1-220

BELGISCHE SENAAT


GEWONE ZITTING 1998-1999
____


BEKNOPT VERSLAG


PLENAIRE VERGADERING

Woensdag 18 november 1998

________



INHOUD




VRAAG OM UITLEG
van de heer Hatry (Europese richtsnoeren voor de werkgelegenheid) aan de minister van tewerkstelling en arbeid. (Sprekers : de heer Hatry en mevrouw Smet, minister van tewerkstelling en arbeid.)

INSTEMMING MET HET BESLUIT VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN, IN HET KADER VAN DE RAAD BIJEEN, VAN 19 DECEMBER 1995 BETREFFENDE BESCHERMING VAN DE BURGERS VAN DE EUROPESE UNIE DOOR DE DIPLOMATIEKE EN CONSULAIRE VERTEGENWOORDIGINGEN
Algemene bespreking. (Spreker : de heer Nothomb, verslaggever.)
Aanneming van de artikelen.

INSTEMMING MET DE OVEREENKOMST TUSSEN DE BELGISCH-LUXEMBURGSE ECONOMISCHE UNIE, ENERZIJDS, EN DE REGERING VAN DE REPUBLIEK MOLDOVA EN DE REPUBLIEK VAN LETLAND, ANDERZIJDS, INZAKE WEDERZIJDSE BEVORDERING EN BESCHERMING VAN INVESTERINGEN
Algemene bespreking. (Spreker : de heer Nothomb, verslaggever.)
Aanneming van de artikelen.

INSTEMMING TUSSEN DE BELGISCH-LUXEMBURGSE ECONOMISCHE UNIE EN DE REPUBLIEK ESTLAND INZAKE WEDERZIJDSE BEVORDERING EN BESCHERMING VAN INVESTERINGEN
Aanneming van de artikelen.

INSTEMMING MET DE OVEREENKOMST TUSSEN DE REGERING VAN HET KONINKRIJK BELGIE EN DE REGERING VAN OEKRAINE TOT HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING EN TOT HET VOORKOMEN VAN HET ONTGAAN VAN BELASTING INZAKE BELASTINGEN NAAR HET INKOMEN EN NAAR HET VERMOGEN
Aanneming van de artikelen.

INSTEMMING MET HET ZETELAKKOORD TUSSEN HET KONINKRIJK BELGIE EN DE COOPERATION COUNCIL OF THE ARAB STATES OF THE GULF
Algemene bespreking. (Sprekers : de heren Hatry, verslaggever; Verreycken en Derycke, minister van buitenlandse zaken.)

INSTEMMING MET HET ZESDE PROTOCOL BIJ HET VERDRAG TOT BESCHERMING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS EN DE FUNDAMENTELE VRIJHEDEN INZAKE DE AFSCHAFFING VAN DE DOODSTRAF
Algemene bespreking. (Sprekers : mevrouw Sémer, verslaggever.)
Aanneming van de artikelen.

INSTEMMING MET HET TWEEDE FACULTATIEVE PROTOCOL BIJ HET INTERNATIONAAL VERDRAG INZAKE BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN, GERICHT OP DE AFSCHAFFING VAN DE DOODSTRAF
Aanneming van de artikelen.

INSTEMMING MET HET VIJFDE PROTOCOL BIJ DE ALGEMENE OVEREENKOMST BETREFFENDE DE HANDEL IN DIENSTEN
Aanneming van de artikelen.

RESOLUTIE BETREFFENDE DE INSTELLING VAN EEN RAAD VOOR DE RECHTEN VAN HET KIND
Bespreking. (Sprekers : mevrouw Thijs, verslagger; de heren Ceder, Hostekint en Derycke, minister van buitenlandse zaken.)
Bespreking van het amendement. - Aangehouden stemming.

REGELING VAN DE WERKZAAMHEDEN

BEPERKING VAN DE CUMULATIE VAN HET MANDAAT VAN BURGEMEESTER, SCHEPEN EN VOORZITTER VAN DE RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN MET ANDERE AMBTEN
Aanneming van de artikelen.





_____________







VOORZITTER : DE HEER MOENS,
ONDERVOORZITTER


____



De vergadering wordt om 14.10 u. geopend.





VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER HATRY AAN DE MINISTER VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID,
over « het niet-naleven van de internationale verplichtingen die België ten aanzien van de Europese Unie is aangegaan in het kader van de Europese richtsnoeren voor de werkgelegenheid »


De heer Hatry (PRL-FDF) (in het Frans). - In de eerste plaats verheugt het mij dat de sociale gesprekspartners begrepen hebben dat ze het beter eens werden over een collectieve overeenkomst voor twee jaar in de plaats van te rekenen op de beloften van de regering. Gelet op de internationale concurrentienorm ten opzichte van onze drie buurlanden en belangrijkste concurrenten, de collectieve overeenkomst die in 1994 is afgelopen en de geldende wettelijke regeling, worden de toegelaten maxima niet vastgesteld door de regering, maar door de sociale gesprekspartners.

In dit stadium bestaat er geen enkele garantie inzake matiging. Mevrouw de minister, u hebt gezegd dat het mogelijk is 6 % te halen door veel meer te geven. Met uw berekeningswijze probeert u alles wat u doet belangrijker te doen lijken, terwijl in de bedrijven geprobeerd wordt alles te bagatelliseren. Als bijvoorbeeld een collectieve overeenkomst wordt gesloten voor twee opeenvolgende jaren en het inflatiepercentage bedraagt 3 % voor elk van die jaren, betekent zulks door de inflatie het tweede jaar maar 1,5 %, wat in het totaal neerkomt op 4,5 % over twee jaar. Als in een collectieve overeenkomst beslist wordt 12 % te geven op 1 december van het tweede jaar, dan vertegenwoordigt die 12 % in feite maar 0,5 % van het totaal. Zo komt men tot 5 % op jaarbasis. En zo geeft men in sommige bedrijven toch grotere verhogingen. We moeten proberen deze mathematische onregelmatigheden te voorkomen, want ze zouden voor een jezuøietencollege voldoende grond zijn om de personen die ze begaan weg te sturen wegens schijnheiligheid !

Op de Top van Luxemburg over werkgelegenheid, in november 1997, hebben de lidstaten zich ertoe verbonden een meerjarenactieplan in te voeren met, op nationaal niveau, 19 Europese richtsnoeren inzake werkgelegenheid. Die nationale plannen zijn voorgesteld op de Top van Cardiff. België heeft zich ertoe verbonden binnen zes jaar de loonlasten te verminderen door de werkgeversbijdragen af te stemmen op het gemiddelde van de buurlanden, wat een vermindering met 3,4 % betekent of ongeveer 108 miljard. Dit plan moet in drie stappen van twee jaar worden uitgevoerd, waarbij elke stap overeenstemt met de duur van het interprofessioneel en sectoraal overleg. Er werd beslist over te gaan tot de vermindering van de fiscale en parafiscale lasten om de werkgelegenheid te bevorderen en tot de vermindering van de inhoudingen op arbeid, wat een progressieve vermindering van de totale fiscale lasten in elke lidstaat betekent.

Het Belgische plan voorziet tevens in een vermindering van de werkgeversbijdragen in drie stappen van twee jaar en de vrijmaking, in 1999 en 2000, van 18 miljard op jaarbasis, vanaf 1 januari 1999 en niet vanaf 1 juli 1999, zoals later beslist werd. Voor 2000 hebt u een manoeuvreerruimte gehouden, want er werd bepaald dat de datum zal worden vastgelegd naar gelang van de budgettaire mogelijkheden.

Over die getallen bent u verderop in uw plan veel nauwkeuriger. In de algemene beleidsverklaring die de eerste minister op 13 oktober jongstleden in de Kamer heeft uitgesproken, heeft hij aangekondigd dat de inwerkingtreding van het plan ter verlaging van de werkgeversbijdragen tot 1 juli 1999 zal worden uitgesteld, waardoor hij terugkomt op zijn verbintenissen ten aanzien van de Europese Unie. U zult uw houding tijdens de volgende Top in Wenen moeten rechtvaardigen. Die aankondiging komt des te ongelegener daar de laatste gegevens over de werkloosheid niet zeer bemoedigend zijn. Als men de grootte van de werkloosheid immers vergelijkt met het BBP, ziet de toestand in Vlaanderen er veel rooskleuriger uit dan in het Brussels Gewest en vooral ten opzichte van Wallonië. Dat betekent dat de gevolgen van uw plan voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waals Gewest veel zwaarder zullen zijn dan voor Vlaanderen.

De situatie in België blijkt nog minder gunstig wanneer men bedenkt dat het achterop is wat de omzetting van Europese richtlijnen in intern recht betreft en dat de regering niet voornemens is de Maribel-steun terug te betalen.

Dat België het land is dat het meest achterop is wat de omzetting van richtlijnen betreft, staat immers als een paal boven water. In het begin van het jaar waren wij erin geslaagd die achterstand te verkleinen, aangezien het percentage van niet-omgezette richtlijnen van 8,5 % tot 7,1 % was teruggebracht, maar sedert september gaat het weer in stijgende lijn.

Uw houding betreffende de terugbetaling van de Maribel-steun zal u veel problemen bezorgen. De advocaat-generaal van het Europees Hof van Justitie volgt uw argumenten in het geheel niet. In zijn recent advies heeft hij duidelijk onderstreept dat die steun leidde tot een onmiskenbaar verschillende behandeling onder Belgische ondernemingen, de handel tussen de Staten beøinvloedde door de concurrenten in de andere lidstaten te benadelen. Voorts achtte hij het nutteloos te gewagen van een wanverhouding tussen de verleende steun en de sanctie om zich aan de terugbetaling van de steun te onttrekken.

Op de volgende vragen zou ik graag een duidelijk antwoord krijgen.

Is het uitstel van de inwerkingtreding van het plan ter vermindering van de sociale bijdragen wel in overeenstemming met de verbintenissen van België ten aanzien van de Europese Unie ? Wat is uw mening daarover ?

Artikel 109Q, lid 3, van het Verdrag van de Europese Gemeenschap bepaalt dat elke lidstaat aan de Commissie een jaarverslag bezorgt betreffende de belangrijkste maatregelen ter uitvoering van het werkgelegenheidsbeleid. Hoe zal in dat verslag worden verwezen naar richtsnoer nummer 11 van het actieplan van de Belgische regering ?

Artikel 109Q, lid 4, bepaalt dat de Raad aan de lidstaten aanbevelingen kan doen.

Zal België ten slotte niet het slachtoffer worden van een dergelijke aanbeveling ? Wij weten immers dat de problemen met Europa alsmaar toenemen. De Commissie plaatst ons op de laatste rij en uw provocerende houding, mevrouw, inzake het niet terugbetalen van de Maribel bis en ter zal de zaken er zeker niet op verbeteren.

Mevrouw Smet, minister van tewerkstelling en arbeid, belast met het beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen (in het Frans). - Mijnheer Hatry, het eerste deel van uw betoog verbaast mij. U zegt enerzijds dat het u verheugt dat de sociale partners tot een akkoord over de loonnorm zijn gekomen. Anderzijds voegt u er aan toe dat er achterpoortjes zijn en dat u geen vertrouwen hebt in de uitvoering van het akkoord.

De sociale partners zijn het eens geworden zowel over het akkoord als over de toepassing ervan. Correcties zijn desgevallend mogelijk en de wet blijft van toepassing.

Uw overzicht van de beloften van de regering is correct. Ik heb de sociale partners vanmorgen nog ontmoet en zij gaan uit van de datum van 1 juli. Als de begroting het evenwel toelaat, zal de regering de verlaging van de bijdragen vroeger laten ingaan, bijvoorbeeld bij het begin van het tweede kwartaal.

Het komt België toe de regeling voor de verlaging van de sociale bijdragen vast te stellen. De keuze van de datum of een vertraging bij de uitvoering zullen niet voor moeilijkheden zorgen met de Europese autoriteiten.

De bedoeling van het Maribel bis-plan was dat het heel ruim en niet-specifiek zou zijn. In de praktijk kon 60 % van de arbeiders het voordeel ervan genieten. De regering wil alle bedrijven een definitieve verlaging van de sociale bijdragen toekennen. We hebben de zaak evenwel gefaseerd en dat zorgt voor moeilijkheden.

Ik vind het niet verantwoord dat Europa bezwaren heeft tegen die fasering. Ik ken natuurlijk de argumentatie van de advocaat-generaal en de kans bestaat dat wij uiteindelijk het pleit verliezen, maar dat zal jaren duren. Intussen blijven wij vruchtbare contacten hebben met de Commissie. Zo konden wij het reeds eens worden over de regels voor de berekening en de compensatie van de teveel geøinde bedragen.

Wat de omzetting van de richtlijnen betreft, is er op mijn departement slechts vertraging voor enkele zeldzame punten. In bepaalde gevallen immers legt de wet raadplegingen op en dat vergt heel wat tijd. Ons land zal niet worden gegispt wegens een eventueel uitstel van de lasten met betrekking tot artikel 109Q.

Kortom, wij moeten vertrouwen stellen in de sociale gesprekspartners. Het akkoord over de loonnorm blijft gelden, wij hebben argumenten om Maribel bis te verantwoorden en ons actieplan zou in principe geen probleem mogen vormen op Europees niveau.

De heer Hatry (PRL-FDF) (in het Frans). - Mijn interventie was niet nutteloos. In het antwoord van de minister heb ik immers vier nieuwe elementen ontdekt.

Als er voldoende financiële ruimte is, zullen de aangekondigde maatregelen voor de bedrijven met slechts drie in plaats van zes maanden worden uitgesteld. Dat is goed nieuws.

Ik heb ook een nieuw argument gehoord dat men had kunnen gebruiken om Maribel in Luxemburg te verdedigen, namelijk dat de 60 % maar een eerste stap was, ingegeven door de budgettaire mogelijkheden van het ogenblik. Anders zou het plan op alle werknemers van toepassing zijn geweest.

Mevrouw Smet, minister van tewerkstelling en arbeid, belast met het beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen (in het Frans). - Dat argument werd in Luxemburg gebruikt.

De heer Hatry (PRL-FDF) (in het Frans). - België is van de vijftiende naar de zevende plaats opgeschoven in de rangschikking van de landen die werk maken van de omzetting van de Europese richtlijnen. Dat verheugt mij.

U sprak over jaarlijkse stromen en daardoor hebt u zich in ingewikkelde rekeningen verstrikt. Door andere ingewikkelde rekeningen voor te stellen heb ik alleen maar willen aantonen hoe de bedrijven door de mazen van het net zouden kunnen kruipen.

Ik zou het op prijs stellen mocht België vrijuit gaan in deze zaak.

- Het incident is gesloten.





WETSONTWERP HOUDENDE INSTEMMING MET HET BESLUIT VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN, IN HET KADER VAN DE RAAD BIJEEN, VAN 19 DECEMBER 1995 BETREFFENDE DE BESCHERMING VAN DE BURGERS VAN DE EUROPESE UNIE DOOR DE DIPLOMATIEKE EN CONSULAIRE VERTEGENWOORDIGERS, EN MET DE BIJLAGEN I EN II ERVAN


Algemene bespreking


De heer Nothomb (PSC), verslaggever (in het Frans). - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag, maar ik wil toch aanstippen dat het Verdrag van Maastricht in verschillende bepalingen voorzag met betrekking tot het Europese burgerschap : het vrije verkeer van personen, de vrije vestiging, maar ook het stemrecht en het recht op diplomatieke bescherming. Het verheugt mij dat die laatste twee punten samen worden behandeld in de Kamer en de Senaat.

- De algemene bespreking is gesloten.

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSONTWERP HOUDENDE INSTEMMING MET DE OVEREENKOMST TUSSEN DE BELGISCH-LUXEMBURGSE ECONOMISCHE UNIE, ENERZIJDS, EN DE REGERING VAN DE REPUBLIEK MOLDOVA, ANDERZIJDS, INZAKE DE WEDERZIJDSE BEVORDERING EN BESCHERMING VAN INVESTERINGEN, ONDERTEKEND TE CHISINAU OP 21 MEI 1996


Algemene bespreking


De heer Nothomb (PSC), verslaggever (in het Frans). - Wij moeten drie overeenkomsten tussen de BLEU, Moldova, Letland en Estland goedkeuren met betrekking tot de bevordering en de bescherming van investeringen. Mijn verslag betreft Moldova en Letland. Ik heb het ook over de overeenkomst met Estland. Die ontwerpen liggen in het verlengde van de bilaterale overeenkomsten die sedert 1964 met een vijftigtal landen werden gesloten. Ze kaderen in de MOI-onderhandelingen.

De Belgische investeringen in die landen zijn niet echt belangrijk, maar de autoriteiten hopen dat ze dankzij die overeenkomsten zullen toenemen. Zelf investeren die landen niet in ons eigen land.

Volgens UNCTAD investeert ons land weinig in het buitenland, terwijl het zelf profiteert van buitenlandse investeringen, die voor heel wat werkgelegenheid zorgen. Van de 400 miljard dollar buitenlandse investeringen gaat heel weinig naar Moldova, Letland en Estland.

Wij hebben er baat bij de investeringen in ons land te bevorderen, mits de rechten van de werknemers en het milieu worden beschermd. De MOI heeft tot doel terzake voor een grote rechtszekerheid te zorgen. Bij ontstentenis van dergelijke regeling moesten bilaterale nationale en regionale wetgevingen die leemte opvullen. Als alle WHO-leden echter bilaterale verdragen zouden sluiten, dan zouden er dat 7 500 zijn.

België had reeds in december 1996 gepleit voor de opname van sociale en milieunormen in het kader van de GATT en dus van de WHO. Vele ontwikkelingslanden zijn echter geen voorstander van de opneming van zulke clausules in handelsakkoorden. Door onderhandelingen in het kader van de WHO zou daarover een breed debat kunnen worden gehouden. Op 3 december eerstkomend moet een raadgevende groep samenkomen bij de OESO om eventueel een in het kader van de WHO te sluiten akkoord voor te bereiden. Het resultaat van de onderhandelingen blijft onzeker, maar het lijkt mij belangrijk om de jonge economische tijgers en de ontwikkelingslanden een woordje te laten meespreken. Het is immers met die landen dat akkoorden ter bescherming van de investeringen worden gesloten teneinde voor een grotere rechtszekerheid te zorgen en zodoende de investeringen te bevorderen die deze landen nodig hebben. (Applaus.)

- De algemene bespreking is gesloten.

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSONTWERP HOUDENDE INSTEMMING MET DE OVEREENKOMST TUSSEN DE BELGISCH-LUXEMBURGSE ECONOMISCHE UNIE EN DE REPUBLIEK VAN LETLAND INZAKE DE WEDERZIJDSE BEVORDERING EN BESCHERMING VAN INVESTERINGEN, ONDERTEKEND TE BRUSSEL OP 27 MAART 1996


- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSONTWERP HOUDENDE INSTEMMING MET DE OVEREENKOMST TUSSEN DE BELGISCH-LUXEMBURGSE ECONOMISCHE UNIE EN DE REPUBLIEK ESTLAND INZAKE DE WEDERZIJDSE BEVORDERING EN DE BESCHERMING VAN INVESTERINGEN, EN MET HET PROTOCOL, ONDERTEKEND TE BRUSSEL OP 24 JANUARI 1996


- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSONTWERP HOUDENDE INSTEMMING MET DE OVEREENKOMST TUSSEN DE REGERING VAN HET KONINKRIJK BELGIE EN DE REGERING VAN OEKRAINE TOT HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING EN TOT HET VOORKOMEN VAN HET ONTGAAN VAN BELASTING INZAKE BELASTINGEN NAAR HET INKOMEN EN NAAR HET VERMOGEN, ONDERTEKEND TE KIEV OP 20 MEI 1996


- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSONTWERP HOUDENDE INSTEMMING MET HET ZETELAKKOORD TUSSEN HET KONINKRIJK BELGIE EN DE « COOPERATION COUNCIL OF THE ARAB STATES OF THE GULF », ONDERTEKEND TE BRUSSEL OP 11 MEI 1993


Algemene bespreking


De heer Hatry (PRL-FDF), verslaggever (in het Frans). - In de commissie heeft de minister ons een uiteenzetting gegeven over de geschiedenis, de structuur, de evolutie en de problemen van de « Cooperation Council of the Arab States of the Gulf ». Tijdens de bespreking hebben wij enkele belangrijke kwesties aangekaart. In de eerste plaats hebben wij ons afgevraagd welke terugwerkende kracht moest worden toegekend. Die terugwerkende kracht stemt overeen met het ogenblik waarop het akkoord met die landen is ondertekend maar is in andere gevallen soms abnormaal. Voor de ACS-landen, bijvoorbeeld, geldt een terugwerkende kracht van 20 jaar. De meeste commissieleden hebben zich echter aangesloten bij het standpunt van de minister dat de terugwerkende kracht gerechtvaardigd is.

Voorts poogt de « Cooperation Council » met de Europese Unie een vrijhandelszone tot stand te brengen. De Europese Unie is daar niet tegen gekant, evenmin als tegen de invoering van clausules ter bescherming van de nieuwe industrieën in die landen. De landen van de Golf zijn er niet in geslaagd om onder elkaar een vrijhandelszone op te zetten. Het is dan ook abnormaal dat de Unie die landen als een vrijhandelszone beschouwt.

Tot zover mijn betoog als rapporteur. Uit mijn eigen naam wil ik onderstrepen dat deze stap van de « Cooperation Council » het algemene probleem doet rijzen van de vrijhandelszones die vele groepen van landen met de Europese Unie willen opzetten. Binnen de Europese Commissie pleiten sommigen voor een veralgemening van die zones terwijl anderen van mening zijn dat dit fenomeen zou kunnen leiden tot de totstandkoming van zones waar de vereisten, verplichtingen en rechten vaag blijven. Graag had ik van de minister vernomen hoe het met die controverse staat.

Het verslag is door de negen aanwezige leden eenparig aangenomen en het ontwerp is aangenomen met 6 stemmen, bij 2 onthoudingen. (Applaus.)

De heer Derycke, minister van buitenlandse zaken (in het Frans). - Sommigen zijn nog steeds voorstander van een veralgemening van de vrijhandelszones maar in feite wordt het steeds moeilijker die optie toe te passen. Steeds meer landen en groepen van landen verschuilen zich achter de regels van de WHO. De Commissie tracht nog totaalakkoorden met bepaalde regio's te sluiten, maar met wisselend succes. De besprekingen met de « Cooperation Council » hebben nog wel een politieke, doch geen economische draagwijdte. Het is al moeilijk om met Zuid-Afrika een partnerschapsakkoord af te sluiten. Een vrijhandelszone tot stand brengen is praktisch onmogelijk, temeer daar de landbouw enorme problemen doet rijzen. Tenslotte worden wij geconfronteerd met twee grote problemen : de bescherming van de technologie en de bescherming van de cultuur.



Voorzitter : de heer Swaelen


Er bestaat dus een groot verschil tussen de theorie en de toepassing ervan. In Parijs hebben wij grote moeilijkheden gehad met de OESO en de MOI. Wij moeten enige voorzichtigheid aan de dag leggen wat onze belangen betreft, zelfs op het niveau van de Unie.

De Voorzitter. - Ik heb een vraag voor de minister in verband met de betiteling van het wetsontwerp. De Franse tekst heeft het over « le Conseil de Coopération des Etats arabes de Golfe », terwijl in de Nederlandse tekst enkel het Engelse « Cooperation Council of the Arab States of the Gulf » staat. Mijn vraag, voorgesteld door de heer Verreycken, is dan ook of het mogelijk is om een Nederlandse vertaling te geven voor die instelling.

De heer Derycke, minister van buitenlandse zaken. - Het probleem is hier dat de officiële benaming « Cooporation Council » niet te vertalen is als « Coöperatieraad ». Beide termen betekenen niet hetzelfde.

De Voorzitter. - Er moet toch een equivalent gevonden kunnen worden in het Nederlands.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Elk ander land zou de cultuurfierheid opbrengen om dergelijke termen in de eigen taal om te zetten. Het Nederlands is rijk genoeg om een Engelse term te vertalen en dit kan voor mij niet door de beugel. Ik heb een amendement ingediend voor een vertaling van de term maar ik zou liever de vertaaldienst van de Senaat vragen om een suggestie in dat verband.

De heer Hatry (PRL-FDF) (in het Frans). - Daar is een meer prozaïsche verklaring voor. Wellicht heeft men het oog op de eenvoud verwezen naar twee van de werktalen van de Europese Unie, het Frans en het Engels.

De heer Derycke, minister van buitenlandse zaken. - De Engelse term is vermoedelijk te verklaren door het feit dat het verdrag in het Engels is afgesloten. We kunnen de term vertalen als « coöperatieraad », maar het gaat hier niet om een samenwerkingsraad. Ik ben het trouwens beu om lessen Vlaams te krijgen van de heer Verreycken.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - De Senaat hanteert twee werktalen, met name het Nederlands en het Frans. Ik begrijp niet waarom we die niet hier kunnen hanteren en wij dienaangaande de Taaldienst niet raadplegen.

De heer Derycke, minister van buitenlandse zaken. - Als dit het Vlaams-zijn van de heer Verreycken kan versterken, mag hij zijn gang gaan.

De Voorzitter. - Ik denk dat we de normale procedure kunnen blijven volgen en morgen tot de stemming kunnen overgaan. Ofwel heeft die instelling een officiële benaming in het Engels en het Frans en dan is er een amendement ofwel is de Engelse benaming officieel en kan die als een technische verbetering worden vertaald. Ik verzoek de minister om die vraag te stellen aan zijn departement.

De heer Derycke, minister van buitenlandse zaken. - Ik zal morgen op die vraag een antwoord geven.

- De algemene beraadslaging is gesloten.





WETSONTWERP HOUDENDE INSTEMMING MET HET ZESDE PROTOCOL BIJ HET VERDRAG TOT BESCHERMING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS EN DE FUNDAMENTELE VRIJHEDEN INZAKE DE AFSCHAFFING VAN DE DOODSTRAF, GEDAAN TE STRAATSBURG OP 28 APRIL 1983


Mevrouw Sémer (SP), verslaggever. - Vijftien jaar na de afsluiting van het Zesde Protocol ligt het wetsontwerp eindelijk voor ter goedkeuring in de Senaat. Voor het zomerreces werd al een resolutie goedgekeurd waarin de regering werd aangemaand werk te maken van de ratificering van het Zesde Protocol bij het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

De niet-ratificatie van het protocol was in tegenstrijd met de nadruk die ons land op het internationale forum legt op de eerbiediging van de mensenrechten. De ratificatie zal ons land meer legitimiteit verschaffen op dat vlak.

De doodstraf zal dan nooit meer kunnen worden ingevoerd, ook niet in oorlogstijd. Het Zesde Protocol zal dan immers primeren boven de nationale wetgeving. Ik verzoek de minister bij de Verenigde Naties aan te dringen op een resolutie voor een wereldwijd verbod op de doodstraf Het moment is daarvoor aangebroken, vermits op 10 december de vijftigste verjaardag wordt gevierd van de universele verklaring van de rechten van de mens. (Applaus.)

- De algemene bespreking is gesloten.

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSONTWERP HOUDENDE INSTEMMING MET HET TWEEDE FACULTATIEVE PROTOCOL BIJ HET INTERNATIONAAL VERDRAG INZAKE BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN, GERICHT OP DE AFSCHAFFING VAN DE DOODSTRAF, GEDAAN TE NEW YORK OP 15 DECEMBER 1989


- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSONTWERP HOUDENDE INSTEMMING MET HET VIJFDE PROTOCOL BIJ DE ALGEMENE OVEREENKOMST BETREFFENDE DE HANDEL IN DIENSTEN, GEDAAN TE GENEVE OP 27 FEBRUARI 1998


- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





VOORSTEL VAN RESOLUTIE BETREFFENDE DE INSTELLING VAN EEN DAG VOOR DE RECHTEN VAN HET KIND


Bespreking


Mevrouw Thijs (CVP), verslaggever. - Op 20 november 1989 werd het VN-verdrag inzake de rechten van het kind goedgekeurd. Unicef stelt voor op 20 november een dag voor de rechten van het kind in te voeren. Op die manier kan de publieke opinie worden gesensibiliseerd, kan het beleid worden getoetst door een rapport aan het Parlement, kunnen kinderen bewust worden gemaakt van hun rechten en kunnen NGO's worden ondersteund die zich bezighouden met de kinderrechten.

Het beschikkend gedeelte van het voorstel van resolutie bepaalt dat op 20 november een jaarlijkse dag voor de rechten van het kind wordt ingesteld; dat op deze dag activiteiten worden georganiseerd door en voor kinderen in samenwerking met de NGO's; dat op deze dag een jaarlijks verslag aan het Parlement wordt overhandigd; dat België het voortouw moet nemen opdat 20 november wereldwijd een dag van het kind wordt.

De meeste leden commissieleden gingen akkoord met het voorstel. Op 20 november wordt de oprichtingsakte van een Europese stichting voor de rechten van het kind ondertekend. Een lid wijst erop dat het probleem van de kindsoldaten wordt behandeld in een voorstel van resolutie dat onlangs in de Senaat werd ingediend. Sommigen hopen dat het niet bij een symbolische daad blijft. De regering moet ook werk maken van de bestrijding van de mensenhandel.

Vroeger werd het begrip van de rechten van het kind geassocieerd met de idee van een kindvriendelijke samenleving. Thans staan de juridische rechten van het kind centraal. Volgens het VN-verdrag draait alles rond « protection, provision and participation ». Het is belangrijk dat de kinderen zelf hun stem laten horen. De Verenigde Staten hebben het Verdrag niet ondertekend omdat de « provision » te veel zou kosten. Eén lid vindt het jammer dat de resolutie geen aandacht besteedt aan de abortus.

De commissie gaat akkoord met een amendement dat ertoe strekt de woorden « een spreekbuis waarlangs ze hun stem kunnen laten horen » te vervangen door « een gelegenheid om hun stem te laten horen ». Een amendement dat het recht op leven voor de geboorte expliciet in de tekst wil opnemen, wordt verworpen. De commissie keurde eenparig het voorstel van resolutie goed; één lid onthield zich. (Applaus.)

De heer Ceder (Vlaams Blok). - Ik ben voorstander van een dag voor de rechten van het kind. Toch mag de inspraak het gezin niet overschrijden. De belangen van de kinderen worden nog steeds het best gediend door de ouders.

Elk jaar komen miljoenen kinderen om door ziekte, oorlog of verkeersongevallen. Abortus blijft echter de grootste doodsoorzaak. In sommige ontwikkelingslanden is er zelfs kindermoord bij de geboorte omdat het geslacht de ouders niet uitkomt. Ik betreur dat in de resolutie met geen woord hierover wordt gerept. Wij hebben een amendement ingediend dat het recht op leven ook voor de geboorte garandeert. De zogenaamde christen-democraten hebben dit in commissie verworpen, zogezegd omdat het hier niet ter zake zou zijn. Dat argument zou geloofwaardiger zijn als zij ooit enig ander initiatief in verband met abortus hadden genomen. (Applaus bij het Vlaams Blok.)

De heer Hostekint (SP). - Het ergert mij dat geen van de indieners hier aanwezig is, en dat in het totaal slechts negen leden belangstelling hebben voor deze belangrijke materie.

De resolutie zelf is een goede zaak.

De rechten van het kind worden sedert jaren op een grove wijze met de voeten getreden.

De schending van kinderrechten zijn in ons land pas sinds de affaire-Dutroux onderwerp van een politiek debat. De schending van kinderrechten is een internationaal fenomeen. Wanneer men een bezoek brengt aan ontwikkelingslanden, raakt men onder de indruk van de manier waarop volwassenen kinderen behandelen.

Politici moeten voortdurend bekommerd zijn om het probleem van de schending van kinderrechten en aandacht hebben voor hetgeen kinderen te zeggen hebben.

Het is jammer dat dit agendapunt op een drafje wordt afgehandeld. Vrijdag 20 november wordt de verjaardag van het UNO-verdrag inzake de rechten van het kind met de nodige luister gevierd. Het mag niet bij deze viering blijven !

De term kinderen is een rekbaar begrip. Jongeren van 17 jaar kan men op bepaalde vlakken ook nog als kinderen beschouwen.

Er wordt veel met kinderen gesold, onder meer in de mensenhandel, de prostitutie en in de sport.

Ik vraag dat deze resolutie niet enkel een symbolische daad is. Iedereen die enige politieke verantwoordelijkheid draagt, moet iets aan de schending van de kinderrechten doen.

Mevrouw Thijs (CVP). - Ik vind het ongepast dat de heer Hostekint collega de Bethune bekritiseert omwille van haar afwezigheid. Zij is verontschuldigd. Het feit dat ze het voorstel van resolutie heeft ingediend, bewijst reeds haar interesse voor dit onderwerp. Het is belangrijker dat de resolutie morgen wordt goedgekeurd.

De heer Hostekint (SP). - Tijdens de bespreking in de Commissie heb ik mevrouw de Bethune gefeliciteerd voor haar initiatief. Ik betreur het echter dat van de tien ondertekenaars van de resolutie er vandaag niet één aanwezig is. Zij hadden toch kunnen afspreken.

De heer Derycke, minister van buitenlandse zaken. - Ik sta persoonlijk positief tegenover deze resolutie. België heeft één van de meest vooruitstrevende wetgevingen op het vlak van de kinderrechten.

Ik zal deze resolutie voorleggen aan de bevoegde ministers en ook mijn verantwoordelijkheid terzake opnemen.

- De bespreking is gesloten.



Bespreking van het amendement


De Voorzitter. - De heer Ceder heeft een amendement (nr. 3) ingediend dat luidt als volgt :

« In het derde gedachtestreepje van de derde considerans de woorden « Het recht op leven dient aan ieder kind te worden gegarandeerd; » vervangen door de woorden « Het recht op leven, ook vóór de geboorte, dient aan ieder kind te worden gegarandeerd; ».

- De stemming over dit amendement wordt aangehouden.





REGELING VAN DE WERKZAAMHEDEN



De Voorzitter. - Aangezien mevrouw Lizin vandaag afwezig en verontschuldigd is, mag haar vraag om uitleg aan de minister van buitenlandse zaken tot een volgende vergadering worden uitgesteld.





WETSVOORSTEL TOT BEPERKING VAN DE CUMULATIE VAN HET MANDAAT VAN BURGEMEESTER, SCHEPEN EN VOORZITTER VAN DE RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN MET ANDERE AMBTEN (VAN DE HEER PHILIPPE BUSQUIN cs.)


- De artikelen worden zonder opmerkingen aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.

- De vergadering wordt om 16 uur gesloten.

- Morgen, om 10 en 15 uur, openbare vergadering.





VERHINDERD



Mevrouw Lizin, met opdracht in het buitenland; mevrouw Mayence-Goossens, om persoonlijke redenen; mevrouw de Bethune, de heren Hazette en De Decker, wegens andere plichten, en de heer Foret, wegens beroepsplichten.





Het Beknopt Verslag geeft een samenvatting van de debatten


Het volledig verslag verschijnt in de Parlementaire Handelingen