BELGISCHE SENAAT
BUITENGEWONE VERGADERING
VAN DONDERDAG 11 MAART 1999
____
HULDEBETOON
AAN DE HEER MARC OLIVIER,
NAAR AANLEIDING VAN ZIJN VIJFENTWINTIG JAAR AMBTSVERVULLING
EN
AAN MEVROUW MAYENCE-GOOSSENS
EN
AAN DE HEREN LALLEMAND EN BUSQUIN,
NAAR AANLEIDING VAN HUN TWINTIG JAAR AMBTSVERVULLING
De Voorzitter. - Dames en heren, ik had de eer het
volgende telegram van Zijne Majesteit de Koning te ontvangen:
« Ik sluit mij van harte aan bij de hulde die de Senaat
vandaag brengt aan de heer Marc Olivier naar aanleiding van zijn 25-jarig
parlementair mandaat, en aan mevrouw Jacqueline Mayence-Goossens en de
heren Roger Lallemand en Philippe Busquin voor hun 20-jarig mandaat.
» Het is mij een bijzonder genoegen om samen met de blijken van
sympathie die hun betuigd worden mijn beste wensen aan te bieden voor hun
geluk, hun gezondheid en hun vruchtbare inzet ten dienste van het land ».
Ik heb van de heer Raymond Langendries, voorzitter van de Kamer van
volksvertegenwoordigers, het volgende telegram ontvangen :
« Namens de Kamer van volksvertegenwoordigers sluit ik mij
graag aan bij de hulde die tijdens deze buitengewone vergadering gebracht
wordt aan de heer Marc Olivier ter gelegenheid van zijn 25 jaar
parlementair mandaat, en aan mevrouw Jacqueline Mayence-Goossens en de
heren Philippe Busquin en Roger Lallemand ter gelegenheid van hun 20 jaar
parlementair mandaat.
» De Kamer van volksvertegenwoordigers feliciteert de
jubilarissen van ganser harte en dankt hen voor hun bijdrage aan het
parlementaire leven in ons land ».
Ik heb eveneens van de heer Manfred Schunck, voorzitter van de Raad
van de Duitstalige Gemeenschap, het volgende telegram ontvangen :
« Der Senat ehrt heute vier seiner Mitglieder, die auf eine
fünfundzwanzigjährige beziehungsweise zwanzigjährige
Parlamentarier-Laufbahn zurückblicken können. Im Namen des Rates
der Deutschsprachigen Gemeinschaft möchten wir sie höflichst
bitten, den Geehrten, der Frau Senatorin Mayence-Goossens sowie den Herren
Senatoren Olivier, Lallemand und Busquin, die herzlichsten Glückwünsche
unseres Parlaments zu ihrem Jubiläum übermitteln zu wollen ».
De heer Norbert De Batselier, voorzitter van het Vlaams Parlement
liet mij het volgende telegram geworden :
« Mede namens het Bureau van het Vlaams Parlement en de
Vlaamse volksvertegenwoordigers, sluit ik mij aan bij de hulde die de
Senaat op 11 maart 1999 brengt aan mevrouw Jacqueline Mayence-Goossens en
de heren Roger Lallemand en Philippe Busquin naar aanleiding van de
viering van hun 20-jarig parlementair mandaat; een speciale eerbetuiging
richt het Vlaams Parlement graag tot zijn eerste ondervoorzitter, de heer
Marc Olivier voor de uitoefening van 25 jaar parlementair mandaat ».
Onze collega's, Hunne Koninklijke Hoogheden Prins Filip en Prinses
Astrid hebben mij verzocht hen te verontschuldigen voor hun afwezigheid op
deze viering en mij gevraagd uit hun naam de jubilarissen te feliciteren.
Toen Marc Olivier in 1995 door het Vlaams Parlement naar de Senaat
werd afgevaardigd, had hij al een goed gevulde loopbaan achter de rug.
Na enkele jaren in de privé-sector te hebben gewerkt, werd hij
in 1974 voor het arrondissement Kortrijk verkozen als lid van de Kamer van
volksvertegenwoordigers. Hier bekleedde hij gedurende vele jaren, op de
doortastende wijze die hem kenmerkt, het voorzitterschap van de commissie
voor de sociale aangelegenheden.
Dat zijn activiteiten in sterke mate op deze commissie gericht waren,
is zeker geen toeval. Als oud-kajotter en als ACW'er wordt zijn hele
loopbaan in het Parlement immers gekenmerkt door een levendige
belangstelling voor sociale thema's en door de zorg voor de kansarmen in
onze samenleving. Getuige hiervan zijn de talloze initiatieven die hij de
voorbije kwarteeuw heeft genomen op het vlak van de sociale uitkeringen,
de werkloosheid, de armoedebestrijding, de huisvesting en het
gehandicaptenbeleid. Het wetsvoorstel inzake de toekenning van een verlof
voor palliatieve zorgverlening, dat hij in 1992 als Kamerlid indiende, was
wellicht één van de eerste parlementaire initiatieven die op
dat vlak in ons land werden genomen.
In 1995 maakte Marc Olivier de overstap naar het Vlaams Parlement en
helemaal verwonderlijk was dit niet. Op dat ogenblik was hij immers al
tien jaar eerste ondervoorzitter van de Vlaamse Raad en in die functie
heeft hij zijn stempel gedrukt op de uitbouw van deze instelling. Het is
dan ook begrijpelijk dat bij de eerste rechtstreekse verkiezing van het
Parlement, een beroep op hem werd gedaan om zijn werk af te ronden.
Zijn inzet voor het Vlaams Parlement heeft concreet gestalte gekregen
in het fraaie huis waar de instelling thans gevestigd is. Opmerkelijk in
dit verband zijn de politieke initiatieven die hij de voorbije vier jaar
heeft genomen op het vlak van de verplichte integratie van kunstwerken in
gebouwen van de overheid. Dit wijst natuurlijk op een zeker gevoel voor
afwerking. Het is echter vooral de uiting van zijn overtuiging dat de
promotie door de overheid van kunst in het algemeen en van jonge
kunstenaars in het bijzonder, de hele samenleving ten goede komt.
In de Senaat hebben wij deze collega leren kennen zoals hij is :
een duivel-doet-al, recht voor de raap en steeds vrolijk gestemd, met een
levendige belangstelling voor alles en iedereen in zijn omgeving.
De ervaring van de voorbije vier jaar heeft geleerd dat het mandaat
van gemeenschapssenator zeker niet het gemakkelijkste binnen deze
instelling is. Toch is Marc Olivier ondanks zijn belangrijke engagementen
in het Vlaamse Parlement, erin geslaagd deze functie op een bijzonder
zinvolle wijze gestalte te geven.
Voor een man van de daad als hij, zijn uitgebreide theoretische
beschouwingen over de rol van onze instellingen niet echt relevant. Door
zijn werkzaamheden heeft hij de voorbije jaren echter meer dan wie ook
duidelijk gemaakt wat de Senaat in zijn visie moet zijn : een forum
waar de Gemeenschappen een dialoog aangaan, niet alleen over
institutionele aangelegenheden, maar over alle belangrijke vraagstukken
die het regionale niveau overstijgen.
Een hiervan is de strijd tegen de sociale uitsluiting, een thema dat
hij ook als senator bovenaan zijn politieke prioriteitenlijst heeft
geplaatst.
Het beleid in dit verband is gedurende de voorbije vier jaar in
belangrijke mate bepaald door het Algemeen Verslag over de Armoede van de
Koning Boudewijnstichting, dat in 1995 verscheen.
Marc Olivier heeft niet alleen de uitvoering van dit verslag
nauwlettend opgevolgd, hij heeft ook voortdurend gewezen op de bijzondere
opdracht die de Senaat als federale kamer te vervullen heeft inzake de coördinatie
van het beleid op dit vlak. In het licht hiervan moet ook zijn recente
pleidooi worden gezien voor een betere omkadering van de
interparlementaire werkgroep Vierde Wereld, die over deze thema's geregeld
in de Senaat samenkomt.
De leden van de commissie voor de sociale aangelegenheden kennen hem
als een vurig pleitbezorger van samenwerkingsakkoorden. Deze zijn voor hem
een noodzakelijk instrument om de werking van de deelgebieden beter op
elkaar af te stemmen, zonder dat zij hierbij hun eigenheid moeten
verloochenen. Als inwoner van de stad Kortrijk, op een boogscheut van de
taalgrens, heeft hij in het recente verleden bij herhaling uiting gegeven
aan zijn ergernis over de gebrekkige samenwerking tussen de diensten voor
arbeidsbemiddeling in deze regio. De eerste slachtoffers hiervan zijn
immers de werklozen zelf in beide landsgedeelten, en dat kan nooit de
bedoeling van de bevoegdheidsoverdrachten in deze sector geweest zijn.
Marc zou onrecht worden gedaan indien ik bij deze gelegenheid geen
melding zou maken van twee andere domeinen waarin hij als senator actief
is.
Overtuigd democraat als hij is, is een evenwichtige samenstelling van
de instellingen, op alle terreinen, voor hem een natuurlijk bestanddeel
van ons politieke bestel. Hij is dan ook niet toevallig de meest actieve
vertegenwoordiger van het mannelijke geslacht in het Adviescomité
voor gelijke kansen voor vrouwen en mannen.
Ondanks zijn overvolle agenda is Marc Olivier ook een bijzonder
actief lid van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad. Een
constante in zijn bedrijvigheid binnen deze instelling is de
belangstelling voor de problematiek van de grensarbeiders. Als een
parlementslid voor wie het contact met de basis behoort tot het wezen van
de politieke activiteit, kent hij beter dan wie ook de problemen die zich
op dit vlak in het veld voordoen.
Zijn werkzaamheden in de Benelux hebben de jongste maanden sterk in
het teken gestaan van het druggebruik, een grensoverschrijdend probleem
bij uitstek. Zij resulteerden in een lijvig rapport dat een stand van
zaken geeft van de situatie in de drie betrokken landen en waarin een
reeks aanbevelingen worden gedaan die een geïntegreerd beleid ten
goede moeten komen. Dit dossier zal over enkele weken zijn beslag krijgen
tijdens een internationale studiedag die, wellicht niet toevallig, in
Kortrijk plaatsvindt.
Wie Marc Olivier op een doordeweekse dag langer dan twee minuten wil
spreken, moet zijn zoals hijzelf : snel en bij de pinken. Men kan hem
best proberen te treffen op de trein tussen Kortrijk en Brussel of ergens
op weg tussen het Vlaams Parlement en de Senaat, een traject dat hij
enkele keren per dag in sneltreinvaart aflegt.
Hij behoort tot het opmerkelijke soort van mensen die tal van zaken
tegelijk doen, maar het toch nooit te druk lijken te hebben. Dit laatste
moet wellicht worden toegeschreven aan zijn altijd opgewekte stemming en
de gezonde dosis relativeringsvermogen waarover hij beschikt.
Wie de voorbije kwarteeuw met hem heeft samengewerkt, kent Marc
echter in de eerste plaats als een noeste werker, een overtuigd federalist
met een groot respect voor de politieke instellingen, en een diep sociaal
bewogen politicus die zijn woord altijd gestand doet.
Alleen al hiervoor verdient hij de hulde die de Senaat hem vandaag
brengt.
Reeds twintig jaar lang draagt de Senaat Jacqueline Mayence in het
hart.
In onze instelling is haar naam alleen al genoeg om vele deuren te
doen opengaan; dat blijkt niet alleen uit de houding van onze collega's
maar vooral ook uit die van het personeel, dat terecht gevoelig is voor de
manier waarop het wordt behandeld.
Dat Jacqueline Mayence zo gewaardeerd en geliefd is, komt
waarschijnlijk doordat zijzelf uitzonderlijk open van geest is, en zelf
waardeert en houdt van wat anderen doen. Dat is zeldzaam in een tijd
waarin velen de luisterbereidheid en het respect voor anderen hoog in het
vaandel dragen, zonder evenwel die deugden in de praktijk toe te passen.
Onze collega bezit deze openheid van geest en deze sympathie voor de
medemens van natura : zij hoeft zichzelf daarvoor nooit geweld aan te
doen. Op essentiële punten is onze collega nooit veranderd; haar hele
leven heeft zij dezelfde waarden nagestreefd.
Het is daarom niet verwonderlijk dat zij soms tegenstellingen
wegwerkt, die onoverkomelijk leken voor anderen, die over het hoofd zagen
dat een mens zelden eenduidig is en dat echte wijsheid steeds gepaard gaat
met zin voor relativiteit.
De waarden waaraan zij steeds trouw is gebleven en die ze tracht te
verwezenlijken, worden mooi samengevat in een uitspraak van haar
leermeester aan de Université de Louvain, kanunnik Jacques
Leclercq, die tot ons allen gericht is : « Je n'écris
pas pour ceux qui partagent ma foi. Je n'écris pas pour les
incroyants. Je refuse une fois pour toutes cette séparation entre
ceux qui croient et ceux qui ne croient pas.
« Il y a la tendresse et c'est le même chef-d'oeuvre.
Il y a l'intelligence et c'est la même lumière.
Il y a la liberté et c 'est la même vertige.
Il y a l'homme et c'est pour cela que j'écris. »
Het waren ongetwijfeld deze kwaliteiten die de liberale partij van
Charleroi er in 1977 toe brachten om voor de gemeenteraadsverkiezingen
deze licentiate in de politieke en diplomatieke wetenschappen te
benaderen, die gehuwd was met een talentrijke, plaatselijke advocaat en
die tot dan toe vooral ervaring had opgedaan in de hogeschool van de
democratie, het verenigingsleven.
Haar intense activiteit leverde haar de bijnaam Madame Propre op
vanwege haar opvallende ijver om Charleroi letterlijk schoon te maken.
Toen de stoepen geveegd waren en de talloze verkiezingsaffiches
verwijderd, en vooral toen ze na een felle strijd het gemeentelijk mandaat
had veroverd, vond mevrouw Mayence het tijd om haar politieke vleugels uit
te slaan en werd zij in 1978 senator.
Sindsdien heeft zij dit hoge ambt blijven bekleden, rekening houdend
natuurlijk met haar twee ministeriële mandaten, het eerste van 1981
tot 1983 als staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking en het tweede
van 1983 tot 1985 als Waals gewestminister belast met Huisvesting en
Informatica. Als gewestminister stelde ze alles in het werk om de
voornaamste partijen op het vlak van de sociale huisvesting, de eigenaars
en huurders, meer verantwoordelijkheidszin bij te brengen. In 1984 kwam
zij al tot een vaststelling die momenteel algemeen aanvaard is : dat
Wallonië opnieuw een winnaarsmentaliteit moet krijgen.
Slechts weinig collega's kunnen een activiteitenbalans voorleggen die
zo indrukwekkend is, kwantitatief zowel als kwalitatief. Zowel in de
gewestregering als in de Senaat heeft het optreden van Jacqueline Mayence
altijd blijk gegeven van intelligentie en werkelijkheidszin en van een
streven naar consensus. In haar carrière, opgebouwd met de steun
van degenen die haar dierbaar zijn, vertoonde zij vaak ook een
verbazingwekkende doortastendheid en vasthoudendheid, extra in de verf
gezet door een brede glimlach.
Ze hoefde zich nooit op te dringen, omdat ze van nature opvallend is.
Jacqueline Mayence heeft overigens nog een bijzondere karaktertrek
die haar tot erg aangenaam gezelschap maakt : ze is een uitstekende
psychologe, fantasierijk en geestig en ze weet haar gesprekspartners te
boeien. Zij die met haar op zending naar het buitenland zijn geweest,
herinneren zich vast hoe zij door deze kwaliteiten en door haar
talenkennis vaak de diva van de delegatie werd en zo soms de officiële
voorzitter in de schaduw stelde.
Een goedgevulde carrière, gestart tijdens het Jaar van de
Vrouw, kan niet anders dan het stempel van deze beweging dragen. Het
feminisme dat onze collega voorstaat, is gevormd naar haar beeld :
oprecht doorvoeld en doorleefd, enthousiast maar ook subtiel, genuanceerd
en doorspekt met humor.
Op dit vlak heeft ze nooit toegegeven aan de vertakking van het
extremisme. Zij is een vrouwelijke politica veeleer dan een
hardelijnsfeministe en ze heeft nooit gemiliteerd buiten de bestaande
structuren, waar volgens haar de beslissingen worden genomen. Zo werd na
de verkiezingen van 1985, toen haar populariteit bij de kiezers een
hoogtepunt bereikte, haar naam geregeld genoemd als mogelijke voorzitter
van een assemblée, onder andere van de Senaat. Bijna werd zij tien
jaar eerder dan nu het geval is, de eerste « gouverneuse »
van de toen nog unitaire provincie Brabant.
Uiteindelijk gaf zij toch de voorkeur aan de Senaat, waar ze opviel
door haar doordachte en intelligente optreden. Ze wordt omringd en
vertroeteld door haar familie en put nieuwe kracht uit lange wandelingen
op het platteland en in de woeste landschappen van het eiland Jersey, van
waaruit de banneling Victor Hugo fulmineerde tegen Napoleon III. Zo vond
zij het nodige evenwicht en geluk en voor het overige wapenen haar
optimisme en energie haar tegen de onvermijdelijke droefheden en
tegenslagen van het leven, die velen zo onoverkomelijk lijken.
Wie haar zo ziet, met haar natuurlijke beminnelijkheid, moet meteen
aan de uitspraak van Sacha Guitry denken : « Je conviendrais
bien volontiers que les femmes nous sont supérieures, si cela
pouvait les dissuader de se prétendre nos égales. »
Uit naam van de hele Senaat dank ik u, beste collega, voor al die
jaren van weldoende en niet aflatende activiteit. (Algemeen applaus.)
Men heeft me wel degelijk gewaarschuwd : in feite is Roger
Lallemand niet erg gesteld op plechtigheden. Toch zou ik hem willen
verzoenen met de protocollaire oefening die we hem nu opleggen en hem erop
wijzen dat een plechtig eerbetoon ook een zeer concrete rol vervult.
In de eerste plaats is er de dankbaarheid van een maatschappelijke
groep ten opzichte van de jubilaris. Maar op een dergelijk ogenblik kan de
groep zich ook even bezinnen over de voorbeeldfunctie van een
levensbestemming die bij deze gelegenheid op haar verdiensten getoetst
wordt.
Het is dus niet alleen mijn bedoeling Roger Lallemand te feliciteren
voor zijn twintigjarig parlementair mandaat. Ik wil hier ook een beeld
schetsen van onze jubilaris, niet in de vorm van een ijzige marmeren buste
maar als een levensecht portret van de persoon. Misschien zal hij het me
dan minder kwalijk nemen dat ik deze kostbare uren niet besteed heb aan
een colloquium of een seminarie over een van de thema's die hem zo nauw
aan het hart liggen...
Voor onze huidige collega's senatoren is Roger Lallemand het
boegbeeld van de commissie voor de Justitie, waarvan hij de werkzaamheden
sinds weldra vijftien jaar bezielt.
De leden van die commissie, net als de leden van de socialistische
fractie van de Senaat natuurlijk, zullen zeker bij de eersten zijn om mij
zonder voorbehoud gelijk te geven wanneer ik hier beweer, geachte
voorzitter, dat men onder uw harde hand veel werkt, hard werkt, zonder
ophouden ! Zij weten overigens dat een uitgesproken gedachte nooit
duidelijk genoeg, een tekst nooit genuanceerd genoeg is, en een verslag,
helaas ! - nooit volledig afgewerkt is...
Maar vreemd genoeg moet men vaststellen dat deze slachtoffers van uw
perfectionisme geleerd hebben, neen, niet ermee te leven maar integendeel
zich ermee te meten. Met en dankzij u is de commissie voor de Justitie van
de Senaat echt een laboratorium van hoogtechnologisch wetgevingswerk.
Voor de collega's die, als ik het zo mag zeggen, niet van gisteren of
niet van de laatste zittingsperiode zijn, is Roger Lallemand ook een van
hen die ter wille van een hoge kwaliteit van de wetgeving, ter wille van
de behoefte die er in ons ingewikkelde landje bestaat aan een plaats waar
op serene wijze gedialogeerd kan worden tussen de gemeenschapppen, gepleit
heeft voor een Senaat die niet meer een afspiegeling van de Kamer zou zijn
maar wel de huidige toekomstgerichte, kwalitatief hoogstaande
reflectiekamer die we tijdens deze zittingsperiode op het getouw aan het
zetten zijn. Op dat vlak ook heeft Roger Lallemand kunnen tonen over wat
een prachtig potentieel aan dynamisme en creativiteit hij beschikt.
Twintig jaar geleden, toen Roger Lallemand senator werd, was hij
reeds een belangrijke figuur in de Belgische samenleving. Dat heeft hem
een heel persoonlijke ongedwongenheid verleend in zijn optreden als
senator, fractieleider, commissievoorzitter en voorzitter van deze assemblée.
Roger Lallemand hoefde niet meer bekend te maken waarvoor hij stond :
hij was onmiddellijk klaar om de dialoog aan te gaan.
Zijn identiteit en zijn persoonlijkheid waren reeds gestaald en
gesmeed, zei ik dus, en niet zonder reden !
Waarschijnlijk heeft hij het streven naar degelijk werk en de wil om
hardnekkig vol te houden op de eerste plaats van zijn vader geërfd.
Hij heeft bovendien vaak zelf verteld dat hij zijn gehechtheid aan de
menselijke waardigheid op de eerste plaats van zijn ouders geleerd heeft.
Albert Camus schrijft in het voorwoord van l'Envers et l'Endroit als
volgt : « une oeuvre d'homme n'est rien d'autre que ce long
cheminement pour retrouver par les détours de l'art les deux ou
trois images simples et grandes sur lesquelles le coeur une première
fois s'est ouvert. »
We wedden dat deze grondgedachten uit de kinderjaren in het geval van
Roger Lallemand het volgende ideaal omsluiten : « de
vrijheid winnen door inspanning, het geluk door opoffering en de wijsheid
door persoonlijke onthechting. »
Deze waarden kwamen duidelijk tot uiting in het dagelijkse leven te
Quevaucamps. Roger Lallemand heeft nooit afstand willen nemen noch van
deze waarden, noch van zijn geboortedorp. Zo heeft hij erop gestaan
erevoorzitter te blijven van de plaatselijke fanfare.
Aan de universiteit heeft hij overigens aan één
opleiding niet genoeg : hij wordt doctor in de rechten en licentiaat
in de Romaanse filologie.
Vervolgens kan zijn succesvol optreden op het vlak van de
mensenrechten, voor de bevordering van het vrije onderzoek, voor de
verdediging van de vrije meningsuiting, beslist niet los gezien worden van
dezelfde gedragsregels. Zijn opmerkelijke bereidheid tot inspanningen, tot
onvoorwaardelijk engagement, tot perfectie in de gewone dingen, zou
nochtans niet veel meer zijn dan een bewonderenswaardige vorm van
stachanovisme indien dit bij Roger Lallemand niet ten dienste stond van
een fundamenteel humanistisch en open gedachtegoed, dat echter altijd
gevoelig blijft voor de nuance, het detail, het verschil.
Is voor velen artikel 1 van de Universele Verklaring van de rechten
van de mens « Alle mensen zijn gelijk » slechts een
van de zovele slogans die gebeiteld staan in het fronton van de ijdele
goede voornemens, voor Roger Lallemand is de gehechtheid aan dit artikel
een reden om op vele vlakken, onverzettelijk en onafgebroken te ageren.
Dat verklaart waarom Roger Lallemand, lang voordat hij de nauwgezette
voorzitter van de commissie voor de Justitie werd, reeds een advocaat was
met welomlijnde idealen en een handelwijze waarin ethisch engagement en
persoonlijke betrokkenheid samengingen. Werd hij trouwens meer dan twintig
jaar geleden al niet bestempeld als « de rode advocaat » ?
Laten we niet vergeten dat Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir aan
hem denken wanneer Régis Debray verdedigd moet worden voor de
weinig aantrekkelijke rechtbanken van Bolivië. Zal hij zich niet
haasten om de verdediging op te nemen van de Marokkaanse vakbondsleiders
en de leden van het FLN in een periode waarin generaal Oufkir niet echt
geneigd was om in zijn land een rechtvaardig proces en een democratisch
debat toe te laten ? Hij zal ook onze landgenoot Roger Noël
verdedigen wanneer deze zich in Polen in een lastig parket bevindt omdat
hij er een radiozender voor de vakbond Solidarnosc heeft binnengebracht.
Het wekt dan ook geen verbazing dat Roger Lallemand zijn engagement
gestand heeft gedaan ten aanzien van zijn kiezers : gedurende twintig
jaar politieke actie heeft hij volgens zijn eigen formule onafgebroken de
ethiek in het middelpunt van de politiek geplaatst.
Maar zelfs als men in de blik van onze voorzitter van de commissie
voor de Justitie de erfenis van de smid uit Quevaucamps en de gedrevenheid
van de rode advocaat ontwaard heeft, kan men een man van formaat als Roger
Lallemand nog niet volledig beschrijven.
In werkelijkheid moet men gebruik maken van een weliswaar
gemakkelijke maar vooral duidelijke en daarom waardevolle paradox en
vermelden dat het meest bestendige engagement van Roger Lallemand erin
bestaat... dat hij dit engagement voortdurend in twijfel trekt.
Trouw aan de heelden die zijn leven gevormd hebben en gesterkt door
zijn intellectuele kwaliteiten is Roger Lallemand noodzakelijkerwijs een
groot aanhanger van de dialoog en de voortdurende twijfel. Zo gaat hij de
dialoog met de vertegenwoordigers van het christendom niet uit de weg en
durft hij het zelfs aan de bijbel en Paulus te citeren tijdens een publiek
debat met kardinaal Danneels.
Roger Lallemand houdt dan ook nooit op vragen te stellen over de
maatschappij, de krachten die er aan het werk zijn en de belangen die er
op het spel staan. Hij verfijnt zijn kennis, hij scherpt zijn gedachten
aan. De ruwe steen die ooit opgedolven is in Quevaucamps, is thans aan
vele zijden gepolijst.
De naam van Roger Lallemand zal verbonden blijven aan de lange mars
naar de depenalisering van abortus, het verbod op landmijnen, de
vrijwaring van de vrije meningsuiting en de hervorming van het gerecht.
Misschien is dit de ultieme spanning die de handelwijze van Roger
Lallemand beheerst : de bestendige slingerbeweging tussen het respect
voor het anderszijn en een diep verlangen naar harmonie in alle aspecten
van zijn leven.
Lang voordat hij de Senaat betrad, had onze jubilaris de harmonie in
zijn privé-leven stevig gevestigd. Zijn politiek engagement heeft
de kwaliteit van zijn familieleven helemaal niet aangetast. Hij zal het me
niet kwalijk nemen als ik daar de schijnwerpers op richt want het is
helaas zo moeilijk om tot een dergelijk evenwicht te komen dat we hem
daarvoor alleen maar kunnen loven. Die familiefeest, die hartelijkheid die
het mogelijk maakt de verschillen af te tasten zonder het tot een botsing
te laten komen, dat is dan ook de inbreng van Roger Lallemand geweest in
zijn commissie, in zijn fractie.
Uit de ervaring die ze opgedaan hebben in het Bureau van de Senaat,
hebben de fractieleiders van de oppositie er weet van : ruzie krijgen
met Roger Lallemand is bijzonder onaangenaam want zijn geheime wapen is
het smeden van hechte en warme banden en dat stelt men op prijs. Men neemt
het zichzelf alleen maar kwalijk als men hem moet teleurstellen...
Gemoedelijkheid, gastronomie, humor, welbespraaktheid... dat zijn de
valstrikken waarin vele van onze collega's reeds terechtgekomen zijn... o
zo graag weliswaar !
Op die manier ontdekken wij de laatste Roger Lallemand waarover ik u
hier wel moet spreken: de liefhebber van het woord, die zich met een
onvoorstelbaar gemak uitdrukt en die met zijn citaten menigeen aan het
dromen zet. Wij verdenken we er onze collega Lallemand overigens van, of
niet soms, nu en dan een persoonlijke gedachte in te kleden in de vorm van
een citaat om na te gaan welk effect hij hiermee bij zijn toehoorders
bereikt.
Deze hartstochtelijke taalminnaar is op de eerste plaats een
licentiaat in de Romaanse filologie, een litteratuurspecialist en
medestichter van het Institut de Sociologie de la littérature van
de Université libre de Bruxelles.
Het zal dus geen verbazing wekken dat hij sinds 1984, aan de zijde
van Ilya Prigogine, lid is van de Haut Conseil de la francophonie, die
door Francois Mitterrand ingesteld is en onder het voorzitterschap staat
van de Franse president. Daar ook onderzoekt hij de spanning tussen
harmonie en respect voor het anderszijn : hij verdedigt er de
francofonie, maar dan met al haar plaatselijke nuances, tegen de steriele
pletwals van het uniforme denken.
Het handelen van onze jubilaris stemt ten slofte wonderwel overeen
met de definitie die Saint-John Perse gegeven heeft van poëzie :
« Se refusant à dissocier l'art de la vie, ni de l'amour
la connaissance, la poésie est action, elle est passion, elle est
puissance, et novation toujours qui déplace les bornes. L'amour est
son foyer, l'insoumission sa loi, et son lieu est partout, dans
l'anticipation. Elle ne se veut jamais absence ni refus. »
Namens onze collega's dank ik u voor de twintig jaar waarin u ons
inspirerend voorbeeld bent.
Philippe Busquin heeft stevige wortels in het kleine Henegouwse dorp
waar hij geboren is. Feluy, dat vroeger leefde van de steengroeven, ligt
op de grens van het Zwarte Land en heeft, ondanks de nabijheid van een
industriegebied, zijn dorpskarakter nooit verloren. Als Philippe Busquin
over zijn geboortedorp spreekt, is dat steeds met jeugdige vurigheid. Hij
is er thuis. Hij wilde er burgemeester worden omdat hij, zoals hij het
zelf zegt, contact wil houden met het echte beleid. Hij herinnert vaak aan
de uitspraak van de dichter Rilke, die zo goed bij hem past : « Landen
zonder legende zijn veroordeeld om van kou te sterven ». Niet
voor niets is Philippe Busquin een liefhebber van het kaatsspel, een in
zijn streek veel beoefende sport, die hem aan zijn jeugd herinnert. Hij
beweert dat dit spel hem ontspant en op adem laat komen.
Maar de man van Feluy voelt zich ook aangetrokken tot open ruimten.
Na de middelbare school monsterde hij meteen aan op de Kamina als hulpje
in de kantine. Philippe Busquin staat open voor de wereld, voor de moderne
tijd en voor verandering. Zijn passie voor hedendaagse schilderkunst is
daarvan het bewijs. Zijn huis heeft de allures van een galerij. Hier komt
een ander facet naar voren van de man wiens slagzin luidt « aujourd'hui,
le futur ».
Het eerste wat bij u opvalt, Philippe Busquin, zijn de
tegenstellingen, die meteen ook de rijkdom van uw persoonlijkheid
uitmaken.
Ook uw politiek engagement staat in het teken van diezelfde band
tussen oud en nieuw.
Ik zal niet de lange lijst opsommen van ambten die u hebt bekleed. U
hebt verantwoordelijkheid gedragen op alle machtsniveaus, met de wellicht
voorlopige uitzondering van het Europese niveau... Op 26 mei 1992 benoemde
de Koning u tot minister van Staat.
« Plus on vieillit, plus on a besoin de racines profondes. »
Een uitspraak van u. Als u het heeft over de wortels van het socialisme,
klinkt oprechtheid in uw stem. U noemt uzelf « un peu
proudhonien ». U gelooft u nog in de waarde van de ideologie.
Dat belet niet dat u, toen u op 25 januari 1992 de teugels van uw
partij in handen kreeg, meteen een « aggiornamento »
lanceerde. U gebruikte zelf dat woord, dat niet meteen deel uitmaakt van
de socialistische terminologie. Met behulp van talloze affiches maakte u
de slapenden wakker. Om uw publiek te verleiden, bestelde u een verjongde
en ritmische versie van de Internationale... U weigert « de
toekomst in een achteruitkijkspiegel te bekijken » en wil
opnieuw plaatsmaken voor de utopie in het politieke bedrijf.
De « nouvel âge des inégalités »,
bekritiseerd door Fitoussi en Rosanvallon, baart u zorgen en met hen
tracht u een oplossing te zoeken « à distance de la résignation
distinguée et de l'utopie incantatoire ».
Sommige gebeurtenissen in het leven kunnen iemands overtuiging
vormen. Het industriële verval van het Centrum en het vroege
overlijden van uw vader hebben uw gezin zwaar getroffen. Deze drama's hebt
u ervaren « avec l'acuité d'une blessure morale ».
De strijd tegen de armoede is voor u een prioriteit. Als gewestminister
creëerde u het recht op een minimum elektriciteitsvoorziening. Als
volksvertegenwoordiger diende u een ambitieus voorstel in dat tot doel had
armoede te voorkomen en te bestrijden.
U wil dat de socialistische partij openstaat voor de representatieve
organisaties. Betekent dat dat u kiest voor de olijfboom als embleem ?
U lijkt de voorkeur te geven aan de kersenboom, die volgens u beter
aangepast is aan de noordelijke landen en rode vruchten draagt. Om het
iets minder dichterlijk te stellen : u streeft naar een samenbrengen
van wat u de « axe progressiste » noemt. U bent een
bruggenbouwer. Dit talent hebt u ongetwijfeld ontwikkeld tijdens het
beoefenen van een spel waarin u uitblinkt : bridge. In de jaren
zestig was u dé jonge Belgische belofte, en u weet nog steeds heel
goed hoe de kaarten liggen.
Voor u rijmt socialisme niet met sectarisme maar met humanisme. Men
beweert dat uw ideeëngoed dicht bij het personalisme staat. Hoe dan
ook, u bent het ongetwijfeld eens met de uitspraak van Emmanuel Mounier :
« L'homme concret, c'est l'homme qui se donne ».
U streeft naar vernieuwing van de hele maatschappij. U trekt van leer
tegen haar piramidale structuur. Uw ethiek is die van de
verantwoordelijkheid en u bent voorstander van een economie met een
menselijk gezicht.
Tijdens het debat over de top van Amsterdam in de Senaat, pleitte u
ervoor dat de vernieuwingsdrang niet ten koste zou gaan van de sociale
solidariteit, die het Europese model kenmerkt. Voor u mag de economie geen
keurslijf zijn maar integendeel een instrument in dienst van alle burgers.
Uw toespraken zijn doorspekt met citaten... Al uw ideeën zijn
gevormd door soms strenge leermeesters. Hier komt weer een ander contrast
in uw persoonlijkheid naar voren : de man van de praktijk zoekt ook
naar zingeving. De man van de daad streeft evenzeer naar kennis. De
politicus is ook schrijver.
Het streven naar kennis... Uw nieuwsgierigheid is onverzadigbaar en
uw eruditie verbazend. Fysicus en filosoof. Slechts weinig mensen zijn
beiden, want voor deze combinatie is een uitzonderlijke openheid van geest
nodig. In politieke kringen is die kwaliteit al te zeldzaam aanwezig.
Fysicus in een door juristen gedomineerd wereldje. Soms moet u zich wel
eenzaam voelen... De filosofie, aan de andere kant, verklaart
waarschijnlijk de welwillende kalmte die u weet te bewaren in het heetst
van de debatten.
Uw opleiding gaat echter nog verder. U voegde immers nog een
bijzondere licentie in de milieuproblematiek toe aan een reeds goed gevuld
curriculum. Weinigen beseffen wellicht dat u met uw eindscriptie over de
ecologische aspecten van de industriële ontwikkeling van de regio van
Seneffe in feite het eerste milieu-effectenrapport schreef.
Reflectie is voor u echter geen doel op zich. U bent geen « livre
ou bréviaire, ni baratin ni théorie, qu'on range entre deux
dictionnaires ou sur une table de nuit ». Dit vers van een van
uw favoriete zangers lijkt wel voor u geschreven. Speculatie interesseert
u niet, noch op intellectueel, noch op financieel vlak.
Hoe kunnen we de man van de daad het best beschrijven ? Door te
wijzen op de grote hervormingen die hij heeft doorgevoerd, de
vereenvoudiging van het systeem van de gezinsbijslagen, de
moederschapsverzekering en de kaderwet op de ziekenfondsen ? Dat spreekt
vanzelf. Maar er is meer. Om de Belgische samenleving te veranderen, is er
voor u maar één systeem : « agir par petites
touches ». U verdedigt de theorie van de kleine hefboom. Voor
een fysicus spreekt ook dat vanzelf Kleine veranderingen brengen grote
omwentelingen teweeg. Deze theorie vormt uw politiek credo en ligt aan de
basis van al uw handelingen. Onlangs nog hebt u negen voorstellen
ingediend om de cumulatie van mandaten tegen te gaan en de lokale mandaten
te herwaarderen. Meer dan wie ook bent u de samenvatting, meer nog de
belichaming, van de kern van uw politiek engagement : positief en
concreet.
Als men u vraagt hoe u ideeën en daden combineert, antwoordt u
graag met een heel mooi citaat van Goethe : « Denken is
gemakkelijk, doen is moeilijk, maar doen volgens wat men denkt is het
moeilijkste ter wereld ». U hebt nog zin voor waarden. Uw daden
geven blijk van een zelf opgelegde gedragslijn.
Een journalist beweerde ooit, niet zonder humor, dat u « une
rigueur éthique irréprochable » combineert met « l'art,
très oriental, de cheminer, à l'instinct, avec le sourire,
dans toutes les nuances de la complexité humaine. »
Ook uw bijzondere trekjes kennen we. Ze zijn veeleer charmant :
u heeft de naam verstrooid, zelfs enigszins onhandig te zijn, minzaam en
toegankelijk, en altijd zeer hoffelijk. Openheid is in de politiek een
groot gebrek. In combinatie met scherpzinnigheid wordt ze bij u een troef.
Tot zover uw portret. Net als het landschap van Toscane vertoont het
een kaleidoskoop van kleuren. Uw devies kan in één zin
worden samengevat : « Humani nihil a me alienum puto ».
U hebt de mens tot het centrum van uw engagement gemaakt. U treedt
iedereen, hooggeplaatsten of gewone mensen, met dezelfde eenvoud tegemoet.
Door uw spontaan optreden vertoont u zich zoals u werkelijk bent:
opgewekt, voorkomend, en ongekunsteld. U ligt de welwillendheid aan de dag
van een gevoelig iemand, die houdt van mensen en oprecht tracht ze te
begrijpen.
Zoals de laatste verkiezingen hebben aangetoond, hebben al deze
kwaliteiten van u de populairste Franstalige senator van het land gemaakt.
In naam van ons allen en in mijn eigen naam wil ik u op deze dag
oprecht en hartelijk gelukwensen met uw twintigjarig parlementair mandaat.
(Algemeen applaus.)
Geachte collega's,
Toen hij in 1961 voor het eerst in Frankrijk kwam voor een officieel
bezoek, sprak president John Kennedy ten overstaan van vijfhonderd
journalisten deze eenvoudige ontroerende woorden: « Ik ben de
echtgenoot van Jacqueline ».
Vandaag zouden onze vier jubilarissen ook kunnen zeggen: « Je
suis l'épouse de Philippe, le mari de Ida, de Claudine, of de
echtgenoot van Annie ». Zouden zij immers dezelfde politieke
loopbaan hebben gehad zonder de aanwezigheid, dikwijls in de schaduw, en
de geduldige, blijvende en doeltreffende steun van hun echtgenoten ?
Daarom wens ik de echtgenoten van onze collega's te betrekken in de
hulde die ik hun zopas heb gebracht en ze in uw aller naam te danken.
(Algemeen applaus.)
De heer Dehaene, eerste minister. - Vanzelfsprekend
sluit ik mij namens de regering aan bij de huldewoorden die de voorzitter
zojuist heelt uitgesproken. Protocollair zou ik het daarbij kunnen laten,
maar ik heb met elk van de gevierde collega's teveel persoonlijk
samengewerkt om daar niet even enkele persoonlijke bedenkingen aan toe te
voegen.
Met de heer Olivier deel ik dezelfde « roots »
gezien ik niet alleen uit dezelfde partij en beweging kom maar dat wij ook
heel wat weg samen hebben afgelegd. Soms waren het ook niet eens, vooral
als de heer Olivier één van zijn centrale punten aanhaalde,
met name sociale huisvestingen optrekken en dan liefst zonder belastingen.
Ik denk dat de heer Olivier het prototype is van de man die even actief is
geweest in de Senaat als in het Vlaams Parlement, waar hij trouwens
ondervoorzitter van is. Eigenlijk heeft hij nooit moeite gehad met het
uitoefenen van deze dubbele functie en hij heeft dit ook voorbeeldig
gedaan. Ik wil hem ook persoonlijk bedanken voor de technische bijstand,
hulp en raad die hij mij gegeven heeft als ik probeerde er in mijn
groententuin iets van te maken.
Ik had het geluk om met Jacqueline Mayence in de regering te zitten.
Daar leerde ik haar zin voor samenwerking waarderen. Nooit vergeet ik de
vriendschap binnen die regering, noch het moment waarop Jacqueline Mayence
is vertrokken. Ze had spijt dat ze het team moest verlaten en ook wij
betreurden dat. Ik had uitstekende contacten met Jacqueline Mayence. Met
haar wist men op voorhand dat men moest doen wat ze vroeg. Men kan haar
inderdaad niets weigeren.
Roger Lallemand is een van de meest bedrijvige Senatoren. Het is een
grote meneer, een humanist en een uitstekende jurist. De samenwerking met
hem in de commissie voor de hervorming der instellingen heb ik ten zeerste
gewaardeerd. Ik heb nog altijd spijt over de toegevingen die ik aan het
tweekamerstelsel heb moeten doen. Roger Lallemand zorgde ervoor dat de
Senaat een stem in het kapittel kreeg. Ik waardeerde zijn loyale
medewerking en ik heb veel respect voor iemand die de Senaat
verpersoonlijkt en een modelsenator is.
Ik durf niet hetzelfde te zeggen over Philippe Busquin. Hij is in de
eerste plaats een man van de daad. Ik herinner mij zijn maidenspeech. Ik
denk dat het zijn enige betoog geweest is in de Senaat! Ik heb waardering
voor zijn loyale medewerking en zijn eerlijkheid bij de discussies, die
het mogelijk maakten de standpunten dichter bij elkaar te brengen. Ik heb
een eerste keer met hem samengewerkt toen ik federaal minister van sociale
zaken was. Ook al zaten wij niet in hetzelfde kamp, toch wilden wij
vooruitgang boeken in het gezondheidsbeleid en het sociaal beleid. Nadat
Philippe Busquin mij had opgevolgd, heeft hij de door mij gebaande weg
grotendeels voortgezet. Dankzij deze gemeenschappelijke benadering konden
wij tot resultaten komen. Ik herinner mij nog heel goed de twistgesprekken
met Louis Tobback en Philippe Moureaux over de Kruispuntbank van de
sociale zekerheid. Ik meen dat wij de goede keuze hebben gemaakt. Philippe
Busquin is een man van overtuigingen. Met hem gaan de zaken pas vooruit
als iedereen zich kan terugvinden in de gesloten akkoorden om ze samen te
kunnen verdedigen. Ik wens de vier jubilarissen van harte geluk. (Applaus
van alle leden.)
De Voorzitter. - Mag ik thans de ondervoorzitters,
de heren Mahoux, Verhofstadt en Moens, verzoeken de jubilarissen de
erepenning uit te reiken die hun ter gelegenheid van hun jubileum door de
Senaat wordt aangeboden ?
De ondervoorzitters, de heren Mahoux, Verhofstadt en Moens reiken de
jubilarissen de erepenning uit. (Applaus.)
De heer Lallemand (PS) (in het Frans). - Namens
mijn collega's antwoord ik met genoegen, maar ook met een vleugje
nostalgie op de loftuitingen van de voorzitter.
Wij vieren het twintigjarig ambtsjubileum van Mevrouw
Mayence-Goossens en van mezelf en het vijfentwintigjarig ambtsjubileum van
de heer Olivier. Blijvend volharden is voor iedereen een onbekende opgave.
Wij hebben echter gevonden wat we zochten, namelijk een heel lange reis
ondernemen zonder ooit de oever te bereiken. Wij hebben dat avontuur
echter maar vanuit onze zetel beleefd.
De opgemerkte verdiensten zijn niet gewaarborgd en wij bevinden ons
in een assemblee van mannen en vrouwen die gelijk zijn. Dat heeft de
voorzitter als eerste erkend en hij heeft ook al het goede gezegd dat hij
van de senatoren dacht.
Men relativeert zijn verdiensten door die van de anderen te
bevestigen. In dit geval gebeurt het tegenovergestelde, zoals Montesquieu
schreef in zijn « Lettres persanes ».
Wij hebben in deze assemblee gemoedelijkheid en misschien
verstandhouding doen heersen. Ik herinner mij niet dat ik in de Senaat
ooit heb meegemaakt wat in de Kamer soms gebeurde. Zo zei voorzitter Van
Acker aan een jong parlementslid dat hij het ermee eens was dat men niet
altijd het Reglement naleefde, waarop die uiteindelijk opmerkte dat de
door de heer Van Acker geciteerde artikelen geen verband hielden met het
incident waarop hij had gereageerd. De heer Van Acker zei dat hij het
ermee eens was en verklaarde het incident gesloten.
Een samenleving wordt niet gebaseerd op misprijzen, maar op humor,
het plezier om samen te zijn, de verschillen en de nabijheid.
Wij hebben ontelbare uren doorgebracht in deze mooie zaal, omgeven
door de portretten van gewezen vorsten, waarvan sommigen buitenlanders
waren, wat toen al een toekomstige Europese Senaat illustreerde.
Tijdens onze ontmoetingen konden wij onze verschillen afbakenen en
soms gemeenschappelijke akkoorden sluiten.
Onder uw voorzitterschap en onder dat van uw voorgangers, vooral de
heren Harmel, Vandekerckhove en Leemans, heeft de Senaat ons geleerd geen
misprijzen te hebben voor de min of meer evenwichtige consensus.
Na twintig jaar of meer hebben wij als parlementslid nog altijd het
gevoel dat we nog veel moeten leren. De Franse moralist Chamfort zei dat
de mens op elke leeftijd van zijn leven een beginneling is. Terloops
gezegd maakt dit adagium het ons mogelijk altijd te hopen op een toekomst
en deze vriendschappelijke vergadering niet te beschouwen als een
definitief einde.
Ik zou willen besluiten, namens ons alle vier, met oprechte woorden
van dank voor onze collega's.
In de eerste plaats omdat zij ons gezelschap hebben willen houden, op
een ogenblik waarop wij ons, vreemd genoeg, een beetje eenzaam voelen, bij
al die woorden van lof.
Vervolgens omdat zij samen met ons een gemeenschap vormen, verbonden
door eerbied voor verschillen en door een gemeenschappelijk geloof in de
democratie. Die democratie geeft ieder van ons een meerwaarde tegenover
ieder van u en andersom.
Mijnheer de voorzitter, op die twintig, en voor de heer Olivier, die
vijfentwintig jaar, hebben wij in het parlement enkele sleutelmomenten
beleefd in de geschiedenis van ons land.
Wij hebben gedebatteerd over moeilijke wetten die ons grondig hebben
verdeeld. Wij hebben belangrijke institutionele hervormingen ingezet,
besproken en goedgekeurd.
De Senaat is, sinds wij er zijn, voortdurend een plaats van
ondervraging geweest over constante wetswijzigingen. Wij kunnen niet met
die verontruste pleiters zeggen : « Dura lex sed lex »,
aangezien wij de wet voortdurend wijzigen...
Daartegenover staan deze aangename ogenblikken van ontspanning die
wij nu beleven.
De manier waarop u ons en onze familie hier ontvangt, stellen wij
bijzonder op prijs.
Het zal u intussen wel duidelijk zijn hoezeer die woorden van lof ons
hebben gestreeld in onze valse bescheidenheid.
Wij zijn wellicht de volgelingen van alle politici ter wereld.
Maurice Clavel zei met spot over zichzelf : « J'aimerais
bien être un saint, mais je n'aimerais pas qu'on l'ignore. »
Wees gerust, mijnheer de voorzitter, beste collega's, deze wens is niet de
onze.
Laat ons u liever danken voor het feit dat u erop gewezen hebt dat
wij een heel eind van onze levensweg samen op een aangename wijze hebben
kunnen afleggen.
Wij danken de personeelsleden van de Senaat voor hun uitmuntende
houding en voor hun kwaliteiten die hen in staat hebben gesteld die
ontmoetingen getrouw weer te geven. Wij danken al degenen die deze zeer
vriendelijke woorden hebben uitgesproken. Deze gelegenheid zal in onze
geest gegrift blijven als het feest van de vriendschap. (Algemeen
applaus.)
- De buitengewone vergadering wordt om 18.15 uur gesloten.