5-95 | Belgische Senaat | 5-95 |
Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.
Onderzoek van de geloofsbrieven en eedaflegging van nieuwe leden
Inoverwegingneming van voorstellen
Overlijden van een oud-senator
In overweging genomen voorstellen
Verzending van een wetsvoorstel naar een andere commissie
Grondwettelijk Hof - Prejudiciële vragen
Adviesraad van de magistratuur
Voorzitster: mevrouw Sabine de Bethune
(De vergadering wordt geopend om 15.10 uur.)
De voorzitster. - Bij de Senaat is het dossier aanhangig van de heer Bertin Mampaka Mankamba, aangewezen als senator door de cdH-fractie van het Parlement van de Franse Gemeenschap, ter vervanging van de heer Dimitri Fourny, die ontslag heeft genomen.
Het Bureau is zopas bijeengekomen om de geloofsbrieven van de heer Mampaka Mankamba te onderzoeken.
Het woord is aan de heer Delpérée, rapporteur, om voorlezing te doen van het verslag van het Bureau.
De heer Francis Delpérée (cdH). - Het Bureau heeft kennisgenomen van de aanwijzing van 13 maart jongstleden door de cdH-fractie van het Parlement van de Franse Gemeenschap, met toepassing van artikel 211, §7, van het Kieswetboek, teneinde te voorzien in de vervanging van de heer Dimitri Fourny, die ontslag genomen heeft.
Het Bureau heeft vastgesteld dat de lijst die aan de griffier van de Senaat werd betekend, ondertekend is door de meerderheid van de leden van de betrokken fractie.
Wat het eigenlijke onderzoek van de geloofsbrieven betreft, acht het Bureau deze procedure overbodig omdat dit onderzoek reeds door de bevoegde Assemblee is verricht.
Bijgevolg heeft het Bureau de eer u voor te stellen de heer Bertin Mampaka Mankamba als lid van de Senaat toe te laten.
-De besluiten van het verslag zijn aangenomen.
De voorzitster. - Ik verzoek de heer Mampaka Mankamba de grondwettelijke eed af te leggen:
-De heer Bertin Mampaka Mankamba legt de grondwettelijke eed af.
De voorzitster. - Ik geef de heer Bertin Mampaka Mankamba akte van zijn eedaflegging en verklaar hem aangesteld in zijn functie van senator.
(Algemeen applaus)
Bij de Senaat is het dossier aanhangig van de heer Jean-François Istasse, aangewezen als senator door de PS-fractie van het Parlement van de Franse Gemeenschap, ter vervanging van mevrouw Muriel Targnion, die ontslag heeft genomen.
Het Bureau is zopas bijeengekomen om de geloofsbrieven van de heer Istasse te onderzoeken.
Het woord is aan de heer Mahoux, rapporteur, om voorlezing te doen van het verslag van het Bureau.
De heer Philippe Mahoux (PS). - Het Bureau heeft kennisgenomen van de aanwijzing die op 13 maart jl. werd gedaan door de PS-fractie van het Parlement van de Franse Gemeenschap, met toepassing van artikel 211, §7, van het Kieswetboek, ten einde te voorzien in de vervanging van mevrouw Muriel Targnion, die ontslag genomen heeft.
Het Bureau heeft vastgesteld dat de lijst die aan de griffier van de Senaat werd betekend, ondertekend is door de meerderheid van de leden van de betrokken fractie.
Wat het eigenlijke onderzoek van de geloofsbrieven betreft, acht het Bureau deze procedure overbodig omdat dit onderzoek reeds door de bevoegde Assemblee is verricht.
Bijgevolg heeft het Bureau de eer u voor te stellen de heer Jean-François Istasse als lid van de Senaat toe te laten.
-De besluiten van het verslag zijn aangenomen.
De voorzitster. - Ik verzoek de heer Istasse de grondwettelijke eed af te leggen:
-De heer Jean-François Istasse legt de grondwettelijke eed af.
De voorzitster. - Ik geef de heer Jean-François Istasse akte van zijn eedaflegging en verklaar hem aangesteld in zijn functie van senator.
(Algemeen applaus)
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Op basis van artikel 66, tweede lid, van het reglement wil ik u graag verzoeken voor dit wetsvoorstel het beredeneerd advies van de Raad van State te vragen. Tijdens de commissiebesprekingen kregen we een juridisch advies van het kabinet-Reynders, maar het lijkt me nuttig ook het advies van de Raad van State te kennen.
De voorzitster. - Ik stel voor dat we onmiddellijk nagaan of dit verzoek door voldoende leden wordt gesteund.
De leden die het verzoek van de heer Vanlouwe tot raadpleging van de Raad van State steunen, wordt verzocht op te staan.
-Het verzoek tot raadpleging van de Raad van State wordt verworpen bij zitten en opstaan.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Recent besliste de regering om een vijftigtal bijkomende Belgische militairen naar Mali te zenden. Ze moeten mee instaan voor de beveiliging van de Europese missie voor de opleiding van het regeringsleger, die in april aanvangt. De Europese ministers van Buitenlandse Zaken vroegen blijkbaar een tachtigtal extra militairen. Eerder gewaagde men van 120 soldaten.
Rond de opdracht hangt heel wat onduidelijkheid. Hoeveel militairen zijn er nu echt voor de opdracht nodig? Vraagt zo'n bewakingsoperatie van 24 uur op 24 niet minstens 120 militairen, zoals sommige deskundigen beweren? Krijgen de vijftig Belgische militairen versterking uit andere landen? Vormt een internationale samenstelling geen gevaar voor een snelle, veilige en accurate besluitvorming en dito optreden? Bemoeilijkt dat geen vlot en performant commando? Of is het daarentegen belangrijk om de operatie onder één commando en met één nationaliteit uit te voeren? Wie zal het commando voeren? Welke andere noodzakelijke voorwaarden moeten worden vervuld om van de opdracht een beheersbare en vooral slagkrachtige missie te maken?
Kan de minister duidelijkheid scheppen over de vele aspecten bij die toch gevaarlijke internationale militaire missie?
De heer Pieter De Crem, vice-eersteminister en minister van Landsverdediging. - De voorgeschiedenis van het dossier is gekend. De regering heeft gisteren op het kernkabinet uitvoering gegeven aan de principebeslissing om deel te nemen aan de bewakingsopdracht in het kader van de EUTM-operatie. België heeft deelgenomen aan de operatie Serval met twee C-130-transporttoestellen voor tactische en strategische vluchten en ook met twee helikopters uitgerust voor medische evacuaties. De operatie Serval zal omtrent deze tijd een EUTM-operatie worden. Het wordt een Europese operatie, die op termijn moet uitmonden in een UNO-operatie. Collega Reynders en ik zelf zullen onze mensen bij de UNO steunen om die operatie mogelijk te maken.
Heel concreet, de operatie Serval was een min of meer bilaterale operatie met Frankrijk enerzijds en een aantal andere landen, waaronder België anderzijds. Men heeft gevraagd om onze C-130 toestellen tot eind maart actief in te zetten. Eind deze maand komen de toestellen dus terug. De operatie Serval vangt aan met het aanhouden van de aanwezigheid van de twee helikopters voor medische evacuatie en het uitsturen van vijftig Belgische militairen in het kader van de force protection-opdracht. De Franse generaal Lecointre voert het commando. Frankrijk had van bij het begin de intentie er een multinationale eenheid van te maken.
Er zijn 170 mensen nodig voor een bewakingsopdracht van het militaire kamp in Koulikoro, een basis op ongeveer 100 kilometer van Bamako. In die basis zal de opleiding van het Malinese leger onder Europees mandaat gebeuren. De Fransen zullen de eerste rotatie op zich nemen. De tweede zal multinationaal zijn, waarvoor België vijftig militairen uitstuurt. De bedoeling is dat we de Fransen in die opdracht bewaken. De Belgische militairen zullen wacht lopen, drie shiften van acht uur. Dat betekent een inzet van dertig mensen. Voor de omkadering moeten twintig andere militairen mee. In totaal worden dus vijftig militairen uitgezonden. De Fransen hebben voor een tweede rotatie ook een aanbod gekregen van Tsjechië en van Spanje, maar een en ander moet nog worden geregeld. De veiligheidsvoorwaarden in Koulikoro waren in het begin nog niet van dien aard dat we onze militairen konden uitsturen. Op het eind van de maand maart zal de Franse bevelhebber van EUTM, generaal Lecointre, ons een veiligheidsrapport moeten doorsturen. Als de voorwaarden vervuld zijn, zullen Belgische militairen eind juni, begin juli worden uitgestuurd voor een opdracht van ongeveer vier maanden. Als de opdracht moet worden verlengd, zullen we daar later over beslissen.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - 170 militairen lijkt me inderdaad voldoende voor die bewakingsoperatie. Daarnaast heeft de minister blijkbaar de garantie gekregen dat de militairen opereren in het kader van een multinationale eenheid. Met dat antwoord heeft hij mijn vragen afdoende beantwoord.
Mevrouw Fatiha Saïdi (PS). - Enkele dagen geleden meldden de media op basis van informatie van de Belgische inlichtingendiensten dat in Syrië Belgische strijders aanwezig zijn. Het zou gaan om ongeveer 70 personen en ze zouden vooral uit de invloedssfeer van Sharia4Belgium komen. Volgens de inlichtingendiensten zouden die mannen aan de zijde van de meest radicale bewegingen strijden.
Die informatie is niet nieuw, maar ze blijft om meerdere redenen onrustwekkend. Ze dreigt een bepaalde groep binnen de samenleving te stigmatiseren, hoewel de grote meerderheid daarvan het fundamentalisme niet aanhangt en alleen in vrede wil leven.
Ik wil die onvergeeflijke daden niet rechtvaardigen en ik veroordeel elke gewelddadige actie. Ik meen echter dat de strijd tegen het terrorisme slechts doeltreffend kan zijn als ook de voedingsbodem wordt aangepakt, namelijk de armoede, het onrecht, de discriminatie en het fundamentalisme.
Het gaat dus om preventie. De minister heeft dat ook onderstreept in het kader van de strijd tegen het fundamentalisme. Kan de minister de hoofdlijnen en het programma van haar optreden op dit domein toelichten?
Mevrouw Joëlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen. - Zoals ik reeds heb gezegd, hebben we een reeks maatregelen genomen in het kader van een globale strategie en van het strijdplan tegen het radicalisme dat de regering heeft uitgewerkt en enkele maanden geleden heeft ingediend. De terrorismewet wordt aangepast. Daarnaast worden zeer belangrijke operationele maatregelen genomen, onder meer met betrekking tot burgers die in Syrië gaan vechten. Wat dat laatste punt betreft, waarborgen we een echte coördinatie, een regelmatige informatie-uitwisseling en operationele maatregelen samen met alle veiligheidsdiensten.
Ik laat in dat kader een programma voorbereiden voor de preventie tegen en de aanpak van het radicalisme. Het wordt momenteel binnen een regeringswerkgroep besproken en het is vooral gericht op de maatschappelijke problematiek, en meer bepaald de band met de jeugdorganisaties, de gemeenten, de wijken en de lokale politie. Het programma telt zo'n dertig pagina's en het zal met de verschillende beleidsniveaus moeten worden besproken. De Ministerraad moet het vóór Pasen aannemen. Het werd reeds voorgelegd aan het Ministerieel Comité voor inlichting en veiligheid. Het omvat meerdere elementen, zoals de problematiek van het internet, de morele weerbaarheid van de jongeren, preventiemaatregelen en de rol van de lokale politie.
Mevrouw Fatiha Saïdi (PS). - Ik dank de minister voor haar antwoord. Ik neem aan dat alles gebeurt in overleg met de deelstaten en de verschillende beleidsniveaus.
Mevrouw Joëlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen. - Het initiatief gaat van ons uit. De gesprekken kunnen starten zodra de Ministerraad het programma heeft goedgekeurd.
Mevrouw Cécile Thibaut (Ecolo). - In de nacht van 21 op 22 februari had in de omgeving van Bastenaken een frontale botsing tussen twee voertuigen plaats. Bij dat verkeersongeval vielen een dode en twee gewonden, waarvan één zeer ernstig. De gespecialiseerde spoeddienst van Bastenaken ontfermde zich over de eerste gewonde, die er het minst erg aan toe was.
De Luxemburgse pers onthulde dat de spoeddienst van het ziekenhuis van Bastenaken weigerde de tweede, niet-gestabiliseerde gewonde, die voor zijn leven vocht, op te nemen. Ook de spoeddiensten van Marche en Libramont weigerden de zwaargewonde op te nemen, ondanks zijn kritieke toestand. Hij werd ten slotte overgebracht naar het ziekenhuis van Aarlen, dat veel verder verwijderd was, met alle risico's van dien.
Het principe om de patiënt op te nemen en te stabiliseren en dan over te brengen, lijkt meerdere keren met voeten te zijn getreden.
Drie weken nadat de drie spoeddiensten van Vivalia - de intercommunale die de Luxemburgse ziekenhuizen beheert - die zwaargewonde weigerden, hebben de adjunct-directeur voor medische en ziekenhuiszaken van die intercommunale en de medisch verantwoordelijke van de diensten van Marche en Bastenaken nog geen enkele verklaring kunnen geven voor die ongelukkige weigeringen.
Kan de minister uitleg geven bij de voornaamste punten waarop het bij dat tragische ongeval is misgelopen?
Hoeveel maal werd in die regio een zwaargewonde patiënt geweigerd? Zal de minister maatregelen nemen om dergelijke incidenten te vermijden?
Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen. - Ik zal een zo duidelijk mogelijke toelichting geven bij dit belangrijke incident.
Artikel 6 van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende medische hulpverlening bepaalt dat op aanvraag van de aangestelde van het eenvormig oproepstelsel, (die indien nodig handelt op verzoek van de arts van het interventieteam van de functie "mobiele urgentiegroep" die zich bij de patiënt of de patiënten bevindt en conform artikel 4bis het meest aangewezen ziekenhuis aanduidt) is eenieder die verantwoordelijk is voor de opneming in een ziekenhuis, verplicht de personen bedoeld in het eerste artikel (op te vangen), zonder andere voorafgaande pleegvormen in acht te nemen en terstond alle maatregelen te treffen welke hun toestand vereist.
Uit die regel vloeien twee grote principes voort.
Het ziekenhuis moet, voor zover het daartoe is uitgerust, elke patiënt aanvaarden die het bevoegde 100-centrum doorverwijst. De zwaargewonde met levensbedreigende verwondingen moet verplicht eerst door de spoeddienst worden opgenomen en gestabiliseerd en vervolgens zo snel mogelijk naar de operatiezaal worden overgebracht waar een dringende heelkundige ingreep moet worden gedaan om de bloedingen te stoppen en de breuken te zetten.
De meeste ziekenhuizen hebben tijdens een wachtdienst slechts één operatiezaal ter beschikking. Om die reden nemen de MUG-artsen meerdere zwaargewonde patiënten gewoonlijk niet in één ziekenhuis op, maar verdelen ze die onder verschillende ziekenhuizen. Het meest geschikte ziekenhuis is dan niet het meest nabije, maar het ziekenhuis waar de patiënt zo snel mogelijk naar de operatiezaal kan. Dat lijkt me logisch.
De weigering van de dienst van Bastenaken en nadien van de diensten van Marche en Libramont om de tweede gewonde op te nemen, doen in dit verband meerdere vragen rijzen.
Vonden de MUG-arts van Bastenaken en de spoeddiensten dat de eerste zwaargewonde patiënt onmiddellijk naar de operatiezaal moest worden gebracht en bijgevolg de tweede zwaargewonde patiënt moest worden geweigerd?
Waarom hebben de spoeddiensten van Marche en van het Centre hospitalier de l'Ardenne van Libramont de tweede zwaargewonde geweigerd?
De federale gezondheidsinspecteur van Luxemburg heeft die vragen op mijn verzoek in een brief van 12 maart 2013 gesteld aan de directeur medische zaken van Vivalia. Het antwoord wordt tegen 18 maart verwacht en het zal op de agenda staan van de vergadering van het bureau van de Commissie voor dringende geneeskundige hulpverlening van Luxemburg op 21 maart. De analyse zal me onmiddellijk worden meegedeeld.
Ik beschik niet over cijfergegevens die het mogelijk maken een exact antwoord te geven op de tweede vraag. Het komt in de provincie Luxemburg echter zeer zelden voor dat spoeddiensten een uur moeten sluiten wegens overbelasting of om technische redenen. Alleen in het Centre hospitalier de l'Ardenne is dat de afgelopen jaren voorgevallen, minder dan één maal per jaar.
Trouwens, als bepaalde MUG-diensten soms naar andere ziekenhuizen worden afgeleid, dan gebeurt dat altijd in het belang van de patiënt.
De Nationale Raad voor dringende geneeskundige hulpverlening heeft op 20 februari jongstleden een werkgroep opgericht die een federale norm moet opstellen voor de tijdelijke sluiting van de spoeddiensten.
Ik neem dit dossier zeer ernstig omdat ik net als mevrouw Thibaut geschokt was door de feiten.
Mevrouw Cécile Thibaut (Ecolo). - Ik dank de minister voor de juridische analyse van de wetgeving die in België de gelijke toegang van burgers tot de gezondheidszorg, en meer bepaald de dringende geneeskundige hulpverlening, moet waarborgen. Jammer genoeg heeft de minister nog geen antwoorden ontvangen. De procedure moet worden versneld en de betrokkenen moeten worden aangespoord om rekenschap af te leggen. Ik hoop die informatie binnen enkele weken te krijgen.
De heer Louis Ide (N-VA). - Het verhaal van domperidone is niet nieuw. In het weekblad Knack van 12 oktober 2011 stond de hele problematiek van domperidone, beter bekend onder de merknamen Motilium of Touristil, beschreven. Vorige maand heb ik de minister in de commissie een vraag gesteld over de mogelijke interacties van domperidone met andere geneesmiddelen. Het FAGG had intussen het advies gegeven het medicijn receptplichtig te maken. Ik sta volledig achter dat advies. Nu ik uit de pers leer dat ook het Europees Geneesmiddelenagentschap verder onderzoek wil voeren, ben ik er nog meer van overtuigd dat er wel degelijk iets aan de hand is.
We mogen niet vergeten dat het FDA het geneesmiddel nooit heeft goedgekeurd. Het is tegenstrijdig dat cisapride van de markt is gehaald, terwijl de bijwerkingen van domperidone misschien nog groter zijn dan die van cisapride. In de media wordt professor Hondeghem opgevoerd als degene die de bal aan het rollen heeft gebracht, maar hij staat niet alleen. In Journal of Cardiovascular Pharmacology is een commentaar verschenen op het artikel van professor Hondeghem met als titel: "Domperidone and sudden cardiac death. How much longer should we wait?", waarin de professoren Michaud en Turgeon voor voorzichtigheid pleiten. Samen met hen pleit ik voor voorzichtigheid en voor nader onderzoek.
In De Morgen van vandaag staat dat het FAGG beweert dat het medicijn niet van de markt kan worden gehaald. Dat is niet correct. In artikel 8 van de geneesmiddelenwet staat letterlijk: "Wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan de minister of zijn afgevaardigde in dringende gevallen de aflevering van een geneesmiddel schorsen wanneer hij oordeelt dat: a) het geneesmiddel schadelijk is; of b) de therapeutische werking ontbreekt; of c) de afweging van voordelen en risico's niet gunstig is;" enzovoort.
Ik pleit er niet voor de zaak op te kloppen en in paniek beslissingen te nemen. Ik weet dat veel mensen domperidone nemen, maar ik weet ook dat een beleidsmaker het voorzichtigheidsprincipe moet hanteren als binnen- en buitenlandse onderzoeksgroepen en professoren wijzen op de mogelijke gevaren.
Daarom is mijn concrete vraag of het niet beter is domperidone vanaf morgen voorschriftplichtig te maken zodat de arts de patiënt op de gevaren kan wijzen en op de interactie met andere medicijnen. Waarom nog wachten tot eind april?
Dat lijkt me maar een eerste en voorzichtige stap in afwachting van bijkomend onderzoek, onder meer van het Europees Geneesmiddelenagentschap, waar ik met ongeduld naar uitkijk.
Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen. - Senator Ide vraagt mij waarom er geen maatregelen worden genomen voor eind april.
De reden is dat er momenteel een korte procedure loopt, die twee waarborgen biedt, die voor mij essentieel zijn. Als eerste vermeld ik de reële risicoanalyse van geneesmiddelen op basis van domperidone, maar ook van de gevolgen wanneer men het gebruik van het geneesmiddel beperkt. Wat zullen de patiënten in dat geval doen? Een ander geneesmiddel nemen? Met welk risico en voor wie? Ten tweede, vermeld ik de eerbiediging van het recht: een geneesmiddel kan niet uit de markt worden genomen of beperkt in gebruik zonder diepgaande analyse vooraf.
Er wordt in dit dossier geen spoedeisende procedure toegepast omdat we ons niet in een hoogdringendheidssituatie bevinden. Hoogdringendheid dient te worden gemotiveerd door een ernstig risico in geval van goed gebruik.
De molecule waar het over gaat, wordt sinds 1978 zeer ruim gebruikt in België en de cardiale risico's voor bepaalde personen zijn sinds lang gekend.
Het probleem is dus het slecht gebruik van het geneesmiddel en het feit dat de patiënten niet genoeg geïnformeerd zijn over de risico's.
In november 2012 hebben alle apothekers en alle artsen de Folia ontvangen die hen herinneren aan de risico's.
Het FAGG heeft er in haar campagne onlangs nog duidelijk op gewezen dat geneesmiddelen geen snoep zijn.
We wachten dus op de beslissing die het FAGG eind april zal bekendmaken.
De heer Louis Ide (N-VA). - Ik kan er begrip voor opbrengen dat de rechtsprocedure wordt gevolgd, maar ondertussen verliezen we toch een zestal weken. Ik doe dan ook een tegenvoorstel. De minister kan morgen al een nieuwe circulaire sturen naar alle zorgverstrekkers, apothekers en artsen om nogmaals te wijzen op de mogelijke gevaren.
De minister zegt terecht dat geneesmiddelen geen snoepjes zijn. In 2011 kopte Knack ook al "Een pil is geen snoepje". Men wist dus al vanaf 2011 dat er problemen waren met het gebruik van domperidone. Het FAGG had de analyse dus al een jaar geleden kunnen maken. Ik begrijp dat er een analyse moet gebeuren, maar niet dat er een jaar verloren gaat zodat intussen parlementaire vragen moeten worden gesteld om iedereen wakker te schudden.
Domperidone is sinds 1978 beschikbaar in België, maar in de VS is het nooit beschikbaar geweest. De FDA heeft het nooit goedgekeurd, en dat stemt tot nadenken.
De voorzitster. - De heren Anciaux en Miller verwijzen naar hun schriftelijk verslag.
-De algemene bespreking is gesloten.
(De tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp. Zie stuk 5-1938/1)
-De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerking aangenomen.
-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.
De voorzitster. - Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw, antwoordt.
Mevrouw Marie Arena (PS). - Vorige week kondigde Europees commissaris Karel De Gucht aan dat de Europese Commissie de komende dagen een ontwerp van mandaat over het vrijhandelsakkoord tussen Europa en de Verenigde Staten zou voorstellen, zodat het tegen midden juni door de lidstaten kan worden aangenomen.
De officiële onderhandelingen zouden op de Europees-Amerikaanse top in juni worden opgestart. Commissaris De Gucht zei ook nog dat het in elk geval een moeilijke onderhandeling zal worden, maar dat we het voordeel hebben elkaar heel goed te kennen; we hebben het pad al meer dan een jaar geëffend.
De vrijhandelsakkoorden staan vaak op de agenda van de Senaatscommissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging. We kijken nauwlettend toe op de transparantie van de procedure. De Commissie onderhandelt al meer dan een jaar zonder mandaat. De Senaatscommissie wenst ook dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt over het resultaat van deze akkoorden. We staan erop dat de sociale- en milieuclausules systematisch in de vrijhandelsakkoorden opgenomen worden en dat in opvolgings- en sanctioneringsmechanismen wordt voorzien.
Momenteel hebben we hierover geen enkele informatie. Naar het schijnt heeft Europa de neiging om in deze akkoorden zijn industriële sectoren te verwaarlozen en ze bloot te stellen aan bikkelharde concurrentie. Europa steunt en beschermt die sectoren niet, terwijl de zogenaamde partnerlanden het spel niet spelen zoals het hoort en aan sociale, fiscale en milieudumping doen.
Vorige week hoorde ik Charles Michel op de radio zeggen dat hij voorstander is van een zekere steun aan de industrie om te vermijden dat we het slachtoffer worden van oneerlijke concurrentie uit het buitenland.
Hoe staat de regering tegenover het onderhandelingsmandaat van de Commissie? Kiest ze voor een positie van zuivere vrijhandel, zoals de heer De Gucht voorstelt, of voor meer regulering om sociale en milieudumping tegen te gaan?
Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw. - Ik lees het antwoord van minister Reynders.
Het mandaat van de Commissie voor de onderhandelingen over het Transatlantic Trade and Investment Partnership zal de komende weken in de Raad worden besproken. Het Ierse voorzitterschap wil dat het onderhandelingsmandaat op de Raad Buitenlandse Zaken - formatie Handel - van 14 juni 2013 wordt goedgekeurd.
Het standpunt van België zal, zoals gewoonlijk, het resultaat zijn van een samenwerking tussen de betrokken administraties, zowel op federaal niveau als op het niveau van de deelstaten. De Federale Overheidsdienst Economie heeft, vooruitlopend op de trans-Atlantische handelsonderhandelingen, onze industrie via de federaties in 2012 al geraadpleegd. Binnenkort heb ik overigens opnieuw contact met het maatschappelijk middenveld over de onderhandelingen met de Verenigde Staten. Ik vrees niet voor een voldongen feit te worden geplaatst. Ik zal tijdens de besprekingen van het ontwerp van mandaat op de Raad de belangen van België verdedigen. Ons land zal de evolutie tijdens de onderhandelingen nauwlettend volgen.
De besprekingen over het mandaat zijn pas gestart, het is dus nog te vroeg om een evaluatie te maken van de gevolgen van een akkoord.
De toegevoegde waarde van het toekomstige akkoord tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie zal hoofdzakelijk bestaan in het op elkaar afstemmen van de reglementering tussen de beide handelsmachten. Onze bedrijven zullen baat hebben bij een grondige harmonisering. Het gaat niet om het verlagen van de Europese normen. Het hoofdstuk duurzame ontwikkeling van het akkoord kan bijvoorbeeld een inspiratiebron zijn voor derde landen.
Aangezien de besprekingen over het mandaat pas zijn gestart, kan ik geen verdere informatie geven. Alle studies gaan in de richting van een groei van de handel en van het bnp. De voordelen van een akkoord zijn uiteraard afhankelijk van het eindresultaat van de onderhandelingen.
Mevrouw Marie Arena (PS). - Ik verneem dat de minister de bedrijfsfederaties geconsulteerd heeft, ik veronderstel dat het om de werkgeversfederaties gaat en niet om de paritaire commissies, en dat hij van plan is het maatschappelijk middenveld te ontmoeten. Gaat het daarbij ook om de vakbonden? Ik had liever gezien dat hij de werkgevers en de vakbonden van de industriesectoren tegelijkertijd had geraadpleegd. Zo kunnen de sociale gevolgen van dergelijke akkoorden beter worden ingeschat. Deze akkoorden bevorderen de handel, maar dat is nog geen jobcreatie. Het zou dus interessant zijn de indicatoren en informatie van de vakbonden te hebben.
De commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen heeft gevraagd om, alvorens een mandaat aan de Commissie te geven, een debat in het parlement te voeren. Het is interessant dat de minister contacten legt met de werkgeversfederaties, maar onze commissie contacteert hij niet. Nochtans willen de commissieleden over de handelsakkoorden kunnen discussiëren en hun standpunt te kennen geven.
Aangezien Europa nog andere akkoorden te onderhandelen en te ondertekenen heeft, zou het goed zijn dat de regering haar standpunt meedeelt aan de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen.
De heer Danny Pieters (N-VA). - Enkele weken geleden ontstond enige ophef rond de al dan niet vermelding van de namen van politici in dossiers van de Staatsveiligheid. De Commissie belast met de parlementaire begeleiding van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Vast Comité I) werd bijeengeroepen en de minister en het hoofd van de Staatsveiligheid werden gehoord.
De minister verklaarde in de commissie dat haar voorganger Stefaan De Clerck een instructie heeft uitgevaardigd die bepaalt welke procedure de Staatsveiligheid moet volgen telkens in een van haar onderzoeken een verkozene des volks wordt genoemd. Minister Turtelboom bevestigde dat later ook aan de pers. Ze zei de begeleidingscommissie en dus het Parlement toe die instructie bekend te maken zodat alle collegae zeker konden zijn dat ze op een correcte wijze worden behandeld.
Tot op heden heeft de minister die instructie evenwel nog niet bekendgemaakt. Ze heeft met andere woorden haar toezegging aan het Parlement niet gestand gedaan. Waarom duurt het zo lang? Wanneer gaat de minister haar belofte nakomen?
Ik heb ook een tweede vraag. De minister drukte ons op het hart dat de Staatsveiligheid zich uiteraard niet systematisch met politici inliet, maar dat hun naam mogelijk in andere dossiers wordt genoemd. Ik wil dat best geloven. Intussen vernam ik echter dat binnen de Staatsveiligheid een beleidscel `politiek' - de sectie P - bestaat. Kan de minister dat bevestigen of klopt mijn informatie niet? Hoe kan het bestaan van die beleidscel worden gerijmd met de bewering dat politici niet het voorwerp zijn van een gerichte opvolging door de Staatsveiligheid?
Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Een van de opdrachten van de Staatsveiligheid bestaat in het inwinnen, analyseren en verwerken van inlichtingen die betrekking hebben op elke activiteit die een bedreiging vormt of zou kunnen vormen voor de inwendige veiligheid van de Staat, het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde, de uitwendige veiligheid van de Staat, de internationale betrekkingen, het wetenschappelijk of economisch potentieel, zoals gedefinieerd door het Ministerieel Comité of elk ander fundamenteel belang van het land, zoals gedefinieerd door de Koning op voorstel van het Ministerieel Comité.
De instructie van mijn voorganger dat de Staatsveiligheid de minister van Justitie onmiddellijk moet inlichten telkens de naam van een actief federaal parlementslid in een verslag van de Staatsveiligheid voorkomt, is gebaseerd op een intern technisch document van de Staatsveiligheid dat als vertrouwelijk is geclassificeerd.
Dat document wordt momenteel door het Comité I onderzocht. Dit is dus geen zaak voor de vaste begeleidingscommissie.
In de toekomst zal ook het debat moeten worden gevoerd over de vraag of alle actieve parlementsleden een veiligheidsmachtiging moeten hebben. Zelf heb ik daar al voor gepleit, omdat parlementsleden zodoende toegang kunnen krijgen tot vertrouwelijke rapporten.
Ik heb de Staatsveiligheid alleszins gevraagd op basis van de instructie van mijn voorganger dat element van het vertrouwelijke rapport te onderzoeken. Die instructie, waarvan ik een kopie bij me heb, is publiek. Alleen het onderliggende technisch rapport van de Staatsveiligheid is als vertrouwelijk geclassificeerd en mag bijgevolg alleen worden overhandigd aan personen met een veiligheidsmachtiging, omdat het de interne werkprocedure van de dienst beschrijft.
De instructie geldt op het ogenblik alleen voor federale parlementsleden. In mijn brief aan het Comité I vraag ik na te gaan op welke manier de regeling kan worden uitgebreid tot alle actieve parlementsleden. Dat lijkt me logisch.
Het toepassingsgebied van de instructie wordt herzien met het oog op een uitbreiding naar de parlementen van de deelstaten en naar de Belgische leden van het Europees Parlement. Intern worden hiervoor voorbereidingen getroffen, maar uiteraard wordt het rapport van het Comité I afgewacht. De administrateur-generaal van de Staatsveiligheid is uiteraard altijd bereid mensen met een veiligheidsmachtiging toelichting te geven bij dit interne technische document.
Er bestaat geen sectie P of beleidscel `politiek'. Bij de analysediensten bestaat wel al jaren een dienst Policy Strategy, afgekort dienst P, die beleidsvoorbereidend en -ondersteunend werk doet.
De heer Danny Pieters (N-VA). - Met alle respect, maar de minister schijnt niet te beseffen hoe ernstig de situatie is.
Een minister die een toezegging doet aan het parlement, moet zich daaraan houden. Er was beloofd om de instructie die de vorige minister van Justitie aan de Staatsveiligheid heeft gegeven, publiek te maken. Ik heb begrepen dat de minister die instructie bij zich heeft en vandaag aan de senatoren wil bezorgen. Het is goed dat ze wordt bekendgemaakt, al heeft het wel lang geduurd.
Het doet niet ter zake of er onderliggende dossiers zijn die de zaak compliceren.
Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Ik heb altijd gesteld dat ik de instructie van mijn voorganger kan bekendmaken, maar het onderliggende document niet.
Mijnheer Pieters had mij ook gewoon kunnen opbellen om mij aan mijn belofte te herinneren. Ik wijs er trouwens op dat de instructie eerder al in de Kamer is bekendgemaakt. Ik zie bijgevolg niet in waarom er hier nu, maanden later, nog een toneelstuk moet worden opgevoerd rond het al dan niet bekendmaken ervan.
De heer Danny Pieters (N-VA). - Mevrouw de minister, als parlementsleden hebben wij het recht en de plicht om u te controleren.
Wij hebben ook het recht en de plicht om de minister erop te wijzen dat er in de begeleidingscommissie met geen woord gerept is over een onderliggend dossier. De minister komt hier vandaag dus aanzetten met een volledig nieuw element.
Ik weet en aanvaard dat sommige dingen geheim moeten worden gehouden. Nu beweren dat de minister daar toen al op gewezen heeft, is echter niet correct. Zo'n belangrijk punt had de minister destijds al kunnen vermelden, en dat is niet gebeurd.
In elk geval is de instructie niet bekendgemaakt, en ik vraag de minister om de tekst aan de voorzitster van de Senaat te overhandigen, conform haar belofte.
Ik heb uit het antwoord van de minister begrepen dat de beleidscel "politiek" van de Staatsveiligheid zich niet bezighoudt met de Belgische politiek en politici, maar wel met beleidsvoorbereiding in het algemeen. Heb ik dat juist begrepen?
Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Ik heb duidelijk gezegd dat er een cel Policy Strategy bestaat. Als mijnheer Pieters goed naar mijn antwoord heeft geluisterd, dan weet hij dat de vraag die hij nu stelt, al is beantwoord.
De heer Danny Pieters (N-VA). - Mevrouw de minister, dat is geen neutrale vraag.
Alleen in het parlement kunnen parlementsleden immers te weten komen of die beleidscel zich bezighoudt met politiek in de zin van politiek zoals die door politici wordt bedreven. Als de minister systematisch weigert om dat te bevestigen of te ontkennen, dan neem ik daar akte van, maar er is wel een grens.
De heer Bart Laeremans (VB). - Begin deze week maakten de media bekend dat er naar alle strafinrichtingen een nieuwe rondzendbrief is gestuurd met nieuwe instructies over het elektronisch toezicht op veroordeelden die een effectieve gevangenisstraf kregen opgelegd van drie jaar of minder.
De media beweren unaniem dat alle gevangenisstraffen tussen acht maanden en drie jaar voortaan thuis moeten worden uitgezeten met een enkelband. Aangezien niemand meer ontsnapt aan een paar maanden enkelband, is dat voorgesteld als een verstrenging.
Toch is het de vraag of het in werkelijkheid niet gaat om een versoepeling. Vandaag belanden er immers nog heel wat illegalen, veroordeelden wegens seksueel misbruik of veroordeelden met tegenaanwijzingen in de cel. Naar alle waarschijnlijkheid zullen die groepen daarvan in de toekomst worden gespaard. Voor hen hoeft de gevangenisdirecteur geen advies meer in te dienen en moeten er ook geen maatschappelijke enquêtes meer plaatsvinden.
Het ligt voor de hand dat daarmee de perverse gevolgen van het lakse strafuitvoeringsbeleid alleen maar worden versterkt. Om aan delinquenten een gepaste gevangenisstraf op te leggen, zullen rechters systematisch straffen uitspreken die hoger liggen dan drie jaar.
Betekenen de nieuwe instructies inderdaad dat effectieve celstraffen onder drie jaar niet of nog minder zullen worden uitgevoerd dan vandaag, ook wanneer het gaat om gevaarlijke personen, seksuele delinquenten en illegalen?
Wat is de verwachte impact? Hoeveel veroordeelden tot drie jaar gevangenisstraf worden er vandaag jaarlijks nog opgesloten en hoeveel zouden er nog overblijven na de uitvoering van de nieuwe instructies?
Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Ik heb tijdens deze legislatuur altijd een prioriteit gemaakt van een betere strafuitvoering. Het afgelopen jaar hebben we een lange weg afgelegd om ervoor te zorgen dat meer korte straffen kunnen worden uitgevoerd.
Procedures werden vereenvoudigd en administratieve taken werden afgestoten, zodat de justitie-assistenten zich op hun kerntaak konden concentreren: de follow-up en begeleiding van veroordeelden. Vroeger werd bijvoorbeeld de uurregeling voor de elektronische enkelbanden door twee verschillende diensten begeleid. Dat hebben we vereenvoudigd. Er werden ook extra justitie-assistenten aangeworven. Al deze ingrepen hebben vruchten afgeworpen en het aantal mensen onder elektronisch toezicht is toegenomen.
Ik wil ook een andere belangrijke maatregel vermelden. In drie gevangenissen - voor elektronisch toezicht moet een veroordeelde immers nog altijd even naar de gevangenis - zijn we nu met een nieuw project gestart, namelijk elektronische toezicht op basis van spraakherkenning. Daarmee kunnen ook de echt korte straffen, van acht maanden of minder, steeds vaker worden uitgevoerd.
De nieuwe omzendbrief is een volgende stap en heeft tot doel straffen tussen acht maanden en drie jaar efficiënter en effectiever uit te voeren. Hij breidt het toepassingsgebied voor elektronisch toezicht uit, zodat straffen tussen acht maanden en drie jaar voortaan hoofdzakelijk via elektronische enkelband worden uitgevoerd. De veroordeelde krijgt ook onmiddellijk te horen wanneer hij de enkelband precies zal krijgen. Tot nu toe was een dergelijke planning moeilijk door de lange wachtlijsten; vandaag hebben we daar een veel beter zicht op.
Veroordeelden die ongeschikt zijn voor elektronisch toezicht, zullen net als vandaag ook in de toekomt hun straf in de gevangenis uitzitten. Vandaag zitten er zo'n duizend mensen met een straf van minder dan drie jaar in de gevangenis. Dat blijft in de toekomst uiteraard ook mogelijk, bijvoorbeeld voor iemand die veroordeeld is voor seksuele feiten met minderjarigen of voor veroordeelden die illegaal in ons land verblijven.
De heer Bart Laeremans (VB). - De minister fietst eigenlijk om de echte vraag heen.
In het huidige systeem komen seksuele delinquenten en illegalen in principe niet in aanmerking voor elektronisch toezicht, tenzij de federale administratie dat na een onderzoek toch toestaat. In de overige gevallen moet de gevangenisdirecteur een onderzoek uitvoeren. De minister laat nu verstaan dat er in de toekomst nog meer mensen een enkelband zullen krijgen en dat enkel de uitzonderingen nog in de gevangenis zullen terechtkomen.
Er zullen dus nog veel minder onderzoeken dan vandaag worden uitgevoerd en in de regel wordt iemand met een straf van minder dan drie jaar niet meer opgesloten. Het wordt dus nog moeilijker dan vandaag om mensen hun straf effectief in de cel te laten uitzitten in de plaats van in een heel gemakkelijk en vrijblijvend enkelbandregime.
De voorzitster. - De heer Hendrik Bogaert, staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten, antwoordt.
De heer Ahmed Laaouej (PS). - Ik heb blijkbaar niet het genoegen deze vraag aan de nieuwe minister van Financiën te mogen stellen, maar ik ben er zeker van dat de heer Bogaert kan antwoorden.
In overeenstemming met artikel 25 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, beter gekend als ruling, moet de minister van Financiën jaarlijks een verslag aan de Kamer van volksvertegenwoordigers zenden over de toepassing van de voorafgaande beslissingen. Het verslag wordt door de Kamer van volksvertegenwoordigers openbaar gemaakt. Dat jaarlijks verslag moet ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op dat waarop het verslag betrekking heeft, aan de minister van Financiën worden gezonden, volgens artikel 6 van het koninklijk besluit van 30 januari 2003. Met andere woorden, het jaarverslag 2011 had ten laatste op 30 juni 2012 moeten zijn toegezonden.
Dat verslag is zeer interessant omdat het agressieve fiscale constructies weergeeft - die in principe geweigerd worden door de dienst voorafgaande beslissingen - waarvan de administratie op de hoogte moet worden gebracht om te kunnen reageren en waarop eventuele wettelijke en reglementaire verstrakkingen kunnen worden ingevoerd. Het plan van de heer Crombez voor de strijd tegen de fiscale fraude gaat trouwens in die richting. Het verslag stelt de dienst voorafgaande beslissingen ook in staat om - zoals uit vorige verslagen blijkt - incoherenties in de fiscale wetgeving die nadelig zijn voor de Schatkist te ontdekken, wat eveneens kan aanzetten tot gepaste maatregelen.
Ik hoef er niet op te wijzen dat het in de periode van het begrotingsoverleg meer dan wenselijk en zelfs noodzakelijk is om over een dergelijk belangrijk instrument zoals het verslag van de dienst voorafgaande beslissingen, te beschikken.
Ik weet dat collega Olivier Henri dezelfde vraag in november 2012 in de Kamer aan de minister van Financiën heeft gesteld. De minister heeft toen geantwoord dat hij een verslag had ontvangen en dat hij het spoedig aan de Kamer zou meedelen. In november 2012 waren er al enkele maanden vertraging ten opzichte van de wettelijke bepalingen. We zijn nu maart en volgens mijn informatie blijkt dat het verslag nog steeds niet aan de Kamer werd gezonden. De vertraging bedraagt dus negen maanden. We hebben dat verslag evenwel nodig om bij de start van het begrotingsconclaaf te kunnen beschikken over alle gegevens over de huidige toestand van agressieve constructies.
Ik hoop dus dat de minister van Financiën over dat rapport beschikt, dat het werd verzonden of onderweg is en dat mijn informatie fout is.
De heer Hendrik Bogaert, staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten. - In overeenstemming met artikel 25 van de wet van 2002 die senator Laaouej vermeldt, moet de minister van Financiën het verslag van de dienst voorafgaande beslissingen aan de Kamer van volksvertegenwoordigers overzenden. Mijn voorganger op het departement Financiën heeft op 26 september 2012 het verslag betreffende 2011 ontvangen. Dat verslag werd op 28 november 2012 aan de voorzitter van de Kamer gezonden. Het bevat onder meer statistische gegevens en enkele aanbevelingen voor een verbetering van de wet, die ik aan het onderzoeken ben.
Als de senator dat wenst, kan ik een kopie van dat verslag aan de Senaat zenden.
De heer Ahmed Laaouej (PS). - Ik ben tevreden met dit antwoord. Het verslag werd wel degelijk aan de Kamer gezonden. Ik grijp de gelegenheid aan om te vragen dat het ons snel wordt toegezonden en dat het ook onder de regeringsleden wordt verspreid, zodat de werkgroepen die betrokken zijn bij het begrotingsconclaaf worden geïnformeerd.
De voorzitster. - De heer Hendrik Bogaert, staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten, antwoordt.
Mevrouw Dominique Tilmans (MR). - De conjunctuur is slecht en onze ondernemingen bevinden zich in een moeilijke situatie. Het jaar 2012 werd gekenmerkt door een recordaantal van 11 000 faillissementen. Volgens de cijfers gepubliceerd door Graydon waren er 1147 faillissementen in januari 2013, wat een stijging met 40,4% ten opzichte van januari 2012 betekent. Voor februari 2013 zijn 923 faillissementen opgetekend, hetzij een toename met 4,4% ten opzichte van vorig jaar. Volgens SDZ, het Syndicaat der Zelfstandigen en KMO's, zou 2013 alle records op het vlak van faillissementen van ondernemingen verbreken.
In die omstandigheden is het moeilijk de dramatische toestand van de KMO's en de kleine zelfstandigen te negeren.
Mijn vraag gaat over de horecasector, een van de sectoren die het meest door de crisis wordt getroffen. De sector telt 56 000 ondernemingen, waarvan 60% in Vlaanderen, 29% in Wallonië en 11% in Brussel. Hij telt tussen de 120 000 en 147 000 loontrekkenden, met andere woorden 3,5% van de actieve bevolking, en hij vertegenwoordigt 2,9% van het bbp.
Vanaf januari 2014 wordt de geregistreerde kassa ingevoerd, wat een investering van 300 tot 600 euro betekent, de eventuele aankoop van een nieuwe kassa ingeval van incompatibiliteit van de systemen niet meegerekend, terwijl de kostenstructuur het niet altijd mogelijk maakt winstgevend te zijn.
De geregistreerde kassa kan een efficiënt en zelfs noodzakelijk beleids- en controle-instrument zijn in zaken die veel personeel tewerkstellen, maar in kleine zaken is ze niet gerechtvaardigd: 90% van de zaken hebben minder dan vijf werknemers en 56% zaken heeft niemand in dienst.
Volgens een studie van de Solvay Business School zou de invoering van dat systeem het faillissement van ongeveer 27% van de ondernemingen meebrengen. De gevolgen voor de werkgelegenheid zouden zwaar zijn: 15 000 rechtstreekse banen - vijf keer zoveel als de Opelfabriek in Antwerpen! - zouden verdwijnen en zelfs 21 000 banen als rekening wordt gehouden met de onrechtstreekse tewerkstelling. Het betreft vooral ongeschoolde arbeid.
Is het niet beter de inwerkingtreding van dit systeem voor de grote en middelgrote ondernemingen met veel personeel uit te stellen?
Zou het systeem niet beter worden geschrapt in de zaken die zeer weinig of geen personeel te werk stellen, zoals een zaak die wordt uitgebaat door een echtpaar, aangezien zij niet over de nodige inkomsten beschikken om lonen en hoge sociale lasten te betalen?
De heer Hendrik Bogaert, staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten. - Ik herinner eraan dat de verlaging van de btw-tarieven in de horecasector van 21 naar 12% vanaf 1 januari 2010 gepaard ging met de beslissing de geregistreerde kassa in te voeren.
Er werd destijds evenwel beslist dat de verplichting een geregistreerde kassa te gebruiken pas van kracht zou worden vanaf 1 januari 2013 voor de hele sector. Zo had de sector enkele jaren de tijd om zich voor te bereiden.
De sector heeft een negatief imago op het vlak van fiscale en sociale verplichtingen. Dat leidt tot oneerlijke concurrentie, waarvan de handelaars die hun verplichtingen nakomen het slachtoffer zijn. Hun vraag om die oneerlijke concurrentie te bestrijden, is gerechtvaardigd.
Intussen heeft de regering beslist, in het kader van het relanceplan 2012, de sector meer zuurstof te geven. Daartoe zullen de lasten op arbeid worden verminderd en zal er en een specifiek sociaal en fiscaal statuut komen voor de occasionele werknemers. Die maatregelen gaan gepaard met de invoering van de geregistreerde kassa.
De nodige reglementering is bijna klaar. De invoering van de eerste gecertificeerde geregistreerde kassa's wordt gepland voor 1 januari 2014.
De regering is niet van plan de verplichting op het gebruik van geregistreerde kassa's in de horeca uit te stellen of ze aan te passen aan de grootte van de onderneming of aan het personeel dat wordt tewerkgesteld, om geen concurrentieproblemen te scheppen in de sector. De ondernemingen in de horecasector voor wie de horeca-activiteiten slechts bijkomstig zijn, zijn niet verplicht geregistreerde kassa's te gebruiken als het zakencijfer dat uit die activiteit voortvloeit, niet meer dan 10% van het totale zakencijfer bedraagt.
Mevrouw Dominique Tilmans (MR). - We delen uiteraard dezelfde wens om oneerlijke concurrentie te bestrijden. Gezien de moeilijke economische situatie betreur ik evenwel dat de regering haar beslissing, die betrekking heeft op een groot aantal ongeschoolde arbeidskrachten, niet wil uitstellen.
Ik zie overigens niet in waarom het nodig is een geregistreerde kassa te verplichten in een zaak waarin een koppel werkt dat geen personeel tewerkstelt.
De voorzitster. - Ik stel voor deze wetsvoorstellen samen te bespreken. (Instemming)
De heer Bert Anciaux (sp.a), corapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.
De heer Louis Ide (N-VA). - Ik heb de twee voorstellen betreffende het indienen van mandatenlijsten door kabinetsleden een hele tijd geleden ingediend. Bij de bespreking in de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden suggereerde collega Claes terecht om de CD&V-voorstellen voor een digitale mandatenaangifte samen met mijn voorstellen te behandelen. Het was uiteraard nooit mijn bedoeling om de procedure te verzwaren, maar wel om meer transparantie te creëren. Door de vier wetsvoorstellen te koppelen, krijgen we een mooi afgerond geheel.
De bedoeling is dat het Rekenhof in 2014 over een digitaal platform voor de aangifte van mandaten zal beschikken, dat de privacy respecteert en garant staat voor een grotere transparantie. Mogelijk kunnen we inspiratie opdoen bij de Kruispuntbank van Ondernemingen, omdat zij heel wat expertise in dit domein hebben.
Ik heb de mosterd gehaald in de medisch-wetenschappelijke literatuur, waar de auteurs van studies verplicht zijn om eventuele belangenconflicten bekend te maken. We spreken in dit verhaal dus niet over fraude, maar wel over mogelijke belangenvermenging en deontologie. In de medische literatuur werkt die procedure bijzonder goed, waardoor men een goede inschatting kan maken van de onafhankelijkheid van de auteurs van studies of artikels.
Ik wil dezelfde werkwijze in het politiek bestel invoeren en hoop hiermee een stap voorwaarts te zetten op het gebied van de transparantie, waar het publiek terecht om hunkert. Ik dank alle commissieleden voor hun constructieve samenwerking en input. Ik besef dat het niet evident is dat een voorstel van de oppositie op zijn merites wordt beoordeeld en in de commissie wordt goedgekeurd. Ik hoop dus dat de plenaire vergadering en vervolgens de Kamer de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden zal volgen.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Een van de voorstellen, dat van de heer Ide, strekt ertoe de verplichting om een aangifte van mandaten in te dienen, uit te breiden tot de raadgevers van kabinetten. Het gaat hier niet om occasionele medewerkers, maar om medewerkers die ingeschreven zijn bij de kabinetten, de beleidscellen of secretariaten van ministers. Een ander voorstel, dat van de heer Claes, gaat over de mogelijkheid om elektronisch aangifte van de mandaten te doen.
Ik hoor nogal veel kritiek op de wetgeving over de aangifte van mandaten. Jaren geleden kwamen we in de Senaat samen met de partijvoorzitters om een aantal voorstellen die gestalte moesten geven aan de nieuwe politieke cultuur, goed te keuren.
Het is een goede zaak dat de aangifte nu wordt uitgebreid met kabinetsmedewerkers, want hun invloed is niet gering. Dat hebben we de laatste weken nogmaals kunnen vaststellen. De leden van de commissie waren wel van oordeel dat het opnieuw verzwaren van een reeds zware procedure niet kon. Een elektronische aangifte is een verbetering voor iedereen. Met de verplichting tot aangifte uit te breiden tot kabinetsmedewerkers, wordt alleen maar een fout of vergetelheid uit het verleden rechtgezet.
De sp.a-fractie vindt zowel de voorstellen van de N-VA als die van CD&V een vooruitgang. Ze liggen in de lijn van wat jaren geleden werd afgesproken. Niet vanuit een wantrouwen ten opzichte van de politiek, maar omwille van de transparantie. Het is niet de bedoeling aan zelfbeschadiging te doen. Ik ben ervan overtuigd dat 99,9% van de politici naar eer en geweten een aangifte doen, maar we willen dat de 0,1% mandatarissen die mogelijk misbruik maken van hun macht, gecontroleerd moeten kunnen worden. De sp.a zal met overtuiging de voorstellen goedkeuren.
De heer Dirk Claes (CD&V). - Zowel de voorstellen van collega Ide als die van mezelf zijn een goed initiatief. Eerlijkheidshalve voeg ik eraan toe dat mijn voorstellen eerst door CD&V-collega's in de Kamer waren ingediend. Omdat de behandeling van de voorstellen van de heer Ide in de Senaat al bezig was, heeft de CD&V-fractie de overheveling van het dossier gevraagd.
De opmaak en de aangifte van de mandatenlijst is voor iedereen een vrij groot werk met heel wat administratieve rompslomp. Terloops waarschuw ik de collega's niet uit het oog te verliezen dat de aangifte voor 1 april moet gebeuren.
Mijn voorstellen over de elektronische aangifte maakt het voor ons en vooral voor de administratie een stuk eenvoudiger. Ook het Rekenhof zal er blij mee zijn, aangezien de bewaring van de mandatenlijsten dankzij de moderne middelen minder plaats zal innemen.
Ik dank alle partijen, van meerderheid én oppositie, voor hun openheid van geest in dit dossier, waardoor we een nuttige en zinvolle discussie hebben kunnen voeren. Dit is een manier van werken de Senaat waardig.
Dankzij een suggestie van collega Delpérée zullen we kunnen komen tot een dynamisch systeem van mandatenlijst. Waarom zouden we inderdaad niet, telkens wanneer we een mandaat verliezen of bijwinnen, de mandatenlijst aanvullen? Dat kan op een heel eenvoudige manier gebeuren. Uiteraard moet er een datum behouden blijven waarvoor iedereen de mandatenlijst volledig moet hebben ingediend.
De mandatenlijst hoeft voortaan niet meer in het Belgisch Staatsblad te verschijnen, een eenvoudige vermelding op de website van het Rekenhof is in de toekomst voldoende.
De nieuwe werkwijze geeft ook meer duidelijkheid en transparantie, zodat er minder vragen open blijven. Dat is ook handig voor de parlementsleden, want zij kunnen nu snel nagaan wat de achtergronden zijn van een kabinetslid dat met een bepaald dossier bezig is.
Om al die redenen roep ik alle collega's op om deze wetsvoorstellen straks goed te keuren.
(Applaus)
-De algemene bespreking is gesloten.
(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden, zie stuk 5-930/4.)
De voorzitster. - Ik herinner eraan dat de commissie een nieuw opschrift voorstelt: Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wetgeving inzake de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, met het oog op de uitbreiding van het toepassingsgebied ervan tot de vaste experten, kabinetsleden en leden van de beleidscellen van de ministeriële kabinetten.
-De artikelen 1 tot 5 worden zonder opmerking aangenomen.
-De stemming over het wetsvoorstel in zijn geheel heeft later plaats.
(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden, zie stuk 5-1022/4.)
De voorzitster. - Ik herinner eraan dat de commissie een nieuw opschrift voorstelt: Wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving inzake de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, met het oog op de uitbreiding van het toepassingsgebied ervan tot de vaste experten, kabinetsleden en leden van de beleidscellen van de ministeriële kabinetten.
-De artikelen 1 tot 5 worden zonder opmerking aangenomen.
-De stemming over het wetsvoorstel in zijn geheel heeft later plaats.
(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden, zie stuk 5-1961/4.)
De voorzitster. - Ik herinner eraan dat de commissie een nieuw opschrift voorstelt: Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wetgeving met betrekking tot de elektronische mandatenaangifte en de bekendmaking van de mandatenlijsten op de webstek van het Rekenhof.
-De artikelen 1 tot 10 worden zonder opmerking aangenomen.
-De stemming over het wetsvoorstel in zijn geheel heeft later plaats.
(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden, zie stuk 5-1962/4.)
De voorzitster. - Ik herinner eraan dat de commissie een nieuw opschrift voorstelt: Wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving met betrekking tot de elektronische mandatenaangifte en de bekendmaking van de mandatenlijsten op de webstek van het Rekenhof.
-De artikelen 1 tot 10 worden zonder opmerking aangenomen.
-De stemming over het wetsvoorstel in zijn geheel heeft later plaats.
De heer Bart De Nijn (N-VA). - Eurostation realiseert in Mechelen een tienjarig stationsproject dat tegen 2022 klaar zou moeten zijn. Het prachtige project omvat de bouw van een nieuw station en een extra spoor - een bypass, die deel uitmaakt van het Diaboloproject en het GEN-project - en er komt een ontsluitingsweg om de binnenstad enigszins te ontlasten van het doorgaande verkeer. Bij dat project zijn verschillende partners betrokken: Infrabel, de NMBS-holding, de Vlaamse Overheid, De Lijn en de stad Mechelen.
De werken zijn aanbesteed en toegewezen en de voorbereidende werken zijn reeds begonnen. De eigenlijke werken beginnen in oktober dit jaar. Dan zal een zeer grote put worden gegraven voor een ondergrondse parkeergarage voor 2000 personenwagens. De aannemer heeft berekend dat om de uitgegraven grond weg te voeren 40 000 grote vrachtwagenritten door een dichtbevolkt gebied nodig zijn. Dat die vrachtwagens aanzienlijke hinder zullen veroorzaken staat buiten kijf. Ze zijn nadelig voor de staat van de weg en voor het milieu - de roet-, CO2- en CO-uitstoot - en hinderlijk voor het overige wegverkeer.
Misschien zijn die ritten noodzakelijk, maar die diepe put ligt op 350 meter van het kanaal Leuven-Dijle, waar schepen tot 600 ton op kunnen varen. Hij ligt bovendien vlak naast de centrale werkplaatsen van de NMBS, waar heel veel ongebruikte sporen liggen, zoals op luchtfoto's is te zien.
Kan de NMBS-holding, als hoofdaandeelhouder, alsnog de aannemer voorstellen om de eigen transportmiddelen in te zetten teneinde de duizenden kubieke meter grond via het spoor te verplaatsen, met minder hinder voor de omgeving?
De heer Jean-Pascal Labille, minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden. - De NMBS-Holding informeert mij dat deze zaak gisteren uitgebreid werd besproken op de vergadering van de stuurgroep bij dit project, waarop senator De Nijn aanwezig was.
De NMBS-holding zegt dat het grondtransport via het spoor als eerste optie werd onderzocht, maar dat dit technisch niet mogelijk bleek.
De spoorlijn Antwerpen-Brussel is een van de drukste van het land en in het station van Mechelen zal gedurende de werken tijdelijk al één spoor minder beschikbaar zijn. Het grondtransport via treinwagons zou het gebruik van het station onmogelijk maken.
Vervoer via de sporen in de centrale werkplaats is ook niet mogelijk want er zijn geen sporen tot aan de uit te graven bouwput. De sporen liggen aan de andere kant van de centrale werkplaats. Het transport doorheen de centrale werkplaats zou het werk in de centrale werkplaats in zeer ernstige mate verstoren en voor de NMBS een onaanvaardbare invloed op de productiviteit hebben.
Ik ben het met de senator eens dat het transport via het spoor ecologisch beter is, maar in dit geval bleek dat technisch onmogelijk.
De heer Bart De Nijn (N-VA). - Als lokaal verantwoordelijke werd ik te laat bij het project betrokken. Natuurlijk vraag ik niet om de drukke spoorlijn Antwerpen-Brussel te hinderen door daar goederentreinen met grond te doen passeren. Ik heb het over de centrale werkplaatsen, die plaats kunnen bieden aan goederentreinen.
Ik heb het gevoel dat de NMBS-leiding weinig geloof heeft in eigen kunnen.
De heer Guido De Padt (Open Vld). - Eergisteren werden we geconfronteerd met een winteroffensief dat ons land grotendeels heeft lamgelegd. De mobiliteit op de wegen en ook op het spoor was zeer gebrekkig.
Verkeersexperts zeggen dat het spoor een kans heeft laten liggen om zich te propageren als alternatief voor de auto. Het treinverkeer liep echter na de ochtendspits al meteen in het honderd.
Het winterplan van de NMBS en van Infrabel om het hoofd te bieden aan extreme weersomstandigheden was een maat voor niets. Vastgevroren wissels hebben daarbij een rol gespeeld. Door alle wissels evenwel op tijd te inspecteren, kan men voorkomen dat ze vastvriezen. Het inspecteren van die wissels kost veel geld. Het is ook riskant om alle wissels te controleren.
In Nederland heeft spoorbeheerder ProRail recent een onbemande helikopter ingezet om na te gaan of dat een oplossing kan zijn voor de inspectie van de wissels. In Nederland zijn er zo'n 7000, waarvan er meer dan 5000 voorzien zijn van verwarmingsinstallaties.
Misschien kunnen we daar wat van leren. We moeten ons ook afvragen waarom het in Oostenrijk en Zwitserland wel lukt om bij barre weersomstandigheden normaal treinverkeer te hebben.
De treinreiziger kon nog enig begrip opbrengen voor de extreme sneeuwval en de daardoor veroorzaakte terugval in de dienstverlening op het spoor. Er was echter heel veel onbegrip en woede over de rampzalige communicatie. Wie informatie wenste over zijn trein, moest zich soms melden bij een werknemer van de NMBS die aan een geïmproviseerde infobalie met een walkietalkie had postgevat. Er zijn gevallen bekend waarbij mensen hun trein misten omdat ze gewoonweg niet wisten dat die was aangekomen en vervolgens bijna leeg was vertrokken. De chaos was compleet en de spoordiensten hebben een zeer slechte beurt gemaakt. Zowel gisteren als vandaag liet een en ander nog sporen na.
De vraag rijst waarom de dienstverlening niet werd teruggeschroefd en men er niet voor gekozen heeft niet alle treinen te laten rijden. Ook daar zou de pendelaar begrip voor hebben; minder treinen, maar wel op het werk geraken.
Erkent de minister dat de NMBS en Infrabel deze week een slechte beurt gemaakt hebben bij de aanpak van het aangekondigde winteroffensief? Bevestigt hij dat de verwarming van de wissels een probleem is geweest en kan hij in dat verband aangeven hoeveel wissels er zich op het Belgisch spoornet bevinden en hoeveel daarvan voorzien zijn van verwarmingsinstallaties die op afstand in werking kunnen worden gezet?
Welke initiatieven zullen de spoorweginstanties nemen om ervoor te zorgen dat het spoor bij guur winterweer een echt alternatief vormt voor het wegverkeer? Ziet de minister heil in het tijdelijk verminderen van het treinaanbod om ervoor te zorgen dat de treinen in normale omstandigheden rijden, opdat minstens het woon-werkverkeer kan worden opgevangen?
De heer Jean-Pascal Labille, minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden. - De sneeuwbuien van afgelopen dinsdag hebben het verkeer grondig in de war gestuurd, zowel in België als in onze buurlanden. Op de wegen stond 1600 km file en de luchthaven van Luik werd gesloten. Ook de spoorwegen hebben veel hinder ondervonden, omdat tegen het einde van de ochtend de toegang tot Brussel onmogelijk was geworden.
Ondanks deze moeilijke weersomstandigheden besliste de NMBS-Groep de reguliere dienstverlening te behouden opdat de reizigers zich konden verplaatsen. In tegenstelling tot de situatie in andere landen heeft de NMBS het spoorwegnet dus op geen enkel ogenblik stilgelegd. De NMBS-Groep moest echter vaststellen dat de weersomstandigheden op sommige plaatsen voor aanzienlijke problemen hebben gezorgd en aanleiding hebben gegeven tot vertragingen die zich, door een domino-effect, hebben uitgebreid tot het volledige spoorwegnet. Daardoor was op sommige plaatsen geen treinverkeer meer mogelijk.
Had de situatie beter kunnen worden aangepakt? Ja. De werknemers van de NMBS-Groep hebben echter de hele dag enorme inspanningen geleverd om de verschillende problemen op te lossen.
Wat de informatie aan de reizigers betreft, moeten we lessen trekken uit wat is gebeurd, want we moeten toegeven dat zich zware problemen hebben voorgedaan. Op verschillende plaatsen werden reizigers helemaal aan hun lot overgelaten, verstoken van informatie over het ogenblik waarop hun trein zou aankomen, over de duur van de reis, over mogelijke aansluitingen of over afgeschafte treinen. Dat is onaanvaardbaar. Zodra de NMBS-Groep een voldoende beeld heeft van de moeilijkheden die zich voordoen, moet ze in staat zijn betrouwbare informatie te verstrekken aan alle reizigers, zodat die zich kunnen organiseren. De verbetering van de informatieverstrekking aan de reizigers is een van de belangrijkste krachtlijnen van de hervorming die ik zal doorvoeren. Daarin wordt bepaald dat de communicatie met de reiziger de bevoegdheid is van één enkele actor, de NMBS, in plaats van de huidige drie actoren.
Ik heb de maatschappijen binnen de NMBS-Groep dan ook gevraagd vanaf morgen overleg te plegen met mijn strategische cel. Op die besprekingen zullen de verschillende problemen in kaart worden gebracht, zowel inzake het beheer van het spoorverkeer als inzake de informatieverstrekking aan de reizigers. Ik zal ervoor waken dat hieruit zo snel mogelijk lessen worden getrokken en dat binnen afzienbare tijd de nodige verbeteringen worden aangebracht.
De heer Guido De Padt (Open Vld). - Ik dank de minister, maar betreur dat hij geen antwoord gaf op mijn technische vragen over de bedrijfszekerheid van de wissels, een euvel dat te wijten kan zijn aan een gebrek aan onderhoud. Ik zal daarop terugkomen in een schriftelijke vraag.
Het is goed dat de communicatie in het oog wordt gehouden, niet alleen de communicatie met de reizigers, maar ook met de treinbegeleiders. Treinbegeleiders zeggen dat ze de voorbije dagen niet binnen geraakten bij de reizigersdispatching, een centrum dat zijn fiat moet geven over het al dan niet uitrijden of verplaatsen van treinen. Het gevolg was dat de treinbegeleiders op hun beurt geen informatie konden geven aan de reizigers zelf. Ik hoop dat hiermee rekening gehouden zal worden bij de strategische ontwikkeling van de communicatie.
Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA), corapporteur. - Graag breng ik mondeling verslag uit over het wetsvoorstel tot invoering van een parlementair advies bij de benoeming tot hoofd van de Belgische diplomatieke zendingen en consulaire posten.
De heer Vanlouwe, indiener van het voorstel, leidde zijn voorstel in als volgt: "De rol van de diplomaten, en in het bijzonder de hoofden van de diplomatieke en consulaire posten, is uiterst belangrijk. Zij volgen nauwgezet de evoluties in het buitenland, onderhouden en faciliteren belangrijke contacten en waken over de belangen van de burgers, de bedrijfswereld en de verschillende overheden in België. Gezien de brede invulling van internationale betrekkingen heeft het werk van de diplomatieke diensten vaak een impact op de voorbereidingen op mogelijk wetgevend werk binnen België. Vanuit dat oogpunt is het belangrijk dat het Parlement ten volle kan worden betrokken en zijn rol kan spelen. Daarom wil dit wetsvoorstel, in volle respect voor de verdeling van de grondwettelijke bevoegdheden, een parlementair advies invoeren bij de benoeming tot hoofd van de Belgische diplomatieke zendingen en consulaire posten."
De heer Anciaux noemde het voorstel ingrijpend, omdat het ingaat tegen de traditie en de bestaande evenwichten binnen de diplomatie. Volgens de heer Anciaux is er in deze geen conflict tussen enerzijds de bevoegdheid van de uitvoerende macht en anderzijds die van de wetgevende macht. Hij zei dat hij zich over het voorstel pas zou uitspreken na het juridisch advies van het kabinet.
Mevrouw Matz vroeg zich af of het wel grondwettelijk is de bevoegdheid van de Koning in te perken. De tweede paragraaf van artikel 107 van de Grondwet luidt immers als volgt: "Hij benoemt de ambtenaren bij het Algemeen Bestuur en bij de Buitenlandse Betrekkingen behoudens de door de wetten gestelde uitzonderingen."
Ook mevrouw Arena verklaarde zich terughoudend met betrekking tot de grondwettelijkheid van het wetsvoorstel en wacht eveneens het juridisch advies van het kabinet af.
Mevrouw de Bethune was van oordeel dat het wetsvoorstel opnieuw zal moeten worden bekeken in het kader van de bevoegdheden van de hervormde Senaat.
De heer Vanlouwe vond het juridisch advies van het kabinet aanbevelenswaardig, maar is van oordeel dat de Senaat zelf over de opportuniteit van zijn wetsvoorstellen moet kunnen beslissen. De evenwichten binnen de diplomatie, waarnaar de heer Anciaux verwijst, zijn de heer Vanlouwe niet bekend.
De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken legde uit dat het kabinet het wetsvoorstel negatief zal adviseren vanwege de ongrondwettelijke aard ervan, maar dat toch een omstandig juridisch advies zal worden gegeven.
Dat advies werd uitgebracht. Daarop stelde de heer Vanlouwe de commissie voor over het wetsvoorstel een advies te vragen aan de Raad van State. Dat voorstel werd verworpen met vier stemmen tegen vier bij een onthouding. De heer Vanlouwe betreurde die uitslag.
Om tegemoet te komen aan de opmerkingen van het advies van de juridische dienst van de FOD Buitenlandse Zaken diende de heer Vanlouwe vijf amendementen in. Ze werden elk verworpen met vijf stemmen tegen vier bij twee onthoudingen.
Bij de eindstemming verklaarde de heer Anciaux dat hij zich zal onthouden bij de stemming over het wetsvoorstel dat hem nochtans interessant lijkt te zijn. Hij had graag meer tijd gehad om het grondiger te kunnen bespreken, ook met de meerderheidspartijen. De heer Vanlouwe antwoordde daarop dat de bespreking van het wetsvoorstel al enkele maanden geleden van start was gegaan en meermaals werd geagendeerd. Hij betreurde het dat geen enkele partij van de meerderheid zich heeft uitgesproken over de politiseringskwestie. Uiteindelijk werd het wetsvoorstel in zijn geheel verworpen met zes stemmen tegen vijf bij een onthouding.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Volgens de rapporteur zou ik gezegd hebben "dat er in deze geen conflict is tussen enerzijds de bevoegdheid van de uitvoerende macht, en anderzijds de bevoegdheid van de wetgevende macht".
Die uitspraak wil ik toch even corrigeren. Volgens het verslag heb ik het volgende gezegd en ik citeer: "In het voorstel wordt ervan uitgegaan dat er geen conflict is in deze tussen enerzijds de bevoegdheid van de uitvoerende macht en anderzijds de bevoegdheid van de wetgevende macht."
Ik heb dus niet gezegd dat er geen conflict is, alleen dat in het voorstel "ervan wordt uitgegaan" dat er geen conflict is tussen de bevoegdheid van de uitvoerende en van de wetgevende macht. Ik wil dat benadrukken omdat ook collega Vanlouwe meerdere keren naar die bevoegdheidsverdeling verwezen heeft.
Het gaat inderdaad om een ingrijpend voorstel omdat het ingaat tegen de traditie en de bestaande evenwichten binnen de diplomatie. De evenwichten waarvan sprake zijn wel degelijk die tussen de uitvoerende en de wetgevende macht, en het voorstel zou die taakverdeling vanzelfsprekend grondig wijzigen.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Ik dank de verslaggevers en de diensten van de Senaat voor hun medewerking aan het verslag.
Dit voorstel kadert in de depolitisering van de diplomatie, dat wil zeggen de partijpolitieke beïnvloeding zoals die op het ogenblik bestaat. Ter illustratie verwijs ik naar De Standaard van enkele dagen geleden, waarin een artikel over de toewijzing van belangrijke diplomatieke posten bij elke diplomaat vermeld staat tot welke partij de betrokkene wordt gerekend.
De rol van diplomaten, en vooral van diegenen die aan het hoofd staan van diplomatieke en consulaire posten, is uiterst belangrijk voor een land. Diplomaten volgen immers nauwgezet de evoluties in het buitenland, ze onderhouden en faciliteren belangrijke contacten en ze zorgen voor de belangen van onze landgenoten in het buitenland.
Het werk van de diplomatieke diensten heeft soms zelfs impact op het voorbereidend wetgevend werk. Het werk van de permanente vertegenwoordiging is bijvoorbeeld van groot belang voor de wetten die in het parlement worden gestemd.
Vanuit dat oogpunt is het bijgevolg belangrijk dat het parlement ten volle betrokken wordt bij de aanwijzing van diplomaten en postoversten in het buitenland.
Het wetsvoorstel dat voorligt, beoogt daarom om - met respect voor de grondwettelijke bevoegdheidsverdeling - een parlementair advies in te voeren bij de aanwijzing van posthoofden bij diplomatieke en consulaire posten.
Het voorstel bepaalt dat de Koning, via de minister van Buitenlandse Zaken, aan de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen een voorstel overmaakt met betrekking tot de invulling van de functie van hoofd van een diplomatieke of consulaire post.
Het op het ogenblik geldende koninklijk besluit van 3 juni 1999, bepaalt dat het directiecomité - die in de huidige stand van zaken ook partijpolitiek is samengesteld - aan de minister van Buitenlandse Zaken een voorstel doet over de invulling van de openstaande betrekkingen bij de diplomatieke posten. De uiteindelijke beslissing wordt genomen bij koninklijk besluit.
Met dit wetsvoorstel willen wij ervoor zorgen dat de bevoegde parlementaire commissie de mogelijkheid krijgt een niet-bindend advies te geven over het voorstel dat gedaan wordt door het directiecomité van de FOD Buitenlandse Zaken.
Ten slotte zou het advies naar de minister van Buitenlandse Zaken gaan, die beslist en tot de benoemingen overgaat bij koninklijk besluit.
Om het recht op privacy te waarborgen, voorziet het voorstel zelfs een procedure achter gesloten deuren, zoals bij gelijkaardige benoemingen nog het geval is.
Het wetsvoorstel wil een einde maken aan de partijpolitieke benoemingen van diplomaten. Recentelijk was er opnieuw een zogenaamde diplomatieke beweging. Daarbij beslisten de traditionele partijen in conclaaf naar wie en welke partijen de posten zouden gaan. De media maakten daarna zonder enige schroom bekend welke partijkaart hoort bij welke ambassadeur. Uiteraard gaan de topfuncties naar de grootste partijen, de PS en de MR.
Aanwijzingen van ambassadeurs gebeuren vandaag dus louter op partijpolitieke grondslag, alsof ze enkel een partij en niet hun land vertegenwoordigen! Zoals de heer Anciaux goed weet, beslissen alleen de zes traditionele partijen over de aanwijzingen.
Nochtans zijn transparantie en openheid in de diplomatieke beweging meer dan nodig. Bekwaamheid, ervaring, expertise, talenkennis zijn althans voor mij belangrijker dan de lidkaart van een traditionele partij.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Onlangs kwam er toch een ambassadeur in het nieuws, met een lidkaart van uw partij!
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Waar haalt u dat, mijnheer Anciaux?
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ontkent u dat?
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Ik ontken dat manifest. Maar als de heer Anciaux dat wil, kan ik dadelijk opsommen welke ambassadeurs hun benoeming te danken hebben aan zijn partij en aan de andere partijen.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - De heer Vanlouwe moet dan die lijst maar geven en niet altijd de maagd uithangen.
De heer Armand De Decker (MR). - Als voorzitter van de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging zou de heer Vanlouwe moeten weten dat een diplomaat een diplomatieke carrière van minstens twintig jaar achter de rug moet hebben alvorens ambassadeur te worden. Zijn kwaliteiten zijn dus bekend bij het departement. De heer Vanlouwe zou ook moeten weten dat de benoeming van de ambassadeurs wordt voorgesteld door het directiecomité, dat bestaat uit de algemeen directeurs van elke dienst. De directeurs-generaal doen een voordracht aan de minister.
In de eerste plaats wordt het profiel van de diplomaat vergeleken met het land waarnaar hij zal worden gezonden. Een diplomaat die zeer goed Duits spreekt, wordt niet naar Mexico of Argentinië gezonden. Om naar die landen te worden gezonden, moet hij Spaans spreken. De heer Vanlouwe schetst een karikaturaal beeld. Dat is typisch voor een nieuwe partij, die geen ervaring heeft en de Belgische geschiedenis niet heeft doorgemaakt. Hij probeert de manier waarop ambassadeurs worden benoemd, tegenover de publieke opinie belachelijk voor te stellen. Dat is jammer, want het zou beter zijn mocht de voorzitter van de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging het respect van de diplomaten en ambassadeurs genieten. Met zijn karikatuur doet de heer Vanlouwe zijn functie geen eer aan.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Ik zeg niet dat de diplomaten die zijn geslaagd voor het examen, niet bekwaam zijn. Wel wil ik benadrukken dat de toewijzing van bepaalde posten gebeurt op partijpolitieke basis. Wie dat durft te ontkennen, liegt manifest. Iedereen weet dat de zes klassieke partijen in de directieraad zijn vertegenwoordigd. Dat is geen karikatuur, maar de werkelijkheid.
De heer Francis Delpérée (cdH). - U wil depolitiseren en tegelijkertijd een advies vragen aan een parlementaire assemblee. Is die dan niet politiek samengesteld?
De heer Philippe Moureaux (PS). - Maar het zijn de besten.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Maar dat is openheid en transparantie, mijnheer Delpérée! Het probleem is juist dat die er niet mogen zijn. Zes klassieke partijen gaan nu in conclaaf en wijzen de diplomaten aan.
Wanneer een parlementaire commissie een advies geeft, dan doet ze dat in openheid en transparantie. Op die wijze wordt iedereen die de bevolking vertegenwoordigt, bij de zaak betrokken. Maar de meerderheid wil de zaak beperken tot de zes traditionele partijen en gewoon doorgaan met de politisering.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Mijnheer Vanlouwe, daarnet zei u dat de zes klassieke politieke partijen in het directiecomité van de FOD Buitenlandse Zaken zijn vertegenwoordigd. Leg uw kaarten dan op tafel. Wie is wie? U komt hier gewoon gratuit zaken vertellen, zonder dat we kunnen nagaan of daar enige grond van waarheid in zit. Uw en mijn partij zitten samen in de Vlaamse regering en ik heb intussen begrepen dat uw partij een eigen definitie van "politieke benoeming" hanteert. Voor uw partij is een politieke benoeming de benoeming van iemand die geen lid is van uw partij.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Dat is uw definitie!
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Wordt iemand van uw partij benoemd, dan is het een objectieve, transparante benoeming die om bekwaamheid draait. Wordt iemand van een andere partij benoemd, dan is het een politieke benoeming.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Beweert u nu echt dat er geen partijpolitieke beïnvloeding is bij de aanwijzing van de postoversten?
De heer Bert Anciaux (sp.a). - In het verleden gebeurde dat inderdaad veel te veel. Op een bepaald ogenblik heeft toenmalig minister van buitenlandse zaken Fayat bijvoorbeeld met één pennentrek een hele reeks Fayat-boys in de diplomatie benoemd. Dat was een politieke benoeming, maar we stonden wel allen te applaudisseren, niet?
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Dat is veertig of vijftig jaar geleden. Het gebeurt echter nog altijd. Ontkent u echt dat er op dit ogenblik partijpolitieke beïnvloeding is?
De heer Bert Anciaux (sp.a). - In het verleden was dat zeker en vast het geval, maar nu verwijst u naar het directiecomité. Als u zegt dat daarin de zes klassieke politieke partijen zijn vertegenwoordigd, dan kletst u uit uw nek, want u weet daar niets van. Ik weet het zelf ook niet.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Wenst u dat daarmee komaf wordt gemaakt of niet?
De heer Francis Delpérée (cdH). - Mevrouw de voorzitter, dit debat is zonder voorwerp om de zeer eenvoudige reden dat het wetsvoorstel volstrekt ongrondwettelijk is. De Koning benoemt de ambtenaren bij de buitenlandse betrekkingen. Punt aan de lijn. De heer Vanlouwe weet zeer goed dat hij in de benoemingsprocedure geen parlementair assessment kan invoegen. Dat gaat niet!
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Ik wil graag luisteren naar het advies van een eminent professor als de heer Delpérée, maar ik had ook graag het advies van de Raad van State hierover gekregen. We hebben daarover in de commissie gestemd.
De heer Francis Delpérée (cdH). - Het advies van de Raad van State is niet vereist. Dat staat zo in de Grondwet.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Laat de Raad van State daarover beslissen. Ik wil mij perfect neerleggen bij het advies van de Raad van State, maar ik ga niet het advies volgen van degenen die zowel in de commissie als in de plenaire vergadering gekant waren tegen de vraag naar dat advies. Ik wil alleen graag geweten of een onafhankelijk orgaan als de Raad van State dit wetvoorstel ongrondwettig vindt.
De heer Francis Delpérée (cdH). - Ik ben even onafhankelijk als u om een grondwettelijk advies te geven.
Mevrouw Dalila Douifi (sp.a). - Eigenlijk was ik helemaal niet van plan om het woord te nemen, want het is niet zo dat wij tot de zogenaamde traditionele partijen behoren die met een weegschaal de benoemingen van diplomaten onder de politieke partijen zouden verdelen.
Ik apprecieer collega Vanlouwe als voorzitter van de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging en vind zelfs dat hij bij momenten het talent heeft om als een diplomaat die commissie te leiden. In deze bespreking valt hij echter uit zijn rol. Misschien ligt het aan de opleidingen van de N-VA die ervoor zorgen dat hun mandatarissen zo gebeten zijn. Ik begrijp wel dat het lastig is om veel stemmen te halen, maar geen invloed te kunnen uitoefenen. Ik begrijp dat omdat ik in mijn gemeente eveneens in de oppositie zit. In de gemeenteraad wil ik soms ook gelijk krijgen of wil ik mensen van mijn partij in een bepaalde functie zien, omdat ze daar het talent voor hebben.
Ik heb dus begrip voor een zekere gevoeligheid en ik kan me ook vinden in de grond van het wetsvoorstel. De N-VA probeert evenwel een algemene sfeer te creëren dat alle belangrijke benoemingen in binnen- en buitenland zouden stinken. Die aanwijzingen zouden niet deugen, omdat ze partijpolitiek zijn geïnspireerd. Volgens mij moeten we ophouden met die politieke nestbevuiling.
De ganse redenering en de motivering van het voorliggende wetsvoorstel ademen een sfeer van negativisme uit. Tegelijk ervaar ik een fundamenteel gebrek aan respect voor al die competente diplomaten van ons land. Ik heb in het buitenland nog maar weinig onbekwame ambassadeurs of topdiplomaten van België ontmoet.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - De heer Schmidt misschien?
Mevrouw Dalila Douifi (sp.a). - Dat gebrek aan respect voor die mensen stoort mij.
In het verleden hebben de collega's van Open Vld, de heer Daems als ik mij niet vergis, een wetsvoorstel ingediend waardoor parlementairen met een lange staat van dienst na een assessment hun ervaring in het buitenland zouden kunnen laten renderen. Mogelijk komt ook de heer Vanlouwe als commissievoorzitter daarvoor in aanmerking. Wat is er nu verkeerd aan als een diplomaat voldoende kwaliteiten en tegelijk een politieke voorkeur of achtergrond heeft?
De heer Huub Broers (N-VA). - Niets.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Wie beoordeelt de kwaliteiten? Enkele mensen? Ik vraag dat de expertise, de ervaring, de kennis, de taalkennis van de betrokken in alle openheid en transparantie worden beoordeeld in een parlementaire commissie waarin alle partijen zijn vertegenwoordigd. Daar moeten de kwaliteiten worden beoordeeld, niet boven de hoofden van de parlementsleden heen. De beoordeling gebeurt blijkbaar in de partijhoofdkwartieren. Ik wil de benoemingen uit de duistere hoek van de partijpolitieke beïnvloeding halen. Ik wil openheid en transparantie. Partijpolitieke beïnvloeding mag niet doorslaggevend zijn bij de benoeming tot postoverste.
De heer Huub Broers (N-VA). - Ik heb met aandacht naar de vorige spreekster geluisterd. Wat mij stoort, is de grote naïviteit die tentoon wordt gespreid en dat wordt verondersteld dat er alleen in bepaalde partijen bekwame mensen zijn.
De heer Bart Laeremans (VB). - Mevrouw Douifi stelde de interessante vraag wat er verkeerd aan is dat een ambassadeur een welbepaalde kleur heeft. Dat is geen enkel probleem, daar gaat het zelfs niet om. Het gaat erom dat het een van die zes kleuren moet zijn en dat alle andere kandidaten met een andere politieke kleur niet in aanmerking komen. Er is een perfide spel van evenwichten: de ene benoemd in Brazilië, de andere in Rome, nog een andere in Madrid of de Filipijnen. En dat omdat er een Belgisch evenwicht moet zijn. Dat is verkeerd want het betekent dat een kandidaat alleen maar bekwaam kan zijn als hij een bepaalde politieke kleur heeft.
De heer Ludo Sannen (sp.a). - Er wordt hier met een gespleten tong gesproken. De N-VA maakt deel uit van de Vlaamse regering en die is helemaal niet bereid om een dergelijke transparantie aan de dag te leggen bij de aanwijzing van de Vlaamse vertegenwoordigers op de diplomatieke posten in onze buurlanden en in Zuid-Amerika of Zuid-Afrika.
Is de partij van de heer Vanlouwe bereid om in het Vlaams parlement voor alle Vlaamse vertegenwoordigers dezelfde transparantie te creëren die ze hier vraagt? Momenteel is de N-VA daartoe niet bereid. Hier de heilige uithangen en in het Vlaams Parlement het spel meespelen; die gespletenheid stoort me. (Applaus van de meerderheid)
De heer Huub Broers (N-VA). - De heren Sannen en Anciaux moeten niet te veel applaudisseren, want ze hebben dat spel ook meegespeeld toen ze Vlaams minister waren.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Juist, maar we doen daar niet hypocriet over. In de Vlaamse regering worden vandaag nog altijd politieke benoemingen gedaan, maar we proberen toch nog altijd de beste kandidaten te kiezen.
De heer Huub Broers (N-VA). - Dat is net de bedoeling van ons wetsvoorstel.
De heer Ludo Sannen (sp.a). - Als ik een kopie van dit wetsvoorstel in het Vlaams Parlement indien, zal uw partij het dan steunen, mijnheer Vanlouwe?
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Ik ben ervan overtuigd dat u dat niet zult doen, mijnheer Sannen, want uw partij heeft daar geen belang bij. Ze maakt deel uit van de traditionele partijen die altijd bepaalde posten naar zich proberen toe te trekken. Dat is de houding van uw partij en van de zes klassieke partijen.
De heer Huub Broers (N-VA). - Als ik u was, mijnheer Sannen, dan zou ik dit voorstel ondersteunen, al was het maar met het oog op de volgende verkiezingen. (Uitroepen)
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Bij de toewijzing van posten in het buitenland wordt eerst gestreefd naar een consensus tussen de traditionele partijen, die - ik benadruk het nogmaals - in Vlaanderen niet eens de meerderheid van de kiezers vertegenwoordigen. Competenties zoals ervaring met het land in kwestie, expertise, talenkennis ... komen bij de aanwijzing slechts op de tweede plaats en zijn niet doorslaggevend. Iedereen weet dat bij een deel van het diplomatieke korps een grote ontevredenheid en misnoegdheid bestaat over die partijpolitieke praktijken. Elke diplomaat die zich niet aan dergelijke praktijken bezondigt, ervaart die werkwijze als demotiverend en onrechtvaardig.
De bedoeling van het wetsvoorstel is die partijpolitieke koehandel tegen te gaan. De politisering moet verdwijnen en plaats maken voor het principe van de juiste man of vrouw op de juiste plaats. Via hoorzittingen in de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging moeten we de kandidaten op hun competenties beoordelen. Dat draagt bij tot openheid en transparantie.
Tijdens de commissiebespreking van dit voorstel was er amper enige discussie. Hoewel de minister van Buitenlandse Zaken ooit in de media verkondigde dat buitenlandse diplomaten moeten worden gescreend, heeft hij hiervan tot op heden geen werk van gemaakt, tenzij hij een screening naar de juiste partijaanhorigheid voor ogen had. Dat is alvast vorige maand gebleken bij de diplomatieke beweging.
Het juridische advies van het kabinet van de minister van Buitenlandse Zaken bevat zowel technische als inhoudelijke opmerkingen. Op de technische opmerkingen heeft de N-VA-fractie met verschillende amendementen gereageerd. We dienen die vandaag opnieuw in.
De inhoudelijke opmerkingen waren weinig geloofwaardig. Beweren dat het wetsvoorstel discriminerend is en dat het tegen de scheiding der machten ingaat en zelfs ongrondwettig is, houdt geen steek. De Raad van State zou hierover een correct en objectief advies kunnen geven, maar die vraag is helaas in de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging en in plenaire vergadering weggestemd.
De meerderheid wil dat advies blijkbaar niet kennen. Bovendien was er tijdens de bespreking in de commissie amper een debat. Collega Anciaux heeft gesproken over een ingrijpend voorstel, dat ingaat tegen de traditie en de bestaande evenwichten. Hij heeft vandaag een bepaalde interpretatie proberen te geven aan de evenwichten waarop hij doelde.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - De heer Vanlouwe weet uiteraard beter dan ikzelf wat ik bedoelde.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - De heer Anciaux noemt zichzelf progressief, maar zegt plots dat de traditie moet behouden blijven.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Wanneer heb ik dat gezegd? De heer Vanlouwe is weer uit zijn nek aan het kletsen.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - De heer Anciaux heeft gesproken over een ingrijpend voorstel dat ingaat tegen de traditie en de bestaande evenwichten. Dát heeft hij gezegd.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Heb ik gezegd dat ik de traditie, en alleen de traditie, voorop wil stellen?
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Neen, maar wel dat dit voorstel tegen de traditie ingaat. Hij stemt wel tegen het wetsvoorstel. Ik dacht nochtans dat sommige collega's een progressieve ingesteldheid hadden en bijgevolg sommige tradities wensen te doorbreken. We weten nu alleszins wie de meest conservatieve partijen zijn wanneer de eigen macht in het gedrang dreigt te komen.
De genoemde evenwichten in de diplomatie kunnen alleen maar wijzen op partijpolitieke evenwichten. Er wordt zelfs gezegd dat in de loop van de tijd een veel grotere objectiviteit is ontstaan bij de benoemingen in de diplomatieke posten. Is dat een verwijzing naar de Copernicusplannen van paars? Vijftien jaar na de invoering van de Copernicushervorming zijn de federale administraties meer gepolitiseerd en de kabinetten nog uitgebreider. Van een omwenteling is helemaal geen sprake.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Hoe gaat het er aan toe in de Vlaamse regering? Wees niet hypocriet! Op Vlaams niveau doet de N-VA mee en op het federale niveau doet ze zich voor als maagd. Dat is hypocriet. In de federale regering zijn de kabinetten veel grondiger hervormd dan in de Vlaamse regering. Ik ben bij beide beleidsniveaus betrokken geweest, dus ik kan het weten. In de Vlaamse regering is de partij van de heer Vanlouwe jarenlang voor die materie verantwoordelijk geweest. En ze is het nog steeds. Ze moet zich dus niet zo maagdelijk voordoen!
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Welke openheid er zou zijn ontstaan, is tot op heden een raadsel. Het enige wat blijft bestaan, zijn de evenwichten tussen de partijen. Vandaag zien we zelfs dat er een volledige kruisbestuiving tussen diplomaten en kabinetsmedewerkers ontstaat. Diplomaten die kabinetschef worden bij Financiën, de ex-kabinetschef die bij de Belgische vertegenwoordiging bij de OESO aan de slag kan enzovoort.
De directieraad van de FOD Buitenlandse Zaken is eveneens volledig gepolitiseerd en werkt als een liaison met de partijhoofdkwartieren. Alle mannen hebben een zeer duidelijk profiel. Ik herhaal: mannen, want in het directiecomité zit geen enkele vrouw. Nochtans heeft de Senaat vorig jaar een resolutie goedgekeurd om vrouwen aan te moedigen tot de diplomatieke carrière toe te treden. Doorgroeien tot topfuncties in het directiecomité is blijkbaar aan partijgetrouwen voorbehouden. Dat zijn toevallig vooral mannen. Het plaatst de resolutie in een zeker perspectief. Ik hoop overigens dat de zoektocht naar een nieuwe directeur-generaal Bilaterale Zaken, die lid is van het directiecomité, wel transparant zal verlopen.
Met dit wetsvoorstel zou werk kunnen worden gemaakt van meer transparantie en openheid, en tegelijkertijd van de aanwijzing van diplomaten voor een post op basis van hun ervaring, expertise en kennis in plaats van op basis van hun partijaanhorigheid.
Wie het huidige systeem wil behouden, zal een klasse van bevoorrechte diplomaten en ambtenaren in stand houden en een ander deel van de ambtenaren misnoegd maken. Het getuigt van vooringenomenheid en zelfbediening. Ik hoop dat het parlement de moed heeft om daarvan afstand te nemen.
-De algemene bespreking is gesloten.
-De stemming over de conclusie van de commissie heeft later plaats.
De heer Ahmed Laaouej (PS), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.
-De algemene bespreking is gesloten.
(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 53-1922/4.)
-De artikelen 1 tot 16 worden zonder opmerking aangenomen.
-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.
(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging, zie stuk 5-494/4.)
Mevrouw Olga Zrihen (PS), corapporteur. - Ik verwijs naar het schriftelijk verslag.
Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA), corapporteur. - Ik verwijs ook naar het schriftelijk verslag.
Mevrouw Olga Zrihen (PS). - Belangrijk is dat onze assemblee regelmatig op de hoogte wordt gehouden van de toestand in de DRC, Rwanda en Uganda. België moet zijn stem laten horen, niet alleen in de internationale organisaties, maar ook in deze drie landen. Bovendien zijn er tal van nieuwe spelers, zoals China.
De DRC is één van de grootste landen van Afrika, één van de rijkste, maar paradoxaal genoeg ook één van de armste. De toestand verslechtert voortdurend en wordt werkelijk onhoudbaar.
De buitengewone spanningen ten oosten van de DRC, maar ook in de andere regio's zijn de oorzaak van een permanente destabilisering van de Congolese staat. Bepaalde kwetsbare gebieden moeten worden aangestipt. Een herziening en een meer precieze en effectieve toepassing van het mandaat van de Verenigde Naties zal deze instelling versterken en geloofwaardiger maken.
De natuurlijke hulpbronnen en de exploitatie ervan, vormt de basis van de huidige spanningen en draagt bij tot de algemene instabiliteit.
Tot slot zijn er de uitdagingen van de versterking van de rechtsstaat, de hervorming van de veiligheidsdiensten, de toestand van de vluchtelingen in het gebied, de soevereiniteit en de integriteit van het Congolees nationaal grondgebied.
De twee voorstellen van resolutie hebben betrekking op de problematiek van de strijd tegen de straffeloosheid. We moeten voorkomen dat er straffeloosheid of een gevoel van straffeloosheid ontstaat.
Naast de internationale instellingen moet nagedacht worden over eventuele sancties en veroordelingen die, volgens de verdragen, door Afrikaanse instanties kunnen worden uitgesproken.
We kunnen ons niet voorstellen waartoe een algemeen oproer in het land kan leiden. Daarom moeten we meer dan ooit aandacht hebben voor de gebeurtenissen die zich in dit deel van de wereld voordoen, in het bijzonder in de DRC.
Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - De verantwoordelijken voor de moordpartijen in Congo moeten worden gestraft. Zoveel is zeker! Zijn de Verenigde Naties daartoe echter bereid? Ik denk het niet. Zijn ze daartoe in staat? Ik denk het ook niet. Daarom ben ik niet gelukkig met de vele verwijzingen naar de Verenigde Naties in dit voorstel van resolutie.
Ik geloof niet meer in de Verenigde Naties. In 1967 trokken de Verenigde Naties zich op eenvoudig verzoek van Nasser terug uit de Sinaïwoestijn, zodat het Egyptisch leger zich kon ontplooien voor een aanval op Israël. Dat leidde tot de Zesdaagse Oorlog. Tijdens de Turkse invasie in Cyprus konden de blauwhelmen evenmin iets uitrichten. Tijdens de Libanese burgeroorlog hebben ze niet één keer ingegrepen tegen islamitische milities die christenen afslachtten. In het vroegere Joegoslavië bleken ze ook nutteloos en vooral zeer passief. Tijdens de genocide in Rwanda hebben blauwhelmen op bevel van de Verenigde Naties ook passief toegekeken hoe Hutu's 800 000 mensen afslachtten. Onlangs werden in Syrië blauwhelmen uit de Filipijnen gegijzeld.
De blauwhelmen zouden anderen moeten beschermen, maar ze kunnen het niet. Soms mogen ze zichzelf niet eens beschermen, wat toch heel verregaand is. Wanneer zullen we inzien dat de VN-blauwhelmen nutteloos zijn? Dat ze nutteloos zijn verbaast trouwens niet, want de Verenigde Naties zijn een veelkoppig monster met een trage en doolhofachtige besluitvorming.
Het is ook heel mooi om, nadat tien- of zelfs honderdduizenden mensen verkracht of vermoord zijn, één of twee verantwoordelijken te vonnissen. Het is beter dan niets. Maar dit is hoofdzakelijk symbolisch.
Als we recht en orde in Congo willen herstellen, opdat de massamoorden ophouden, moeten we er een Westerse interventiemacht naartoe sturen. De Verenigde Naties zullen niets doen, de Congolese regering zal niets doen, de NAVO zal niets doen en de Europese Unie evenmin. Vermits niemand wil, kan of durft iets te doen, is ook dit voorstel van resolutie louter symboliek. Het maakt dat wij ons beter voelen, maar het zal helaas niemand redden.
Mevrouw Olga Zrihen (PS). - Ik sta verstomd van wat ik hoor. Deze manier om internationale instellingen aan de kaak te stellen en systematisch te beschimpen is een eigenschap van partijen die nergens vertrouwen in hebben, zeker niet in instellingen die ons helpen vrede te brengen in de wereld.
Oorlog is inderdaad de beste manier om ervoor te zorgen dat men niet genomen wordt voor wat men is.
Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - Ik heb opgesomd wat de blauwhelmen gepresteerd hebben en vooral niet gepresteerd hebben. Het zijn de feiten die tellen. Het is niet meer dan normaal dat ik niet meer in het nut van de blauwhelmen geloof. Kijk naar al die miskleunen uit het verleden. Wie echt iets wil doen in Congo, dient geen voorstel van resolutie in. Die moet actie ondernemen.
-De bespreking is gesloten.
-De stemming over het voorstel van resolutie heeft later plaats.
(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging, zie stuk 5-1931/5.)
Mevrouw Olga Zrihen (PS). - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.
Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA). - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.
Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - Eerst en vooral wens ik de mede-indieners en ook de collega's die het vorige week mogelijk hebben gemaakt deze resolutie in de commissie aan te nemen, van harte te danken. Ik denk dat we vandaag een belangrijk signaal de wereld insturen.
Om duidelijk te illustreren waarover het gaat, neem ik er het rapport bij van het Hoog Commissariaat voor de vluchtelingen, waarin diverse getuigenissen werden vrijgegeven over de wreedheden en de gruwel die momenteel in Oost-Congo plaatsvinden. Het rapport spreekt voor zich: "Er is sprake van standrechtelijke executies van burgers, verkrachtingen en ander seksueel misbruik op systematische wijze, folterpraktijken, dwangarbeid en rekrutering onder dwang van kinderen. Sinds midden april zijn nog eens 470 000 mensen in Oost-Congo op de vlucht. De kinderhulporganisatie World Vision maakte bekend dat duizenden kinderen in Congo zonder familie op de vlucht zijn om te ontsnappen aan de gedwongen rekrutering door rebellengroepen."
De rebellenbeweging M23 bracht het jarenlange conflict in de Kivustreek in een nieuwe, kritische fase. Deze beweging wordt logistiek gesteund en bewapend door Rwanda en Uganda. Dit wordt heden door elkeen onderkend.
De situatie in Oost-Congo is nog steeds uiterst zorgwekkend. Niet alleen zijn er de vele vluchtelingen, een stroom die nog dagelijks aangroeit, ondanks het formele kaderakkoord van Addis Abeba. Er zijn ook berichten van interne dissidentie tussen de rebellen van M23 onderling, die trouwens geleid hebben tot gevechten tussen de diverse fracties binnen deze rebellenbeweging. Vandaag heb ik vernomen dat één van de strekkingen binnen de rebellengroep M23 zegt niets af te weten van een mogelijk akkoord tussen de rebellen en de Congolese regering.
Alhoewel deze resolutie reeds enige tijd geleden werd ingediend, heeft ze jammer genoeg nog niets aan actualiteit ingeboet. Voor mij ligt het belang van deze resolutie in de nadruk die ze legt op de rol van de buurlanden in het conflict in Oost-Congo. Deze resolutie wijst op de sleutelrol die Rwanda en Uganda vervullen. Ofwel gaan deze landen deel uitmaken van de oplossing, ofwel blijven ze deel uitmaken van het probleem. In het laatste geval zal dit leiden tot een herevaluatie van de ontwikkelingssamenwerking ten aanzien van deze landen, die hun bevolking niet rechtstreeks ten goede komt.
Belangrijk is tevens het dispositief dat de regering vraagt er bij de Europese en internationale partners op aan te dringen het debat te openen over het eventueel opnieuw instellen van een wapenembargo, zoals ingesteld in resolutie 918 van de VN-Veiligheidsraad, indien Rwanda niet overgaat tot het actief ondernemen van de stopzetting van de militaire escalatie in Oost-Congo.
Deze resolutie geeft onze regering het mandaat om desgevallend de druk op te voeren indien Rwanda en Uganda niet bewegen. Dit is uiteraard een ultimum remedium, maar de tijd dringt. De akkoorden van Addis Abeba moeten nu worden omgezet in concrete stappen.
Zoals collega De Decker terecht in de commissie benadrukte, kijkt de internationale gemeenschap, wanneer het Congo betreft, naar ons land. Net daarom is de impact van de resolutie die ter stemming voorligt, niet te onderschatten.
Het is alvast de bedoeling van de indieners om te onderkennen dat deze kwestie ons land rechtstreeks aanbelangt. Zoals iedereen weet heeft ons land, onder meer na mijn aandringen, de militaire samenwerking met Rwanda on hold gezet. Dat is een belangrijke symbolische stap. Daarnaast nodigen wij dan ook Rwanda en Uganda uit om samen mee te werken aan een oplossing voor hun legitieme grieven alsook de grieven van de Congolese regering, maar vooral om een einde te maken aan een van de grootste tragedies van het Afrikaanse continent. Niemand wint als het conflict blijft duren.
Daarom is deze resolutie een enorm belangrijk signaal ter attentie van de internationale gemeenschap, van Congo, maar vooral ook van Rwanda en in het bijzonder van Uganda.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - De Standaard kopte enkele dagen geleden: "President Kabila biedt rebellen opnieuw postjes aan in het regeringsleger. Congo wil fiasco van 2009 herhalen". Joseph Kabila probeert opnieuw rebellen af te kopen door ze in zijn leger te integreren als bliksemafleider voor zijn gebrek aan legitimiteit. Toegegeven, hij heeft al geleerd uit zijn fouten. De grootste oorlogsmisdadigers zoals Bosco Ntaganda, gezocht door het Internationaal Strafhof in Den Haag, komen er niet meer in. Nog maar enkele jaren geleden werd deze misdadiger door Kabila opgenomen in de top van het officiële leger.
De resolutie die vandaag voorligt, legt inderdaad de vinger op de pijnlijke wonde van een falend Centraal-Afrikabeleid van deze en van de vorige regering. De amendementen die door onze fractie werden ingediend, werden zonder inhoudelijke discussie weggestemd door de indieners van deze resolutie. Volgens hen kan of mag de oorzaak van de humanitaire ramp die zich in de Kivu's voltrekt, niet in Kinshasa liggen. Zij willen of durven de werkelijkheid niet onder ogen zien. Gemakkelijkheidshalve kijkt ze de andere kant op om het Congolese regime niet voor het hoofd te stoten. Mensenrechten zijn soms iets minder belangrijk.
Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - Mijnheer Vanlouwe, ik laat niet toe dat u dit over de Open-Vld-fractiefractie zegt. In de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen hebben wij heel duidelijk onderstreept dat het onderwerp van deze resolutie de verantwoordelijkheid van Rwanda en Uganda in dit conflict is. We hebben samen beslist, en de heer Hellings kan dat beamen, ervoor te opteren om een nieuwe resolutie over de verantwoordelijkheid van Congo in te dienen. Ik nodig u uit om daaraan mee te werken. Maar u mag mij geen woorden in de mond leggen of ons niet verwijten dat we zouden wegkijken en onze verantwoordelijkheid niet durven opnemen.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Mevrouw Lijnen, het ene kan niet los van het andere worden gezien. De boodschap van deze resolutie is: Ne touche pas à Kabila. De oorzaken van de crisis in de Kivu's liggen onder meer in de buurlanden Uganda en Rwanda. Een rapport van de Verenigde Naties is zeer duidelijk over de steun van deze landen aan de rebellenbeweging M23 ...
(Uitroepen)
De voorzitster. - Als iedereen tegelijk wil spreken verstaan we niemand. Mijnheer Vanlouwe, u mag verdergaan en wie iets wil zeggen, vraagt eerst het woord en kan dan reageren.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - De maatregel die door de federale regering werd genomen, namelijk het opschorten van de militaire samenwerking met Rwanda, is wat onze fractie betreft het minimum minimorum. Maar dan stopt de analyse van de regering.
De oorzaak van het conflict in Oost-Congo ligt immers niet alleen bij de buurlanden Uganda en Rwanda. De oorzaak ligt ook enkele duizenden kilometer naar het westen, meer in het bijzonder in Kinshasa zelf, bij de niet-democratisch verkozen president Joseph Kabila en zijn entourage, dankzij wie Congo elk jaar opnieuw de twijfelachtige eer heeft om onderaan elke lijst inzake menselijke ontwikkeling te staan en bovenaan elke lijst inzake corruptie.
Tijdens de bespreking in commissie heeft onze fractie diverse amendementen ingediend om de Congolese overheid aan te manen werk te maken van de opbouw van de rechtsstaat en de democratie, om de strijd tegen de corruptie ter harte te nemen, om eindelijk werk te maken van een functionerend veiligheidsapparaat. Thans dienen we deze amendementen opnieuw in, omdat we ervan overtuigd zijn dat dit de enige juiste analyse is en het enige juiste spoor om een duurzame vrede te bereiken in de regio van de Grote Meren. Men mag het conflict dus niet opsplitsen tussen, enerzijds, een probleem in Congo zelf en, anderzijds, een probleem in Uganda en Rwanda.
We staan niet alleen met onze overtuiging. Het akkoord van Addis Abeba, waaraan mevrouw Lijnen gerefereerd heeft, verwijst expliciet naar de verantwoordelijkheid van de regering van Congo: "Continuer à approfondir la réforme du secteur de la sécurité, en particulier en ce qui concerne l'armée et la police; consolider l'autorité de l'État en particulier à l'est de la RDC, y compris en empêchant les groupes armés; effectuer des progrès en ce qui concerne la décentralisation; promouvoir le développement économique, y compris au sujet de l'expansion des infrastructures et de la fourniture des services sociaux de base, promouvoir les objectifs de réconciliation nationale, de tolérance et de démocratisation."
Wensen we iets te veranderen, dan moeten we Uganda en Rwanda op hun verantwoordelijkheid wijzen en tegelijkertijd de Congolese autoriteiten durven aan te spreken.
Amper drie weken na het akkoord komt er evenwel bijzonder weinig in huis van het engagement van Congo: geen opbouw van een Congolees veiligheidsapparaat, maar wel het omkopen van rebellen met postjes om Kabila's positie veilig te stellen. Congo wil het fiasco van 2009 dus herhalen. Evenmin is er een aanzet tot decentralisatie. Integendeel, de Congolese Grondwet wordt zelfs met voeten getreden. Er moest een structurele hervorming van de instellingen komen, maar pas na veel druk werd de kiescommissie hervormd. En wat te denken van de organisatie van de lokale verkiezingen? Aanvankelijk waren ze gepland voor 2012, dan in januari 2013. Nu is niet meer de vraag wanneer ze zullen plaatsvinden, maar of ze ooit zullen worden gehouden.
Laten we eerlijk zijn: voorliggend voorstel van resolutie negeert, meer zelfs ontkent de verantwoordelijkheid van Kabila en zijn entourage voor de situatie in Oost-Congo.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Waar staat dat?
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Er wordt nergens over gesproken. De resolutie verwijst enkel op de internationale verplichtingen en op de verplichtingen van de buurlanden.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - In het voorstel van resolutie staat niet vermeld dat we Kabila steunen. Iedereen in de meerderheid heeft uiterst kritische bedenkingen bij het regime van Kabila. Wij kunnen, zoals u nu doet, ook geruime tijd de show stelen, wat interessante vooruitzichten biedt voor de verkiezingen van volgend jaar. Maar dat is puur populisme.
Het voorstel van resolutie gaat over de verantwoordelijkheid van Rwanda en Uganda.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Ik dacht dat het over een oplossing voor Oost-Congo handelde.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Er is geen enkel probleem om een voorstel van resolutie uit te werken over de verantwoordelijkheid van het regime van Kabila. Zo'n resolutie wordt trouwens al voorbereid en zal worden ingediend. Doe het echter niet voorkomen alsof dit voorstel van resolutie betekent dat wij het regime van Kabila steunen en dat wij vinden dat Kabila geen enkele verantwoordelijkheid draagt. Het tegendeel is waar!
De heer Armand De Decker (MR). - De heer Vanlouwe bedrijft politiek zoals in een dorpscafé. Niets is makkelijker. Hij doet zich voor als een onschuldige die de problemen aanklaagt.
Al tientallen jaren probeert ons land te goeder trouw de ontwikkeling van Congo te begeleiden.
U weet niets van wat onze ministers aan hun Congolese ambtgenoten zeggen, mijnheer Vanlouwe. U weet helemaal niet wat wordt gezegd of wat er gebeurt, u uit gewoon beschuldigingen!
De heer Benoit Hellings (Ecolo). - Mijn fractie heeft een gelijkaardig amendement ingediend als dat van de heer Vanlouwe, namelijk over de corruptie in Congo. We hebben het nog niet ingediend in de openbare vergadering omdat we ons houden aan de belofte om gezamenlijk, meerderheid en oppositie, na te denken over een nieuwe resolutie die specifiek betrekking heeft op de corruptie in Congo.
Het debat zal interessant worden!
Mevrouw Marie Arena (PS). - Het is schandalig dat een voorzitter van de commissie het standpunt dat in de commissie werd aangenomen, verloochent.
Het gaat duidelijk om de deelname van Uganda en Rwanda aan het geweld in Oost-Congo. Er werd trouwens gezegd dat het feit dat de verantwoordelijkheid van Congo in dezelfde resolutie wordt opgenomen, neerkomt op het toekennen van verzachtende omstandigheden aan Uganda en Rwanda. Zoals de heer Hellings beklemtoonde, was er voorgesteld dat we zouden werken aan de resolutie over de veiligheid in Congo en over de verantwoordelijkheid van de Democratische Republiek Congo.
Er was trouwens een gemeenschappelijke commissie met de Kamer waarin we over de toestand in Congo hebben gediscussieerd met de voorzitter van de Congolese Senaat. Tijdens deze vergadering namen de meeste fracties een buitengewoon kritische houding aan tegenover de toestand in Congo. De heer Vanlouwe woonde maar een deel van deze vergadering bij. Zijn houding lijkt me bijzonder vooringenomen. Hij verwoordt de standpunten van de commissieleden niet en hij liegt.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Mevrouw de voorzitster, ik denk dat ik van niemand lessen moet krijgen over de manier waarop ik mijn commissie voorzit. Ik heb immers zelf ook wel wat bedenkingen bij de wijze waarop heel wat andere commissies van de Senaat werken, bijvoorbeeld de commissie voor de Binnenlandse Zaken en de Administratieve Aangelegenheden.
Als men mij verwijt dat ik hier cafépraat verkoop, dan wil ik er toch op wijzen dat bepaalde leden niet eens aanwezig waren in de commissie en niet hebben deelgenomen aan de besprekingen.
Mevrouw Olga Zrihen (PS). - U lijkt te geloven, mijnheer Vanlouwe dat de opmerkingen betrekking hebben op uw hoedanigheid als voorzitter of als lid van de oppositie. Het parlementair werk houdt een zekere deontologie en respect voor de genomen beslissingen in.
Uw houding strekt u niet tot eer, en ook niet tot de eer van deze assemblee. (Applaus)
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Mevrouw Zrihen, ik heb toch nog het recht om een standpunt in te nemen in overeenstemming met mijn eigen overtuiging? Ik ben alleszins van plan om dat te blijven doen.
Het is niet door mij aan te stellen tot voorzitter van een commissie, dat men mij monddood kan maken.
Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - Mensen monddood maken is alvast niet onze stijl.
Ik wil toch doen opmerken, mijnheer Vanlouwe, dat uw fractie is opgestapt toen deze resolutie werd besproken. De waarheid is dat de N-VA-fractie toen bezig was met het spelen van politieke spelletjes.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - De meerderheid slaagde er niet in om het quorum te bereiken. Ook daar mag wel eens even over worden nagedacht.
Ik verheug mij over het debat, maar zou nu willen afronden.
De heer Anciaux heeft mij bepaalde woorden in de mond gelegd. Daarom herhaal ik nog eens dat de resolutie die voorligt, de verantwoordelijkheid van president Kabila en zijn entourage voor de situatie in Oost-Congo negeert en ontkent. Het uitgangspunt van deze resolutie is: Ne touche pas à Kabila!
De N-VA-fractie kan geen resolutie steunen die de verantwoordelijkheid voor het drama in Oost-Congo enkel bij de buurlanden Rwanda en Oeganda legt, en niet bij het Congolese regime zelf. Deze resolutie is onvolledig en kijkt slechts naar een kant. Daarom ziet de N-VA zich genoodzaakt om zich te onthouden, tenzij men vandaag de moed heeft om zijn vergissing in te zien en alsnog de amendementen aanvaardt waarin de verantwoordelijkheid eveneens gelegd wordt bij het Congolese regime.
De heer Huub Broers (N-VA). - Ik wil graag reageren op het verwijt van hypocrisie dat de heer Anciaux daarnet heeft gemaakt. Mijn collega Vanlouwe heeft gezegd dat de resolutie onvolledig is, niet dat ze inhoudelijk fout is. Wanneer de heer Anciaux zoiets hypocriet vindt, kan hij beter het woordenboek erop naslaan om te weten te komen wat die term juist betekent.
De voorzitster. - De heer Vanlouwe c.s. hebben de amendementen 7, 1, 2 en 3 ingediend (zie stuk 5-1931/3).
-De bespreking is gesloten.
-De stemming over de amendementen wordt aangehouden.
-De aangehouden stemmingen en de stemming over het voorstel van resolutie hebben later plaats.
De voorzitster. - De lijst van de in overweging te nemen voorstellen werd rondgedeeld.
Zijn er opmerkingen?
Aangezien er geen opmerkingen zijn, beschouw ik die voorstellen als in overweging genomen en verzonden naar de commissies die door het Bureau zijn aangewezen.
(De lijst van de in overweging genomen voorstellen wordt in de bijlage opgenomen.)
De voorzitster. - De Senaat heeft met groot leedwezen kennis gekregen van het overlijden van de heer Jules Peetermans, oud-senator.
Uw voorzitster heeft het rouwbeklag van de Vergadering aan de familie van ons betreurd gewezen medelid betuigd.
(De naamlijsten worden in de bijlage opgenomen.)
Stemming 1
Nederlandse taalgroep
Aanwezig: 37
Voor: 37
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.
Franse taalgroep
Aanwezig: 22
Voor: 22
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.
De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.
De tweederdemeerderheid is bereikt.
-Het voorstel van bijzondere wet is eenparig aangenomen.
-Het ontwerp van bijzondere wet zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.
Stemming 2
Nederlandse taalgroep
Aanwezig: 37
Voor: 37
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.
Franse taalgroep
Aanwezig: 23
Voor: 23
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.
De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.
De tweederdemeerderheid is bereikt.
-Het voorstel van bijzondere wet is eenparig aangenomen.
-Het ontwerp van bijzondere wet zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.
Stemming 3
Aanwezig: 61
Voor: 58
Tegen: 3
Onthoudingen: 0
-Het wetsontwerp is aangenomen.
-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.
Stemming 4
Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
-Het wetsvoorstel is eenparig aangenomen.
-Het wetsontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.
Stemming 5
Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
-Het wetsvoorstel is eenparig aangenomen.
-Het wetsontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.
De voorzitster. - Wij stemmen over de conclusie van de commissie die voorstelt dit wetsvoorstel te verwerpen.
Stemming 6
Aanwezig: 61
Voor: 37
Tegen: 18
Onthoudingen: 6
-De conclusie is aangenomen.
-Bijgevolg is het wetsvoorstel verworpen.
Stemming 7
Aanwezig: 60
Voor: 60
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
-Het wetsontwerp is eenparig aangenomen.
-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
Stemming 8
Aanwezig: 60
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 3
-De resolutie is aangenomen. Zij zal worden overgezonden aan de eerste minister, aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging, en aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken en aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking.
De voorzitster. - We stemmen over amendement 1 van de heer Vanlouwe c.s.
Stemming 9
Aanwezig: 59
Voor: 18
Tegen: 35
Onthoudingen: 6
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitster. - We stemmen over amendement 2 van de heer Vanlouwe c.s.
Stemming 10
Aanwezig: 61
Voor: 15
Tegen: 43
Onthoudingen: 3
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitster. - We stemmen over amendement 3 van de heer Vanlouwe c.s.
Stemming 11
Aanwezig: 61
Voor: 24
Tegen: 37
Onthoudingen: 0
-Het amendement is niet aangenomen.
De heer Benoit Hellings (Ecolo). - We stemmen nu over de teksten die we gelezen en behandeld hebben in de commissie. (Protest)
Stop met protesteren. We handelen gewoon zoals de democratie het ons opdraagt!
De voorzitster. - We stemmen over amendement 7 van de heer Vanlouwe c.s.
Stemming 12
Aanwezig: 60
Voor: 21
Tegen: 36
Onthoudingen: 3
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitster. - We stemmen over het voorstel van resolutie in zijn geheel.
De heer Huub Broers (N-VA). - Onze fractie staat niet helemaal negatief tegenover het voorstel van mevrouw Lijnen, maar vindt het wel onvoldoende. Gelet daarop en op de commotie die errond is ontstaan, zullen we ons bij de stemming onthouden.
Stemming 13
Aanwezig: 60
Voor: 42
Tegen: 0
Onthoudingen: 18
-De resolutie is aangenomen. Zij zal worden overgezonden aan de eerste minister, aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging, aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken, en aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking.
De voorzitster. - Het Bureau stelt voor volgende week deze agenda voor:
Donderdag 21 maart 2013 om 15 uur
Actualiteitendebat en mondelinge vragen.
Evocatieprocedure
Wetsontwerp houdende invoeging van boek IV "Bescherming van de mededinging" en van boek V "De mededinging en de prijsevoluties" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek IV en aan boek V en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek IV en aan boek V, in boek I van het Wetboek van economisch recht; Stuk 5-1997/1 tot 4.
Wetsontwerp houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek IV "Bescherming van de mededinging" en boek V "De mededinging en de prijsevoluties" van het Wetboek van economisch recht; Stuk 5-1998/1 tot 3.
Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid, van de Grondwet
Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 1231-33/1, 1231-33/3, 1231-33/4 en 1231-33/5 van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het vereenvoudigen van de procedure tot verlenging van de termijn van geschiktheid om te adopteren; Stuk 5-1146/7 en 8. [Pro memorie]
Inoverwegingneming van voorstellen.
Vanaf 17 uur: Naamstemmingen over de afgehandelde wetsontwerpen in hun geheel.
-De Senaat is het eens met deze regeling van de werkzaamheden.
De voorzitster. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.
De volgende vergadering vindt plaats op donderdag 21 maart om 15 uur.
(De vergadering wordt gesloten om 18.20 uur.)
Afwezig met bericht van verhindering: de heer Verstreken, met opdracht in het buitenland.
-Voor kennisgeving aangenomen.
Stemming 1
Nederlandse taalgroep
Aanwezig: 37
Voor: 37
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
Voor
Bert Anciaux, Frank Boogaerts, Huub Broers, Jurgen Ceder, Dirk Claes, Rik Daems, Sabine de Bethune, Patrick De Groote, Jean-Jacques De Gucht, Bart De Nijn, Guido De Padt, Leona Detiège, Filip Dewinter, Dalila Douifi, Inge Faes, Cindy Franssen, Louis Ide, Lies Jans, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Lieve Maes, Fatma Pehlivan, Danny Pieters, Freya Piryns, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Elke Sleurs, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Karl Vanlouwe, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Mieke Vogels.
Franse taalgroep
Aanwezig: 22
Voor: 22
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
Voor
Marie Arena, François Bellot, Hassan Bousetta, Marcel Cheron, Alain Courtois, Armand De Decker, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Gérard Deprez, Caroline Désir, André du Bus de Warnaffe, Benoit Hellings, Jean-François Istasse, Zakia Khattabi, Ahmed Laaouej, Bertin Mampaka Mankamba, Philippe Moureaux, Fatiha Saïdi, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.
Duitstalige gemeenschapssenator
Voor
Louis Siquet.
Stemming 2
Nederlandse taalgroep
Aanwezig: 37
Voor: 37
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
Voor
Bert Anciaux, Frank Boogaerts, Huub Broers, Jurgen Ceder, Dirk Claes, Rik Daems, Sabine de Bethune, Patrick De Groote, Jean-Jacques De Gucht, Bart De Nijn, Guido De Padt, Leona Detiège, Filip Dewinter, Dalila Douifi, Inge Faes, Cindy Franssen, Louis Ide, Lies Jans, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Lieve Maes, Fatma Pehlivan, Danny Pieters, Freya Piryns, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Elke Sleurs, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Karl Vanlouwe, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Mieke Vogels.
Franse taalgroep
Aanwezig: 23
Voor: 23
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
Voor
Marie Arena, François Bellot, Hassan Bousetta, Marcel Cheron, Alain Courtois, Armand De Decker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Gérard Deprez, Caroline Désir, André du Bus de Warnaffe, Benoit Hellings, Jean-François Istasse, Zakia Khattabi, Ahmed Laaouej, Bertin Mampaka Mankamba, Philippe Moureaux, Fatiha Saïdi, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.
Duitstalige gemeenschapssenator
Voor
Louis Siquet.
Stemming 3
Aanwezig: 61
Voor: 58
Tegen: 3
Onthoudingen: 0
Voor
Bert Anciaux, Marie Arena, François Bellot, Frank Boogaerts, Hassan Bousetta, Huub Broers, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Patrick De Groote, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gérard Deprez, Caroline Désir, Leona Detiège, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Inge Faes, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Louis Ide, Jean-François Istasse, Lies Jans, Zakia Khattabi, Ahmed Laaouej, Nele Lijnen, Lieve Maes, Bertin Mampaka Mankamba, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Danny Pieters, Freya Piryns, Fatiha Saïdi, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Karl Vanlouwe, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Mieke Vogels, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.
Tegen
Filip Dewinter, Bart Laeremans, Anke Van dermeersch.
Stemming 4
Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
Voor
Bert Anciaux, Marie Arena, François Bellot, Frank Boogaerts, Hassan Bousetta, Huub Broers, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Patrick De Groote, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gérard Deprez, Caroline Désir, Leona Detiège, Filip Dewinter, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Inge Faes, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Louis Ide, Jean-François Istasse, Lies Jans, Zakia Khattabi, Ahmed Laaouej, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Lieve Maes, Bertin Mampaka Mankamba, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Danny Pieters, Freya Piryns, Fatiha Saïdi, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Karl Vanlouwe, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Mieke Vogels, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.
Stemming 5
Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
Voor
Bert Anciaux, Marie Arena, François Bellot, Frank Boogaerts, Hassan Bousetta, Huub Broers, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Patrick De Groote, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gérard Deprez, Caroline Désir, Leona Detiège, Filip Dewinter, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Inge Faes, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Louis Ide, Jean-François Istasse, Lies Jans, Zakia Khattabi, Ahmed Laaouej, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Lieve Maes, Bertin Mampaka Mankamba, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Danny Pieters, Freya Piryns, Fatiha Saïdi, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Karl Vanlouwe, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Mieke Vogels, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.
Stemming 6
Aanwezig: 61
Voor: 37
Tegen: 18
Onthoudingen: 6
Voor
Bert Anciaux, Marie Arena, François Bellot, Hassan Bousetta, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Guido De Padt, Gérard Deprez, Caroline Désir, Leona Detiège, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Nele Lijnen, Bertin Mampaka Mankamba, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Fatiha Saïdi, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Dominique Tilmans, Yoeri Vastersavendts, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.
Tegen
Frank Boogaerts, Huub Broers, Jurgen Ceder, Patrick De Groote, Bart De Nijn, Filip Dewinter, Inge Faes, Louis Ide, Lies Jans, Bart Laeremans, Lieve Maes, Danny Pieters, Elke Sleurs, Helga Stevens, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Karl Vanlouwe, Sabine Vermeulen.
Onthoudingen
Marcel Cheron, Benoit Hellings, Zakia Khattabi, Freya Piryns, Cécile Thibaut, Mieke Vogels.
Stemming 7
Aanwezig: 60
Voor: 60
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
Voor
Bert Anciaux, Marie Arena, François Bellot, Frank Boogaerts, Hassan Bousetta, Huub Broers, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Patrick De Groote, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gérard Deprez, Caroline Désir, Leona Detiège, Filip Dewinter, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Inge Faes, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Louis Ide, Jean-François Istasse, Lies Jans, Zakia Khattabi, Ahmed Laaouej, Nele Lijnen, Lieve Maes, Bertin Mampaka Mankamba, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Danny Pieters, Freya Piryns, Fatiha Saïdi, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Karl Vanlouwe, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Mieke Vogels, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.
Stemming 8
Aanwezig: 60
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 3
Voor
Bert Anciaux, Marie Arena, François Bellot, Frank Boogaerts, Hassan Bousetta, Huub Broers, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Patrick De Groote, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gérard Deprez, Caroline Désir, Leona Detiège, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Inge Faes, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Louis Ide, Jean-François Istasse, Lies Jans, Zakia Khattabi, Ahmed Laaouej, Nele Lijnen, Lieve Maes, Bertin Mampaka Mankamba, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Danny Pieters, Freya Piryns, Fatiha Saïdi, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Karl Vanlouwe, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Mieke Vogels, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.
Onthoudingen
Filip Dewinter, Bart Laeremans, Anke Van dermeersch.
Stemming 9
Aanwezig: 59
Voor: 18
Tegen: 35
Onthoudingen: 6
Voor
Frank Boogaerts, Huub Broers, Jurgen Ceder, Patrick De Groote, Bart De Nijn, Filip Dewinter, Inge Faes, Louis Ide, Lies Jans, Bart Laeremans, Lieve Maes, Danny Pieters, Elke Sleurs, Helga Stevens, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Karl Vanlouwe, Sabine Vermeulen.
Tegen
Bert Anciaux, Marie Arena, François Bellot, Hassan Bousetta, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Gérard Deprez, Caroline Désir, Leona Detiège, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Nele Lijnen, Bertin Mampaka Mankamba, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Dominique Tilmans, Yoeri Vastersavendts, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.
Onthoudingen
Marcel Cheron, Benoit Hellings, Zakia Khattabi, Freya Piryns, Cécile Thibaut, Mieke Vogels.
Stemming 10
Aanwezig: 61
Voor: 15
Tegen: 43
Onthoudingen: 3
Voor
Frank Boogaerts, Huub Broers, Jurgen Ceder, Patrick De Groote, Bart De Nijn, Inge Faes, Louis Ide, Lies Jans, Lieve Maes, Danny Pieters, Elke Sleurs, Helga Stevens, Wilfried Vandaele, Karl Vanlouwe, Sabine Vermeulen.
Tegen
Bert Anciaux, Marie Arena, François Bellot, Hassan Bousetta, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Guido De Padt, Gérard Deprez, Caroline Désir, Leona Detiège, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Jean-François Istasse, Zakia Khattabi, Ahmed Laaouej, Nele Lijnen, Bertin Mampaka Mankamba, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Freya Piryns, Fatiha Saïdi, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Yoeri Vastersavendts, Mieke Vogels, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.
Onthoudingen
Filip Dewinter, Bart Laeremans, Anke Van dermeersch.
Stemming 11
Aanwezig: 61
Voor: 24
Tegen: 37
Onthoudingen: 0
Voor
Frank Boogaerts, Huub Broers, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Patrick De Groote, Bart De Nijn, Filip Dewinter, Inge Faes, Benoit Hellings, Louis Ide, Lies Jans, Zakia Khattabi, Bart Laeremans, Lieve Maes, Danny Pieters, Freya Piryns, Elke Sleurs, Helga Stevens, Cécile Thibaut, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Karl Vanlouwe, Sabine Vermeulen, Mieke Vogels.
Tegen
Bert Anciaux, Marie Arena, François Bellot, Hassan Bousetta, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Guido De Padt, Gérard Deprez, Caroline Désir, Leona Detiège, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Nele Lijnen, Bertin Mampaka Mankamba, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Fatiha Saïdi, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Dominique Tilmans, Yoeri Vastersavendts, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.
Stemming 12
Aanwezig: 60
Voor: 21
Tegen: 36
Onthoudingen: 3
Voor
Frank Boogaerts, Huub Broers, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Patrick De Groote, Bart De Nijn, Inge Faes, Benoit Hellings, Louis Ide, Lies Jans, Zakia Khattabi, Lieve Maes, Danny Pieters, Freya Piryns, Elke Sleurs, Helga Stevens, Cécile Thibaut, Wilfried Vandaele, Karl Vanlouwe, Sabine Vermeulen, Mieke Vogels.
Tegen
Bert Anciaux, Marie Arena, François Bellot, Hassan Bousetta, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Guido De Padt, Gérard Deprez, Caroline Désir, Leona Detiège, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Nele Lijnen, Bertin Mampaka Mankamba, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Fatiha Saïdi, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Dominique Tilmans, Yoeri Vastersavendts, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.
Onthoudingen
Filip Dewinter, Bart Laeremans, Anke Van dermeersch.
Stemming 13
Aanwezig: 60
Voor: 42
Tegen: 0
Onthoudingen: 18
Voor
Bert Anciaux, Marie Arena, François Bellot, Hassan Bousetta, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Guido De Padt, Caroline Désir, Leona Detiège, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Jean-François Istasse, Zakia Khattabi, Ahmed Laaouej, Nele Lijnen, Bertin Mampaka Mankamba, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Freya Piryns, Fatiha Saïdi, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Yoeri Vastersavendts, Mieke Vogels, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.
Onthoudingen
Frank Boogaerts, Huub Broers, Jurgen Ceder, Patrick De Groote, Bart De Nijn, Filip Dewinter, Inge Faes, Louis Ide, Lies Jans, Bart Laeremans, Lieve Maes, Danny Pieters, Elke Sleurs, Helga Stevens, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Karl Vanlouwe, Sabine Vermeulen.
Wetsvoorstellen
Artikel 77 van de Grondwet
Wetsvoorstel betreffende de internering van personen (van de heer Bert Anciaux c.s.; Stuk 5-2001/1).
-Commissie voor de Justitie
Wetsvoorstel tot oprichting van een Orde van Vlaamse apothekers en een Orde van Franstalige en Duitstalige apothekers (van de heer Louis Ide en mevrouw Elke Sleurs; Stuk 5-2004/1).
-Commissie voor de Sociale Aangelegenheden
Het Bureau stelt voor het volgende wetsvoorstel te verzenden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden:
Dit wetsvoorstel werd eerder verzonden naar de Commissie voor de Justitie.
Met toepassing van artikel 21-4 van het Reglement wordt de samenstelling van de commissies gewijzigd als volgt:
Commissie voor de Institutionele Aangelegenheden:
Commissie voor de Justitie:
Het Bureau heeft volgende vragen om uitleg ontvangen:
Commissie voor de Justitie
Commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden
Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
Commissie voor de Sociale Aangelegenheden
Commissie voor de Sociale Aangelegenheden
Commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden
Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging
Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging
Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging
Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
Commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden
Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging
Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
Commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden
Commissie voor de Justitie
Commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden
Commissie voor de Sociale Aangelegenheden
Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging
Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging
Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging
Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging
Commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden
Commissie voor de Justitie
Commissie voor de Justitie
Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging
Commissie voor de Sociale Aangelegenheden
Commissie voor de Sociale Aangelegenheden
Commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden
Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
Commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden
Commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden
Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
Commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden
Commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden
Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging
Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging
Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
Commissie voor de Sociale Aangelegenheden
Commissie voor de Sociale Aangelegenheden
Commissie voor de Justitie
Commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden
De Senaat heeft bij boodschap van 7 maart 2013 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die datum, van het volgend wetsontwerp:
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen en van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (Stuk 5-1999/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.
Bij boodschappen van 7 maart 2013 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat overgezonden, zoals ze ter vergadering van dezelfde dag werden aangenomen:
Artikel 78 van de Grondwet
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, wat de bevoegdheden en de bijeenroeping van de algemene vergadering betreft (Stuk 5-2005/1).
-Het ontwerp werd ontvangen op 8 maart 2013; de uiterste datum voor evocatie is maandag 25 maart 2013.
-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 7 maart 2013.
Wetsontwerp tot wijziging van artikel 38/1, §2, 4º, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 en tot wijziging van artikel 19bis, §2, 4º, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (Stuk 5-2006/1).
-Het ontwerp werd ontvangen op 8 maart 2013; de uiterste datum voor evocatie is maandag 25 maart 2013.
-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 7 maart 2013.
Artikel 81 van de Grondwet
Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 1231-33/1, 1231-33/3, 1231-33/4 en 1231-33/5 van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het vereenvoudigen van de procedure tot verlenging van de termijn van geschiktheid om te adopteren (van de heren Guy Swennen en Hassan Bousetta en de dames Inge Faes, Zakia Khattabi, Martine Taelman, Güler Turan, Mieke Vogels en Elke Sleurs; Stuk 5-1146/1).
-Het ontwerp werd ontvangen op 8 maart 2013; de onderzoekstermijn, die overeenkomstig artikel 79, eerste lid, van de Grondwet 15 dagen bedraagt, verstrijkt op maandag 25 maart 2013.
-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 7 maart 2013.
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Kennisgeving
Wetsontwerp houdende instemming met het Internationaal Verdrag van 2004 voor de controle en het beheer van ballastwater en sedimenten van schepen, gedaan te Londen op 13 februari 2004 (Stuk 5-1839/1).
-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 7 maart 2013 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.
Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Albanië inzake de overbrenging van gevonniste personen, ondertekend te Brussel op 29 juli 2010 (Stuk 5-1845/1).
-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 7 maart 2013 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.
Wetsontwerp houdende instemming met de Akkoorden in het kader van Artikel XXI van de GATS met Argentinië, Australië, Brazilië, Canada, China, het afzonderlijk douanegebied van Taiwan, Penghu, Kinmen en Matsu (Chinees Taipei), Colombia, Cuba, Ecuador, Hongkong (China), India, Japan, de Republiek Korea, Nieuw-Zeeland, de Filipijnen, Zwitserland en de Verenigde Staten van Amerika over de compenserende aanpassingen die noodzakelijk zijn als gevolg van de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie (Stuk 5-1872/1).
-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 7 maart 2013 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.
Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag betreffende de oprichting van het Functioneel Luchtruimblok "Europe Central" tussen de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk België, de Republiek Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat, gedaan te Brussel op 2 december 2010 (Stuk 5-1913/1).
-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 7 maart 2013 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.
Met toepassing van artikel 113 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, geeft de griffier van het Grondwettelijk Hof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:
-Voor kennisgeving aangenomen.
Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, geeft de griffier van het Grondwettelijk Hof aan de voorzitter van de Senaat kennis van:
-Voor kennisgeving aangenomen.
Met toepassing van artikel 76 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, geeft de griffier van het Grondwettelijk Hof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:
-Voor kennisgeving aangenomen.
Bij brief van 12 maart 2013 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Marche-en-Famenne overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2013 van de Rechtbank van eerste aanleg te Marche-en-Famenne, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 7 maart 2013.
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Bij brief van 13 maart 2013 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Turnhout, overeenkomstig artikel 340, §3, 1º en 5º lid, van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2012 van de Arbeidsrechtbank te Turnhout, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 6 maart 2013.
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Bij brief van 7 maart 2013 heeft de arbeidsauditeur te Turnhout overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2012 van het Arbeidsauditoraat te Turnhout, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 7 maart 2013
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Bij brief van 7 maart 2013 heeft de Voorzitter van de Adviesraad van de magistratuur, overeenkomstig artikel 5 van de wet van 8 maart 1999 tot instelling van een Adviesraad van de magistratuur volgende adviezen aan de Senaat overgezonden:
goedgekeurd door de Adviesraad van de magistratuur op 1 maart 2013.
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Bij brief van 26 februari 2013 heeft de voorzitter van het Europees Parlement aan de Senaat volgende teksten overgezonden:
aangenomen tijdens de vergaderperiode van 4 tot en met 7 februari 2013.
-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging en naar het Federaal Adviescomité voor Europese Aangelegenheden.