FATF en de OESO gefeliciteerd voor zijn voortrekkersrol in de strijd tegen witwasoperaties en tegen de financiering van het terrorisme. Ik heb dat samen met de leden van de CFI in Singapore zelf kunnen vaststellen. Laten we er dan ook mee ophouden de EBA en de regularisatie voor te stellen als een blancovolmacht voor dieven en fraudeurs.

Op de politieke vergaderingen over de EBA stonden altijd twee groepen tegenover elkaar: de tegenstanders die de EBA immoreel en schandalig vonden en de gepensioneerden die wat geld in Luxemburg hadden belegd in het besef dat zulks niet helemaal legaal was, maar die gelet op de hoge Belgische aanslagvoeten en successierechten, bang waren om over onvoldoende middelen te beschikken als ze gepensioneerd zouden zijn. Ik spreek fraude natuurlijk niet goed; fraude is onaanvaardbaar. Ik bedoel alleen maar dat men moet durven toegeven dat de hoge belastingen in het verleden tot fraude hebben aangezet.

De liberale filosofie is erop gericht de belastingen te verlagen en de economie weer op gang te brengen door de terugkeer van kapitaal.

Mevrouw de Bethune heeft enkele belangrijke maatregelen in deze programmawet aangestipt. Ik dank haar overigens omdat ze gezegd heeft dat ze afgezien van de regularisatie, de beveks en het educatief verlof, een groot aantal maatregelen onderschreef of zelf zou hebben voorgesteld.

Ter attentie van mevrouw de Bethune en de heer Collas bevestig ik dat de Ministerraad op 13 januari een toelageplan zal goedkeuren voor 2,2 miljoen gezinnen die met stadsgas verwarmen en voor de 60.000 tot 70.000 gezinnen die met butaan- of propaangas stoken, zoals we ook met stookolie hebben gedaan. De maatregel betreft ook de lamppetroleum die nog door sommige minder gegoede gezinnen wordt gebruikt.

Blijft nog de elektriciteit, een kwestie die in België 350.000 gezinnen aanbelangt. We zijn nu bezig met de berekeningen. Vergeleken met 2004 zijn de elektriciteitsprijzen in 2005 slechts met 3% gestegen.

De tegemoetkoming voor elektriciteit zal dan ook minder hoog zijn dan voor stookolie of gas. Een dergelijke geste voor 2.200.000 gezinnen is toch niet onbelangrijk. Dankzij de goedkeuring van het ontwerp zullen de gezinnen die zich verwarmen met stookolie, gas of elektriciteit aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming.

Mevrouw de Bethune had het over de beveks. We zullen dat debat niet overdoen. Ze had het over een mogelijke beurskrach. We moeten de mensen duidelijk zeggen dat als ze niet in Belgische aandelen investeren, de economie maar moeilijk zal heropleven. Investeren in obligaties of spaarboekjes is goed, maar dat zal de economie er niet bovenop helpen.

Men moet weten wat men wil. Als men meer ondernemingen en werkgelegenheid wil, zijn fiscale stimuli nodig.

Ik heb in de Kamer deelgenomen aan een commissiedebat over de beveks. Ik heb aan de commissieleden gevraagd wie voorstander was van een verhoging van de inkomstenbelasting. Niemand stak de hand op. Ik heb gevraagd wie voorstander was van een verhoging van de belasting op de onroerende inkomsten. Niemand stak de hand op. Ik heb gevraagd wie voor een verhoging van de roerende inkomsten was. Niemand stak de hand op. Ik heb gevraagd wie een herfinanciering van de sociale zekerheid wilde. Iedereen stak de hand op.

Er komt een moment waarop politieke keuzes moeten worden gemaakt. Waarom moet belasting worden betaald op een staatsbon en waarom moeten dezelfde obligaties als ze deel uitmaken van een gemeenschappelijk beleggingsfonds of een bevek, vrijgesteld worden van belastingen?

De regering heeft inderdaad een goed compromis gevonden voor de 235 miljoen euro aan middelen die ze nodig had.

De volgende regering kan de vrijstelling met twee jaar verlengen. Als zij echter zou beslissen de 40% obligaties van de beveks niet meer te belasten, moet zij dat in eer en geweten doen. Ik neem aan dat zij dan elders middelen zal moeten vinden, bijvoorbeeld door de inkomstenbelastingen te verhogen of door een algemene sociale bijdrage in te voeren.

Ik heb de zeer positieve opmerkingen gehoord van professor Brotchi, vooral over de programmawet en de gezondheidsaspecten.

Ik denk dat ik alle vragen heb beantwoord. Ik wens iedereen nu al prettige Kerst- en eindejaarsfeesten.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik reageer kort op de kwestie van de regularisatie. Uit het antwoord van de staatssecretaris blijkt duidelijk dat het wel degelijk om een fiscale amnestie gaat. Hij zegt dat we de gewesten niet nodig hebben omdat dit een gewone inning van belastingen betreft. Waarom moet er dan een wet worden goedgekeurd? Dat dit nodig is, bewijst dat het om een amnestie gaat.

De staatssecretaris verwijst ook naar een bepaling over de bevoegdheid van de directeur om tussenbeide te komen bij de individuele afhandeling van belastingdossiers, zoals bijvoorbeeld in de zaak Ducarme is gebeurd. Ik hoop overigens dat iedereen over eenzelfde clemente directeur zal kunnen beschikken.

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Oordeel niet over een dossier dat u niet kent.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De staatssecretaris luistert naar mij via vertalingen. Dat heeft tot gevolg dat sommige nuances niet altijd correct worden weergegeven.

De bevoegdheid van de directeur is, net als de bevoegdheid van de strafrechter, een individuele bevoegdheid. In individuele gevallen speelt de individuele rechtvaardigheid van het concrete geval. Het feit dat over een wetgevende bepaling moet worden gestemd bewijst dat het niet gewoon over de inning van belastingen gaat. Artikel 127 bewijst dat dit een amnestiewet is, want daarin staat dat sommige artikelen van het Strafwetboek niet van toepassing zijn. Bijgevolg is de federale wetgever niet bevoegd inzake successie- en registratierechten. Het Arbitragehof zal dit beoordelen.

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik zeg alleen dat we achteraf de normale aanslagvoet toepassen. Anders zou een wet niet nodig zijn geweest. Ik dacht dat ik duidelijk geweest was, maar blijkbaar was dat niet het geval.

Wat het persoonlijk dossier betreft, herinner ik eraan dat inzake boetes alle Belgen op voet van gelijkheid worden behandeld. De boetes zijn geen politieke, maar een administratieve bevoegdheid. Ik betreur het dat men in deze context op dit dossier terugkomt.

Zelf heb ik in belangrijke dossiers fiscale regelingen gezien waarvoor belastingplichtigen ongelofelijke honoraria aan advocaten hadden betaald. Als de wet, die werd opgeschort, opnieuw in voege zal zijn, zullen deze personen altijd nog hun dossier met de administratie kunnen bespreken, zoals bepaald in de administratieve commentaar. Deze mogelijkheid bleef decennia lang verborgen; alleen goed geïnformeerde en welstellende personen maakten er gebruik van.

De belastingplichtigen betalen achteraf de gewone belasting. Op die manier keert een groot gedeelte van het geld terug. Ik wens het hele debat niet over te doen. Uw stellingname verbaast me enigszins, mijnheer Vandenberghe. Ik ben er niet zeker van dat u datzelfde standpunt over de regularisatie voor eender welk gehoor zou verdedigen.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van programmawet

(De tekst aangenomen door de commissies is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2097/27.)

(De tekst van de amendementen wordt uitzonderlijk in de bijlage opgenomen.)

De voorzitter. - De heer Beke en mevrouw De Schamphelaere hebben 13 amendementen ingediend.

-De stemming over de amendementen wordt aangehouden.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de belastbare materie bepaald in artikel 94, 1º, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen inzake de belasting op de inverkeerstelling

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2099/1.)

-De artikelen 1 tot 3 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp houdende diverse bepalingen

(De tekst aangenomen door de commissies is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2098/30.)

(De tekst van de amendementen wordt uitzonderlijk in de bijlage opgenomen.)

De voorzitter. - De heren Steverlynck en Beke en mevrouw De Schamphelaere hebben 13 amendementen ingediend.

-De stemming over deze amendementen wordt aangehouden.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

De heer Paul Wille (VLD). - Niemand zal ontkennen dat een belangrijk deel van het debat van vanmorgen gewijd was aan de procedure en de manier van werken.

Ik zou graag hebben dat er eens ernstig nagedacht wordt over de tijd waarover wij beschikten om het debat van vandaag ernstig voor te bereiden. We kregen het verslag van de commissiewerkzaamheden pas vanmorgen op de banken, wanneer de eerste belangrijke uiteenzettingen al achter de rug waren. De fracties konden zich zelfs niet baseren op het werk van de commissieleden om hun standpunten voor te bereiden.

Ik stel dus voor om die manier van werken kritisch onder de loep te nemen in het Bureau van de Senaat en een initiatief te nemen om al de betrokkenen hiermee te confronteren, inclusief de regering. Het gaat werkelijk ver. Zo lezen we in een krant dat we al met vakantie zijn, terwijl we hier nog aan het werk zijn. Op die manier kunnen we geen kwaliteitswerk meer leveren, maar nadien zullen we wel weer moeten horen dat het werk van de Senaat niet meer is wat het vroeger was. Voor mij is dat een blijk van minachting voor deze instelling die ook haar toekomst in het gedrang brengt.

De voorzitter. - Ook de fractieleiders moeten zich daarover bezinnen.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik dank de heer Wille voor zijn opmerking waarmee we het uiteraard eens zijn.

Ik wijs er echter op dat hij vorig jaar dezelfde opmerking heeft geformuleerd, dat we ons daar toen ook achter geschaard hebben, maar dat daar nooit gevolg werd aan gegeven. Het is niet genoeg - ik neem de heer Wille niet persoonlijk op de korrel, maar wel de meerderheid - zich tevreden te stellen met de vaststelling dat de procedures niet werken. Vooral de collega's van de meerderheid moeten de daad bij het woord voegen om deze cultuur een halt toe te roepen.

De heer Paul Wille (VLD). - Er is een verschil tussen de stereotiepe opmerking van mevrouw de Bethune en die van mij.

Uit mijn opmerking blijkt de wil om iets te doen, maar ik kan dat niet alleen. Mevrouw de Bethune zal pas geloofwaardig zijn als ze in de nabije toekomst actief meewerkt aan het zoeken naar een oplossing voor het probleem.

Ik ben ervan overtuigd dat mijn opmerking geloofwaardig overkomt omdat de VLD-fractie de vaste wil heeft om paal en perk te stellen aan de slechte gewoontes die geleidelijk aan ingang hebben gevonden. Het zal echter niet gemakkelijk zijn om die gewoontes te veranderen, want zij komen de regering goed uit.

Mijn opmerking is gezagsgetrouw en kritisch. Ze is gezagsgetrouw omdat we zullen goedkeuren wat voorligt en kritisch omdat ik de gang van zaken aan de kaak stel.

De voorzitter. - We zijn er allen van overtuigd dat de Senaat goed werk levert. Het is belangrijk dat de VLD-fractie dat aan de eerste minister meedeelt.

Voorstel van resolutie betreffende de politieke toestand in Iran en de betrekkingen van dat land met de Europese Unie (van de heer François Roelants du Vivier, Stuk 3-1057)

Voorstel van resolutie betreffende het bewind in Iran en de oppositie ertegen (van de heer Staf Nimmegeers c.s., Stuk 3-1065)

Bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging: zie stuk 3-1057/4.)

De voorzitter. - Ik dank de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen voor haar snelle en uitstekende werk.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD), rapporteur. - De commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging heeft snel gehandeld zodat de plenaire vergadering vandaag nog over de resoluties kan stemmen en het regime in Teheran een duidelijk signaal kan sturen.

Aangezien het schriftelijk verslag nog niet klaar is, zal ik de werkzaamheden van de commissie mondeling toelichten.

Het voorstel van resolutie van de heer Roelants du Vivier (Stuk 3-1057) werd ingediend op 23 februari. Het voorstel van resolutie van de heer Nimmegeers en consorten werd iets later ingediend en om die reden werd het voorstel van de heer Roelants du Vivier als basis voor de discussie genomen.

De commissie heeft de voorstellen besproken tijdens haar vergaderingen van 3 mei, 29 november en 20 en 22 december 2005.

Op 29 november heeft de Iraanse ambassadeur, de heer Ali Ahani, een inleidende uiteenzetting gegeven. Spreker hechtte veel belang aan de betrekkingen tussen België en de Europese Unie en Iran. Het komt erop aan deze relaties te versterken en daartoe gebruik te maken van alle economische hefbomen en van de politieke goede wil van de partijen.

Volgens de ambassadeur is het belang dat Iran hecht aan de kwestie van de mensenrechten niet vergelijkbaar met de aandacht die de Europese Unie eraan besteedt. Daarover werd een dialoog op gang gebracht met de Europese Unie, waardoor Iran terzake vooruitgang moet kunnen boeken.

De ambassadeur heeft uitgelegd dat zijn land ook op het vlak van de vrouwenrechten vooruitgang heeft geboekt.

Uiteraard hebben we kanttekeningen geplaatst bij de woorden van de ambassadeur.

Iran wenst geen kernwapens te ontwikkelen omdat deze de veiligheid in de regio niet kunnen garanderen. Sedert de ondertekening van het aanvullend protocol van het Internationaal Atoomagentschap, heeft Iran meer dan duizend inspecteurs ontvangen en goed met hen samengewerkt. Volgens de ambassadeur hebben de inspecteurs geen enkel bewijs gevonden dat Iran zijn verbintenissen zou hebben geschonden.

Uiteraard heeft de inleidende uiteenzetting van de ambassadeur heel wat reacties en vragen losgeweekt, onder meer waarom bij de verkiezingen geen internationale waarnemers aanwezig mochten zijn en over de vermeende inmenging van Iran in Irak.

Geïnformeerd werd ook of Iran de internationale overeenkomsten over de mensenrechten zal naleven.

Er werden ook vragen gesteld over de nucleaire energie, de doodstraffen, meer specifiek omwille van homoseksualiteit, en over de rechten van de vrouw, alsmede over de redenen waarom geen vrouwelijke kandidaten mochten opkomen voor de presidentsverkiezingen van 17 juni 2005, over het engagement van Iran tegenover de Europese Unie om het verrijkingsproces van uranium stop te zetten en over de verhouding van dat land tot zijn buurlanden. Er werd ook gepeild naar de definitie die Iran hanteert voor terrorisme.

De vastgelopen dialoog tussen de Europese Unie en Iran kwam ter sprake. Gevraagd werd of de toekenning van de Nobelprijs aan de eerste vrouw die in Iran tot rechter werd benoemd, de positie van de Iraanse vrouwen heeft verbeterd. De weigering door de raad van hoeders van bepaalde kandidaten voor de presidentsverkiezingen werd eveneens te berde gebracht. Gevraagd werd of de vrijheid van meningsuiting en de mensenrechten tijdens de verkiezingscampagne op alle niveaus werden geëerbiedigd. Ten slotte kwam ook de instemming van Iran met de statuten van het Internationaal Strafhof ter sprake.

De ambassadeur antwoordde dat de toestand van de vrouwen in Iran geëvolueerd is. Volgens hem zijn de vrouwen in alle domeinen actief.

Hij erkende het universele karakter van de Westerse waarden, maar benadrukte ook dat de traditionele waarden van zijn land moeten worden geëerbiedigd. Overeenkomstig de islamitische wet bestaat de doodstraf nog steeds. Voor de terechtstelling van minderjarigen geldt echter een moratorium. Bovendien bereidt de regering een wetsontwerp voor om deze af te schaffen. Steniging staat nog steeds in de wet, maar wordt in principe niet meer toegepast, behalve dan in kleinere dorpen.

De ambassadeur besluit dat zijn land op de goede weg is, maar dat we geduld moeten hebben. Inzake mensenrechten werd vooruitgang geboekt. Overhaasting zou ertoe kunnen leiden dat het proces wegens culturele of traditionele elementen tot stilstand komt.

De vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid zullen maar door de gehele samenleving worden aanvaard als ze geleidelijk aan worden doorgevoerd.

Wat de verkiezingscampagne betreft, hadden alle officiële kandidaten vanaf 10 mei toegang tot de media.

Volgens de ambassadeur is het partijstelsel in Iran nog pril en dus ook broos. Over vrouwelijke kandidaten bij de verkiezingen zijn de meningen verdeeld, maar de ambassadeur zegt dat de mogelijkheid blijft bestaan.

Hij voegt eraan toe dat Iran, dat ongeveer 70 miljoen inwoners telt, zijn energiebronnen moet diversifiëren en uranium voor vredelievende doeleinden moet kunnen gebruiken. Volgens hem bestaat hierover in zijn land overeenstemming. Iran veroordeelt streng alle vormen van terrorisme, maar vindt de eenzijdige en militaire benadering van de Amerikanen in de regio onaanvaardbaar.

Op basis van deze uiteenzetting en de discussie erover in de commissie hebben de indieners van de resoluties een gedachtewisseling gehad over de formulering en de herformulering van een stuk van de tekst. Vooral naar aanleiding van bepaalde heel recente uitspraken werd gevraagd de teksten wat forser te maken.

Ook de vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken heeft een uiteenzetting gehouden. We vonden het immers niet onbelangrijk toch een beetje te weten hoe de minister tegen de problematiek in Iran aankijkt.

De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken legt uit dat de toestand op het vlak van de mensenrechten al vele jaren onrustwekkend is. Tijdens zijn ontmoetingen met de ambassadeur van de Islamitische Republiek Iran heeft de minister benadrukt dat daaraan iets moet worden gedaan.

De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken legde ook uit dat de gewapende groepering `Mujahedin-e-Khalq Organization' (MKO) in 1965 gericht was tegen de sjah. In 1970 werkte ze mee aan de Iraanse revolutie en in 1981 werd ze in Iran buiten de wet gesteld. Ze vestigde zich daarop in Irak en hangt de marxistisch-leninistische leer aan. Sinds 2002 staat de MKO op de lijst met terroristische organisaties van zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie. De National Council of Resistance of Iran, de NCRI, staat alleen op de Amerikaanse lijst. Dat is allemaal belangrijk omdat een deel van de resolutie ook gaat over de aanpak van `terroristische' organisaties.

De vertegenwoordiger van de minister legde uit dat de Europese Unie, overeenkomstig resolutie 1373 van de Veiligheidsraad, op 27 december 2001 een lijst opstelde `houdende terroristische organisaties en personen waartegen beperkende maatregelen worden genomen'. Het gaat hierbij vooral om het bevriezen van tegoeden en gerechtelijke samenwerking op Europees niveau. De lijst is dus niet politiek-declaratoir, maar heeft concrete juridische gevolgen. Het gemeenschappelijk standpunt 931 van de Europese Raad van 27 december 2001 bevat de criteria waaraan de personen of organisaties op de lijst voldoen. Men kan zich daarbij enkel baseren op inlichtingen ingewonnen op om het even wel ogenblik in een gerechtelijk onderzoek. De lidstaten van de Europese Unie kunnen een voorstel indienen om een bepaalde persoon of groep op de lijst te zetten. Alle lidstaten hebben daarvoor een interne procedure. In België komt er in dat geval een groep van experts samen om een technisch advies uit te brengen. De NCRI, de politieke vleugel van de MKO, komt niet op de lijsten voor.

Volgens de vertegenwoordiger van minister De Gucht is de MKO in Iran zo goed als volledig geïsoleerd van de lokale oppositie, omdat ze in 1979 aan de revolutie heeft meegewerkt. De MKO is trouwens bij het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen in beroep gegaan tegen de beslissing om haar op de lijst van terroristische organisaties te zetten.

Na al die uiteenzettingen volgde een lange discussie tussen de commissieleden over de overwegingen die hebben geleid tot het op de lijst zetten van de MKO. Onder anderen de heer Vankrunkelsven dacht dat dit grotendeels was gebeurd om de relaties met het Iraanse regime te verbeteren. De vertegenwoordiger van de minister ontkende dat.

De heer Roelants de Vivier vindt dat we een standpunt moeten innemen, niet alleen tegenover de uitspraken van de Iraanse president, maar ook tegenover de ontsporing van een regime dat steeds meer totalitair wordt en dat massavernietigingswapens wil gebruiken. Volgens onze collega beschikt de Senaatscommissie voor de Buitenlandse Betrekkingen niet over voldoende elementen om een definitief oordeel uit te spreken over de beslissing van de Europese Unie om de MKO op de lijst te zetten. De Senaat en de Kamer van Volksvertegenwoordigers moeten hierover zo snel mogelijk achter gesloten deuren bijeenkomen. Ook op Europees vlak is overleg nodig.

Als gevolg daarvan werden amendementen ingediend.

Amendement 25 van de heer Roelants du Vivier vervangt de hele tekst door een kortere, krachtigere resolutie.

De subsidiaire amendementen van de heer Vankrunkelsven gaan meer specifiek over: het ontbreken van een eenduidige definitie van terrorisme, het aandringen bij de regering om aan de Europese Unie te vragen de MKO niet meer op de lijst met terroristische organisaties te plaatsen, het benadrukken van de dialoog die al is gevoerd en Iran wijzen op zijn verplichtingen tegenover de internationale gemeenschap betreffende het nucleaire programma.

Er werd over deze amendementen gestemd. Amendement 25 van de heer Roelants du Vivier werd eenparig aangenomen. De subamendementen werden eveneens eenparig aangenomen, behalve amendement 29 waarvoor er twee onthoudingen waren. Het door het subamendement aangepaste amendement werd eenparig aangenomen door de 13 aanwezige leden.

In de resolutie zegt de Senaat het volgende. De Iraanse president wordt krachtig veroordeeld. Naar aanleiding van de herhaalde oproepen van de president tot de vernietiging van de staat Israël en zijn ontkenning van de joodse genocide tijdens de Tweede Wereldoorlog vraagt de Senaat aan de regering om zijn protest over te maken en vraagt hij onze ambassadeur in Teheran terug te roepen voor beraadslaging.

De Iraanse overheid wordt er ook aan herinnerd dat zij haar verplichtingen betreffende de mensenrechten moet naleven. Er wordt bij de Iraanse overheid aangedrongen om een einde te maken aan de terechtstellingen en stenigingen, om de doodstraffen, in de eerste plaats die van minderjarigen, om te zetten en om de doodstraf af te schaffen. Er wordt verder aangedrongen om de wettelijke bepalingen die martelingen verbieden toe te passen en te doen respecteren.

De Iraanse overheid wordt ook gevraagd om de nodige wet- en regelgeving in te voeren om voor gerechtsprocedures te zorgen die een transparant, rechtvaardig en billijk proces waarborgen.

Er wordt aangedrongen opdat de Iraanse overheid elke vorm van discriminatie op grond van religie of etnische afkomst zou doen verdwijnen.

De Iraanse overheid wordt ook gevraagd om een einde te maken aan de beperkingen van de vrijheid van mening en meningsuiting en het werk van mensenrechtenactivisten te respecteren.

Zij wordt eraan herinnerd een wettelijk kader aan te nemen om ervoor te zorgen dat de Iraanse vrouwen onverkort de fundamentele rechten genieten en het verdrag daartoe te ratificeren, ondanks de afwijzing door de Raad van Wachters.

Zij moet erover waken dat het ratificatieproces van de toetreding van Iran tot het Internationaal Strafhof wordt afgewerkt.

Er wordt aangedrongen om de VN-verdragen tegen het terrorisme en de financiering ervan te bekrachtigen en uit te voeren.

In het kader van de Europese Unie moet worden onderzocht of het op basis van alle relevante en geactualiseerde gegevens gerechtvaardigd is om de MKO al dan niet op de Europese lijst van terroristische organisaties te handhaven.

Er wordt ook gevraagd om op Europees niveau de onderhandelingen tussen de EU en Iran op nucleair vlak terug op te nemen en het vertrouwen van de internationale gemeenschap in het civiele karakter van het nucleaire programma van Iran te herstellen.

Ten slotte wordt gevraagd om alle democratische krachten te steunen die binnen en buiten Iran werken aan de vestiging van een democratische rechtsstaat die de mensenrechten eerbiedigt.

Ik dank alle collega's die aan deze resolutie hebben meegewerkt en ook de diensten van de Senaat voor hun efficiënte werking. Ik hoop dat deze belangrijke resolutie zal worden aangenomen.

De heer François Roelants du Vivier (MR). - Ik dank mevrouw Van de Casteele voor het uitstekende rapport, evenals de voorzitter voor haar gelukwensen aan het adres van de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging. Ik dank ook de diensten, die opmerkelijk werk hebben geleverd.

We moeten ons uitspreken over een voorstel van resolutie, waartoe ik het initiatief heb genomen, over de politieke toestand en de eerbiediging van de mensenrechten in Iran. Het is de bedoeling dat de Senaat de schandelijke uitspraken van een staatshoofd veroordeelt over de vernietiging van de staat Israël en over de ontkenning van de door het nazi-regime gepleegde joodse genocide.

Onze commissie heeft unaniem een tekst goedgekeurd waarin gevraagd wordt dat onze ambassadeur in Teheran voor overleg wordt teruggeroepen. De hopelijk eveneens unanieme goedkeuring van vanavond komt op tijd, aangezien de Europese Unie deze week een verklaring heeft gepubliceerd waarin een lange reeks van mensenrechtenschendingen door de Iraanse overheid wordt opgesomd: terechtstellingen, ook van adolescenten en zelfs heel recent nog; foltering; beperking van de vrijheid van meningsuiting, pers- en internetcensuur; beperking van talrijke politieke vrijheden, van de godsdienstvrijheid... Ingevolge deze publicatie heeft Iran de hervatting van de dialoog met de Europese Unie over de mensenrechten, die sinds 2004 geblokkeerd is, verder uitgesteld.

Verwelkoming van een groep jongeren

De voorzitter. - Ik verwelkom een groep jongeren die samen met het Forum Democratie en het Belgische leger, vanuit de Senaat een directe verbinding tot stand hebben gebracht met jongeren in Kaboel. Ik feliciteer het Forum Democratie, het leger en de jonge deelnemers. (Algemeen applaus)

Voorstel van resolutie betreffende de politieke toestand in Iran en de betrekkingen van dat land met de Europese Unie (van de heer François Roelants du Vivier, Stuk 3-1057)

Voorstel van resolutie betreffende het bewind in Iran en de oppositie ertegen (van de heer Staf Nimmegeers c.s., Stuk 3-1065)

Voortzetting van de bespreking

De heer François Roelants du Vivier (MR). - Ik dank de voorzitter omdat ze mijn uiteenzetting heeft onderbroken om het belang van een dergelijke demarche te onderstrepen. De jongeren zullen de evolutie van het dossier dat we nu bespreken en dat handelt over een buurland van Afghanistan, ongetwijfeld aandachtig volgen.

Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië, hebben recentelijk de onderhandelingen over het nucleaire dossier met Iran hervat. De onderhandelaars hebben echter radicaal tegengestelde doelstellingen: Iran wil een precies tijdschema voor de hervatting van de verrijking van uranium terwijl de Europese Unie wil dat het Iraanse nucleaire programma alleen burgerlijke en in geen geval militaire doeleinden dient.

Onze commissie heeft het Iraanse dossier naar zich toegetrokken om de politieke evolutie in Iran van dichtbij te kunnen volgen. De geruststellende woorden van de Iraanse ambassadeur hebben ons niet overtuigd.

Ik citeer een uitspraak van de ambassadeur van Iran: `Er is vooruitgang geboekt op het vlak van de eerbiediging van de mensenrechten, maar we mogen niet te vlug gaan om niet door culturele of traditionele elementen te worden afgeblokt.' Die uitspraak is veelbetekenend.

Volgens ons wordt de mensenrechtensituatie in Iran almaar slechter en gaat de democratie er achteruit. Mensenrechten zijn universeel en elke man en elke vrouw in Iran moet ze genieten. Het geduld dat de ambassadeur van Iran aanbeveelt, is misplaatst. We weten immers hoeveel minderjarigen in dat land worden terechtgesteld.

Het is hoog tijd dat Iran begrijpt dat het alle kansen op dialoog die de internationale gemeenschap aanbiedt, moet aangrijpen, want anders zal dat land door de naties worden uitgestoten. Zijn vlucht naar voren moet worden stopgezet.

De voorzitter. - Ik feliciteer de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen nogmaals met haar werk.

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Ik hoef niets toe te voegen aan deze schitterende inleidingen. Er was een goede samenwerking tussen de indieners van de eerste en van de tweede resolutie om tot een gemeenschappelijke resolutie te komen. In tegenstelling tot wat mijn collega en naamgenoot, de charmante professor Vandenberghe, hier enkele uren geleden over zijn commissie heeft laten verstaan, druk ik mijn waardering uit voor de mensen van de diensten die voor onze commissie hebben gewerkt.

De tweede resolutie was scherper. In de commissie werd ze op een meer diplomatische wijze geformuleerd. Zo werd de uitdrukking `eisen' veranderd in `aandringen' en `vragen'. Het belangrijkste is dat we deze resolutie vandaag, in een periode waarin we over vrede en verdraagzaamheid spreken, kunnen goedkeuren.

De heer Pierre Galand (PS). - We hebben in de commissie uitstekend werk verricht. Ik zou dus heel graag hebben dat deze assemblee de voorstellen van resolutie goedkeurt.

Ik wil ook een korte tekst voorlezen waaruit blijkt hoe belangrijk het is dat we optreden.

`De manipulatie van de massa in Europa door het zionisme, ondanks het racistische en repressieve beleid van het Israëlische regime tegenover het Palestijnse volk, heeft tot gevolg gehad dat de politieke en parlementaire gezagshebbers, onderzoekers, academici en zelfs journalisten en gewone mensen in de Europese landen niet het recht hebben gewoon een vraag te stellen of enige twijfel ten toon te spreiden over de omvang van de holocaust op straffe van zware boetes of gevangenisstraf, wat in strijd is met het principe van de vrijheid van meningsuiting. Het is verbazingwekkend dat u het protest van de Iraanse president tegen die flagrante tekortkoming van de Europese democratie als antisemitisch beschouwt.'

Die uitspraak is afkomstig van de Iraanse ambassadeur in België, als antwoord op een brief waarin ik hem meedeelde dat de verklaringen van de Iraanse president ons voorlopig niet meer toelieten dat land nog te bezoeken.

Dit is ronduit schandelijk.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik dank de rapporteur voor haar uitgebreid en interessant verslag. Ik dank de collega's van de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen voor het goede werk dat gisterenochtend werd verricht. We zijn erin geslaagd een unaniem standpunt te kunnen innemen.

De gebeurtenissen in Iran moeten ons zorgen baren. Het gebrek aan respect voor de mensenrechten, de mogelijke aanmaak van kernwapens en de expliciete uitspraken van de Iraanse president aan het adres van de staat Israël drijven de spanningen op in een regio waar de lijn tussen vrede en geweld zeer dun is.

Voor CD&V, net zoals voor alle democraten, is het onaanvaardbaar dat minderjarigen ter dood worden veroordeeld, dat onmenselijke lijfstraffen worden toegepast, dat vrouwen gediscrimineerd worden, dat religieuze en etnische minderheden worden vervolgd en dat mensen willekeurig worden gearresteerd en zonder enige vorm van proces in hechtenis blijven. Ook de Iraanse staat is gebonden aan de internationale verdragen die ze ondertekend heeft.

Het doelbewuste gebrek aan samenwerking van de Iraanse autoriteiten met de internationale gemeenschap en meer in het bijzonder met het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie, IAEA, moet ons nog het meest zorgen baren, zeker in combinatie met de recente uitspraken van president Ahmadinejad. Uiteraard wil de internationale gemeenschap aan Iran het recht op een nucleair programma voor civiele doeleinden niet miskennen. Maar het feit dat het IAEA geen volledige toegang krijgt tot alle sites en dat Iran niet ingaat op het aanbod van Rusland met betrekking tot het gezamenlijk beheer van de verwerking van uranium op Russische bodem, is een veeg teken aan de wand en roept heel wat verdenkingen op. Iran moet daarom vrije toegang verlenen aan de IAEA en moet zich houden aan het non-proliferatieverdrag. Alleen op die wijze kan het land bewijzen dat het enkel het welzijn van zijn burgers dient.

We beseffen dat langs diplomatieke weg alles in het werk moet worden gesteld om het lont uit dit `nucleair kruitvat' te halen. Deze zware taak rust op de schouders van de EU, terwijl de grote mogendheden China, VS en Rusland, elk vanuit hun eigen geostrategische en historische belangen, het gebeuren met argusogen volgen.

We hebben toch heel wat bedenkingen bij de onaanvaardbare uitspraken van president Ahmadinejad aan het adres van de staat Israël. Die uitspraken zijn eigenaardig op een moment dat Iran onder druk staat van de internationale gemeenschap omtrent het nucleair programma. De Iraanse president maakt evenwel gebruik van de verdeeldheid binnen de internationale gemeenschap om dergelijke uitspraken te doen. Bovendien tracht hij op deze manier zijn positie bij brede lagen van de arme bevolking in Iran te versterken. Het is een strategische zet van de Iraanse president om de interne problemen te verdoezelen. Dat is evenwel een zeer gevaarlijke kortetermijnpolitiek die een gevaar voor de wereldvrede betekent. Het is overigens zeer de vraag of de uitspraken van de Iraanse president over Israël en het joodse volk de Palestijnse zaak dient. Gelukkig zijn de Palestijnen zich daarvan bewust en distantiëren ze zich ervan.

CD&V zal deze resolutie dan ook steunen omdat voor ons, zoals voor alle aanwezigen hier, mensenrechten belangrijk zijn, omdat voor ons aan de soevereiniteit van de staat Israël niet kan worden getwijfeld, omdat voor ons de miskenning van de holocaust onaanvaardbaar is en omdat de ontwikkeling van de nucleaire wapens een grote bedreiging voor de vrede in een explosieve regio betekent.

Voorstel van resolutie over de toestand in Ethiopië (van mevrouw Sabine de Bethune c.s., Stuk 3-1470)

Voorstel van resolutie over de situatie in Ethiopië (van de heer Christian Brotcorne c.s., Stuk 3-1471)

Bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging: zie stuk 3-1470/5.)

De heer Pierre Galand (PS), rapporteur. - Mevrouw de Bethune heeft een voorstel van resolutie ingediend. Een tweede voorstel werd ingediend door de heer Brotcorne.

Op 29 november hebben we in deze assemblee een samenwerkingsakkoord tussen België en Ethiopië goedgekeurd. Dat is een instrument om te reageren op de zorgwekkende toestand in dat land. De twee rapporteurs hebben elkaar aangevuld in de manier waarop ze de situatie hebben benaderd. We willen onze regering waarschuwen voor één van de meest zorgwekkende toestanden ter wereld.

Op 15 mei jongstleden waren er verkiezingen. De Ethiopische regering, die een ruime meerderheid van de stemmen behaalde, interpreteerde het resultaat van die verkiezingen op een andere manier dan de internationale waarnemers, onder wie die van de Europese Commissie en van het Europees Parlement, die meenden dat het EPRDF, de regeringspartij, uiterst snel verklaringen over de resultaten had afgelegd en dat die resultaten moeten worden betwijfeld.

In juni maakten de belangrijkste organisaties voor de verdediging van de mensenrechten zich zorgen omdat ze vaststelden dat de oude toestand volledig was teruggekeerd en de situatie op het vlak van de mensenrechten barslecht geworden was als gevolg van het feit dat het EPRDF de regering domineerde: massale arrestaties, onderdrukking van betogingen, in het bijzonder van vreedzame studentenbetogingen, doelgerichte moorden, meer dan tachtig doden, gedwongen verhuizing van de bevolking. Al die inbreuken verontrustten de internationale gemeenschap en het Europees Parlement, die daarover overigens een standpunt hebben ingenomen.

In juli trad een nieuwe fase in, aangezien het EPRDF de oppositie elke actiemogelijkheid in het parlement ontnam. De situatie wordt van maand tot maand erger.

Tot slot werden in december nieuwe spanningen vastgesteld tussen Ethiopië en Eritrea over hun gemeenschappelijke grens. Na de oorlog van 1998-2000 werd beslist dat de Verenigde Naties de grens tussen de twee voorheen verenigde landen zouden vastleggen. In die oorlog vielen tachtigduizend doden. De huidige bezorgdheid over dit onderwerp is dus gerechtvaardigd.

Onze commissie heeft het daarom terecht nodig geacht de voorstellen van resolutie met spoed te bespreken en vandaag een resolutie voor te stellen waarin al de bekommernissen die ik daarnet heb uiteengezet, worden bevestigd. In de resolutie wordt aan onze assemblee gevraagd erover te waken dat zowel de Belgische regering als de Europese Unie de evolutie van de situatie in die regio volgen op het vlak van de democratie en de mensenrechten, maar ook betreffende de kans op oorlog tussen Eritrea en Ethiopië.

We moeten erop toezien dat de Belgische regering er bij Europese Unie de aandacht op vestigt dat we Eritrea en Ethiopië eraan moeten herinneren dat we waakzaam zijn om oorlog te vermijden en om de democratie en de mensenrechten te herstellen.

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Ik sluit me aan bij het schitterende verslag van onze collega. In deze vredestijd zal de Senaat ook deze resolutie over Ethiopië willen goedkeuren. Geweld lost immers geen enkel probleem op.

Samen met de resolutie over Iran zal de Senaat dan twee krachtige signalen naar de regering sturen. Hopelijk zullen de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Ontwikkelingssamenwerking er terdege rekening mee houden.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Op mijn beurt wil ik de rapporteur danken voor zijn interessant verslag. Ik dank ook de heer Brotcorne voor zijn voorstel van resolutie, op grond waarvan mijn voorstel van resolutie nuttig kon worden geamendeerd. Ik wil in het bijzonder collega's Lionel Vandenberghe, Roelants du Vivier en Galand danken voor de amendementen waarmee ze de tekst van de resolutie hebben versterkt.

Ik dank alle commissieleden die ondanks de drukte van deze week de tijd hebben gevonden voor een discussie over deze belangrijke actualiteit.

Aldus heeft de Senaat zijn specifieke verantwoordelijkheid voor het buitenlandse beleid andermaal ter harte kunnen nemen. In het huidige bicamerale stelsel is dat toch een van de meerwaarden van onze assemblee. CD&V dankt heel speciaal de senaatsvoorzitter die dat allemaal mogelijk heeft gemaakt.

De Hoorn van Afrika is de voorbije decennia geteisterd door dictaturen, burgeroorlogen en afscheidingsconflicten. De jongste jaren is in die situatie, zij het met horten en stoten, verandering gekomen. Eritrea werd een onafhankelijke staat en het grensconflict met het buurland Ethiopië is voorlopig bijgelegd. Somalië doet menige inspanning om het centraal gezag te herstellen en om de rechtsstaat op te bouwen. In Ethiopië kwam recentelijk een schuchter, maar hoopgevend democratiseringsproces op gang. Dat zijn hoopgevende tekenen voor een regio die zwaar te lijden heeft onder oorlogsgeweld, honger en armoede.

Op 15 mei vonden in Ethiopië de eerste democratische verkiezingen plaats. Ondanks enkele kleinere incidenten en andere kinderziekten op weg naar de democratie verliepen de campagneperiode en de verkiezingsdag vrij vlot. De huidige meerderheidspartij van premier Zenawi en de oppositie waren bereid de democratie in Ethiopië definitief op gang te brengen. De internationale gemeenschap kon dat alleen maar toejuichen en ondersteunen. Ze heeft dat dan ook gedaan en ik verwijs hiervoor naar de steun van de EU die meer dan 50% van de Ethiopische begroting uitmaakt. Collega Galand heeft verwezen naar het samenwerkingsakkoord met Ethiopië en de memorie van toelichting bij de resolutie geeft aan dat Ethiopië een tijd lang een partnerland van België is geweest. Vandaag is dat niet langer het geval, maar er lopen nog veelvuldige projecten die ons land tot een goed einde zal brengen.

Tot onze grote spijt moeten we echter vaststellen dat de democratische wil van de kiezers door de huidige machthebbers niet erkend werd. Meer nog, ondanks het vreedzaam protest van de oppositie en de wil om via een dialoog tot een oplossing te komen, heeft de regerende partij alles in het werk gesteld om het democratisch proces gewelddadig in de kiem te smoren. De persvrijheid werd aan banden gelegd, oppositieleiders werden gearresteerd, protestbetogingen in meerdere steden werden bloedig uit elkaar geslagen met tientallen doden en vele honderden gewonden tot gevolg. Meer dan 40.000 mensen werden gearresteerd en worden in lamentabele omstandigheden en zonder enig vorm van proces vastgehouden. De internationale gemeenschap is zich ervan bewust dat het respect voor de mensenrechten in Ethiopië ver te zoeken is en wil via diplomatieke weg alles in het werk stellen om het democratiseringsproces te redden.

Met deze resolutie, die dezelfde strekking heeft als de verschillende resoluties van het Europees Parlement, wil ook de Senaat het signaal geven dat België belang hecht aan de voortzetting van het democratiseringsproces. Ons land heeft immers een bijzondere relatie met Ethiopië, dat tot 2004 tot onze partnerlanden behoorde. Er werden voor een totaal bedrag van ongeveer 22,2 miljoen euro projecten opgezet - het laatste loopt af in 2006 - tengevolge van een samenwerkingsakkoord met de Ethiopische regering. Daarom kunnen we de ogen niet sluiten voor het nieuwe drama dat zich afspeelt in de Hoorn van Afrika.

Tot slot moet de internationale gemeenschap bijzonder waakzaam blijven voor een mogelijk nieuw grensconflict met Eritrea. De machthebbers in Ethiopië grijpen de grensspanningen aan om het democratiseringsproces te fnuiken en het binnenlandse ongenoegen hardhandig te onderdrukken. Beide landen trekken intussen massaal troepen aan hun grenzen samen. De VN-waarnemers die de gedemilitariseerde grenszone bewaken, werden vriendelijk verzocht de regio te verlaten waarmee beide landen de VN-resolutie terzake negeren. Een nieuw conflict maakt dat de burgers andermaal het grootste slachtoffer dreigen te worden. België, de Europese Unie, de Afrikaanse Unie en de internationale gemeenschap mogen dit niet tolereren.

CD&V is dan ook blij dat de leden van de Senaatscommissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging, over de partijgrenzen heen, het respect voor de mensenrechten en de democratische beginselen centraal hebben gesteld en zich eenparig achter de resolutie hebben geschaard.

-De bespreking is gesloten.

-De stemming over het voorstel van resolutie in zijn geheel heeft later plaats.

De voorzitter. - We zetten onze werkzaamheden voort vanmiddag om 14.00 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 12.35 uur.)

Berichten van verhindering

Afwezig met bericht van verhindering: mevrouw Annane, om familiale redenen, mevrouw Van dermeersch, om gezondheidsredenen, de heren Wilmots, Nimmegeers en Verreycken, wegens andere plichten

-Voor kennisgeving aangenomen.

Bijlage

Ontwerp van programmawet (Stuk 3-1492) (Evocatieprocedure)

Artikel 2bis (nieuw)

Amendement 1 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere (Stuk 3-1492/2)

Artikel 21bis (nieuw)

Amendement 7 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere (Stuk 3-1492/2)

Artikel 27bis (nieuw)

Amendement 2 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere (Stuk 3-1492/2)

Artikel 27ter (nieuw)

Amendement 3 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere (Stuk 3-1492/2)

Artikel 65

Amendement 4 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere (Stuk 3-1492/2)

Artikel 65bis (nieuw)

Amendement 5 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere (Stuk 3-1492/2)

Artikel 76bis (nieuw)

Amendement 6 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere (Stuk 3-1492/2)

Artikel 96bis (nieuw)

Amendement 8 van de heer Steverlynck c.s. (Stuk 3-1492/2)

Artikel 96ter (nieuw)

Amendement 9 van de heer Steverlynck c.s. (Stuk 3-1492/2)

Artikel 96quater (nieuw)

Amendement 10 van de heer Steverlynck c.s. (Stuk 3-1492/2)

Artikel 96quinquies (nieuw)

Amendement 11 van de heer Steverlynck c.s. (Stuk 3-1492/2)

Artikelen 121 tot 127

Amendement 12 van de heer Vandenberghe c.s. (Stuk 3-1492/2)

Artikel 129

Amendement 13 van de heer Steverlynck c.s. (Stuk 3-1492/2)

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (Stuk 3-1493) (Evocatieprocedure)

Artikel 35

Amendement 9 van de heer Steverlynck c.s. (Stuk 3-1493/2)

Artikel 37

Amendement 10 van de heer Steverlynck c.s. (Stuk 3-1493/2)

Artikel 41bis (nieuw)

Amendement 11 van de heer Steverlynck c.s. (Stuk 3-1493/2)

Artikel 41ter (nieuw)

Amendement 12 van de heer Steverlynck c.s. (Stuk 3-1493/2)

Artikel 80

Amendement 13 van de heer Steverlynck c.s. (Stuk 3-1493/2)

Artikel 82

Amendement 1 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere (Stuk 3-1493/2)

Artikel 83

Artikel 85

Amendement 3 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere (Stuk 3-1493/2)

Artikel 90bis (nieuw)

Amendement 4 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere (Stuk 3-1493/2)

Artikel 122bis (nieuw)

Amendement 5 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere (Stuk 3-1493/2)

Artikel 136bis (nieuw)

Amendement 6 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere (Stuk 3-1493/2)

Artikel 138bis (nieuw)

Amendement 7 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere (Stuk 3-1493/2)

Artikel 138bis (nieuw)

Amendement 7 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere (Stuk 3-1493/2)

Artikel 139bis (nieuw)

Amendement 8 van de heer Beke en mevrouw De Schamphelaere (Stuk 3-1493/2)